Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opening congres door dr. Hanke Dekker, hoofdorganisator nvmo congres 2014 10. 10-10. 40 en prof dr. Janke Cohen-Schotanus, voorzitter nvmo 10. 40-10. 45 Welkomstwoord

Dovnload 1.15 Mb.

Opening congres door dr. Hanke Dekker, hoofdorganisator nvmo congres 2014 10. 10-10. 40 en prof dr. Janke Cohen-Schotanus, voorzitter nvmo 10. 40-10. 45 Welkomstwoord



Pagina21/24
Datum04.04.2017
Grootte1.15 Mb.

Dovnload 1.15 Mb.
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24

E2.2 / Zaal 525
Aanspreekcultuur onder geneeskundestudenten: spreken studenten elkaar aan op wangedrag?
Duijzer EJ, Butter R

KNMG Studentenplatform


Probleemstelling

Van artsen wordt steeds meer verlangd dat zij elkaar aanspreken op gedrag en functioneren. Binnen de geneeskundeopleiding is er daarom al jaren veel aandacht voor professionaliteit en het geven en ontvangen van feedback. De vraag van dit onderzoek is in hoeverre geneeskundestudenten elkaar tijdens hun studie en hun coschappen aanspreken op elkaars gedrag.

Methode

In november 2013 werden 14.570 studentleden van de KNMG per e-mail uitgenodigd om een digitale enquête in te vullen. De enquête bestond in totaal uit 81 vragen, waarvan 20 vragen over aanspreekgedrag. Er werden twee situaties voorgelegd waarin de ondervraagde geconfronteerd wordt met wangedrag van verschillende ernst door een medestudent. De situaties waren toegespitst op studenten tijdens de preklinische en klinische fase. De vragen waren per situatie retrospectief of prospectief, afhankelijk van de ervaring van de student met de voorgelegde situatie. Alle gegevens werden na sluiting van de enquête geanalyseerd met SPSS.



Resultaten

Het aantal respondenten was 2660 studenten waarvan 1244 coassistenten (respons: 18,8%). Het aantal respondenten die de voorgelegde situatie heeft meegemaakt varieert per situatie tussen 88 (6,2%) en 372 (29,9%). Van de ondervraagden die geen ervaring hebben met de situaties zegt 79,5% (n=1022) tot 82,9% (n=723) de medestudent aan te zouden spreken op het gedrag. Van diegenen die de situatie wel hebben meegemaakt zegt 29,5% (n=26) tot 57,6% (n=170) hun medestudent daadwerkelijk te hebben aangesproken. Van alle respondenten zegt 21,2% (n=567) dat hij wel eens een situatie heeft meegemaakt waarin hij zijn medestudent eigenlijk had moeten aanspreken maar dit niet heeft gedaan. Dit percentage is 26,8% (n=164) onder zesdejaars studenten. Meestgenoemde redenen zijn de goede relatie met de medestudent niet te willen verstoren (21,8%-34,7%) en niet de verantwoordelijkheid te voelen (14,8%-32,4%).

Conclusie

De ondervraagde geneeskundestudenten overschatten zichzelf in de mate waarin zij medestudenten aanspreken op (wan)gedrag. Naarmate studenten verder zijn in hun studie komt het vaker voor dat studenten een medestudent niet aanspreekt terwijl zij vinden dat zij dat eigenlijk wel hadden moeten doen. De reden is vaak dat studenten de relatie met hun medestudent niet willen verstoren en dat studenten niet de verantwoordelijkheid voelen voor het gedrag van hun medestudenten. Studenten zouden bewuster moeten worden gemaakt dat zij ook verantwoordelijk zijn voor elkaars functioneren en er zou een sfeer gecreëerd moeten worden waarin studenten zich veilig voelen om elkaar feedback te geven.


Trefwoorden: Learning outcomes: Professionalism / attitude / ethics, Learning outcomes: Patient safety / errors, Assessment: Feedback

Wijze van presentatie: Paper


Correspondentieadres:

E.J. Duijzer

KNMG Studentenplatform

Vrydemalaan 40

9713WS GRONINGEN

E-mail: eduijzer@gmail.com


E2.3 / Zaal 525
Curriculumontwikkeling: een co-creatie. Het ontwikkelen van Medische Professionaliteit vanuit meerdere perspectieven bekeken
Spierenburg EJ, Stegers-Jager K, Rijt JWH van der

Erasmus MC


Achtergrond

Binnen een opleiding als Geneeskunde zijn veel mensen betrokken om het onderwijsprogramma mogelijk te maken. Een opleidingsdirecteur, coördinatoren Bachelor en Master, stafmedewerkers, artsen, andere zorgverleners, (simulatie)patiënten, wetenschappers, ondersteunend personeel, bewakers, schoonmakers en de studenten ervaren de opleiding ieder vanuit hun eigen perspectief. Vanuit dit perspectief hebben zij visie op wat goed gaat en waar versterking gewenst is. Door deze visies te bundelen is curriculumontwikkeling van iedereen.Deze presentatie laat zien hoe vanuit het gedachtengoed van Appreciative Inquiry (Ai) een onderwijsinstelling de ideeën die leven onder haar mensen op een vanzelfsprekende manier kan samenbrengen, om energiek en vanuit een wij-doen-dit-met-elkaar-gevoel te bouwen aan het curriculum. Deze aanpak wordt in praktijk gebracht aan de hand van het opleidingsthema ‘Het ontwikkelen van Medische Professionaliteit’. Meer specifiek geeft deze presentatie concrete handvatten voor het ontwikkelen van een waarderend vraagprotocol als methode om iedereen te laten nadenken over een opleidingsthema.

Opzet

Ai is een zienswijze die vanuit waardering kijkt naar wat er is. In dit kijken naar de wereld worden alle mogelijke perspectieven meegenomen. Door iedereen een stem te geven en hen te laten vertellen wat hen beweegt, kunnen in de verhalen overeenkomsten en verschillen waarderend worden onderzocht. Een gezamenlijk gedeeld beeld van de werkelijkheid ontstaat, ge-co-creëert door alle betrokkenen. Het vraagprotocol voor de waarderende interviews is uitgewerkt volgens de vier elementen in een Ai-proces: vertellen, verbeelden, vernieuwen en verwezenlijken.



Resultaten

De vragen, geconstrueerd volgens de Ai-methodiek, brachten het gesprek stapsgewijs tot essentie. Betrokkenen vertelden dat de vragen hielpen hun gedachten over wat zij echt belangrijk vonden, scherp onder woorden te krijgen. Ze gaven aan het einde van het gesprek aan het gevoel te hebben mee te mogen bouwen aan het curriculum en spraken hun waardering daarvoor uit. De diversiteit aan perspectieven leverden verassende, nieuwe, aanvullende gezichtspunten op.Uit de analyse van de gespreksverslagen komt een overduidelijk gemeenschappelijk gedragen definitie voor Medische Professionaliteit van een arts naar voren, evenals de waarden die hieraan ten grondslag liggen, de concrete gedragingen die hierbij passen, en er worden concrete voorstellen gedaan voor de inrichting van onderwijs en toetsing om deze Professionele Ontwikkeling in de opleiding mogelijk te maken.

Implicaties voor de praktijk

Door betrokkenen op een waarderende manier, namelijk volgens de methodiek van Ai, uit te nodigen hun ervaringen te vertellen, ze te laten nadenken over opleidingsthema’s en hun visie daarop te delen, wordt op het moment van nieuwsgierig vragen stellen een actieve start gemaakt met onderwijsvernieuwing vanuit visie en zin om daaraan bij te dragen.

Literatuurverwijzing

Masselink, R. et al. Waarderend Organiseren. Appreciative Inquiry: co-creatie van duurzame verandering. 2008. Nieuwekerk aan de IJssel.


Trefwoorden: Curriculum: All, Education Management: Change

Wijze van presentatie: Paper


Correspondentieadres:

E.J. Spierenburg

Erasmus MC

Desiderius School

Wytemaweg 80

3015 CN ROTTERDAM

E-mail: e.spierenburg@erasmusmc.nl

E2.4 / Zaal 525
Bevorderende en belemmerende factoren voor Interprofessioneel Opleiden van medische en verpleegkundige studenten
Visser CLF, Croiset G, Kusurkar RA

VU medisch centrum


Achtergrond

Studies naar de effectiviteit van Interprofessioneel opleiden (IPE) in verpleegkunde en geneeskunde opleidingen hebben een toegenomen bereidheid tot samenwerken, grotere rolduidelijkheid en minder stereotype beelden van andere beroepen aangetoond. Het is echter niet bekend wat de rationale is achter de toename in ‘bereidheid om samen te werken’. De hypothese is dat IPE in beide groepen studenten een positief effect heeft op de perceptie van de andere groep studenten. Dit zou een gunstig effect kunnen hebben op de attitude ten opzichte van elkaar en op de bereidheid om samen te werken. Literatuuronderzoek is verricht om deze hypothese te onderzoeken.

Methode

Literatuuronderzoek is verricht met de zoektermen ‘interprofessional’ - ‘students medicine, nursing’ - ‘motivation, attitude, perception’ in de zoekmachines Pubmed, PsycInfo, CINAHL en ERIC. Inclusiecriteria waren: empirisch onderzoek, met minimaal 1 van de studentengroepen. Studies gericht op validatie van meetinstrumenten, e-learning met betrekking tot IPE, de GGZ of opleidingen die in Nederland niet tot de verpleegkunde behoren, alsmede reviews werden geëxcludeerd. Voor de data analyse werd een meta-etnografische benadering gebruikt.



Resultaten

Toepassing van de inclusie-en exclusiecriteria leidde tot selectie van 68 artikelen uit 1753. De artikelen kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: bereidheid (Readiness), belemmerende factoren en bevorderende factoren voor IPE. Binnen deze drie categorieën wordt een onderverdeling gemaakt op het niveau van de individuele student, het curriculum en de organisatie.

De bereidheid voor IPE op het niveau van het individu is groter in vrouwelijke studenten, onafhankelijk van eerdere leer- of werkervaring in de gezondheidszorg en vertoont samenhang met leerstijl. Op curriculumniveau fluctueert de bereidheid gedurende de opleiding.

Voorbeelden van belemmerende factoren zijn op individueel niveau zich geïntimideerd voelen door de andere groep (verpleegkundigen door dokters), op curriculumniveau voor medisch studenten het gebrek aan formele toetsing en op organisatieniveau het buitensluiten van medische studenten door verpleegkundigen.

Voorbeelden van bevorderende factoren op individueel niveau zijn affectieve crisissituaties en urgente situaties, zoals een verslechterende toestand van de patiënt. Op curriculumniveau werken leeractiviteiten in kleine groepen in authentieke situaties bevorderend voor IPE, evenals de voorkeur om te leren van andere studenten, liever dan van (oudere) professionals.

Conclusie en discussie

IPE kan de bereidheid om samen te werken doen toenemen. Uit deze literatuurstudie komen de bereidheid en een aantal bevorderende en belemmerende factoren voor IPE naar voren, zoals toetsing op curriculumniveau, intimidatie en het buitensluiten van de andere groep op organisatieniveau. Authentieke situaties en in het bijzonder crisissituaties doen de individuele bereidheid om samen te werken toenemen.
Trefwoorden: Curriculum: Inter-professional, Medical education: Undergraduate education, Research in medical education: All

Wijze van presentatie: Paper


Correspondentieadres:

C.L.F. Visser

VU medisch centrum

Instituut voor Onderwijs en Opleiden School of Medical Sciences

Postbus 7075

1007 MB AMSTERDAM

E-mail: clf.visser@vumc.nl

E3 / Abdijzaal

Continu blijven moderniseren


Loon KA van1, Borleffs JCC2, Rooyen C den1

1KNMG, 2UMC Groningen

Het MMV deelproject CanBetter is nu 3 jaar onderweg. Naar het einde van het project toe zullen op dit symposium de resultaten tot dusver worden gedeeld. Na 2015 is er voor het moderniseren van de vervolgopleiding geen apart project meer, maar dat wil niet zeggen dat het moderniseren voltooid is. Het vernieuwen van de opleiding is evenals een interne verbetercyclus een continu proces waarbij de opleiding getoetst moet blijven worden aan de huidige maatschappelijke eisen.

Tijdens dit symposium zal gedeeld worden hoe het CanBetter project afgelopen jaren maatschappelijke thema’s heeft omarmd om de opleidingen aan te laten sluiten bij continue veranderingen in de zorg en de maatschappij. Samen met de aanwezigen zal gekeken worden hoe opleidingen ook in de toekomst de aansluiting bij de maatschappij kunnen waarborgen. De resultaten uit de huidige vier CanBetter thema’s zullen hier als voorbeeld dienen om te laten zien hoe de thema’s in de opleidingspraktijk kunnen worden ingezet.

Eveneens zal naast de bestaande thema’s een nieuw onderwerp worden geïntroduceerd. Door voortschrijdend inzicht blijkt ‘patiënt participatie’ een steeds belangrijkere rol te gaan spelen binnen de gezondheidszorg. Om specialisten hier tijdig op voor te bereiden is het van groot belang dat er in de opleiding voldoende aandacht wordt besteedt aan het betrekken van de patiënten in de besluitvorming rondom behandeling. Leren werken in een praktijk met een goede (transmurale) samenwerking tussen specialisten is hierbij absoluut noodzakelijk.

Opzet

Context toelichten: wat heeft CanBetter de afgelopen jaren bereikt?



Toelichting resultaten vier thema’s: Patiëntveiligheid, Doelmatigheid, Medisch Leiderschap, Ouderenzorg.

Introductie nieuw onderwerp: Patiënt participatie

Afronding met een blik op de toekomst.

Voor wie?

De doelgroep bestaat uit opleiders basiscurriculum, vervolgopleidingen en opleidingsinstituten, AIOS, verantwoordelijken voor ontwikkeling en onderwijs in studie geneeskunde.

In oktober kunt u meer informatie over dit symposium vinden op de website www.knmg.nl/modernisering/canbetter

Trefwoorden: Medical education: Postgraduate education, Education Management: Change, Curriculum: Outcome/competency-based

Wijze van presentatie: Symposium


Correspondentieadres:

K.A. van Loon

KNMG, project MMV

Postbus 20051

3502 LB Utrecht

E-mail: k.van.loon@fed.knmg.nl



E4 / Zaal 530
Gedeelde besluitvorming in de spreekkamer: toetsing van 3e jaars geneeskunde studenten op gespreksvaardigheden van shared decision making
Ong LML

Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam


Uit onderzoek blijkt dat 70% van de patiënten actief betrokken wil zijn bij de medische zorg, inclusief het nemen van belangrijke medische beslissingen (Silverman, Kurtz & Draper, Skills for Communicating with Patients, 2005). Voor artsen is het belangrijk om vaardigheden van shared decision making (SDM) te beheersen. Onderzoek toont aan dat SDM een positief effect heeft op de tevredenheid en kwaliteit van leven van patiënten en ook op de arts-patiënt relatie (Elwyn et al. Br J Gen Pract 2000).

Van de verschillende gesprekstypen die studenten leren, waaronder anamnese en slecht-nieuws gesprekken, wordt met name het SDM gesprek gekenmerkt door een complex communicatief proces. De arts moet een goede balans zien te vinden tussen enerzijds: het geven van informatie over behandelopties en anderzijds: het exploreren van preferenties van de patiënt en daarbij het gesprek gestructureerd laten verlopen. Voor studenten is het vaak lastig om een neutrale positie in te nemen ten aanzien van de behandelopties - vanwege de persoonlijke voorkeur - en daarbij de patiënt een belangrijk aandeel te geven in het gesprek. Het is voor studenten een uitdaging om tot een weloverwogen beslissing over de behandeling te komen, waarbij alle relevante informatie en preferenties van de patiënt aan bod zijn geweest.

In het Bachelor opleiding van het Academisch Medisch Centrum worden 3e jaars geneeskude studenten getraind in SDM vaardigheden. Het gaat hierbij om gesprekken waarbij de behandelopties gelijkwaardig zijn: vanuit medisch perspectief is er geen voorkeur. Tevens worden zij hierop beoordeeld aan de hand van video-opnames van gesprekken met simulatie patiënten. Zelf-evaluatie en peer-feedback met behulp van digitale video-opnamen en een digitaal portfolio zijn daarbij belangrijke didactische elementen die worden toegepast. Studenten plaatsen de video-opname in hun portfolio. De student markeert en annoteert een aantal kritische momenten in de video. Vervolgens noteren mede-studenten schriftelijke peer-feedback bij elke annotatie.

Docenten beoordelen de gesprekken met een gestructureerd beoordelingsformulier, waarbij iedere categorie wordt beoordeeld op: onder verwacht, op verwacht of boven verwacht niveau.

Doel

De deelnemers maken kennis met:



1. de vaardigheden die van belang zijn voor het voeren van een effectief SDM consult

2. het toepassen van schriftelijke zelf-evaluatie en peer-feedback in het onderwijs

3. de toetsingsmethode die wij hanteren voor het trainen en beoordelen van SDM consulten van geneeskunde studenten.

Doelgroep

Iedereen die interesse heeft in medische communicatie, shared decsion making, training en toetsing van gespreksvaardigheden.

Opzet workshop

20 minuten: introductie in de theorie and toetsing van SDM; 40 minuten: beoordelen van SDM vaardigheden aan de hand van video-opnamen; 30 minuten: discussie van de bevindingen.

Maximum aantal deelnemers: 25


Trefwoorden: Assessment: OSCE/ OSPE/ OSTE, Learning outcomes: Communication skills, Teaching & learning: Simulation

Wijze van presentatie: Workshop


Correspondentieadres:

L.M.L. Ong

Academisch Medisch Centrum

Medische Psychologie

Meibergdreef 15

1105 AZ AMSTERDAM

E-mail: l.m.ong@amc.uva.nl
E5 / Zaal 531
Ethische toetsing van onderwijs onderzoek
NVMO-ERB

Eikelboom JI, Dankerlui EV1, Delden JJM van1, Grave W de2, Hulsman RL3, Kwee K1, Raat AN4, Wieringa-de Waard M5, Wouters RHP1



1UMC Utrecht, 2Universiteit Maastricht, 3VU medisch centrum, 4UMC Groningen, 5Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam
Thema

Internationaal is er toenemend aandacht voor ethische toetsing van medisch onderwijskundig wetenschappelijk onderzoek. In geen enkel land bestaan specifieke regels voor dergelijke toetsing. De medisch ethische toetsingscommissies in Nederland (METC’s) geven in de regel aan dat dit type onderzoek buiten hun terrein valt. Zowel in Nederland als internationaal is er daardoor een behoefte ontstaan aan een eigen toetsingskader.

De NVMO heeft in 2009 een commissie in het leven geroepen om een nationale ethische toetsingsprocedure met bijbehorend protocol te ontwerpen. Er is een framework ontwikkeld speciaal voor dit type onderzoek. Sinds medio mei 2010 wordt dit toetsingsinstrument als service van de NVMO aangeboden. De commissie (NVMO-ERB) verricht nu al een aantal jaren ethische toetsing voor onderwijsonderzoeksvoorstellen. In deze workshop zal nader ingegaan worden op de dilemma’s rondom ethische toetsing van onderwijsonderzoek van de afgelopen jaren.

Doel


Het doel van deze workshop is om deelnemers:

  1. Inzicht te geven in ethische toetsingscriteria

  2. inzicht te geven in diverse ethische dilemma’s bij onderwijsonderzoek

  3. kennis te laten maken met de onderwerpen van discussie binnen de NVMO-ERB van de afgelopen jaren en handvatten te bieden deze kennis toe te passen bij nieuwe aanvragen voor ethische toetsing

Doelgroep

Onderzoekers op het gebied van medisch- of gezondheidszorgonderwijs of –opleiding en alle supervisoren van onderwijsonderzoek.

Opzet workshop


  1. Inleiding over het ethische toetsingsprotocol en over de ervaringen met dit instrument.

  2. Uitwisseling van ervaringen van deelnemers die van de NVMO service gebruik gemaakt hebben.

  3. Casuïstiekbespreking over ethische aspecten die een rol spelen bij de toetsing van onderwijsonderzoek. Er zullen 3 casussen voorbereid worden (non-disclosure, misleiding en het vragen van informed consent in een groep ipv individueel). De casussen worden in groepjes aan de deelnemers voorgelegd waarna de deelnemers verschillende ethische aspecten uit de casus moeten benoemen en uitwerken. Deze punten zullen dan plenair verder behandeld worden waarin mn bovengenoemde ethische aspecten verduidelijkt zullen worden.

Na deelname aan de workshop zullen de deelnemers beter in staat zijn ethische aspecten binnen hun onderzoek te herkennen en te verwerken met meer kans op soepele en succesvolle ethische toetsing door de NVMO-ERB.

Maximum aantal deelnemers: 30


Referentie

Eikelboom, J. I., ten Cate, O. T. J., Jaarsma, D., Raat, J. A. N., Schuwirth, L. and van Delden, J. J. M. (2012), A framework for the ethics review of education research. Medical Education, 46: 731–733. doi: 10.1111/j.1365-2923.2012.04293.x


Trefwoorden: Research in medical education: Ethics, * RESEARCH

Wijze van presentatie: Workshop


Correspondentieadres:

J.I. Eikelboom, E.V Dankerlui

Iependreef 10

4851BV ULVENHOUT

E-mail: dankeik@telfort.nl

E6.1 / Zaal 532
Een blended leeromgeving gebaseerd op het 4C/ID model: een evaluatie per element in de leeromgeving
Peters S, Vandewaetere M, Manhaeve D, Aertgeerts B, Clarebout G, Roex A

KU Leuven


In medisch onderwijs wordt de nadruk gelegd op het aanleren van kennis, vaardigheden en attitudes op een geïntegreerde manier eerder dan op een geisoleerde en gefragmenteerde manier (Janssen-Noordman et al., 2006). Het 4C/ID model van Van Merriënboer et al. (2002) is geschikt voor het stimuleren van complex leren op een geïntegreerde manier. Dit model, dat vier componenten centraal stelt (taken, ondersteunende informatie, procedurele informatie en deeltaakoefeningen), vormt de basis van de blended leeromgeving die gecreëerd werd voor studenten prespecialisatie huisartsgeneeskunde aan de KULeuven. Om een dergelijke onderwijskundige innovatie succesvol te implementeren is het echter nodig dat studenten positief staan tegenover deze leeromgeving en de onderliggende elementen omdat dit het gebruik ervan zal bepalen. De vraag stelt zich hoe de studenten de functionaliteit van de verschillende elementen van de leeromgeving percipiëren en hoe deze bijdragen tot de algemene tevredenheid over de leeromgeving in haar geheel.

Via een online vragenlijst werd enerzijds de gepercipieerde functionaliteit van elk element in de leeromgeving (uitgewerkte voorbeelden, ondersteunende informatie, levensechte taken, procedurele of ‘just in time’ informatie, feedback, fora en bibliotheek) bevraagd. Anderzijds werd gepeild naar de algemene tevredenheid over de leeromgeving in haar geheel.

De vragenlijst werd ingevuld door 110 van de 117 studenten. De resultaten gaven aan dat de elementen van de leeromgeving voornamelijk als positief beoordeeld werden. Echter, het gebruik van de discussiefora werd door studenten eerder als negatief ervaren. Ook werd de toegankelijkheid van de online bibliotheek als minder positief gepercipieerd. Daarnaast rapporteerden de studenten dat vooral de leertaken een grote bijdrage leverden aan de algemene tevredenheid over de leeromgeving. De discussiefora, de bibliotheek en de ondersteunende informatie droegen eerder negatief maar niet significant bij aan de algemene tevredenheid.

Dit onderzoek toont aan dat de functionaliteit van de elementen in de leeromgeving verschillend gepercipieerd worden en op een verschillende manier bijdragen aan de algemene tevredenheid. De meerwaarde van deze studie is dat de focus ligt op het niveau van individuele onderdelen van de leeromgeving. Indien de leeromgeving enkel in haar geheel geëvalueerd wordt, is het mogelijk dat bepaalde zaken uit het oog worden verloren. Dit onderzoek benadrukt het belang van evaluatie per onderdeel van de leeromgeving. Toekomstig onderzoek kan nagaan hoe de leeromgeving verder geoptimaliseerd kan worden door elk element van de leeromgeving afzonderlijk te bestuderen en te verbeteren.

Referenties

Janssen-Noordman, A.M.B., Van Merriënboer, J.J.G., Van der Vleuten, C.P.M., & Scherpbier, A.J.J.A. (2006).Design of integrated practice for learning professional competences. Medical Teacher, 28(5), 447-452.

Van Merriënboer, J.J.G., Clark, R.E., & de Croock, M.B.M. (2002). Blueprints for complex learning: The 4C/ID-model. Educational Technology, Research and Development, 50(2), 39-64.
Trefwoorden: Teaching & learning: Blended learning, Curriculum: Education environment, Education Management: Change

Wijze van presentatie: Paper


Correspondentieadres:

S. Peters

KU Leuven

Academisch Centrum Huisartsgeneeskunde

Kapucijnenvoer 33 blok J bus 7001

3000 LEUVEN, België

E-mail: sanne.peters@kuleuven.be

E6.2 / Zaal 532
Kwaliteitszorg in de coschappen: implementatie van de Plan-Do-Check-Act-Cyclus
Ridder JMM van de, Bischoff A, Swarte-Houbolt N, Klaren A, Oostenbroek RJ

Albert Schweitzer ziekenhuis


Introductie

Coassistenten zijn de collega’s van de toekomst, daarom is het belangrijk om in hun opleiding te investeren. Om de kwaliteit van de coschappen te monitoren is een goede Plan-Do-Check-Act (PDCA)-cyclus onontbeerlijk.

Uit een kwalitatief onderzoek in het Albert Schweitzer ziekenhuis bleek dat het leerklimaat soms te wensen over liet, en dat is de aanleiding geweest om de coschappen gericht te evalueren. In 2012 vond de eerste opleidingsmiddag plaats waarbij coschapopleiders de uitkomsten uit de leerklimaatvragenlijst onderling bespraken en best practices uitwisselden. Daarnaast vonden er -op onregelmatige basis- gesprekken plaats tussen de affiliatiecoördinator en de coschapopleider over de opleidingskwaliteit. Echter de systematische terugkoppeling van deze uitkomsten naar de Medisch Specialisten OpleidingsCommissie (MSOC), de eindverantwoordelijke voor de kwaliteitszorg voor opleidingen, schoot er vaak bij in. Vanuit de MSOC kwam de vraag om een een uitvoerbare PDCA-cyclus te ontwikkelen waarmee de onderwijskwaliteit in de coschappen gemonitord kan worden. Uit welke kwaliteitsindicatoren bestaat deze PDCA-cyclus en hoe verloopt de implementatie?

Opzet


De PDCA-cyclus is gebaseerd op kwaliteitsindicatoren uit de medische vervolgopleidingen. Deze zijn gegroepeerd rondom de thema’s leerklimaat, opleiderskwaliteiten vakgroepsleden, de regierol van de coschapopleider, de evaluatiesystematiek en onderwijskundig onderzoek. Informatie over de opleidingskwaliteit wordt verkregen uit: a) de jaarlijkse evaluatie van het van het leerklimaat van de coschappen, b) evaluatiegegevens en visitatierapporten over het coschap vanuit het ErasmusMC, c) jaargesprekken van affiliatiecoördinator met coschapopleider,d) cijfers over deelname vakgroep aan docentprofessionaliseringsactiviteiten, en soms uit e) onderwijskundig onderzoek.

Op basis van deze informatie formuleert de opleider doelstellingen die gespresenteerd en bediscussieerd worden op de jaarlijkse opleidersdag, worden opgenomen in een jaarplan en worden geëvalueerd in het jaarverslag. De affiliatiecoördinator bespreekt de voortgang vierjaarlijks met de MSOC.

Interne Geneeskunde, Heelkunde, Gynaecologie, Neurologie, Kindergeneeskunde, Dermatologie, KNO en Oogheelkunde participeren in dePDCA-cyclus.

Resultaten

Het bespreken van best-practices en verbeterpunten op de opleidersdag leidt tot geanimeerde discussies. Coschapopleiders geven aan veel van elkaar te leren. Het is stimulerend om van elkaar te horen welke resultaten zijn bereikt. Doordat de terugkoppeling van de uitkomsten naar de MSOC gebeurt kunnen de affiliiatiecoördinator en de MSOC elkaar versterken, de doorlopende lijn tussen de basisiopleidingen en de vervolgopleiding is daarmee versterkt.

Discussie

De implementatie van de PDCA-cyclus voor de coschappen heeft weinig consequenties voor de vakgroepen die al een Medische Vervolgopleiding hebben. In deze vakgroepen vindt de rapportering door middel van een jaarplan en jaarverslag al plaats, en de PDCA-cyclus is daar verder uitgekristalliseerd. De vakgroepen zonder opleiding moeten met name wennen aan het schrijven van een jaarplan en jaarverslag, omdat zij niet gewend zijn om wat betreft opleiding in deze structuren te denken.
Trefwoorden: Curriculum: Evaluation of curriculum, Education management: Quality Assurance, Medical education: Undergraduate education

Wijze van presentatie: Paper


Correspondentieadres:

J.M.M. van de Ridder

Albert Schweitzer ziekenhuis

Leerhuis


Postbus 444

3300 AK DORDRECHT

E-mail: m.van.de.ridder@asz.nl

1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24

  • E2.3 / Zaal 525
  • E2.4 / Zaal 525
  • E3 / Abdijzaal
  • E4 / Zaal 530
  • E5 / Zaal 531
  • E6.1 / Zaal 532
  • E6.2 / Zaal 532

  • Dovnload 1.15 Mb.