Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Pagina 21: bepaling van de absolute fout wanneer deze niet gegeven is

Dovnload 3.28 Kb.

Pagina 21: bepaling van de absolute fout wanneer deze niet gegeven is



Datum13.11.2017
Grootte3.28 Kb.

Dovnload 3.28 Kb.

Pagina 21: bepaling van de absolute fout wanneer deze niet gegeven is.
Als ik de cursus goed begrepen heb is het laatste significant cijfer een geschat cijfer (pagina 13). Op pagina 21 wordt de absolute fout geschat op de helft van dit laatste (geschatte) cijfer en voegt men een beduidend cijfer toe. In voorbeeld 5 heeft men als meetwaarde l = 2,62 m, waarbij dus het laatste cijfer 2 geschat is. In de oplossing krijgen we als resultaat l = 2,620 ± 0,005 m. In de oplossing hebben we dan 4 significante cijfers, terwijl men in de opgave maar 3 significante cijfers heeft.

Wanneer zoals in dit voorbeeld een getal tot op 1 honderdste is bepaald, is volgens mij de fout op dit getal ook 1 honderdste. Met andere woorden: de absolute fout is ±1 van het laatste significante cijfer.

Toegepast op een concreet voorbeeld, een meting met een liniaal, waarbij we ervan uitgaan dat schatting van een cijfer tussen de maatstrepen niet meer mogelijk is omdat de maatstrepen zeer dicht op elkaar staan (bijvoorbeeld schuifpasser).

We maken hierbij twee keer een vergelijking tussen de liniaal en het voorwerp dat we willen meten: we leggen de liniaal gelijk aan het nulpunt waarbij we een fout maken van een halve schaalverdeling en we bepalen de lengte door het aflezen van de meetwaarde, waarbij we weer een fout maken van een halve schaalverdeling. Bij deze meting maken we dus een fout van 1 eenheid van het laatste significante cijfer.



In het verhaal in het boek heb ik vooral een probleem met het toevoegen van een significant cijfer.
Uiteraard ben ik bereid mijn standpunt verder toe te lichten.


Dovnload 3.28 Kb.