Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Overzicht Recht Rechtsstaat Rechtsstelsel Rechtsfuncties Hiërarchie Inhoud

Dovnload 342.6 Kb.

Overzicht Recht Rechtsstaat Rechtsstelsel Rechtsfuncties Hiërarchie Inhoud



Pagina1/2
Datum05.12.2018
Grootte342.6 Kb.

Dovnload 342.6 Kb.
  1   2

Overzicht


Recht
Rechtsstaat
Rechtsstelsel
Rechtsfuncties
Hiërarchie

Inhoud


Overzicht 1

Deel 1: RECHT 3

Alternatieven voor recht 3

Algemeen 3

Kenmerken 3

Soft law vs. Hard law 3

Recht is ook: 3

Recht als wetenschap 3

Deel 2: RECHTSSTAAT 4

Hoe ga je reguleren? 4

Staat= soeverein territorium 4

Spaanse grondwet van 1987 4

Basisprobleem 4

Recht/macht: historische periodes 5

De rechtsstaat is liberaal: “vrijheden” 5

De rechtsstaat of “rule of law” 7

De rechtsstaat en… 7

Open ≠ vergelijking 8

Is de rechtsstaat westers? 8

De rechtsstaat in hyperdrive 8

Wat te doen met het overvloed aan wetten? 8

Deel 3: RECHTSSTELSELS 8

Rechtstelsels 8

Continentaal/ civiel ROME 9

Napoleontische omwenteling: codificatie FRANKRIJK 9

Geen gouvernement des juges: 10

COMMON LAW Ondertussen in Engeland: 10

Magna carta libertatum 1215 10

Civiel of code recht versus common law 11

Verschillen: 11

Rechtspraak: 11

Socialistische rechtsstelsels: 11

Spanningsvelden met de rechtsstaat: 12

Post-comm Rusland: 12

Islamitisch rechtsstelsel: 12

Essentieel voor ons: 12

Rechtsstaat en de sharia: 12

Deel 4: RECHTSFUNCTIES 13

Waartoe dient het recht? 13

A)Organisatie 13

B)Bescherming 14

C)Geschillen beslechten 15

D)Maatschappelijke verandering 16

Waartoe dient het recht: conclusie 17

Piramide: recht naar waarde 17

Belang van waarde 17

Hoe vind je je plaats op de ladder? 17

Contractvrijheid 17

Economische vrijheid 18

Eigendom: Art. 1 eerste protocol EVRM 18

Persoonlijke vrijheid 18

1)Aanvullend of suppletoir 18

2)Dwingend recht of imperatief 18

3)Openbare orde en goede zeden 18

4)Internationale openbare orde 19

Kleine samenvatting: 19

Hoe het onderscheid maken 19

Deel 5: HIËRARCHIE 19

Rechtsstaat en staatsmacht 19

Hiërarchie in de rechtsstaat 19

Hiërarchie naar Belgisch recht 20

Quid bij schending? 20

Hiërarchie: twee voorbeelden 20

1)Exceptie van onwettigheid 20

“onschendbaarheid” van de formele wet 21

Grondwettelijk hof 21

Aan welke normen 21

Rechtvaardiging ongelijke behandeling 21

Pro memorie 21

Begrippen 22


Deel 1: RECHT

Alternatieven voor recht


  • Gewoonten socialisering & sociale controle

  • Morele of religieuze autoriteit

  • Geweld/macht

Algemeen


  • Antwoord op maatschappelijke behoeften

  • Instrument voor sociale controle en orde

  • Fundament van en voor een samenleving

  • Vermijden/verminderen van transactiekosten

  • Rechtsregels zijn incentives(aansporingen) voor goed gedrag en tegen slecht gedrag

  • Demarcatie van vrijheid en verdeling

Kenmerken


  • Regel/norm/principe: abstract, voorspelbaar

  • Extern opgelegd

  • Afdwingbaar

  • ≠ traditie, gewoonte, afspraken,…

  • ≠ Soft law

Soft law vs. Hard law


Soft law= meestal niet bindend
 resoluties van de VN
Hard law= bindende regels
 verdragen

Recht is ook:


Politiek: resultaat van ideologie & politieke processen

Ethiek: gedreven door waardeoordelen

Economie: omkadert en regelt (“institutioneel”)

Geschiedenis: laat sporen na in het recht

Psychologie: bij de toepassing en afdwinging

Recht als wetenschap


Rechtsgeleerdheid”

  • Specifieke methodes en regels

  • Vast referentiekader

  • Gemeenschappelijke begrippen

  • Professionele beoefenaars
     Techniek van recht v. meta-reflectie over recht

Deel 2: RECHTSSTAAT


Hoe ga je reguleren?


1. Er is een medium nodig die namens God spreekt. In de geschiedenis hebben al vele henzelf die claim gegeven. Indien het genoeg preciseerbaar is kun je de samenleving daarop baseren. Maar iedereen moet in die religie geloven. Anders werkt het niet.

2. Recht van de sterkste (vechten)  Macht = recht, degene die het meest geweld kan uitoefenen zal degene zijn die het recht zal uitoefenen. Vragen zoals: wat is de rol van familie? Welke plaatst heeft relgie? Hoe gaat geweld uitgeoefend worden?

3. Zelfbeschikking (=stemmen)

Staat= soeverein territorium


Het internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten is een VN-verdrag uit 1966 (BUPO).

  Artikel 1. “1. Alle volken bezitten het zelfbeschikkingsrecht. Uit hoofde van dit recht bepalen zij in alle vrijheid hun politieke status en streven zij vrijelijk hun economische, sociale en culturele ontwikkeling na.” ZELBESCHIKKINGSRECHT



Catalonië:
-
baseert zich op dit document als argumentatie voor de onafhankelijkheid
- ze beweren dat de grondwet niet legitiem is
Spanje:
- baseert zich echter op de grondwet waar zij uit afleiden dat men niet elk volk zijn gang kan laten gaan een land op zich te worden
- daarenboven is zelfbeschikking niet gelijk aan constante revolutie

Spaanse grondwet van 1987


Article 1:
“1. Spain is hereby established as a social and democratic State, subject to the rule of law, which advocates as the highest values of its legal order, liberty, justice, equality and political pluralism.
2. National sovereignty is vested in the Spanish people, from whom emanate the powers of the State.
3. The political form of the Spanish State is that of a parliamentary monarchy.”

Basisprobleem


Verhouding tussen recht en macht:

  • Is het recht onderworpen aan de macht?

  • Is de macht gebonden door recht?

  • Domineert de staat het recht, of het recht de staat?

  • Zijn recht en rechtsstaat meer dan regels ?

Spanning: de staat is de bron van recht en het recht zal de staat… Wat er uit machtsuitoefening komt is niet noodzakelijk aanvaardbaar in de rechtsstaat

Voorbeeld: Neurenberg rassenwetten
Een regel <-> recht: zo’n regels kunnen er bij ons niet doorkomen door de rechtsstaat, als we macht gaan beperken komen we bij een rechtsstaat

Vrouwe Justitia

Magna Carta

  • 1215

  • Engeland

  • Handvest over vrijheden en rechtspraak

  • Voorbeeld voor vele latere constituties

PRINCIPES RECHTSSTAAT

- ideaal (nog niet gerealiseerd)


- een proces (we proberen altijd dichter bij die ideale staat te komen)
- Iedereen is gelijk voor de wet
- Iedereen is vrij

Recht/macht: historische periodes


  • Griekse stadstaten, oudheid

  • Romeinse burgerschap & republiek (BURGERS)

  • Feodale Europa (lappendeken, verkaveling)– handelssteden

  • Absolute koningen vs. Kerk & edellieden

  • Opkomst burgerij

  • Opkomst proletariaat (KARL MARX)– Industriële revolutie

De rechtsstaat is liberaal: “vrijheden”


  • Uitganspunt is respect voor het individu

  • Individu staat vrijheid af in de samenleving, maar vrijwillig, met garanties en onder bescherming

  • Areligieus= alle mensen is ongeacht hun religie, dus ook moslims of boeddhisten

  • Verlichting= de grootste intellectuele principes van de rechtsstaat zijn dan geland

  • Dilemma= een deel van je vrijheid moet je afstaan, je moet jezelf onvrij maken, je kiest zelf in alle vrijheid om onvrij te zijn

  • Sociaal contract= iedereen kiest er vrijwillig voor te tekenen voor een bepaalde grondwet en een bepaalde macht, we kiezen ervoor een deel van onze vrijheid af te geven

Vier vrijheden van de rechtsstaat:

  • Politieke

  • Wettelijke

  • Persoonlijke

  • Institutionele

1) Politieke vrijheid

- Democratie = vrijwillig zelfbestuur (John Locke), de ideale vertaling van een rechtsstaat is de democratie als een politiek systeem


- Sociaal contract (Jean-Jacques Rousseau)
- Gelijke politieke rechten
- Burgerschap (o.a. Montesquieu)
- Geen a priori predestinatie (voorbeschikking) van de staat: neutraliteit & gelijkheid voor de wet

2) Wettelijke vrijheid “freedom under the law”

- Formele wettigheid v. willekeur


- Procedurevereisten
- Vormvereisten
- Intrinsieke kwaliteitsvereisten= De wet moet voldoen aan bepaalde intrinsieke kwaliteitsvereisten. Deze vereiste kan afgeleid worden uit de rechtspraak van het EHRM in het raam van het strafrecht1 : de effectieve rechtsgevolgen van een rechtsregel moeten op basis van de formulering voorspelbaar zijn, m.a.w. dusdanig voldoende nauwkeurig omschreven zijn dat de rechtsgevolgen konden worden voorzien. Een misdrijf moet met andere woorden duidelijk in de wet omschreven zijn.
- Algemeen: abstract en gelijk – geen arbitraire onderscheiden (rechter mag geen willekeur toepassen)
- Zeker: voldoende voorspelbaar en afdwingbaar

Latijnse uitspraken:

Patere legem quam ipse fecisti= respecteer de wet die u zelf heeft gemaakt

Nemo censetur ignorare legem= niemand kan het bestaan van de wet ontkennen (niemand wordt geacht de wet niet te kennen)

Nemo auditur propriam turpitudinem allegans= niemand kan zich op een inbreuk beroepen



3) persoonlijke vrijheid

- Substantiële garanties: bv. vrijheid van meningsuiting, godsdienst, vereniging, …


- Dus: grenzen aan de politieke en wettelijke vrijheid om te zorgend at de samenleving niet ontspoord (MENSENRECHTEN)
- vrijheid van meningsuiting: wat wij humanistisch belangrijk vidnen in de samenleving laten bloeien, onze maatschappij houdt van discussies
- rechtsstaat is ook een stuk antiliberaal: geen “tirannie van de meerderheid” (grenzen aan de vrijheid)
- Hoe? Door hiërarchie IN de rechtsstaat: ‘bill of rights’: http://www.senate.be/doc/const_nl.html - - -- Hoe? Door hiërarchie BOVEN de rechtsstaat: Internationaal en universeel – “mensen” – Rechten van de eerste generatie (burgerrecht, politieke rechten= grondrechten) + Monisme (duidt in de politiek op een situatie waarin het parlement en de regering, oftewel de wetgevende macht en de uitvoerende macht, zeer sterk met elkaar verweven zijn) (geen scheiding tussen het nationaal en internationaal recht <-> dualisme) http://www.echr.coe.int/Documents/Convention_NLD.pdf

4) Institutionele vrijheid

- Institutionele diversiteit ter ondersteuning van vrijheid: “checks & balances”= we verkavelen de macht en concentreren ze niet, er worden tegenmachten gecreëerd tegenover de machten, iedereen moet zijn eigen rol respecteren, ze zijn beperkt in wat ze kunnen doen, staatsmacht decentraliseren


- de drie machten vormen samen de staat
- Horizontaal: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht met interactie tussen de drie
- Verticaal: politieke bestuurslagen
- http://www.senate.be/doc/const_nl.html
- Uiteindelijke macht: rechters, vooral omdat: Abstracte regels moeten altijd concreet worden gemaakt MAAR rechters hebben geen leger dus ze zijn afhankelijk van het respect dat ze krijgen van de rechtsgehorigen, dit leidt vaak tot corruptie
- Suprematie (hogere status bekomen) grondwet en internationaal recht
- rechters hebben geen leger
- Gevaar voor activisme: de dictatuur van de rechters of dat ze uit hun rol gaan vallen en de politicus gaan uithangen
- Benoeming, statuut en transparantie
- Traditie: civiel recht v “common law”

Samenvatting
Politieke: zelfbestuur, geen predestinatie
Wettelijke: formalisme & kwaliteit
Persoonlijke: minimale persoonlijke vrijheid
Institutionele: scheiding van machten en bevoegdheden

De rechtsstaat of “rule of law”


Is “law of rules”: regels en formele wettigheid
Is “law rules”: grenzen aan de macht – “government of laws, not of men” het recht heeft de macht, niet de personen die behoren toto de wetgevende, uitvoerende of rechterlijke macht
Is “rule of legitimacy”: altijd verbieden van “slecht” recht; soms gebieden van “goed” recht, het moreel zit erin gebakken, niet neutraal, duidelijke visie op de maatschappij en het individu

De rechtsstaat en…


  1. Democratie: zonder D is formele wettigheid niet legitiem; zonder formele wettigheid en minimale persoonlijke vrijheid is D onwerkbaar

  2. Economie: eigendomsrechten en kapitalisme nauw verweven met de vrijheden van de rechtsstaat – economische vrijheid is element van persoonlijke vrijheid (Locke)  we hebben gekozen voor privé-eigendom, de economische activiteit is het verlengstuk van de mens, je kan geen rechtsstaat hebben zonder individuele vrijheid en eigendom, zonder markteconomie, INDIVIDU EN KEUZE

  3. Religie: rechtsstaat is onverenigbaar met: Religieuze dictatuur (cf. scheiding kerk/staat) + Verkaveling van rechtsregels op basis van geloof (cf. Shari’a), the freedom of religion is the freedom from religion

  4. Cultuur: rechtscultuur en burgerschapscultuur is essentieel

Illegale arbeid:
België: meer dan 20%  DIT KAN NIET, er zit dus veel ruis in de machine van de rechtsstaat, als er teveel ruis is kan men dus niet meer uitgaan van een rechtsstaat, mensen gaan steeds verder in het exploiteren van de mankementen van de rechtsstaat, denk maar aan corruptie

Open ≠ vergelijking



Is de rechtsstaat westers?


  • Post-WOII, post-1989 en post-2007

  • Democratie en rechtsstaat zijn meer dan verkiezingen en regels:

    • bv. Rusland onder Poetin; Turkije onder Erdogan

    • bv. Irak, Egypte, Libië

  • Alternatieve modellen ?

    • bv. PRC: individu staat niet centraal & is gevaarlijk

    • Islamitische staten en de “Arabische Lente”

De rechtsstaat in hyperdrive


  • Meerdere rechtsstaten tegelijk: internationalisering en regionalisering

  • “Juridisering”: inflatie van regels en procedures – inflatie van rechten  er zijn te veel regels, te veel juristen etc.

  • Bureaucratisering (te veel rechtsstaat)

  • Inflatie van juristen en advocaten

  • Inflatie van processen en klachten

  • Voorbeeld: het examenreglement van Ugent bestaat uit meer dan 104 pagina’s  overdreven

Wat te doen met het overvloed aan wetten?


  • Preventieve impactanalyse: RIA= regelgeving impact analyse= op die manier preventief wetten schrappen om zo de inflatie aan regelgeving tegen te gaan

  • Uitdovingsclausules – Ingebouwde evaluaties

  • Administratieve vereenvoudiging

  • Versnelde procedures

  • “ADR”: arbitrage en mediatie= alternative dispute resolution= je gaat competente mensen (juristen) aanstellen om een probleem op te lossen, de arbiter gaat beslissen, je aanvaardt het en het is voorbij, mediatie is een bemiddeling om u te helpen tot een conclusie te komen “een deal maken” =het zoeken naar een oplossing buiten de rechtbank

  • Vb.: een alternatief voor heel lange complexe procedures om gewoon geld te betalen en zo ergens onderuit te komen, dit zorgt echter voor ongelijkheid en ondermijnt dus de rechtsstaat

  • Cultuurverbetering: in essentie beter leren met elkaar omgaan

Correlatie welvarendheid land – aantal juristen: negatief

  • Meer recht en meer juristen is niet per definitie beter (KRITISCHE HOUDING)


Deel 3: RECHTSSTELSELS

Rechtstelsels


  • Continentaal of Civiel: Frans-Duits, inclusief België en vele ex-kolonies

  • Common Law: VK en ex-kolonies

  • Socialistisch: China en een paar andere

  • Islamitisch


Continentaal/ civiel ROME


  • 6e eeuw: Corpus Iuris Civilis (Codex Justinianus= eerste codex)

  • Lokaal en gewoonterecht domineert – geen “nationaal” recht

  • 12e eeuw: herontdekking CIC= corpus luris civilis & verspreiding via rechtsfaculteiten, omdat men zo onder de indruk is van het corpus luris civilis

  • Ius commune non ratione imperii sed imperii ratione: concepten, principes, logica (niet om rede van macht maar om macht van rede)

  •  er ontstaat een soort van gewoonterecht

Napoleontische omwenteling: codificatie FRANKRIJK


  • Napoleon wil controle over het uitgestrekte rijk dat hij bezit en imiteert justinianus met zijn wetboeken, napoleon stelt een groepje juristen aan om zo de codexen te creëren

  • Code Civil (1804) – Burgerlijk Wetboek

  • Code de Procedure Civil (1806) – Gerechtelijk Wetboek

  • Code de Commerce (1807) – Wetboek van Koophandel

  • Code de Procédure Pénale (1808) – Wetboek Strafvordering

  • Code Pénal (1810) – Strafwetboek

 Romeinse traditie + descartes

Geen gouvernement des juges:


“Les juges de la nation ne sont que la bouche qui prononce les paroles de la loi, des êtres inanimés qui n’en peuvent modérer ni la force, ni la rigueur.”
Charles Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu (1689-1755)



COMMON LAW
Ondertussen in Engeland:


  • 1066

  • The Battle of Hastings: willem de verovenaar, als normandiër verovert hij Engeland”…a cataclysm of the first magnitude. (…) They were much more than the mere accession of a new dynasty (…) they created a split society (…) where a dominant majority introduced values, rules and a language different from those of the native masses.”

  • Consolidatie van de verovering via mobiele Koninklijke rechtbanken “en circuit” voor zaken die koninklijke macht aanbelangen

  • Geleidelijke uitbreiding: toegang o.a. via Koninklijke “writs” – “fountain of justice”

  • Vanaf Henry II (13e E): “common law” – rechtersrecht & organische ontwikkeling  er ontstaan de facto nieuwe rechtsregels voor problemen en zo komt er een gemeenschappelijke oplossing voor dat probleem in het koninkrijk, deze gemeenschappelijke oplossing is common law, hij wou een consolidatie van de koninklijke macht, hiervoor stelde hij lokaal comités van burgers aan die hem moesten helpen het gewoonterecht op te schrijven, deze noemde men de jury’s ,

  • Het zwaartepunt lag toen bij de rechter, bij ons ligt dat nu bij de wetgever en de wet, die bijna als algebra begrepen moet kunnen worden

  • Common law gebruikt jurisprudentie als basis voor wetsvorming

Magna carta libertatum 1215


“No Freemen shall be taken or imprisoned, or be disseized of his Freehold, or Liberties, or Free Customs, or be outlawed, or exiled or otherwise destroyed, nor will we pass upon him nor condemn him but by lawful Judgment of his peers or by Law of the Land”

Common law is paradoxaal: het kwam er om een land te regeren zonder het militair te domineren en is geevolueerd naar iets dat niet controle maar vrijheid was, er was een garantie van diversiteit aan rechters en geen macht die domineerde

Common law is pro jury, democratie en participatie
Napoleon zou dit afkeuren, een volksjury is niet intellectueel bekwaam om een oordeel te maken over een bepaalde casus, ze denken emotioneel en niet rationeel

Civiel of code recht versus common law


  • Wetgever v Rechter(= heel belangrijk, rechtsstudenten kennen de namen van rechters)

  • Dictaat v Evolutie

  • Principe v Casus

  • Deductie v Inductie

  • Professionele rechter v Jury

  • Wetboeken vs. een stapel vonnissen en arresten

 Via kolonies: een universele tweespalt

 Onderscheid vervaagt: twee bewegen naar elkaar, vooral in en door Europa en de vaagheid van het EU-recht: “ius commune”


Verschillen:


  • Verschil in rechtscultuur t.a.v. wetgeving en interpretatie: formalisme/realisme

  • Verschil in rechtsonderwijs

  • Verschil in positie, rol en bekendheid rechters

  • Verschil in redactie vonnissen/arresten

(Zoek de twee verschillen tussen het spaghettiarrest en supreme courtshit!!!)

Rechtspraak:


Code recht Common law

Statued law= civiel recht


Socialistische rechtsstelsels:


  • Recht is een instrument voor de socialistische/communistische utopie

  • Doeleinden:

  • Veiligheid en defensie

  • Onderwijs en indoctrinatie

  • Collectivistische economie

  • De Partij is de ultieme bron van alle recht:

    • Dominantie van wetten, regels, plannen en bureaucratie

    • De staat is het recht en omgekeerd

    • Geen scheiding der machten

    • Rechtspraak is een expressie van het bestaande recht, geen creatie – geen onafhankelijke rechters

China  alle rechters, uitgevende machten etc bedienen de partij die de macht heeft

Spanningsvelden met de rechtsstaat:


Politieke vrijheid: “proletarische dictatuur”

Wettelijke vrijheid: soevereiniteit van de partij

Persoonlijke vrijheid: collectivisme, subordinatie van individu en eigendom

Institutionele vrijheid: concentratie van de macht

Post-comm Rusland:


  • democartie op papier, na 1989

  • Putincratie in realiteit

Islamitisch rechtsstelsel:


  • Complexe combinatie van religieuze en religieus-juridische bronnen, o.a. Koran, Soenna & Hadith, Qiyas (analogie), ljma (consensus)

  • Diverse scholen, interpretatietechnieken, precedenten, juridisch/maatschappelijke rollen etc.

  • Islamitisch recht = combinatie van openbaring, rede, dan pas seculiere keuze

  • Soenna & Hadith = tradities en overleveringen uit het leven van de profeet Mohammed

Essentieel voor ons:


  • Theocratische samenleving – “islamitisch” recht ↔ democratie, mensenrechten, scheiding “kerk”/staat

  • Inhoud: Shari’a en gelijke behandeling man – vrouw

  • Proces: nadruk op consensus, bemiddeling, moraal en billijkheid – Shari’a rechtbanken

→ Positie Islam/Islamitisch recht in een niet-moslimland is potentieel problematisch

Rechtsstaat en de sharia:


  • Rituele, (quasi-)religieuze sociale controle  ‘Recht’

  • Juridische ambitie  rationele, seculiere rechtsorde

  • Sub-orde  gelijkheid voor de wet en uniciteit burgerschap

  • Inhoud  formele gelijkheid man/vrouw

  • Vrij privaat gedrag buiten de juridische sfeer: OK, maar…


  1   2

  • Alternatieven voor recht
  • Soft law vs. Hard law Soft law= meestal niet bindend  resoluties van de VN Hard law= bindende regels  verdragen Recht is ook
  • Hoe ga je reguleren
  • Staat= soeverein territorium
  • Spaanse grondwet van 1987
  • Recht/macht: historische periodes
  • De rechtsstaat is liberaal: “vrijheden”
  • De rechtsstaat of “rule of law”
  • Open ≠ vergelijking Is de rechtsstaat westers
  • De rechtsstaat in hyperdrive
  • Wat te doen met het overvloed aan wetten
  • Continentaal/ civiel ROME
  • Napoleontische omwenteling: codificatie FRANKRIJK
  • Geen gouvernement des juges
  • COMMON LAW Ondertussen in Engeland
  • Magna carta libertatum 1215
  • Civiel of code recht versus common law
  • Socialistische rechtsstelsels
  • Spanningsvelden met de rechtsstaat
  • Post-comm Rusland: democartie op papier, na 1989 Putincratie in realiteit Islamitisch rechtsstelsel
  • Rechtsstaat en de sharia

  • Dovnload 342.6 Kb.