Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Overstag gaan hoog aan de wind zeilen

Dovnload 33.32 Kb.

Overstag gaan hoog aan de wind zeilen



Datum31.07.2017
Grootte33.32 Kb.

Dovnload 33.32 Kb.

Overstag gaan

  • hoog aan de wind zeilen

  • klaar om te wenden, ree

  • roer los

  • grootzeil aantrekken

  • fok los

  • roerganger verzitten als giek in het midden is

  • fok bak

  • grootzeil iets vieren

  • draaien stoppen als grootzeil volvalt

  • fok over

  • fok aan

  • koers 90° t.o.v. vorige koers

  • aan de wind uitkomen



Overstag is een manoeuvre waarbij je van aan de wind over de ene boeg oploeft tot in de wind, doordraait en afvalt tot aan de wind over de andere boeg.




  • Voorbereiding / Organisatie / Veiligheid

  • Sturende werking van de zeilen

  • Verzitten

  • Roergebruik (niet meer dan 45°!)

  • Fokbediening

  • Grootzeilbediening




Gijpen (op rechte koers)

  • voor de wind varen (fok te loevert)

  • klaar voor gijp, ree

  • roerganger verzitten

  • binnen de wind varen

  • gijp

  • grootschoot snel inhalen

  • roer in het midden

  • uitvieren van de grootschoot

  • geen koersverandering (rechtdoor varen)



Gijpen is een manoeuvre om op een gecontroleerde manier en op een voor de windse koers het zeil van de ene boeg naar de andere boeg te brengen.




  • Voorbereiding / Organisatie / Veiligheid

  • Bij voor de wind is de fok te loevert.

  • Let er op dat we ook voor de wind op koers blijven varen

  • Verzitten; Doel: roer recht kunnen houden; veiligheid

  • Schootbediening; inhalen en vieren.

  • Binnen de wind varen.

  • Let op oploeven bij het overkomen van het grootzeil!

  • Zwaardgebruik is niet verplicht, het vergemakkelijkt de gijp wel.




Anker neer gaan

  • taakverdeling

  • rustige (halvewindse) koers varen

  • oploeven en fok strijken

  • tegen wind draaien

  • peiling / stilliggen

  • anker uit

  • grootzeil goed los

  • ankerlijn remmend steken

  • peiling anker houdt

  • anker vast

  • grootzeil strijken






  • Voorbereiding / Organisatie / Veiligheid (ankerbol)

  • Stilliggen (achtergrondpeiling).

  • Anker uit.

  • Controleren of anker houdt. (achtergrondpeiling)

  • Zeil strijken.

  • Lijn vieren.

  • Zwaard op.






Anker op gaan

  • taakverdeling

  • boeg kiezen

  • grootzeil hijsen

  • anker inhalen aan de hoge kant tot recht onder de boot

  • check overig verkeer

  • anker ophalen

  • wegzeilen

  • anker spoelen

  • fok hijsen







Varend hijsen

  • zwaard in

  • controle alles gereed (grootschoot los)

  • tegenwind grootzeil hijsen

  • aan de wind gaan zeilen

  • rustig fok hijsen




Varend strijken

  • aan de wind zeilen

  • fok strijken

  • tegen wind draaien (en houden)

  • grootzeil strijken

  • zeilbandjes




Aankomen hogerwal

Doel: met een gecontroleerde snelheid op hoger wal aankomen (eitje).



  • Stopkoers: deze koers is iets ruimer dan hoog aan de wind, maar hoog genoeg om het grootzeil bij volledig vieren geen wind meer te laten vangen

  • Voorbereiding / Organisatie / Veiligheid

  • Benedenwinds komen, tussen de aan de windse lijnen.

  • Koersvaren.

  • Aan de windse koers controleren.

Afvaren hogerwal

  • recht in de wind zeilen hijsen

  • keuze afvaarrichting ( windrichting / grootste hoek)

  • goede afzet

  • goede roerstand (deinzen)

  • fok bak

  • ver genoeg doordraaien

  • fok over

  • fok aan

  • grootzeil aan






  • Voorbereiding / Organisatie / Veiligheid

  • Roer bij deinzend schip

  • Afzet

Let op: vooraf zeggen over welke boeg je wilt wegvaren en over welke kant de fok bak moet. In de eisen staat overigens: “….. zo nodig fok bak”. Het hoeft dus niet altijd.

  • Vergeet het zwaard niet.




Aankomen lagerwal

  • op ruime afstand van de wal hoog aan de wind grootzeil strijken

  • afvallen; fok bak… fok over

  • schip op koers

  • fok strijken

  • bij de wal tegenwinds opsturen

  • pik voor






  • Voorbereiding / Organisatie / Veiligheid

  • Punt om te strijken juist bepalen

  • (snel) varend strijken

  • Roerwerking / sturende werking van de zeilen (afvallen met de fok)

  • Aanleg zelf (opdraaien, zwaardgebruik)

  • Afhankelijk van de wind: met fok of voor top en takel



Man over boordmanoeuvre

  • roep “drijf”

  • aanwijzer kiezen

  • snel afvallen tot voor de wind

  • genoeg doorvaren

  • oploeven tot aan de wind

  • dwarspeiling op drenkeling

  • overstag

  • met weinig vaart naderen

  • aan de hoge kant drenkeling binnenhalen






  • Voorbereiding / Organisatie / Veiligheid

  • Snel afvallen

    1. Roergebruik

    2. Fok bak

    3. Grootzeil vieren

  • Benedenwinds komen

Let op: aantal bootlengtes is niet belangrijk. Doorvaren tot je in dode hoek (tussen a.d.windse lijnen zit). Hoe sneller je afvalt, des te eerder ben je benedenwinds, des te eerder kan je weer oploeven. Zover voor de wind varen dat, wanneer je weer a.d.w vaart, je de aan-de-windse lijn nog niet gekruist heb.


  • “Aanleg” op de man (zie bij aankomen hogerwal) aan de hoge kant d.m.v. bijliggen

  • Fok bak bij man vast



Loskomen van aan de grond

  • Als je aan de wind vaart: overstag.

  • Als je ruime wind vaart: zeil strijken of een geforceerde gijp.

  • Als je voor de wind vaart: zeil strijken of een geforceerde gijp.

  • Snel reageren.

  • Helling van de boot zorgt voor minder diepgang.

  • Denk aan hulpmiddelen bij het draaien.




Sturen op de zeilen

Roer verloren…







oploeven / overstag

aan de wind

grootzeil aan

fok aan

fok los

grootzeil losser







afvallen

voor de wind

fok aan (of zelfs bak)

grootzeil strijken

grootzeil vieren

fok aan lij










  • Gijpen (op rechte koers)
  • Loskomen van aan de grond
  • Sturen op de zeilen Roer verloren…

  • Dovnload 33.32 Kb.