Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Ovsg vzw Ravensteingalerij 3 Bus 7 1000 Brussel Tel. 02 506 41 50 Fax 02 502 12 64

Dovnload 209.53 Kb.

Ovsg vzw Ravensteingalerij 3 Bus 7 1000 Brussel Tel. 02 506 41 50 Fax 02 502 12 64



Pagina1/4
Datum31.07.2017
Grootte209.53 Kb.

Dovnload 209.53 Kb.
  1   2   3   4




Onderwijssecretariaat van de Steden en Ge­meenten van de Vlaamse Gemeen­schap

OVSG vzw Ravensteingalerij 3 Bus 7 1000 Brussel Tel. 02 506 41 50 Fax 02 502 12 64






Opleidingsplan

Tuinbouwarbeider

BuSO – OV3






Situering opleidingsplannen OV 3

De pedagogische begeleidingsdienst van OVSG - BuSO nam het initiatief deze opleidingsplannen uit te schrijven naar aanleiding van de recente vernieuwing in OV3. Over deze vernieuwing en de wijze waarop de opleidingsplannen moeten geïnterpreteerd en gebruikt worden, geven wij graag eerst een woordje uitleg.



Vernieuwing in OV3

De overheid heeft bij decreet een nieuwe opleidingenstructuur vastgelegd voor het buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3. Tevens werden ook nieuwe ontwikkelingsdoelen voor ASV uitgeschreven.


De nieuwe opleidingenstructuur werd vastgelegd in samenspraak met de DVO (Dienst voor Onderwijsontwikkeling), de DBO (Dienst voor Beroepsopleidingen), de inspectie, de koepels (OVSG, VSKO, POV, RAGO), het kabinet en het departement onderwijs.

Het doel van deze nieuwe structuur is een herwaardering van het beroepsonderwijs over alle niveaus (TSO, BSO, DBSO en BuSO). Tevens heeft men het vroegere aanbod van opleidingen geactualiseerd door afdelingen en kwalificaties die niet meer worden ingericht te schrappen of andere een aangepaste benaming te geven. Belangrijk is wel dat de specificiteit van het BuSO gerespecteerd werd, daar er onder meer nog steeds gewerkt wordt met handelingsplanning en de klassenraad zijn autonomie in de eindbeslissing blijft behouden.


Om de herwaardering van de opleidingen te realiseren hebben de DVO en de DBO nieuwe opleidingsprofielen uitgeschreven uitgaande van de beroepsprofielen die door de SERV (Sociaal- Economische Raad van Vlaanderen) werden opgesteld. De SERV is een advies- en overlegorgaan van de sociale partners, zijnde werkgevers en werknemers. Zij hebben in de beroepsprofielen een oplijsting gemaakt van de competenties die een beginnend vakman nodig heeft binnen zijn beroep. De opleidingsprofielen die hieruit werden opgesteld, leggen de inhoud van de opleiding vast.

Enkele begrippen ;



Opleiding :

  • Een geheel van onderwijs- en studieactiviteiten erkend door de Vlaamse Gemeenschap en bestaande uit een algemeen vormende en beroepsgerichte component. Een opleiding kan modulair of lineair aangeboden worden.


Assistentniveau :

  • Een kwalificatie die betrekkelijk eenvoudig werk omvat. De beroepsbeoefenaar is verantwoordelijk voor het eigen (beperkte) takenpakket. Er worden vooral geautomatiseerde routines toegepast en de vereiste vaardigheden en kennis zijn functiegebonden.


Opleidingsprofiel :

  • Een geheel van vaardigheden, kennis en attitudes, die binnen een opleiding aangeboden moeten worden om het volledig getuigschrift te kunnen afleveren.


Opleidingsplan :

  • Het opleidingsplan biedt een arsenaal aan vaardigheden, kennis en attitudes aan waaruit gekozen kan worden om het opleidingsprofiel te realiseren.

Een andere belangrijke vernieuwing betreft de sanctionering van de studies.

Vroeger waren er slechts twee mogelijkheden om een leerling te sanctioneren op het einde van de opleiding. Ofwel was de leerling geslaagd en kreeg hij een kwalificatiegetuigschrift, ofwel was hij niet geslaagd en kreeg hij een attest.

Door de vernieuwing zijn er nu 4 mogelijkheden;




  • Wanneer de leerling alle competenties die op het opleidingsprofiel vermeld staan beheerst krijgt hij een Getuigschrift. Dit getuigschrift vermeldt dat alle vaardigheden uit het opleidingsprofiel verworven zijn en geeft hiervan een opsomming.




  • Wanneer de leerling slechts een gedeelte met vrucht beëindigd heeft, maar de klassenraad van oordeel is dat het een afgerond geheel betreft dat toch leidt tot reële inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, krijgt hij een Getuigschrift van verworven vaardigheden. Dit getuigschrift vermeldt de vaardigheden die de leerling verworven heeft.




  • Wanneer de leerling een gedeelte met vrucht beëindigd heeft, maar de klassenraad van oordeel is dat het geen afgerond geheel betreft dat leidt tot reële inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, krijgt hij een Attest van verworven vaardigheden. Het attest vermeldt de vaardigheden die de leerling verworven heeft.




  • Wanneer de leerling de opleiding totaal niet met vrucht beëindigd heeft, krijgt hij een Attest van gedane studies.

Deze uitgebreide sanctionering biedt de kans om leerlingen die niet alle vaardigheden van het opleidingsprofiel verworven hebben toch te waarderen voor de inspanningen die zij geleverd hebben en hun kansen op de arbeidsmarkt alsnog te vergroten.



Interpretatie opleidingsplannen

Voor het uitschrijven van de opleidingsplannen hebben we per opleiding ervaren leerkrachten uitgenodigd om in een werkgroep samen elke activiteit die op het opleidingsprofiel staat verder te omschrijven en uit te diepen. We hebben steeds de structuur van het opleidingsprofiel gevolgd. Slechts bij uitzondering is er hier en daar door de werkgroep een activiteit bijgevoegd en dit slechts wanneer de leden van de werkgroep een activiteit, die zij als noodzakelijk en belangrijk ervaren, niet terugvonden op het profiel. Verder hebben we ook, zoals op de opleidingsprofielen vermeld staat, uit de ontwikkelingsdoelen voor ASV een selectie gemaakt van sleutelvaardigheden die tot de kern van het beroep behoren en van ondersteunende kennis die een beginnend beroepsbeoefenaar nodig heeft bij het uitvoeren van zijn taken.


Men is, zoals uit de definities van opleidingsplan en opleidingsprofiel af te leiden valt, niet verplicht om alle technieken en vaardigheden die in het opleidingsplan staan aan te bieden. Wel moet men er steeds voor zorgen dat een leerling, aan wie men het volledig getuigschrift uitreikt, alles wat op het opleidingsprofiel vermeld staat aangeboden kreeg en volgens de klassenraad voldoende verworven heeft.

Het opleidingsplan kan bij het opstellen van richt- en streefplannen, groepswerkplannen of individuele handelingsplannen als een hulp en een leidraad dienen om de onderdelen van het opleidingsprofiel inhoud te geven


OPLEIDING TUINBOUWARBEIDER
Hieronder vindt u de leden van de werkgroep die hielpen bij het uitwerken van het opleidingsplan :

SIBSO Bert Carlier Gent : George Christ
BuSO De Brug Aarschot : Albert Vranken
BuSO De Vest Vilvoorde : De Wilde Fons
BuSO De Wissel Genk : Tony Cardinaels

Guido Roppe

Jos Uten
GBuSO Opwijk : Marc De Maegdt
SIBSO Stuivenberg Antwerpen : Roger Belet

Graag willen wij de leden van de werkgroep en hun scholen nogmaals bedanken voor hun bereidwillige medewerking.


Algemeen deel


Activiteiten




Technieken

Vaardigheden



Materialen / materieel


Eigen werkzaamheden plannen





  • een opdracht begrijpen en correct interpreteren

  • lezen en interpreteren van een plan of schets onder begeleiding van een leerkracht of werkgever

  • de eigen mogelijkheden inschatten

  • stapsgewijs de werkvolgorde inschatten

  • de tijdsduur voor de eigen werkzaamheden inschatten







  • schrijfgerief

  • het benodigde materieel en materiaal


Eigen werkzaamheden op de werkplek organiseren




  • zelfstandig het benodigd materiaal en materieel verzamelen, nakijken en controleren

  • zelfstandig instaan voor transport naar de werkplek

  • tijdig de werkzaamheden aanvatten







  • uurwerk

  • het benodigde materieel en materiaal


Een werkmethode opvolgen






  • het werk aanvatten in de juiste volgorde

  • de van toepassing zijnde technieken oordeelkundig uitvoeren

  • voortdurend respect hebben voor het gebruikte materiaal en materieel

  • op het einde van elke werkperiode de werkplek ordelijk en net achterlaten







  • het benodigde materieel en materiaal


Een administratie bijhouden





  • bijhouden en interpreteren van een kalender voor werkzaamheden ( zaaikalender, snoeiperiodes, preventieve behandelingen, bescherming gewassen, bemesting,…)

  • lezen, interpreteren en opstellen van een teeltplan voor vruchtafwisseling

  • lijst met voorraad of te vervangen planten bijhouden

  • etiketten maken

  • administratie in functie van het magazijnbeheer uitvoeren



  • bestellingen kunnen lezen en uitvoeren

  • werkfiches invullen

  • stageboek en agenda bijhouden







  • computer

  • allerlei documentatie en naslagwerken




  • teeltplan




  • voorraadlijsten, …

  • etiketteerapparaat

  • materiaallijst



  • werkfiches

  • verpakkingsmateriaal

  • stageboek

  • agenda





Materialen en grondstoffen herkennen




  • herkennen en benoemen van

    • grondstoffen

      • grondsoorten; klei, zand, leem, teelaarde, inerte stoffen, turf, potgrond, zaaigrond, stekgrond, compost, …

      • natuurlijke meststoffen: van dierlijke en plantaardige oorsprong

      • scheikundige meststoffen: enkelvoudige en samengestelde ( begrip N.P.K.)

    • materialen

      • planten en gewassen

      • potten

      • verpakkingsmateriaal

      • steun- en bindmateriaal

      • bestratingsmateriaal

      • afsluitingen

      • afwatering- en drainagemateriaal

      • brandstoffen

    • infrastructuren

      • serres

      • broeibakken

      • plastic tunnels

      • sproeiinstallaties






  • de verschillende grondsoorten




  • champignonmest, stalmest, compost




  • verschillende soorten scheikundige meststoffen in de handel verkrijgbaar



  • de verschillende handelsvormen van de materialen zoals hiernaast opgesomd



  • de verschillende vormen van de infrastructuren zoals hiernaast opgesomd die voorkomen in de tuinbouwsector


Gereedschappen gebruiken en machines bedienen




  • herkennen, benoemen en kunnen gebruiken van:

    • niet-mechanisch gereedschap



    • mechanisch gereedschap



  • de nodige aandacht schenken aan de gevaren die het gebruik van deze machines inhouden






  • schop, spade, snoeischaar, riek, hark, hak, bladhark, schoffel, kruiwagen, plantschopje, plantkoord, maatstok, snoeizaag, takkenschaar, stekmes, …




  • grasmaaier, bosmaaier, freesmachine, tractor, gemotoriseerde haagschaar, sproeitoestel, oppotmachine, hakselaar, kettingzaag, thermisch onkruidbestrijdingtoestel, …


Onderhoudsvoorschriften naleven




  • technische voorschriften van machines (door de producent aanbevolen) toepassen voor, tijdens en na gebruik

  • zorg dragen voor de werkkledij

  • materiaal opbergen op een veilige en overzichtelijke manier

  • kleine herstellingen uitvoeren aan mechanisch en niet-mechanisch gereedschap

  • de werkplek net achterlaten






  • instructiekaarten, handleidingen

  • de gebruikte machines

  • werkpak, werkschoenen, handschoenen, veiligheidsbril, …

  • schroevendraaier, sleutels, …

  • schoonmaakmaterieel en -materiaal


In team werken





  • samenwerkingsattitudes zoals stiptheid, orde, nauwkeurigheid, initiatief nemen, zelfstandigheid, doorzettingsvermogen en eerlijkheid aannemen

  • bereid zijn oplossingen te bedenken om interpersoonlijke problemen of conflicten te voorkomen

  • bereid zijn afspraken te maken en correct na te leven

  • respect hebben voor het werk van anderen

  • opdrachten aanvaarden en correct uitvoeren

  • eigen mogelijkheden en beperkingen kennen

  • op de gepaste wijze omgaan met kritiek

  • zelf initiatief nemen in de groepstaak na het beëindigen van de eigen deeltaak

  • zich verplaatsen in de gevoelens, gedachten of bedoelingen van een ander.

  • op gepaste wijze hulp zoeken en aanvaarden indien nodig en bereid zijn anderen te helpen






Met voorschriften inzake kwaliteit, welzijn, veiligheid en milieu omgaan


kwaliteit :

  • kwaliteitsnormen van het eindresultaat kennen, realiseren en er blijvend respect voor opbrengen

  • werken aan een rendabel tempo

  • respecteren van de nodige tussenstappen bij het uitvoeren van de taak

welzijn :

  • zorgen voor persoonlijke hygiëne

  • aannemen van een gepaste en ergonomisch correcte werkhouding en werkmethode

  • ordelijk en systematisch werken vanuit het besef dat dit voordelen heeft.

veiligheid

  • persoonlijke beschermingsmiddelen op de voorgeschreven manier gebruiken

  • signalisatie herkennen en correct interpreteren

  • preventieve instructiekaarten en symbolen kunnen lezen en interpreteren

  • met gevaarlijke producten kunnen omgaan (voorschriften!)

  • de juiste dosering van producten respecteren

  • gevaarlijke situaties herkennen en vermijden

  • gevaren van machines kennen en er gepast mee omgaan

  • onderhoud van gereedschappen en machines op een veilige manier uitvoeren

  • noodprocedures kennen en correct uitvoeren

milieu

  • het nut van de zorg voor ons milieu inzien en erkennen

  • milieuvoorschriften kennen en respecteren

  • plantaardig afval oordeelkundig composteren

  • afval sorteren voor gescheiden ophaling en/of hergebruik

  • schadelijke producten op de gepaste manier bewaren

  • milieuvriendelijke producten kennen en willen gebruiken

  • teelttechnische middelen gebruiken

  • zorgzaam omgaan met lucht, water en bodem tijdens het werk






  • de gepaste werkkledij en beschermkledij




  • pictogrammen

  • instructiekaarten, symbolen




  • bijsluiters, etiketten, gepaste opbergruimtes

  • weegschaal, maatbeker

  • het benodigde materiaal

  • het benodigde materieel

  • onderhoudsproducten

  • opbergruimtes



  • composthoop, compostvat

  • verschillende afvalcontainers

  • gesloten kasten

  • thermische onkruidbestrijdingtoestellen, …

  • biologische bestrijdingsmiddelen

  • naslagwerken en handleidingen (bvb. van VELT)

Planten en gewassen herkennen

Activiteiten



Technieken

Vaardigheden

Materialen / materieel




Planten en gewassen herkennen





  • de begrippen ‘wetenschappelijke’ en ‘Latijnse’ naam kennen en het belang ervan inzien

  • weten dat planten meestal een Nederlandse en altijd een Latijnse naam hebben

  • weten dat een wetenschappelijke naam altijd uit minstens 2 delen bestaat

  • de begrippen ‘soortnaam’ en ‘geslachtsnaam’ kennen

  • het begrip ‘variëteit’ kennen

  • zoveel mogelijk planten en gewassen herkennen en benoemen

  • de volgende begrippen kennen en kunnen definiëren;

      • 1-jarigen

      • 2-jarigen

      • vaste of doorlevende planten

      • bol- en knolgewassen

      • heesters / struiken

      • bomen : hoogstam, halfstam en laagstam

      • water- en moerasplanten

      • klimplanten

      • haagplanten

      • bodembedekkers

      • loofbomen

      • coniferen of naaldbomen

      • houtachtigen / kruidachtigen

      • kuipplanten

      • kamerplanten

      • bladhoudende of groenblijvende planten

      • bladverliezende planten

      • lentebloeiers, zomerbloeiers, herfstbloeiers, winterbloeiers


      • groenten en fruit;

        • bladgroenten

        • wortel-, knol- en bolgewassen

        • peulvruchten

        • pitvruchten

        • steenvruchten

        • bessen

        • noten

  • inzien dat plantensoorten verschillende uiterlijke kenmerken vertonen

  • de waargenomen kenmerken zelfstandig kunnen benoemen

  • planten herkennen op uiterlijke kenmerken (zowel zomer- als wintertoestand) bvb:

      • bladvorm

      • kleur blad / takken

      • bloei

      • groeiwijze






  • alle planten en gewassen op de school of in de omgeving aanwezig

  • plantengidsen, catalogi, literatuur, …


Bodembewerking

Activiteiten



Technieken

Vaardigheden

Materialen / materieel




Spitten en ploegen





  • spitten op de juiste manier en tegen een normaal rendement;

    • ter plaatse

    • met sleuf

    • diep spitten

  • veilig en adequaat kunnen werken met een ploegmachine







  • spade

  • spitvork



  • tractor

  • motoculteur





Frezen





  • veilig en adequaat kunnen werken met een freesmachine

  • onder begeleiding aanbouwwerktuigen kunnen verwisselen







  • tractor

  • motoculteur

  • frees





Egaliseren





  • een bodemoppervlakte kunnen fijnharken om te zaaien met de hand of machinaal







  • bakfrees

  • schudeg

  • hark

  • rotoreg





de bodem klaarleggen om te zaaien en te planten





  • planten- en/of groentebedden oordeelkundig opzetten en afgraven

  • een winterbed oordeelkundig opzetten en afgraven







  • tuinkoord

  • meter

  • spade

  • hark




  1   2   3   4

  • Tuinbouwarbeider BuSO – OV3
  • Vernieuwing in OV3
  • Interpretatie opleidingsplannen

  • Dovnload 209.53 Kb.