Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opleiding tot leraar Basisonderwijs

Dovnload 0.56 Mb.

Opleiding tot leraar Basisonderwijs



Pagina4/9
Datum05.12.2018
Grootte0.56 Mb.

Dovnload 0.56 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9



Student: Evelien de Detter 

Mentor: Weny van Laare  

Stageschool: Basisschool de Oostvogel 

Groep: 3-4 

Datum: 15-09-2016

 

 



 

Opdracht: Muziekles, Ben je wakker? 

Groepsbeginsituatie: 

- de leerlingen kunnen de juf nadoen met bodysounds.  


- de leerlingen kunnen een tekst nazeggen en na herhalingen onthouden.  

Groepsdoelstellingen 
Aan het einde van de les kunnen de leerlingen  
- het lied Ben je wakker zelfstandig zingen.  
- het ritme van Ben je wakker klappen zonder hulp.  

Gebruikte bronnen:  

https://www.youtube.com/watch?v=QtHkBfpZ358  
Eigenwijs, Ben je wakker? 

Persoonlijke doelstelling voor de student: tempo hoog houden, enthousiast het lied brengen en aanleren.  

Wat doen de kinderen? 

Timing: 

Wat doe ik? 

Hoe organiseer ik dat? 

Inleiding: 

De leerlingen vertellen wat er de vorige les is gedaan en benoemen de instrumenten van het werkblad die ze nog kennen. (leerstof, bewerken) 


 

 

De leerlingen klappen de ritmes van de juf na (leefwereld, ervaren) 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

De leerlingen doen de juf na bij het maken van bodysounds (leefwereld, ervaren) 

 

De leerlingen bedenken zelf ritmes met bodysounds en doen dit voor. De rest doet het na. (leerling, delen)  



 

 

5 min.  

 

 



 

 

 



 

Inleiding: 
Terugblik: 

Wie kan mij eens vertellen wat we de vorige les hebben gedaan? (instrumenten leren kennen) 


Ik laat het werkblad zien. Wie kent er nog een paar? 
 
Presentatie:   

We gaan vandaag een nieuw lied leren, maar voor we daarmee starten gaan we een warming-up doen wat te maken heeft met het ritme. Wie weet wat ritme betekent? (iets wat in een liedje regelmatig terugkomt, je kunt het meeklappen) 

Ik ga nu allerlei ritmes voor klappen jullie doen mij na.  
- 4 x klappen 
- 8 x snel klappen 
- 2 x klappen met tel rust ertussen. (herhalen) 

Ik vertel dat ik altijd in mijn hoofd tot 4 tel en daar klap ik op.  

Ik ga verder door te klappen in mijn handen en op mijn benen. (klap, been, klap, been) 
ik maak hiervan wat combinaties, de kinderen doen dit na. 
Ik vraag of er een kind is wat ook zelf een ritme kan maken.  
Nu maak ik een paar ritmes met andere lichaamsdelen zoals armen, wangen, voeten. Ik vraag of er kinderen zijn die ook iets kunnen bedenken.  
 


Inleiding: 

- het werkblad staat op het digibord geopend.  

 

 

 



 

 

- Alle leerlingen gaan staan tijdens de warming-up. Dit zodat ze meer beweging krijgen en iedereen het goed kan zien.  



Kern:  

 
De leerlingen praten samen over de ervaringen met uit bed komen en opstaan (leerling, delen) 

 

De leerlingen luisteren naar het lied (leerstof, opnemen) 



 

De leerlingen herhalen de zinnen die de juf zegt (leerstof, opnemen) 

 

 

 



De leerlingen zingen het eerste gedeelte mee met de juf (leerstof, bewerken) 

 

 



De leerlingen oefenen eerst de tekst door de juf na te zeggen en zingen het daarna mee. (leerstof, bewerken) 

 

 



De leerlingen klappen het ritme mee van het lied (leerstof, bewerken) 

 

 



 

De leerlingen doen mee met de ochtendgymnastiek op het bord (leefwereld, doen) 

 

 

 



 

 

 



 

10 min. 
 

     


 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



5 min.  

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 


Kern: 

Begeleide inoefening: 

Ik vertel dat iedereen kan gaan zitten. Wie is er wel eens chagrijnig als je ’s morgens uit je bed moet? We houden een kort gesprekje hierover.  

 

Ik zing het lied voor. Ik zeg zin voor zin voor, de kinderen herhalen. 



M’n armen zwaaien in het rond, m’n voeten springen van de grond, m’n knieën zwingen heen en weer, m’n hele lijf gaat zo tekeer en down, down, down, YEEH!  
Ben je wie wa wo wa wakker? Swing met je armen met je billen met je hele lijf. Ben je wie wa wo wa wakker? Tel tot one two, three four, Yes! 

De zinnen worden herhaald en dan een klein stukje. Tot yeeh wordt samen geoefend.  

Als de tekst erin zit oefenen we het zingend.  

 

Dan het onderste gedeelte, eerst de tekst alleen. Dan zingend als de tekst een paar keer herhaald is.  



 

 

 



 

 

Wanneer de tekst erin zit laat ik het de kinderen alleen zingen. Dan zet ik de cd aan en klap ik het ritme mee. De lerlingen doen mee en later alleen.  



 

 

 



Individuele verwerking:  

Om ’s ochtends nu wakker te worden heb je al een lied wat je kunt zingen. Waar zou je ook wakker van worden ’s ochtends en wat is heel gezond? (ochtend gymnastiek) 

Doe maar lekker mee! Ik zet het filmpje aan.  

 

 



 

Kern: 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

Lukprobleem: De leerlingen onthouden de tekst niet. Oplossing: Ik herhaal de tekst nog een par keer en dan zingen we het nog een keer samen.  

 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



- Alle leerlingen staan achter of naast hun stoel.  

 

 



 

 

 



 

 

 



 

Verwerking / afsluiting 

De leerlingen vertellen wat ze geleerd hebben. (leerstof, reflecteren) 


 

 

5 min. 

Verwerking / afsluiting: 
Feedback/reflectie:  

Ik vraag: Wat hebben jullie deze les geleerd? 


Wat was er moeilijk en wat was er nieuw?  

Verwerking / afsluiting: 

Leerlingen zitten weer op hun plek.  



 

Hoe de aandacht gedurende de les van de leerlingen gevangen en gericht wordt: eigen ervaringen laten vertellen met opstaan. Het lied past bij hun eigen beleving. 


Student: Evelien de Detter  

Mentor: Evelien de Detter 

Stageschool: Basisschool de Oostvogel 

Groep:

Datum: 22-09-2016

 

 



 

Opdracht: VLL: en- dag 2 

Groepsbeginsituatie: 

- De leerlingen kennen de letters: m, s, i, v, r, p, aa, e.  

- De leerlingen kennen de zoekplaat, de wisselrijtjes, het leesboekje en het werkboekje en begrijpen de werking hiervan. 


Groepsdoelstellingen 
Maan 6 kinderen:Aan het einde van de les kunnen de leerlingen: 
- woorden met ‘e’ erin herkennen en benoemen. 
- vertellen wat de stomme ‘e’ is.  
- Woordrijtjes lezen met hakken/plakken. 
auditieve synthese toepassen en hierdoor klankpositie bepalen. 

 

Raket 3 kinderen:  Aan het einde van de les kunnen de leerlingen: 


- woorden met ‘e’ herkennen en benoemen 
- Vertellen wat de stomme ‘e’ is. 
- Woordrijtjes lezen zonder hakken/plakken.  
- auditieve synthese toepassen en hierdoor klankpositie bepalen.  

Gebruikte bronnen:  

VLL methode dag 17, en-dag 2 



Persoonlijke doelstelling voor de student: Ik houd rekening met de behoeftes van sommige kinderen door hun meer hulp te bieden. Ook om de sterke juist te stimuleren.  

Wat doen de kinderen? 

Timing: 

Wat doe ik? 

Hoe organiseer ik dat? 

Inleiding: 

De leerlingen vertellen welke letter er gisteren is geleerd. (leerstof, bewerken) 


 

De leerlingen benoemen herkende dingen van de plaat van thuis (leefwereld, ervaren) 

De leerlingen benoemen woordjes met de ‘e’ van de zoekplaat (leerstof, opnemen) 

 

 



 

 

 



 

10 min.  

 

 



 

 

 



 

Inleiding: 
Terugblik: 

Welk woord hebben jullie gisteren geleerd? EN 


Ik vertel dat we vandaag verder gaan met het lezen van EN.  
 
Presentatie: Ik vertel dat we vandaag op de zoekplaat gaan zoeken naar woordjes met de “ e ” . Wie herkent er iets van de plaat van thuis? 

Ik schrijf de woorden die ze noemen op het whiteboard en geef de ‘ e’ een andere kleur. Ik leg uit dat soms de ‘e’ er 2 keer staat maar dat dit dan een ‘ ee’ is. Ook bestaan er klanken als oe, ie, ei, eu waarin een ‘e’ zit. Deze klinken anders, luister maar. Je kunt de ‘e’ ook uitspreken als de u. dit heet de stomme e.  

 

 

 



 

 


Inleiding: 

- de vll methode staat open op het digibord.  

 

 

 



 

 

 



Lukprobleem: De kinderen komen niet tot woorden met de ‘e’. Oplossing: Ik geef een tip of wijs een woord aan met mijn aanwijsstok.  

Kern:  

 
De leerlingen zeggen de woordrijtjes hardop op. (leerstof, opnemen) 

 

 

 



 

De leerlingen maken met hun klikklakboekje woorden en lezen de woorden voor (leerling, delen) 

 

 

 



 

 

 



De leerlingen oefenen eerst de tekst door de juf na te zeggen en zingen het daarna mee. (leerstof, bewerken) 

 

 



 

De leerlingen maken werkblad 31 zelfstandig (leerstof, bewerken) 

 

 

De leerlingen werken aan de werkjes die op het planbord hangen en kiezen dit zelf.  (leerstof, bewerken) 



 

 


 

 

5 min. 



 

 

 



 

 

 



 

5 min.  
 

     


 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

5 min.  

 

 



 

 

 



 

 

5 min.  

 

 

 



 

 

10 min.  

 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

 



 

Kern: 

Begeleide inoefening: 

We gaan nu oefenen met woordrijtjes. Waarom zouden we dit nou doen?  

Ik lees eerst een rijtje voor. Dan lezen we het samen. Dan lezen de kinderen alleen. Zo doe ik het telkens. Hierna vraag ik of er iemand alleen wil lezen.  

 

We doen een oefening met het klikklakboekje. Ik vraag aan de kinderen om samen met je buurvrouw of buurman woorden te maken. Dus de één maakt een woord en laat het door de ander lezen. Dit doe je om en om.  



 

 

 



 

 

 



We gaan nu lezen uit het leesboekje. Hierin zie je hakken/plakken staan en daarna het hele woord. Ik vertel dat we dit samen gaan doen en dat iedereen een keertje aan de beurt komt. Ik vraag ook telkens of er een ‘e’ instaat.  

 

 



Individuele verwerking: Ik vertel dat we nu gaan werken in het werkboekje. Ik vraag aan een zwakkere leerling wat we hier moeten doen. Ik benoem de woorden en zet ze aan het werk.  

 

Wie weet er nog wat je mag doen als je klaar bent? 


- vloeiend en vlot  

- letterzetter 


- letterdoos 
- woordjes schrijven klikklakboekje 
- lettermuur, ‘e’.  
- Leeshoek 

 

 



Kern: 

 

- stoplicht staat op rood. 



 

 

 



 

 

 



Lukprobleem: De leerlingen krijgen het niet voor elkaar om woordjes te maken. Oplossing: Ik doe er een paar met ze samen. Ze maken gebruik van hun woorddoos.  

 

- stoplicht staat op oranje 



 

 

 



 

 

 



- Ik vertel dat het klikklakboekje in het laatje mag en dat nu het leesboekje op tafel mag.  

 

 



 

 

 



 

 

 



 

 

- De schriften gaan op de hoek van de tafel.  



- Het planbord wordt volgens de regels opgehangen door de kindere.  

 

 



 

 

 



 

Verwerking / afsluiting 

De leerlingen vertellen wat ze geleerd hebben. (leerstof, reflecteren) 


 

 

5 min. 

Verwerking / afsluiting: 
Feedback/reflectie:  

Ik vraag: Wat hebben jullie deze les geleerd? 


Wat was er moeilijk en wat was er nieuw?  

Verwerking / afsluiting: 

Leerlingen zitten weer op hun plek.  



 

Hoe de aandacht gedurende de les van de leerlingen gevangen en gericht wordt: de praatplaat. Eigen belevingen hierover vertellen. 

Lesbeschrijvingsformulier ki-fase.





Opleiding tot leraar Basisonderwijs

Student(e): Evelien de Detter

Stageschool: Basisschool de Oostvogel

Groep: 3

Datum: 28-09-2016

Groepsmentor: Wendy van Laare

Wpa-f les ko-fase: VLL teen-dag 1

Beginsituatie:
Ster:
- De leerlingen kennen de woorden Ik, maan, roos, vis, sok, aan, pen, en. Al deze letters erbij ook en kunnen deze schrijven.
- De leerlingen hebben de letters nog niet geautomatiseerd en hierdoor worden ze vergeten.

Maan:
- De leerlingen kennen de woorden Ik, maan, roos, vis, sok, aan, pen, en. Al deze letters erbij ook en kunnen deze schrijven.


- De leerlingen kunnen na het aanbieden van een nieuwe letter direct aan de slag.

Zon:
- De leerlingen kennen alle letters en kunnen ze lezen.


- De leerlingen kunnen beginnend begrijpend lezen.


Doelstellingen Les:
Ster (4lln.): Aan het einde van de les kunnen de leerlingen:
- het woord teen hakken en plakken.
- de t herkennen.



Maan (21lln.): Aan het einde van de les kunnen de leerlingen:
- Het woord teen lezen.
- de t herkennen en hierdoor andere woorden lezen.

Zon (1/2lln.): Aan het einde van de les kunnen de leerlingen:
- begrijpend een tekst lezen.



Persoonlijke doelstellingen voor de student: tempo aanhouden

Gebruikte bronnen: VLL teen-dag 1, kern 2.
1   2   3   4   5   6   7   8   9


Dovnload 0.56 Mb.