Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Papierformaat en bladspiegel

Dovnload 50.84 Kb.

Papierformaat en bladspiegel



Datum25.10.2017
Grootte50.84 Kb.

Dovnload 50.84 Kb.

Toelichting bij de Belgische norm voor brieven

Papierformaat en bladspiegel


Maak uitsluitend gebruik van het papierformaat A4. Dit zijn de marges:



MARGE

MINIMUM

BIJ VOORKEUR


linkermarge

20 mm

33 mm

rechtermarge

10 mm

20 mm

bovenmarge

13 mm

20 mm

ondermarge

5 mm

20 mm

Alle tekst begint tegen de linkermarge. Je mag de tekst links uitlijnen of volledig uitlijnen (uitvullen).


Schikking


  • Alle onderdelen van de tekst staan tegen de linkermarge (adressering, onderwerp, aanspreking, alinea’s van het briefgesprek, groet, ondertekening en bijlage).

  • Enkel de datum staat rechts en wordt vermeld in cijfers: 2002-02-19 (jaar-maand-dag)
    In lopende tekst schrijf je de maand altijd voluit.

    Voorbeeld:

    Naar aanleiding van uw vacature in Het Laatste Nieuws op 25 november 2002…


Adressering


  • Voor je eigen adres zijn er maximaal 4 regels beschikbaar.
    Hierna laat je 4 tot 6 regels witruimte en typ je het adres van de geadresseerde.

  • Voor het adres van de werkgever heb je standaard 7 regels ter beschikking (als ze allemaal voorkomen)
    Je noteert ze in de onderstaande volgorde:

    Specifieke vermelding


     Naam van de geadresseerde
     Functie en/of afdeling
    Firma of organisatie
     Straat en nummer of postbusnummer
     Postcode en gemeente
     Land

  • Na het adres van de werkgever laat je 2 witregels ruimte


Afspraken in verband met de adressering


  • Specifieke vermelding

    Voorbeelden:

    Aangetekend


    Drukwerk
    Luchtpost
    Expresse
    Persoonlijk



  • Geadresseerde

    De titulatuur begint met een hoofdletter, gevolgd door de voornaam (eventueel de initialen). De achternaam schrijf je in kleine letters. Indien nodig mag je ook de achternaam in hoofdletters schrijven om hem te onderscheiden van de voornaam.



    Voorbeelden:

    Prof.dr. Jan Goosen De heer ir. P. Vermeersch Mevrouw Els Deeben





  • Functie en/of afdeling

    De functie en/of de afdeling van de geadresseerde beginnen met een hoofdletter.



    Voorbeeld: Hoofd Kwaliteitscontrole



  • Firma of organisatie

    Je gebruikt steeds de officiële naam van een firma of organisatie



  • Straat en nummer of postbusnummer

    Op de volgende regel schrijf je de straatnaam en het huisnummer, met eventueel het busnummer of het postbusnummer.



    Voorbeelden:

    Berkenlaan 16-18 Postbus 2631 Leliestraat 10 bus 2


    Weststraat 16 a PB 2631



  • Postcode en gemeente

    Na de postcode volgt geen spatie. De gemeente van de geadresseerde schrijf je in hoofdletters en in de officiële taal van de gemeente van de geadresseerde.



    Voorbeelden:

    3500 HASSELT 1000 BRUSSEL 4000 LIÈGE


    1000 BRUXELLES

  • Land

    Bij buitenlandse correspondentie schrijf je het land van bestemming in hoofdletters in het Nederlands.


Onderwerp


  • De woorden 'betreft' of 'onderwerp' worden niet meer gebruikt.
    Het onderwerp van je brief kan je benadrukken door het te onderstrepen, vet of cursief te maken.
    Je gebruikt geen ander lettertype of andere lettergrootte.

    Voorbeeld:

    Spontane sollicitatie naar de betrekking van administratief bediende





  • Na het onderwerp laat je een witruimte van 2 regels



Aanspreking


  • De aanspreking komt onder het onderwerp en begint met een hoofdletter.

  • Er worden geen hoofdletters gebruikt bij "mevrouw" of “heer"

  • Indien je de naam kent van de geadresseerde, gebruik deze dan ook in de aanspreking

    Voorbeeld:

    Geachte mevrouw Janssen of Geachte heer Pietersens




Het briefgesprek


  • De tekstalinea's vertrekken tegen de linkermarge, zonder insprong.
    Tussen de alinea’s is er steeds een gelijke witruimte (1 regel).

  • Gebruik bij voorkeur het lettertype Times New Roman of Arial, puntgrootte 10 of 12.


Slotformule


  • Tussen de inhoud van de brief en de eindgroet laat je 1 witregel.

  • Plaats geen leesteken achter de groet.


Handtekening


  • Na de eindgroet volgen 4 tot 6 witregels voor de handtekening, die je zelf met een pen zet.

  • Onder de ruimte voor de handtekening, herhaal je je voornaam en familienaam.


Bijlage


  • Na twee witregels onder de ondertekening (je naam), tegen de linkermarge, vermeld je de bijlagen.

  • Het woordje “Bijlage” of "Bijlagen" krijgt een hoofdletter en wordt gevolgd door een dubbele punt en de titels van de bijlagen. "Bijlage: curriculum vitae"

Algemeen




Telefoon- en Faxnummers


Schrijfwijze nationale en internationale telefoon- en faxnummers:

Nationale nummers: tel. 011 26 06 00 fax 02 506 14 00

tel. 02 506 13 55 gsm 0495 76 81 57

Het zonenummer wordt van het abonneenummer gescheiden door een spatie. Bij een abonneenummer met een oneven aantal cijfers zet je de eerste drie cijfers samen.
Na “tel.” volgt een afkortingspunt, na “fax” en “gsm” niet.

Internationale nummers: tel. + 32 11 26 06 00 fax + 32 2 506 14 00

tel. + 32 2 506 13 55

Internationale nummers worden voorafgegaan door een plusteken, dat het toegangsnummer voor internationale verbindingen voorstelt, bijvoorbeeld 00 in België. Daarna volgen een spatie, het landnummer, het zonenummer zonder nul en het abonneenummer. Het land-, zone-, en abonneenummer worden van elkaar gescheiden door een spatie.

E-mailadres


E-mailadressen schrijf je zoals ze meegedeeld zijn door de geadresseerde. Als je zelf een e-mailadres kunt kiezen, gebruik je bij voorkeur een notatie zonder spaties:

voornaam.achternaam@domeinnaam.

Voornaam en achternaam schrijf je voluit. Als scheidingstekens tussen voornaam en achternaam gebruik je een punt. Spaties, weglatingstekens, accenten, umlaut, tilde of diakritische tekens mag je niet gebruiken.



Voorbeelden:

jan.vandevelde@vlaanderen.be
caroline.debruyn@hotmail.com






  • MINIMUM BIJ VOORKEUR
  • Afspraken in verband met de adressering
  • Het briefgesprek
  • Handtekening
  • Algemeen Telefoon- en Faxnummers

  • Dovnload 50.84 Kb.