Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Overeenkomst tot vestiging van een erfpachtsrecht en vestiging van een afhankelijk recht van opstal

Dovnload 115.31 Kb.

Overeenkomst tot vestiging van een erfpachtsrecht en vestiging van een afhankelijk recht van opstal



Datum05.12.2018
Grootte115.31 Kb.

Dovnload 115.31 Kb.























OVEREENKOMST TOT VESTIGING VAN EEN ERFPACHTSRECHT EN VESTIGING VAN EEN AFHANKELIJK RECHT VAN OPSTAL

Ondergetekenden:

de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland, statutair gevestigd te ’s-Graveland, kantoorhoudende te 1243 JJ ’s-Graveland, Noordereinde 60, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken Gooi- en Eemland onder nummer 40516730, ten deze vertegenwoordigd door de rentmeester in de provincie ………………………………………., hierna te noemen “Natuurmonumenten”.

en

de heer/mevrouw ………………………., geboren op ……………. te ……….., ongehuwd / gehuwd met ……… ………………………………......., geboren op ……………. te ………..., beide wonende ……………, ………………,



hierna te noemen erfpachter;

1. Nemen het volgende in aanmerking:

a. Natuurmonumenten is eigenaar van het perceel, kadastraal bekend gemeente ………….., sectie ……, nummer ……., ter grootte van ongeveer …m2, met de daarop en daarin aanwezige opstallen, werken en beplantingen. Dit perceel met de daarop en daarin aanwezige opstallen, werken en beplantingen wordt verder aangeduid als de onroerende zaak.

b. Erfpachter wenst met Natuurmonumenten een overeenkomst aan te gaan, ertoe strekkende dat Natuurmonumenten ten behoeve van erfpachter tegen betaling een recht van erfpacht vestigt terzake van de onroerende zaak, alsmede, eveneens tegen betaling, een van dit recht van erfpacht afhankelijk opstalrecht, zodanig dat erfpachter voor de duur van het recht van erfpacht eigenaar wordt van de op, in of boven het perceel aanwezige opstallen, werken en beplantingen.

c. Natuurmonumenten is bereid terzake een overeenkomst aan te gaan met erfpachter.

d. Waar in deze akte wordt gesproken van ‘erfpachter’ wordt daarmee tevens gedoeld op de erfpachter in zijn hoedanigheid van opstaller.

2. Partijen komen overeen als volgt:


  1. Natuurmonumenten verbindt zich tot het vestigen van een recht van erfpacht voor de duur van dertig jaar ten behoeve van erfpachter, die zich verplicht om van Natuurmonumenten voor deze duur in erfpacht aan te nemen:
    een perceel grond – omvattende de ondergrond van voormeld …………………………. – gelegen te ……….., gemeente ………….., aan de ………………, ……………., perceel kadastraal bekend gemeente …………., sectie …., nummer … …………, ter grootte van ongeveer …. ha……are .. …….centiare (± ….. m²) zoals na kadastrale uitmeting zal blijken. Het recht van erfpacht is geldig voor een periode van dertig jaar en eindigt ………………………….

  2. Natuurmonumenten verbindt zich, terzake van het voornoemde perceel, tot het vestigen van een afhankelijk opstalrecht voor de duur van dertig jaar ten behoeve van erfpachter, zodanig dat erfpachter, als gevolg van die vestiging, voor deze duur eigenaar wordt van de daarop of daarin aanwezige opstallen, werken en beplantingen, en erfpachter verplicht zich om dit afhankelijk opstalrecht van Natuurmonumenten te aanvaarden.

Een en ander zoals met streeparcering ongeveer is aangegeven op de aan deze akte gehechte situatieschets;

KOOPPRIJS/CANON
De eenmalige vergoeding die erfpachter verschuldigd is voor de vestiging van het afhankelijk opstalrecht bedraagt …………………..duizend euro (€ …….,00).

De eenmalige vergoeding die erfpachter verschuldigd is voor de vestiging van het erfpachtrecht bedraagt een euro (€ 1,00).

Naast de eenmalige vergoeding voor de vestiging van het erfpachtrecht is erfpachter een jaarlijkse canon verschuldigd welke …..duizend euro (€ …..,00) bedraagt, en welke canon iedere drie jaar zal worden geïndexeerd overeenkomstig paragraaf B artikel 2 lid 2 van de van deze overeenkomst deel uitmakende voorwaarden.

Deze jaarlijkse canon zal bij vooruitbetaling worden voldaan in vier gelijke termijnen vóór één januari, één april, één juli en één oktober van elk jaar, voor het eerst te betalen vóór ....…...

Vijf jaar voor afloop van de overeengekomen duur van het recht van erfpacht en het opstalrecht zullen Natuurmonumenten en erfpachter met elkaar in overleg treden omtrent een eventuele verlenging van het recht van erfpacht en het recht van opstal en de daarbij te stellen voorwaarden. Aan het gestelde in dit artikel kan geen recht op verlenging worden ontleend.
De specifieke bedingen en bepalingen aangaande de uitgifte in erfpacht zijn in de conceptakte van uitgifte in erfpacht opgenomen, welke aan deze overeenkomst is gehecht en per bladzijde is geparafeerd.

A. BEDINGEN


De vestiging van het recht van erfpacht en het recht van opstal zullen plaats vinden onder de volgende bedingen:

Artikel 1

De voor de vestiging vereiste akte van zal worden verleden ten overstaan van notaris……………………………………………………………………………………………………….., of diens plaatsver­vanger uiterlijk 1 ….. 200… (een ……tweeduizend…….) of op een eerder moment als partijen nader zullen overeenkomen;

Artikel 2

Alle kosten en lasten die voortvloeien uit de vestiging van het recht van erfpacht en het recht van opstal, waaronder begrepen de verschuldigde overdrachtsbelasting, zijn voor rekening van erfpachter.

Artikel 3


  1. De betaling van de overeengekomen vergoedingen voor de vestiging van het recht van erfpacht en het recht van opstal en van de overige kosten, rechten en belastingen vindt plaats via het kantoor van de notaris.

  2. Erfpachter is verplicht het verschuldigde te voldoen bij ondertekenen van de akte van vestiging door creditering van de bank- en/of girorekening(en) van de notaris, uiterlijk per de dag van ondertekenen van de akte van vestiging door creditering van de bank- en/of girorekening(en) van de notaris per valuta van die dag.

  3. Uitbetaling aan Natuurmonumenten zal eerst plaatsvinden, nadat de notaris uit onderzoek bij de openbare registers is gebleken, dat de vestiging is geschied zonder inschrijvingen die bij het verlijden van de akte van vestiging niet bekend waren. Natuurmonumenten is ermee bekend dat, in verband met dit onderzoek, tussen de dag van ondertekenen en het uitbetalen één of meer werkdagen verstrijken.

Artikel 4

1 De feitelijke levering (aflevering) van de onroerende zaak waarop het recht van erfpacht en het recht van opstal betrekking hebben, zal geschieden in de staat, waarin deze zich bij het totstandkomen van deze overeenkomst bevindt, behoudens normale slijtage. Natuurmonumenten verplicht zich voor de onroerende zaak zorg te dragen als een zorgvuldig schuldenaar tot aan het tijdstip van feitelijke levering, behoudens het bepaalde in artikel 8.

2 De feitelijke levering van de onroerende zaak zal geschieden bij de ondertekening van de notariële akte tot vestiging van het recht van erfpacht en het recht van opstal. Indien de feitelijke levering plaatsvindt op een ander tijdstip dan bij de ondertekening van de notariële akte, eindigt de zorgplicht van Natuurmonumenten vanaf het tijdstip van feitelijke levering, tenzij partijen anders zijn overeengekomen;

3 De feitelijke levering van de onroerende zaak zal geschieden vrij van huur of enig ander gebruik en ongevorderd.



  1. Erfpachter heeft het recht de onroerende zaak voor de feitelijke levering in- en uitwendig te (doen) inspecteren.

  2. Erfpachter verklaart de onroerende zaak te gebruiken als woning.
    Ten aanzien van dit gebruik van de onroerende zaak deelt Natuurmonumenten nog mee, dat voorzover bekend, dit gebruik op publiek- of privaatrechtelijke gronden is toegestaan. Voor zover de aanwezige opstallen niet in overeenstemming zijn met vigerende bouwvoorschriften, is erfpachter gehouden zelf het nodige te doen om deze daarmee in overeenstemming te brengen, zonder terzake een aanspraak te kunnen doen gelden jegens Natuurmonumenten.

Artikel 5

1 Het recht van erfpacht en het recht van opstal zullen worden gevestigd, met alle daarbij behorende rechten en aanspraken, maar vrij van gebruiksrechten, pandrechten, beslagen, hypotheken en inschrijvingen daarvan, en met alle aanspraken uit hoofde van erfdienstbaarheden als heersend erf en met alle daaraan verbonden kwalitatieve rechten .

2 Natuurmonumenten heeft aan erfpachter kennis gegeven van alle hem bekende lasten uit hoofde van erfdienstbaarheden als dienend erf en van alle kettingbedingen, kwalitatieve verplichtingen en overige lasten en beperkingen, kenbaar uit de openbare registers als bedoeld in artikel 3:16 van het Burgerlijk Wetboek en blijkend en/of voortvloeiend uit:

a de (laatste) akte(n) van levering, welke is aangehecht;

b andere akten, waarbij hiervoor omschreven rechten werden gevestigd.

Artikel 6

Het verschil tussen de werkelijke en de in de aanhef genoemde opgegeven grootte van de onroerende zaak zal aan geen der partijen aanleiding geven tot verrekening en/of het instellen van enigerlei actie.

Artikel 7

De baten en lasten met betrekking tot het recht van erfpacht en het recht van opstal en de onroerende zaak waarop deze rechten betrekking hebben, zijn vanaf datum van het ondertekenen van de akte van levering / akte passering voor rekening van erfpachter.

Artikel 8

Natuurmonumenten garandeert, onverminderd het hiervoor verklaarde in de artikelen 5 en 6, het navolgende:



  1. Natuurmonumenten is bevoegd tot vestiging van het recht van erfpacht en het recht van opstal.

  2. Het woonhuis is wel / niet gelegen aan de openbare weg. Ter bestendiging van de huidige situatie van toegang wordt in de akte van vestiging de erfdienstbaarheid van uitweg / overpad gevestigd ten laste van de bij Natuurmonumenten in eigendom verblijvende niet met het recht van erfpacht belaste percelen kadastraal bekend gemeente ………….., sectie …, nummer ………. ten behoeve van de rechten van erfpacht en opstal, welke erfdienstbaarheid door erfpachter zal worden aanvaard.

  3. Van overheidswege (onder meer krachtens de woningwet) of door Nutsbedrijven zijn tot op heden geen voorzieningen voorgeschreven of aangekondigd die niet zijn uitgevoerd, of van overheidswege zijn uitgevoerd en nog niet betaald.

  4. De onroerende zaak is wel / niet aangesloten op het aardgasnet, wel / niet op het elektriciteitsnet, wel / niet op het waternet en wel / niet op de (druk-)riolering.

  5. Aan Natuurmonumenten is betreffende de onroerende zaak wel / geen lopende adviesaanvraag, wel / geen aanwijzing, of wel / geen aanwijzingsbesluit dan wel registerinschrijving bekend:
    a als beschermd gemeentelijk monument in de zin van artikel 3 lid 1 van de
    gemeentelijke Monumentenverordening;
    b een lopende adviesaanvraag voor aanwijzing als Rijksmonument op grond van artikel
    3,4 of 6 van de monumentenwet;
    c tot beschermd stads- of dorpsgezicht of voorstel daartoe als bedoeld in artikel 35 van
    de monumentenwet;
    d tot beschermd stads- of dorpsgezicht;

  6. De onroerende zaak is niet ter onteigening aangewezen; er is geen sprake van leegstand noch van vordering van de onroerende zaak krachtens de huisvestingswet en de uit die wet voortvloeiende regelingen;

  7. Aan Natuurmonumenten is niet bekend dat de onroerende zaak is opgenomen in een aanwijzing als bedoeld in artikel 2 of artikel 8 dan wel in een voorstel als bedoeld in artikel 6 of 8a van de Wet voorkeursrecht gemeenten;

  8. Het is hem niet bekend dat de gemeente een stadsvernieuwingsplan of een leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de Stads- en dorpsvernieuwing en de daaruit voortvloeiende regelingen heeft vastgesteld;

  9. Ten opzichte van derden bestaan overigens geen verplichtingen uit hoofde van een voorkeursrecht of optierecht;

  10. De verschenen termijnen van de hiervoor in artikel 7 bedoelde baten en lasten zijn voldaan.

Artikel 9

1 De onroerende zaak komt eerst voor risico van erfpachter nadat de notariële akte van vestiging is ondertekend, tenzij de feitelijke levering eerder plaatsvindt, in welk geval het risico met ingang van dat moment overgaat op erfpachter. Natuurmonumenten is verplicht de onroerende zaak ten genoegen van erfpachter tot de feitelijke levering naar herbouwwaarde casu quo nieuwwaarde van de daarop aanwezige opstallen verzekerd te houden. Ook na feitelijke levering zal Natuurmonumenten de daarop ten tijde van de vestiging aanwezige opstallen verzekerd houden (zie paragraaf B art.4 lid 3).

2 Indien de onroerende zaak voor het tijdstip van risico-overgang anders dan door toedoen van erfpachter geheel of gedeeltelijk verloren gaat of in geringe mate wordt beschadigd, is Natuurmonumenten verplicht erfpachter daarvan onverwijld in kennis te stellen en is deze

overeenkomst van rechtswege ontbonden, tenzij binnen vier weken, nadat het onheil is geschied, maar in ieder geval voor de datum van de notariële akte van vestiging, erfpachter uitvoering van deze overeenkomst verlangt, in welk geval Natuurmonumenten aan erfpachter na de vestiging van het recht van erfpacht en het recht van opstal de onroerende zaak ter

beschikking zal stellen in de staat waarin deze zich alsdan bevindt, alsmede – zonder enige bijzondere tegenprestatie naast de overeengekomen prijs - alle rechten zal overdragen, welke Natuurmonumenten terzake van vorenbedoelde schade, hetzij uit hoofde van verzekering, hetzij uit andere hoofde jegens derden kan doen gelden;

3 Het in lid 1, eerste volzin van dit artikel vermelde heeft geen toepassing waar het betreft van overheidswege of door nutsbedrijven gegeven aanschrijvingen tot het aanbrengen van veranderingen aan de onroerende zaak, welke zullen worden uitgebracht in de periode na het tot stand komen van deze overeenkomst doch voor het tijdstip van risico-overgang.

De kosten verbonden aan de nakoming van deze voorschriften zullen voor rekening zijn van erfpachter, tenzij partijen nader anders overeenkomen.

Artikel 10

1 Tot zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen van erfpachter, zal deze uiterlijk ………………………………….. 200… een waarborgsom van € …………….,00 (…………………………duizend euro) storten op de derdengeldrekening van de notaris met nummer …………….., dan wel voor dat bedrag een bankgarantie af te geven, welke bankgarantie



  1. onvoorwaardelijk dient te zijn;

  2. ten genoegen van de notaris dient te zijn;

  3. is afgegeven door een in Nederland gevestigde bankinstelling;

  4. geldig is tot en met een maand na de in artikel 1 genoemde dan wel een

maand na de nader overeen te komen datum van vestiging;

  1. de bepaling te bevatten dat de bank het bedrag van de garantie op eerste

verzoek van de notaris aan de notaris zal uitkeren.

2 De waarborgsom zal behoudens ontbinding van deze overeenkomst op grond van overeengekomen ontbindende voorwaarde(n) met de koopprijs worden verrekend.

3 Zolang op grond van het vorenstaande geen restitutie, verrekening of terugbetaling van de waarborgsom heeft plaatsgevonden houdt de notaris de waarborgsom onder zich tot dat bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis is beslist aan wie de waarborgsom moet worden afgedragen, behoudens eensluidende betalingsopdracht van Natuurmonumenten en erfpachter.

Artikel 11

1 Natuurmonumenten staat er voor in aan erfpachter met betrekking tot het recht van erfpacht en het recht van opstal alsmede met betrekking tot de onroerende zaak waarop deze rechten betrekking hebben, die informatie te hebben gegeven die naar geldende verkeersopvattingen door hem ter kennis van erfpachter behoort te worden gebracht.

Erfpachter aanvaardt uitdrukkelijk:



  1. de resultaten van het onderzoek naar die feiten en omstandigheden die naar geldende verkeersopvattingen tot zijn onderzoeksgebied behoren, voor zijn risico komen (voor zover deze aan Natuurmonumenten thans niet bekend zijn);

  2. die lasten en beperkingen kenbaar uit de openbare registers als hiervoor omschreven, die voor hem uit de feitelijke situatie kenbaar zijn en / of voor hem geen wezenlijk zwaardere belasting betekenen.

2 Het is erfpachter bekend dat Natuurmonumenten mogelijkerwijs op grond van wet- en regelgeving in de toekomst medewerking zal moeten verlenen aan het op enige locatie op het landgoed ……………plaatsen van zend- en of ontvangstmast(en). Voor het geval die situatie zich voordoet, zal erfpachter zich daartegen niet verzetten, en komt aan erfpachter geen aanspraak op enige vergoeding toe.

Artikel 12

Voorzover aan Natuurmonumenten bekend zijn er geen feiten, die erop wijzen dat de onroerende zaak (zowel grond als opstallen) enige verontreiniging bevat, die ten nadele strekt van het door erfpachter beoogde gebruik of die heeft geleid tot een verplichting tot sanering van de grond / water, dan wel tot

het nemen van andere maatregelen. Ter meerdere zekerheid van erfpachter en Natuurmonumenten is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De samenvatting, conclusies en aanbevelingen van het door ………………….. B.V. te ……………….d.d. .. ……… 200.. uitgebrachte rapport met projectnummer …………………… zijn aangehecht.


Het is erfpachter bekend dat ……………………………………………….

Het risico dat nadien nog voor het milieu schadelijke stoffen in de onroerende zaak aangetroffen worden, komt geheel voor rekening en risico van erfpachter.

Artikel 13

Erfpachter is verplicht om de onroerende zaak in harmonie met de omgeving, met respect voor de natuur en in lijn met de doelstelling van Natuurmonumenten langdurig te bewonen. De algemene erfpachtvoorwaarden die zijn aangehecht aan deze overeenkomst en geparafeerd door erfpachter, zullen door erfpachter strikt worden nageleefd.

Artikel 14

Indien de onroerende zaak met toestemming van Natuurmonumenten op een bedrijfsmatige manier wordt gebruikt door erfpachter, wordt de daartoe behorende woning aangemerkt als een dienstwoning. Het recht op gebruik van deze dienstwoning eindigt dan zodra de exploitatie van het bedrijf eindigt.


Artikel 15


In geval van ontbinding van deze overeenkomst in onderling overleg of op grond van het in vervulling gaan van een ontbindende voorwaarde zijn de kosten van de vestiging van het recht van erfpacht en het recht van opstal voor rekening van Natuurmonumenten.

In geval van ontbinding van deze overeenkomst op grond van een tekortkoming van één van de partijen komen de bovenbedoelde kosten voor diens rekening.

Artikel 16

Ingeval twee of meer personen erfpachter zijn, geldt het volgende:



  1. erfpachters kunnen slechts gezamenlijk de voor hen uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten uitoefenen, met dien verstande dat erfpachters elkaar bij deze onherroepelijk volmacht verlenen om namens elkaar mee te werken aan vestiging van het recht van erfpacht en het recht van opstal.

  2. alle partijen zijn hoofdelijk verbonden voor de uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen.

Artikel 17


  1. Deze overeenkomst zal, tot uiterlijk …………, zonder rechterlijke tussenkomst, door middel van een aangetekende brief door erfpachter kunnen worden ontbonden indien voor …………………………200.. voor het bedrag € ……………….. (…………………duizend euro) plus kosten door erfpachter geen hypotheek kan worden gevestigd tegen gebruikelijke en marktconforme condities. Indien erfpachter gebruik maakt van deze bevoegdheid tot ontbinding zal erfpachter Natuurmonumenten de informatie verstrekken die deze nodig heeft om te beoordelen of de ontbinding op goede gronden is ingeroepen.


  1. Erfpachter, een natuurlijke persoon, natuurlijke personen, en niet handelend in de uitoefening van een / hun beroep of bedrijf heeft bedenktijd om deze overeenkomst te ontbinden. De bedenktijd van erfpachter duurt drie dagen en begint om 0.00 uur van de dag die volgt op de dag dat de tussen partijen opgemaakte akte (in kopie) aan erfpachter ter hand gesteld is. Ontvangst van (een kopie van) de akte bij het notariskantoor wordt ook aangemerkt als terhandstelling aan erfpachter.
    Indien de bedenktijd op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
    De bedenktijd wordt, zo nodig, zoveel verlengd dat daarin ten minste twee dagen voorkomen die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag zijn.


Artikel 18


1 Op de in deze overeenkomst geldende termijnen is de Algemene Termijnenwet van toepassing.

2 Partijen kiezen domicilie ten kantore van notaris ………………………………………..



B. ALGEMENE VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT HET RECHT VAN ERFPACHT EN HET AFHANKELIJK RECHT VAN OPSTAL

De onroerende zaak waarop het recht van erfpacht en het recht van opstal betrekking hebben, maakt deel uit van en is gesitueerd op het landgoed met cultuurhistorische, natuurwetenschappelijke en landschappelijke waarden “…………….”, dat eigendom is van Natuurmonumenten, en voor de instandhouding waarvan Natuurmonu­menten verantwoordelijk is.

Bij erfpachter bestaat de wens om te wonen op het landgoed en in de hiervoor bedoelde woning, en de voordelen daarvan te genieten. Erfpachter realiseert zich evenwel dat dit wonen ook beperkingen en nadelen met zich brengt. Erfpachter verklaart zich jegens Natuurmonumenten bereid en gehouden tot medewerking aan de instandhouding van het landgoed “………….” door aanvaarding van een recht van erfpacht met betrekking tot bedoeld perceel grond, alsmede van een daarvan afhankelijk recht van opstal ter zake de opstallen, werken en beplantingen en door aanvaarding van de verplichting tot gebruik van deze rechten van erfpacht en opstal in harmonie met de omgeving en in overeen­stemming met de cultuurhistorische, natuurwetenschappelijke en landschappelij­ke waarden van het landgoed “…..……..” als geheel, en de instandhouding ervan in al zijn onderdelen.

Erfpachter is bekend met de omstandigheid dat in de directe en nabije omgeving van de onroerende zaak agrarische activiteiten worden verricht. Ook is hij ermee bekend dat de onroerende zaak gelegen is binnen een voor recreatie opengesteld natuurterrein. Hij is bereid de eventuele nadelige gevolgen hiervan te accepteren.

Op het recht van erfpacht en het recht van opstal zijn gedurende de gehele duur van de betrokken rechten de volgende voorwaarden van toepassing:

Artikel 1 Algemeen

Bepalingen die betrekking hebben op de verschuldigdheid van de canon zijn niet van toepassing op het recht van opstal, aangezien voor het recht van opstal geen afzonderlijke jaarlijkse retributie verschuldigd is.

Artikel 2 Vergoedingen

1 Erfpachter is gedurende de looptijd van het recht van erfpacht voor het recht van erfpacht een jaarlijkse canon verschuldigd aan Natuurmonumenten. De jaarlijkse canon dient bij vooruitbetaling te worden voldaan in vier gelijke termijnen vóór één januari, één april, één juli en één oktober van elk jaar.
De betalingen dienen plaats te vinden door storting of overschrijving op een door Natuurmonumenten daartoe schriftelijk aangewezen bankrekening.

2 De hoogte van de canon wordt bij aanvang van de erfpacht alsmede bij herziening van de canon conform artikel 2 lid 4, bepaald aan de hand van de vrije verkeerswaarde van de grond, als ware het een bouwkavel, en het gemiddelde rendement van staatsleningen met een looptijd van negen tot tien jaar, zoals dit rendement wordt gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gevestigd te Voorburg of door het Centraal Bureau voor de Statistiek aan te wijzen vervangende instantie. Bij de aanvangscanon is dit geschied door vermenigvuldiging van de vrije verkeerswaarde van de grond met het gemiddelde rendement van het kalenderjaar, voorafgaand aan de datum van ingang van de erfpacht. Bij de herziening van de canon geschiedt dit door vermenigvuldiging van de vrije verkeerswaarde van de grond met het gemiddelde rendement van het kalenderjaar, voorafgaand aan de datum van herziening. Het gemiddelde rendement zal op een half procent na de komma worden afgerond. Indien het gemiddelde rendement niet of niet tijdig bekend is, wordt het rendement door Natuurmonumenten bepaald op een wijze die zoveel mogelijk overeenkomt met de wijze van berekening die hiervoor is beschreven.

3 De canon zal telkens na verloop van drie (3) jaren, zonder nader overleg, worden geïndexeerd aan de hand van het meest recente consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens, zoals dit cijfer wordt gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gevestigd te

Voorburg, en wel door vermenigvuldiging van de laatst geldende canon (X) met een breuk

waarvan de teller wordt gevormd door het indexcijfer voor het kalenderjaar voorafgaande aan

de datum van de canonherziening (Y) en de noemer door het indexcijfer voor het kalenderjaar

voorafgaand aan de datum van de laatste herziening van de canon (of bij de eerste herziening:

van de aanvangscanon) (Z). Aldus: Y gedeeld door Z maal X = nieuwe canon.

De aangepaste canon wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van erfpachter. Te late kennisgeving ontslaat erfpachter niet van zijn verplichting tot bijbetaling.

Indien door enige oorzaak één of meer prijsindexcijfer(s) niet of niet tijdig bekend zijn, wordt de in dit lid bedoelde aanpassingscoëfficiënt door Natuurmonumenten bepaald op een wijze die zoveel mogelijk overeenkomt met de wijze van berekening die hiervoor is omschreven.

Door de indexering van de canon zal deze nimmer kunnen dalen onder het bedrag van de laatst geldende canon.

4 Bij verloop van vijftien (15) jaren, te rekenen vanaf de datum van de vestiging van het erfpachtrecht, kan zes maanden voor dit verloop, door ieder der partijen een verzoek tot herziening van de canon worden gedaan. Deze herziening kan tot een hogere of tot een lagere canon leiden dan de laatst geldende canon. Het verzoek tot herziening dient te worden gedaan bij aangetekende brief. De canon dient alsdan te worden vastgesteld op grond van de dan voor de bepaling van de hoogte van de canon van belang zijnde omstandigheden. Op de aldus gewijzigde canon is vervolgens lid 3 van dit artikel van toepassing. De opnieuw vastgestelde canon wordt geacht de laatst geldende canon te zijn. Indien ten aanzien van deze herziening binnen drie maanden na de dagtekening van het herzieningsverzoek geen overeenstemming is bereikt, zal de canon worden vastgesteld door drie deskundigen aan te wijzen zoals aangegeven in lid 5 van dit artikel.

5 Indien partijen­ in het kader van de herziening zoals bedoeld in het vorige lid, geen overeenstemming bereiken over de canon, zal deze op verzoek van de meest gerede partij worden vastgesteld door drie deskundigen: één aan te wijzen door Natuurmonumenten, één aan te wijzen door erfpachter en één aan te wijzen door eerstbe­doelde twee deskundigen tezamen. De kosten hieraan verbonden zullen worden gedragen door Natuurmonumenten en

erfpachter, elk voor een gelijk deel. Indien partijen er niet in slagen bedoelde deskundigen aan te (laten) wijzen binnen één maand nadat duidelijk is geworden dat zij geen overeenstemming bereiken over de herziening van de canon, zullen de drie deskundigen op verzoek van de meest gerede partij worden aangewezen door de President van de Rechtbank van het Arrondissement waarin de onroerende zaak is gelegen. De vaststelling van de canon dient plaats te vinden binnen uiterlijk drie maanden nadat de deskundigen zijn aangewezen.

6 Ter zake van alle verschuldigde bedragen wordt voor erfpachter een beroep op verrekening

en / of opschorting van betaling uitgesloten.

7 Indien het recht van erfpacht aan meer dan één persoon komt toe te beho­ren, zal ieder van hen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de nako­ming van de verplichtingen, welke op erfpachter krachtens deze overeen­komst, de onderhavige voorwaarden of de wet rusten.

Artikel 3 Gebruik en onderhoud van de onroerende zaak

1 Erfpachter is verplicht de onroerende zaak uitsluitend als privé woning met bijbehorende opstallen en verder aanbehoren te gebruiken en deze op zijn kosten in goede staat te houden, te onderhouden en gebreken te herstellen, zulks in overeenstemming met de thans daaraan door Natuurmonumenten gegeven bestemming. Bedrijfsmatige activiteiten zijn niet toegestaan.

2 Bij de uitvoering van onderhouds- en herstelwerkzaamheden richt erfpachter zich naar de aanwijzingen van Natuurmonumenten, zowel wat betreft materiaal­keuze, kleurstellingen als anderszins. Erfpachter is gehouden om Natuurmonumenten op voorhand op de hoogte te stellen van zijn voornemen tot onderhouds- en herstelwerkzaamheden en met Natuurmonumenten in overleg te treden over de beoogde wijze van uitvoering, zodat Natuurmonumenten in staat is terzake aanwijzingen te geven.

3 De uitvoering van werkzaamheden aan en in de onroerende zaak en het onderhoud van de

onroerende zaak dienen geheel ten genoegen van Natuurmonumen­ten te zijn. Personeelsleden

van Natuurmonumenten, of door Natuurmonumenten aan te wijzen derden, zullen daartoe door

erfpachter, na voorafgaande melding, in de gelegen­heid worden gesteld inspectie te verrich­ten

en daarover rapport aan partijen uit te brengen. Eventuele geconstateerde tekortkomingen,

waarbij Natuurmonumenten een criteri­um van redelijk­heid zal hanteren, dienen binnen drie

maanden nadat dit rapport ter kennis van erfpachter is gebracht, alsnog door erfpachter te

wor­den opgeheven.

4 Alle geschillen welke naar aanleiding van het bepaalde in het voorgaande lid eventueel tussen Natuurmonumenten en erfpachter mochten rijzen, zullen worden beslecht door drie personen die deskundig zijn op het gebied waarop het geschil betrekking heeft, te benoemen op dezelfde wijze als hiervoor onder paragraaf B artikel 2 lid 5 bepaald. De deskundigen zullen de verdeling van de hieraan verbonden kosten tussen partijen bepalen.

5 Zonder vooraf verkregen schriftelijke toestemming van Natuurmonumenten is het erfpachter verboden gebouwen, (bouw)werken, getimmerten of constructies op te richten, aan te brengen, te wijzigen of weg te nemen. Dit geldt ook voor de algehele inrichting van het perceel, inclusief de eventuele daarin respectievelijk daarop aanwe­zige bouwwer­ken, zoals muren en dergelijke, en bodem(profiel), verhardingen, installaties, ontsluiting(en), waterhuishouding et cetera.


Bij het aanvragen van de toestemming dient een tekening met kostenra­ming van de voorgenomen bouw, aanleg of wijziging te worden inge­diend. Aan de eventueel te verlenen toestem­ming kunnen voorwaarden worden verbonden. Bij het verlenen van toestemming zoals bedoeld in dit lid, kan door Natuurmonumenten een termijn worden gesteld waarbinnen de oprichting / wijziging voltooid dient te zijn. Voor nieuwbouw, aan- of verbouwing, welke naar het oordeel van Natuurmonumenten een intensiever gebruik van de onroerende zaak tot gevolg heeft, of waarbij de bestemming of het gebruik wordt gewij­zigd, wordt in beginsel geen toestemming verleend.

6 Een door Natuurmonumenten toegestane wijziging of herziening als hiervoor bedoeld kan, naar keuze van Natuurmonumenten, op kosten van erfpachter worden vastgelegd bij notariële akte.

7 Het is erfpachter verboden de waarde van de onroerende zaak te verminderen door daaraan veranderingen aan te brengen die tot een waardever­mindering kunnen leiden. Het is erfpachter niet toegestaan het kleurenschema waarin de opstallen zijn geschil­derd te veranderen, anders dan na verkregen schriftelijke toestemming van Natuurmonumenten. Reclameaanduidingen mogen niet worden aangebracht.

8 Erfpachter mag de onroerende zaak niet zodanig gebruiken, doen of laten gebruiken, dat hieruit naar het oordeel van Natuurmonumenten bezwaren van welstand, waterhuishouding, of hygiëne van het milieu, dan wel waardevermindering, gevaar, schade of hinder in welke vorm dan ook ontstaan of kunnen ontstaan. Het is niet toegestaan bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Erfpachter dient alle werkzaamheden op het gebied van een goede waterhuishouding te gedogen.


Erfpachter is verplicht zich te gedragen naar de aanwijzin­gen, die hem ter zake het voorgaande door Natuurmonumenten worden verstrekt.

9 Het onderhoud van de op de onroerende zaak aanwezige houtopstanden berust bij erfpachter en dit onderhoud dient te geschieden op een wijze die past bij de omgeving. Het beheer en het onderhoud dienen in ieder geval te worden afgestemd op dat van Natuurmonumenten met betrekking tot gronden in de directe omgeving van de onroerende zaak en erfpachter dient

daartoe een plan voor inrichting, beheer en onder­houd van de onroerende zaak op te stellen

dat de schriftelijke instemming dient te krijgen van Natuurmonumenten.


Voor het vellen van bomen dient, behoudens in gevallen van over­macht, tevoren schriftelijk

toestemming te worden gevraagd, waaraan Natuurmonumenten voorwaarden van

herbeplanting kan verbinden, zulks onver­minderd het bepaalde in de Boswet en andere

wettelijke bepalingen ter zake.

10 Natuurmonumenten behoudt zich het jachtrecht voor. Natuurmonumenten heeft het recht noodzakelijke of wenselijke maatregelen te nemen of te laten nemen tegen eventueel schadelijk optreden van dieren of diersoorten.

11 Erfpachter is verplicht de onroerende zaak op zijn kosten af te scheiden en afgescheiden te houden op de wijze als Natuurmonumenten zal aangeven, waarbij de bestaande situatie in beginsel maatgevend is en waarbij geen sprake mag zijn van buitensporige financiële verplichtingen voor erfpachter.

12 Het is erfpachter verboden om op de tot de onroerende zaak behorende grond goederen of afval op te slaan, anders dan in de bij de onroerende zaak behorende opstallen en op zodanige wijze dat iedere aantasting van de cultuurhistorische, natuurwetenschappelijke en landschappelijke waarden van het landgoed voorkomen wordt. Opslag van afval is, met inachtneming van het voorgaande, enkel geoorloofd als het afval betreft dat naar soort en hoeveelheid normaal in huishoudens gebruikelijk is. Het is erfpachter niet toegestaan in of boven de grond opslagtanks aan te brengen.

13 Het is erfpachter verboden om buitenshuis zoveel geluid te produceren dat dit hinderlijk is voor en / of ongebruikelijk is in de omgeving en / of op het betreffende landgoed.

14 Het is erfpachter verboden om auto’s te (doen) stallen of parkeren op een andere plaats dan de met een P gemarkeerde plaats op de als bijlage aan deze akte te hechten tekening. Parkeren of stallen van andere zaken dan auto’s is verboden.

15 Het is erfpachter in het algemeen verboden om al datgene te doen wat afbreuk doet of kan doen aan de eenheid van de onroerende zaak met andere onderdelen van het landgoed, aan het karakter van het landgoed waarop de woning gesitueerd is, aan de rust en de stilte die daar dienen te heersen, aan de op het landgoed aanwezige waarden alsmede aan de goede naam en de doelstellingen van Natuurmonumenten. Erfpachter is verplicht om alle redelijke aanwijzingen van Natuurmonumenten op te volgen, die strekken tot het behoud van het authentieke karakter van het landgoed en van de (eenheid van de) woningen in hun historische en natuurlijke omgeving.

16 Erfpachter is verplicht om op eerste verzoek van Natuurmonumenten in overleg te treden met Natuurmonumenten over de gang van zaken met betrekking tot gebruik en onderhoud van de onroerende zaak. Natuurmonumenten streeft er naar geregeld overleg te voeren, tezamen met de andere erfpachters resp. gebruikers, teneinde het landgoed in optimale conditie te houden. Erfpachter verklaart zich uitdrukkelijk bereid en gehouden tot participatie aan dit overleg, en aanvaardt het behoud van het landgoed als een gezamenlijke, ook op hem rustende verantwoordelijkheid.

17 Indien en voorzover de onroerende zaak een monument in de zin van de Wet op de bescherming van monumenten en landschappen is, laat erfpachter op zijn kosten eens per drie jaar door de plaatselijke Stichting monumentenwacht, hierna te noemen Stichting, de

onroerende zaak inspecteren en is hij verplicht de aanwijzingen met betrekking tot het onderhoud van deze genoemde stichting op te volgen en te (doen) uitvoeren. Natuurmonumenten krijgt van het inspectierapport van genoemde Stichting een afschrift toegezonden door erfpachter. Mocht genoemde Stichting de driejaarlijkse inspecties niet meer kunnen of willen uitvoeren, dan zal in onderling overleg een nieuwe objectieve manier van controle van de onderhoudstoestand van de onroerende zaak worden overeengekomen.

Artikel 4 Aansprakelijkheden, vrijwaring, verzekering en lasten

1 Erfpachter is met zijn gehele vermogen aansprakelijk voor de voldoening van alle uit deze overeenkomst, deze voorwaarden en uit de wet jegens Natuurmonumenten voortvloeiende verplichtingen.

2 Erfpachter vrijwaart Natuurmonumenten tegen alle aanspraken op vergoeding wegens schade,

hoe ook genaamd, of onheil aan personen of goederen overkomen, voor zover die schade of

dat onheil voortvloeit uit of ver­band houdt met het stichten, aanleggen, wijzigen, gebruiken,

onderhouden, aanwezig zijn, dan wel opruimen van de opstallen, werken, voorzieningen,

houtopstanden en beplantingen. Tevens vrijwaart erfpachter Natuurmonumenten tegen alle

aanspraken op grond van artikel 174 Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

3 Natuurmonumenten zal gedurende de gehele duur van de erfpacht de opstallen op de voor hem gebruikelijke wijze en voorwaarden, mede ten behoeve van erfpachter, verzekeren en verzekerd houden tegen brand-, storm- en vliegtuigschade. De polis(sen) zullen zodanig worden afgesloten dat met de bij calamiteiten uit te keren bedragen herbouw in de oude staat mogelijk is. Erfpachter heeft recht op inzage van de polis(sen). De kosten van verzekering worden in eerste instantie door Natuurmonumenten betaald maar komen voor rekening van erfpachter en worden erfpachter jaarlijks achteraf in rekening gebracht door Natuurmonumenten. Het eigen risico in de polissen van Natuurmonumenten bedraagt € 5.000,00 en komt, indien zich schade voordoet, voor rekening van erfpachter. Indien het eigen risico bedrag wijzigt bij Natuurmonumenten zal Natuurmonumenten erfpachter hiervan schriftelijk op de hoogte stellen.

4 Uitkeringen van schadepenningen die op grond van de afgesloten polis(s)en worden gedaan aan Natuurmonumenten ten behoeve van de verzekerde opstallen van erfpachter, zullen door Natuurmonumenten aan erfpachter ter beschikking worden gesteld.

5 Bij het geheel of gedeeltelijk verloren gaan van de opstallen alsmede bij schade aan de opstallen dient erfpachter, met gebruikmaking van de uitgekeerde schadepenningen, binnen een redelijke termijn voor herbouw, respectievelijk herstel zorg te dragen.

6 Herbouw respectievelijk herstel dient te geschieden in overleg met en ten genoegen van Natuurmonumenten en met inachtneming van het bepaalde in paragraaf B artikel 3.

7 Herbouw respectievelijk herstel zal in ieder geval niet mogen leiden tot vergroting of ingrijpende wijziging van de uiterlijke verschijningsvorm van de opstallen.

8 Alle belastingen, rechten en lasten die, onder welke benaming dan ook, ter zake het in erfpacht uitgegevene en / of ter zake de zich daarop bevindende opstallen, werken en overige aanwezige voorzieningen en beplantingen worden of zullen worden geheven, komen ten laste van erfpachter, ongeacht op wiens naam de aanslag is gesteld, voor zover deze betrekking hebben op de tijd dat het erfpachtrecht geldt.

9 Wanneer Natuurmonumenten premies, belastingen of lasten als hiervoor onder lid 3 en lid 8 bedoeld heeft betaald, zal daarvan schriftelijk kennis worden gegeven aan erfpachter, die verplicht is deze binnen 30 dagen na dagtekening van deze kennisgeving aan Natuurmonumenten te voldoen.

Artikel 5 Toerekenbare tekortkomingen. Opzegging

1 Indien erfpachter nalatig is in de nakoming van enige voor hem uit deze overeenkomst, deze voorwaarden of uit de wet voortvloeiende geldelijke verplichting, is hij het wettelijke rentepercentage vermeerderd met 3 procent verschuldigd over de achterstallig gebleven som.

2 Natuurmonumenten heeft, indien erfpachter in verzuim is de canon over twee achtereenvolgende jaren te betalen of indien erfpachter in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn andere verplichtingen, het recht tot opzegging van het recht van erfpacht bij exploot en met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van één maand. Deze opzegging moet op straffe van nietigheid binnen acht dagen worden betekend aan degenen die als beperkt gerechtigde of beslaglegger op de erfpacht in de openbare registers staan ingeschreven. Na het einde van de erfpacht door een opzegging als in dit artikellid bedoeld zal Natuurmonumenten de waarde die het recht van erfpacht en het recht van opstal dan hebben

aan erfpachter vergoeden, na aftrek van hetgeen hij uit hoofde van de erfpacht en uit hoofde

van de wet van erfpachter te vorderen heeft, kosten daaronder begrepen.

3 Opzegging door erfpachter is uitsluitend mogelijk na vooraf verkregen schriftelijke toestemming van de eventuele hypotheekhouder(s).

4 Natuurmonumenten kan te allen tijde vorderen dat erfpachter zonder schriftelijke toestemming van Natuurmonumenten aange­brachte toevoegingen en/of wijzigingen aan en in de onroerende

zaak voor diens rekening weg­neemt en de oude situatie herstel­t. Natuurmonumenten kan er ook voor kiezen om de onroerende zaak zelf op kosten en voor rekening van erfpachter terug te (doen) brengen in de oorspronkelijke staat. Erfpachter heeft geen enkel recht tot wegneming bij het einde van het recht van erfpacht.

5 In geval van opzegging door erfpachter heeft noch erfpachter zelf noch de hypotheekhouder aanspraak op enige vergoeding. Alle (rechten op) opstallen, werken en beplantingen die op of in de onroerende zaak aanwezig zijn, vervallen alsdan om niet aan Natuurmonumenten.

6 Wanneer het recht van erfpacht krachtens opzegging zal zijn geëindigd, is Natuurmonumenten bevoegd daarvan aantekening te laten stellen in de openbare registers en dient erfpachter de onroerende zaak te ontruimen, welke ontruiming zo nodig met de grosse dezer akte zal kunnen worden bewerkstelligd.

7 Bij niet-nakoming van enige bepaling van deze overeenkomst zal erfpachter in verzuim zijn door het enkel verloop van de gestelde termijn of door de enkele daad van nalatigheid of het blote feit van de overtreding, zonder dat enige sommatie, ingebrekestelling of andere formaliteit is vereist.

8 Indien erfpachter zijn in deze overeenkomst opgenomen verplichtingen niet nakomt, en Natuurmonumenten daartegen niet of niet onmiddellijk opkomt, verwerkt Natuurmonumenten daarmee niet zijn recht om alsnog of opnieuw volledige nakoming en naleving van de betreffende bepalingen te verlangen, een en ander onverminderd zijn overige rechten ter zake de betreffende tekortkoming. Het uitblijven van handhavend optreden van de zijde van Natuurmonumenten kan nimmer opgevat worden als stilzwijgende instemming met de tekortkoming.

Artikel 6 Vervreemding, splitsing, verhuur, verpachting, vestiging hypotheek

1 Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Natuurmonumenten aan welke toestemming voorwaarden, waaronder financiële, kunnen worden verbonden, is het erfpachter verboden:


a het recht van erfpacht, het recht van opstal, of enig gedeelte daarvan over te dragen of in te brengen in een rechtspersoon of een niet rechtspersoonlijk­heid bezittend samenwerkingsverband;

b het recht van erfpacht en/of het recht van opstal geheel of ten dele in ondererfpacht te geven;


c een onverdeeldheid, waarin het recht van erfpacht en/of het recht van opstal wordt gehou­den, op te heffen;
d de onroerende zaak, onder welke titel ook geheel of gedeeltelijk aan derden in gebruik

te geven;


e het recht van erfpacht en/of het recht van opstal met hypotheek te bezwaren;

f het recht van erfpacht en/of het recht van opstal te splitsen in (onder) appartementsrechten;


g overeenkomsten aan te gaan die kunnen leiden tot het verrichten van de hiervoor vermelde rechtshandelingen.

Het vorenstaande staat een executie door schuldeisers van erfpachter niet in de weg.



2 Indien erfpachter het recht van erfpacht en het daarvan afhankelijke recht van opstal wenst te verkopen, is erfpachter gehouden om het recht van erfpacht en het recht van opstal eerst schriftelijk te koop aan te bieden aan Natuurmonumenten. Natuurmonumenten dient binnen twee maanden na de dagtekening van het schriftelijk aanbod aan erfpachter schriftelijk kenbaar te maken of hij van zijn recht van koop gebruik wenst te maken. Indien Natuurmonumenten tot aankoop wenst over te gaan, wordt voor de vaststelling van de koopprijs de waarde van het erfpachtrecht op nihil gesteld. De waarde van het recht van opstal zal worden gesteld op de waarde van de opstallen, werken en beplantingen, voor zover aanwezig met toestemming van Natuurmonumenten, een en ander conform het bepaalde in artikel 5:99 lid 1 BW. Partijen zullen vervolgens onderhandelen over de koopprijs. Indien partijen geen overeenstemming hebben bereikt binnen drie maanden nadat Natuurmonumenten te kennen heeft gegeven te willen aankopen, zal de koopprijs worden bepaald overeenkomstig het bepaalde in paragraaf B artikel 2 lid 5. Indien Natuurmonumenten niet tot aankoop wenst over te gaan, is erfpachter gedurende één jaar nadat Natuurmonumenten dit schriftelijk kenbaar heeft gemaakt aan erfpachter dan wel nadat de hiervoor genoemde termijn van twee maanden is verstreken zonder dat Natuurmonumenten ter zake een beslissing heeft genomen, bevoegd tot verkoop en levering aan een derde, behoudens en onverminderd het bepaalde in het volgende lid.

  1. Erfpachter behoeft bij verkoop van het recht van erfpacht en het recht van opstal te allen tijde de schriftelijke toestemming van Natuurmonumenten ten aanzien van de persoon van de beoogde koper.

  2. In alle gevallen waarin de erfpachter het erfpachtrecht en/of het opstalrecht met hypotheek wenst te bezwaren, is aan de van Natuurmonumenten vereiste toestemming de opschortende voorwaarde verbonden dat de hypotheekhouder zich jegens Natuurmonumenten verplicht om het recht van parate executie als hierna aangegeven uit te oefenen. De aanvaarding door de hypotheekhouder van de onderhavige verplichting dient te blijken uit een schriftelijke verklaring van de hypotheekhouder aan Natuurmonumenten en dient letterlijk te worden opgenomen als volgt in de hypotheekakte:

De hypotheekhouder neemt de inspanningsverplichting op zich om, op de voet van artikel 3:268 lid 2 BW, te bewerkstelligen dat de verkoop onderhands zal plaats vinden aan Natuurmonumenten. In dat kader verplicht hypotheekhouder zich hierbij om, in goed overleg met Natuurmonumenten, overeenkomstig artikel 3:268 lid 2 BW een verzoek tot onderhandse verkoop aan Natuurmonumenten in te dienen bij de Voorzieningenrechter door deze een daartoe strekkende overeenkomst onder de gebruikelijke voorwaarden, ter goedkeuring voor te leggen.“

  1. Natuurmonumenten verleent, door middel van vestiging van het recht van erfpacht en het recht van opstal, toestemming tot bezwaring van het recht van erfpacht en/of het recht van opstal met een hypotheek ten behoeve van de financiering van de aankoop van de opstallen tot maximaal 110% van de aankoopprijs. Voor bezwaring met hypotheek tot een hoger bedrag is afzonderlijke schriftelijke toestemming van Natuurmonumenten vereist. Voor deze toestemming dient drie weken tevoren een schriftelijk verzoek ingediend te worden bij Natuurmonumenten. Evenzeer is afzonderlijke schriftelijke toestemming vereist voor elke bezwaring met hypotheek die door erfpachter wordt beoogd na de vestiging en na de bezwaring ten behoeve van de aankoop van de opstallen. Natuurmonumenten is nimmer gehouden toestemming te verlenen voor bezwaring met hypotheek ten behoeve van andere doeleinden dan de financiering van de aankoop en verbeteringen van de opstallen.

  2. Natuurmonumenten en erfpachter beogen aan de in deze akte opgenomen voorwaarden derdenwerking, ook wel zakelijke werking genoemd, te verlenen. Erfpachter is evenwel verplicht bij gehele of gedeeltelijke overdracht van het recht van erfpacht, bij het vestigen van beperkte rechten daarop, -met uitzondering van hypotheek-, bij splitsing van het recht van erfpacht of bij splitsing van het recht van erfpacht in (onder)appartementsrechten (alles na verkregen toestemming als in lid 1 en lid 2 bedoeld), ten behoeve van Natuurmonumenten deze akte woordelijk in de akte van vervreemding, vestiging of splitsing te doen opnemen, dan wel de tekst daarvan aan die akte te hechten onder verwijzing daarnaar in die akte, en al die bedingen aan zijn wederpartij op te leggen en door deze te doen aannemen. Natuurmonumenten dient door erfpachter in de gelegenheid te worden gesteld zich bij het verlijden van die akte te laten vertegenwoordigen ter aanneming van die bedingen.

  3. De in lid 1 en lid 3 bedoelde toestemming geldt alleen als verleend indien en nadat Natuurmonumenten het concept van de akte van levering, van de akte van vestiging van enig beperkt recht, van andere voorkomende aktes en van eventuele overeenkomsten, voor gezien en goedgekeurd heeft ondertekend. Daarbij zal Natuurmonumenten onder meer controleren of aan het bepaalde in dit artikel is voldaan. De alsdan te maken definitieve akte of overeenkomst zal overeenkomstig het voor “gezien en goedgekeurde” concept worden verleden respectievelijk gesloten. Een afschrift van de akte respectievelijk overeenkomst dient binnen een maand na haar dagtekening door zorg en op kosten van erfpachter aan Natuurmonumenten ter hand te worden gesteld.

8 Het vorenstaande laat onverlet alle verplichtingen welke voortvloeien uit (administratieve) wetgeving welke eventueel van toepassing mocht zijn, zoals onder meer de Wet voorkeursrecht Gemeenten, de Wet agrarisch grondverkeer, de Monumentenwet, de Natuurbeschermingswet, de Boswet en de Natuurschoonwet.

Artikel 7 Verdeling en rechtsovergang

1 Indien het recht van erfpacht ten gevolge van overlijden of ten gevolge van het einde van een huwelijk dan wel een geregistreerd partnerschap onder algemene titel overgaat op één of meer

rechtsopvolgers dan wel gaat behoren tot een goederengemeenschap van een ontbonden

huwelijk respectievelijk geregistreerd partnerschap, zijn de rechthebbenden gehouden om

daarvan schriftelijk melding te doen aan Natuurmonumenten binnen drie maanden na de

betreffende overgang of ontbinding, onder opgave van alle rechthebbenden.

2 De rechthebbenden zijn bovendien gehouden om te bevorderen dat binnen één jaar na de betreffende overgang of ontbinding overgegaan wordt tot verdeling als bedoeld in artikel 3:182 BW van het recht van erfpacht, en tot levering als bedoeld in artikel 3:186 BW, zulks onverminderd het in paragraaf B artikel 9 bepaalde.

3 Indien de onverdeeldheid langer dan een jaar voortduurt, zijn de rechthebbenden gehouden telkens binnen een maand na afloop van de termijn van een jaar hiervan schriftelijk opgave te doen aan Natuurmonumenten, onder vermelding van de redenen die aan de verdeling en levering in de weg staan.

Artikel 8 Kosten

1 Alle kosten welke Natuurmonumenten in redelijkheid mocht maken om, buiten een procedure, zijn rechten tegenover erfpachter uit te oefenen, te verzekeren of te handhaven, komen ten laste van erfpachter en moeten door deze binnen veertien dagen na schriftelijke opgave worden voldaan.

2 Alle kosten van eventuele verlenging of vernieuwing van het recht van erfpacht en de kosten van de in paragraaf B artikel 3 lid 6 bedoelde notariële akte komen voor rekening van erfpachter.

Artikel 9 Vergoeding van de opstalwaarde

1 Indien het recht van erfpacht eindigt door het verstrijken van de duur waarvoor dit is gevestigd, en daarmee ook het recht van opstal eindigt, zal Natuurmonumenten aan de (gewezen) opstalhouder de waarde van de opstallen, werken en beplantingen, voor zover aanwezig met schriftelijke toestemming van Natuurmonumenten, vergoeden op de wijze als vermeld in artikel 5:99 lid 1 BW, na aftrek van hetgeen hij uit hoofde van het in deze akte bepaalde en uit hoofde van de wet van erfpachter te vorderen heeft, de kosten daaronder begrepen.

2 De in het vorig lid bedoelde waarde zal, indien partijen hierover binnen drie maanden na het einde van de erfpacht geen overeenstemming hebben bereikt, worden bepaald overeenkomstig het bepaalde in paragraaf B artikel 2 lid 5.

Artikel 10 Toestemming

1 In alle gevallen waarin schriftelijke voorafgaande toestemming van Natuurmonumenten is vereist, kunnen aan deze toestemming door Natuurmonumenten voorwaarden worden verbonden.

2 Het verleend zijn van toestemming in de zin van het eerste lid van dit artikel laat onverlet de op grond van wet- en regelgeving of uit andere hoofde bestaande verplichtingen van erfpachter om vergunning en / of toestemming te vragen en te verkrijgen.

3 Een eenmaal verleende toestemming ontslaat erfpachter niet van zijn verplichting om andermaal toestemming te vragen indien zulks redelijkerwijs nodig te achten is, en verplicht Natuurmonumenten niet tot het verlenen van toestemming in zodanig geval.

4 Het verlenen van toestemming ontslaat erfpachter niet van een juiste nakoming van de voor hem uit de erfpacht voortvloeiende verplichtingen, terwijl Natuurmonumenten door het verlenen van toestemming geen enkele aansprakelijkheid aanvaardt.

Artikel 11 Boetebeding

Bij iedere overtreding respectievelijk niet nakoming van het bepaalde in de paragraaf B artikelen 3 en 6 verbeurt erfpachter, zonder dat daartoe enige ingebrekestelling noodzakelijk is, en onverminderd het recht tot het vorderen van nakoming en schadevergoeding en tot het opzeggen van de erfpacht, een onmiddellijk opeisbare boete ter grootte van vijfentwintig keer het bedrag van de op dat moment geldende jaarlijkse erfpachtcanon. Natuurmonumenten kan in voorkomende gevallen, zulks ter uitsluitende beoordeling van Natuurmonumenten, genoegen nemen met een lagere boete.

Artikel 12 Toepasselijk recht / bevoegde rechter

Op de onderhavige algemene voorwaarden is Nederlands recht van toepassing.

Alle geschillen tussen partijen voortvloeiende uit deze voorwaarden of daarmede in rechtstreeks of zijdelings verband staande, zullen worden berecht door een Nederlands bevoegde rechter.

Aldus getekend in viervoud te …………………. op . . . …………200.. en

te …………………op . . . ……………. 200… op …. pagina’s tekst en ….. pagina’s bijlagen.

. . . . . . . . . . . . . . . .



. . . . . . . . .



  • A. BEDINGEN
  • Artikel 3
  • Artikel 15
  • Artikel 17
  • Artikel 18

  • Dovnload 115.31 Kb.