Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opening congres door dr. Hanke Dekker, hoofdorganisator nvmo congres 2014 10. 10-10. 40 en prof dr. Janke Cohen-Schotanus, voorzitter nvmo 10. 40-10. 45 Welkomstwoord

Dovnload 1.15 Mb.

Opening congres door dr. Hanke Dekker, hoofdorganisator nvmo congres 2014 10. 10-10. 40 en prof dr. Janke Cohen-Schotanus, voorzitter nvmo 10. 40-10. 45 Welkomstwoord



Pagina9/24
Datum04.04.2017
Grootte1.15 Mb.

Dovnload 1.15 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   24

B10 / Zaal 558
Selectie aan een poort: ' One size fits all?'
NVMO werkgroep Selectie

Trigt AM van1, Westerhof-Sinke MA2, Spaai GWG3



1UMC Groningen, 2VU medisch centrum, 3Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam
Thema

De NVMO werkgroep Selectie heeft als doelstelling expertise te ontwikkelen op het terrein van selectie om op die manier te komen tot steeds beter onderbouwde keuzes ten aanzien van te hanteren selectie-instrumenten.

Na een beginfase waarin slechts een beperkt aantal geneeskundeopleidingen een betrekkelijk klein deel van de studenten zelf selecteerde, is selectie momenteel gemeengoed. Op termijn is het zelfs de bedoeling dat bacheloropleidingen Geneeskunde alle studenten zelf selecteren. Ook voor de zij-instroom voor de masteropleiding selecteren steeds meer opleidingen studenten.

In deze ‘ronde tafel’ krijgen deelnemers inzicht in overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende selectiemethodes en de opgedane ervaringen.

Kruisbestuiving tussen selectie voor de bacheloropleiding en selectie voor de zij-instroom voor de masteropleiding Geneeskunde wordt voorts nagestreefd.

Doel


Identificeren van “good practices” op basis van de ervaringen die de aflopen jaren zijn opgedaan met verschillende selectie-instrumenten en gegevens verzameld t.a.v. relevante kwaliteitsparameters zoals betrouwbaarheid, validiteit, praktische uitvoerbaarheid, niet discriminatoir, objectief en effectief.

Doelgroep

Docenten, studenten, bestuurlijk verantwoordelijken en staf geïnteresseerd in selectie.

Opzet


Vooraf worden UMC’s gevraagd een overzicht te maken van de door hen gebruikte selectiemethoden en de gegevens die zijn verzameld t.a.v. relevante kwaliteitsparameters. Na korte presentaties van de selectiemethodes door vertegenwoordigers van UMC’s zullen de deelnemers in kleine groepen nader kennismaken met de verschillende instrumenten en zal discussie gericht op identificatie van good practice plaatsvinden. Aansluitend worden de resultaten van de discussies plenair gepresenteerd en besproken.

Max aantal deelnemers: 50


Trefwoorden: Medical education: General, Assessment: General

Wijze van presentatie: Rondetafelsessie


Correspondentieadres:

A.M. van Trigt

UMC Groningen

Postbus 196 (FC40)

9700AD GRONINGEN

E-mail: a.m.van.trigt@umcg.nl



B11 / Zaal 559
Samenwerken binnen de opleidersgroep…………spelenderwijs uw problemen oplossen
Slootweg IA1, Scheele F2

1Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam, 2VU medisch centrum
Thema

Hoe kom je binnen de opleidersgroep tot één beoordeling als een assistent bij de ene collega uitstekend functioneert en bij de ander niet uit de verf komt? Hoe ga je als opleidersgroep om met een assistent die ver boven het gemiddelde functioneert, en die klaagt dat hij van de ene collega wel interessante medische handelingen mag verrichten en van de ander niet? Wat doe je als je niet van conflicten houdt en er gebeurt iets met een assistent wat je collega accepteert, maar wat jou niet bevalt? Wanneer worden de verschillen in beoordeling en begeleidingsaanpak belangrijk, zodanig dat afstemming, overleg en besluitvorming noodzakelijk wordt?

De medisch specialist wordt binnen het modern opleiden geacht met collega’s samen te werken aan een veilig en stimulerend leerklimaat. In het kaderbesluit van 2013 van de CGS staan de eisen en de verplichtingen van de opleidersgroep en er is - ter professionalisering van opleidingsgroep - een competentieprofiel beschikbaar. Over één van deze competenties gaat onze workshop: het samenwerken binnen de opleidersgroep. Op papier zijn de regels helder en lijkt het samenwerken zo makkelijk, maar wij weten allemaal dat ‘het gedoe tussen mensen in de praktijk’ weerbarstig is. Tijdens de workshop willen we samen oefenen aan de hand van een beproeft samenwerkingsmodel: Speaking up van Emy Edmonson [1]. Tijdens de workshop staan de individuele samenwerkingskwaliteiten van de deelnemers centraal. Want: pas als jezelf gaat samenwerken, gaan de anderen het ook doen.

Doel van de workshop

Deelnemers kunnen het belang van de monodisciplinaire samenwerking binnen de opleidersgroepen benoemen; Deelnemers kunnen de gedragingen die passen bij ‘speaking up’ benoemen;

Deelnemers hebben geoefend in de toepassing ‘speaking up’ als belangrijke vaardigheid in samenwerken; Deelnemers reflecteren op de eigen samenwerkingskwaliteiten en kunnen sterke punten en verbetersuggesties benoemen.

Doelgroep

Medisch specialisten & arts assistenten

Opzet workshop

Inventariseren van de leervragen van de deelnemers door het bespreken van casuïstiek in de samenwerking binnen de opleidersgroep. Uitleg over de 6 gedragingen van Speaking up en reflecteren op de individuele sterke - en verbeterpunten: wat gaat goed en wat kan beter?

Uitleg over het belang van samenwerken in opleidersgroepen: wanneer worden verschillen onbelangrijk en gaan mensen samenwerken? Oefenen met het versterken van de sterke punten en/of de verbeterpunten. Inventariseren van de leeropbrengsten (resultaten)

Maximum aantal deelnemers: 24

Referenties

1. Edmondson, Amy C. and Schein, Edgar H. (2012) Teaming: how organizations learn, innovate, and compete in the knowledge economy. John Wiley & Sons.


Trefwoorden: Medical education: Postgraduate education, Teachers/Trainers: Faculty/Staff development

Learning outcomes: Teamwork

Wijze van presentatie: Workshop
Correspondentieadres:

I.A. Slootweg

Academisch Medisch Centrum

PPO


Meibergdreef 9

6200 MD AMSTERDAM

E-mail: I.A.Slootweg@amc.uva.nl

B12.1 / Lamoraalzaal
Multidisciplinaire teamtrainingen: gezamenlijk naar betere zorg
Krol MLAM, Kommeren MK, Slot HS

Medisch Centrum Haaglanden


Probleemstelling

De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor ‘human factors’ in de gezondheidszorg. Uit het eerste Nivell onderzoek “Onbedoelde schade in Nederlandse ziekenhuizen”in 2004 blijkt dat er jaarlijks 30.000 vermijdbare fouten gemaakt worden in Nederlandse ziekenhuizen, waarvan 1735 met dodelijke afloop. Er zijn sindsdien in Medisch Centrum Haaglanden vele interventies ingezet om de vermijdbare schade terug te dringen, waaronder de ziekenhuisbrede multidisciplinaire teamtrainingen. In de teamtrainingen worden de Crew Research Management (CRM) principes getraind. Vanuit de luchtvaart zijn Crew Research Management (CRM) principes vertaald naar de gezondheidszorg. Met behulp van CRM principes worden de niet medische componenten en communicatielijnen helder. Het draait allemaal om de “non technicall skills”

Methode

In het Medisch Centrum Haaglanden werden tot nu toe teamtrainingen binnen één specialisme georganiseerd en uitgevoerd. In 2013 is gestart met een pilot voor ziekenhuisbrede multidisciplinaire teamtrainingen. In september 2013 zijn acht medewerkers (drie specialisten, twee verpleegkundigen en twee stafleden) opgeleid tot trainer. Hierna zijn drie multidisciplinaire teamtrainingen uitgevoerd op verschillende locaties onder begeleiding van de trainers. Aan de trainingen namen deel: arts-assistenten wel/niet in opleiding, specialisten, verpleegkundigen, anesthesiemedewerkers en röntgenlaboranten.



Een training start met een korte briefing. Tijdens de briefing leggen de trainers kort de CRM principes uit en leiden de deelnemers in op het scenario. Daarna wordt een scenario van 10 minuten uitgevoerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een pop of lotus. De uitvoering van het scenario wordt met behulp van videoapparatuur opgenomen. De trainers volgen het scenario door een raam in een afgeschermde ruimte, waar zij wel kunnen zien en horen wat er gebeurt.

Tot slot volgt de debriefing. Hierin wordt door de trainers een selectie gemaakt van een aantal videobeelden, deze worden getoond en de leermomenten worden besproken met de deelnemers.

Resultaten

Zoals in de methode weergegeven hebben er momenteel drie teamtrainingen plaats gevonden. Deelnemers van de drie trainingen reageerden positief. In het bijzonder de debriefing met behulp van video-opnamen werd als positief ervaren. Deelnemers waren zich vaak zelf niet bewust van hun gedrag.

Conclusie

Om de performance van teams die onder hoge druk effectief moeten samenwerken te versterken lijken de teamtrainingen geschikt. Gezien het nog geringe aantal teamtrainingen zijn er nog geen ‘harde’ resultaten. Wel zijn de ervaringen met teamtrainingen voor alsnog positief. Het is de bedoeling dat de teamtrainingen structureel worden ingevoerd om zodoende de vermijdbare schade in de zorg verder terug te dringen.

Tevens zijn de teamtrainingen zowel voor arts-assistenten in opleiding als leerling-verpleegkundigen een nuttig onderdeel van hun opleiding. De algemene competenties worden op deze manier ontwikkeld.
Trefwoord: Learning outcomes: Communication skills

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

M.L.A.M. Krol

Medisch Centrum Haaglanden/ Landsteiner Instituut

Lange Lombardstraat 35

2512 VP DEN HAAG

E-mail: miriam.krol@landsteiner.nl



B12.2 / Lamoraalzaal
Leiderschap in de traumaopvang: identificatie van de non-technical skills van de traumateamleider
Leenstra NF, Jung OC, Wendt K, Tulleken JE

UMC Groningen


Introductie

In het multidisciplinaire traumateam geeft de traumateamleider strategische leiding, coördinatie, en ondersteuning. Gegeven deze structurerende en ondersteunende eigenschappen is leiderschap essentieel voor hoge klinische prestatie. Aanvullende training van teamleiders wordt dan ook aanbevolen. Echter, het is niet helemaal duidelijk welke non-technical skills gerelateerd zijn aan veilig en effectief leiderschap in de verschillende fasen van traumaopvang (briefing, overdracht, opvang, transfer en debriefing), en via welke gedragingen dit geleerd kan worden.

Methode

Leiderschapsgedragingen en attitudes zijn met behulp van critical incident interviews (n =28) met chirurgen, spoedartsen, anesthesisten en verpleegkundigen van 3 opleidingsziekenhuizen verkend. Data-analyse gebeurde naar aanbevelingen vanuit de grounded theory . De interviews zijn samengevat tot een profiel met 3 niveau’s: Categorieën, Vaardigheden, en Exemplarische gedragingen. Via een Delphi survey met een expert panel (n=14) is gecontroleerd voor volledigheid en relevantie.



Resultaat

In totaal zijn 38 vaardigheden geïdentificeerd binnen de categorieën ‘informatiecoördinatie’, ‘besluitvorming’, ‘actiecoördinatie’, ‘communicatiemanagement’, en ‘coaching & teamontwikkeling’, verspreid over de fasen van traumaopvang (figuur 1). De vaardigheden zijn gericht op het structureren van de directe taakuitvoer, en op het scheppen van een voorwaardelijke teamomgeving (figuur 2).

Implementatie: Het profiel helpt bij het doelgericht oefenen, beoordelen en evalueren van leiderschapsperformance. De volgende stappen zijn 1) de validatie van een beoordelingsinstrument, en 2) de vaardigheden te relateren aan teamperformance en klinische performance.

Conclusie

Het profiel voorziet opleiders van een model om traumateamleiderschap te trainen en te beoordelen. De traumaleider is een teamspeler die vaardigheden, autoriteit en assertiviteit dynamisch weet in zetten voor een veilige, effectieve en interactieve samenwerking. De identificatie van vaardigheden voor elke fase van traumaopvang maakt het mogelijk om leiderschapsvaardigheden gericht te ontwikkelen. Bovendien maakt het de effecten inzichtelijk van gedragingen in de ene fase op de geleverde prestatie in de volgende fase.

De non-technical skills van de traumateamleider per fase van de traumaopvang




https://www.eventure-online.com/parthen-uploads/39/post4/img1_248839.png

De 5 categorieën non-technical skills van de traumateamleider



https://www.eventure-online.com/parthen-uploads/39/post4/img2_248839.png

Trefwoorden: Assessment: Workplace-based (on-the-job), Medical education: Postgraduate education, Curriculum: Inter-professional

Wijze van presentatie: Poster
Correspondentieadres:

N.F. Leenstra

UMC Groningen

AZNNN


Postbus 30.001

9700 RB GRONINGEN

E-mail: n.f.leenstra@umcg.nl
B12.3 / Lamoraalzaal
Een teamportfolio als geïntegreerd model voor professionele ontwikkeling
Leeuwen A van, Looij LM de, Paynter EB, Sonneville JK de, O'Sullivan JF

LUMC
Achtergrond

Succesvolle modellen voor professionele ontwikkeling zijn gebaseerd op actief leren en samenwerking. Het werken met dit soort modellen wordt echter vaak toegevoegd aan de bestaande werklast van een docent en wordt hierdoor ervaren als ‘extra’ (Wayne et al, 2008). Daarom is het belangrijk dat modellen voor professionele ontwikkeling geïntegreerd worden in de dagelijkse werkzaamheden en dat ze putten uit kennis uit werksituaties (Runhaar et al 2010).

Als groep van vijf docenten van het LUMC hebben wij geëxperimenteerd met een model voor geïntegreerde professionele ontwikkeling toen we de cursus English in Medicine voor tweedejaarsgeneeskundestudenten ontwikkelden. We onderkenden het belang van het samenwerkingsproces en wilden ook met elkaar in gesprek blijven nadat de cursus van start was gegaan. Aangezien onze roosters niet veel ruimte lieten voor interactie besloten we een teamportfolio bij te houden. Het doel van dit project was om de mogelijkheden te onderzoeken van een portfolio als geïntegreerd model voor professionele ontwikkeling.

Methode

Na iedere werkgroep schreef iedere docent een kort reflectieverslag in een gedeeld document. Deze reflecties konden persoonlijk zijn, maar konden ook inhaken op een onderwerp dat al door een collega was geïntroduceerd. Na afloop van de cursus schreven alle docenten een reflectie over hun ervaringen met het portfolio.



Resultaten

Alhoewel de tijd spaarzaam was en het idee aanvankelijk stuitte op licht scepticisme, vonden alle docenten het schrijven in het portfolio uiteindelijk een waardevolle ervaring. Het schrijfproces maakte de reflecties zichtbaar en helder. Heel concreet werd het portfolio gebruikt om onderwijs voor te bereiden en tips uit te wisselen. Naar aanleiding van discussies in het portfolio werd de cursus zelfs op bepaalde punten aangepast. Daarnaast cultiveerde het portfolio de samenwerking en droeg het bij aan professionele ontwikkeling, zowel op individueel als op groepsniveau. De discussie werd verdiept doordat docenten nieuwe ideeën naar voren brachten, vragen stelden en ingingen op elkaars bijdragen. Uiteindelijk bleek het portfolio een instrument om theorie en praktijk met elkaar te verbinden en brachten de discussies de didactische principes van de verschillende docenten in kaart. Deze principes zijn verder uitgediept in een serie workshops.

Discussie

Het samenwerken aan het portfolio stimuleerde ons om regelmatig te blijven reflecteren, wat resulteerde in professionele ontwikkeling door interactie. Op basis van onze ervaringen kunnen wij het portfolio dan ook aanbevelen als model voor geïntegreerde professionele ontwikkeling. Hoewel alle docenten het portfolio als waardevol beschouwden, was het proces tijdrovend. Dit zou verbeterd kunnen worden door specifiekere reflectievragen op te stellen; op deze manier zouden andere groepen het model kunnen aanpassen aan hun eigen onderwijsomgeving.


Trefwoorden: Teaching & learning: Portfolios, Teachers/Trainers: Faculty/Staff development, Teaching & learning: General

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

A. van Leeuwen

LUMC

Directoraat Onderwijs & Opleidingen - Communication in Science



Postbus 9600

2300 RC LEIDEN

E-mail: avanleeuwen@gmail.com

B12.4 / Lamoraalzaal
Patiëntenoverdracht op de Intensive Care: lopend onderzoek naar communicatie en gedrag van AIOS en fellows
Leenstra NF, Tulleken JE, Delwig H

UMC Groningen


Introductie

Het doel van de mondelinge overdracht is artsen bewust te maken van de actuele problemen van de IC patiënt, het behandel en diagnostisch plan te begrijpen en eventueel aan te passen, bewust te worden van de specifieke valkuilen, vlot te kunnen anticiperen en effectief te reageren op onverwachte gebeurtenissen. Daarnaast is de overdracht een kans om fouten te voorkomen en herstellen, en het gevoerde beleid te verfijnen. Echter, een ineffectieve overdracht kan leiden tot fouten, vertragingen/herhalingen, en onvoorziene gebeurtenissen. Communicatievaardigheden en samenwerking worden erkend als kwaliteitsverhogende factoren. Het is echter niet duidelijk welke communicatiegedragingen de kwaliteit van het overdrachtsproces verhogen. Het doel van ons onderzoek is de communicatievaardigheden te identificeren, en een trainingsmodel te ontwikkelen. Methode

In interviews met AIOS,fellows en intensivisten van drie opleidingsziekenhuizen zijn de opvattingen geïnventariseerd ten aanzien van 1)de functies van de overdracht, 2)de inhoudsselectie, 3)de opbouw en toetsbaarheid van de presentatie, en 4)de rol van vragen, discussie en overleg tijdens de overdracht. Data-analyse gebeurde naar aanbevelingen vanuit de grounded theory, om te komen tot een basismodel van het overdrachtsproces.

Resultaat

De interviews zijn samengevat tot kerngedragingen (figuur1). De overdracht is een interactieve informatiepresentatie en -verwerking. De gedragingen dienen 4 doelen: a) op efficiënte wijze de overnemend arts bijpraten en voorbereiden voor een vloeiende voortzetting van zorg; b) reflecteren op het zorgproces, begrip van de situatie en het plan; c) gelegenheid tot ruggespraak en constructieve discussie als dit nodig is; d) van elkaar leren. Echter, de manier waarop de kerngedragingen worden toegepast is sterk afhankelijk van de context van de overdracht. Figuur 2 schetst contextfactoren aan de hand van een universeel communicatiemodel. Invloedrijkste factoren zijn de patiënt - complexiteit, verblijfsduur, bekendheid met de patiënt - en de ervaring en onderlinge verschillen in ervaring van de betrokken artsen.

Discussie

De huidige studie geeft inzicht in de kerngedragingen van de overdracht. De studie is een eerste stap in de richting van de ontwikkeling van een behavioral marker system, een observatie-instrument voor objectieve observatie en feedback. Verdere studie is nodig om te achterhalen hoe artsen precies op effectieve en veilige wijze omgaan met de dynamische contextfactoren.
Conclusie
Een goede overdracht is meer dan alleen een opsomming van medische bevindingen. Beschrijving van algemene en specifieke communicatievaardigheden en ‘gedragsregels’ voor het overdrachtsproces zijn voorwaarde om een observatie-instrument en trainingsmodel voor AIOS/fellows te ontwikkelen.

Referenties

Manser, T. Minding the gaps: Moving handover research forward. Europ J Anest 2011. 28:613-15.

Pezzolessi, Manser, Schifano et al. Human factors in clinical handover: development and testing of a handover performance tool for doctors’ shift handovers. Int J Qual Hlth Care. 2012.


Basismodel van overdrachtsgedragingen




https://www.eventure-online.com/parthen-uploads/39/post4/img1_248841.png

Factoren in de overdrachtscommunicatie


https://www.eventure-online.com/parthen-uploads/39/post4/img2_248841.png

Trefwoorden: Assessment: Workplace-based (on-the-job), Curriculum: Inter-professional, Learning outcomes: Communication skills

Wijze van presentatie: Poster
Correspondentieadres:

N.F. Leenstra

UMC Groningen

AZNNN


Postbus 30.001

9700 RB GRONINGEN

E-mail: n.f.leenstra@umcg.nl


B12.5 / Lamoraalzaal

Omgaan met taalbarrières: de rol van onderwijs. Een onderzoek naar houdingen en ervaringen van UvA-geneeskundestudenten ten opzichte van taal- en cultuurbarrières in de zorg
Lijbers L1, Gerritsen D1, Suurmond JL2

1Universiteit van Amsterdam, 2Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam
Achtergrond

De huidige moderne samenleving is een smeltkroes van talen en culturen. De toename van etnische- en culturele diversiteit van de Nederlandse bevolking is ook zichtbaar in de zorgsector. De helft van de patiënten met een migratieachtergrond beheerst de Nederlandse taal onvoldoende om een gesprek met een hulpverlener te kunnen voeren en begrijpen (Bot, 2013). Geneeskunde-opleidingen zouden daarom competente professionals af moeten leveren die adequaat met taalbarrières om kunnen gaan.

Het Academisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, bereidt haar 4e jaars studenten voor op het omgaan met een taalbarrière en het werken met een tolk door middel van een verplicht practicum. Reden hiervoor is dat de kwaliteit van de zorg aan risicogroepen gevaar kan lopen wanneer niet adequaat wordt omgegaan met taal- en cultuurbarrières.

Om te onderzoeken hoe studenten het practicum ‘Omgaan met een taalbarrière’ in de kliniek gebruiken, is een kwalitatieve interviewstudie gedaan.

Methode

Het practicum ‘Omgaan met taalbarrières’ is sinds september 2012 een verplicht onderdeel van het vierde jaar van de geneeskundeopleiding aan de Universiteit van Amsterdam en vindt plaats net voordat studenten de coschappen gaan doen. Door middel van 16 semigestructureerde interviews met 2 groepen studenten (5e jaars studenten die wel en 6e jaars studenten die niet het practicum hebben gedaan) zijn verschillen in attitudes en ervaringen ten opzichte van taalbarrières in de zorg onderzocht, en is gekeken welke rol het practicum speelt. De interviews zijn getranscribeerd en kwalitatief geanalyseerd.



Resultaten/ervaringen

Uit de data-analyse zijn verschillen zichtbaar geworden tussen de twee groepen studenten, vooral wat betreft ‘kennis en bewustzijn’ en ‘attitudes en houdingen’. Zo hebben de studenten die niet het practicum hebben gevolgd minder of geen parate kennis over het tolkenbeleid- en protocollen in Nederland. Ook weten zij, in tegenstelling tot de studenten die wel onderwijs hebben genoten over taalbarrières, vaak niet of het inschakelen van een tolk wordt vergoed, en hebben zij vaak geen bezwaar tegen het gebruik van een ad hoc vertaler. Opmerkelijk is dat door hen vaak wordt gesteld dat het de verantwoordelijkheid van de patiënt is om voor een tolk te zorgen, terwijl de studenten die het practicum hebben gevolgd het tegenovergestelde beweren.

Discussie

Studenten die het practicum ‘Omgaan met Taalbarrières’ hebben meer competenties om met een taalbarrière om te gaan dan studenten die het practicum niet hebben gevolgd. Elke geneeskundestudent zou tijdens de opleiding competenties moeten aanleren om met een taalbarrière om te gaan.

Literatuurverwijzing

Bot, H. (2013). Taalbarrières in de zorg. Over tolkenbeleid en tolken met beleid. Uitgeverij: Van Gorcum.


Trefwoord: Learning outcomes: Communication skills

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

L. Lijbers

Universiteit van Amsterdam

ASW


Binnengasthuisstraat 9

1012 CX AMSTERDAM

E-mail: lauralijbers@gmail.com

1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   24

  • B11 / Zaal 559
  • B12.1 / Lamoraalzaal
  • B12.2 / Lamoraalzaal
  • B12.3 / Lamoraalzaal
  • B12.4 / Lamoraalzaal
  • B12.5 / Lamoraalzaal

  • Dovnload 1.15 Mb.