Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opening congres door dr. Hanke Dekker, hoofdorganisator nvmo congres 2014 10. 10-10. 40 en prof dr. Janke Cohen-Schotanus, voorzitter nvmo 10. 40-10. 45 Welkomstwoord

Dovnload 1.15 Mb.

Opening congres door dr. Hanke Dekker, hoofdorganisator nvmo congres 2014 10. 10-10. 40 en prof dr. Janke Cohen-Schotanus, voorzitter nvmo 10. 40-10. 45 Welkomstwoord



Pagina19/24
Datum04.04.2017
Grootte1.15 Mb.

Dovnload 1.15 Mb.
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24

D12.4 / Lamoraalzaal
Korte weblectures voor medisch onderwijs: een aansprekend onderwijsmiddel!
Doets M, Zietse R, Dankbaar MEW

Erasmus MC


Probleemstelling/achtergrond

In het eerstejaars thema ‘Stoornissen in het milieu interieur’ van het Rotterdamse geneeskundecurriculum komt het functioneren van de nieren aan bod. In het verleden werden de hiermee samenhangende onderwerpen meerdere keren uitgelegd door de docent, tijdens college, in kleinschalig vaardigheidsonderwijs of op online discussiegroepen. Door de uitleg vast te leggen in een weblecture, kan de docent efficiënter met de contacturen omgaan, kunnen studenten de uitleg meerdere keren bekijken en daarmee op hetzelfde kennisniveau komen.

Methode/opzet

Verspreid over 2 jaar zijn 25 korte weblectures opgenomen, waarin de docent in 3 tot 5 minuten, slechts ondersteund door een whiteboard, uitleg geeft over een onderwerp, zoals ‘het nefritisch syndroom’, ‘diabetes en de nier’ en ‘medicatie bij nierfalen’. De video’s zijn (openbaar toegankelijk) op Youtube gezet (“Bob’s Breinbrekers”) en via de elektronische leeromgeving Blackboard aan studenten aangeboden.

Na afloop van het onderwijs (voorjaar 2014) is studenten gevraagd een korte elektronische vragenlijst in te vullen (n=161, totaal cohort=450).

Daarnaast zijn de gebruikersstatistieken van Youtube bekeken om een indruk te krijgen van het gebruik.

Resultaten/ervaringen

69% van de studenten heeft alle 24 films bekeken, met name vlak voor het tentamen (een piek van 1200 bekeken video’s per dag). Gemiddeld wordt een film voor 75% van de tijdsduur bekeken.

De films worden vooral bekeken op de computer (94%), en slechts door een klein deel (6%) op mobiele telefoons en tablets. Ongeveer een derde van de films wordt bekeken via de website van Youtube, de rest via Blackboard.

Uit de enquête blijkt dat beeld- en geluidskwaliteit goed worden beoordeeld: 4.7 op een 5-puntsschaal. De inhoud van de films kwalificeren studenten als leerzaam en bijdragend aan hun begrip (4.8 op 5). Ze zouden graag ook films bij andere onderwerpen zien.

Bepaalde, meer complexe, onderwerpen zijn veel populairder dan anderen, sommige video’s zijn in dezelfde periode ongeveer 600 keer bekeken tegenover minder dan 20 keer voor anderen. De meest populaire video is in de afgelopen 2 jaar ruim 2600 keer bekeken.

Discussie (implicaties voor de praktijk)

Studenten waarderen deze vorm van onderwijs en gebruiken de films vooral om de voor hen moeilijke onderwerpen vlak voor het tentamen nogmaals te bekijken. Ook studenten van andere opleidingen bekijken de films, afgaande op reacties en statistieken van Youtube.

In overleg met de docent en studenten zal bekeken of er aanvullende onderwerpen zijn die extra uitleg behoeven.

Ook andere docenten hebben belangstelling getoond en gezien de relatief lage kosten is dit een geschikt en aansprekend onderwijsmiddel om studenten bij complexe onderwerpen, vóór het contactonderwijs, op eenzelfde kennisniveau te brengen.
Trefwoorden: Teaching & learning: e-learning/computers, Teachers/Trainers: Roles of the teacher

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

M. Doets


Erasmus MC

Desiderius School

Postbus 2040

3000 CA ROTTERDAM

E-mail: m.doets@erasmusmc.nl
D12.5 / Lamoraalzaal
Scholing in veilige toepassing medische technologie: there's an app for that!
Goris JG1, Cate Hoedemaker HO ten1, Boer A2, Brugman CL1

1UMC Groningen, 2New Music Labs
Probleemstelling

In 2011 publiceerden NVZ, NFU en revalidatie Nederland het convenant veilige toepassing van medische technologie in het ziekenhuis [1]. Dit convenant richt zich op de veilige toepassing van medische technologie in ziekenhuizen. Eén van de eisen beschreven in het convenant luidt dat gebruikers nieuwe medische hulpmiddelen pas mogen hanteren als ze geschoold zijn in het gebruik ervan. In mei 2014 worden bijna alle ziekenhuisbedden in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) vernieuwd. Volgens de richtlijnen van het convenant moeten alle medisch specialisten, AIOS en co-assistenten die met dit bed gaan werken, worden geschoold. Hoe kan deze groep zo efficiënt en effectief mogelijk worden geschoold en gecertificeerd?

Resultaten

Het UMCG Wenckebach Instituut ontwikkelde samen een mobiele applicatie om medisch specialisten, AIOS en co-assistenten te scholen en certificeren in het gebruik van een nieuw te gebruiken ziekenhuisbed. Na download en installatie van de app op een smartphone of tablet wordt de arts binnen 15 minuten geschoold en gecertificeerd. De arts volgt korte instructievideo’s binnen de app en oefent de getoonde vaardigheden door opdrachten uit te voeren aan het bed. In de app kunnen foto’s worden gemaakt en opgeslagen. De foto’s dienen als bewijs voor de uitgevoerde opdrachten. Wanneer een onafhankelijk beoordelaar de foto’s heeft goedgekeurd, dan is dit zichtbaar in de app en ontvangt de arts een e-mail met het certificaat van de training.

Evaluatie van de app bestaat uit twee onderdelen. Allereerst wordt in de app gevraagd om de gebruiksvriendelijkheid van de app te scoren. Daarnaast wordt gevraagd hoe bekwaam de arts zich voelt in het veilig gebruiken van het bed en de mate waarin de app hieraan heeft bijgedragen. Ten tweede wordt transfer van kennis en vaardigheden gemeten door gebruikers een week na het succesvol afronden van de app te toetsen op hun kennis en vaardigheden.

Discussie

Het gebruik van mobiele applicaties ter ondersteuning van korte vaardigheidstrainingen staat in de kinderschoenen. Uit de implementatie, evaluatie en het onderzoek naar de transfer van deze leerinterventie zijn waarschijnlijk interessante lessen te leren en te delen.

Mogelijk is deze vorm van instructie een efficiënte en effectieve manier om te voldoen aan de scholingseisen die worden gesteld in het convenant veilige toepassing van medische technologie in het ziekenhuis.

Referenties

[1] convenant veilige toepassing van medische technologie in het ziekenhuis, november 2011, Utrecht, http://www.nfu.nl/img/pdf/NFU-11.4224_Convenant_VeiligeToepassing_MedTechn_Zh.pdf


Trefwoorden: Teaching & learning: e-learning/computers, Assessment: Workplace-based (on-the-job), Medical education: Postgraduate education, Mobile learning, App, Convenant medische technologie

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

J.G. Goris

UMC Groningen

Wenckebach Instituut

Hanzeplein 1

9700RB GRONINGEN

E-mail: j.goris@umcg.nl
D12.6 / Lamoraalzaal
Evidence Based Medicine onderwijs voor co-assistenten: het efficiënt lezen van een wetenschappelijk artikel oefenen middels e-learning
Leunissen RRM, Bergen HLM van, Tilburg DCNM van, Otten JDM, Fransen J

Radboud UMC


Probleemstelling

In de onderwijspraktijk blijkt dat co-assistenten het lezen van wetenschappelijke artikelen moeilijk en niet-leuk vinden. Studenten zien er tegenop om er aan te beginnen en regelmatig haken ze voor het einde van het artikel af.

Om dit te veranderen, zijn twee interactieve e-learning modules ontwikkeld waarin studenten de structuur van een wetenschappelijk artikel en de functie van de diverse onderdelen leren kennen en oefenen met het efficiënt en effectief lezen van een wetenschappelijk artikel.

De veronderstelling is dat dit zal bijdragen aan het gemak en het plezier waarmee studenten wetenschappelijke artikelen zullen bestuderen.

Methode

Het onderzoek vindt plaats tijdens het Centraal Klinisch Onderwijs (CKO9) dat elke 4 weken wordt gegeven. Het blok duurt 2 weken en bereidt de co-assistenten voor op hun direct hierop volgende wetenschappelijke stage. In elk CKO9-blok zitten 20 tot 45 studenten.



Vóór aanvang van het onderwijs wordt een online enquête afgenomen waarin de studenten wordt gevraagd de standaardonderdelen van een wetenschappelijk artikel te identificeren en op een volgorde te plaatsen waarvan zij denken dat zij het meest efficiënt kennis kunnen nemen van de inhoud van een wetenschappelijk artikel.

Tijdens het onderwijs in CKO9 wordt de studenten aangeraden de e-modules door te nemen. Doornemen van de modules is vrijwillig. Na afloop van CKO9 wordt de studenten een tweede enquête voorgelegd waarin wordt gevraagd naar hun ervaringen met de twee e-modules en om wederom aan te geven wat de meest efficiënte volgorde van het lezen van een wetenschappelijk artikel is.

In beide enquêtes wordt ook gevraagd naar het ervaren gemak en plezier bij het lezen van een wetenschappelijk artikel.

Resultaten

Op het moment van het schrijven van dit abstract zijn gegevens van 3 groepen (n=92) bekend.

De voorlopige resultaten bevestigen het beeld dat studenten het lezen van wetenschappelijke artikelen moeilijk en niet-leuk vinden. Daarbij maakt het niet uit of de studenten eerder een andere universitaire opleiding volgden.

Bijna 60% van de studenten maakte gebruik van de modules. De modules werden positief gewaardeerd: leuk om te doen en leerzaam. Eerste ruwe resultaten laten zien dat studenten die de modules doornamen een meer efficiënte volgorde van het lezen van een wetenschappelijk artikel rapporteren vergeleken met studenten die de modules niet bekeken. De dataverzameling zal doorgaan tot en met september 2014. Tijdens het NVMO-congres zullen de resultaten van alle 8 CKO9-groepen gepresenteerd worden (verwachting n=200 tot 300).

Conclusie

Eenvoudige e-learning modules blijken effectief in het aanleren van een efficiënte leesstijl en blijken positief te kunnen bijdragen aan het ervaren gemak en plezier bij het lezen van een wetenschappelijk artikel.
Trefwoorden: Teaching & learning: e-learning/computers, Teaching & learning: Blended learning Curriculum: Core

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

R.R.M. Leunissen

Radboud UMC

EKO / IWOO

Huispost 12

Postbus 9101

6532 SM NIJMEGEN

E-mail: ron.leunissen@radboudumc.nl


D12.7 / Lamoraalzaal
Naar een beter passende leeromgeving: een didactische digitale toolbox voor docenten
Medema H, Goris JG, Brugman CL

UMC Groningen


Probleemstelling

In de geneeskunde opleidingen groeit de kloof tussen de feitelijke onderwijsomgeving en de digitaliserende leerwerkelijkheid van de student. Ten opzichte van regulier onderwijs hapert bij klinische docenten de reflectie op didactiek veelal wegens tijdgebrek. Zij nemen standaard onderwijsvormen over en de vertaling naar vernieuwende - al dan niet digitale - didactische vormen en leermiddelen blijft grotendeels achterwege. In theorie valt elke dynamische studentenportal, lokaal sociaal netwerk of ELO aan te passen aan de didactische wensen van de docenten; in de praktijk gebruiken docenten deze voornamelijk voor distributie van lesmateriaal en passen zij de leeromgeving eerder inhoudelijk aan dan didactisch. Wat kan helpen om docenten (1) te helpen elkaar te inspireren met reflectie op didactische good practice, (2) te motiveren om effectiever te werken met digitale middelen en (3) een rijkere, gebruikersvriendelijker omgeving te bieden voor het ontwikkelen van onderwijsmateriaal waarmee je de kloof kunt dichten tussen leeromgeving en student?

Methode/Opzet

Op het gebied van Techological Enhanced Learning zijn er een aantal theoriëen die ons daarbij kunnen helpen: TPACK, SAMR en Laurillard’s Conversational Framework.

Resultaten en conclusie

Het TPACK model onderscheidt welke kennis een docent nodig heeft om effectief te kunnen zijn in een pedagogische omgeving. En creëert begrip over de relaties tussen technologie, onderwijskunde en vakinhoud en de verhoudingen daartussen. Het SAMR model geeft inzicht op welk niveau de onderwijsverbetering zich voordoet: Subsitutie, Augmentatie, Modificatie of Herdefinitie. Gezamenlijk helpen TPACK en SAMR af te wegen welke middelen de docent kan inzetten. Laurillard’s sociaal constructivistische Conversational Framework faciliteert het definiëren van het didactische doel. Hiermee kun je gezamenlijk leeractiviteit-modellen ontwerpen, delen en beoordelen aan de hand van taxonomieën zoals die van Bloom. Met deze drie theorieën kan de docent met doel én middel de vertaling vinden naar een bijpassende inrichting van digitale leeromgeving en tools.

Discussie / implicaties voor de praktijk

Dit leidt tot drie oplossingsrichtingen: (1) Leer docenten met het TPACK en SAMR model te onderscheiden welke didactische middelen een geschikt alternatief vormen naast de huidige. (2) Stimuleer docenten om samen te denken over de didactische doelen voor de leeractiviteit-modellen met behulp van het Laurillard’s Learning Designer. Reik aan de hand van die modellen een e-learning toolbox aan en leg uit hoe deze middelen en doelen efficiënt vertaald kunnen worden. (3) Creëer een nationaal onderwijsplatform voor medische opleidingscentra voor uitwisseling van didactiek en vakinhoud op basis van TPACK, SAMR en Conversational Framework. Door middel van didactische reviews kan zo de bruikbaarheid van repositories als MedischOnderwijs.nl zichtbaarder worden en komt deze los te staan van vakinhoud.


Trefwoorden: Teachers/Trainers: Faculty/Staff development, Learning outcomes: Teaching skills

Teaching & learning: e-learning/computers

Wijze van presentatie: Poster
Correspondentieadres:

H. Medema

UMC Groningen

Wenckebach Instituut

Hanzeplein 1

9713 GZ GRONINGEN

E-mail: h.medema@umcg.nl
D12.8 / Lamoraalzaal
Het 4C/ID-model in medisch onderwijs: een blended leeromgeving voor levensecht leren
Vandewaetere M, Manhaeve D, Peters S, Aertgeerts B, Clarebout G, Roex A

KU Leuven


Probleemstelling

Medisch onderwijs richt in toenemende mate de aandacht op het geïntegreerd verwerven van meerdere competenties zoals klinisch redeneren, beslissingsnemen, communicatie- en managementvaardigheden. Bovendien is het noodzakelijk dat studenten geneeskunde toegang krijgen tot een gevarieerde set van leerinhouden die het geïntegreerd verwerven van kennis, vaardigheden en attitude faciliteren. Om dit te bevorderen, vertrekken theorieën rond instructiedesign (zoals het 4C/ID model; van Merriënboer, Clark, & de Croock, 2002) vanuit levensechte, authentieke taken (whole-tasks). Deze aanpak in medisch onderwijs heeft de voorkeur omwille van twee redenen. Ten eerste, ten gevolge van het levensecht leren ontwikkelen studenten effectieve probleemoplossingsstrategieën die ze kunnen toepassen in diverse zorgsituaties. Ten tweede, dergelijke aanpak gebaseerd op een evidence-based principes (het 4C/ID model) komt tegemoet aan de vraag naar expliciet toepassen van theoretische inzichten in medisch onderwijs.

Het doel van deze paper is het illustreren en bespreken van de processen van ontwerp, ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een blended, open leeromgeving, gebaseerd op het 4C/ID model voor complex leren. De leeromgeving integreert leer- en trainingstaken, feedback en ondersteuning. De gebruikers van de leeromgeving zijn studenten in het eerste jaar van de huisartsenopleiding.

Methode


De ‘ten steps towards complex learning’ (van Merriënboer & Kirschner, 2013) werden toegepast om de leerinhouden te ontwikkelen van deze leeromgeving, opgebouwd rond vier componenten: levensechte taken, ondersteunende informatie, procedurele of just-in-time informatie en deeltaakoefeningen. Concreet beschrijven we, vanuit theoretisch en praktisch oogpunt, de tien stappen die werden gebruikt om vijf online leermodules te ontwikkelen (vb. patiënt met diabetes; acuut zieke kind) die allen focussen op het geïntegreerd verwerven van de CanMEDS rollen in de huisartsgeneeskundige setting.

Resultaten

De resultaten van dit onderzoek worden voorgesteld aan de hand van een virtuele wandeling in de leeromgeving, waarbij de theoretische achtergrond van elk element wordt besproken. Bijkomend stellen we het stappenplan voor dat bedoeld is om de ontwikkelaars (zowel voor inhoud als technisch) te ondersteunen. Op basis van evaluaties na het eerste en tweede jaar van implementatie, bespreken we praktische uitdagingen en valkuilen. Deze omvatten onder meer het samenwerken tussen alle belanghebbenden (studenten, docenten, ontwikkelaars) en gewijzigde studiestrategieën van studenten.

In de discussie kijken we verder dan enkel ontwikkeling en implementatie, en richten we ons op het management plan om zo de kans op een succesvolle integratie en opvolging van dergelijke onderwijskundige innovaties te verhogen.

Referenties

van Merriënboer, J.J.G., Clark, R.E., & de Croock, M.B.M. (2002). Blueprints for complex learning: The 4C/ID-model. Educational Technology, Research and Development, 50(2), 39-64.

van Merriënboer J. J.G., & Kirschner P.A. (2013). Ten steps to complex learning (2nd Rev. Ed.). New York: Routledge.
Trefwoorden: Curriculum: Student-centred, Teaching & learning: Learning styles/theory/instructional design, 98. Teaching & learning: Blended learning

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

M. Vandewaetere

KU Leuven

Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde

Kapucijnenvoer 33 blok J

3000 LEUVEN, België

E-mail: mieke.vandewaetere@kuleuven-kulak.be

D13 / Zaal 401
Beter worden van medische fouten op een veilige manier
Wiering J, Vessies TFM

UMC Groningen


Achtergrond

Het leereffect van complicatie- en foutenbesprekingen blijkt in de praktijk verre van optimaal te zijn. Wij denken dat dit is gerelateerd aan de emotionele impact die medische fouten, complicaties en de nabespreking ervan kunnen hebben op de betrokkenen. In de praktijk blijken alle betrokkenen zich bewust te zijn van het belang van een veilige bespreking, maar het blijkt steeds weer lastig om die veiligheid werkelijk te realiseren. Samen met twee Aios van een vakgroep hebben wij een methode ontwikkeld voor een veilige complicatie- en foutenbespreking. In essentie komt deze op het volgende neer:

- Er wordt vooraf een zorgvuldige selectie gemaakt van wie bij de bespreking aanwezig zijn.

- De hiërarchie speelt geen rol in de bespreking.

- Naast de analyse van de fout of complicatie die wordt besproken, is er oprecht aandacht voor de emoties die de fout bij de betrokken professionals oproepen.

De ongeschreven regel in de medische wereld is dat dergelijke besprekingen altijd rationeel moeten zijn. Emoties passen daar niet bij. Maar emoties zijn onlosmakelijk verbonden aan alle menselijke ervaringen en handelen, dus het ontkennen van die emoties is irrationeel en zal de discussie alleen maar vertroebelen.

Doelen van de workshop

Deelnemers weten hoe een complicatiebespreking veilig kan worden georganiseerd en uitgevoerd. Daarnaast zijn zij zich ervan bewust dat een veilige bespreking kan leiden tot een vermindering van stress bij de betrokkenen en op deze manier bijdraagt aan een optimaal leereffect en professionele groei van de betrokken professionals en de organisatie.

Doelgroep van de workshop

Artsen en artsen in opleiding

Opzet workshop

Na een korte interactieve presentatie, waarbij deelnemers ook eigen ervaringen kunnen inbrengen, nodigen we de deelnemers uit om deel te nemen in een gesimuleerde complicatiebespreking en nabespreking daarvan. De groep wordt verdeeld in spelers en observatoren. Er is een uitgebreide rolbeschrijving aanwezig.

Maximaal aantal deelnemers: 20
Referenties:

Anderson J. After the error, then what? The emotional impact of errors on clinicians. JAAPA. 2011; 24(12): 71-72.

Berlinger N. Resolving harmful medical mistakes-is there a role for forgiveness? Virtual Mentor-AMA J Ethics. 2011; 13(9): 647-654.

Newman MC. The emotional impact of mistakes on family physicians. Arch Fam Med. 1996;5(2):71-75

Scott SD, Hirschinger LE, Cox KR, et al. The natural history of recovery for the healthcare provider “second cictim” after adverse patient events. Qual Saf Health Care. 2009;18(5): 325-330.

Waterman, AD., Garbutt, J., Hazel, E.; et al. The emotional impact of medical errors on practicing physicians in the United States and Canada. Jt Comm J Qual Patient Saf. 2007; 33(8): 467-476

White A. Gallagher Th. After the apology-coping and recovery after errors. Virtual Mentor-AMA J Ethics. 2011; 13(9): 593-600.

Wu AW, Steckelberg RC. Medical error, incident investigation and the second victim:doing better but feeling worse? BMJQual Saf 2012;21:267-270

Dekker S. Just Culture; Balancing safety and accountability. Burlington, VT:Ashgate, 2007.
Trefwoorden: Learning outcomes: Communication skills, Learning outcomes: Patient safety / errors, Learning outcomes: Leadership skills

Wijze van presentatie: Workshop


Correspondentieadres:

J. Wiering

UMC Groningen

Wenckebach Instituut

Hanzeplein 1

9713GZ GRONINGEN

E-mail: j.wiering@umcg.nl

D14 / Zaal 402
Zeldzame aandoeningen als begrip binnen het medisch curriculum
Nijnuis M1, Hendriks SA1, Breuning MH2

1VSOP, 2LUMC
Thema

Zeldzame aandoeningen komen vaak voor. Deze bewustwording/ attitudeverandering moet al beginnen tijdens de medische opleiding. Dit momenteel onderbelichte thema verdient daarom zeker aandacht binnen het medisch curriculum.

Doel

Discussie over de noodzaak om binnen het medische curriculum de ruim 7000 zeldzame aandoeningen als containerbegrip aan de orde te laten komen. Hierbij gaat het er volgens onze mening om dat de arts van straks niet al die 7000 aandoeningen kent, maar dat hij/zij zich bewust is van het feit dat zeldzame aandoeningen –in zijn totaal- veel voorkomen.



In Nederland zijn er naar schatting een miljoen mensen met een zeldzame aandoening, dit zijn 1:17 Nederlanders. Dit is meer dan het aantal patiënten met diabetes.

Bij zeldzame aandoeningen bestaat naast de ziekte-specifieke problematiek ook extra problematiek, die veel van de zeldzame aandoeningen gemeenschappelijk hebben.

De medische opleiding moet naast kennis over de afzonderlijke ziektebeelden, zoals nu gebeurt, ook gericht zijn op het inzicht krijgen in wat het hebben van een zeldzame aandoening voor extra problematiek met zich mee brengt èn welke specifieke punten in het zorgtraject aandacht behoeven. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor de kans op het bestaan van een zeldzame aandoening, zodat deze vaker opgenomen wordt in de differentiaal diagnose. Het motto zou moeten zijn: “wanneer je hoefgetrappel hoort, denk dan niet alleen aan een paard, maar ook aan een zebra”.

Doelgroep

Docenten medisch onderwijs, commissies t.b.v. samenstelling med.curriculum

Opzet


-Inleiding: D.m.v. een powerpoint-presentatie wordt kort verteld over de volgende onderwerpen: Definities Zeldzaam. Voorbeelden problematiek zeldzame aandoeningen. Nationale, Europese en wereldwijde ontwikkelingen (NPZZ, Expertisecentra, EUrordis, cross-boarder healthcare). Zorgstandaarden, huisartsenbrochures.

- Probleemstellingen:

1) In de huidige opleiding is er aandacht voor enkele zeldzame aandoeningen m.b.t. ziektespecifieke kennis inclusief prevalentie/incidentie. In de opleiding is echter geen aandacht voor het fenomeen zeldzame aandoeningen en de bijbehorende specifieke problematiek.

2) Ook zeldzame aandoeningen kunnen zich aspecifiek presenteren. Dit vraagt om het leren vertrouwen van het “niet-pluisgevoel” bij een niet goed te duiden ziektebeeld.

-Stellingen:

1) In de medische opleiding moet aandacht komen voor het begrip -zeldzame aandoeningen- en de specifieke aandachtspunten in het zorgtraject.

2) Verandering van attitude van de medicus/zorgverlener is wenselijk, zo niet noodzakelijk. Wanneer het klinische beeld een “niet pluis gevoel” geeft, moet gezocht blijven worden naar onderliggend lijden.

- Discussie

1) Hoe kan het begrip zeldzame aandoeningen worden ingebed in het medische curriculum?

2) Hoe kan binnen het medische curriculum aandacht worden gegeven aan de noodzakelijke attitudeverandering t.a.v. het “niet-pluis gevoel”?

-Conclusie

VSOP is inhoudelijk deskundig op het gebied van zeldzame aandoeningen door verschillende initiatieven (werkgroepen, politiek, zorgstandaarden, huisartsenbrochures) en is bereid om bij te dragen aan het uitwerken van de uitkomsten van de discussie.

Achtergrondinformatie

NPZZ www.npzz.nl

Artikel NTVG niet-pluisgevoel

Artikel MC zeldzame aandoeningen verdienen zorgstandaard.

Visiedocument VSOP Concentratie en organisatie van zorg.
Trefwoorden: Medical education: General, Curriculum: General, Teaching & learning: Clinical context,

Wijze van presentatie: Rondetafelsessie


Correspondentieadres:

M. Nijnuis


VSOP

Koninginnelaan 23

3762 DA SOEST

E-mail: s.hendriks@vsop.nl

1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24

  • D12.5 / Lamoraalzaal
  • D12.6 / Lamoraalzaal
  • D12.7 / Lamoraalzaal
  • D12.8 / Lamoraalzaal
  • D13 / Zaal 401
  • D14 / Zaal 402

  • Dovnload 1.15 Mb.