Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opleiding tot leraar Basisonderwijs

Dovnload 0.56 Mb.

Opleiding tot leraar Basisonderwijs



Pagina1/9
Datum05.12.2018
Grootte0.56 Mb.

Dovnload 0.56 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9

Lesbeschrijvingsformulier ki-fase.




Opleiding tot leraar Basisonderwijs

Student(e): Evelien de Detter

Stageschool: Basisschool de Oostvogel

Groep: 3/4

Datum: 22-09-2016

Groepsmentor: Wendy van laare

Beginsituatie: De leerlingen leren het woord ‘pen’. Dit is een nieuw woord voor alle leerlingen. Ze hebben in de voorafgaande lessen al eerder woorden geleerd, zoals:
-maan;
-ik;
-roos;
-aan.

Mika en Tycho lopen voor op de leesontwikkeling tegenover de andere leerlingen. Zij zullen dus meer uitdaging moeten krijgen.



Doelstellingen Les: De leerlingen leren het structureerwoord ‘pen’ en de letter p lezen en op de juiste wijze verklanken. Ook worden moeilijke woorden gesemantiseerd.

Persoonlijke doelstellingen voor de student: Ik wil de leerlingen spelenderwijs het woord ‘pen’ aanleren. Dit ga ik doen door in te spelen op de leefwereld van de leerlingen.

Er wordt dan ook eerst een prentenboek voorgelezen wat aansluit bij de leefwereld van de leerlingen. Vervolgens wordt er een gesprek gevoerd met de leerlingen over het boek, zodat de leerlingen hun eigen verhaal kwijt kunnen. Ze linken dan hun eigen ervaring aan het boek, waardoor de stof beter zal beklijven.



Gebruikte bronnen:

Methode ‘veilig leren lezen’





Wat doen de kinderen?

Timing:

Wat doe ik?

Hoe organiseer ik dat?

Inleiding:

Openen

De les begint met het activeren van de eigen ervaringen van de leerlingen. Dit gebeurt aan de hand van een gesprek. De leerlingen geven gedurende dit gesprek antwoord op de volgende vragen:


-Ben jij ook wel eens iets kwijt?

-Wat doe je dan?

Vervolgens wordt het prentenboek ‘Waar is mijn pen?’ voorgelezen en luisteren de leerlingen naar dit verhaal. Dit boek is ter introductie van het woord ‘pen’.

Na het voorlezen van het verhaal wordt de inhoud van het verhaal besproken. De leerlingen geven gedurende dit gesprek antwoord op de volgende vragen:


-zijn Vos en Haas echte vrienden van Beer? (ze geven hem een pen cadeau, ze helpen hem met zoeken, ze plagen hem ook een beetje, beer schrijft een gedicht voor hen.

-wat was de grap van het verhaal? (Beer vond de pen écht terug toen hij in de spiegel zijn spiegelbeeld zag.)


Opnemen (instructie)

Aanbieden: pen, p

De leerlingen kijken naar de nieuwe wandplaat die opgehangen wordt. De leerlingen lezen alle structureer woorden nog eens twee keer. Vervolgens plakken en hakken de leerlingen het woord ‘pen’ door gebruik te maken van de structureerstrook. Dit doen ze door gebruik te maken van de bekende verdeel- en samenvoegbewegingen. Dan lezen de leerlingen eerst het hele woord (/pen/). Vervolgens wordt de eerste letter weggeklapt en lezen de leerlingen de overgebleven letters (/en/). Ten slotten wordt het woorddeel ‘en’ weggeklapt en verklanken de leerlingen de overgebleven letter (/p/). De letter ‘p’ wordt aan de letterlijn gehangen. De leerlingen verklanken nog twee keer alle letters die aan de letterlijn hangen.

Vervolgens kijken de leerlingen naar de klinker/medeklinker kaart en geven de leerlingen antwoord op de volgende vraag:


Waar moet de letter ‘p’ bij geplakt worden?
Uitvoeren
De leerlingen krijgen de letters van het structureerwoord ‘pen’ en hangen die in hun klikklakboekje. De letter ‘n’ hebben de leerlingen al van het woord ‘maan’. De doel-letter ‘p’ wordt ook in de eindpositie gehangen. De leerlingen krijgen even de gelegenheid om te experimenteren met hun klikklakboekje.
De zon-leerlingen gaan zelfstandig aan de slag met het maken van de werkbladen zon 17,18,19,20 en werkbladen maan 24,25,26. Als ze hiermee klaar zijn gaan ze aan de slag met het stempelen van hun verhaal over de olifant en de roos.

Wanneer de leerlingen hiermee klaar zijn mogen ze zelf een brief gaan stempelen. Ze mogen zelf weten aan wie ze de brief schrijven.



30 minuten

Inleiding:

De les start met een gesprek met de leerlingen over hun eigen ervaringen. Het gaat hierbij om ervaringen met het kwijt zijn van spullen.

De leerlingen geven in dit gesprek antwoord op de volgende vragen:
-Ben jij ook wel eens iets kwijt?
-Wat doe je dan?

Vervolgens ga ik het prentenboek ‘Waar is mijn pen?’ voorlezen. Tijdens het voorlezen van het verhaal wordt er gelet op de intonatie. Ook wordt er gewerkt aan de woordenschat. Er zijn een aantal woorden die uitgelegd worden, namelijk:


-timmerman;
-schilder;
-schrijver;
-gedicht.

Ook zijn er woorden die uitgebeeld worden, namelijk:


-somber;
-opgewonden.

Deze woorden worden deels uitgelegd door het laten zien van de afbeeldingen in het boek en het laten uitbeelden door de leerlingen.

Na het voorlezen van het verhaal wordt de inhoud van het verhaal besproken. Ik stel de volgende vragen:
- zijn Vos en Haas echte vrienden van Beer? (ze geven hem een pen cadeau, ze helpen hem met zoeken, ze plagen hem ook een beetje, beer schrijft een gedicht voor hen.

-wat was de grap van het verhaal? (Beer vond de pen écht terug toen hij in de spiegel zijn spiegelbeeld zag.)


Instructie

Aanbieden: pen, p

Ik laat de nieuwe wandplaat zien en hang hem op. De leerlingen lezen alle structureerwoorden nog eens twee keer.

Vervolgens plakken en hakken we klassikaal het woord ‘pen’ door gebruik te maken van de structureerstrook. Dan lezen de leerlingen eerst het hele woord (/pen/).


Vervolgens klap ik de eerste letter weg en lezen laat ik de overgebleven letters (/en/) zien. Tot slot klap ik ‘en’ weg en verklanken de leerlingen de letter (/p/). Deze letter wordt daarna aan de letterlijn gehangen. De schrijfletter wordt daaronder gehangen.

De leerlingen verklanken nog twee keer alle letters aan de letterlijn.

Dan pakken ik de klinker/medeklinker kaart. Ik stel de leerlingen de volgende vraag:
-waar moet ik de letter ‘p’ bij plakken?

Uitvoeren

De letters van het structureerwoord ‘pen’ worden uitgedeeld en deze letters hangen de leerlingen in hun klikklakboekje.

De letter ‘n’ hebben de leerlingen al. De letter ‘p’ wordt ook in de eindpositie gehangen.

De leerlingen krijgen even de tijd om te experimenteren met hun klikklakboekje.


Extra zorg

De zon leerlingen gaan zelfstandig aan de slag in de gang. De klaaropdracht wordt verteld, namelijk:
-het stempelen van hun verhalen over de olifant en de roos;
-het schrijven van een brief.




Inleiding:

Het prentenboek ligt klaar.

Wanneer de leerlingen antwoord willen geven op een vraag steken de leerlingen hun vinger op.

De wanplaat, structureerstrook, letter, schrijfletter, letters voor in het klikklakboekje en letter p voor op de medeklinker/klinker plaat liggen klaar.

Het klikklakboekje hebben de leerlingen in hun vakje.


Kern:

Werkinstructie
Opnemen

De leerlingen luisteren naar de uitleg van de werkbladen 24-25-26 die ze bij de zelfstandige verwerking moeten maken.

Bij werkblad 24 worden de plaatjes benoemt, zodat de leerlingen begrijpen wat de plaatjes betekenen. Het benoemen van de plaatjes gebeurt door de leerlingen. De woorden die de leerlingen benoemen bij werkblad 25 zijn: pot, pen, touw, pan, boot, peer, pet, hoed, deur, beer, doos, pop, pijl, put.

De leerlingen luisteren naar het tekstje op werkblad 26.


Uitvoeren

Wanneer de leerlingen klaar zijn met het maken van de werkbladen mogen ze iets kiezen van het planbord. Na een kwartier wisselen we van werkje. De keuzes zijn:


-veilig &vlot;
-letterzetter;
-klikklakboekje;
-kies een boek en lees;
-ringboekje;
-stempeldoos.



45 minuten

30 minuten

Kern:

Werkinstructie

De werkbladen 24, 25, 26 worden uitgelegd. De plaatjes van werkbald 25 worden benoemt, namelijk: pot, pen, touw, pan, boot, peer, pet, hoed, deur, beer, doos, pop, pijl, put.

Bij werkblad 26 lees ik het verhaal voor en besteed ik daarbij aandacht aan de woorden pon (nachtjapon of pyama) en pluim (veer). Bij ieder werkblad vraag ik de leerlingen wat we moeten doen. Op die manier verwoorden ze zelf wat de opdracht is.


De leerlingen hebben als klaaropdracht het werken met het planbord. De leerlingen kennen de opdrachten en mogen zelf hun naam zetten bij de opdracht die ze willen gaan doen. Na 15 minuten wisselen we van werkje. De keuzes zijn:

-veilig &vlot;

-letterzetter;

-klikklakboekje;

-kies een boek en lees;

-ringboekje;

-stempeldoos.


Extra zorg:
Toots, Wolfgang, Kyan en Afnan hebben nog moeite met het lezen van de aangeleerde woorden en het verklanken (op tempo) van de losse letters. Zij zullen dan ook bij de computer komen om de letters en woorden nog een keer extra te oefenen. Bij het werken met het planbord ga ik met Afnan en Toots aan de instructie tafel zitten om met de letterzetter aan de slag te gaan.



Kern:
De werkschriften worden uitgedeeld door de hulp van de week Kyan.

Het planbord hangt op achteraan in de klas. De nodige spullen voor de opdrachten staan klaar.

Op het digibord staat het online programma veilig leren lezen klaar.


Verwerking / afsluiting

Er wordt een gesprek gehouden over wat de leerlingen in deze les gedaan hebben. De leerlingen geven antwoord op de vraag:


wat heb je in deze les geleerd.

Als Mika en Tycho een brief gemaakt hebben mogen ze deze brief presenteren.




5 minuten

Verwerking / afsluiting:

Er wordt een gesprek gehouden over wat de leerlingen in deze les gedaan hebben. Ik stel de leerlingen de volgende vraag:

wat heb je in deze les geleerd.

Als Mika en Tycho een brief gemaakt hebben mogen ze deze brief presenteren.



Verwerking / afsluiting:

De leerlingen zitten op hun eigen stoel in de klas.




Lesbeschrijvingsformulier ki-fase.



Opleiding tot leraar Basisonderwijs

Student(e): Evelien de Detter

Stageschool: Basisschool de Oostvogel

Groep: 3/4

Datum: 11-10-2016

Groepsmentor: Wendy van laar

Beginsituatie:
Groep 3
De leerlingen leren het woord ‘neus’. Dit is een nieuw woord voor alle leerlingen. Wel hebben de leerlingen dit woord al één keer aangeboden gekregen op maandag. Ze hebben in de voorafgaande lessen al eerder woorden geleerd, zoals:
-maan;
-ik;
-vis;
-roos;
-aan;

-pet;
-en;


-teen;
-een.

Mika en Tygo lopen voor op de leesontwikkeling tegenover de andere leerlingen. Zij zullen dus meer uitdaging moeten krijgen. Dit gebeurt aan de hand van een zon werkboekje en een zon leesboekje. Ook hebben zij verwerkingsopdrachten die meer uitdaging bieden, zoals woorden stempelen, verhalen bedenken aan de hand van platen uit een prentenboek en humpie dumpie (begrijpend lezen). Tot slot krijgen deze leerlingen weinig instructie. Het werkblad wordt uitgelegd en gaan daarna zelfstandig aan de slag.


Groep 4:
De leerlingen oefenen het schrijven van de hoofdletter J. Deze letter hebben ze maandag voor het eerst leren schrijven. Ze oefenen deze letter nu in het oefenboekje. Dit doen de leerlingen zelfstandig. Ook wordt het lezen geautomatiseerd. Ze gaan namelijk, als de bladzijde van schrijven af is, duo lezen.

Doelstellingen Les:
Groep 3:
De leerlingen leren het structureerwoord ‘neus’, met de nadruk op de letter ‘n’, lezen en op de juiste wijze verklanken. Ook worden eerder geleerde woorden gesemantiseerd. In de les komt ook begrijpend lezen naar voren. Dit is terug te zien op het werkblad pagina 19. Zij moeten bij de zin het juiste plaatje aankruisen.
Groep 4:
De leerlingen oefenen het schrijven van de hoofdletter J. De leerlingen moeten bij deze letter letten op de manier waarop ze zitten en de letter schrijven. Bij het schrijven moet er gekeken worden naar de plek waar de letter de lijn raakt. Ook moet het rondje niet te groot zijn.

De leerlingen oefenen ook met lezen. Iedere leerling heeft een boek en een duo leesmaatje op niveau. Ze oefenen het lezen, waardoor ze steeds beter gaan lezen.





Persoonlijke doelstellingen voor de student:
Groep 3:
Ik wil de leerlingen spelenderwijs het woord ‘neus’ aanleren. Dit ga ik doen door in te spelen op de leefwereld van de leerlingen. De leerlingen maken spelenderwijs kennis met het woord ‘neus’ en woorden die te maken hebben met het onderwerp van de kern, namelijk het lichaam. We beginnen dan ook met het liedje hoofd, schouders, knie en teen. Nadat we dit lied hebben uitgebeeld, moeten de leerlingen bedenken wat voor woord we gaan leren in deze les.

Ook moeten de leerlingen door middel van memo blaadjes de woorden koppelen aan de afbeelding. Ze krijgen allemaal de reuzewerkbladen 2 t/m 13, zodat alle leerlingen actief betrokken zijn.


Groep 4:

Ik wil ervoor zorgen dat de leerlingen de letter op de juiste wijze kunnen schrijven. Dit betekent wel dat ik dan ook het goede voorbeeld moet geven. Ik schrijf de letter een aantal keer voor, maar moet dan wel letten op het feit dat ik de letter zelf op de juiste wijze schrijf. Ook wil ik ervoor zorgen dat de leerlingen weten wat ze moeten doen als ze klaar zijn. De leerlingen weten dat ze wanneer ze klaar zijn met schrijven, gaan duo lezen. Dit is in het begin van het schooljaar met de leerlingen afgesproken.



Gebruikte bronnen:

Methode ‘veilig leren lezen’

Methode ‘pennenstreken’

  1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Opleiding tot leraar Basisonderwijs
  • Wat doen de kinderen
  • Inleiding: Openen
  • 30 minuten Inleiding
  • Kern: Werkinstructie Opnemen
  • 45 minuten 30 minuten Kern
  • 5 minuten Verwerking / afsluiting
  • Verwerking / afsluiting

  • Dovnload 0.56 Mb.