Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opleiding tot leraar Basisonderwijs

Dovnload 0.56 Mb.

Opleiding tot leraar Basisonderwijs



Pagina2/9
Datum05.12.2018
Grootte0.56 Mb.

Dovnload 0.56 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9



Wat doen de kinderen?

Timing:

Wat doe ik?

Hoe organiseer ik dat?

Inleiding:

Openen:

De lessen beginnen gezamenlijk. We beginnen met het lied ‘hoofd, schouders, knie en teen’. De leerlingen van groep 3 en van groep 4 doen mee met dit dansje. Daarna beantwoorden de leerlingen van groep 3 de volgende vraag:


welk woord gaan we in deze les leren?

Antwoord: neus.


Vervolgens geven de leerlingen van groep 4 antwoord op de volgende vraag:

weten jullie een woord met de letter, die jullie vandaag gaan oefenen, wat ook te maken heeft met je lichaam?


Er is namelijk een verschil tussen leerlingen in de klas.

Tip: er zitten er 6 in groep 4.


Antwoord: jongen.
Instructie
Opnemen/uitvoeren
Nu pakken de leerlingen van groep 3 hun veilig en vlot boekje en gaan hiermee oefenen. Mika en Tygo pakken hun vrij leesboek. Ondertussen wordt er een korte instructie gegeven in groep 4 voor schrijven. De leerlingen luisteren naar de uitleg.

Dan doen de leerlingen mee met de schrijfshake. De leerlingen van groep 3 mogen ook meedoen.

De leerlingen pakken nu hun oefenboekje en gaan in de schrijfhouding zitten. Ze gaan vervolgens de letter J schrijven. Wanneer ze hiermee klaar zijn, pakken de leerlingen hun duo leesboek en gaan ze duo lezen.



5 min

Inleiding:

Openen:
Ik begin met het zingen van het lied ‘hoofd, schouders, knie een teen’. Ik benadruk in dit lied het woord ‘neus’. De leerlingen doen mee met het dansje en mogen mee zingen als ze het lied kennen.

Na het zingen en dansen geven de leerlingen antwoord op de volgende vraag:


welk woord gaan we in deze les leren?

Antwoord: neus

Dan stel ik groep 4 de volgende vraag:
weten jullie een woord met de letter, die jullie vandaag gaan oefenen, wat ook te maken heeft met je lichaam?

Er is namelijk een verschil tussen de leerlingen in de klas.

Tip: er zitten er 6 in groep 4.

Antwoord: jongen.


Instructie
Opnemen/uitvoeren
Nu pakken de leerlingen van groep 3 hun veilig en vlot boekje.
Mika en Tygo pakken hun vrij leesboek.

Dan ga ik in groep 4 een korte instructie geven over het schrijven van de letter J.

Ik stel de leerlingen de volgende vraag:
waar moet je allemaal op letten bij het schrijven van de letter J. Ik schrijf zelf de letter J op het bord op de juiste wijze en laat hierbij zien waar de letter de lijn raakt.
Voordat de leerlingen daadwerkelijk gaan schrijven doen we eerst nog de schrijfshake. De leerlingen van groep 3 mogen ook meedoen.
Daarna pakken de leerlingen hun oefenboekje en gaan ze in de schrijfhouding zitten. Ze gaan de letter J nu schrijven. Wanneer ze klaar zijn, pakken de leerlingen hun duo leesboeken gaan ze duo lezen.


Inleiding:
Beide stoplichten staan op groen.
De leerlingen staan achter hun stoel.

Als de leerling het antwoord op de vraag weten, steken ze hun vinger op.


Het stoplicht gaat bij groep 3 op rood.

Het veilig en vlot boekje ligt in hun vakje. Het vrij leesboek ligt ook in het vakje.

De J wordt op het whitboard geschreven.

Het stoplicht gaat bij groep 3 op groen.
De leerlingen gaan staan voor de schrijfshake.

Het oefenboekje en de duo leesboeken liggen in hun vakje. Alle leerlingen hebben twee duo leesboeken, zodat ze altijd een boek hebben om te lezen. Als er een boek uit is, mogen ze aan het eind van de les het boek wisselen.


Het stoplicht staat bij groep 4 op rood.


Kern:

Werkinstructie
Opnemen/uitvoeren:

De leerlingen van groep 4 zijn aan het schrijven en duo lezen.

Groep 3 krijgt reuzenwerkbladen in groepjs van 3 (zoals ze zitten). Ook krijgen de leerlingen memoblaadjes met de volgende woorden op: maan, aap, beer, bal, haas, boek, pet, man, voet, sok, kaal, pen, boom, huis, heg, stoep, fiets, stoel, ster en stuur. De leerligen zoeken op pagina 2 tot en met 13 van reuzenboek 2 naar plaatsen waar ze de kaartjes kunnen plakken. Mika en Tygo kunnen andere leerlingen dan helpen om de moeilijke woorden te lezen. Wanneer de leerlingen hiermee klaar zijn luisteren de leerlingen nog een keer naar alle woorden die op de kaartjes stonden.


Uitvoeren:
Mika en Tycho krijgen een korte werkinstructie en gaan daarna zelfstandig aan de slag met het maken van de zon werkbladen 11 en 12 en lezen in het zon werkboekje pagina 15 en 16. Wanneer ze hiermee klaar zijn, gaan ze verder werken in humpie dumpie.
Opnemen/uitvoeren

De leerlingen maken hun woordendoos open en leggen hun kaartjes eruit.

De leerlingen voeren de volgende opdrachten uit:
-pak het kaartje met het plaatje vaas.
-steek het kaartje omhoog en leg het vervolgens in het plaatjesvak op het dekse.
-leg nu zelf het woord vaas.


10 min



Kern:

Werkinstructie
Opnemen/uitvoeren:
De leerlingen van groep 4 zijn aan het schrijven en duo lezen.
Ik deel de reuzenwerkbladen uit. Ieder groepje van 3 krijgt 1 boekje. Ook krijgt ieder groepje memoblaadjes met de volgende woorden op:
maan, aap, beer, bal, haas, boek, pet, man, voet, sok, kaal, pen, boom, huis, heg, stoep, fiets, stoel, ster en stuur.

De leerlingen zoeken op pagina 2 tot en met 13 van reuzenboek 2 naar plaatsen waar ze de kaartjes kunnen plakken.


Mika en Tygo kunnen andere leerlingen dan helpen om de moeilijke woorden te lezen.

In de tussentijd dat de leerlingen hiermee bezig zijn, loop ik een hulprondje bij groep 4.

Wanneer de leerlingen hiermee klaar zijn luisteren de leerlingen nog een keer naar alle woorden die op de kaartjes stonden.Deze woorden lees ik voor.

Toots en Wolfgang zijn snel afgeleid. Ook hebben zij moeite met het verklanken van de letters. Abdurrahman komt uit Syrië en heeft moeite met woordenschat. Ik ga dit groepje dan ook extra begeleiden.


Ik vraag Mika en Tygo wat ze moeten doen bij werkbladen 11 en 12. De leerlingen verwoorden dit zelf.

De opdrachten verwerken ze zelfstandig en ook het leesboekje lezen ze zelfstandig.

De woordendozen worden uitgedeeld en ik geef de volgende opdrachten:
-pak al je plaatjes uit de doos.
-pak het kaartje met het plaatje vaas.

-steek het kaartje omhoog en leg het vervolgens in het plaatjesvak op het dekse.

-leg nu zelf het woord vaas.

Ik schrijf zelf het woord op het bord, zodat de leerlingen kunnen controleren of ze het goed gedaan hebben. Ook de woorden maan, mis en ren worden op de zelfde wijze gelegd.

Toots heeft moeite met het verklanken van de letters. Ik geef hem dus extra begeleiding door met hem te hakken en plakken. Afnan legt de woorden vaak andersom. Dit komt door haar Syrische achtergrond. Vaas wordt dan bij haar saav. Ook aan haar geef ik extra begeleiding door te hakken en plakken.


Kern:

Stoplicht staat bij groep 4 op rood.


De boekjes en memoblaadjes (kaartjes) liggen klaar met daarop de woorden geschreven.

De leerlingen zitten in de volgende groepjes:


Groepje 1: Abdurrahman, Wolfgang en Toots.

Groepje 2: Mika, Afnan en Wannes.

Groepje 3: Tygo, Kyan en Moéra.

Het stoplicht gaat dan even op rood in groep 3.


Het stoplicht gaat terug op groen in groep 3.

Mika en Tygo werken in de gang.

De te maken bladzijden staan op het whiteboard.

De woordendozen staan achter in de klas op de tafel.

De helper van de week helpt met uitdelen.

Het woord wordt op het whiteboard geschreven.



Verwerking / afsluiting

De leerlingen van groep 3 geven antwoord op de volgende vraag:


wat hebben jullie geleerd in deze les?
De leerlingen van groep 4 geven antwoord op de volgende vraag:
wat hebben jullie geleerd in deze les?

De leerlingen schrijven dit op hun wisbordje.



5 min

Verwerking / afsluiting:

Ik stel de leerlingen de volgende vraag in groep 3:


wat hebben jullie geleerd in deze les?
Ik stel de leerlingen in groep 4 de volgende vraag:
wat hebben jullie geleerd in deze les?
De leerlingen schrijven dit op hun wisbordje.

Verwerking / afsluiting:

De beide stoplichten gaan op groen.



Leerlingen van groep 4 hebben het wisbordje in het vakje liggen.



Lesbeschrijvingsformulier ki-fase.



Opleiding tot leraar Basisonderwijs

Student(e): Evelien de Detter

Stageschool: Basisschool de Oostvogel

Groep: 3/4

Datum: 29-11-2016

Groepsmentor: Wendy van laare

Beginsituatie:
Groep 4 (klassikaal):
In deze les worden getallen om ons heen onderscheiden, benoemd en geordend. Deze week krijgen de leerlingen de opdracht om getallen te verzamelen. Belangrijk is dat de leerlingen leren dat de aanduiding inhoud en betekenis geeft aan de getallen. Zo herkennen ze km en m voor afstand, km/u voor snelheid, € voor geldbedrag, g en kg voor gewich enzovoort. In groep 3 is dit al eerder aan bod geweest. Toen was het vooral oriënteren op en nu gaan de leerlingen het ook daadwerkelijk benoemen.

Groep 3 (zelfstandig):
De leerlingen hebben maandag geleerd hoe ze moeten speigelen. Dit is een opstap naar het verdubbelen en maken ze kennis met de leerlijn meektunde. Nu gaan de leerlingen hier zelf mee aan de slag. De leerlingen kunnen dit zelfstandig verwerken. Toots en afnan hebben moeite met het bepalen van de spiegellijn. Tijdens de vaste loopronde moeten deze leerlingen dus extra begeleiding krijgen.
Mika en Tygo lopen voor op de reken ontwikkeling. Zij hebben als verwerkingsopdrachte een plusschrift waarin zij zelfstandig werken.



Doelstellingen Les:
Groep 4 (klassikaal):
De leerlingen leren dat getallen, in de wereld, om ons heen een andere betekenis hebben. De leerlingen leren hierbij dat de aanduiding inhoud en betekenis geeft aan de getallen. Dit gaan ze leren door zelf op onderzoek uit te gaan. Ze maken namelijk een poster van allerlei verschillende getallen met hun eigen betekenis. Ze komen er zo achter dat bijvoorbeeld het gewicht aangeduid wordt met kg of g.

Kerndoel 33: De leerlingen leren meten en leren te rekenen met eenheden en maten, zoals bij tijd, geld, lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, gewicht, snelheid en temperatuur.

Groep 3 (zelfstandig):
De leerlingen leren hoe je een figuur of letters kan spiegelen. Ze leren waar de spiegellijn zit en kunnen hierdoor verdubbelen en halveren. Dit gaan ze leren door zelf op onderzoek uit te gaan. Iedere leerling krijgt een spiegel. Ze gaan zelf ondervinden waar de spiegellijn zit. Ze maken hierbij de opdrachten in hun werkschrift.

Kerndoel 32: De leerlingen leren eenvoudige meetkundige problemen op te lossen.



Persoonlijke doelstellingen voor de student: Ik wil de leerlingen ontdekkend laten leren. Dit betekent dat de leerlingen zelf op onderzoek uitgaan en zo tot de ontdekking komen dat de verschillende getallen in de wereld verschillende betekenissen hebben. Dit gaan de leerlingen doen door zelf in tijdschriften op zoek te gaan naar verschillende getallen met verschillende betekenissen.

Groep 3 gaat ook ontdekkend leren. Iedere leerling krijgt een spiegel. Door die spiegel te gebruiken komen de leerlingen tot de ontdekking waar de spiegellijn zit en hoe ze kunnen verdubbelen of halveren.




Gebruikte bronnen:

-Methode ‘Alles telt’

-Tule.slo

-Tijdschriften







Wat doen de kinderen?

Timing:

Wat doe ik?

Hoe organiseer ik dat?

Inleiding:

Openen:
De leerlingen van groep 3 beginnen met de een startactiviteit, namelijk:
de leerlingen krijgen een stapeltje met getallenkaartjes. De leerlingen gaan hiermee in tweetallen aan de slag. De leerling aan de raam kant begint. Hij laat een kaartje zien aan zijn maatje en die moet het dubbele van dat getal zeggen. Vervolgens draaien ze de rollen om.

Dit is een activiteit die samenhangt met het spiegelen, namelijk dubbele.


De leerlingen van groep 4 beginnen ook met een startactiviteit, namelijk:
hoofdrekenen. Iedere leerling heeft een hoofdrekenschrift. In deze les gaan de leerlingen met de volgende onderdelen van hoofdrekenen aan de slag:
-optellen en aftrekken;
-zelf sommen bedenken;
-aanvullen tot en terugspringen naar het tiental.


Opnemen:

Vervolgens verwoorden de leerlingen van groep 3 wat ze maandag in de rekenles gedaan hebben en verwoorden wat ze bij de opdrachten moeten doen in hun werkschrift. Ook verwoorden ze het doel van de les, namelijk: het leren spiegelen in de vorm van verdubbelen of halveren.


-Opdracht 1: de leerlingen zetten hun spiegeltje op de spiegellijn en tekenen het aantal rondjes dat te zien is.
-Opdracht 2: de leerlingen zetten de spiegel op de spiegellijn en tekenen wat ze nu aan de andere kant zien.
-Opdracht 3: met behulp van de spiegel maken de leerlingen het figuur af.
-Opdracht 4: de leerlingen bedenken zelf een halve of een complete vorm om te tekenen. Dan zetten ze hun spiegeltje op de spiegellijn en maken de vorm af of tekenen deze in spiegelbeeld.
-Opdracht 5: de leerlingen spiegelen en tekenen verschillende stippenpatronen.
-Opdracht 6: de leerlingen splitsen 6. Alle splitsingen moeten worden gevonden, behalve die van 0.
-Opdracht 7 en 8: de leerlingen moeten het totaal aan stippen op de dobbelstenen bepalen.


Uitvoeren:

De leerlingen van groep 3 gaan zelfstandig aan de slag met de opdrachten.

De klaaropdrachten zijn:
-computer;

-rekenmachine;

-quiz meester;

-even snel, verder en plus;

-plusschrift.

Opnemen:

Dan bespreken de leerlingen van groep 4 de uitkomsten van de sommen van het hoofdrekenen. Dit gebeurt klassikaal.

Vervolgens verwoorden de leerlingen wat ze al weten over de verschillende betekenissen van verschillende getallen en vertellen wat ze hierover al weten.

Ook verwoorden de leerlingen het doel van deze les, namelijk:


de getallen die wij dagelijks tegen komen hebben verschillende betekenissen.

10 minuten

Inleiding:

Terublik/voorkennis ophalen:
De startacitviteit van groep 3 wordt uitgelegd, namelijk
de leerlingen krijgen een stapeltje met getallenkaartjes. De leerlingen gaan hiermee in tweetallen aan de slag. De leerling aan de raam kant begint. Hij laat een kaartje zien aan zijn maatje en die moet het dubbele van dat getal zeggen. Vervolgens draaien ze de rollen om.

Dit is een activiteit die samenhangt met het spiegelen, namelijk dubbele.


Extra zorg: Mika en Tygo krijgen getallenkaartjes met getallen boven het tiental.

De startactiviteit wordt uitgelegd aan groep 4, namelijk:


iedere leerling pakt zijn hoofdreken schrift en maakt hierin les 1. In deze les komen de volgende onderdelen aan bod:
-optellen en aftrekken;

-zelf sommen bedenken;

-aanvullen tot en terugspringen naar het tiental.

De leerlingen verwoorden kort wat ze bij de opdrachten moeten doen.


Extra zorg:
Nout, Ann, Inaya en Ibrahim krijgen een rekenrek als extra ondersteuning voor het uitreken van de sommen.

Nout mag in de gang gaan zitten, omdat hij daar rustiger kan werken.


Oriëntatie/doelstelling:

Ik stel de leerlingen van groep 3 de volgende vragen:


-wat hebben we maandag in de rekenles gedaan?
-wat gaan we in deze les leren?
Instructie en begeleide inoefening:
Ook laat ik de leerlingen van groep 3 verwoorden wat ze bij de verschillende opdrachten moeten doen door de volgende vraag te stellen:
wat moet ik doen bij de opdrachten in het werkschrift. De opdrachten in het werkschrift gaan over het volgende:
-Opdracht 1: de leerlingen zetten hun spiegeltje op de spiegellijn en tekenen het aantal rondjes dat te zien is.

-Opdracht 2: de leerlingen zetten de spiegel op de spiegellijn en tekenen wat ze nu aan de andere kant zien.

-Opdracht 3: met behulp van de spiegel maken de leerlingen het figuur af.

-Opdracht 4: de leerlingen bedenken zelf een halve of een complete vorm om te tekenen. Dan zetten ze hun spiegeltje op de spiegellijn en maken de vorm af of tekenen deze in spiegelbeeld.

-Opdracht 5: de leerlingen spiegelen en tekenen verschillende stippenpatronen.

-Opdracht 6: de leerlingen splitsen 6. Alle splitsingen moeten worden gevonden, behalve die van 0.

-Opdracht 7 en 8: de leerlingen moeten het totaal aan stippen op de dobbelstenen bepalen.
Extra zorg:
Toots, Wolfgang en Afnan zijn snel afgeleid. Ik moet hen dus steeds vragen stellen, zodat ze bij de les blijven.
Toots en Afnan hebben moeite met het onderdeel spiegelen en de juiste spiegellijn te vinden. Bij de vaste loopronde moet ik dus kijken hoe het gaat bij deze leerlingen en deze leerlingen extra instructie aanbieden.
Zelfstandige verwerking zonder hulp:
De leerlingen van groep 3 gaan zelfstandig aan de slag met de opdrachten.

Als de leerlingen klaar zijn hebben ze verschillende klaaropdrachten, namelijk:


-computer;
-rekenmachine;
-quiz meester;
-even snel, verder en plus;
-plusschrift.
Extra zorg:
Mika en Tygo lopen voor op de reken ontwikkeling. Zij hebben als klaaropdracht dan ook een plusschrift van blok 5, 6 en 7.

Wannes heeft moeite met zelfstandig werken met de klaaropdrachten. Hij kan vaak niet kiezen wat hij gaat doen. Ik moet hem hierbij begeleiden en hem een keuze laten maken tussen twee opdrachten.


Oriëntatie/doelstelling:
Ik bespreek samen met de leerlingen van groep 4 de uitkomsten van het hoofdrekenen. Dit gebeurt klassikaal.

Dan stel ik de leerlingen de volgende vraag:


wat weet je al over de verschillende betekenissen van de verschillende getallen?

Ook stel ik de leerlingen de vraag of ze het doel van de les kunnen verwoorden. Ik stel de volgende vraag:


wat zouden wij in deze les gaan leren?




Inleiding:
De leerlingen van groep 3 hebben de getallenkaartjes nodig.

De leerlingen van groep 4 pakken hun hoofdrekenschrift.

Het stoplicht staat bij groep 4 op rood.

De leerlingen van groep 3 pakken hun werkschrift.

Op het digibord zijn de te maken opdrachten te zien.

De computer staat klaar voor de klaaropdracht. Dit is een reken puzzel met het thema Sinterklaas.

De andere klaaropdrachten liggen op de kast.

De plusschriften liggen in hun la.

Het stoplicht staat in groep 3 op rood.

De leerlingen pakken hun groene potlood om de hoofdreken sommen na te kijken.


De leerlingen schrijven de antwoorden van mijn vragen op hun wisbordje.


Kern:

Opnemen:
De leerlingen kijken in hun boek mee naar opdracht 1. De leerlingen geven antwoord op de volgende vragen:

-wat is er te zien op het dashboard van de auto?

-hoe hard mag je hier rijden? (snelheid)

-hoe ver is het naar Amsterdam? (afstand)

-hoe laat is het? (tijd)

-wat voor getallen zie je nog meer in auto’s en langs de weg.

Dit zijn oriënterende vragen. Tot slot geven de leerlingen antwoord op de vragen in het boek, namelijk:

-hoe ver moeten ze n og?

-mama rijdt 75 kilometer per uur. Rijdt mama te hard?

De leerlingen schrijven de antwoorden op hun wisbordje.


Uitvoeren:

De leerlingen luister naar de uitleg van de volgende opdracht:

De leerlingen krijgen, in groepjes van 2 en 3, een tijdschrift en een A3 papier. In het tijdschrift gaan jullie op zoek naar getallen met verschillende betekenissen.

Als je dit gevonden hebt, plak je die op het A3 papier. Je schrijft er ook bij wat dit getal jullie verteld. Het kan bijvoorbeeld gaan over een gewicht of misschien wel een datum.

De leerlingen presenteren de gemaakte poster.


45 minuten

30 minuten



Kern:

Instructie en begeleide inoefening:
De leerlingen kijken in hun boek mee naar opdracht 1. Ik stel de leerlingen de volgende vragen:
-wat is er te zien op het dashboard van de auto?
-hoe hard mag je hier rijden? (snelheid)
-hoe ver is het naar Amsterdam? (afstand)
-hoe laat is het? (tijd)
-wat voor getallen zie je nog meer in auto’s en langs de weg.

Dit zijn oriënterende vragen. Tot slot geven de leerlingen antwoord op de vragen in het boek, namelijk:


-hoe ver moeten ze n og?
-mama rijdt 75 kilometer per uur. Rijdt mama te hard?

De leerlingen schrijven de antwoorden op hun wisbordje.


Extra zorg:
Om alle leerlingen actief bij de les te betrekken zet ik het wisbordje in. Zo moeten alle leerlingen antwoord geven.


Zelfstandige verwerking zonder hulp:

Ik geef de leerlingen de volgende uitleg:


De leerlingen krijgen, in groepjes van 2 en 3, een tijdschrift en een A3 papier. In het tijdschrift gaan jullie op zoek naar getallen met verschillende betekenissen.

Als je dit gevonden hebt, plak je die op het A3 papier. Je schrijft er ook bij wat dit getal jullie verteld. Het kan bijvoorbeeld gaan over een gewicht of misschien wel een datum.


De leerlingen gaan hiermee zelfstandig aan de slag. Ik loop vervolgens mijn vaste looproute in groep 3 om te kijken of ik andere leerlingen kan helpen.
Wanneer de tijd om is presenteren de leerlignen de gemaakte poster.

Extra zorg:


De leerlingen gaan zelf actief aan de slag en ontdekken wat voor verschillende getallen met verschillende betekenissen er allemaal zijn. Ik loop een vaste looproute om te controleren of de leerlingen de opdracht hebben begrepen.



Kern:
Het boek is op het digibord te zien.

De antwoorden worden op het wisbordje geschreven.

Er liggen verschillende tijdschriften in de klas.

Ook liggen de A3 papieren klaar.

Een schaar en plakstift hebben de leerlingen in hun vakje.

De leerlingen gebruiken hun fluisterstem om te overleggen.


De leerlingen werken samen met diegene waar ze naast zitten.

Het stoplicht gaat in groep 4 op rood.

De time timer staat op het bord op 10 minuten.

De leerlingen komen voor de klas staan om hun gemaakte poster te presenteren.




Verwerking / afsluiting:
Verwoorden:
De leerlingen lopen rond in de klas. Als ze elkaar tegen komen geven ze elkaar een high five en vertellen ze aan elkaar wat ze geleerd hebben in deze les.

5 minuten

Verwerking / afsluiting:

Afsluiting/nagesprek:
De leerlingen gaan verwoorden wat ze in deze les geleerd hebben.

De leerlingen lopen rond, geven elkaar een hig five en vertellen aan elkaar wat ze geleerd hebben.




Verwerking / afsluiting:

De leerlingen lopen rond en vertellen elkaar wat ze in deze les geleerd hebben.



De time timer staat op 2 minuten.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Wat doe ik
  • 5 min Inleiding
  • Kern: Werkinstructie
  • 10 min Kern: Werkinstructie
  • 5 min Verwerking / afsluiting
  • Verwerking / afsluiting
  • Opleiding tot leraar Basisonderwijs
  • Wat doen de kinderen
  • 10 minuten Inleiding
  • 45 minuten 30 minuten Kern

  • Dovnload 0.56 Mb.