Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opening congres door dr. Hanke Dekker, hoofdorganisator nvmo congres 2014 10. 10-10. 40 en prof dr. Janke Cohen-Schotanus, voorzitter nvmo 10. 40-10. 45 Welkomstwoord

Dovnload 1.15 Mb.

Opening congres door dr. Hanke Dekker, hoofdorganisator nvmo congres 2014 10. 10-10. 40 en prof dr. Janke Cohen-Schotanus, voorzitter nvmo 10. 40-10. 45 Welkomstwoord



Pagina22/24
Datum04.04.2017
Grootte1.15 Mb.

Dovnload 1.15 Mb.
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24

E6.3 / Zaal 532
Wetenschappelijke vorming: studentpercepties van eerstejaars geneeskunde voor en na een curriculumherziening
Vereijken MWC1, Rijst RM van der2, Dekker FW1

1LUMC, 2ICLON, Universiteit Leiden
Probleemstelling

In het Leids Universitair Medisch Centrum is het curriculum geneeskunde herzien. Een uitgangspunt bij herziening was een sterkere integratie van wetenschappelijke vorming. Dit komt tot uiting in een didactische lijn AWV met voor alle eerstejaars een leeronderzoek. Of studenten in het herziene curriculum daadwerkelijk een sterkere onderzoeksintegratie ervaren is niet duidelijk. De onderzoeksvraag luidt: Welke verschillen in studentperceptie met betrekking tot onderzoeksintegratie zijn er voor en na een curriculumherziening?

Methode

Deze evaluatiestudie heeft betrekking op twee cohorten eerstejaars. Cohort 2011/2012 startte in het eerste jaar van de bachelor vóór herziening en cohort 2012/2013 in het eerste jaar na herziening. Naast het leeronderzoek in het eerste jaar bevatten alle blokken in het eerste jaar academisch en wetenschappelijk vormende leerdoelen.

Studentpercepties zijn gemeten met een gevalideerde vragenlijst1 met de schalen; kritische reflectie op onderzoek; participatie in onderzoek; eigen onderzoek docent en motivatie voor onderzoek. De vragenlijst is aangevuld met items die opvattingen over de waarde van onderzoek voor de latere beroepspraktijk meten. Bijvoorbeeld: ‘Wetenschappelijke vaardigheden zijn belangrijk voor het artsenberoep.’ Studenten beantwoordden de items op een 5-punts Likertschaal van -- tot ++.

Vragenlijsten zijn afgenomen aan het einde van het academisch jaar 2011/2012 en 2012/2013. Verschillen in schaalgemiddelden zijn getoetst.

Resultaten

In cohort 2011/2012 werd de vragenlijst ingevuld door 261 studenten (responsrate 79,1%). In cohort 2012/2013 waren dat er 245 (responsrate 74,2%). Tussen de cohorten 2011/2012 en 2012/2013 is geen verschil in gemiddelde leeftijd en resp. 71,6% en 62,7% is vrouw. Tabel 1 geeft de scores op de studentperceptie vragenlijst weer.

Discussie

In beide curricula percipiëren studenten integratie van onderzoek in het onderwijs. Ten eerste laten de resultaten zien dat studenten in het herziene curriculum een sterkere onderzoeksintegratie percipiëren. Studentpercepties zijn betrouwbaar gemeten met de vragenlijst in het medische domein. Motivatie voor onderzoek is hoger in het cohort 2012/2013 en kan verklaard worden door uitgangspunten van de curriculumherziening. Een vraag is of studentpercepties een goede weergave zijn van het curriculum.

Ten tweede zien we dat in beide cohorten de opvatting heerst dat wetenschappelijke vorming belangrijk is voor de latere beroepspraktijk. Deze bevinding is waardevol voor onderwijsontwikkeling in wetenschappelijk vorming, omdat opvattingen moeilijk te veranderen zijn en overeenstemming tussen opvattingen en leerinhoud een belangrijke rol speelt in het beklijven van kennis2. Verder onderzoek zou zich kunnen richten op leeruitkomsten, studiegedrag en opvattingen van docenten.

Literatuur



1 Van der Rijst RM, Visser-Wijnveen GJ, Verstelle T, Van Driel JH. Studentbeleving van de onderzoeksintensiviteit van universitaire onderwijsomgevingen. Ped Stud 2009, 86(3): 214-229.

2 Bolhuis S. Leren en veranderen. Bussum: Coutinho; 2009. Hoofdstuk 3.1, p. 136-152.

Tabel 1. Studentpercepties van onderzoeksintegratie in het eerste jaar


https://www.eventure-online.com/parthen-uploads/39/post4/img1_248687.png


Trefwoorden: Curriculum: Evaluation of curriculum, Medical education: Undergraduate education, Learning outcomes: Research

Wijze van presentatie: Paper


Correspondentieadres:

M.W.C. Vereijken

LUMC

Wassenaarseweg 62a



2300AX LEIDEN

E-mail: m.w.c.vereijken@lumc.nl



E6.4 / Zaal 532
Competenties beoordelen mbv een digitaal portfolio: een kwantitatieve verkenning
Thoonen BPA1, Tromp F1, Smeenk R2, Sagasser MH1, Kramer AWM1

1Radboud UMC, 2Parantion
Probleemstelling/achtergrond

Belangrijke hoekstenen van de opleiding tot medisch specialist zijn zelfsturend praktijkleren en competentiegerichte beoordeling. Dit gebeurt ook in de huisartsopleiding waar de aios op basis van in een portfolio verzamelde observaties iedere 3 maanden een geaggregeerde beoordeling over de 7 CanMeds competenties krijgt. De beoordelaar in de praktijk is de huisartsopleider. Het praktijkleren wordt geflankeerd door instituutsonderwijs waar een tweetal docenten de aios beoordelen. Daartoe is een instrument ontwikkeld, de Competentie Beoordelings Lijst (ComBel). Uit eerder onderzoek (1) bleek dat vooral over de competenties ‘wetenschap en onderwijs’ en ‘maatschappelijk handelen’ in eerste instantie geen oordeel kon worden gegeven. In september 2013 is de huisartsopleiding gestart met een digitaal portfolio, waardoor het mogelijk makkelijker wordt om vanuit verschillende bronnen inzicht te krijgen in de competentieontwikkeling van de aios. Dat leidt tot de vraagstelling hoe huisartsopleiders en docenten de aios na 3 en 6 maanden opleiding beoordelen middels een digitale ComBel.

Methode/opzet

In september 2013 zijn 53 aios aan de huisartsopleiding Nijmegen gestart met een digitaal portfolio. Uit de portfolios zijn geanonimiseerd de ComBel beoordelingen geëxtraheerd na 3 en 6 maanden opleiding. Een kwantitatieve beschrijving van de ComBel beoordelingen en het verloop van de scores in de tijd geven inzicht in hoe aios beoordeeld worden met de digitale ComBel. Deze bevindingen worden vergeleken met een eerdere vergelijkbare studie op basis van een papieren portfolio en ComBel. (1)

Resultaten

53 aios kregen in totaal 198 Combel-beoordelingen van docenten (101) en huisartsopleiders (97). Na 6 maanden bleken de meeste competentiegebieden door de huisartsopleiders beoordeeld te kunnen worden. Dit wijkt af van de bevindingen uit eerder onderzoek, waarbij de competenties ‘wetenschap en onderwijs’ en ‘maatschappelijk handelen’ in ongeveer 1 op de 10 gevallen nog niet beoordeelbaar waren na 6 maanden. (1) Docenten bleken nog relatief vaak ‘Medisch handelen’ en ‘Maatschappelijk handelen’ met een vraagteken te beoordelen.

Discussie

Het faciliteren van competentiegerichte beoordeling middels een digitaal portfolio lijkt te resulteren in ander beoordelingsgedrag van huisartsopleiders en docenten. Sommige verschillen tussen docenten en huisartsopleiders zijn mogelijk te herleiden naar de context waarin de aios geobserveerd werd. Of de gevonden verschillen echt te herleiden zijn tot de introductie van het digitaal portfolio valt op basis van het gekozen design niet met zekerheid te zeggen. Het lijkt er in ieder geval wel op dat aios sneller een oordeel en daarmee feedback over hun competentieontwikkeling krijgen. Dit kan het zelfsturend leren in de opleidingspraktijk positief beïnvloeden.

Referentie

1. Tromp F, Vernooij-Dassen M, Grol R, et al. Assessment of CanMEDS roles in postgraduate training: the validation of the Compass. Patient Educ Couns 2012;89(1) 199-204


Trefwoorden: Assessment: Portfolio assessment, Curriculum: Outcome/competency-based, Teaching & learning: Portfolios

Wijze van presentatie: Paper


Correspondentieadres:

B.P.A. Thoonen

Radboud UMC

Eerstelijns geneeskune

Postbus 9101

6500HB NIJMEGEN

E-mail: bart.thoonen@radboudumc.nl

E7 / Zaal 533
Interactie en afstemming tussen docenten leidt tot betere integratie van kennisdomeinen en competenties bij studenten

Michels NRM, Rossum HJM van

Universiteit Antwerpen
Doel

Studenten geneeskunde moeten aan het eind van hun studie medische problemen van patiënten kunnen analyseren. Daarbij dienen ze rekening te kunnen houden met de biologische parameters, maar ook met de psycho-sociale context en ethische aspecten. De hiervoor noodzakelijke competenties vereisen een cognitieve sturing op de drie hoogste niveaus van Bloom: die van evaluatie, analyse en creativiteit. Tijdens de studie dienen de studenten via oefeningen met feedback en gerichte studie de benodigde competenties en cognities te ontwikkelen. Een goed curriculum voorziet in zorgvuldig gekozen en ontworpen medische problemen, heldere opdrachten voor de studenten, een goed geregisseerde interactie tussen studenten en docenten met finaal een duidelijk beoordelingsmoment waaraan een snelle, inhoudelijke feedback is gekoppeld.

Sinds 2012-2013 worden studenten aan de Universiteit Antwerpen hier extra in getraind door middel van een expliciet hiervoor bedoeld integratieprogramma doorheen de bachelor- en masteropleiding van gemiddeld twee weken per studiejaar. In dit programma analyseren studenten medische problemen zowel in groepen (n=10) als individueel; de uiteindelijke resultaten worden gepresenteerd in posters, korte video-filmpjes en presentaties; tutoren geven tussentijds feedback en beoordelen de eindresultaten. In een discipline-georiënteerd curriculum vraagt dat een samenwerking en interactie op verschillende niveaus: de docenten uit de verschillende disciplines moeten vooraf gezamenlijk het oefen- en examenmateriaal vervaardigen, maar ook tijdens het programma is er een voortdurende interactie tussen docenten en studenten en tussen de studenten onderling.

In deze workshop werken de deelnemers interactief rond patiëntenproblemen waarin meerdere kennisdomeinen en competenties moeten worden geïntegreerd. De focus ligt op het construeren van een examenprobleem, waarbij het helder en haalbaar definiëren van een beoordeelbaar studentenresultaat centraal staat.

Doelgroep

Docenten die vanuit verschillende disciplines een integratieprogramma rond probleem oplossen willen/moeten opzetten en/of die de daarbij horende examenopdrachten voor studenten moeten construeren. Ook studenten die zich in willen zetten voor verbetering van hun curriculum zijn welkom.

Opzet workshop

Op een interactieve manier zullen we in het eerste deel van deze workshop de verschillende ingrediënten van een succesvol integratieprogramma bespreken. In het tweede deel construeren de deelnemers in kleine groepen een discipline-overschrijdende examenopdracht. Zij mogen hiertoe een eigen werkstuk inbrengen dat dan in de groep verder wordt ontwikkeld. De presentatie van dit groepswerk in het derde deel zal aanleiding zijn voor discussie, het uitwisselen van ervaringen en de verwachtingen die men heeft over de aard en omvang van de interacties die plaatsvinden tussen docenten onderling, studenten onderling en tussen studenten en docenten.

Maximum aantal deelnemers: 12

Trefwoorden: Curriculum: Integration, Learning outcomes: Reflection / Critical thinking / decision-making / clinical reasoning, Teaching & learning: Learning styles/theory/instructional design

Wijze van presentatie: Workshop
Correspondentieadres:

N.R.M. Michels

Universiteit Antwerpen

Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen

Universiteitsplein, 1

2610 ANTWERPEN, België



E-mail: nele.michels@uantwerpen.be

E8 / Zaal 536
Internationalisering voor bachelorstudenten: structured mobility en keuzevakken in het buitenland
Dijk SW1, Wagemaakers FN2, Winden T van3

1Erasmus MC, 2IFMSA-NL, SR UMC Utrecht, 3IFMSA-NL, SR UvA
Thema

Gezondheidsproblemen over de grens zijn van toenemend belang voor zorgprofessionals in Nederland. Internationale ervaring in kliniek en onderzoek zijn van belang voor de opleiding van medisch studenten in de hedendaagse globaliserende wereld. Er wordt van studenten steeds meer ervaring verwacht vanuit het internationale speelveld en de mogelijkheden zijn soms niet meer volledig te overzien. Internationalisering zowel in Nederland als over de grens is een onderwerp dat hoog op de agenda van verschillende faculteiten is gekomen. Naast de veelal wat meer bekende mogelijkheden voor coassistenten en onderzoekers, liggen er nog veel kansen voor bachelorstudenten om kennis te maken met het internationale werkterrein.

Doel rondetafelsessie

Tijdens deze sessie willen wij de nationale dialoog over internationalisering binnen het medisch onderwijs concretiseren door het bespreken van structured mobility en keuzevakken in het buitenland, als mogelijkheden voor bachelorstudenten.

Doelgroep

Personen uit Nederland en Vlaanderen betrokken bij internationalisering op facultair, nationaal of internationaal niveau.

Opzet

1) Introductie van het thema door de werkgroep Medisch Onderwijs van de International Federation of Medical Students’ Associations. Daarbij wordt getracht zowel verschillende best practices uit andere landen toe te lichten, als de behoefte van Nederlandse studenten aan internationale mogelijkheden weer te geven. Dit laatste zal voorafgaand worden gepeild middels een enquête onder de studenten van Nederland.

2) Paneldiscussie met experts vanuit verschillende gelederen waaronder ook een studentrepresentant. Er zullen onder andere experts uit NVMO/GIO/IFMSA nationaal/internationaal worden benaderd. De panelleden zullen kun visie kort toelichten op onderstaande punten.

  • (On)mogelijkheden voor implementatie van structured mobility en/of keuzevakken in het buitenland.

  • Behoeften van zowel de student als de opleiding.

  • Vraagstukken vanuit verschillende steden.

  • Uitwisseling van nationale en internationale best practices waarmee inspiratie kan worden opgedaan voor een concreet internationaliseringsbeleid.

Vervolgens zal er gelegenheid worden gegeven om de panelleden vragen te stellen en deel te nemen aan de discussie

3) Tot slot worden de aanwezigen gevraagd hun ervaringen en ideeën, of best practices met betrekking tot het onderwerp te delen.
Trefwoorden: Students/Trainees: All, Curriculum: Options / electives, Education Management: Mobility,

Wijze van presentatie: Rondetafelsessie


Correspondentieadres:

S.W. Dijk

International Federation of Medical Students' Associations (IFMSA)

Gebroken meeldijk 80

2991CH BARENDRECHT

E-mail: stijntjedijk@gmail.com



E9 / Zaal 537
De meerwaarde van een mentoraat bij zelfsturend leren door (bio-) medische studenten
Vernooy JHJ, Heeneman S, Grave W de

Universiteit Maastricht


Thema

Een mentoraat wordt steeds vaker ingezet ter ondersteuning van het competentie-gericht leren in de (bio-) medische opleidingen, met als doel dat de student uiteindelijk zelfsturend gaat leren. Hierbij zijn diverse benaderingen mogelijk, van een sterk sturende rol tot een meer coachende rol als mentor. Maar wat zijn nu succesfactoren om de student te helpen om zelf het initiatief te nemen in het eigen leerproces, en waarom?

Doel

Het doel van de workshop is om zichtbaar te maken hoe een mentoraat ingezet kan worden om de student te helpen bij zelfsturend leren. Hoe verloopt de interactie tussen mentor en student? Op welke wijze kunnen individuele gesprekken bijdragen aan verdere verdieping? Wat is de meerwaarde van schriftelijke feedback door de mentor? Wat zijn potentiële valkuilen voor mentor èn student?



Doelgroep

Docenten, onderwijskundigen, curriculum ontwikkelaars en studenten die geïnteresseerd zijn in studiebegeleiding en zelfsturend, competentie-gericht leren in het (bio-) medische onderwijs.

Opzet workshop

Activiteiten: De workshop wordt gestart met een korte introductie over diverse vormen van mentoraat (10 min). Vervolgens zullen er stellingen geponeerd worden waarmee subgroepjes en een discussieleider aan de slag gaan (25 min). De producten en ideeën van de werkgroepen worden plenair voorgesteld en besproken (20 min).

Opbrengst: De opbrengst van deze workshop helpt standpunten te bepalen over:

1) optimale vormgeving mentoraat ter ondersteuning van zelfsturend, competentie-gericht leren.

2) de mogelijke valkuilen en oplossingen bij deze vorm van studiebegeleiding.

Maximum aantal deelnemers: 30


Trefwoorden: Students/Trainees: Student support and counselling, Teaching & learning: Independent learning, Teachers/Trainers: Roles of the teacher

Wijze van presentatie: Workshop


Correspondentieadres:

J.H.J. Vernooy

Universiteit Maastricht

Pulmonologie

Postbus 5800

6202 AZ MAASTRICHT

E-mail: j.vernooy@maastrichtuniversity.nl

E10.1 / Zaal 558
Studiesucces bij een verkort studieprogramma voor de bachelor geneeskunde
Vos CMP, Reichert M, Lambalgen AA van, Isik U

VU medisch centrum


Probleemstelling

Bij het VUmc kunnen nieuwe geneeskundestudenten met een afgeronde aanverwante universitaire bachelor (of master) een verkort studieprogramma krijgen door middel van vrijstellingen. Hierdoor kunnen zij de bachelor geneeskunde versneld afronden in één of twee jaar (“verkorters”).

Onderzoeksvraag:Hebben “verkorters”minimaal een even groot studiesucces in hun verkorte traject als reguliere studenten in het driejarig traject qua behaalde studiepunten (EC in European Credit Transfer System) en diplomarendement?

Methode


Studieresultaten van de groep “verkorters”zijn voor twee startgroepen verzameld en geanalyseerd (2011 en 2012). Gekeken is naar behaalde EC na één en twee jaar en naar behaalde diploma’s. Het diplomarendement voor “verkorters”is vergeleken met dat van reguliere studenten (driejarig programma).

Resultaten

In 2011 kregen 32 studenten een verkort programma (23 studenten met een tweejarig programma, 9 studenten met een eenjarig programma). In 2012 startten 5 “verkorters”(3 met een tweejarig programma, 2 met een eenjarig programma).

Van “verkorters”gestart in 2011 en 2012 met een tweejarig programma (n=26) haalde 23% het maximum van 117 EC na één jaar in de bachelor (inclusief vrijstellingen, exclusief zorgstage). 8% haalde 110-116 EC, 42% haalde 100-109 EC, 27% minder dan 100 EC.

Aan het einde van hun nominale verkorte studieprogramma (n=34) had 50% het diploma (180 EC) behaald (45% bij eenjarig programma, 52% bij tweejarig programma). 18% had 160-179 EC en 12% had 140-159 EC behaald. 21% had minder dan 140 EC.

Het afstudeerrendement voor “verkorters”die in 2011-2012 hun verkorte studieprogramma hoorden af te ronden was 56% (n=9), voor 2012-2013 was dat 48% (n=25). Voor reguliere studenten was het nominale afstudeerrendement (bij een driejarig programma) respectievelijk 58% en 53% voor deze studiejaren (n=350).

Discussie

Uit de diplomarendementanalyse blijkt dat 50% van de “verkorters”binnen hun verkorte traject nominaal afstudeert. Dit zijn vergelijkbare rendementen als voor de langere reguliere programma’s (3 jaar). Dit betekent dat deze “verkorters”door de vrijstellingen en hun inspanning daadwerkelijk hun studie weten te bekorten met één of twee jaar.

Zorgelijk is dat de andere helft van de “verkorters”vertraging oploopt. Deze ontstaat doorgaans al in het eerste jaar van het verkorte programma. Studenten met minder dan 100 EC na één jaar liepen allemaal vertraging op.

In principe zouden alle “verkorters”in staat moeten zijn om het zwaardere verkorte programma nominaal af te ronden, gezien hun eerdere studie-ervaring.

Uitgezocht wordt of betere begeleiding, voorlichting of strengere selectie voor de verkorte programma’s het studiesucces vergroten. Dit is zowel in het belang van de student (snellere doorstroom naar de master) als van de instelling (minder onbekostigde inschrijvingen).
Trefwoorden: Medical education: Undergraduate education, Curriculum: Outcome/competency-based, Assessment: General, Vrijstellingen, Verkort studieprogramma, Studiesucces, Parkeerstudie
Wijze van presentatie: Paper
Correspondentieadres:

C.M.P. Vos

VU medisch centrum

Instituut voor Onderwijs en Opleiden, School of Medical Sciences

BS7 A-114
Postbus 7057

1007 MB AMSTERDAM

E-mail: cm.vos@vumc.nl

E10.2 / Zaal 558
Zij-instroom Master Geneeskunde: een onderzoek naar student- en curriculumfactoren die bijdragen aan studiesucces bij zij-instromers
Widdershoven CV, Spaai GWG, Zee M, Jaarsma ADC, Ravesloot JH

Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam


Probleemstelling

Om aan de groeiende vraag naar artsen te voldoen, is het sinds kort mogelijk om via een speciaal programma versneld toegelaten te worden tot de geneeskundemaster: de zij-instroom. Studenten moeten geselecteerd worden voor het volgen van zo’n programma en de deficiënties wegwerken d.m.v. een schakeljaar. Om te weten welke factoren studiesucces kunnen beïnvloeden is het van belang zicht te krijgen op de curriculumkenmerken en de studentkenmerken die van invloed zijn op het studiesucces van zij-instromers. (Van den Berg & Hofman, 2005).

Methode

Dit onderzoek bestond uit twee deelstudies. In deelstudie I werd een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd naar student- en curriculumkenmerken die studiesucces bij zij-instromers voorspellen. Gezocht werd in databases van PUBMED, ERIC en Psycinfo. In deelstudie II werd een semi-gestructureerd interview afgenomen bij drie zij-instromers van het eerste cohort zij-instromers van het AMC. Deze kwalitatieve informatie werd gebruikt om meer inzicht te krijgen in student- en curriculumkenmerken die een rol spelen bij het studiesucces van zij-instromers.



Resultaten

In deelstudie I werden 6 relevante studies geïdentificeerd. Alle studies bleken betrekking te hebben op studentkenmerken; onderzoek op het terrein van curriculumkenmerken bleek niet voorhanden.

Gevonden werd dat de studentkenmerken “jonge leeftijd”, “vrouwelijk geslacht”, “ een vooropleiding in een betarichting genoten”, “enkel bachelor afgerond i.t.t. bachelor en master”, “hoog GPA in vooropleiding”, en “autochtoon”positief voorspellend kunnen zijn voor studiesucces bij zij-instromers. (Blackman, 2004)

Uit de tweede deelstudie bleek dat de curriculumkenmerken ‘zwaarte van het programma’ en ‘onderwijsmethode’, die voor reguliere studenten gelden als studiesuccesvoorspeller, ook bij zij-instromers aanwijzingen geven voor invloed op studiesucces. Er werden geen nieuwe student- of curriculumkenmerken gevonden. Vanuit de groep zij-instromers bleek een grote behoefte aan een eigen curriculum en betere begeleiding.

Discussie

N.a.v. deze studie en het select aantal interviews kunnen suggesties worden gedaan ter verbetering van de selectie en de inrichting van het zij-instroomprogramma. Op basis van de literatuurstudie zou overwogen kunnen worden om, als studiesucces een belangrijke factor wordt geacht, te overwegen zaken als een biomedische vooropleiding en een hoog GPA in de vooropleiding mee te nemen in de selectieprocedure omdat er aanwijzingen lijken te zijn voor hun invloed op studiesucces. N.a.v. de interviews zou overwogen kunnen worden een meer op de zij-instromers toegespitst curriculum te creëren en de begeleiding van zij-instromers te intensiveren, verbeteren en meer toe te snijden op hun situatie. Het aantal gebruikte artikelen en interviews is erg gering, maar geeft zeker aanleiding tot verder onderzoek.

Literatuur

M.N. van den Berg & W.H.A. Hofman (2005): Student Success in University Education. In: Higher Education (Vol. 50, pp. 413-446).Blackman, I. (2004). Graduate-entry medical student variables that predict academic and clinical achievement, 4(4), 30-41.


Trefwoord: Medical education: All

Wijze van presentatie: Paper


Correspondentieadres:

C. V. Widdershoven

Alexanderkade 50

1018ZC AMSTERDAM

E-mail: christiaanw@gmail.com

1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24

  • E6.4 / Zaal 532
  • E7 / Zaal 533
  • E8 / Zaal 536
  • E9 / Zaal 537
  • E10.1 / Zaal 558
  • E10.2 / Zaal 558

  • Dovnload 1.15 Mb.