Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Ouderen tussen vermogen en afhankelijkheid Bea Cantillon

Dovnload 13.33 Kb.

Ouderen tussen vermogen en afhankelijkheid Bea Cantillon



Datum05.12.2018
Grootte13.33 Kb.

Dovnload 13.33 Kb.

Ouderen tussen vermogen en afhankelijkheid

Bea Cantillon

Ouderen bevinden zich in een dubbel opzicht tussen vermogen en afhankelijkheid. Enerzijds zijn ouderen volgens hun fysieke, sociale en economische mogelijkheden in meerdere of mindere mate afhankelijk, dan wel vermogend. Anderzijds is ouderdom voor iedereen een proces van vermogen naar afhankelijkheid. Vandaag is dankzij de sterk verbeterde gezondheid en levensverwachting en de zeer hoge welvaart voor een grote groep ouderen een levensstijl bereikbaar geworden die voorheen ondenkbaar was. Vlaamse en Nederlandse ouderen verhouden zich positief tot hun Europese leeftijdsgenoten, al waarborgen onze rijke welvaartsstaten lang niet aan iedereen waardige levensomstandigheden.

Welvaart en armoede. De jaarlijkse rapportenstroom van internationale organisaties bevestigt dat België en Nederland tot de meest welvarende landen van de wereld behoren. Ons inkomen, onze scholingsgraad en onze levensverwachting zijn erg hoog. Tegelijkertijd komt de Europese Commissie jaarlijks met een rapport waaruit blijkt dat de relatieve armoede in België ( en in Vlaanderen ) bij de hoogste van de rijke landen in Europa behoren, terwijl de pensioenen er bij de laagste zijn. De verschillen met Nederland zijn zeer frappant. Al naargelang het meetinstrument ligt het armoederisico bij Vlaamse ouderen minstens 3 keer hoger dan in Nederland. De pensioenen liggen in België behoorlijk lager dan in Nederland ( het gemiddeld inkomen van ouderen bedraagt 11907 euro Vlaanderen en 17284 in Nederland). Dat wordt deels gecompenseerd door het hoger woningbezit in Vlaanderen en een groter vermogensbezit. Niettemin is het aandeel ouderen in armoede significant hoger in België/Vlaanderen dan in Nederland. Dit betekent dat voor sommigen ( en in Vlaanderen meer dan in Nederland ) het ouder worden onderverzekerd is. Indien leefomstandigheden in te hoge mate afhankelijk zijn van spaargelden en van vrijwillige aanvullende pensioenen en de collectieve solidariteit tekortschiet krijgt de impact van echtscheidingen, werkloosheid, faillissementen, langdurige ziekte een pijnlijke echo op late leeftijd.

Niet minder dan 12% van de ouderen in Vlaanderen heeft zowel een ernstig inkomenstekort als een tekort aan materiële goederen als een televisie, een wasmachine, een telefoon, een vlees- of visgerecht om de anderhalve dag. In Nederland is dit percentage lager maar het blijft ook daar steken op ongeveer 4%. Vermijden dat personen met lage inkomens die geen eigen vermogen hebben opgebouwd in moeilijke leefomstandigheden terechtkomen, moet een belangrijk aandachtspunt zijn voor het sociale beleid. Oudere huurders met een laag inkomen en een slechte gezondheid, weduwen, hoogbejaarden, mensen van allochtone afkomst en mensen met onvolledige loopbanen behoren tot de groepen met het hoogste risico.



Actief ouder worden. Maatschappelijke participatie is een sleutel tot succesvol ouder worden. Deelname aan het sociale leven leidt tot een groter subjectief welbevinden en een betere levenskwaliteit. Globaal is het bij ons niet slecht gesteld met het niveau van sociale participatie. Maar ook hier lijkt Nederland beter te scoren dan België/Vlaanderen. Nederlandse ouderen geven aan meer deel te nemen aan vrijwilligerswerk, aan sport, aan religieuze activiteiten en aan politieke en sociale organisaties.

Het verder ondersteunen, vanuit het beleid en vanuit het verenigingsleven, van de sociale participatie is belangrijk. Toch schuilt er ook een gevaar in een eenzijdige en overdreven promotie van het ‘ actief ouder worden’. Sommige ouderen vragen immers om ‘ met rust ‘ te worden gelaten. En dat moet ook in de actieve welvaartsstaat gerespecteerd worden. Zij dit dat willen hebben het recht om zich terug te trekken in de deemstering van het leven. Voor ‘ actieve welvaartsstaten’ is het opbrengen en het hooghouden van een groot respect voor de waarde van het leven ook wanneer de vermogens afnemen en de afhankelijkheid toeneemt een zeer belangrijke opdracht.



Een zorgende omgeving. Het aanbod van zorg in Nederland en Vlaanderen is groot en er is een goede spreiding van formele en informele zorgverlening. Een vijfde van de 65 plussers doet een beroep op formele huishoudelijke hulp, thuisverpleging of diensten als warme maaltijden. Velen combineren dat met de informele hulp van hun kinderen of van hun partner. Daarbij valt op dat de hulp van familie zeer belangrijk blijft. De formele zorg is daarbij vaak een noodzakelijke ondersteuning. De zorg is over het algemeen van goede kwaliteit. Maar men stelt vast dat die niet altijd even goed gericht is naar de echte zware noden. In de toekomst, bij beperkte middelen, zal het zaak zijn om de zorg selectiever te richten naar waar de noden het grootst zijn. Er zullen ook verdere investeringen moeten gebeuren om voldoende diensten te ontwikkelen om de stijgende zorgvraag te beantwoorden en om de informele zorg binnen het gezin te stimuleren en te ondersteunen.

Werk, Solidariteit en herverdeling. De kosten van de vergrijzing moeten zeer ernstig worden genomen, zeker nu de overheidsfinanciën een zware deuk hebben gekregen. Om de kosten ( die in Vlaanderen relatief hoger zijn ) te dekken zijn er niet veel alternatieven: hogere bijdragen van jong naar oud, een lager zorgniveau voor de ouderen en/of langer werken.

In Nederland liggen de werkzaamheidgraden van 50 plussers zeer veel hoger dan in Vlaanderen. Hier stelt zich dan ook een groot probleem van een teveel aan brugpensioenen en andere soorten van vervroegde uittreding. Deze uittredingsregelingen leggen een bijkomende zware last op de sociale zekerheid. Bovendien heeft Nederland ook al beslist om de pensioenleeftijd gradueel te verhogen naar 67 jaar. Op dat vlak blijft het in België oorverdovend stil. Nochtans is zowat iedereen het erover eens dat de vergrijzingkost op een krimpende arbeidsmarkt alleen kan ondervangen worden indien er langer gewerkt wordt. Omdat we langer in goede gezondheid leven is dat ook een zeer haalbare optie. Maar wat geldt in algemene termen gaat niet voor iedereen op. Voor laaggeschoolden die vroeg en in moeilijke omstandigheden zijn beginnen werken, mensen die tegenslagen hebben gekend en voor wie het leven moeilijk is geweest kunnen het vaak fysiek en psychisch niet meer opbrengen om door te werken tot op het ogenblik dat ze volledige pensioenrechten kunnen putten. De verhoging van de feitelijke pensioenleeftijd moet dus flexibel zijn en rekening houden met de mogelijkheden en de levensgeschiedenis van mensen.



Aan de kant van de bijdragen van de jongeren lijkt het op dit ogenblik niet aangewezen ( en ook nog niet nodig )om deze in het algemeen te verhogen. De fiscale en parafiscale druk is nu al zeer hoog; bovendien is het investeren in de jonge generaties zeer belangrijk voor een verouderende samenleving. Immers: hoe sterker de komende generaties hoe beter zij de zorg zullen kunnen opnemen voor de ouderen van morgen. Desondanks zal de solidariteit van rijk naar arm, van actief naar zorgbehoevend, van kansrijk naar kansarm moeten vergroten. Door tal van factoren zijn de ongelijkheden de voorbije jaren toegenomen en is de kloof tussen rijk en arm gegroeid. Ook binnen de groep ouderen zijn de ongelijkheden groot. De rijkdom en welstand van sommigen gaat samen met armoede en sociale uitsluiting van anderen. De vergrijzing zal ons verplichten om de herverdeling terug prominent op de beleidsagenda te plaatsen.

Bruto Nationaal Geluk. De actuele economische crisis, het ecologisch vraagstuk en de vergrijzing zullen voor zeer diepgaande veranderingen van onze samenleving zorgen. We zullen anders moeten denken over de betekenis van economische groei. De eenvoudige slagzin die zegt dat we de vergrijzingkost wel zullen kunnen opbrengen als er maar voldoende economische groei is zal zeker moeten genuanceerd worden. Op zijn minst zullen we de groei anders moeten meten. We zullen anders dan nu het geval is moeten rekening houden met de kost van voor het milieu. Ook zullen we in ons Bruto Nationaal Product moeten rekening houden met nuttige en waardevolle activiteiten die niet in geldtermen kunnen worden omgezet, zoals de zorg voor elkaar. De economische groei zoals we die vandaag belijden is eenzijdig gebaseerd op steeds meer consumptie van hoe langer hoe minder zinvolle goederen en diensten. De consumptiesamenleving vormt de hoeksteen van onze sociale verzorgingsstaten. Dit zal moeten omgebogen worden. We zullen onze gedragingen ten aanzien van het milieu drastisch moeten aanpassen. Meer dan het ophogen van het algemene niveau van consumptie zal de levensstandaard van de zwakken moeten stijgen. Eén van de meest efficiënte politieken om CO2 uitstoot te verminderen is het inzetten op een betere isolatie van woningen. Het zijn uitgerekend de huizen van de minder kansrijken in onze samenleving die het minst goed geïsoleerd zijn. Herverdeling wordt dan een noodzakelijk onderdeel van ecologische politiek. Het solidariteitsgehalte van de samenleving zal dus moeten toenemen. Welvaartsstaten zullen moeten groeien in de diepte, zoals volwassenen groeien in wijsheid en ervaring en niet meer in omvang en lengte.


Dovnload 13.33 Kb.