Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opleiding tot leraar Basisonderwijs

Dovnload 0.56 Mb.

Opleiding tot leraar Basisonderwijs



Pagina3/9
Datum05.12.2018
Grootte0.56 Mb.

Dovnload 0.56 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9


Lesbeschrijvingsformulier ki-fase.



Opleiding tot leraar Basisonderwijs

Student(e): Evelien de Detter

Stageschool: Basisschool de Oostvogel

Groep: 3/4

Datum: 19-12-2016

Groepsmentor: Wendy van laare

Beginsituatie:
Groep 4 (Zelfstandig- tussen toets):
Groep 4 maakt in deze les de opdrachten die horen bij les 15. Les 15 is altijd een herhalingsles, maar wordt als toets meegerekend. Zo wordt er gekeken of de leerlingen de leerstof, die al aanbod is geweest, ook begrepen hebben en beheersen.
De leerstof van deze les is dus niet nieuw voor de leerlingen. Zij hebben hier allemaal al instructie over gehad en mee geoefend.

Ann, Ibrahim, Nout, Inaya en Alyssa hebben tijdens de lessen extra instructie gekregen. Tijdens mijn loopronden controleer ik of de leerlingen de opdrachten begrijpen.


Groep 3 (Klassikaal):
De leerlingen maken in deze les kennis met het plusteken. Dit plusteken wordt geïntroduceerd door vanuit splitsingen een som te maken. De leerlingen hebben al eerder uitleg gekregen en oefeningen gemaakt rondom het splitsen van de getallen 2, 4, 5, 7 en 10. Nu wordt de aandacht vooral gericht op het plusteken. De leerlingen hebben wel al eerder sommen gemaakt, maar hebben nog niet bewust gekeken naar wat dat plusteken nou eigenlijk inhoud.

Mika en Tygo lopen voor op rekengebied. Zij hebben een plusschrift waarin zij al sommen uitgerekend hebben. Ik laat ze deze les wel meedoen, omdat ook zij dan even bewust stilstaan bij wat het plusteken nou eigenlijk inhoud, zodat er in een later stadium geen verwarring kan ontstaan met het min teken. Bij het splitsen laat ik deze leerlingen de getallen 12, 14, 16, 18 en 20 splitsen om ze meer uitdaging te bieden.

Toots en Afnan hebben extra instructie en begeleiding nodig. Ik zal hen dan ook die begeleiding bieden.


Doelstellingen Les:
Groep 4 (Zelfstandig- tussen toets):
De leerlingen kunnen aan het eind van de les sommen uitrekenen waarbij de volgende onderdelen aan bod komen:
-structureren van getallen;
-terugspringen op de getallenlijn zonder overschrijden van het tiental.

Doel wat vertelt wordt aan de leerlingen: aan het eind van de les kunnen jullie minsommen uitrekenen door de getallenlijn te gebruiken. Dit hebben wij in de vorige les geoefend en nu mogen jullie laten zien of jullie dat ook kunnen.

Kerndoel 29: De leerlingen leren handig aftrekken.

Groep 3 (Klassikaal):
Aan het eind van de les kunnen de leerlingen verwoorden wat het plusteken nou eigenlijk betekent. Ook kunnen de leerlingen aan het eind van de les dit plusteken toepassen door sommen te maken vanuit een splitsing en daarbij dus het plusteken gebruiken. De leerlingen gaan dit ontdekken door te werken met concreet materiaal, namelijk Kerstbomen en fiches (kerstballen). Aan het eind van de les wordt de leerstof abstracter.

Doel wat vertelt wordt aan de leerlingen: in deze les gaan we sommen leren maken. Dit gaan we doen door twee getallen bij elkaar op te tellen en daarbij het goede teken gebruiken. We gaan er wel eerst voor zorgen dat we ook twee getallen hebben door te splitsen.
Kerndoel 23: De leerlingen leren wiskundetaal gebruiken


Persoonlijke doelstellingen voor de student: Ik wil de leerlingen ontdekkend laten leren. Ik wil dat ze zelf tot de ontdekking komen wat nou eigenlijk dat plusteken betekent. Ook wil ik ervoor zorgen dat ik aansluit bij de leefwereld van de leerlingen. Het is nu Kerst, dus heb ik een blad met twee kerstbomen op geplastificeerd. Eerst herhalen de leerlingen het splitsen door fiches (kerstballen) in de boom te hangen en vervolgens komt daar het plusteken bij te staan, zodat de leerlingen zien wat zo’n plusteken nou eigenlijk betekent. Het ontdekkent leren zit hem in deze les vooral in het van concreet naar abstract waardoor de leerlingen zien dat ze dat plusteken nodig hebben om het antwoord op een som te kunnen geven.

Gebruikte bronnen:

-Methode ‘Alles telt’

-Tule.slo





Wat doen de kinderen?

Timing:

Wat doe ik?

Hoe organiseer ik dat?

Inleiding:

Openen:
De leerlingen van groep 4 beginnen met een sommendictee als startactiviteit. Ze pakken hun wisbordje en de leerling aan de raamkant zegt eerst een minsom. De andere leerling schrijft het antwoord op. Vervolgens worden de rollen omgedraaid.
De leerlingen van groep 3 gaan aan de slag met hun startactiviteit, namelijk:
iedere leerling krijgt een beker met daarin 10 fiches. Mika en Tygo krijgen een beker met 20 fiches. De leerling aan de raamkant begint. De andere leerling doet zijn ogen dicht. De leerling aan de raamkant haalt de fiches eruit en stopt er een aantal onder de beker. De andere fiches liggen gewoon op tafel.

De andere leerling moet nu vertellen hoeveel fiches er nog onder de beker liggen. Vervolgens controleren de leerling of dit klopt door de beker op te tillen.

Dan worden de rollen omgedraaid.
Uitleg:

Wanneer groep 3 bezig is met deze startactiviteit, wordt aan groep 4 de tussen toets uitgelegd.

We starten met het verwoorden van wat ze in de vorige les hebben geleerd en geoefend, namelijk:
het uitrekenen van minsommen door de getallenlijn te gebruiken. Dan wordt het doel van de les verwoord. Ik stel de leerlingen de volgende vraag:
wat ga je in deze les leren?

Vervolgens verwoorden de leerlingen zelf bij iedere opdracht wat ze moeten doen.




Uitvoeren:
De leerlingen van groep 4 gaan zelfstandig aan de slag met maken van de tussentoets.

Als ze klaar zijn met de toets hebben de leerlingen de volgende klaaropdrachten:

-even snel;

-verder;


-plus;

-plusschrift;

-computer.
Opnemen:
De leerlingen van groep 3 geven vervolgens antwoord op de volgende vraag:
wat heb je eigenlijk net in de startactiviteit geoefend?

Antwoord: splitsen.

Ik vertel de leerlingen dat we dat in deze les ook gaan doen, maar dan ook met de getallen 2, 4, 5 en 7.

Dan geeft een leerling een voorbeeld van het splitsen van tien.

Die twee getallen komen op het bord te staan. De juf vertelt dat er eigenlijk ook nog iets tussen die twee getallen kan staan en dat we in deze les erachter gaan komen wat daar dan tussen kan staan.


20

minuten

Inleiding:

Terublik/voorkennis ophalen:
Ik vertel de leerlingen van groep 4 dat ze beginnen met een sommendictee. De uitleg is als volgt:
de leerling aan de raamkant begint met het bedenken van een min som. Vervolgens schrijft de andere leerling het antwoord op.

Daarna worden de rollen omgedraaid.


Vervolgens luistert groep 3 naar de uitleg van de start opdracht, namelijk:


iedere leerling krijgt een beker met 10 fiches. Mika en Tygo krijgen een beker met 20 fiches. De leerling aan de raamkant begint. De andere leerling doet zijn ogen dicht. De leerling aan de raamkant haalt de fiches eruit en stopt er een aantal onder de beker. De andere leerling doet zijn ogen open en gaat bedenken hoeveel fiches er nu nog onder de beker liggen. Om te controleren of dit klopt, tillen de leerlingen de beker op.

Vervolgens worden de rollen omgedraaid.


Mika en Tygo hebben extra uitdaging nodig. Zij krijgen dan ook 20 fiches in hun beker.


Oriëntatie/doelstelling:

Groep 4 krijgt uitleg over de tussen toets. We beginnen met het verwoorden van wat we in de vorige les geleerd en geoefend hebben, namelijk:


het uitrekenen van minsommen door de getallenlijn te gebruiken.

Dan wordt het doel van de les verwoord. Om de leerlingen hierover na te laten denken stel ik de leerlingen de volgende vraag:

wat ga je in deze les leren?

Dan ga ik samen met de leerlingen bekijken of ze de opdrachten begrijpen.

De leerlingen verwoorden bij iedere opdracht wat ze moeten doen.
Nout, Alyssa, Ibrahim, Ann en Inaya geef ik extra beurten om te verwoorden wat ze moeten doen. Zo weet ik of ze de opdracht ook daadwerkelijk begrijpen.
Zelfstandige verwerking zonder hulp:
De leerlingen van groep 4 gaan zelfstandig aan de slag met maken van de tussentoets.

Als ze klaar zijn met de toets hebben de leerlingen de volgende klaaropdrachten:


-even snel;
-verder;
-plus;
-plusschrift;
-computer.


Oriëntatie/doelstelling

De leerlingen van groep 3 geven antwoord op de volgende vraag:


wat heb je eigenlijk net in de startactiviteit geoefend?

Antwoord: splitsen.

Ik vertel de leerlingen dat we dat in deze les ook gaan doen, maar dan ook met de getallen 2, 4, 5 en 7. Ik stel de leerlingen de volgende vraag:
wie kan er eens een voorbeeld geven van het splisten van het getal 10?
Deze voorbeelden schrijf ik op het bord. Ik vertel daarbij dat er soms ook wel eens iets staat tussen die twee getallen en dat we er in deze les achter gaan komen wat daar dan tussen kan staan.

Om de aandacht te vangen en te richten geef ik de leerlingen en uitdaging. Ik verwoord namelijk wie dit raadsel aan het eind van de les kan oplossen.





Inleiding:
De leerlingen van groep 4 hebben hun wisbordje nodig en gebruiken hun fluisterstem.

De leerling aan de raamkant begint.

De bekers met daarin de fiches staan klaar.

De leerling aan de raamkant begint.

De tafels worden uit elkaar gezet.

De tussentoets is te zien op het digibord.

Het werschrift, met daarin de tussentoets zit in het vakje.

De leerlingen steken hun vinger op als ze antwoord willen geven op een vraag.

Wanneer ze een vraag hebben leggen ze hun rood-groen kaartje.

De leerlingen hebben hun rekenboek en rekenschrift in hun vakje zitten voor de klaaropdracht.

Op de computer staat en rekenopdracht klaar.

De leerlingen geven antwoord op de vragen door hun vinger op te steken.


De voorbeelden worden op het white board geschreven.





Kern:

Opnemen:
De helper van de week deelt de bladeren uit met daarop de twee kerstbomen.

Om de aandacht te vangen vertel ik de leerlingen dat deze kerstbomen nog een beetje saai zijn en wij ze gaan versieren met kerstballen. De leerlingen pakken uit hun beker twee fices. En gaan deze kerstballen verdelen over de twee kerstbomen. Dan pakken de leerlingen 4 kerstballen ook deze kerstballen gaan ze verdelen over de kerstbomen. Het is de bedoeling dat de leerlingen ontdekken dat de kerstballen op verschillende manieren verdeelt kunnen worden.

Vervolgens pakken de leerlingen 5 kerstballen en ook deze kerstballen verdelen ze over de twee kerstbomen.
Mika en Tygo krijgen een andere opdracht. Zij krijgen ook een blad met twee kerstbomen op, maar zij krijgen ook getallenkaartjes met daarop de getallen 12, 14, 16, 18 en 20.

Zij pakken een getal van de stapel en gaan dit getal verdelen over de twee kerstbomen. Zij schrijven de getallen, en de verschillende manieren op de kerstbomen. Wanneer ze het niet weten kunnen ze de kerstballen gebruiken.


Uitvoeren:

De leerlingen pakken 7 kerstballen uit hun beker en leggen deze op tafel. Ze gaan zelfstandig aan de slag en dus deze kerstballen over de kerstbomen verdelen.


Opnemen:
Ik vraag de leerlingen om 4 kerstballen in de ene boom te hangen en 6 kerstballen in de andere boom te hangen.

Dan wil ik graag weten hoeveel kerstballen ik nou eigenlijk in allebei de bomen samen heb hangen. De leerlingen geven antwoord op de volgende vraag:


hoeveel kerstballen hangen nu samen in de boom.
Antwoord: 10.
Mika en Tygo laat ik het getal 6 in de ene kerstboom schrijven en 10 in de andere kerstboom schrijven.

Zij geven antwoord op de volgende vraag:


Hoeveel Kerstballen hangen er bij jullie in de bomen?
Antwoord: 16

Dan geven de leerlingen antwoord op de volgende vraag: wat voor teken heb je nou nodig om er een plussom van te maken?

Antwoord: plusteken

De leerlingen schrijven dat teken tussen de twee kerstbomen.


Om met dit teken te oefenen gaan de leerlingen zelf sommen maken. Dit gaan ze doen door met hun stift een getal in de ene kerstboom te schrijven en een getal in de andere kerstboom te schrijven. Alle leerlingen mogen een som bedenken en deze vervolgens aan de klas laten horen.


30

minuten


Kern:

Instructie en begeleide inoefening:
Ik vertel de leerlingen dat er op het blad twee kerstbomen staan. Deze kerstbomen zijn nog erg saai. Ze zijn nog helemaal niet versierd. Ik vertel de leerlingen dat wij dat gaan doen. De fiches in de beker zijn de kerstballen om de boom te versieren.

Ik geef de leerlingen de volgende opdrachten:


-pak 2 kerstballen uit de beker en verdeel deze over de Kerstbomen.

Hoe kan je de kerstballen verdelen?

-pak 4 kerstballen uit de beker en verdeel deze over de Kerstbomen.

Hoe kan je de kerstballen verdelen?

-pak 5 kerstballen uit de beker en verdeel deze over de Kerstbomen.
Hoe kan je de kerstballen verdelen?

Mika en Tygo krijgen een andere opdracht. Zij krijgen ook een blad met twee kerstbomen op, maar zij krijgen ook getallenkaartjes met daarop de getallen 12, 14, 16, 18 en 20.

Zij pakken een getal van de stapel en gaan dit getal verdelen over de twee kerstbomen. Zij schrijven de getallen, en de verschillende manieren op de Kerstbomen. Wanneer ze het niet weten kunnen ze de fiches gebruiken.


Zelfstandige verwerking zonder hulp:

Dan vertel ik dat de leerlingen nu 7 kerstballen op hun tafel mogen leggen. Ze gaan zelf kijken hoe ze die ballen nou kunnen verdelen over de kerstbomen. De verschillende manieren schrijven de leerlingen op hun wisbordje.

Tijdens deze zelfstandige verwerking loop ik wat vaker langs Toots en Afnan om te kijken of ze de opdracht begrepen hebben. Wanneer ze de opdracht niet begrijpen, verdeel ik de kerstballen samen met deze leerlingen.
Verwerking met hulp:
Ik vertel de leerlingen de volgende opdracht:
Ik vraag de leerlingen om 4 kerstballen in de ene boom te hangen en 6 kerstballen in de andere boom te hangen.

Dan wil ik graag weten hoeveel Kerstballen ik nou eigenlijk in allebei de bomen samen heb hangen.

Ik stel de leerlingen vervolgens de volgende vraag:
hoeveel kerstballen hangen er nou eigenlijk in allebei de bomen samen?

Antwoord: 10.

Mika en Tygo laat ik het getal 6 in de ene kerstboom schrijven en 10 in de andere kerstboom schrijven.

Zij geven antwoord op de volgende vraag:

Hoeveel kerstballen hangen er bij jullie in de bomen?

Antwoord: 16


Ik stel de leerlingen vervolgens de volgende vraag:


wat voor teken heb je nou nodig om er een plussom van te maken.

Antwoord: plusteken

De leerlingen schrijven dit antwoord op de vraag op, tussen de twee kerstbomen.

Om met dit teken te oefenen gaan de leerlingen zelf sommen maken. Dit gaan ze doen door met hun stift een getal in de ene kerstboom te schrijven en een getal in de andere kerstboom te schrijven. Alle leerlingen mogen een som bedenken en deze vervolgens aan de klas laten horen.


Afnan is afkomstig uit Syrië en heeft moeite met bepaalde begrippen. Om toch te weten te komen of ze nou echt begrijpt wat zo’n teken nou betekent laat ik dit haar verwoorden. Ik stel haar de volgende vraag:
wat betekent dat teken nou eigenlijk?


Kern:
De bladeren met de twee kerstbomen op, worden uitgedeeld door de helper van de week.

De bekers met de kerstballen hebben de leerlingen al op hun tafel staan.

De kerstballen die de leerlingen nodig hebben pakken ze uit hun beker. De andere kerstballen blijven in de beker.

De leerlingen krijgen van mij de getallenkaartjes.

De leerlingen werken zelfstandig aan de opdracht en schrijven de verschillende manieren op hun wisbordje.

Tijdens deze zelfstandige verwerking loop ik een looprondje bij groep 4.


De leerlingen gebruiken de fiches uit de beker.

De leerlingen laten het antwoord op de vraag zien op het blad met de twee kerstbomen.

De leerlingen maken zelf een som op het blad met de twee kerstbomen.



Verwerking / afsluiting:
Verwoorden:
De leerlingen lopen rond in de klas. Als ze elkaar tegen komen geven ze elkaar een high five en vertellen ze aan elkaar wat ze geleerd hebben in deze les.

5 minuten

Verwerking / afsluiting:

Afsluiting/nagesprek:
De leerlingen gaan verwoorden wat ze in deze les geleerd hebben.

De leerlingen lopen rond, geven elkaar een hig five en vertellen aan elkaar wat ze geleerd hebben.




Verwerking / afsluiting:

De leerlingen lopen rond en vertellen elkaar wat ze in deze les geleerd hebben.

De time timer staat op 2 minuten.

1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Opleiding tot leraar Basisonderwijs
  • Groep 4 (Zelfstandig- tussen toets)
  • Wat doen de kinderen
  • Verwerking / afsluiting

  • Dovnload 0.56 Mb.