Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Openingsritus

Dovnload 0.69 Mb.

Openingsritus



Pagina1/6
Datum11.10.2017
Grootte0.69 Mb.

Dovnload 0.69 Mb.
  1   2   3   4   5   6

OPENINGSRITUS

Welkom aan bruid en bruidegom
Met de dauw van zijn genade

die jullie bij het doopsel hebben ontvangen,

moge God jullie zegenen,

vandaag en alle dagen

tot in eeuwigheid.

Amen.

Openingszang

Kruisteken en begroeting
1

In de naam van de Vader

en de Zoon

en de heilige Geest.



Amen.
De genade van de Heer Jezus Christus,

de liefde van God

en de gemeenschap van de heilige Geest

zij met u allen.



En met uw geest.
2

In de naam van de Vader

en de Zoon

en de heilige Geest.



Amen.
Genade zij u

en vrede van God onze Vader

en van de Heer Jezus Christus.

En met uw geest.
3

In de naam van de Vader

en de Zoon

en de heilige Geest.



Amen.
De Heer zal bij u zijn.

De Heer zal u bewaren.
4.

In de naam van de Vader

en de Zoon

en de heilige Geest.



Amen.
De Heer zij met u.

En met uw geest.

Kyrie

Heer, ontferm U over ons.



Heer, ontferm U over ons.

Christus, ontferm U over ons.



Christus, ontferm U over ons.

Heer, ontferm U over ons.



Heer, ontferm U over ons.

Kyrie eleison.



Kyrie eleison.

Christe eleison.



Christe eleison.

Kyrie eleison.



Kyrie eleison.



Gloria


Eer aan God in den hoge en vrede op aarde aan de men­sen die Hij liefheeft. Wij loven U. Wij prijzen en aan­bidden U. Wij ver­heerlijken U en zeggen U dank voor uw grote heer­lijkheid. Heer God, hemel­se Koning, God, al­machtige Vader. Heer, e­niggeboren Zoon, Jezus Christus; Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader; Gij, die weg­neemt de zonden der wereld, ont­ferm U over ons; Gij, die weg­neemt de zonden der we­reld, aanvaard ons gebed; Gij, die zit aan de rech­ter­hand van de Vader, ont­ferm U over ons. Want Gij alleen zijt de Heili­ge. Gij alleen de Heer. Gij alleen de Allerhoog­ste: Jezus Chris­tus, met de heilige Geest in de heer­lijkheid van God de Vader. Amen.

Gloria in excelsis Deo et in terra pax homini­bus bonae voluntatis. Laudamus te, benedici­mus te, adoramus te, glorifi­ca­mus te, gra­tias agimus tibi prop­ter mag­nam gloriam tuam. Do­mine Deus, Rex caeles­tis, Deus Pater omnipo­tens. Domi­ne Fili, unige­nite, Iesu Christe. Domine Deus, Agnus Dei, Fili­us Patris. Qui tollis pecca­ta mundi, miserere nobis. Qui tollis peccata mundi, suscipe deprecationem nos­tram. Qui sedes ad dexteram Patris, miserere nobis. Quo­niam tu solus sanc­tus, tu solus Domi­nus. Tu solus Al­tis­simus Iesu Christe cum Sancto Spiritu in gloria Dei Pa­tris. Amen.

Gebed
1

God, het huwelijk van man en vrouw

hebt Gij tot een heilig verbond gemaakt,

een geheim zo verheven en diep

dat het beeld en teken is

van de geheimvolle band tussen Christus en de kerk,

zijn bruid, in liefde met Hem verbonden.

Daarom bidden wij U voor N. en N.:

dat zij de kracht van deze liefdesband

vanuit hun geloof steeds inniger ervaren

en in hun omgaan met elkaar

van dag tot dag tot vollere ontplooiing brengen.

Dat vragen wij U

door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,

die met U leeft en heerst

in de eenheid van de heilige Geest,

God, door de eeuwen der eeuwen.

Amen.
2

God, Gij hebt de mens geschapen -

naar uw beeld, op U gelijkend;

man en vrouw hebt Gij hen geschapen

en hen voorbestemd tot onderlinge eenheid.

Daarom bidden wij U voor N. en N.,

nu zij op deze dag door het huwelijk

hun liefde gaan bezegelen;

houd hen vast in deze liefdesband,

versterk hun trouw jegens elkaar,

doe hen groeien in onderlinge liefde

en laat deze liefdesband vrucht dragen.

Mogen zij zo als christelijke echtgenoten

getuigen van de liefde die Gij zelf zijt.

Dat vragen wij U

door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,

die met U leeft en heerst

in de eenheid van de heilige Geest,

God, door de eeuwen der eeuwen.

Amen.
3

God, wees ons nabij en hoor ons gebed.

Voor uw altaar gaan deze bruid en bruidegom, N. en N.,

hun trouwbelofte uitspreken

en zich als man en vrouw binden aan elkaar.

Wij bidden U:

zie met welgevallen naar hen

en versterk in hen de liefde

die zij elkaar toedragen.

Dat vragen wij U

door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,

die met U leeft en heerst

in de eenheid van de heilige Geest,

God, door de eeuwen der eeuwen.



Amen.
4

God, groot en heilig is uw Naam,

deze bruid en bruidegom, N. en N.,

gaan in het sacrament van het huwelijk

hun leven met elkaar delen.

Wij bidden U:

laat hen groeien in het geloof dat zij belijden,

en in de trouw die zij elkaar beloven.

Mogen hun kinderen voor hen een zegen zijn

en voor uw geloofsgemeenschap toegewijde leden.

Dat vragen wij U

door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,

die met U leeft en heerst

in de eenheid van de heilige Geest,

God, door de eeuwen der eeuwen.

Amen.
5

God, wees hier aanwezig

en luister welwillend naar ons gebed.

Vanaf de schepping hebt Gij

het huwelijk van man en vrouw ingesteld,

om het voortbestaan te waarborgen

van het menselijk leven.

Daarom bidden wij U:

moge de eenheid van de huwelijksband,

waarvan Gij de schepper zijt,

door uw helpende hand behouden blijven.

Dat vragen wij U

door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,

die met U leeft en heerst

in de eenheid van de heilige Geest,

God, door de eeuwen der eeuwen.



Amen.
6

God, sinds de dag van de schepping

rust uw zegen op ons;

onder uw zegenende hand

worden mensen vruchtbaar en talrijk,

groeit het welzijn op aarde

en wordt uw wereld bewoonbaar.

Hoor dan welwillend onze beden

en schenk aan deze bruid en bruidegom, N. en N.,

de rijkdom van uw zegen.

Mogen zij daardoor in hun verbondenheid als man en vrouw

groeien in een liefdevolle eensgezindheid

van hart en ziel

en het geestelijk welzijn van elkaar bevorderen.

Dat vragen wij U

door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,

die met U leeft en heerst

in de eenheid van de heilige Geest,

God, door de eeuwen der eeuwen.

Amen.
7

Getrouwe God,

Gij behoedt de mensen met wie Gij U verbonden hebt;

Gij trekt met ons mee,

beschermt ons in gevaar

en wijst ons de weg.

Spreek een woord van leven

nu twee van uw mensen

met elkaar verder willen gaan

en sterk hen in deze samenkomst

met de genade van Jezus Christus, onze Heer,

die met U leeft en heerst

in de eenheid van de heilige Geest,

God, door de eeuwen der eeuwen.



Amen.
8

God, onze Vader,

vol vreugde zijn wij hier samengekomen

voor de huwelijkssluiting van N. en N.

Voor uw altaar gaan zij elkaar trouw beloven

en zij willen het huwelijksverbond aangaan

dat Gij vanaf het begin van de schepping hebt geheiligd.

Zo worden zij één vlees,

door U geschapen: mannelijk en vrouwelijk.

Wij bidden U:

wees in dit uur hier aanwezig,

wees in hun leven aanwezig,

ook wanneer zij U mochten vergeten

- uw trouw is sterker dan de dood -.

Beveilig hen

wanneer zij zich voor een valse keuze gesteld zien,

schenk hun standvastigheid en vertrouwen in elkaar.

Dat vragen wij U

door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,

die met U leeft en heerst

in de eenheid van de heilige Geest,

God, door de eeuwen der eeuwen.



Amen.

DIENST VAN HET WOORD
(De Dienst van het Woord is als volgt opgebouwd:

Eerste lezing

Psalm / tussenzang

Evt. tweede lezing

Vers voor het Evangelie / tussenzang

Lezing uit het Evangelie

Homilie (preek)

Indien men er voor kiest de Dienst van het Woord niet uit drie maar uit twee lezingen te laten bestaan, kan men als eerste lezing ook een van de mogelijkheden nemen die onder tweede lezing vermeld staan.)

Eerste lezing
1

Uit het boek Genesis 1, 26‑28.31a
In het begin, bij de schepping van hemel en aarde,

sprak God, toen Hij de dieren had geschapen:

"Nu gaan Wij de mens maken,

als beeld van Ons,

op Ons gelijkend;

hij zal heersen over de vissen van de zee,

over de vogels van de lucht,

over de tamme dieren,

over alle wilde beesten

en over al het gedierte dat over de grond kruipt."

En God schiep de mens als zijn beeld;

als het beeld van God schiep Hij hem;

man en vrouw schiep Hij hen.

God zegende hen, en God sprak tot hen:

"Weest vruchtbaar en wordt talrijk;

bevolkt de aarde en onderwerpt haar;

heerst over de vissen van de zee,

over de vogels van de lucht,

en over al het gedierte dat over de grond kruipt."

God bezag alles wat Hij gemaakt had,

en Hij zag dat het heel goed was.

Zo spreekt de Heer.



Wij danken God.
2

Uit het boek Genesis 2, 18‑24
In het begin, bij de schepping van hemel en aarde,

na de schepping van de eerste mens,

sprak God de Heer:

"Het is niet goed dat de mens alleen blijft.

Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past."

Toen boetseerde God de Heer uit de aarde

alle dieren op het land

en alle vogels van de lucht,

en bracht die bij de mens,

om te zien hoe hij ze noemen zou:

zoals de mens ze zou noemen,

zo zouden ze heten.

De mens gaf dus namen

aan al de tamme dieren en aan al de vogels van de lucht

en aan al de wilde beesten;

maar een hulp die bij hem paste,

vond de mens niet.

Toen liet God de Heer de mens in een diepe slaap vallen;

en terwijl hij sliep,

nam Hij één van zijn ribben weg

en zette er vlees voor in de plaats.

Daarna vormde God de Heer uit de rib

die Hij bij de mens had weggenomen,

een vrouw,

en bracht haar naar de mens.

Toen sprak de mens:

"Eindelijk been van mijn gebeente

en vlees van mijn vlees!

Mannin zal zij heten,

want uit de man is zij genomen."

Zo komt het dat een man zijn vader en moeder verlaat

en zich zo aan zijn vrouw hecht,

dat zij volkomen één worden.

Zo spreekt de Heer.



Wij danken God.
3

Uit het boek Genesis 24, 48‑51.58‑67
In die dagen sprak de dienaar van Abraham tot La­ban:

"Ik heb de Heer gezegend,

de God van mijn meester Abraham,

die mij langs de juiste weg heeft geleid,

zodat ik voor de zoon van mijn meester

de dochter van diens broer mocht vinden.

Als u mijn meester uw vriendschap en trouw wilt betonen,

zeg het mij dan;

zo niet, zeg het dan eveneens;

dan kan ik ergens anders gaan zoeken."

Daarop antwoordde Laban en diens familie:

"Dit is een beschikking van de Heer,

wij kunnen er niets tegen inbrengen.

Rebekka staat voor u gereed;

neem haar met u mee

als vrouw voor de zoon van uw meester,

zoals de Heer beschikt heeft."

Zij riepen dus Rebekka en vroegen haar:

"Wil je met deze man meegaan?"

Zij antwoordde: "Ik ga mee."

Toen lieten zij hun zuster Rebekka vertrekken,

samen met haar voedster,

en met de dienaar van Abraham en zijn mannen.

Zij namen afscheid van Rebekka en wensten haar toe:

"Zuster, moogt u worden tot duizendmaal tienduizend

en moge uw nageslacht

de poort van zijn vijanden bezitten!"

Toen maakten Rebekka en haar slavinnen zich gereed;

zij bestegen hun kamelen en volgden de man.

De dienaar begaf zich met Rebekka op reis.

Isaak was teruggekomen van de bron Lachai‑Roï;

hij woonde toen in de Negeb.

Bij het vallen van de avond

ging hij buiten wat afleiding zoeken;

toen hij zijn ogen opsloeg,

zag hij ineens kamelen aankomen.

Ook Rebekka keek op,

en toen zij Isaak zag,

liet zij zich van haar kameel glijden

en vroeg aan de dienaar:

"Wie is die man daar,

die over het veld naar ons toekomt?"

De dienaar antwoordde:

"Dat is mijn meester."

Toen deed zij haar sluier voor.

De dienaar vertelde aan Isaak

alles wat hij gedaan had.

Daarop bracht Isaak Rebekka in zijn tent

en nam haar tot vrouw.

Isaak kreeg haar lief

en vond troost voor het verlies van zijn moeder.

Zo spreekt de Heer.



Wij danken God.
4

Uit het boek Tobit 7, 6-14
In die dagen

kwam Tobias met Azarias bij Raguël in Ekbat­ana.

Raguël sprong op, viel hem om de hals,

brak in tranen uit en prees hem gelukkig met de woorden:

"Jij bent de zoon van een nobel en voortreffelijk man."

Maar toen hij hoorde dat Tobit blind geworden was,

werd hij tot tranen bewogen.

Ook zijn vrouw Edna en zijn dochter Sara schreiden.

Tobias en Rafaël werden met grote hartelijkheid opgeno­men.

Men slachtte een schaap

en zette hun een welvoorziene tafel voor.

Toen zei Tobias tot Rafaël:

"Broeder Azarias, als je nu eens ter sprake bracht

waar je het onderweg over gehad hebt.

De zaak moet haar beslag krijgen."

Rafaël deelde Raguël mee wat ze besproken hadden.

Daarop richtte deze zich tot Tobias met de woorden:

"Eet en drink en laat het je goed smaken.

Jou komt het immers toe

om mijn dochter tot vrouw te krijgen.

Maar ik moet je wel de waarheid vertellen.

Ik heb mijn kind al aan zeven mannen gegeven.

Maar in de nacht dat ze tot haar wilden gaan,

zijn ze om het leven gekomen.

Maar kom, doe je nu te goed."

Doch Tobias antwoordde:

"Ik zal hier niets meer van gebruiken,

voordat de zaak haar beslag gekregen heeft."

Daarop zei Raguël:

"Neem haar dan nu tot je vrouw, overeenkomstig de wet.

Jij bent aan haar verwant, zij behoort aan jou.

Moge de God van de hemel

jullie deze nacht voorspoed schenken, jon­gen,

jullie barmhartig zijn en vrede geven."

Toen riep hij zijn dochter Sara, nam haar bij de hand

en gaf haar aan Tobias tot vrouw met de woorden:

"Hier is mijn dochter,

neem haar volgens de wet van Mozes tot vrouw

en ga met haar naar je vader."

En hij zegende hen.

En nadat hij ook zijn vrouw Edna erbij geroepen had,

nam hij een blad papier

en maakte de huwelijksovereenkomst op,

die zij met hun zegel bekrachtigden.

Toen begonnen zij aan de maaltijd.

Zo spreekt de Heer.



Wij danken God.
5

Uit het boek Tobit 8, 4b-8
Toen Tobias en Sara in de huwelijksnacht

in de kamer alleen waren,

zei Tobias tot haar:

"Sta op, zuster, laten we bidden

dat de Heer zich over ons ontfermt."

En Tobias bad:

"Gezegend zijt Gij, God van onze vaderen,

en gezegend is uw heilige en heerlijke Naam

door de eeuwen heen.

Mogen de hemelen en alle schepselen U prijzen.

Gij hebt Adam gemaakt

en hem Eva, zijn vrouw, tot hulp en stut gegeven.

Uit hen is het menselijk geslacht voortgekomen.

Gij hebt gezegd:

het is niet goed dat de mens alleen is;

laten we een hulp voor hem maken die bij hem past.

Welnu, Heer, als ik mijn zuster hier tot me neem,

ga ik geen ongeoorloofde verbinding aan,

maar ben ik trouw aan de wet.

Betoon mij uw barmhartigheid

en laat mij aan haar zijde oud worden."

En Sara zei: "Amen."

Zo spreekt de Heer.

Wij danken God.
6

Uit het boek Spreuken 3, 3‑6
Laat liefde en trouw u niet verlaten!

Bind ze om uw hals,

schrijf ze op de tafel van uw hart:

dan wordt gij bemind en als verstandig gewaardeerd

door God en de mensen.

Vertrouw op de Heer met heel uw hart

en verlaat u niet op uw eigen inzicht.

Denk aan Hem op al uw wegen

en Hij zal uw paden effenen.

Zo spreekt de Heer.



Wij danken God.
7

Uit het boek Spreu­ken 31, 10‑31

of 31, 10‑13.19‑20.30‑31
Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?

Haar waarde gaat die van koralen ver te boven!

Het hart van haar man vertrouwt op haar

en het zal hem aan winst niet ontbreken.

Zij brengt hem geluk, geen ongeluk,

alle dagen van haar leven.

Zij zoekt zorgvuldig wol en linnen uit

en doet ermee wat haar handen aangenaam vinden.

(Zij is als een schip van een koopman

en haalt van verre haar voedsel.

Zij staat op terwijl het nog nacht is

en deelt leeftocht uit aan haar gezin

en geeft haar dienstmaagden het deel dat hun toekomt.

Zij slaat het oog op een akker en koopt die,

van de vrucht van haar handen plant zij een wijngaard.

Zij omgordt haar lenden met kracht

en maakt haar armen sterk.

Zij merkt dat haar ondernemingen slagen:

's nachts gaat haar lamp niet uit.)

Zij strekt de handen uit naar het spinrokken

en houdt de weefspoel in haar vingers.

Zij opent haar hand voor de behoeftige

en strekt haar armen uit naar de misdeelde.

(Zij vreest voor haar gezin geen sneeuw,

want heel haar gezin is in scharlaken gekleed.

Zij vervaardigt dekens;

zij is in fijn linnen en purper gekleed.

Haar man is vermaard in de poorten,

als hij daar zetelt met de oudsten van het land.

Zij vervaardigt linnen kleren en verkoopt ze;

zij levert gordels aan de koopman.

Kracht en luister zijn haar gewaad

en zij ziet lachend de komende dag tegemoet.

Zij opent haar mond en zij spreekt wijsheid;

van haar tong komen lieflijke lessen.

Zij gaat de gangen van haar gezin na

en eet haar brood niet in ledigheid.

Haar zonen staan op en prijzen haar gelukkig,

haar man staat op en roemt haar:

"Veel vrouwen hebben zich flink gedragen,

maar gij overtreft ze allen!")

Bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid vluchtig,

maar een vrouw die de Heer vreest, moet geroemd worden.

Bejubelt haar om de vrucht van haar handen

en roemt haar in de poorten om haar werken.

Zo spreekt de Heer.



Wij danken God.
8

Uit het Hooglied 2, 8-10.14.16a; 8,6-7a
(De stem van de bruid:)

Hoor, daar is mijn lief!

Kijk, daar komt hij aan:

springend komt hij over de bergen,

over de heuvels komt hij aangesneld.

Mijn lief is als een gazel,

het lijkt wel het jong van een hert.

Daar staat hij achter de muur van ons huis.

Hij ziet door het venster

en kijkt door de tralies naar binnen.

Nu roept mijn lief en zegt tegen mij:

"Sta op mijn liefste, kom toch, mijn schoonste.

Mijn duif, verscholen in de spleten van de rots,

in de holten van de bergwand,

laat mij je gezicht zien,

laat mij je stem horen,

want je stem is zo mooi,

je gezicht zo lieftallig!"

Mijn lief is van mij

en ik ben van hem.


(De stem van de bruidegom:)

Draag mij als een zegel op uw hart,

als een zegel aan uw arm:

want sterk als de dood is de liefde,

met de onverbiddelijkheid van het dodenrijk

sluit zij ieder ander buiten.

Haar vonken zijn bliksemschichten,

vlammen van de Heer.

Geen stortvloed van water kan de liefde blussen,

geen rivier spoelt haar weg.

Zo spreekt de Heer.

Wij danken God.
9

Uit de Wijsheid van Jezus Sirach 26, 1‑4.13‑16
Een goede vrouw maakt haar man gelukkig

en het getal van zijn dagen wordt dubbel zo groot.

Een flinke vrouw is een vreugde voor haar man

en zij laat hem al zijn jaren in vrede doorbrengen.

Met een goede vrouw is men goed bedeeld;

wie God vrezen, krijgen haar als hun deel.

Rijk of arm, hun hart is gelukkig

en hun gezicht staat altijd opgewekt.

De bekoorlijkheid van de vrouw verblijdt haar man

en haar vaardigheid geeft merg aan zijn gebeente.

Een zwijgzame vrouw is een geschenk van de Heer

en beschaving is iets onbetaalbaars.

Een ingetogen vrouw is dubbel bekoorlijk

en niets weegt op tegen haar zelfbeheersing.

De zon die opgaat aan de hoge hemel van de Heer:

zo is de schoonheid van een goede vrouw

in haar welgeordend huis.

Zo spreekt de Heer.



Wij danken God.
10

Uit het boek van de profeet Jeremia 31, 31‑32a.33‑34a
"Er komt een tijd ‑ godsspraak van de Heer ‑

dat Ik met Israël en Juda een nieuw verbond sluit;

geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb,

toen Ik hen bij de hand heb genomen

om hen uit Egypte te leiden.

Dit is het nieuwe verbond

dat Ik in de toekomst met Israël sluit:

Ik schrijf mijn wet in hun binnenste,

Ik grif ze in hun hart.

Ik zal hun God, en zij zullen mijn volk zijn.

Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden:

leer de Heer kennen.

Want iedereen, groot en klein,

kent Mij al"

‑ godsspraak van de Heer.

  1   2   3   4   5   6

  • Amen. De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen. En met uw geest. 2
  • Amen. Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus. En met uw geest. 3
  • En met uw geest. Kyrie
  • Kyrie eleison.
  • Wij loven U.
  • Gij, die zit aan de rech­ter­hand van de Vader, ont­ferm U over ons.
  • Laudamus te
  • Qui sedes ad dexteram Patris, miserere nobis.
  • Amen. DIENST VAN HET WOORD
  • Eerste lezing 1
  • Wij danken God. 2
  • Wij danken God. 3
  • Wij danken God. 4
  • Wij danken God. 5
  • Wij danken God. 6
  • Wij danken God. 7
  • Wij danken God. 8
  • Wij danken God. 9
  • Wij danken God. 10

  • Dovnload 0.69 Mb.