Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Openingsritus

Dovnload 311.09 Kb.

Openingsritus



Datum13.11.2017
Grootte311.09 Kb.

Dovnload 311.09 Kb.



OPENINGSRITUS



Als de voorganger en zijn assistenten binnenkomen gaan allen staan. De voorganger komt met de assistenten naar de baar en deze wordt besprenkeld met wijwater. Dan komen zij naar voren en wordt de kist voor het altaar geplaatst. Ondertussen wordt gezongen:

OPENINGSZANG

Requiem aeternam dona eis Domine: et lux perpetua luceat eis. Ps. Te decet hymnus Deus in Sion; et tibi reddetur votum in Ierusalem.

Ant. Requiem…

Quia audis orationem, ad te omnis coaro veniet propter iniquitatem.



Ant. Requiem…

Etsi praevaluerunt super nos impietates nostra te propitiaberis.



Ant. Requiem…

Beatus quem elegisti et assumpsisti

in atriis tuis.

Ant. Requiem…

Replebimur bonis domus tuae, sanctitate templi tui.



Ant. Requiem…
Heer, geef hun de eeuwige rust: en het eeuwige licht verlichte hen.

Ps. Voor U moet zingen God, op de Sion, aan U zijn dankbaarheid tonen in Jeruzalem.

Ant. Heer…

Tot U die geeft wat wij vragen, tot U komt alles wat leeft.

Ant. Heer…

Gij zult onze overtredingen vergeven, ook al waren ze groot.

Ant. Heer…

Zalig degene die Gij verkiest en opneemt, hij zal wonen in uw voorhoven.

Ant. Heer…

Wij zullen vervuld worden met het goede uit uw huis, in uw heilige tempel.

Ant. Heer…

KRUISTEKEN EN BEGROETING

V: In de naam van de Vader en de Zoon en de hei­lige Geest.

A: Amen.

V: De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God

en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen.

A: En met uw geest.
INLEIDING (allen gaan zitten)


SCHULDBELIJDENIS I

V: Broeders en zusters, belijden wij onze zonden, bekeren wij ons tot God om dit afscheid goed te kunnen vieren.

A: Ik belijd voor de almachtige God en voor u allen, dat ik gezondigd heb in woord en ge­dach­te, in doen en laten, door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn ­grote schuld. Daa­rom smeek ik de heilige Maria, altijd maagd, alle engelen en heiligen en u, broe­ders en zusters, voor mij te bidden tot de Heer onze God.

V: Moge de almachtige God zich over ons ontfer­men, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.

A: Amen.


KYRIE/HEER ONTFERM U

Kyrie eleison Heer, ontferm U over ons.

Kyrie eleison Heer, ontferm U over ons.
Christe eleison Christus, ontferm U over ons.

Christe eleison Christus, ontferm U over ons.
Kyrie eleison Heer, ontferm U over ons.

Kyrie eleison Heer, ontferm U over ons.


SCHULDBELIJDENIS II

V: Heer, die de gestorvenen rust en verlichting schenkt, ontferm U over ons.

A: Heer, ontferm U over ons

V: Christus, die de rechtvaardigen binnenleidt in het eeuwig leven, ontferm U over ons.



A: Christus, ontferm U over ons.
V: Heer, die ons allen aan uw tafel nodigt, ontferm U over ons.

A: Heer, ontferm U over ons.

V: Moge de almachtige God zich over ons ontfer­men, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.

A: Amen.

OPENINGSGEBED


DIENST VAN HET WOORD




EERSTE LEZING

De lector besluit met: Zo spreekt de Heer.

En allen antwoorden: Wij danken God

TUSSENZANG

Absolve Domine animas omnium fidelium defunctorum ab omni vinculo delictorum. V. Et gratia tua illis succurente, mereantur evadere iudicium ultionis. V Et lucis aeternae beatitudine perfrui

Heer, ontsla de overleden gelovigen van alle banden der zonden. Geef dat zij door de hulp van uw genade aan de veroordeling ontkomen en mogen zij aan het geluk van het eeuwig licht deelachtig worden.


Of Psalm 23

Met het refrein: Denk aan mij, Heer, in uw koninkrijk

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort;

Hij laat mij weiden op groene velden.

Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,

Hij geeft mij weer frisse moed.

Refrein

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden

omwille van zijn Naam.

Al voert mijn weg door donkere kloven,

ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.

Uw stok en uw herderstaf

geven mij moed en vertrouwen. Refrein
Gij nodigt mij aan uw tafel

tot ergernis van mijn bestrijders.

Met olie zalft Gij mijn hoofd,

mijn beker is overvol. Refrein
Voorspoed en zegen verlaten mij nooit

elke dag van mijn leven.

Het huis van de Heer zal mijn woning zijn

voor alle komende tijden. Refrein
EVANGELIELEZING


  • allen gaan staan


V: De Heer zij met U.

A: En met uw geest.

V: Lezing uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens...

A: Lof zij U, Christus.
De lezing wordt afgesloten met: Zo spreekt de Heer.

En allen antwoorden: Wij danken God

HOMILIE (PREEK)


  • allen gaan zitten


VOORBEDE
De voorganger leidt in en na elke bede antwoordt men met:

Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
of er wordt gezongen:

Niemand leeft voor zichzelf,

Niemand sterft voor zichzelf.

Wij leven en sterven voor God onze Heer:

Aan Hem behoren wij toe.

GEDACHTENISKRUISJE WEGBRENGEN (eventueel)
Het kruisje met de naam, de geboortedatum en sterfdatum van de overledene wordt naar de gedachteniskapel gebracht. Ondertussen muziek.

GEBED DES HEREN




V: Præceptis salutaribus moniti, et divina institu­ti­one formati, audemus dicere:

A: Pater noster, qui es in cælis, sanctificetur no­men tuum, adveniat reg­num tuum, fiat voluntas tua, sicut in cælo et in terra. Panem nostrum coti­dianum da nobis ho­die. Et dimitte nobis debi­ta nostra, sicut et nos dimittimus debi­toribus nostris; et ne nos in­ducas in tentationem; sed libera nos a malo.

V: Laten wij bidden tot God onze Vader met de woorden die Jezus ons gegeven heeft:

A: Onze Vader, die in de he­mel zijt, Uw naam worde gehei­ligd, Uw Rijk kome, Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood, en ver­geef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.

V.: Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef vrede in onze dagen, dat wij, gesteund door uw barmhartigheid, vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle onrust. Hoopvol wachtend op de komst van Jezus, Messias, uw Zoon.


A.: Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.
De ge­dachtenisprentjes worden uitgedeeld. De uitvaartassistenten maken zich klaar voor de absoute. Ondertussen wordt er gezongen en is er een collecte.

AFSCHEIDSGEDACHTE (eventueel)

LAATSTE AANBEVELING TEN AFSCHEID




De voorganger nodigt allen uit tot gebed.




  • Het lichaam wordt nu besprenkeld en bewierookt. On­dertussen wordt er orgel gespeeld of gezongen:



Subvenite Sancti Dei, occu­rite angeli Domini: *Susci­pientes animam eius: Offe­rentes eam in conspectu Altis­simi.

--Suscipiat te Christus, qui vocavit te: et in sinum Abra­hae angeli deducant te.

*Suscipientes...


Daal af, heiligen Gods, snel toe, engelen van de Heer:

*Om zijn ziel op te nemen: haar aan te bieden tot voor het aanschijn van de Aller­hoogste.

--Moge Christus U opne­men, die U geroepen heeft, en dat de engelen U in de schoot van Abraham gelei­den. *Om zijn ziel...



SLOTGEBED

V: Goede Vader, Gij zijt ons steeds goedgezind, in uw handen bevelen wij de ziel van ... aan. Wij hebben het vaste vertrouwen dat hij/zij eens met Christus zal verrijzen op de jongste dag, zoals allen die in Christus zijn gestor­ven. (Wij danken U voor alle weldaden, waarmee Gij hem/haar in dit sterfelijk leven hebt overladen. Zij zijn voor ons een teken van uw goedheid, een teken ook van de gemeenschap in Christus van de heiligen.)

Luister dan Heer, welwillend naar ons gebed; open voor uw dienaar de poort van het paradijs en laten wij die achter blijven elkaar troosten met het geloof (totdat wij allen Christus tegemoet gaan en voor altijd met ... verenigd zijn). Door Christus onze Heer.



A: Amen.
UITGELEIDE (EN ZEGEN)

Als er aansluitend aan de uitvaart geen gebedsdienst op de begraafplaats of in het crematorium plaatsvindt, besluit de voorganger met de zegen.

V: De Heer zij met U.

A: En met uw geest

V: Zegene U de almachtige God: Vader, Zoon en heilige Geest.

A: Amen.

V: Gaat nu allen heen in vrede.

A: Wij danken God.
In paradisum deducante te angeli De engelen, zij mogen U geleiden

in tuo adventu suscipiant te naar het paradijs, de martelaren

martyres, et perducant te in mogen U ontvangen bij uw komst U

civitatem sanctam Ierusalem. brengen naar de heilige stad Jeruzalem.

V. Chorus angelorum te suscipiat V. Het koor van engelen moge U

et cum Lazaro quondam paupere ontvangen en moogt gij, samen met de

aeteram habeas requiem. In… arme Lazarus, de eeuwige rust vinden.

V. Ego sum resurrectio et vita: qui De engelen…

credit in me, etiam si mortuus V. Ik ben de verrijzenis en het leven.

fuerit vivet: et omnis qui vivit et Wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij

credit in me non morietur in gestorven, en ieder die leeft in geloof

aeternum. In… aan Mij zal in eeuwigheid niet sterven.



De engelen…


KEUZELIEDEREN
1. ALS GOD ONS THUISBRENGT

Koor: Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,

dat zal een droom zijn.

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,

dat zal een droom zijn.

Allen:


Refrein: Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,

dat zal een droom zijn.

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,

dat zal een droom zijn.

Koor: Wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn.

Dat zegt de wereld: “Hun God doet wonderen”

Ja, Gij doet wonderen, God in ons midden,

Gij onze vreugde.

Allen: Refrein

Koor: Breng ons dan thuis, keer ons tot leven,

zoals rivieren in de woestijn,

die, als de regen valt, opnieuw gaan stromen. (geen refr.)

Koor: Wie zaait in droefheid zal oogsten in vreugde.

Een mens gaat zijn weg en zaait onder tranen

Zingende keert hij terug met zijn schoven.

Allen: Refrein



2. BLIJF MIJ NABIJ

Blijf mij nabij, wanneer het avond is,

wanneer het licht vergaat in duisternis.

Wanneer geen mens mijn hulpeloosheid ziet,

bid ik tot U, o Heer, verlaat mij niet.

Reik mij uw hand en spreek uw reddend woord,

wijs mij de weg en leid mij veilig voort.

Blijf mij nabij in vreugde en verdriet,

ik heb U lief, o Heer, verlaat mij niet.
Wanneer uw licht mij voor gaat in de nacht,

Wanneer ik hoor, dat U mij thuis verwacht,

dan weet ik, Heer, dat U mijn zwakheid ziet,

dan zeg ik dank, want U verlaat mij niet.



3. GA MEE MET ONS

Ga mee met ons, trek lichtend voor ons uit

naar tijd en land, door U ooit aangeduid.

Leef op in ons, de mens die leven moet,

en die de toekomst heeft, die leeft voorgoed.
Ga mee met ons, verberg U niet altijd,

gun ons een flits, een teken in de tijd.

Dat U nog leeft, nog steeds om mensen geeft

en zonder wanhoop voor de vrede leeft.


Ga mee met ons, wie zijn wij zonder U?

Een mens gaat dood aan enkel hier en nu.

Licht op in ons, wees vuur en vlam en hoop,

houd steeds in ons de toekomstmens ten doop.


4. HEER, HERINNER U DE NAMEN

Heer, herinner U de namen

van hen, die gestorven zijn.

En vergeet niet, dat zij kwamen

langs de straten van de pijn.

Langs de wegen van het lijden,

door het woud der eenzaamheid.

Na het dag en nacht verbeide

Vaderhuis, hun toebereid.

Waarheen zal de mens zich keren,

die, staand voor uw aangezicht.

Uwe liefde moet ontberen

bij het eindelijk gericht?

Heer, zo Gij niet wordt bewogen

door het breken van zijn stem,

door de droefheid in zijn ogen,

is bij niemand heil voor Hem.

5. LICHT DAT ONS AANSTOOT IN DE MORGEN

Licht dat ons aanstoot in de morgen,

voortijdig licht waarin wij staan

koud, een voor een en ongeborgen,

licht overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval, dat wij allen zo

zwaar en droevig als wij zijn

niet uit elkaars genade vallen

en doelloos en onvindbaar zijn.


Licht, van mijn stad de stedehouder,

aanhoudend licht dat overwint.

Vaderlijk licht, steevaste schouder,

draag mij, ik ben jouw kijkend kind.


Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of

ergens al de wereld daagt,

waar mensen waardig leven mogen

en elk zijn Naam in vrede draagt.


Alles zal zwichten en verwaaien

wat op het licht niet is geijkt.

Taal zal alleen verwoesting zaaien

en van ons doen geen daad beklijft.

Veelstemmig licht, om aan te horen zolang

ons hart nog slagen geeft.

Liefste der mensen, eerstgeboren,

licht, laatste woord van Hem die leeft.



6. NADER MIJN GOD TOT U

Nader mijn God tot U, nader tot U,

ook al zie ik een kruis dat verschijnt mij nu.

Nog zal ik zingen, Heer, uw lieve naam ter eer.

Nader mijn God tot U, nader tot U.
Zoals de zon verdween en nacht verscheen,

zal nu mijn rustplaats zijn een koude steen.

Toch kan ik zingen, Heer, uw lieve naam ter eer.

Nader mijn God tot U, nader tot U.


‘k Ga als op vleugels, Heer, mijn laatste reis.

Leid mij thans binnen, Heer, in uw paradijs.

Dan juich ik blijde nu, nader mijn God tot U.

Nader mijn God tot U, nader tot U.



7. ROEPT GOD EEN MENS TOT LEVEN

Roept God een mens tot leven,

wie weet waarom en hoe,

hij moet zichzelf prijsgeven,

hij leeft ten dode toe.
Gods woord roept door de tijden,

zijn volk en grijpt het aan.

Hij doet het uitgeleide,

het moet de zee in gaan.


Geroepen en verzameld,

uit dood en slavernij.

Gedoopt in woord en water,

dat volk van God zijn wij.

8. WANT MIJN HERDER IS DE HEER

Refrein: Want mijn herder is de Heer

nooit zal er mij iets ontbreken.

Mijn herder is de Heer:

het ontbreekt mij aan niets.

Hij legt mij in grazige weiden,

Hij geeft rust aan mijn ziel.

Hij leidt mij naar rustige waat’ren

Om mijn ziel te verkwikken. Refr.


Hij leidt mij in het rechte spoor

omwille van zijn Naam.

Al moet ik door donkere dalen,

ik vrees geen kwaad.

Uw staf en uw stok zijn mijn troost,

Gij zijt steeds bij mij. Refr.


Glorie aan den Vader en den Zoon

en den Heiligen Geest,

die is en die was en die komt,

in de eeuwen der eeuwen. Refr.



9. EENS ALS DE BAZUINEN KLINKEN

Eens als de bazuinen klinken

uit de hoogte, links en rechts,

duizend stemmen ons omringen,

Ja en Amen wordt gezegd,

rest er niets meer dan te zingen,

Heer dan is uw pleit beslecht.

Scheurt het voorhang van de wolken,

wordt uw aangezicht onthuld,

vaart de tijding door de volken

dat Gij alles richten zult:

Heer, dan is de dood verzwolgen,

want de Schriften zijn vervuld.
Van die dag kan niemand weten,

maar het Woord drijft aan tot spoed.

Zouden wij niet haastig eten

gaandeweg Hem tegemoet?

Jezus Christus, gist’ren, heden,

komt voor eens en komt voor goed!



10. ZO VRIENDELIJK EN VEILIG ALS HET LICHT

Zo vriendelijk en veilig als het licht

zo als een mantel om mij heen geslagen

zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht

ik roep zijn naam, bestorm hem met mijn vragen,

dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.

Wil mij behoeden en op handen dragen.
Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd

waakt over mij en over al mijn gangen.

Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid

om, als ik val, mij telkens op te vangen.

Ik leeft niet echt, als Gij niet met mij zijt.

Ik moet in lief en leed naar U verlangen.


Spreekt Gij het woord dat mij vertroosting geeft,

dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.

Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,

wil alle liefde aan uw mens besteden.

Weest Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft -

Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.


11. GOD GROET U ZUIVERE BLOEME

God groet u, zuiv’re bloeme, Maria, maged fijn.

Gedoog dat ik u roeme: lof moet u altijd zijn!

Als gij niet waart geboren, o reine Maged vrij,

Wij waren allen verloren; aan u beveel ik mij!
Maria, lelie reine, gij zijt mijn toeverlaat,

Zoals een klaar fonteine, die nimmer stille staat,

Zo geeft gij ons genade en staat uw dienaars bij:

Och, sta mij tot te stade; aan u beveel ik mij!


O roosken zonder doren, o violette zoet.

O bloemken blauw in ‘t koren, weest mij, uw kinde, goed!

Vol liefde en gestadig, ootmoedig zo zijt gij:

Och, weest mij toch genadig; aan u beveel ik mij!



12. GIJ DIE VERREZEN ZIJT

Gij, die verrezen zijt, Heer, in het licht van uw luister;

Gij moet geprezen zijn, stralende ster in het duister.

Heer, op uw licht, zijn onze ogen gericht,

voer ons omhoog, uit het duister.
Wij zijn op doortocht en Gij zijt de poort naar het leven;

Gij zijt ons Paaslam, Gij hebt ons uw Lichaam gegeven.

Christus, uw Bloed heeft ons bewaard en gevoed,

Herder en leidsman ten leven.


Gij, die ontkomen zijt, Heer aan de machten der aarde;

Gij die vernomen zijt, Woord van de eeuwige Vader.

Gij spreekt ons vrij, teken van leven zijt Gij,

Voer ons omhoog, naar uw Vader.



13. U ZIJ DE GLORIE

U zij de glorie, opgestane Heer,

U zij de victorie nu en immer meer.

Uit een blinkend stromen daalde d’ engel af,

heeft de steen genomen van ’t verwonnen graf.

U zij de glorie, opgestane Heer,

U zij de victorie nu en immer meer.
Zie Hem verschijnen Jezus, onze Heer,

Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer.

Weest dan volk des Heren blijd’ en welgezind

en zegt telkenkere: ‘Christus overwint.’

U zij de glorie, opgestane Heer

U zij de victorie, nu en immermeer.


Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,

die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?

In zijn godd’lijk wezen is mijn glorie groot;

niets heb ik te vrezen in leven en in dood.

U zij de glorie, opgestane Heer

U zij de victorie, nu en immermeer.



14. VERNIEUW GIJ MIJ O EEUWIG LICHT

Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht!

God, laat mij voor uw aangezicht,

geheel van U vervuld en rein,

naar lijf en ziel herboren zijn.
Schep, God, een nieuwe geest in mij,

een geest van licht, zo klaar als Gij,

dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt

en ga de weg, die U behaagt.


Wees Gij de zon van mijn bestaan,

dan kan ik veilig verder gaan,

tot ik U zie, o eeuwig licht,

van aangezicht tot aangezicht!

15. U KENNEN, UIT EN TOT U LEVEN

U kennen, uit en tot U leven,

Verborgene die bij ons zijt,

zolang ons ’t aanzijn is gegeven,

de aarde en de aardse tijd,

o Christus, die voor ons begin

en einde zijt, der wereld zin.
Gij zijt het licht van God gegeven,

een zon die nog haar stralen spreidt,

wanneer het nacht wordt in ons leven,

wanneer het nacht wordt in de tijd.

O licht der wereld, zie er is

voor wie U kent geen duisternis.


O Christus, ons van God gegeven,

Gij tot in alle eeuwigheid

de weg, de waarheid en het leven,

Gij zijt de zin van alle tijd.

Vervul van dit geheimenis

uw kerk die in de wereld is.



16. DE STEPPE ZAL BLOEIEN

De steppe zal bloeien. De steppe zal lachen en juichen.

De rotsen die staan vanaf de dagen der schepping,

staan vol water, maar dicht. De rotsen gaan open.

Het water zal stromen, het water zal tintelen, stralen,

dorstigen komen en drinken, de steppe zal drinken.

De steppe zal bloeien. De steppe zal lachen en juichen.

De ballingen keren. Zij keren met blinkende schoven.

Die gingen in rouw tot aan de einden der aarde,

één voor één, en voorgoed, die keren in stoeten.

Als beken vol water, als beken vol toesnellend water,

schietend omlaag van de bergen, als lachen en juichen .



Die zaaiden in tranen, die keren met lachen en juichen.
De dode zal leven. De dode zal horen: nu leven.

Ten einde gegaan en onder stenen bedolven:

dode, dode, sta op, het licht van de morgen.

Een hand zal ons wenken, een stem zal ons roepen:

Ik open hemel en aarde en afgrond en wij zullen horen

en wij zullen opstaan en lachen en juichen en leven.



17. JERUSALAÏM

Refrein: Jerusalaïm, stad van God,

wees voor de mensen een veilig huis.

Jerusalaïm, stad van vrede,

breng ons weer thuis.


Er is een stad voor vriend en vreemde

diep in het bloemendal,

er is een mens die roept om vrede

die mens roept overal. Refr.


Er is een huis om in te wonen

voorbij het dodendal,

er is een vader met zijn zonen,

zij roepen overal. Refr.


Er is een wereld zonder grenzen,

zo groot als het heelal.

Er is een hemel voor de mensen,

dat hoor je overal. Refr.



18. PELGRIMSTOCHT DER MENSEN

Pelgrimstocht der mensen; veertig jaar woestijn,

Onvervulde wensen, - ’t Land zal heerlijk zijn!

Wie aanhoort ons bidden, wie ziet naar ons om?

God, trek in ons midden; kom Heer Jezus kom.

God, trek in ons midden; kom Heer Jezus kom.


Vrucht van eenzaam sterven, ’t leven overwon!

Wij gaan ’t Land nu erven, God is zelf haar Zon.

Trekkers vol vertrouwen, werpt uw last op Hem.

God is zelf aan ’t bouwen, ’t nieuw Jeruzalem.

God is zelf aan ’t bouwen, ’t nieuw Jeruzalem.


19. TE LOURDES OP DE BERGEN

Te Lourd’ op de bergen verscheen in een grot,

vol glans en vol luister de Moeder van God.

Ave, ave, ave Maria. Ave, ave, ave Maria.


Zij riep Bernadette, een nederig kind.

“Wie zijt Gij”? vroeg het meisje, “die u daar bevindt”?

Ave, ave, ave Maria. Ave, ave, ave Maria.
Ik ben de onbevlekte en zuivere maagd,

Gans vrij van de zonden, heb ik God behaagd.

Ave, ave, ave Maria. Ave, ave, ave Maria.
Aanvaard dan de hulde: O, moeder zo goed.

De huld’ uwer kind’ren; aanhoor onze groet.

Ave, ave, ave Maria. Ave, ave, ave Maria.
19. MARIA VAN HEUSDEN

O lieve beschermvrouw van schippers en vaart.

Die zorgt dat het woelige water bedaart.

Vervaardigd al vroeg in een tijd lang geleden.

Wat is ons Mariabeeld mooi uitgesneden.
Refrein: Een stralend mooi middelpunt van deze kerk

De kracht die zij uitstraalt maakt zwakken weer sterk.

Ze kwam zo maar tegen de stroom in gedreven.

Symbool van een sterke vrouw zij is leven.

De wilskracht die tegen de stroom in kan gaan.

Dat is de kracht om door het leven te gaan.


O lieve beschermvrouw voor mensen als ik,

behoed ons voor oorlogen, angsten en schrik.

De rampen gebeuren zo vaak om ons heen,

maar met U er bij ben ik niet meer alleen.


Tot slot zou ik aan U nog iets willen vragen.

Geef kracht en wat steun ook in moeilijke dagen.

Laat U voor mij ook steeds een mooi voorbeeld zijn.

Al voel ik mij bij Uw beeld toch wel heel klein.



20. ELSHOUTS WONDERBARE MOEDER

Elshouts wonderbare moeder,

gij zijt waard ons schoonste lied.

Smeek voor ons den Albehoeder,

wonderbaarder is er niet.

Nimmer, onze lieve Vrouwe,

ging men ledig van hierheen.

Wond’ren volgden ’t zoet vertrouwen,

daar waar hoop verloren scheen.


Refrein: Lieve Vrouwe, wij vertrouwen:

wonderbare wees gegroet.

Zegenrijke, glorierijke:

Spreek voor ons bij Jezus goed.


Troost de zondaars die hier knielen,

tranen schreiend van berouw.

Stort hun blijdschap in de zielen,

door uw goedheid lieve Vrouw.

Als een kind aan moeders zijde

smeken wij uw bijstand af.

Lieve Moeder blijf ons leiden

aan uw hand tot aan ons graf.

Lieve Vrouwe, wij vertrouwen:

wonderbare wees gegroet.

Zegenrijke, glorierijke:

Spreek voor ons bij Jezus goed. Refr.

Wilt u het boekje s.v.p.

achter in de kerk terugleggen.



Dank u



www.wonderbaremoeder.nl

parochie@wonderbaremoeder.nl

(06-2015)






  • KRUISTEKEN EN BEGROETING
  • DIENST VAN HET WOORD
  • LAATSTE AANBEVELING TEN AFSCHEID

  • Dovnload 311.09 Kb.