Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opening congres door dr. Hanke Dekker, hoofdorganisator nvmo congres 2014 10. 10-10. 40 en prof dr. Janke Cohen-Schotanus, voorzitter nvmo 10. 40-10. 45 Welkomstwoord

Dovnload 1.15 Mb.

Opening congres door dr. Hanke Dekker, hoofdorganisator nvmo congres 2014 10. 10-10. 40 en prof dr. Janke Cohen-Schotanus, voorzitter nvmo 10. 40-10. 45 Welkomstwoord



Pagina2/24
Datum04.04.2017
Grootte1.15 Mb.

Dovnload 1.15 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24

A2.3 / Zaal 525
Portfolio-training Gynaecologie in de OOR-ZWN
Kate-Booij MJ ten1, Kooi GS2, Blok G3, Nieuwenhuyzen-de Boer G1, Oostwaard M van1, Speksnijder L1, Ridder M van de2

1Erasmus MC, 2Albert Schweitzer ziekenhuis, 3Reinier de Graaf Gasthuis
Probleemstelling/Achtergrond

In 2007 werden in het Regionale Gynaecologen Opleidings Cluster (RGOC) de eerste trainingen gegeven over competentiegericht opleiden aan AIOS en opleiders. Centraal stond de implementatie van ‘Herziening Opleiding Obstetrie en Gynaecologie (HOOG), het op de CanMEDS gebaseerde opleidingsplan tot gynaecoloog. Met de komst van het elektronisch portfolio (e-pass) en introductie van BOEG: ‘Bezinning op Eindtermen Gynaecologie’ bleek er behoefte aan verdere scholing. BOEG is de opvolger van HOOG met een meer onderwijskundige aanpak en anticiperend op vragen vanuit de maatschappij. In de Opleidings- en Onderwijs Regio Zuid West Nederland (OOR-ZWN) werd daarom in 2012 de portfolio training Gynaecologie ontwikkeld. Hoe is deze training opgezet en wat is geleerd uit zes jaar ervaring?

Methode/opzet

De training van 3,5 uur is voorbereid en ontwikkeld door opleiders (n=2), AIOS gynaecologie (n=3) en onderwijskundigen (n=2) uit de OOR-ZWN. De basis van de training wordt gevormd uit ervaren knelpunten door AIOS in zowel de universitaire als perifere opleidingspraktijk. Toetsing op de werkvloer (KPB, OSATS, 360-assessment, CAT), feedback en het portfolio staan centraal. Kennisoverdracht, gevolgd door discussie wordt afgewisseld met demonstraties van het e-pass. AIOS en opleiders oefenen aan de hand van concrete opdrachten met het e-pass. Na afloop vindt een schriftelijke evaluatie plaats.

Resultaten

Zowel opleidingsvragen van opleiders als aspecten waar AIOS tegen aan lopen komen naar voren. Hierdoor ontstaan constructieve discussies en vindt er veel uitwisseling plaats tussen AIOS en supervisors. De inhoud past zich aan de actualiteit op de werkvloer aan, mede doordat na een jaar een nieuwe lichting AIOS de training geeft. Bovendien biedt het AIOS een goede gelegenheid om in de docentrol te opereren en ervaring op te doen met het ontwikkelen van lesmateriaal. Sinds januari 2012 heeft de training vijf keer plaatsgevonden en hebben dertig gynaecologen en vijftig AIOS daaraan deelgenomen. Uit de evaluaties (n= 60) blijkt dat de training in een behoefte voorziet, waarbij theorie wordt afgewisseld met de e-pass praktijk en de CanMEDS rollen nog eens kunnen worden geconcretiseerd.

Discussie

Aanpassingen en veranderingen in deze training zijn een duidelijk afspiegeling van de accentverschuivingen in het opleiden. Deze bewegen mee in de tijd en zijn verschoven van HOOG naar BOEG. Er is meer sturing door de AIOS zelf op individuele basis. Hoe het portfolio te gebruiken en waar kunnen AIOS en supervisors de belangrijke informatie vinden. Het gezamenlijk oefenen achter de computer met gerichte opdrachten blijkt van onmisbare meerwaarde in deze training.

Literatuurverwijzing

HOOG curriculum: opleiding tot gynaecoloog, 2005. ISBN-10:90-78097-01-9

Boeg opleidingsplan:

http://www.nvog.nl//Sites/Files/0000002980_BOEG%20opleidingsplan%20Obstetrie%20en%20Gynaecologie%201-12.pdf


Trefwoorden: Teaching & learning: Portfolios, Curriculum: Integration

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

M.J. ten Kate-Booij


Erasmus MC

Verloskunde en Gynaecologie

Postbus 2040

3000 CA ROTTERDAM

E-mail: m.tenkate-booij@erasmusmc.nl
A2.4 / Zaal 525
Ouderejaars studenten als procesbegeleiders: ontwikkeling van een training voor procesbegeleiding
Groenier M, Katwijk PA, Overkamp L

Universiteit Twente


Probleemstelling

In hun laatste bachelor jaar maken Technische Geneeskunde (TG) studenten een eindopdracht in groepjes waarbij zij ook wekelijks met een procesbegeleider afspreken. Goede procesbegeleiders die bekend zijn met het TG domein zijn schaars vandaar dat in 2013 besloten is om studenten uit het laatste masterjaar (M3) hiervoor in te zetten. Voorwaarde is dat zij vooraf deelnemen aan een training. Uitgangspunten voor het trainingsontwerp waren: 1) Wat verstaan wij onder procesbegeleiding? 2) Hoe geven wij procesbegeleiding vorm? 3) Hoe vaardig ben je in procesbegeleiding? Doelstellingen van de training waren: 1) voorbereiding op de rol van procesbegeleider; 2) reflectie op de eigen kwaliteiten/valkuilen in die rol.

Doelgroep

M3 studenten met affiniteit voor procesbegeleiding. Basisvaardigheden hebben de studenten opgedaan in de bachelor binnen de leerlijn Vaardig Communiceren & Professioneel gedrag (VC&PG) Verder ervaren zij zelf procesbegeleiding tijdens hun master in intervisiebijeenkomsten.

Opzet training

De training bestaat uit drie dagdelen waarin werkvormen gemengd aangeboden worden. Dagdeel 1 “Visie op procesbegeleiding”: uitwisselen van ervaringen met procesbegeleiding, discussie over de (proces)doelstellingen van de eindopdracht en do’s en dont’s. Dagdeel 2 “Vaardigheden van procesbegeleiding”: het bespreken van sterke/zwakke kanten en vaardigheden van iedere procesbegeleider middels stellingen, aanvulzinnen en casussen. Dagdeel 3 “Reflectie en beoordeling”: uitleg over reflectie, oefening met stimuleren van reflectie en objectief beoordelen van schriftelijke reflectie.

Ervaringen

19 studenten namen deel aan de training die werd verzorgd door een senior en junior docent VC&PG. Verschillende thema’s werden besproken: persoonlijke en professionele grenzen, betrokkenheid/afstand bewaren, verantwoordelijkheid voor eindproduct en procesverloop, bewaken kader van de eindopdracht, sturing geven, conflicthantering, begeleiden versus beoordelen en leerspanning. De studenten waren over de training als geheel tevreden. Verbeterpunten waren: - meer vaart in het eerste dagdeel; - meer tijd besteden aan de casussen in het tweede dagdeel. Als de training is afgerond wordt deze geëvalueerd met een vragenlijst voor de procesbegeleiders en via de reguliere evaluatie door de bachelor studenten.

Conclusie & discussie

Terugkijkend op het ontwerpproces kunnen een aantal aanbevelingen gedaan worden: - de trainer stelt zich op als rolmodel: de trainers coachen de procesbegeleiders zoals de procesbegeleiders de bachelostudenten coachen; - zorg voor twee trainers: de een bewaakt de structuur en de ander springt in op de beleving; - voorzie in voldoende afwisseling in werkvormen; - sta bij de start niet te lang stil bij uitwisselen van ervaringen, zorg voor actie! - zorg voor voldoende relevant materiaal.

Voordelen van ouderejaars studenten: - zij kennen de beperkingen en uitdagingen van de eindopdracht en het TG domein; - zij hebben grote betrokkenheid bij de studie zelf en het student zijn.
Trefwoorden: Learning outcomes: Professionalism / attitude / ethics, Teaching & learning: General

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

M. Groenier

Universiteit Twente

Technische Geneeskunde

Drienerlolaan 5

7522 NB ENSCHEDE

E-mail: m.groenier@utwente.nl
A2.5 / Zaal 525
De waarde van verschillende interventies voor het optimaliseren van chirurgie training
Spruit EN1, Band GPH2, Hamming JF1

1LUMC, 2Universiteit Leiden
Doel

Het doel van het onderzoeksproject is om een inschatting te maken van de effectiviteit van verschillende training interventies bij het optimaliseren van laparoscopie training.

Achtergrond:

Het vergaren van laparoscopische motorische vaardigheden vereist uitvoerige training. Vanwege de hoge werkdruk op chirurgische trainees en hun mentors, is het belangrijk om te onderzoeken hoe we het leerproces kunnen optimaliseren gedurende chirurgie training. Er zijn veel leerstrategieën beschikbaar uit het veld van cognitieve en educatieve psychologie die toegepast en getest kunnen worden in deze training setting.

Methode

In een serie experimenten zijn een aantal verschillende interventies toegepast in laparoscopie training om de effectiviteit van ieder van deze interventies te testen in het optimaliseren van training. Gedurende deze experimenten werd er gebruik gemaakt van fysieke box-trainers voor het aanleren van laparoscopische basisvaardigheden. De volgende interventies zijn getest: (1) het effect van gedistribueerde training sessies, (2) de toepassing van part-task training bij een geavanceerde laparoscopische taak, (3) het contextuele interferentie effect en (4) het toepassen van een set gaming principes gedurende training.



Resultaten

De effecten van gedistribueerde training zijn erg robuust met significante voordelen op de korte en lange termijn voor de groep die de training op een gespreid tijdschema doorloopt, in vergelijking met de groep die op een geconcentreerd tijdschema traint. De toepassing van part-task training laat een positieve trend zien in het midden van de training, maar verdwijnt tegen het einde van de training. Contextuele interferentie heeft een negatief effect op de prestatie van beginnende trainees. Het toepassen van gaming principes zorgde voor een vergelijkbare leercurve als de controle groep. Er was wel significant meer sociale interactie.

Conclusie

De effectiviteit van verschillende training interventies kunnen in kaart gebracht worden en kunnen de basis vormen voor gewogen aanbevelingen voor mogelijke implementatie in medische curricula.

Trefwoorden: Research in medical education: Training, Learning outcomes: Research, Curriculum: Timetabling/sequencing

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

E.N. Spruit

LUMC

Heelkunde / Cognitieve Psychologie



Wassenaarseweg 52

2333 AK LEIDEN

E-mail: e.n.spruit@fsw.leidenuniv.nl
A2.6 / Zaal 525
Toetsen van klinisch redeneren in de master: eerste ervaringsjaar
Vos JA, Christoph LH, Linthorst GE, Geukers VGM

Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam


Probleemstelling/achtergrond

Klinisch redeneren is een essentiële competentie in de medische beroepspraktijk en neemt daarom in de geneeskundeopleiding een belangrijk plaats in. In de bacheloropleiding vindt het toetsen van klinisch redeneren veelal schriftelijk met open vragen plaats. Tijdens de coschappen wordt het klinisch redeervermogen op de werkplek beoordeeld. Uit de evaluatie van het coschappenprogramma van de ongedeelde opleiding (AMC/UvA) bleek dat de focus gericht was op het toetsen van medische kennis. Voor de master geneeskunde is de uitdaging de focus te verschuiven naar het toetsen van de vaardigheid klinisch redeneren.

Methode/opzet

In het mastercurriculum wordt het klinisch redenerenvermogen op de werkplek beoordeeld. Daarnaast zijn er twee tentamens klinisch redeneren in opgenomen. Elke student maakt het eerste tentamen aan het einde van zijn eerste masterjaar. Gezien de tweewekelijkse instroom van een kleine groep studenten in de master, wordt de tentamens ook tweewekelijks afgenomen. Het tweede tentamen maakt de student aan het einde van zijn tweede masterjaar. Het eerste tentamen omvat de disciplines die in het eerste masterjaar aanbod komen (dermatologie, oogheelkunde, KNO, interne geneeskunde, heelkunde en kindergeneeskunde). Het tweede tentamen omvat de disciplines die in het tweede masterjaar aanbod komen (neurologie, psychiatrie, gynaecologie/verloskunde, huisartsgeneeskunde, sociale geneeskunde) aangevuld met drie disciplines uit het eerste masterjaar (interne geneeskunde, heelkunde en kindergeneeskunde).

Op basis van de uitkomsten van het SURF-project ‘Digitaal toetsen van klinisch redeneren in de medische opleidingen’ is het tentamen samengesteld uit 4 Comprehensive Integrative Puzzles en 42 Extended Matching Questions. Het tentamen wordt digitaal afgenomen.

Om te voorzien in de benodigde hoeveelheid vraagstukken hebben naast docenten ook studenten een prominente rol in de vraagontwikkkeling.

Resultaten/ervaringen

Het eerste tentamen wordt ten tijde van het congres reeds een jaar afgenomen. Er zijn dan ongeveer 30 afnames geweest. Het tweede tentamen gaat van start in augustus 2014.

De wijze van ontwikkeling van vraagstukken wordt zowel door de studenten als de docenten gewaardeerd.

De verwachting is dat in de zomer van 2014 voldoende data verzameld zijn om de kwaliteit en de studentresultaten van het tentamen te analyseren. Tijdens het congres worden de resultaten van de analyse gepresenteerd.

Discussie (implicaties voor de praktijk)

Het opnemen van twee duidelijk tentamens voor het toetsen van klinisch redeneren in de master zorgt voor stevige inbedding van deze vaardigheid in het curriculum.

De samenwerking van de ontwikkeling van vragen voor een dergelijke toets tussen studenten en docenten heeft meerwaarde voor beide partijen.

Literatuurverwijzingen

SURF-project ‘Digitaal toetsen van klinisch redeneren’ https://sites.google.com/site/klinischredenerenproject/

Bruggen, J.M.E. drs e.a. Preferred questions types for computer-based assessment of clinical reasoning: a literature study. PME vol.1, nr 4, November 2012


Trefwoorden: Assessment: Computer-based assessment, Learning outcomes: Reflection / Critical thinking / decision-making / clinical reasoning, Medical education: Undergraduate education

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

J.A. Vos


Academisch Medisch Centrum

Centre for Evidence-Based Education

Meibergdreef 9

1100 DD AMSTERDAM

E-mail: j.a.vos@amc.uva.nl
A3 / Abdijzaal

Global Health voor iedere student?


Bakker RR, Hogerzeil HV

UMC Groningen


Thema

De Nederlandse gezondheidszorg wordt in grote mate beïnvloed door wat er buiten Nederland gebeurt. Infectieziekten, zoals ebola, lijken ons gezondheidssysteem te bedreigen. Onze patiënten reizen de hele wereld over. Chronische ziekten, zoals obesitas en diabetes, vormen een wereldwijd probleem. Medisch toerisme wordt steeds vanzelfsprekender. Hoe kunnen gezondheidswerkers hier effectief op reageren? Behandeling en preventie stopt niet bij onze grens.

Bovendien kunnen dergelijke ziekten niet simpelweg ‘medisch’ opgelost worden, omdat hun oorzaak veel complexer is: sociaaleconomische factoren spelen hierbij een rol, maar ook culturele of religieuze uitleg, en toegang tot de gezondheidszorg zijn issues. Bij Global Health worden deze interdisciplinaire relaties bestudeerd en wordt dieper ingegaan op vakgebieden buiten het basiscurriculum geneeskunde dan bij bijvoorbeeld sociale of internationale geneeskunde.

In 2012 bleek uit een onderzoek van de IFSMA/ Global Health Education Project (GHEP) dat van 625 tweedejaars bachelorstudenten van 7 Nederlandse geneeskunde opleidingen 55% aangaf te weinig kennis te hebben op het gebied van Global Health. De vraag is wat we hier als geneeskundeopleidingen en/of NVMO-leden nu mee moeten of kunnen. Tijdens elke geneeskunde opleiding wordt onderwijs aangeboden over internationale gezondheidsthema’s. Kennelijk is dit niet genoeg. Tijdens dit symposium willen we inventariseren wat de stand van zaken is in de dagelijkse onderwijspraktijk maar ook wat de idealen van de aanwezigen zijn om onze studenten op deze maatschappelijke ontwikkelingen voor te bereiden.

Doel

Het doel van dit symposium is om met elkaar tot een antwoord te komen op de vraag of Global Health een apart vakgebied voor de tropenarts moet blijven of juist niet.



Doelgroep

Docenten en studenten die betrokken zijn bij of geïnteresseerd zijn in Global Health

Opzet

Na een korte inleiding wordt op interactieve wijze een inventarisatie gemaakt van de verschillende inzichten van de deelnemers over eerder genoemde vraag. Deze inzichten worden met elkaar bediscussieerd waarna naar een gezamenlijke conclusie wordt toegewerkt. Een advies voor een volgende raamplancommissie behoort wellicht tot de mogelijkheden.



Referenties

- Koplan JP, Bond TC, Merson MH, Reddy KS, Rodriguez MH, Sewankambo NK, Wasserheit JN; Consortium of Universities for Global Health Executive Board. Towards a common definition of global health. Lancet 2009 Jun 6;373(9679):1993-5.

- MT, Bulletin of the Netherlands Society of Tropical Medicine and International Health 2012;50(4).
Trefwoorden: Global Health, Raamplan

Wijze van presentatie: Symposium


Correspondentieadres:

R.R. Bakker

UMC Groningen

Onderwijsinstituut, FC40

Antonius Deusinglaan 1

9713 AV GRONINGEN

E-mail: r.r.bakker@umcg.nl

A4 / Zaal 530
Een programmatische kijk op toetsing
Dijkstra J1, Bok H2, Timmerman AA3

1Universiteit Maastricht, 2Universiteit Utrecht, 3Huisartsopleiding Maastricht
Thema

Programmatisch ontwerpen van toetsing

Het beoordelen van competenties vraagt om een geïntegreerde, longitudinale benadering van toetsen. Een eenvoudige optelsom van afzonderlijke toetsinstrumenten voldoet niet, immers: ‘Het geheel van competenties is meer dan de som der delen.’ Programmatisch toetsen gaat verder dan het optimaliseren van toetsinstrumenten om het ‘meetprobleem’ (psychometrie) op te lossen. Toetsing wordt ook beschouwd als een ontwerpprobleem (instructional design) met aandacht voor de noodzakelijke aansluiting bij het onderwijscurriculum. Tenslotte is er ook aandacht nodig voor de organisatorische context (management and resources) rondom toetsing. Dit maakt het ontwikkelproces van (longitudinale) toetsing complex, want afzonderlijke toetsactiviteiten binnen deze drie ‘probleemgebieden’ beïnvloeden elkaar en moeten holistisch worden bezien om tot een optimale samenhang te komen. Om het proces van ontwikkeling van programmatische toetsing te ondersteunen zijn een framework en guidelines ontwikkeld en gevalideerd (Dijkstra, 2014). Binnen de opleiding Diergeneeskunde te Utrecht en de Huisartsopleiding te Maastricht worden deze principes van programmatisch toetsen toegepast (Bok, 2014; Dijkstra, 2014). De ontwikkeling van programmatische toetsing vraagt expertise vanuit verschillende gebieden (toetsexperts, vakexperts, maar ook organisatiedeskundigen, et cetera). Tijdens de ontwikkeling en implementatie komen belangrijke vragen naar voren zoals:

- Waarom is het nodig om programmatische toetsing te ontwikkelen?

- Waar start de ontwikkeling van programmatisch toetsen?

- Wat is er nodig aan menskracht, instrumentarium, financiële middelen?

- Wie moeten er betrokken zijn bij de ontwikkeling?

- Hoe wordt programmatische toetsing geïmplementeerd?

Doel

Tijdens deze workshop maken de deelnemers kennis met een programmatische aanpak van toetsing. Deelnemers krijgen inzicht in de elementen van toetsprogramma’s en werken aan een eerste toepassing in/voor de eigen opleiding.



Doelgroep

Deelnemers dienen overzicht te hebben van het gehele curriculum van hun opleiding (Bachelor, Master, Vervolgopleiding/Post-initieel). Bij voorkeur ook zicht op beleid en onderwijsdoelen van de opleiding, om de discussie over een programmatische kijk op toetsing optimaal te voeren.

Opzet workshop: activiteiten, opbrengst

Na een korte introductie zullen deelnemers in subgroepen een ‘programmatische’ vraag ten aanzien van het (her-)ontwerpen van toetsing uitwerken volgens een gestructureerd format. Dilemma’s bij het ontwerpen worden plenair besproken en telkens geïllustreerd worden met praktijkvoorbeelden uit de opleiding Diergeneeskunde en de Huisartsopleiding .

Na de workshop hebben deelnemers zicht op essentiële beslissingen die genomen moeten worden tijdens het ontwerpen van toetsprogramma’s en hebben zij concrete handvatten om te starten met programmatische toetsing.

Maximum aantal deelnemers: 20

Referenties

Bok HGJ (2014) Competency-based veterinary education: An integrative approach to learning and assessment in the clinical workplace. Utrecht University, Utrecht, The Netherlands.

Dijkstra J, (2014) Guidelines for designing programmes of assessment. Maastricht University, Maastricht, The Netherlands
Trefwoorden: Assessment: All, Curriculum: General, Education management: General

Wijze van presentatie: Workshop


Correspondentieadres:

J. Dijkstra

Universiteit Maastricht

Department of Educational Development & Research

Postbus 616

6200MD MAASTRICHT

E-mail: joost.dijkstra@maastrichtuniversity.nl

A5 / Zaal 531
Flipping the classroom - maar hoe? Een workshop mét en óver activerende werkvormen

Croix A de la1, Erich MH2, Witkowska-Stable M3



1VU Onderwijscentrum, 2UMC Groningen, 3Erasmus MC
Thema

Onze kennis van leerprocessen, menselijke informatieverwerking en ICT is in de afgelopen decennia enorm veranderd. Deze ontwikkelingen hebben gezorgd voor andere ideeën over de rol van de docent en de manier waarop een onderwijssessie ingericht zou moeten worden. De onderwijspraktijk loopt soms achter op deze nieuwe inzichten, omdat docenten niet altijd genoeg kennis hebben van de verschillende werkvormen die ze zouden kunnen inzetten.

Doel

Het doel van deze sessie is om voor de deelnemers het arsenaal van mogelijke activerende werkvormen te vergroten. De deelnemers zullen de workshop verlaten met nieuwe ideeën om hun onderwijssessies interactiever te maken.



Doelgroep

Deze workshop is nuttig voor iedereen die onderwijs geeft, ontwikkelt of coördineert en meer ervaring wil opdoen met activerende didactiek.

Opzet workshop: activiteiten, opbrengst

- We zullen ervaringen met activerende werkvormen delen met elkaar

- We zullen nadenken over de ingrediënten van activerende werkvormen

- We maken kennis met ICT-werkvormen

De workshop zal bovendien deelnemers zelf een aantal activerende werkvormen laten ervaren.

Maximum aantal deelnemers: 30


Trefwoorden: Teaching & learning: Learning styles/theory/instructional design, Teaching & learning: Independent learning, Teachers/Trainers: Roles of the teacher

Wijze van presentatie: Workshop


Correspondentieadres:

A de la Croix


VU Onderwijscentrum

Onderwijscentrum

De Boelelaan 1105

1081 HV AMSTERDAM

E-mail: a.dela.croix@vu.nl
A6.1 / Zaal 532
Een exploratieve studie naar het zelfregulerend leren van startende medisch specialisten tijdens de beroepsuitoefening

Cuyvers K, Bossche P van den, Donche V

Universiteit Antwerpen
Probleemstelling/achtergrond

Startende medisch specialisten worden geconfronteerd met heel wat nieuwe uitdagingen en verantwoordelijkheden. Van de geneeskundeopleidingen kan echter onmogelijk verwacht worden dat ze artsen afleveren die voorbereid zijn op elke situatie die ze tijdens hun beroepsloopbaan zullen tegenkomen (Sagasser, Kramer & van der Vleuten, 2012). Vaardig zelfregulerend leren, waarbij de medisch specialisten actief hun leerproces vormgeven, is dan ook een belangrijke voorwaarde om zowel bij de start als in de loop van de beroepsloopbaan de noodzakelijke activiteiten te ondernemen om met uitdagingen om te gaan alsook om zichzelf voortdurend professioneel te ontwikkelen. Bovendien is het een verantwoordelijkheid en verplichting om blijvend kwaliteitsvolle dienstverlening te garanderen en ‘evidence based medicine’ in de praktijk te brengen (Cruess & Cruess, 2005). Niettegenstaande, is onderzoek naar het zelfregulerend leren van startende medisch specialisten buiten de context van een formele opleiding, schaars. Theoretische kaders beschrijven zelfregulerend leren als een cyclisch proces, bestaande uit verschillende fases: planning en doelen stellen (1), monitoring (2), controle (3) en reflectie en evaluatie (4). Het resultaat van reflectie en evaluatie kan de input zijn voor additionele leercycli. Deze studie heeft tot doel inzicht te verwerven in de manier waarop startende medisch specialisten hun leerproces vormgeven tijdens het uitoefenen van hun beroep.

Methode/opzet

Fenomenografisch onderzoek door middel van diepte-interviews bij 11 medisch specialisten om kwalitatieve variaties in zelfregulerend leren te verkennen. De verbatim getranscribeerde interviews zijn inductief geanalyseerd met behulp van Nvivo 10.

Resultaten

Startende medisch specialisten beschrijven 4 categorieën uitdagende taken/ problemen: gerelateerd aan behandelen (1) alsook aan de overgang naar een superviserende rol (2), problemen met communicatie (3) en beleid en organisatie (4). Behandeling-gerelateerde problemen worden het vaakst aangehaald met hierin de grootste diversiteit. In het expliciteren van deze problemen evalueren de respondenten hun beroepsuitoefening wat mogelijk leidt tot een zelfregulerende leercyclus. Met het oog op het tegemoetkomen aan dergelijke aangehaalde problemen beschrijven startende medisch specialisten het vaakst activiteiten of tactieken waarbij ze leren door te doen. Verder zijn ook het raadplegen van collega’s, al dan niet met interactie, en het raadplegen van geschreven bronnen gehanteerde leeractiviteiten.

Discussie

Dit onderzoek laat zien welke situaties door artsen als een probleem worden ervaren, welke al dan niet een zelfregulerende leercyclus initiëren en welke activiteiten aangewend worden om dit leerproces aan te sturen. Inzicht hierin biedt kansen om medisch specialisten te ondersteunen in het omgaan met de uitdagingen en verantwoordelijkheden gedurende de start van hun loopbaan. Verder kunnen artsen en medisch specialisten in opleiding ondersteund worden in het ontwikkelen van zelfregulerende vaardigheden met het oog op hun professionele ontwikkeling na het beëindigen van hun formele opleiding.


Overzichtsfiguur
https://www.eventure-online.com/parthen-uploads/39/post4/img1_248821.jpg

Trefwoorden: Medical education: All, Learning outcomes: Life-long learning, Research in medical education: Methodologies

Wijze van presentatie: Paper
Correspondentieadres:

K. Cuyvers

Universiteit Antwerpen

IOIW


Venusstraat 35

2000 ANTWERPEN

E-mail: katrien.cuyvers@uantwerpen.be

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24

  • A2.4 / Zaal 525
  • A2.5 / Zaal 525
  • A2.6 / Zaal 525
  • A3 / Abdijzaal
  • A4 / Zaal 530
  • A5 / Zaal 531
  • A6.1 / Zaal 532

  • Dovnload 1.15 Mb.