Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie

Dovnload 1.98 Mb.

Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie



Pagina1/28
Datum04.04.2017
Grootte1.98 Mb.

Dovnload 1.98 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   28



Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs

Guimardstraat 1, 1040 Brussel


logo_midden_zw



FRANS

derde GRAAD aso

Pedagogisch-didactische wenken

LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS



VVKSO – BRUSSEL D/2014/7841/004

D/2014/7841/005

September 2014

Inhoud


DEEL 2

PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN EN BIJKOMENDE INFORMATIE

INLEIDING

De 8 hoofdstukken van dit tweede deel zijn een hulpmiddel om de leerplandoelstellingen van het eerste deel (3de graad aso – studierichtingen met en zonder component moderne talen) optimaal te realiseren.

De bedoeling van dit deel is niet zozeer het in één keer integraal door te nemen en te behandelen: in functie van de eigen prioriteiten of die van de school kan een vakgroep zelf één of meer thema’s selecteren en daar rond werken.
Je vindt hier:

wenken, toelichting en ondersteuning bij het realiseren van de doelstellingen;

exhaustieve leerlijnen;

belangrijke aspecten i.v.m. het onderwijs Frans als vreemde taal;

een selectie werken waar je zowel aanvullende informatie en duiding als bijkomend oefenmateriaal kunt vinden;

een verklarende begrippenlijst.



Opmerking

Om de leesbaarheid te optimaliseren werden verschillende kleuren gebruikt.



  • Onderdelen die specifiek zijn voor de richting met component Moderne talen staan op een lichtblauwe achtergrond.

  • Voorbeelden van lesopdrachten en taaltaken staan op een lichtgroene achtergrond.

  • In de leerlijnen staan de verschillen t.o.v. de 2de graad in het turkoois gemarkeerd.

  • Verschillen t.o.v. het basisleerplan (in de richtingen met component Moderne talen) staan in het purper gemarkeerd.




Bij dit deel horen ook een aantal bijlagen die beschikbaar zijn via de begeleiding.

1De aansluiting bij het Europees Referentiekader (ERK)1

1.1Het ERK

Voor de basisvorming werden de eindtermen gekoppeld aan het Europees Referentiekader, het ERK. (Cadre Européen Commun de Référence, CECR)

“Sinds 2001 kennen we het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen: Leren, Onderwijzen, Beoordelen, (ERK). Het ERK laat toe het niveau van de basistaalvaardigheid te benoemen of duidelijk te maken en het onderling verband tussen de niveaus of de evolutie binnen de niveaus te verduidelijken.

Het ERK verschaft een gemeenschappelijke basis voor de uitwerking van leerdoelen, lesprogramma’s, leerplanrichtlijnen, examens, leerboeken in heel Europa. Het beschrijft wat taalleerlingen moeten leren om een taal te kunnen gebruiken voor communicatie en welke kennis en vaardigheden zij moeten ontwikkelen om daarbij doeltreffend te kunnen handelen. Dit gebeurt op een eerste globale schaal van niveaubeschrijving over de vaardigheden heen. De beschrijving omvat ook de culturele context van de taal. Verder definieert het Referentiekader vaardigheidsniveaus waarmee de voortgang van leerlingen levenslang kan worden gemeten in iedere fase van het leerproces. Dit gebeurt aan de hand van de beschrijving van beheersingsniveaus per vaardigheid en vervolgens wordt aan de hand van descriptoren concreet beschreven wat iemand per vaardigheid moet kunnen.”2



Het ERK onderscheidt drie niveaus. Elk van die niveaus is nog eens opgesplitst in twee niveaus. Zo komen we tot de volgende indeling: basisgebruiker (niveau A1 en A2), onafhankelijke gebruiker (B1 en B2) en vaardige gebruiker (C1 en C2).

basisgebruiker

onafhankelijke gebruiker

vaardige gebruiker

arrowsplit

arrowsplit

arrowsplit


A1

A2

B1

B2

C1

C2

Niveau introductif ou découverte

Niveau intermédiaire ou de survie

Niveau seuil

Niveau avancé ou utilisateur indépendant

Niveau autonome ou de compétence opérationnelle effective

Maîtrise

Doorbraak/absolute minimum

Tussenstap/overlevings-niveau

Beperkte talige zelfstandigheid

Echte talige zelfstandigheid

Uitgebreide talige zelfstandigheid

Beheersing

Breakthrough or beginner

Waystage or elementary

Threshold or intermediate

Vantage or upper intermediate

Effective Operational Proficiency or advanced

Mastery or proficiency

Elk van die zes niveaus wordt beschreven aan de hand van een reeks descriptoren of zinnen die uitdrukken wat iemand op elk niveau moet kunnen doen met een taal wanneer hij/zij die beluistert, leest, spreekt, schrijft of hiermee in interactie gaat. Het ERK beschrijft dus elk niveau in termen van ‘ik-kan-beschrijvingen’ of ‘can-do-statements’, d.w.z. wat de leerling kan bij de verschillende deelvaardigheden, namelijk begrijpen (luisteren en lezen), gesprekken voeren en spreken (interactie en productie) en schrijven. Met inbegrip van de elementen van taalbeheersing waarover hij beschikt om bepaalde taken uit te voeren: woordenschat, spraakkunst en taalstructuren.

Het ERK is niet normerend. Het biedt modelformuleringen, opgesteld door experts uit verschillende landen. Het is daarom een referentieformulering waaraan alle Europese landen zich kunnen spiegelen. Zo kunnen taalleerkrachten en taalgebruikers dezelfde formuleringen voor niveaus van taalvaardigheid/taalbeheersing hanteren bij bv. sollicitaties of toelatingsvoorwaarden voor verdere opleidingen en in leerboeken. Het is een instrument voor taalcursussen om de beginsituaties van leerlingen te omschrijven (bv. ten behoeve van ingangstoetsen of voor het vormen van lesgroepen). Maar evenzeer een basis om hulpmiddelen te maken voor de leerling om zijn eigen niveau in te schatten. In overzichten zoals hieronder staat de einddoelstelling (het hoogste of de hogere niveaus) van het schoolse leerproces bovenaan, a.h.w. ondersteund door de telkens daaronder liggende ‘lagere’ vaardigheidsniveaus die de leerling dus vooraf heeft verworven.



ERK: globale schaal

Het Europees Referentiekader Globale schaal

Vaardige gebruiker

C2

Kan vrijwel alles wat hij of zij hoort of leest gemakkelijk begrijpen. Kan informatie die afkomstig is uit verschillende gesproken en geschreven bronnen samenvatten, argumenten reconstrueren en hiervan samenhangend verslag doen. Kan zichzelf spontaan, vloeiend en precies uitdrukken en kan hierbij fijne nuances in betekenis, zelfs in complexere situaties, onderscheiden.

C1

Kan een uitgebreid scala van veeleisende, lange teksten begrijpen en de impliciete betekenis herkennen. Kan zichzelf vloeiend en spontaan uitdrukken zonder daarvoor aantoonbaar naar uitdrukkingen te moeten zoeken. Kan flexibel en effectief met taal omgaan ten behoeve van sociale, academische en beroepsmatige doeleinden. Kan een duidelijke, goed gestructureerde en gedetailleerde tekst over complexe onderwerpen produceren en daarbij gebruikmaken van organisatorische structuren en verbindingswoorden.

Onafhankelijke gebruiker

B2

Kan de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst begrijpen, zowel over concrete als over abstracte onderwerpen, met inbegrip van technische besprekingen in het eigen vakgebied. Kan zo vloeiend en spontaan reageren dat een normale uitwisseling met moedertaalsprekers mogelijk is zonder dat dit voor een van de partijen inspanning met zich meebrengt. Kan duidelijke, gedetailleerde tekst produceren over een breed scala van onderwerpen; kan een standpunt over een actuele kwestie uiteenzetten en daarbij ingaan op de voor- en nadelen van diverse opties.

B1

Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens reizen in gebieden waar de taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.

Basisgebruiker

A2

Kan zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Kan communiceren in simpele en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling over vertrouwde en alledaagse kwesties vereisen. Kan in eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van directe behoeften beschrijven.

A1

Kan vertrouwde dagelijkse uitdrukkingen en basiszinnen, gericht op de bevrediging van concrete behoeften, begrijpen en gebruiken. Kan zichzelf aan anderen voorstellen en kan vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke gegevens zoals waar hij/zij woont, wie hij/zij kent en dingen die hij/zij bezit. Kan op een simpele manier reageren, aangenomen dat de andere persoon langzaam en duidelijk praat en bereid is om te helpen.

De vernieuwde eindtermen MVT werden gekoppeld aan het ERK. Algemeen kun je stellen dat ze de B1-basis consolideren door elementen uit het B2-niveau te integreren. Deze elementen betreffen o.a. een betere beheersing van de hogere verwerkingsniveaus bij het uitvoeren van receptieve en productieve taken.

De voorbeelden uit deze tabellen3 tonen aan dat de eindtermen van de 3de graad aso, vaardigheden op het niveau B2 integreren.



Savoir-faire Compréhension orale

B1

B2

Comprendre une information factuelle directe : travail, école, loisirs, voyages ...




Comprendre des récits courts

Comprendre des discours assez longs




Suivre une argumentation complexe

Comprendre une grande partie des programmes télévisés

Comprendre la plupart des émissions de télévision sur l’actualité et les informations




Comprendre la plupart des films en langue standard

Suivre les points principaux d’une longue discussion

Suivre une conversation animée entre locuteurs natifs

Suivre une conférence ou un exposé

Comprendre des conférences

Comprendre des informations techniques simples




Suivre des directives détaillées







Identifier l’humeur, le ton du locuteur




Reconnaître le point de vue et l’attitude du locuteur



Savoir-faire Compréhension écrite

B1

B2

Comprendre des lettres personnelles : la description d’évènements, de sentiments, de souhaits

Lire une correspondance courante dans son domaine

Comprendre tout type d’écrits quotidiens (brochures, notes, catalogues ...)

Comprendre des instructions longues et complexes




Comprendre le détail des conditions et mises en garde

Comprendre les points significatifs d’un article de journal

Comprendre des articles et des rapports sur des questions contemporaines




Comprendre des articles spécialisés dans son domaine

Reconnaître le schéma argumentatif d’un texte




Identifier les conclusions d’un texte argumentatif




Comprendre des textes rédigés dans une langue courante relative au domaine professionnel







Identifier l’attitude particulière ou un certain point de vue des auteurs




Comprendre un texte littéraire contemporain en prose



Savoir-faire Expression orale (s’exprimer en continu)

B1

B2

Raconter un évènement, une expérience ou un rêve




Raconter une histoire, l'intrigue d’un livre ou d’un film




Faire une description simple

Faire une description claire et détaillée

Rapporter une histoire




Relater en détail ses expériences en décrivant ses sentiments et ses réactions




Décrire un espoir ou un but







Faire une présentation détaillée :

  • développer et justifier les idées par des points secondaires et des exemples pertinents

  • souligner les points importants et les détails pertinents

Exposer brièvement les raisons et explications de ses opinions, projets et actions

Expliquer un point de vue sur un problème :

  • donner les avantages et inconvénients d’options diverses

  • avancer des arguments pour ou contre un point de vue

Développer une argumentation

Développer une argumentation :

  • élargir et confirmer ses points de vue par des arguments secondaires et des exemples pertinents

  • enchaîner des arguments avec logique

  • mettre en évidence les points significatifs



Savoir-faire Interaction orale (prendre part à une conversation)

B1

B2

Prendre part à une conversation formelle :

Participer activement à des discussions formelles : exprimer, justifier et défendre son opinion


Echanger de l’information : famille, loisirs, travail, voyages, faits divers

Participer activement à une discussion informelle :

  • faire des commentaires

  • exprimer, exposer et défendre ses opinions

  • réagir aux arguments d’autrui



Savoir-faire Ecrire

B1

B2

Ecrire des textes articulés simplement




Ecrire des descriptions détaillées simples

Ecrire des descriptions élaborées d’évènements et d’expériences réels ou imaginaires

Faire un compte rendu d’expériences 

Raconter une anecdote/faire un récit

Ecrire des rapports brefs

Ecrire un rapport :

  • développer une argumentation

  • expliquer les avantages/les inconvénients de différentes opinions

  • apporter des justifications pour ou contre un point de vue

Ecrire des lettres personnelles

Ecrire des CV et lettres de motivation

Progressie en het volume leertijd

De onderverdeling in competentieniveaus mag niet geïnterpreteerd worden als de voorstelling van een regelmatige lineaire progressie. Ervaring leert dat je verhoudingsgewijs op meer blootstelling aan de vreemde taal en op meer verwervingstijd moet rekenen om van een B1 naar een B2 over te stappen. Hetzelfde geldt voor de overgang van een A2 naar een B1 die vanzelfsprekend trager gebeurt dan van een A1 naar een A2.4

Een Vlaming die op intensieve wijze Frans leert in een Franstalig milieu zal bijvoorbeeld, om een A2 te bereiken, veel minder tijd nodig hebben dan een Vlaming die Frans leert in een Nederlandstalig milieu. De volgende tabel geeft, louter ter informatie, een schatting van het vereiste volume leertijd per niveau.5


Niveau

Volume leertijd (informatief)

A1

60 – 100 uren leertijd

A2

+ 100 – 200 uren leertijd

B1

+ 150 – 180 uren leertijd

B2

+ 200 – 250 uren leertijd

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   28

  • FRANS derde GRAAD aso Pedagogisch-didactische wenken
  • 1De aansluiting bij het Europees Referentiekader (ERK) 1
  • Het Europees Referentiekader Globale schaal Vaardige gebruiker C2
  • Onafhankelijke gebruiker B2
  • Basisgebruiker A2
  • Savoir-faire Compréhension orale B1 B2
  • Savoir-faire Compréhension écrite B1 B2
  • Savoir-faire Expression orale (s’exprimer en continu) B1 B2
  • Savoir-faire Interaction orale (prendre part à une conversation) B1 B2
  • Savoir-faire Ecrire B1 B2
  • Progressie en het volume leertijd
  • Niveau Volume leertijd (informatief) A1

  • Dovnload 1.98 Mb.