Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Papierloze aangifte inzake douane en accijnzen

Dovnload 0.92 Mb.

Papierloze aangifte inzake douane en accijnzen



Pagina1/13
Datum23.09.2018
Grootte0.92 Mb.

Dovnload 0.92 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


DOUANEPROCEDURES


PAPIERLOZE AANGIFTE

INZAKE DOUANE EN ACCIJNZEN

(PLDA)

D.I. 530.11

D.D. 273.416

Bijlagen : 4 Brussel, 12 juli 2007.





Omdeling : door de gewestelijke directeurs aan :
‑ elke dienst belast met het bijhouden van een collectie;
‑ alle personeelsleden van de niveaus A, B en C.



A. INLEIDING

1. Introductie

1. Onderhavige omzendbrief behandelt uitsluitend de elektro­nische aangiften. Hij laat alle voorschriften inzake de op papier met formulier enig document ingediende aangiften volledig onverlet.


2. De papierloze aangifte inzake douane, PLDA‑aangifte ge­noemd, wordt in België ingevoerd op 4 juni 2007.

Bon O.S.D. nr. A/I 95/07

2

3. Bij de ontwikkeling van de elektronische aangiften PLDA werd rekening gehouden met de nieuwe voorschriften op het enig document (verordening 2286/203) zodat automatisch aan die voor­schriften wordt voldaan.


4. Na de doorvoer (NCTS) wordt de aangifte voor andere regelingen door de invoering van het paperless douane en accijn­zen (PLDA) geautomatiseerd.
In achtereenvolgende pakketten die op voorhand worden aan­gekondigd wordt in een zo ruim mogelijke mate invulling gegeven aan de geïntegreerde verwerking inzake douane en accijnzen dat in het vooruitzicht was gesteld in de Coperfin hervorming.
Het automatische aangiftesysteem SADBEL wordt op 1 okto­ber 2007 opgeheven. Tot zolang hebben de aangevers de keuze of­wel PLDA of het aangiftesysteem SADBEL te gebruiken. Op 1 okto­ber 2007 wordt het aangiftesysteem SADBEL definitief stopgezet.
5. In een eerste fase wordt voorzien dat het pakket 1 in wer­king zal treden op 4 juni 2007. In dat pakket wordt voorzien :
‑ alle aangiften op enig document;
‑ de summiere aangifte inkomende zeevracht (beperkt tot Antwerpen, Gent en Zeebrugge);
‑ de summiere aangifte inkomende luchtvracht (beperkt tot Zaventem).
Over alle fasen van de realisatie van het PLDA wordt vol­doende tijd op voorhand uitvoerig informatie ter beschikking gesteld via internet website van de FOD Financiën, Administratie der douane en accijnzen. De aangiften inzake accijnzen (ACC4) zullen deel uitmaken van een later pakket.

3

6. De voorschriften NCTS blijven onveranderd met dien ver­stande dat vermits de elektronische aangifte PLDA de aangifte met het SADBEL vervangt geen NCTS aangiften meer met SADBEL zullen kunnen worden aangemaakt.


7. Voor de elektronische aangifte inzake accijnzen (ACC4) wordt verwezen naar de accijnsinstructies. Voor de BTW zijn er geen gevolgen. Indien op de douaneaangifte ook accijns en BTW moeten worden aangegeven wordt gewoon gehandeld zoals voor­dien.
8. Voor het louter technische aspect van de aangifte verwezen naar de documentatie die ter zake op Internet/Intranet werd gepu­bliceerd.
Het invullen van de aangifte geschiedt met gebruikmaking van die documentatie en van de aanwijzingen van de door de douane ter beschikking gestelde applicatie zelf. Elke actie van de aangever die niet strookt met het geprogrammeerde systeem wordt beantwoord met een foutmelding.
Wanneer het systeem geen foutmelding genereert wordt de verwerking van de aangifte door het systeem verder gezet.
In onderhavige omzendbrief wordt de elektronische aangifte enkel voor wat het procedureel aspect benadert.
Om de raadpleging van de omzendbrief te vergemakkelijken werd in bijlage 3 een inhoudstafel voorzien. In de bijlage 4 werden de gebruikte acroniemen opgenomen.

2. Wettelijke basis en verplicht gebruik

9. Het gewijzigde ministerieel besluit van 22 juli 1998 betref­fende de aangifte inzake douane en accijnzen voorziet in de wet­telijke basis voor de papierloze aangifte.

4

De verplichting om elektronisch aan te geven in België geldt thans enkel voor douane‑expediteurs.


10. De communautaire wetgeving zal het, met name in het kader van de veiligheidsmaatregelen, op 1 juli 2007 verplichtend maken dat de douanekantoren van uitvoer en het kantoor van uitgaan op elektronische wijze onderling met elkaar gegevens moeten uit­wisselen voor de vaststelling van de uitgang van de ten uitvoer aan­gegeven goederen. Wegens specifieke omstandigheden wordt die verplichting in België slechts vanaf 23 september 2009 van kracht.
Dit voorschrift en andere voorschriften betreffende de prede­partureaangiften en de prearrivalaangiften, de elektronische risico­analyse, maken de elektronische verwerking van aangiften in de na­bije toekomst voor de hand liggend en onomkeerbaar.

11. De verplichting om voor het communautaire en gemeen­schappelijk douanevervoer elektronisch aan te geven door gebruik­making van het NCTS blijft van toepassing, ook al wordt de aangifte met gebruikmaking van PLDA verricht. Anderszins blijven de uit­zonderingen die gelden voor reizigers in internationaal verkeer en in het geval van toepassing van noodprocedure behouden.


12. De elektronische aangifte geldt als wettelijk bewijs van aangifte. De douane zal dus geen afgestempeld bewijs van aangifte meer afleveren maar een elektronische kopie van de aangifte sturen naar de aangever. Op basis van het elektronisch bericht en een door hem ontwikkeld programma kan de aangever zelf een afdruk maken van de elektronische aangifte. De specificaties voor het maken van deze afdruk worden gepubliceerd op de website van “Paperless Douane en Accijnzen”. Een andere mogelijkheid om een afdruk te maken is gebruik te maken van het pdf bestand dat kan worden ge­download via de web‑applicatie van PLDA of dat gelijktijdig met het vrijgave bericht wordt verstuurd.
Suppl. 2

5

3. Technische aspecten betreffende de aangifte en voorafgaande formaliteiten

13. De aangever die wil aangeven met gebruikmaking van PLDA krijgt de beschikking over twee systemen van elektronische aangifte, enerzijds, gebruikmaking van een Web‑applicatie (PLDA‑ Web) of anderzijds gebruikmaking van een EDI verbinding (PLDA‑ EDI); waarbij ook de mogelijkheid bestaat om van een dienst­verlener gebruik te maken.
Die dienstverlener stelt zijn elektronische applicatie of zijn netwerkverbinding ter beschikking van zijn klanten en stuurt de aan­gifte naar PLDA‑EDI.
De aangever kan via de Web‑applicatie de status van de door hem ingediende aangiften opvolgen en een kopie van de aangifte af­drukken.
14. Alle gebruikers PLDA‑EDI moeten zich vooraf laten registreren bij de helpdesk van het enig kantoor, zodat zij alle infor­matie omtrent het PLDA kunnen ontvangen (bijwerkingen PLDA, installatie van nieuwe functionaliteiten, instellen en opheffen van noodprocedure en andere documentatie).
15. De aangever die gebruik zal willen maken van EDI (elec­tronic data interchange) zal moeten aantonen dat hij succesvol elek­tronische aangiften kan insturen in PLDA. Hij zal daartoe vooraf in voldoende mate moeten gebruik maken van de testomgeving van PLDA.
16. Gebruikers van de Web‑applicatie moeten beschikken over een certificaat klasse 3, of een elektronische identiteitskaart. In­dien de elektronische aangifte wordt ingestuurd voor rekening van een onderneming, moet die onderneming een lokale beheerder aan­stellen. De lokale beheerder beheert de wachtwoorden en machtigt de andere personen binnen de onderneming om gebruik te maken van de beveiligde elektronische diensten en voor haar rekening han­delingen te stellen.

6

17. Voor personen en ondernemingen die gebruik maken van EDI om hun elektronische aangiften in te sturen moet de verbinding beveiligd worden met een server certificaat.


De onderneming die de verbinding maakt met het systeem van de FOD Financiën, moet het publieke deel van zijn servercertifi­caat per e‑mail overmaken aan de helpdesk. In de betreffende e‑mail vermeld hij : “PLDA‑Public Key Server Certificate”. Voor de elek­tronische ondertekening van hun aangiften moeten zij gebruik maken van een certificaat klasse 3 dat is afgegeven aan de persoon die de aangifte ondertekent (vak 54 van het Enig document).
In eerste instantie zal PLDA enkel juridische entiteiten kun­nen identificeren en de natuurlijke personen die daarvoor optreden. Later zullen de vestigingen van die juridische entiteiten worden ge­identificeerd.
Transactie gebonden volmachten zullen door PLDA wel wor­den beheerd, zodat de aangever aan derden zal kunnen toestaan zijn zekerheid, een vergunning of een certificaat aan te wenden of een summiere aangifte of een andere aangifte aan te zuiveren.

4. Interferentie met het enig kantoor

18. Met de invoering van PLDA wordt ook het beheer van de aangiften, de borgtochten en inning gecentraliseerd op het enig kan­toor. Het enig kantoor werd opgericht met het ministerieel besluit van 19 juli 2006 (Belgisch Staatsblad van 31 juli 2006). Alles wat elektronisch en centraal kan worden afgehandeld werd georiënteerd naar het enig kantoor. Het enig kantoor centraliseert in de eerste plaats de financiële verrichtingen en de dikwijls daaraan gerelateerde zekerheidstellingen. De hulpkantoren moeten enkel tussenkomen voor de manuele verrichtingen en voor de aanbieding van de goe­deren. Bijgevolg blijven de hulpkantoren ook plaats van aanvaarding van de aangiften. Bovendien zullen de hulpkantoren een belangrijke rol blijven spelen bij onbeschikbaarheid van PLDA en toepassing van de noodprocedures.

7

5. Voorrang ten aanzien van andere omzendbrieven, dienst­brieven en instructies, beperkt toepassingsveld van onder­havige omzendbrief

19. De bepalingen van onderhavige omzendbrief primeren op andere voorschriften in instructies, omzendbrieven of dienstbrieven, die in veel gevallen onverkort van toepassing blijven voor de manueel ingediende aangiften (cfr. § 1). Tegen de tijd dat een alge­mene verplichting wordt ingesteld om elektronisch aan te geven zul­len alle instructies, omzendbrieven en dienstbrieven fundamenteel worden geheroriënteerd.


20. Onverminderd § 1 heeft de onderhavige omzendbrief voorts louter betrekking op bepalingen die min of meer rechtstreeks verband houden met de aangifte van goederen voor diverse douane­regelingen. Indien in het kader van bepaalde douaneregelingen specifieke bepalingen zijn vereist zullen die het voorwerp moeten uitmaken van een afzonderlijke omzendbrief.

6. Aangiften tijdens de overgangsperiode

21. Gedurende de periode dat de elektronische aangifte niet verplichtend is dient de papieren aangifte voor de douanebestem­mingen verder te gebeuren volgens de thans bestaande voorschriften daarvoor.


Die aangifte moet wel verplichtend geschieden met toepas­sing van de nieuwe voorschriften op het invullen van het enig document. De aangevers moeten er rekening mee houden dat het SADBEL‑systeem voor de geautomatiseerde aangifte op 1 okto­ber 2007 definitief wordt vervangen door PLDA.
22. Voor eenzelfde zending dient ofwel de aangifte te geschieden met PLDA of met een aangifte op papier, de aangifte van de zending met gebruikmaking van de twee procedures is niet geoorloofd.

8

Het is nog wel mogelijk tijdens de overgangsperiode dat een vereenvoudigde aangifte op factuur of administratief document wordt verricht, maar dat de aanvullende aangifte (type Y) elektro­nisch geschiedt in de gevallen die bij invoer en uitvoer met toepas­sing van de procedure van de vereenvoudigde aangifte op het hulp­kantoor zijn voorzien (aangifte type C).


23. Deze overgangsperiode zal een einde nemen wanneer de elektronische aangifte inzake douane en accijnzen voor alle opera­toren en voor alle douaneregelingen in principe verplicht wordt. Dit kan op een vroegere datum zijn dan de datum waarop volgens de Communautaire voorschriften de elektronische aangifte in het geheel van de Europese Unie verplicht wordt (zie § 10).

B. SUMMIERE AANGIFTEN EN ANDERE BERICHTEN BIJ BINNENKOMST EN BIJ UITGANG

1. Summiere aangifte bij binnenkomst

24. Goederen die het douanegebied van de Europese Unie worden binnengebracht moeten verplichtend vanaf 1 januari 2011 met een summiere aangifte binnen de daartoe voorziene termijnen op het kantoor van binnenkomst worden aangegeven. De aangifte moet elektronisch gebeuren met gebruikmaking van PLDA. In de periode tot 1 januari 2011 mogen, voor zover de applicatie ter beschikking staat (1), de summiere aangiften ook al elektronisch worden inge­stuurd zonder dat daartoe een verplichting bestaat. Het kan terzake gaan om goederen die op dit douanekantoor zullen worden gelost (1ste kantoor van binnenkomst) of op een ander douanekantoor van de Europese Unie zullen worden gelost.



_____________________________

(1) Voor de applicaties in test of in productie dient de be­trokken website van de Administratie der douane en accijnzen te worden geraadpleegd.


Suppl. 2

9

Geen summiere aangifte bij binnenkomst moet worden inge­diend voor de volgende goederen :


‑ elektrische energie;
‑ goederen die door middel van pijpleidingen worden ver­voerd;
‑ brieven, briefkaarten en drukwerk, ook indien op elektro­nische dragers;
‑ goederen die overeenkomstig de voorschriften van het Wereldpostverdrag worden vervoerd;
‑ goederen waarvoor een douaneaangifte door enige andere handeling is toegestaan overeenkomstig de artikelen 230, 232 en 233 van het CTW, met uitzondering van roerende goederen en voor­werpen als omschreven in artikel 2, lid 1, onder d), van Verorde­ning (EG) nr. 1186/2009 van de Raad (Verordening inzake vrijstel­lingen), laadborden, containers en middelen voor het vervoer over de weg, per spoor, door de lucht, over zee en de binnenwateren die op grond van een vervoersovereenkomst worden vervoerd;
‑ goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers;
‑ goederen waarvoor een mondelinge douaneaangifte is toege­staan overeenkomstig de artikelen 225, 227 en 229, lid 1 van het CTW, met uitzondering van roerende goederen en voorwerpen als omschreven in artikel 2, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad, laadborden, containers en middelen voor vervoer over de weg, per spoor, door de lucht, over zee en de binnen­wateren die op grond van een vervoersovereenkomst worden ver­voerd;
‑ door carnets ATA en CPD gedekte goederen;
‑ goederen die worden vervoerd onder geleide van het formu­lier 302;
‑ goederen vervoerd aan boord van vaartuigen die een lijn­dienst onderhouden overeenkomstig artikel 313 ter van het CTW en goederen aan boord van vaartuigen of luchtvaartuigen die tussen havens of luchthavens van de Gemeenschap worden vervoerd zonder een haven of een luchthaven buiten de Gemeenschap aan te doen;
Suppl. 4

10

‑ goederen die voor diplomatieke vrijstelling, consulaire vrij­stelling en vrijstelling aan internationale organisaties en sommige leden daarvan in aanmerking komen;


‑ wapens en militaire uitrusting die door de autoriteiten die met de militaire verdediging van een lidstaat zijn belast in het douanegebied van de Gemeenschap worden gebracht, in het kader van een militair transport of een uitsluitend voor de militaire auto­riteiten bestemd vervoer;
‑ de volgende goederen die het douanegebied van de Ge­meenschap rechtstreeks worden binnenkomen vanaf boor- of pro­ductieplatformen of windturbines die door een in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon worden geëxploiteerd :
i) goederen die bij de bouw, het herstel, het onderhoud of de verbouwing van deze platforms of windturbines daarvan een deel zijn gaan uitmaken;
ii) goederen die voor de uitrusting van deze platforms of windturbines zijn gebruikt;
iii) andere voorzieningen die op deze platforms of windturbines worden gebruikt of verbruikt, en
iv) ongevaarlijke afvalproducten van deze platforms of windturbines;
‑ zendingen waarvan de intrinsieke waarde niet meer dan 22 euro bedraagt, mits de douaneautoriteiten ermee instemmen dat met goedkeuring van de marktdeelnemer, een risicoanalyse wordt verricht aan de hand van de informatie die aanwezig is in of wordt geleverd door het door de marktdeelnemer gebruikte systeem;
‑ goederen die worden gebracht vanuit gebieden binnen het douanegebied van de Gemeenschap waar Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (BTW‑richtlijn) of Richtlijn 2008/118/EG van de Raad (accijnsrichtlijn) niet van toepassing zijn en goederen die het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen vanuit Helgoland, de Republiek San Marino en Vaticaanstad.
De personen die de summiere aangifte bij binnenkomst moe­ten indienen zijn :
a) de persoon die de goederen binnen het douanegebied van de Europese Unie binnenbrengt, of

Suppl. 4


10/2

b) de persoon die de aansprakelijkheid aanvaardt voor het vervoer van de goederen binnen het douanegebied van de Europese Unie, of


c) de persoon in wiens naam de in a) of b) bedoelde persoon handelt, of
d) elke persoon die in staat is de goederen bij de bevoegde douaneautoriteiten aan te brengen of te doen aanbrengen, of
e) een vertegenwoordiger van de in a) tot d) hiervoor bedoel­de personen.
25. De summiere aangifte moet verplichtend voor het tijdstip van de binnenkomst van de zending geschieden en bovendien vanaf de datum van 1 januari 2011 moet, naargelang van de vervoerwijze, de aangifte voor het verstrijken van de termijn voor summiere aan­gifte bij binnenkomst worden ingezonden.
De termijnen voor inzenden van de summiere aangifte bij binnenkomst zijn de volgende :
Bij vervoer over zee
a) voor in containers vervoerde goederen, behalve wanneer c) of d) hierna van toepassing is, ten minste 24 uur voor het laden in de haven van vertrek;
b) voor bulk/stukgoederen, behalve wanneer c) of d) hierna van toepassing is, ten minste vier uur voor de aankomst in de eerste haven in het douanegebied van de Gemeenschap;
c) bij vervoer tussen Groenland, de Faeröer, Ceuta, Melilla, Noorwegen, Ijsland of de havens aan de Oostzee, de Noordzee, de Zwarte Zee, de Middellandse Zee of alle havens in Marokko, en het douanegebied van de Gemeenschap, met uitzondering van de Franse overzeese departementen, de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden, ten minste twee uur voor de aankomst in de eerste haven van de Gemeenschap;
Suppl. 2

10/3


d) voor ander dan in c) bedoeld vervoer tussen een gebied buiten het douanegebied van de Gemeenschap en de Franse over­zeese departementen, de Azoren, Madeira of de Canarische Eilan­den, wanneer de reisduur minder dan 24 uur is, ten minste twee uur voor de aankomst in de eerste haven in het douanegebied van de Gemeenschap.
Bij vervoer door de lucht
Bij vervoer door de lucht moet onderscheid worden gemaakt tussen vluchten van korte duur en vluchten van lange duur. Worden beschouwd als vluchten van korte duur vluchten tussen de laatste luchthaven van vertrek in een derde land tot de aankomst in de eerste luchthaven in de Gemeenschap die minder dan vier uur duren. Alle andere vluchten worden geacht vluchten van lange duur te zijn.
De termijnen voor inzenden van de summiere aangifte bij binnenkomst zijn de volgende :
a) voor vluchten van korte duur ten laatste wanneer het lucht­vaartuig opstijgt;
b) voor vluchten van lange duur ten minste vier uur voor aankomst in de eerste luchthaven in het douanegebied van de Ge­meenschap.
De termijnen bij vervoer over zee en door de lucht zijn niet van toepassing in geval van overmacht of wanneer internationale overeenkomsten tussen de Gemeenschap en bepaalde derde landen daarover anders beschikken.
26. Wanneer vanaf 1 januari 2011 in voorkomend geval de summiere aangifte bij binnenkomst niet elektronisch zou kunnen worden ingediend moet gebruik worden gemaakt van de noodpro­cedure om een manuele summiere aangifte in te dienen. Uitgezon­derd in het geval van geprogrammeerde onbeschikbaarheid waarvoor de normale termijnen gelden, moeten voor het geval van de noodpro­cedure ook specifieke termijnen voor indiening van de manuele summiere aangifte bij binnenkomst worden gevolgd. De termijnen die bij toepassing van de noodprocedure voor de indiening van de manuele summiere aangifte bij binnenkomst gelden zijn de volgen­de :

Suppl. 2


10/4
Bij vervoer over zee bij toepassing noodprocedure
a) voor in containers vervoerde goederen, behalve indien c) of d) hiervoor van toepassing is, ten minste 24 uur voor het laden in de haven van vertrek;
b) voor bulk/stukgoederen ten minste vier uur voor de aan­komst in de eerste haven in het douanegebied van de Gemeenschap;
c) bij vervoer tussen Groenland, de Faeröer, Ceuta, Melilla, Noorwegen, Ijsland of de havens aan de Oostzee, de Noordzee, de Zwarte Zee, de Middellandse Zee of alle havens in Marokko, en het douanegebied van de Gemeenschap, met uitzondering van de Franse overzeese departementen, de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden; ten minste vier uur voor de aankomst in de eerste haven van de Gemeenschap;
d) voor ander dan in c) bedoeld vervoer tussen een gebied buiten het douanegebied van de Gemeenschap en de Franse over­zeese departementen, de Azoren, Madeira of de Canarische Eilan­den, wanneer de reisduur minder dan 24 uur is ten minste vier uur voor de aankomst in de eerste haven in het douanegebied van de Ge­meenschap.
Bij vervoer door de lucht bij toepassing van de noodprocedure
Bij vervoer door de lucht moet onderscheid worden gemaakt tussen vluchten van korte duur en vluchten van lange duur. Worden beschouwd als vluchten van korte duur vluchten tussen de laatste luchthaven van vertrek in een derde land tot de aankomst in de eerste luchthaven in de Gemeenschap die minder dan vier uur duren. Alle andere vluchten worden geacht vluchten van lange duur te zijn. De termijnen die bij toepassing van de noodprocedure voor de indiening van de manuele summiere aangifte bij binnenkomst gelden zijn de volgende :
a) voor vluchten van korte duur ten laatste vier uur vooraleer het luchtvaartuig opstijgt;
Suppl. 2

10/5


b) voor vluchten van lange duur ten minste vier uur voor aan­komst in de eerste luchthaven in het douanegebied van de Ge­meenschap.
27. Naast de termijnen voor inzending die volgens de respec­tieve vervoerswijze moeten worden nageleefd moet ook volgens de vervoerswijze onderscheid worden gemaakt voor de gegevens die in de summiere aangifte bij binnenkomst ten behoeve van de veilig­heidscontrole moeten worden verstrekt. Die summiere aangif­te PLDA waarvan gebruik moet worden gemaakt is zo geconcipieerd dat zij per vervoerswijze de vereiste gegevens door de aangever zal laten ingeven. Ter inlichting en ten behoeve van de manuele proce­dure wordt de opgave van de voor de summiere aangifte bij binnen­komst vereiste gegevens voor alle vervoerswijzen in bijlage 5 bij de omzendbrief weergegeven. In die bijlage wordt per vervoerswijze een afzonderlijke lijst voorzien. In het kader van de eventuele toe­passing van de noodprocedure moeten dezelfde gegevens worden verstrekt.
27/1. De summiere aangifte bij binnenkomst zal door de Administratie der douane en accijnzen worden aangewend in het kader van de vereiste, voornamelijk op veiligheid gerichte, geauto­matiseerde en/of manuele risicoanalyse bij binnenkomst van goede­ren binnen de Gemeenschap. De aanzuivering van de geloste goede­ren zal rechtstreeks via het doorvoerdocument, via de daartoe inge­diende vrachtlijst 126B of summiere aangifte voor de elektronische goederencomptabiliteit worden opgevolgd.

2. Elektronische summiere aangifte voor de goederencompta­biliteit

27/2. Voor de goederen die over zee of door de lucht het land binnenkomen moet op de hulpkantoren van het Enig kantoor waar de goederencomptabiliteit van toepassing is, in plaats van de overleg­ging van een vrachtlijst 126B, een elektronische summiere aangifte voor tijdelijke opslag met gebruikmaking van PLDA worden inge­zonden (thans enkel op de hulpkantoren Antwerpen, Zeebrugge en Zaventem).


Suppl. 2

10/6


De persoon die de elektronische summiere aangifte voor de goederencomptabiliteit moet indienen is diegene die de goederen onder het stelsel van de tijdelijke opslag plaatst (bijvoorbeeld de goe­derenbehandelaar) of zijn vertegenwoordiger.
27/3. De elektronische summiere aangifte voor de goederen­comptabiliteit moet uiterlijk de eerste werkdag volgend op die van de lossing van de goederen op de daartoe door de douane aangewezen emplacementen worden ingezonden.
27/4. De elektronische summiere aangifte voor de goederen­comptabiliteit mag ook vooraf, voor de lossing van de goederen, worden ingezonden, maar in dit geval moet de aanbieding van de goederen plaatsvinden binnen de 5 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van het inzenden van die summiere aangifte. Indien dit niet het geval is moet een nieuwe elektronische summiere aangifte voor de goederencomptabiliteit worden ingezonden.
27/5. De lossing en dus de aanbieding van de vooraf voor tijdelijke opslag aangegeven goederen moet met een elektronisch be­richt, eventueel met gebruik van de webapplicatie aan het Enig kantoor worden medegedeeld. De aanbieding van de goederen kan door andere betrokkenen dan de aangever voor tijdelijke opslag of zijn vertegenwoordiger worden ingestuurd : de vervoerder, de goede­renbehandelaar, en zelfs nog door de douane.

Aanzuivering van de summiere aangifte de elektronische goede­rencomptabiliteit

27/6. De summiere aangifte de elektronische goederencomp­tabiliteit wordt in regel automatisch aangezuiverd naarmate de goe­deren onder het stelsel van de tijdelijke opslag voor een toegelaten douanebestemming worden aangegeven.


Suppl. 2

10/7


3. Summiere aangifte bij uitgang

27/7. Goederen die het douanegebied van de Europese Unie worden uitgevoerd en niet reeds het voorwerp uitmaken van een elektronische uitvoeraangifte bevattende de in bijlage 5 vereiste ge­gevens, moeten verplichtend vanaf 1 januari 2011 met een summiere aangifte binnen de daartoe voorziene termijnen op het kantoor van uitgang worden aangegeven. De aangifte moet elektronisch gebeuren met gebruikmaking van PLDA. In de periode tot 1 januari 2011 mogen, voor zover de applicatie ter beschikking staat (1), de sum­miere aangiften ook al elektronisch worden ingestuurd zonder dat daartoe een verplichting bestaat.


Geen summiere aangifte bij uitgang moet worden ingediend voor de volgende goederen :
‑ elektrische energie;
‑ goederen die door middel van pijpleidingen worden ver­voerd;
‑ brieven, briefkaarten en drukwerk, ook indien op elektro­nische dragers;
‑ goederen die overeenkomstig de voorschriften van het Wereldpostverdrag worden vervoerd;
‑ goederen waarvoor een douaneaangifte door enige andere handeling is toegestaan overeenkomstig de artikelen 231, 232, lid 2, en 233, met uitzondering van roerende goederen en voorwerpen als omschreven in artikel 2, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad, laadborden, containers en middelen voor vervoer over de weg, per spoor, door de lucht, over zee en de binnenwateren die op grond van een vervoersovereenkomst worden vervoerd;

_____________________________

(1) Voor de applicaties in test of in productie dient de be­trokken website van de Administratie der douane en accijnzen te worden geraadpleegd.

Suppl. 4

10/8


‑ goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers;
‑ goederen waarvoor een mondelinge douaneaangifte is toege­staan overeenkomstig de artikelen 226, 227 en 239, lid 2, met uitzondering van roerende goederen en voorwerpen als omschreven in artikel 2, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad, laadborden, containers en middelen voor vervoer over de weg, per spoor, door de lucht, over zee en de binnenwateren die op grond van een vervoersovereenkomst worden vervoerd;
‑ door carnets ATA en CPD gedekte goederen;
‑ goederen die worden vervoerd onder geleide van het formu­lier 302;
‑ goederen vervoerd aan boord van vaartuigen die een lijn­dienst onderhouden overeenkomstig artikel 313 ter van het CTW en goederen aan boord van vaartuigen of luchtvaartuigen die tussen havens of luchthavens van de Gemeenschap worden vervoerd zonder een haven of een luchthaven buiten de Gemeenschap aan te doen;
‑ wapens en militaire uitrusting die door de autoriteiten die met de militaire verdediging van een lidstaat zijn belast buiten het douanegebied van de Gemeenschap worden gebracht, in het kader van een militair transport of een uitsluitend voor de militaire auto­riteiten bestemd vervoer;
‑ de volgende goederen die het douanegebied van de Gemeen­schap verlaten en rechtstreeks naar boor- of productieplatforms of windturbines worden gebracht die door een in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon worden geëxploiteerd :
° goederen die zijn bestemd voor de bouw, het herstel, het onderhoud of de verbouwing van deze platforms of windturbines;
° goederen die voor de uitrusting van deze platforms of windturbines worden gebruikt;
Suppl. 4

10/9


° voorzieningen die op deze platforms of windturbines worden gebruikt of verbruikt;
‑ zendingen waarvan de intrensieke waarde niet meer dan 22 euro bedraagt, mits de douaneautoriteiten ermee instemmen dat met goedkeuring van de marktdeelnemer, een risicoanalyse wordt verricht aan de hand van de informatie die aanwezig is in of wordt geleverd door het door de marktdeelnemer gebruikte systeem;
‑ goederen die voor diplomatieke vrijstelling, consulaire vrij­stelling en vrijstelling aan internationale organisaties en sommige leden daarvan in aanmerking komen;
‑ goederen die worden geleverd om als onderdeel of toebe­horen in schepen of luchtvaartuigen te worden gemonteerd, motor­brandstof, smeermiddelen en gas noodzakelijk voor de werking van de schepen of luchtvaartuigen, levensmiddelen en andere artikelen bestemd om aan boord te worden verbruikt of verkocht;
‑ goederen die bestemd zijn voor gebieden in het douane­gebied van de Gemeenschap waar Richtlijn 2006/112/EG van de Raad of Richtlijn 2008/118/EG van de Raad niet van toepassing is, goederen die vanuit deze gebieden verzonden worden naar andere bestemmingen in het douanegebied van de Gemeenschap en goede­ren die verzonden worden vanuit het douanegebied van de Gemeen­schap naar Helgoland, de Republiek San Marino en Vaticaanstad;
‑ wanneer goederen in een haven of luchthaven in het douane­gebied van de Gemeenschap worden geladen om in een andere haven of luchthaven van de Gemeenschap te worden gelost, mits het douanekantoor van uitgang op verzoek bewijsmateriaal wordt voor­gelegd, in de vorm van een handels-, haven- of vervoermanifest of een ladinglijst, betreffende de voorgenomen plaats van lossing. Hetzelfde is van toepassing wanneer het schip of luchtvaartuig dat de goederen vervoert een haven of luchthaven aandoet buiten het douanegebied van de Gemeenschap en deze goederen gedurende het verblijf in de haven of luchthaven buiten het douanegebied van de Gemeenschap aan boord van het schip of luchtvaartuig blijven;
Suppl. 4

10/10


‑ wanneer de goederen, in een haven of luchthaven, niet gelost worden uit het vervoermiddel waarmee ze het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengekomen en waarmee ze dat gebied zullen verlaten;
‑ wanneer de goederen in een vorige haven of luchthaven in het douanegebied van de Gemeenschap werden geladen en in het vervoermiddel blijven waarmee ze het douanegebied van de Ge­meenschap zullen verlaten;
‑ wanneer goederen in tijdelijke opslag of in een vrije zone van controletype I van het vervoermiddel waarmee zij de tijdelijke-opslagfaciliteit of de vrije zone zijn binnengekomen onder toezicht van hetzelfde douanekantoor worden overgeladen in een schip, luchtvaartuig of trein waarmee zij vanuit die tijdelijke-opslagfaci­liteit of vrije zone het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten, mits
i) de goederen worden overgeladen binnen 14 kalenderdagen na de aanbrenging voor tijdelijke opslag of in een vrije zone van controletype I; in buitengewone omstandigheden kan de douane de termijn verlengen rekening houdend met die omstandigheden;
ii) informatie over de goederen ter beschikking van de douaneautoriteiten staat, en
iii) de bestemming en de geadresseerde van de goederen niet zijn gewijzigd, voor zover bekend bij de vervoerder;
‑ wanneer het douanekantoor van uitgang bewijsmateriaal ter beschikking wordt gesteld waaruit blijkt dat de goederen die het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten reeds gedekt zijn door een douaneaangifte die de gegevens van de summiere aangifte bij uitgang bevat, hetzij aan de hand van het gegevensverwerkings­systeem van de houder van de tijdelijke opslag, de vervoerder of de exploitant van de haven/luchthaven hetzij aan de hand van een ander commercieel gegevensverwerkingssysteem, mits dit door de douane is goedgekeurd.

Suppl. 4


10/11

De personen die de summiere aangifte bij uitvoer moeten indienen zijn :


a) de persoon die de goederen buiten het douanegebied van de Europese Unie brengt of die de aansprakelijkheid aanvaardt voor het vervoer van de goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap, of
b) elke persoon die in staat is de goederen bij de bevoegde douaneautoriteiten aan te brengen of te doen aanbrengen, of
c) een vertegenwoordiger van de onder a) of b) bedoelde personen.
27/8. De summiere aangifte moet verplichtend voor het tijd­stip van het uitgaan van de zending geschieden en bovendien vanaf de voormelde datum van 1 januari 2011 moet, naargelang van de vervoerswijze, de aangifte voor het verstrijken van de termijn voor summiere aangifte bij uitgang worden ingezonden.
De termijnen voor inzenden van de summiere aangifte bij uitgang zijn de volgende :
Bij vervoer over zee
a) voor in containers vervoerde goederen, behalve indien c) of d) hierna van toepassing is, ten minste 24 uur voor het laden in het vaartuig waarmee zij het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten;
b) voor bulk/stukgoederen, behalve indien c) of d) hierna van toepassing is, ten minste vier uur voor het vertrek uit de haven in het douanegebied van de Gemeenschap;
c) bij vervoer tussen het douanegebied van de Gemeenschap en Groenland, de Faeröer, Ceuta, Melilla, Noorwegen, Ijsland of de havens aan de Oostzee, de Noordzee, de Zwarte Zee, de Middel­landse Zee of alle havens in Marokko, met uitzondering van de Franse overzeese departementen, de Azoren, Madeira en de Cana­rische Eilanden; ten minste twee uur voor vertrek uit de haven van de Gemeenschap;
Suppl. 2

10/12


d) voor ander dan in c) bedoeld vervoer tussen de Franse overzeese departementen, de Azoren, Madeira of de Canarische Eilanden, wanneer de reisduur minder dan 24 uur is, en een gebied buiten het douanegebied van de Gemeenschap ten minste twee uur voor het vertrek uit de haven in het douanegebied van de Europese Unie.
Bij vervoer door de lucht
Bij vervoer door de lucht ten minste 30 minuten voor vertrek vanuit de luchthaven in het douanegebied van de Gemeenschap.


Bij vervoer per spoor, over de binnenwateren of over de weg
Voor vervoer per spoor of over de binnenwateren ten minste twee uur voor het vertrek bij het douanekantoor van uitgang.
Bij vervoer over de weg ten minste één uur voor vertrek bij het douanekantoor van uitgang.
In het geval van intermodaal vervoer, waarin goederen van het ene op het andere vervoermiddel worden overgeladen om uit het douanegebied van de Gemeenschap te worden vervoerd, stemt de termijn voor het indienen van de aangifte overeen met de termijn voor het vervoermiddel dat het douanegebied van de Gemeenschap verlaat.
In het geval van gecombineerd vervoer, waarin het actieve grensoverschrijdende vervoermiddel slechts een ander actief ver­voermiddel vervoert, stemt de termijn voor het indienen van de aan­gifte overeen met de termijn voor het actieve grensoverschrijdende vervoermiddel.
Voor de uitvoer van goederen die vallen onder de reglemen­tering van het gemeenschappelijke landbouwbeleid kunnen speci­fieke termijnen voor het inzenden van de summiere aangifte bij uitvoer moeten worden nageleefd.
Suppl. 4

10/13


De termijnen zijn niet van toepassing wanneer internationale overeenkomsten tussen de Gemeenschap en bepaalde derde landen daarover anders beschikken. De termijn voor het inzenden van de summiere aangifte bij uitvoer mag niet worden verkort tot minder dan de tijd die nodig is om de risicoanalyse te verrichten voordat de goederen het douanegebied van de Gemeenschap verlaten.
27/9. Wanneer vanaf 1 januari 2011 in voorkomend geval de summiere aangifte bij uitgang niet elektronisch zou kunnen worden ingediend moet gebruik worden gemaakt van de noodprocedure om een manuele summiere aangifte in te dienen. Uitgezonderd in het geval van geprogrammeerde onbeschikbaarheid waarvoor de nor­male termijnen gelden moeten voor het geval van de noodprocedure ook specifieke termijnen voor indiening van de manuele summiere aangifte bij uitgang worden gevolgd. De termijnen die bij toepassing van de noodprocedure voor de indiening van de manuele summiere aangifte bij uitvoer gelden zijn de volgende :
Bij vervoer over zee met toepassing van de noodprocedure
a) voor in containers vervoerde goederen, behalve indien c) of d) hierna van toepassing is, ten minste 24 uur voor het laden in het vaartuig waarmee zij het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten;
b) voor bulk/stukgoederen, behalve indien c) of d) hierna van toepassing is, ten minste vier uur voor het vertrek uit de haven in het douanegebied van de Gemeenschap;
c) bij vervoer tussen het douanegebied van de Gemeenschap en Groenland, de Faeröer, Ceuta, Melilla, Noorwegen, Ijsland of de havens aan de Oostzee, de Noordzee, de Zwarte Zee, de Middel­landse Zee of alle havens in Marokko, met uitzondering van de Franse overzeese departementen, de Azoren, Madeira en de Cana­rische Eilanden; ten minste vier uur voor vertrek uit de haven van de Gemeenschap;
Suppl. 2

10/14


d) voor ander dan in c) bedoeld vervoer tussen de Franse overzeese departementen, de Azoren, Madeira of de Canarische Eilanden, wanneer de reisduur minder dan 24 uur is, en een gebied buiten het douanegebied van de Gemeenschap ten minste vier uur voor het vertrek uit de haven in het douanegebied van de Gemeen­schap.


Bij vervoer door de lucht met toepassing van de noodprocedure
Bij vervoer door de lucht ten minste vier uur voor vertrek vanuit de luchthaven in het douanegebied van de Gemeenschap.


Bij vervoer per spoor, over de binnenwateren of over de weg met toepassing van de noodprocedure

Voor vervoer per spoor, over de binnenwateren of over de weg ten minste vier uur voor het vertrek bij het douanekantoor van uitgang.


27/10. Naast de termijnen voor inzending die volgens de res­pectieve vervoerswijze moeten worden nageleefd moet volgens de vervoerswijze ook onderscheid worden gemaakt voor de gegevens die in de summiere aangifte bij uitvoer ten behoeve van de veilig­heidscontrole moeten worden verstrekt. Die summiere aangif­te PLDA waarvan gebruik moet worden gemaakt is zo geconcipieerd dat zij per vervoerswijze de vereiste gegevens door de aangever zal laten ingeven. Ter inlichting en ten behoeve van de manuele pro­cedure wordt de opgave van de voor de summiere aangifte bij uit­voer vereiste gegevens naast die vereist voor de binnenkomst even­eens in bijlage 5 bij de omzendbrief weergegeven. In die bijlage wordt , zoals voor de goederen bij binnenkomst, per vervoerswijze een afzonderlijke lijst voorzien. In het kader van de eventuele toe­passing van de noodprocedure moeten dezelfde gegevens worden verstrekt.
27/11. De summiere aangifte bij uitgang zal door de Admini­stratie der douane en accijnzen worden aangewend in het kader van de vereiste voornamelijk op veiligheid gerichte geautomatiseerde en/of manuele risicoanalyse bij uitgang buiten de Gemeenschap.
Suppl. 4

10/15


4. Annulering van de elektronische summiere aangiften voor de goederencomptabiliteit en voor uitgang

28. De annulering van de summiere aangifte wordt met een elektronisch bericht aangevraagd bij het enig kantoor met ver­melding van het nummer van de betreffende summiere aangifte. In­dien aanvaardbaar wordt de annulering elektronisch bevestigd, zoniet ontvangt de aangever een gepaste foutmelding.


De annulering van de elektronische summiere aangifte voor de goederencomptabiliteit en voor uitgang is niet meer mogelijk indien de douane :
a) de persoon die de summiere aangifte heeft ingediend in kennis heeft gesteld van hun voornemen de goederen aan een onderzoek te onderwerpen, of
b) heeft vastgesteld dat de betrokken gegevens onjuist zijn, of
c) toestemming heeft gegeven om de goederen weg te voeren.

5. Regularisatie ‑ Wijziging van de elektronische summiere aan­gifte bij binnenkomst voor de goederencomptabiliteit en de regularisatie voor uitgang

29. De regularisatie of de wijziging van een summiere aan­gifte wordt met het daartoe voorziene bericht bij het enig kantoor aangevraagd. Het kan terzake gaan om een toevoeging of een wijzi­ging van de summiere aangifte. Indien aanvaardbaar bevestigt PLDA de wijziging of regularisatie, zo niet wordt een passende foutmelding teruggestuurd. Zodra uit het verslag van de goederenbehandelaar blijkt dat er verschillen zijn wat betreft de lading van het schip of van het vliegtuig, moet de betreffende summiere aangifte worden verbeterd door de toezending van een summiere regularisatieaan­gifte.


De wijziging of regularisatie van de elektronische summiere aangifte bij binnenkomst voor de elektronische goederencomptabi­liteit en de regularisatie bij uitgang is niet meer mogelijk indien de douane :

Suppl. 2


10/16

a) de persoon die de summiere aangifte heeft ingediend in kennis heeft gesteld van hun voornemen de goederen aan een onder­zoek te onderwerpen, of


b) heeft vastgesteld dat de betrokken gegevens onjuist zijn, of
c) toestemming heeft gegeven om de goederen weg te voeren.

C. AANGIFTE TOT PLAATSING ONDER EEN

DOUANEREGELING BIJ INVOER

1. Toepassingsgebied en voorafgaande regeling

30. Onder plaatsing onder de regeling invoer dienen, overeen­komstig de daartoe voorziene toelichtingen op het enig document, de volgende douaneregelingen te worden verstaan :


● In het vrije verkeer brengen/in verbruik stellen (zie toelich­ting H)
● Plaatsing onder een economische douaneregeling andere dan douane‑entrepot of passieve veredeling (zie toelichting I)
● Plaatsing onder de douaneregeling entrepot van het type A, B, C, E, F (zie toelichting J)
● Plaatsing onder de douaneregeling entrepot van het type D of een entrepot van het type E met procedure D (zie toelichting K)
31. Als de voorafgaande regeling een NCTS‑aangifte of een summiere aangifte is dan wordt die regeling automatisch voor de be­trokken goederen door de PLDA‑aangifte aangezuiverd.
32. Het onderscheid betreffende de voor dit onderdeel van toepassing zijnde procedures zal worden gemaakt met verwijzing naar het type van aangifte (naargelang het geval in vak 1 (tweede deelvak)).
De verschillende types van aangiften, volgens de verschil­lende toelichtingen van het enig document, zijn :
A → normale aangifte (normale procedure, artikel 62 van het CBW)

Suppl. 2


11

B → onvolledige aangifte (vereenvoudigde procedure, arti­kel 76, lid 1, onder a), van het CBW)


C → vereenvoudigde aangifte (vereenvoudigde procedure, artikel 76, lid 1, onder b), van het CBW). (Opgelet : dit wordt niet opgenomen in pakket 1)
D → normale aangifte (bedoeld onder code A) die wordt ingediend voordat de aangever de goederen heeft kunnen aanbieden
E → onvolledige aangifte (bedoeld onder code B) die wordt ingediend voordat de aangever de goederen heeft kun­nen aanbieden.
F → vereenvoudigde aangifte (bedoeld onder code C) die wordt ingediend voordat de aangever de goederen heeft kunnen aanbieden. (Opgelet : dit wordt niet opgenomen in pakket 1)
X → aanvullende aangifte in het kader van een vereenvoudig­de procedure bedoeld onder code B
Y → aanvullende aangifte in het kader van een vereenvoudig­de procedure bedoeld onder code C
Z → aanvullende aangifte in het kader van een vereenvoudig­de procedure als bedoeld in artikel 76, lid 1, onder c), van het CBW (inschrijving van de goederen in de administratie van de vergunninghouder)
Er dient te worden opgemerkt dat aangiften van het type C en F niet zullen opgenomen worden in pakket 1, de aanvullende aan­gifte van het type Y zal wel worden opgenomen (voorbeeld : maan­delijkse aangifte).

12

Samenvattend





VAK 1

(tweede deelvak)

Met gelijktijdig aanbieden van de goederen

Met het op een later tijdstip aanbieden van de goederen

Aanvullende aangifte

Normale

aangifte


A

D



Onvolledige aangifte

B

E

X

Vereenvoudigde aangifte

C

F

Y




Na inschrijving in de

administratie



Z



2. Normale aangifte bij invoer met de aanbieding van de goede­ren op een plaats van lossing (aangifte van het type A ‑ vak 1, tweede deelvak van het enig document)

2.1. Indienen van de aangifte bij invoer

33. De goederen die het voorwerp van een elektronische aan­gifte moeten uitmaken moeten zich reeds op het moment van het in­brengen van de elektronische aangifte op de in vak 30 van de aan­gifte vermelde erkende plaats van lading of van lossing bevinden (LLP = laad‑ en losplaats).

13

34. De erkende plaatsen van lading zijn ofwel de hulpkan­toren van het enig kantoor of private plaatsen die erkend zijn als plaats van lossing (LLP). Deze laatste moeten voorzien zijn van vol­doende infrastructuur die de verificatie ter plaatse toelaat en moeten gemakkelijk toegankelijk zijn. De gewestelijk directeur over de plaats waar het LLP is gelegen verleent de erkenning onder de voor­waarden die hij verder bepaalt.


35. De aangifte wordt ingevuld volgens de voorziene toe­lichting, bij invoer : H, I, J of K (zie § 40). Deze aangiften moeten in vak 40 systematisch verwijzen naar de voorgaande summiere aan­gifte of aangifte of voorafgaande regeling die moet worden aange­zuiverd met de elektronische aangifte. Bovendien moeten voor al deze regelingen de voorschriften van de betrokken vergunning of van de betrokken regeling worden toegepast, met name wat betreft de bijzondere maatregelen.
36. De stukken die normaal bij de aangifte moeten gevoegd worden (factuur, certificaat inzake goederenverkeer, invoervergun­ning, enz.) worden bewaard in de inrichtingen van de aangever. De referenties van deze stukken moeten vanzelfsprekend op de aangifte worden vermeld. Deze stukken worden door de aangever, uiterlijk de donderdag van de volgende week, op het hulpkantoor bevoegd voor de plaats waar de goederen werden aangeboden, ingediend. Wanneer de aangever, in het kader van invoervergunningen of certificaten (bijv. AGRIM), niet beschikt over een toelating om zelf de docu­menten af te schrijven, moeten die documenten, in voorkomend ge­val, gelijktijdig met de andere bijlagen bij de aangifte op voornoemd hulpkantoor worden voorgelegd. Elk van die stukken zal moeten voorzien zijn van het nummer van de PLDA‑aangifte waarop die stukken betrekking hebben (PRN‑Paperless reference number) samen met een exemplaar van de aangifte aangehecht of in afzon­derlijke mappen per aangifte worden aangeboden. De documen­ten DV1 moeten worden voorgelegd of per aangetekend schrijven opgestuurd naar het hulpkantoor van het Enig Kantoor tegen de donderdag van de volgende week. Het hulpkantoor van het Enig Kantoor heeft per document DV1 een ontvangstbewijs af. De docu­menten worden vervolgens opgestuurd aan de bevoegde IWECC (toepassing van §§ 21 en 162 van de Instructie Waarde – D.I. 620). Dit geldt in dit geval ook voor de houder van een vergunning archi­vering. De douane houdt de aangever, en hem alleen ver­antwoorde­lijk voor het niet indienen van deze bij de aangifte te voe­gen stuk­ken. Als blijkt dat hij op de aangifte ten onrechte heeft ver­klaard van in het bezit te zijn van bepaalde documenten, zal dit als een ernstige overtreding worden beschouwd.

Suppl. 3


14

37. Als de ambtenaren belast met de verificatie, de betref­fende stukken moeten raadplegen voor de fysieke verificatie of voor de verificatie op document (zie § 46, hierna), vragen ze deze stukken bij de aangever op, die gehouden is om deze zo spoedig mogelijk te bezorgen onder de door de douane gevraagde vorm (fax, overlegging van het origineel, elektronisch). Hiertoe moet deze zijn GSM‑num­mer of zijn vast telefoonnummer vermelden in de bijkomende identi­ficatiegegevens horende bij vak 14 van het enig document. De goe­deren worden voor verificatie ingehouden zolang de gevraagde stuk­ken niet worden voorgelegd aan de optredende ambtenaren.


38. Om de verificatieverrichtingen zo spoedig mogelijk te kunnen afronden is het terzake belangrijk het telefoon‑ of GSM num­mer te vermelden van de juiste persoon of dienst die de bij de te veri­fiëren aangifte te voegen stukken kan doen bezorgen. Zolang de bij de aangifte te voegen stukken en de persoon die de vereiste bijstand moet verlenen niet ter plaatse zijn kan de verificatie van de zending niet aanvangen.
39. In het geval de aangever niet antwoordt op de aanmanin­gen van de douane om de bij de aangifte te voegen stukken over te leggen, zal de douane hem deze faciliteit weigeren door hem sys­tematisch te vragen bij elke aangifte de bijlagen te voegen.
40. Nochtans kan een wezenlijkere faciliteit dan die beoogt in § 36 van de douane verkregen worden door middel van een vergun­ning. In dit geval, bewaart de daartoe vergunde aangever gedurende vijf kalenderjaren de aan de aangifte toe te voegen stukken, in zijn inrichtingen. Die stukken moeten op verzoek van de douane­ambtenaren, die steekproefsgewijs tot de verificatie van de aanwe­zigheid van bovenvermelde stukken en de controle van hun echtheid in de inrichtingen van de aangever overgaan, worden overgelegd.
Deze vergunning kan bekomen worden wanneer de verzoe­ker :
‑ een schriftelijke aanvraag indient bij de gewestelijke directie bevoegd over de plaats waar de archivering gebeurt voorzien van de verbintenis in geval van niet‑naleving van de voorschriften betreffen­de de archivering;

Suppl. 3


15

‑ geen ernstige of herhaaldelijke overtreding van de douane­reglementering heeft begaan;


‑ de bijlagen rangschikt die betrekking hebben op een zelfde PLDA‑aangifte samen met een exemplaar van deze aangifte, of door ze samen te hechten of door ze samen te voegen in een papieren map;
‑ op elk stuk duidelijk het nummer van de PLDA‑aangifte vermeld gevolgd door het aantal bijlagen (voorbeeld : PRN‑nummer gevolgd door 2/3 wat betekent de 2de van in totaal 3 bijlagen);
‑ over een samenhangend en duidelijk systeem beschikt voor de archivering waarbij de bij de aangifte te voegen stukken per PRN (Paperless reference number) kunnen worden gevonden;
‑ zijn systeem van archivering mededeelt aan de helpdesk van het enig kantoor, evenals elke wijziging ervan;
‑ alle maatregelen heeft getroffen om het archief te vrijwaren tegen alle gevolgen die de beschikbaarheid ervan kunnen in het gedrang brengen (o.a. de brandveiligheid, enz.);
‑ tijdens de kantooruren vrije toegang verzekert tot het archief aan de betrokken ambtenaren voor de uitvoering van hun dienst;
‑ uitdrukkelijk de aansprakelijkheid aanvaardt voor de beta­ling van de rechten en belastingen die verschuldigd worden wegens het niet kunnen voorleggen van één van de bijlagen bij de aangifte;
‑ een verbintenis ondertekent dat bij niet‑naleving van de voorwaarden voor het archiveren in de eigen instellingen, het archief op kosten van de vergunninghouder wordt overgebracht naar het be­voegde hulpkantoor.
Deze vergunningen worden, zonder waarschuwing, onmiddel­lijk ingetrokken als één van de voorwaarden niet nageleefd wordt en dit door de gewestelijk directeur. De archieven worden op kosten van de aangever overgebracht naar het bevoegde hulpkantoor.
Suppl. 3

16

41. Bij wijze van verdere vereenvoudiging voor het bepaalde in § 40 betreffende de aanzuivering van invoervergunningen, kan de aangever een vergunning (toelating) bekomen om zelf het document (invoervergunning, certificaat, enz…) aan te zuiveren en daarna aan de douane de staat van aanzuivering van die documenten mede te delen. De aangever moet bij de bijlagen van elk van de aangiften een kopie (recto/verso) voegen van de invoervergunningen die betrek­king hebben op de goederen die het voorwerp uitmaken van een douaneaangifte zodat duidelijk blijkt dat de hoeveelheden met be­trekking tot de aangegeven goederen door bedoelde documenten werden afgeschreven. Wanneer het origineel document moet worden bewaard bij de bijlagen van de aangifte is er geen kopie vereist. Voor het bekomen van de vergunningen zelf blijven de ver­eiste voor­waarden en de huidige procedures van aanvraag en van af­gifte van toepassing. De vergunningen die reeds afgeleverd zijn, blij­ven even­eens in gebruik.


Die vergunning (toelating) kan bekomen worden wanneer de verzoeker :
‑ een schriftelijke aanvraag indient bij de gewestelijke directie bevoegd over de plaats waar de archivering gebeurt, met vermelding van de documenten die hij zelf wil zuiveren;
‑ geen ernstige of herhaalde overtreding van de douaneregle­mentering heeft begaan;
‑ geen onregelmatigheden heeft begaan met betrekking tot de specifieke reglementering waarvoor het gebruik van deze documen­ten voorgeschreven is.
Voor wapens, onderdelen van wapens en defensiegerelateerde materialen kan de voornoemde vergunning (toelating) niet worden verleend. Wegens de gevoeligheid van producten en technologie voor tweeërlei gebruik, diamant, ozonafbrekende stoffen en textiel waarvoor economische vergunningen bij invoer moeten worden afgeschreven komen die goederen evenmin in aanmerking voor de voormelde vergunning (toelating) door de gewestelijke directies.
Suppl. 4

16/2


2.2. Aanvaarding van de aangifte bij invoer en toelating plaat­selijk hoofd

42. De aangiften worden enkel aanvaard als de goederen aan­geboden zijn en als de aangifte juist en volledig is ingevuld. Het is pas als de aangifte aanvaard is, dat het PLDA‑systeem de aangifte behandelt. De verschuldigde rechten en belastingen worden dan ge­boekt en betaald of genieten van uitstel van betaling indien de aan­gever voldoet aan de voorwaarden om uitstel van betaling te beko­men. De aangever bekomt een elektronisch bericht waarin wordt medegedeeld dat de aangifte werd aanvaard en het nummer (PRN) wordt medegedeeld.


Teneinde te voorkomen dat bij een elektronische invoer­aangifte de afboeking van een door de Europese commissie beheerd tariefcontingent volgens het principe “eerst komt, eerst maalt” of de toekenning van een verlaagd of nulrecht binnen een tariefplafond on­terecht zou gebeuren, moeten de betrokken aangevers, onmiddellijk voor het insturen van de PLDA‑aangifte met verwijzing naar die PLDA‑aangifte op het betrokken hulpkantoor de documenten voor­leggen die voor de toepassing van dit contingent of plafond zijn ver­eist of ten minste aan dit hulpkantoor een e‑mail met een gescande kopie (recto/verso) van die documenten sturen. Indien deze docu­menten de aanvraag van een tariefcontingent betreffen, wordt de e‑mail door het betrokken hulpkantoor ter inlichting doorgestuurd naar de dienst Nomenclatuur, Landbouw en Waarde van de Centrale Administratie. De goederen mogen in dit geval niet worden vrijge­geven vooraleer het betrokken hulpkantoor zijn akkoord voor de aan­vraag van het tariefcontingent of het gebruik van een TARIC code waarvoor een plafond geldt, per e‑mail heeft gegeven. De documen­ten worden voorts op de voorgeschreven wijze afgeschreven en bewaard.
43. Indien de aangifte voor de regeling afhankelijk is van de toelating van het plaatselijk hoofd dan worden de aangiften automatisch in een wachtrij geplaatst bij de bevoegde ambtenaar. Wanneer die ambtenaar op basis van de bestaande regels toelating verleent wordt de aangifte aanvaard.

Suppl. 3


16/3

43/2. Het plaatselijk hoofd kan, alvorens de toelating te geven of te weigeren, de nodige verificatie of alle nodige controles verrichten of doen verrichten. Zo nodig zal hij de te nemen maatregelen voorzien om de aanzuivering van de goederen op geoorloofde wijze te doen plaatsvinden. Het plaatselijk hoofd zal onder verwijzing naar de betrokken aangifte met gebruikmaking van zijn e‑mailsysteem alle nodige informatie daaromtrent bewaren.

Na de toelating van het plaatselijk hoofd worden de desbe­treffende goederen onmiddellijk vrijgegeven.


2.3. Verificatie van de aangifte bij invoer en vrijgave van de goe­deren

44. De bepalingen betreffende de vrijgave van de goederen laten de voorschriften inzake de keuring van de goederen onverlet.




2.3.1. Voorbereiding van de verificatie

45. Het PLDA‑systeem maakt de aangifte beschikbaar voor de voorziene verifiërende ambtenaren en past een geautomatiseerde risico‑inschatting toe op de aangifte. De verificatieteams treden op tijdens de diensturen die voor de verificatie op de locatie waar de goederen moeten worden aangeboden is voorzien.


Suppl. 4

17

46. De mogelijke soorten verificaties zijn de volgende :


● Verificatie op document
● Fysieke verificatie
● Verificatie a posteriori
47. De goederen die het voorwerp uitmaken van aangiften, waarvoor een verificatie a posteriori wordt voorzien, worden onmiddellijk vrijgegeven door PLDA. Voor de overige verificaties worden de aangiften toegankelijk gemaakt volgens de plaatselijke organisatie :
● Of voor een regiekamer
● Of voor een dispatchcenter
● Of voor een verificatiedienst, die mobiel kan zijn.
48. Tijdens de verificatie mag het bepaalde van § 37 betref­fende de behandeling van de bijlagen niet uit het oog worden verlo­ren.

2.3.2. De verificatieverrichtingen en de vaststellingen

49. Met het oog op het verrichten van de verificatie kan de bevoegde douanedienst een kopie voor het kantoor (office copy) van de aangifte afdrukken. De aangever ontvangt een bericht waarin hem wordt medegedeeld dat de aangifte zal worden geverifieerd.


50. Bij de verificatie kunnen kleine verschillen worden vastgesteld. Deze weinig belangrijke verschillen moeten worden goedgekeurd door de aangever en worden na goedkeuring door de douane in het PLDA‑systeem verbeterd.

18

Onder “kleine verschillen” moet worden verstaan, voor zover het zonder de minste twijfel eenvoudige vergissingen betreft die niet tot doel hebben om de douane te misleiden en geen invloed hebben op het beheer van de betreffende regeling :


‑ een wijziging van de beschrijving van de goederen voor zo­ver deze wijziging niet tot doel heeft om de benaming van de goede­ren te wijzigen. Het kan terzake gaan om het aanbrengen van een precisering die aan de goederen is aangebracht;
‑ een wijziging van de beschrijving van de wijze van verpakking (bijvoorbeeld “karton” in plaats van “krat”);
‑ een wijziging van de massa van de goederen (brutomassa en/of nettomassa) voor zover het verschil niet meer bedraagt dan 1 %;
‑ een wijziging van de merken en/of nummers van de colli of containers (zelfs meerdere wijzigingen).
De kopieën voor het kantoor die weinig belangrijke verschil­len bevatten worden op het hulpkantoor gerangschikt.
51. De andere dan de weinig belangrijke verschillen bedoeld in § 50, zullen het voorwerp uitmaken van een geschildossier en de voorziene geschilprocedure wordt toegepast. De vaststellingen wor­den door de douane in het systeem ingebracht en deze vaststellingen zullen worden aangezuiverd door de gevolgen die aan het geschil­dossier worden gegeven. Een aangifte tot regularisatie moet worden ingediend die in vak 44 verwijst naar de oorspronkelijke aangifte en naar de beslissing van de ambtenaar die de verificatie heeft verricht of naar zijn meerdere. De regularisatieaangifte zal de oorspronkelijke aangifte vervangen.
De geschildossiers worden na behandeling gerangschikt op het hulpkantoor.

19

52. Na afloop van de verificatie registreert de verifiërende ambtenaar het resultaat van zijn verificatie in PLDA. Een uitgebreid controleverslag kan onder de vorm van een MS Word document of een XML‑bestand aan het controleresultaat worden toegevoegd. De goederen worden vrijgegeven als bij de zending geen verschillen of slechts kleine verschillen werden vastgesteld. Het vrijgavebericht be­vat alle gegevens van de aangifte, het resultaat van de controle, de status van de aangifte en in voorkomend geval de kwijting of aan­schrijving op de kredietrekening van de verschuldigde bedragen.



2.3.3. Verlegging van verificatie voor vergunninghouders domi­ciliëring bij invoer of bij aankomst

53. Wanneer een aangifte aan een fysieke verificatie moet worden onderworpen kan de houder van een vergunning domici­liëring verzoeken om de fysieke verificatie te laten doorgaan in de instellingen waar hij overeenkomstig de hem verleende vergunning de domiciliëring mag toepassen. Hij dient daartoe :


‑ in vak 44 van zijn aangifte de code 3070 te vermelden be­treffende de verlegging van fysieke verificatie;
‑ aan de dienstdoende verificateur een kopie van die vergun­ning te overhandigen, die het e‑mail adres of het faxnummer van de verificatiedienst vermeldt die in de vergunning met de verificatie van de zendingen is belast.
De dienstdoende verificateur stuurt per e‑mail of per fax een verzoek tot verlegging van de verificatie aan zijn collega van de in de vergunning aangeduide verificatiedienst. In het verzoek wordt het PRN van de aangifte en de referentie van de vergunning vermeld. In het verzoek kan hij al bepaalde voor de verificatie nuttige elementen vermelden. Voorts ziet hij na dat de zending met een douane­verzegeling wordt verzegeld. Wanneer de vergunninghouder domici­liëring beschikt over een geïntegreerde douaneboekhouding mag hij zich vergenoegen met de voor die aangever door de Centrale Administratie erkende commerciële verzegeling die aan de zending werd aangebracht. De referenties van de verzegeling worden even­eens in het verzoek opgenomen.

20

Zodra de zending in de instellingen van de vergunninghouder domiciliëring aankomt moet deze laatste de in zijn vergunning ver­melde verificatiedienst van de aankomst van de zending verwittigen. Wanneer de ambtenaren van die verificatiedienst ter plaatse komen nemen zij de verzegeling af. Zolang de verificatiedienst niet is tussengekomen mag de vergunninghouder niet over de goederen be­schikken. De ambtenaren van de verificatiedienst brengen het verifi­catieverslag in op PLDA met verwijzing naar het verzoek (naam, datum) dat zij van de dienstdoende verificateur heeft ontvangen. Voorts worden de bepalingen van de §§ 49 tot 52 mutatis mutandis toegepast.



2.3.4. Verificatie a posteriori

54. Wanneer het PLDA‑systeem bepaalt dat een verificatie a posteriori moet plaatsvinden worden de goederen vrijgegeven zodra de aangifte is aanvaard. Het vrijgavebericht bevat alle gegevens van de aangifte, de status van de aangifte en de aanschrijving op de kre­dietrekening van de verschuldigde bedragen.



2.4. Annulering en regularisatie van de aangifte bij invoer voor of na de vrijgave

2.4.1. Voor de vrijgave

55. De verzoeken om annulering voor de vrijgave moeten met de redenen van het verzoek en de refertes van de in te trekken aan­gifte per e‑mail met het automatisch verzoek om leesbevestiging aan het hulpkantoor worden gezonden dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen zich bevinden. De bevoegde ambtenaar behandelt de verzoeken in de volgorde van ontvangst van de elektronische ver­zoeken (wachtrij). De bevoegde ambtenaar, die door de directeur van het enig kantoor is aangeduid, registreert de aanvraag en indien de annulering een terugbetaling of kwijtschelding voor gevolg heeft, notificeert ze aan het team uitgaven van het enig kantoor. In geval van een positieve beslissing wordt de aangifte ingetrokken en de eventueel betaalde sommen worden terugbetaald of de rekening ad hoc wordt gecrediteerd door het team uitgaven van het enig kan­toor. Indien de zending werd aangewezen voor verificatie wordt de annulering geweigerd.

21

56. De verzoeken om regularisatie voor de vrijgave moeten met de redenen van het verzoek en de refertes van de te regulariseren aangifte per e‑mail met het automatisch verzoek om leesbevestiging worden gezonden aan het hulpkantoor waar de goederen zich bevin­den. De bevoegde ambtenaar, aangeduid door de directeur van het enig kantoor, notificeert zijn beslissing aan de verzoeker en, indien de regularisatie een terugbetaling of kwijtschelding voor gevolg heeft, aan het team uitgaven van het enig kantoor. Deze beslissing vermeldt de te wijzigen vakken en de eventuele verschillen in vast­gestelde rechten. De aangever wordt uitgenodigd om de nieuwe aan­giften in te brengen met vermelding in vak 44 van de referte van de oorspronkelijke en te annuleren aangifte en met verwijzing in het­zelfde vak naar de beslissing van de ambtenaar. Wanneer de ver­vangingsaangifte wordt ingebracht en aanvaard, wordt de oorspron­kelijke aangifte geannuleerd met verwijzing naar de ingediende regu­larisatieaangifte en de eventueel betaalde sommen worden terug­betaald of de rekening ad hoc wordt gecrediteerd door het team uit­gaven van het enig kantoor. Indien de zending werd aangewezen voor verificatie wordt de regularisatie geweigerd.



2.4.2. Na de vrijgave

57. In geval van annulering of regularisatie na de vrijgave is het afdelingshoofd aangiftebeheer van het enig kantoor, bevoegd om terzake een beslissing te nemen. De bepalingen van de §§ 55 en 56 zijn vervolgens van toepassing. Een verwijzing naar de beslissing van het afdelingshoofd aangiftebeheer wordt in vak 44 van de aan­gifte aangebracht.



3. Gewone aangifte bij invoer voor het tijdstip van de aanbieding van de goederen op een plaats van lossing (aangifte van het type D ‑ vak 1, tweede deelvak van het enig document)

58. Het bepaalde in cijfer 2 dat voorafgaat betreffende een gewone aangifte met aanbieding van de goederen is mutatis mutan­dis van toepassing onder voorbehoud van de volgende bepalingen.


59. Na het inbrengen van de gewone aangifte zonder de goe­deren moeten deze binnen de 60 (zestig) dagen worden aangeboden.
22

60. Indien dat niet gebeurt wordt de aangifte als doelloos be­schouwd. Zij is zelfs nooit aanvaard (zie § 61 hierna). Deze aangifte zal ambtshalve door de douane worden geannuleerd.


61. De aangifte is slechts aanvaard zodra de goederen worden aangeboden op de plaats van lossing (LLP) en de datum van aan­vaarding van de aangifte is de datum van aanbieding van de goe­deren in dit geval. De aangever moet, zodra deze aanbieding plaats­vindt, PLDA via de web‑applicatie verwittigen dat de goederen wor­den aangeboden. Het PLDA‑systeem gaat onmiddellijk over tot de verdere behandeling van de aangifte na deze aanvaarding (zie de §§ 42 tot en met 48). De aankomstmelding kan ook door andere be­trokkenen worden ingestuurd (vervoerder, goederenbehandelaar) en zelfs door de douane.

4. Onvolledige aangifte bij invoer met aanbieding van de goede­ren op een plaats van lossing (aangifte van het type B – vak 1, tweede deelvak van het enig document)

4.1. De onvolledige aangifte bij invoer

62. De aangever mag van zodra de goederen zich op de in vak 30 van de aangifte vermelde LLP (plaats van lading en lossing) bevinden een onvolledige aangifte van het type B indienen in PLDA.


De douane mag aangiften tot plaatsing onder een invoer­regeling aanvaarden zonder dat bepaalde vermeldingen, bedoeld in de toelichting op het enig document er op voorkomen. Deze aan­giften moeten tenminste de vermeldingen dragen van bijlage 5 ‑ tabel 7.
Naar gelang van het geval kunnen bijkomende elementen worden gevraagd :
● de vermelding van de goederen in voldoende duidelijke gepreciseerde termen om de douane toe te laten om onmiddellijk en zonder twijfel de indeling of onderindeling in de gecombineerde nomenclatuur te bepalen waaronder zij vallen (vak 31);
Suppl. 4

23

● als het om goederen belastbaar met ad valorem rechten gaat, hun douanewaarde (vak 47) of wanneer blijkt dat de aangever niet in staat is om deze waarde te geven, een voorlopige vermelding van de waarde die de douane aanvaardbaar acht rekening houdend inzonderheid met de elementen waarover de aangever beschikt;


● alle andere elementen die geacht worden noodzakelijk te zijn voor de identificatie van de goederen, voor het toepassen van de bepalingen die het in het vrije verkeer brengen regelen en voor de vaststelling van de borgstelling waaraan de vrijgave van de goederen kan worden onderworpen (vak 47).
63. Wat de onvolledige aangifte betreft in het kader van de regeling K (entrepot van het type D), dient vak 33 eveneens te wor­den ingevuld en moet in vak 47 de douanewaarde eveneens worden vermeld.
64. Deze onvolledige aangifte bij invoer kan zich voordoen onder verschillende vormen :
a) geval per geval : indien een gegeven toevallig ontbreekt bij een beweging en/of een document toevallig ontbreekt.
Voorbeeld : een certificaat inzake goederenverkeer kan voor een specifieke aangifte niet worden voorgelegd.
In dit geval is geen schriftelijke vergunning vereist. De toe­lating voor onvolledige aangifte kan geval per geval worden ver­leend door de teamchef van de LLP.
b) hetzij op een systematische wijze : indien om de inklaring te versnellen de aangever vraagt om systematisch gegevens en/of om bij de aangifte te voegen documenten weg te laten.
In dit geval is een schriftelijke vergunning onvolledige elek­tronische aangifte vereist, die hun wordt verleend door de geweste­lijke directeur der douane en accijnzen over het gebied van de aan­vrager en de houder kan meerdere onvolledige aangiften cumuleren mits naleving van de termijn tot indiening van de aanvullende aan­gifte voor zover hij geen inbreuken heeft gepleegd met betrekking tot de procedure van de onvolledige aangifte. De aanvraag is opgesteld op basis van het model in bijlage 6 en de vergunning op basis van het model in bijlage 7.

Suppl. 4


24

De vergunning zal worden ingetrokken als de aanvullende aangifte herhaaldelijk niet tijdig wordt ingediend. Een nieuwe ver­gunning onvolledige aangifte zal slechts drie jaar na die intrekking mogen worden aangevraagd.


65. De documenten die normaal de gewone aangiften bege­leiden moeten worden bewaard in de inrichtingen van de aangever (zie § 36). Niettegenstaande het bepaalde in de §§ 37, 38, 39 en 40, hiervoor moet men steeds in staat zijn om op het eerste verzoek deze documenten aan de douane voor te leggen.
Een aangifte waarbij de aangever niet in staat is om één of ander document bij te voegen, dat onontbeerlijk is voor de plaatsing onder een douaneregeling bij invoer, mag derhalve worden aanvaard zodra het vaststaat ten genoegen van de douane dat :
a) het document in kwestie bestaat en nog geldig is;
b) dit document niet bij de aangifte kon worden gevoegd wegens onafhankelijke omstandigheden buiten de wil van de aange­ver om;
c) elke vertraging bij de aanvaarding van de aangifte zou be­letten dat de goederen onder een douaneregeling bij invoer zouden worden geplaatst of voor gevolg zou hebben dat ze aan een hoger tarief worden onderworpen.
De gegevens met betrekking tot de ontbrekende documenten moeten in ieder geval worden vermeld op de aangifte. De daartoe voorziene code moet na de vermelding van elk van deze documenten worden toegevoegd om aan te duiden dat de aangever niet over het document in kwestie beschikt.
66. Wanneer de goederen aanwezig zijn en de aangifte voorts voldoet aan andere voorwaarden tot plaatsing onder de regeling in­voer wordt de onvolledige aangifte aanvaard.
Suppl. 4

25

67. De aangever moet als gevolg van de onvolledige aangifte voor dewelke de vrijgave werd bekomen, de aanvullende aangif­te type X inzenden en/of de ontbrekende documenten verstrekken binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de datum van aanvaarding van de onvolledige afgifte.


68. Als het om een document gaat waarvan de voorlegging onderworpen is aan de toepassing van verminderd of nulrecht bij in­voer, en voor zover de bevoegde ambtenaar, die door de directeur van het enig kantoor is aangeduid, goede redenen heeft om aan te nemen dat de goederen waarop de onvolledige aangifte betrekking heeft effectief mogen worden aanvaard met toepassing van dit verminderd of nulrecht mag, op vraag van de aangever, een langere termijn worden toegekend voor de voorlegging van dit document in de mate waarin de omstandigheden dit rechtvaardigen.
Deze termijn mag de vier maanden te rekenen vanaf de datum van aanvaarding van de onvolledige aangifte niet overschrijden en mag niet worden verlengd. De toepassing van een langere termijn dan een maand moet uitdrukkelijk door de bevoegde ambtenaar per e-mail worden gesignaleerd aan het team ontvangsten van het enig kantoor.
69. Het binnenbrengen van de documenten binnen de voor elke onvolledige aangifte gestelde termijn zal worden opgevolgd door de door de directeur van het enig kantoor aangewezen verant­woordelijke ambtenaar van elk hulpkantoor waar de goederen die het voorwerp uitmaken van de onvolledige aangifte werden aangeboden.
70. Als het gaat om de mededeling van vermeldingen of van ontbrekende documenten inzake de douanewaarde mag de bevoegde ambtenaar, in de mate dat het absoluut nodig is, de termijn verlengen met één maand. De totale toegekende periode moet rekening houden met de van kracht zijnde voorgeschreven termijnen. § 69 is van toe­passing.
71. Wanneer een verminderd of nulrecht bij invoer slechts van toepassing is op goederen die in het vrije verkeer worden ge­bracht binnen de perken van bepaalde tariefcontingenten of tarief­plafonds wordt het tariefcontingent of de tarifaire preferentiële maat­regel slechts toegepast na voorlegging van het document waaraan het toekennen van dit verminderd of nulrecht is verbonden. Het docu­ment moet in elk geval worden aangeboden :

26

● voor de datum waarop een communautaire maatregel de normale rechten bij invoer weer instelt, als het gaat om een tarief­plafond;


● voordat de voorziene beperkingen zijn bereikt, als het om een tariefcontingent gaat.
Onder voorbehoud van wat volgt mag het document, waarvan de aanbieding is verbonden aan de toekenning van een verminderd of nulrecht, worden voorgelegd na de datum van het verstrijken van de termijn voor dewelke dit verminderd of nulinvoerrecht werd bepaald, voor zover de aangifte betreffende de goederen terzake voor deze datum werd aanvaard.

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

  • DOUANEPROCEDURES PAPIERLOZE AANGIFTE
  • A. INLEIDING 1. Introductie
  • 2. Wettelijke basis en verplicht gebruik
  • 3. Technische aspecten betreffende de aangifte en voorafgaande formaliteiten
  • 4. Interferentie met het enig kantoor
  • 5. Voorrang ten aanzien van andere omzendbrieven, dienst­brieven en instructies, beperkt toepassingsveld van onder­havige omzendbrief
  • 6. Aangiften tijdens de overgangsperiode
  • 2. Elektronische summiere aangifte voor de goederencompta­biliteit
  • Aanzuivering van de summiere aangifte de elektronische goede­rencomptabiliteit
  • 3. Summiere aangifte bij uitgang
  • 4. Annulering van de elektronische summiere aangiften voor de goederencomptabiliteit en voor uitgang
  • 5. Regularisatie ‑ Wijziging van de elektronische summiere aan­gifte bij binnenkomst voor de goederencomptabiliteit en de regularisatie voor uitgang
  • C. AANGIFTE TOT PLAATSING ONDER EEN DOUANEREGELING BIJ INVOER 1. Toepassingsgebied en voorafgaande regeling
  • VAK 1 (tweede deelvak) Met gelijktijdig aanbieden van de goederen
  • 2. Normale aangifte bij invoer met de aanbieding van de goede­ren op een plaats van lossing (aangifte van het type A ‑ vak 1, tweede deelvak van het enig document)
  • 2.2. Aanvaarding van de aangifte bij invoer en toelating plaat­selijk hoofd
  • 2.3. Verificatie van de aangifte bij invoer en vrijgave van de goe­deren
  • 2.3.2. De verificatieverrichtingen en de vaststellingen
  • 2.3.3. Verlegging van verificatie voor vergunninghouders domi­ciliëring bij invoer of bij aankomst
  • 2.3.4. Verificatie a posteriori
  • 2.4. Annulering en regularisatie van de aangifte bij invoer voor of na de vrijgave 2.4.1. Voor de vrijgave
  • 3. Gewone aangifte bij invoer voor het tijdstip van de aanbieding van de goederen op een plaats van lossing (aangifte van het type D ‑ vak 1, tweede deelvak van het enig document)
  • 4. Onvolledige aangifte bij invoer met aanbieding van de goede­ren op een plaats van lossing (aangifte van het type B – vak 1, tweede deelvak van het enig document)

  • Dovnload 0.92 Mb.