Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie

Dovnload 1.98 Mb.

Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie



Pagina10/28
Datum04.04.2017
Grootte1.98 Mb.

Dovnload 1.98 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   28

Voorbeelden van evaluatieroosters

  • Evaluation de la synthèse

Respect de la consigne 

0

0,5

1




Articulation et cohérence de la synthèse (pertinence des articul.)

0

1

2

3

4

5

Pertinence du résumé des informations

0

1

2

3

4

5

Morphosyntaxe (complexité des phrases)

0

0,5

1

1,5

2




Etendue

0

0,5

1

1,5

2




Correction formelle

0

1

2

3

4

5

Evaluation d’un rapport

Contenu

respect de la consigne, développement, cohérence

/6




Développement

0 05 1 15 2

Cohérence et cohésion

0 05 1 15 2 25

Respect du canevas

0 05 1 15

Langue__correction__…/5'>Langue

correction

/5




Compétence morphosyntaxique

  • A1/A2

Correction insuffisante: maîtrise de structures simples mais les erreurs élémentaires et systématiques dérangent la bonne compréhension. Traductions trop littérales du néerlandais.

Erreurs: formation des verbes, les accords,
le choix des temps, les homonymes,
les pronoms personnels, adjectif – adverbe, …


  • B1

Correction suffisante malgré une légère influence de la langue maternelle (ordre des mots/structures), fautes qui peuvent être corrigées rétrospectivement

0 05 1

15 2 25



Compétence lexicale

  • A1/A2

Vocabulaire de survie, lexique peu précis,
emploi fréquent de mots inappropriés/passe-partout


  • B1

Vocabulaire quotidien et périphrases
mais parfois emploi de mots inappropriés/mots passe-partout


0 05 1
15 2 25


Langue

prise de risque

/4




Degré d’élaboration des phrases

phrases complexes (subordination) et variées

0 05 1 15 2

Richesse du lexique

variations pour éviter les répétitions, expressions idiomatiques et familières, enrichissement conscient du lexique

0 05 1 15 2

Total




/15


2.4.6 Hoe kun je differentiëren in schrijfvaardigheid?
De moeilijkheidsgraad van de schrijfopdracht wordt niet alleen bepaald door de tekst(kenmerken), maar ook door de opdracht zelf en de omstandigheden waarin de opdracht wordt uitgevoerd en door de verwachte kwaliteit van het schrijfproduct.
Aard van de opdracht

  • halfopen opdrachten met ruime inbreng van de leerling waarbij zij gebruikmaken van ondersteunende modellen;

  • open opdrachten waarbij de leerling zelfstandig te werk gaat. De leerling gebruikt het model als basis waarop hij zelfstandig de inhoud verder kan uitwerken of vertrekt niet vanuit een model.

De omstandigheden kunnen de schrijfopdracht vergemakkelijken:

  • als de leerling ruime voorbereidingstijd en ondersteuning krijgt van de leerkracht;

  • als de leerling de tijd krijgt om zijn schrijftaak rustig uit te schrijven en de gepaste hulpmiddelen kan gebruiken;

  • als de leerling zijn schrijfopdracht thuis kan afmaken of op het einde van de les moet afgeven.

De kwaliteit van het schrijfproduct:

  • langere teksten vragen een grotere inspanning dan kortere;

  • het publiek waarvoor een tekst geschreven wordt, kan verschillen. Dit brengt een ander register of zelfs andere tekstconventies met zich mee. (bv. mededeling mailen aan een collega vs. mededeling mailen aan alle personeelsleden; een ooggetuigenverslag voor de politie vs. een fait divers);

  • het onderwerp kan verschillen waardoor er meer (bij een gekend onderwerp) of minder precisie mag verwacht worden in de gebruikte woordenschat.


2.4.7 Hoe bied je houvast voor een productietaak?
Het leerplan en de eindtermen bepalen heel duidelijk een aantal strategieën die de leerlingen kunnen gebruiken om hun schrijfdoel te bereiken. Bij die strategieën staat uitdrukkelijk vermeld:


  • gebruikmaken van een model ;

  • digitale en niet-digitale hulpbronnen (woordenboeken, grammatica’s, spellingchecker …) en gegevensbestanden raadplegen en de gevonden informatie correct gebruiken.

Bij schriftelijke productietaken, moeten de leerlingen dus de mogelijkheid en de gelegenheid krijgen om met deze instrumenten te leren werken. Ook bij het toetsen van schrijfvaardigheid is het aangewezen om de leerlingen de bovenvermelde hulpmiddelen te laten gebruiken.
Bovendien produceren de leerlingen verschillende tekstsoorten met elk hun eigen tekstkenmerken. Het is belangrijk om deze kenmerken te expliciteren. Je kan vertrekken van modellen en/of kijkwijzers/referentiekaders die de leerlingen de nodige houvast bieden bij het realiseren van de opdracht.
Een voorbeeld



Situation26 

Vous utilisez souvent votre téléphone portable et vous n’êtes pas satisfait de votre actuel opérateur. Vous écrivez au service commercial pour mettre fin au contrat et expliquer les raisons de votre déception.


Document de base
Forfait Futur Telecom

pour téléphone portable illimité le soir

à partir de 54.90 €/mois (Contrat de 25 mois)
Les points forts

  • Appels illimités de 21h à 8h

  • Prix hors forfait : 0,38€/min.

  • SMS illimités 24/24 vers tous les opérateurs

  • Internet et mails illimités

A quoi faut-il faire attention lors de la rédaction ?

  • analyser le sujet et l’identifier (le statut du rédacteur, le statut du destinataire, le type de texte attendu)

  • identifier l’intention de communication principale du texte à rédiger

  • trouver des idées et des exemples pour défendre votre point de vue

  • organiser vos idées et faire un plan cohérent

  • utiliser des connecteurs pour indiquer la progression logique

  • adapter la mise en page

  • adopter un style formel

  • commencer et conclure de manière adéquate

  • corriger les erreurs de syntaxe et d’orthographe en vous relisant

  • utiliser différents types de phrases simples et de phrases complexes

Een ander interessant hulpmiddel voor de leerlingen, is een instructiekaart. Deze instructiekaart geeft in algemene bewoordingen weer op welke manier leerlingen een (complexere) schrijfopdracht stapsgewijze uit kunnen voeren. Een dergelijke instructiekaart kan dan deel uitmaken van de ‘hulpbronnen’ waarnaar de leerling steeds kan teruggrijpen.


Instructiekaart schrijfopdracht


1. Oriënteren




1.1 Algemeen

Wat is het doel?

Wie gaat dit lezen?

Welke stijl?





1.2 Terugkijken

Heb ik reeds zo’n opdracht uitgevoerd?

Wat zijn de eventuele moeilijkheden of te vermijden fouten?






1.3 Vooruitzien

Aandachtspunten?

Structuur?



2. Voorbereiden




2.1 Onderwerp







2.2 Hoofdgedachte







2.3 Belangrijke informatie




3. Uitvoeren




3.1 Schema maken

Wie?

Wat?


Waar?

Wanneer?


Hoe?




3.2 Indeling

Inleiding

Midden


Slot




3.3 Aandacht voor :

Woordkeuze

Zinsbouw


Spelling

Alinea’s


Lay-out …




3.4 Herlezen en corrigeren




4. Reflecteren




4.1 Terugkijken

Inhoud goed voorbereid? Problemen?




4.2 Vooruitzien

Succesvolle aanpak? Hoe mijn aanpak verbeteren?



2.4.8 Wat zijn de voordelen van samenwerken?
Als leerlingen in groepjes van twee of drie samenwerken, kan dit hun aandacht en concentratie stimuleren. Leerlingen en leerkrachten ervaren vaak een grotere betrokkenheid bij de les of taak.
Trouwens, leerlingen leren vaak beter van elkaar dan van de leraar. Om tot een gezamenlijk schrijfproduct te komen, is immers over het algemeen een gezonde dosis overleg nodig. Leerlingen komen daarbij tot een sterker bewustzijn van de vereisten van het product.
Verder worden tijdens het overleg steevast verschillende formuleringen/woordkeuzes voorgelegd. Dit overlegmoment kan dus ook als leermoment beschouwd worden. Het zoeken naar de meeste geschikte formulering maakt dat de drempel naar het gebruik van grammatica’s, online-hulpbronnen, woordenboeken minder groot is dan bij een individuele taak.
Door het invoeren van een groepswerk, wordt het produceren van een kwalitatieve schrijftaak voor heel wat leerlingen veel haalbaarder. In klassen met een groot niveauverschil op het gebied van taalvaardigheid, moet de leerkracht wel de nodige aandacht hebben voor de groepssamenzettingen.

2.4.9 Zijn dictees zinvol?
Het traditionele dictee behoort niet meer tot de moderne didactiek. Een dictee oefent slechts een beperkt aspect van schrijfvaardigheid, de vormcorrectheid. Het is om die reden geen echte schrijfvaardigheid (zie ook 2.3.3. Wat met vormcorrectheid). Wat wel kan, is een zogenaamd ‘gatendictee’, waarbij bv. vanuit een zinvolle context courante spelproblemen worden aangereikt.
Niettemin mag je in een 3de graad aso zeker een degelijk niveau van vormcorrectheid verwachten van je leerlingen. Er mag dan ook een deel van de aandacht gaan naar het inoefenen van deze vormcorrectheid. Andere vormen van dictee, kunnen dan ook zeer nuttig én motiverend zijn voor de leerlingen.
Loopdictee

Je groepeert de klas in ‘pairs’ en brengt een tekst aan die niet zichtbaar is voor de rest van de klas. Leerling A loopt naar de tekst en leest een deel, loopt dan naar leerling B en zegt wat hij heeft gelezen. Leerling B schrijft het neer. Met een beurtrol werken ze zo de hele tekst af en helpen elkaar bij moeilijkere woorden. De leerlingen memoriseren zowel de inhoud als de schrijfwijze.


Dictoglos

Je neemt best een tekst die aansluit bij het thema dat je behandelt en waarin ingeoefende kenniselementen aan bod komen. De leerlingen zijn ingedeeld in groepjes van twee of drie.

Je leest de tekst tweemaal voor, aan een normaal tempo. De eerste keer luisteren de leerlingen enkel, de tweede keer mogen ze aantekeningen maken. Per groep wordt daarna geprobeerd een tekst op te schrijven die inhoudelijk overeenkomt met de voorgelezen tekst, die lexicaal en syntactisch in orde is en die goed opgebouwd is.Elk lid van het groepje moet eenzelfde uitgeschreven versie hebben, maar de gereconstrueerde tekst hoeft niet identiek te zijn aan de originele.

Na een vooraf bepaalde tijd, duid je per groepje een leerling aan, die zijn tekst afgeeft om te corrigeren. Geef je een score, dan is die dezelfde voor alle leden van het groepje. Tegelijk vergelijken de leerlingen hun tekst met de oorspronkelijke en corrigeren hem. Ten slotte geef je klassikaal of per groepje commentaar en bespreek je de fouten.


Wanneer je merkt dat leerlingen moeite hadden met bepaalde passages uit een luisteroefening (zie ook luistervaardigheid) , kan je deze passages ook verwerken in een dictee, zoals hierboven beschreven.

2.4.10 Welke verschillen zijn er tussen het basisleerplan en het leerplan met component Moderne talen?
De tekstkenmerken in het leerplan voor moderne talen tonen hier en daar een verschil met die van het basisleerplan. De exhaustieve leerlijn voor schrijven (zie 2.7.5) toont de verschillen met het basisleerplan.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillen wat de tekstkenmerken betreft.


Criteria

Tekstkenmerken in lp. moderne talen/in basisleerplan

inhoudelijke elementen

behandeld onderwerp

  • vrij concreet

  • eigen leefwereld en dagelijks leven

  • ook onderwerpen van meer algemene aard (spreken en schrijven)/af en toe (voor schrijven)




taalgebruikssituatie

  • voor de leerlingen relevante en vertrouwde taalgebruikssituaties/vertrouwde (schrijven)

  • met aandacht voor digitale media

formele aspecten: structuur, samenhang en lengte

complexiteit van de zinnen

tekststructuur

  • duidelijke tekststructuur waarbij de indeling in alinea’s en de standaard lay-out zijn toegepast (schrijven)

  • tekststructuur met een zekere mate van complexiteit (schrijven)/met een beperkte mate van complexiteit (schrijven)

lengte

  • af en toe langere teksten/ vrij korte en af en toe langere teksten

taalgebruik

tempo en vlotheid (spreken en mondelinge interactie)

  • met af en toe/ met eventuele herhalingen en onderbrekingen die de communicatie evenwel niet storen

  • tempo dat aanleunt bij een natuurlijk spreektempo/normaal tempo

woordenschat

taalvariëteit

  • standaardtaal

  • informeel en formeel
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   28

  • Evaluation d’un rapport
  • Langue correction …/5
  • Langue prise de risque …/4
  • Total …/15
  • De kwaliteit van het schrijfproduct
  • 2.4.7 Hoe bied je houvast voor een productietaak
  • Instructiekaart schrijfopdracht
  • 2.4.8 Wat zijn de voordelen van samenwerken
  • 2.4.9 Zijn dictees zinvol
  • 2.4.10 Welke verschillen zijn er tussen het basisleerplan en het leerplan met component Moderne talen De tekstkenmerken
  • Criteria Tekstkenmerken in lp. moderne talen/ in basisleerplan

  • Dovnload 1.98 Mb.