Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie

Dovnload 1.98 Mb.

Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie



Pagina11/28
Datum04.04.2017
Grootte1.98 Mb.

Dovnload 1.98 Mb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   ...   28

Via de realisatie van SET verdiepen en verbreden de leerlingen in de richting met Moderne talen ook productieve vaardigheden (zie 2.5).



2.5Realisatie van SET bij productieve vaardigheden

Inleiding (herhaling)
In dit leerplan worden de SET gekoppeld aan de leerplandoelen. Er is immers een duidelijke samenhang tussen de leerplandoelen en de specifieke vorming. De SET beogen een verbreding van de communicatieve vaardigheden en streven ook het bevorderen van het verdiepend studeren, beschouwen en het verwerken van taalfenomenen na.
Dit impliceert enerzijds het toepassen van theoretische modellen en referentiekaders eigen aan het wetenschapsdomein van de talen. Leerlingen in de richting Moderne talen kunnen bv. metataal hanteren bij het bestuderen van taalfenomenen, ze kunnen referentiekaders (bv. kenmerken van tekstsoorten, kijkwijzers (met criteria) bij specifieke taaltaken, kenmerken van literaire stromingen, narratologische schema’s, …) toepassen bij de analyse. Anderzijds impliceren de SET een hoger verwerkingsniveau van opdrachten en oefeningen.
De samenhang tussen de leerplandoelen en de SET wordt weergegeven op basis van drie overzichtstabellen: één voor receptieve vaardigheden, één voor productieve vaardigheden en één voor de onderzoekscompetentie.



De leerlingen kunnen beluisterde en gelezen informatieve, narratieve (en artistiek-literaire: enkel voor spreken) teksten samenvatten (Spr 3 + Sch 5) en een presentatie geven. (Spr 5) + (IC 2)

SET 1

T&Co


domeinspecifieke teksten, zoals zakelijke en wetenschappelijke, structureren,

verwerken en gepast presenteren in functie van de ontvanger;



De leerlingen kunnen een gefundeerd standpunt naar voor brengen (bij beluisterde en gelezen informatieve, prescriptieve, narratieve, argumentatieve en artistiek-literaire teksten: enkel voor spreken) (onder de vorm van een informatieve en argumentatieve tekst: enkel voor schrijven). (Spr 8 + Sch 10)

SET 9

T&Cu


gevoelens en leeservaringen op een creatieve manier vorm geven;

SET 17

OC


een onderzoeksopdracht voorbereiden, uitvoeren en evalueren over een literair

en/of linguïstisch vraagstuk;



SET 18

OC

de onderzoeksresultaten en conclusies rapporteren en ze confronteren met

andere standpunten.



De leerlingen beheersen volgende strategieën en kunnen ze doeltreffend inzetten:

SET 2

T&Co


vanuit een communicatiemodel reflecteren op talige communicatie en die waar nodig bijsturen;

SET 11

T-S


mondelinge en schriftelijke strategieën inzetten en passende hulpmiddelen hanteren om inzicht te verwerven in spellingsysteem, uitspraak, betekenis van woorden, zinsconstructies en de relatie klank-teken;

SET 12

T-S


mondelinge en schriftelijke strategieën inzetten om hun taalleerproces autonoom te evalueren, bij te sturen en verder te zetten.



Algemeen
De ultieme handelingswerkwoorden die in de 4 eerste SET in bovenstaande tabel gebruikt worden, situeren zich telkens op het vlak van de productie. Daarom worden ze in deze lijst opgenomen. Dat neemt niet weg dat bij het realiseren van deze SET, de leerlingen een beroep doen op receptieve vaardigheden die aan de basis liggen van de taak.
Om deze taken uit te voeren ontwikkelen de leerlingen strategieën. Ze staan omschreven in de 3 laatste SET in de tabel.



SET 1


Toelichting
SET 1 situeert zich in het verlengde van de leesvaardigheid. De teksten betreffen echter in dit geval verschillende domeinen: humane wetenschappen, cultuur, politiek, geschiedenis, sport, exacte wetenschappen ... Ze worden op een structurerend niveau gelezen. De leerlingen moeten hiervan een mondelinge presentatie brengen, met een geschreven ondersteuning in de vorm van een structuurschema, een mindmap, een digitaal ondersteunde presentatie …

Als bijkomende opdracht houden ze rekening met hun doelpubliek bij het formuleren van de tekst. Bv. (jongere) medeleerlingen, leerkrachten, een externe jury, ouders van leerlingen ...


Criteria om aan een goede publiek - en doelgerichte communicatie te voldoen zijn hier van toepassing. Het is zeker nuttig om de nodige kijkwijzers27 aan te reiken om de leerlingen zo efficiënt mogelijk te laten reflecteren op het overbrengen van hun boodschap.
1 Begrijpelijkheid



Gesproken boodschap

Geschreven boodschap

zie punt 2.2 (SET 3)


2 Gepastheid


Gesproken boodschap

Geschreven boodschap

zie punt 2.2 (SET 3)


3 Correctheid


Gesproken boodschap

Geschreven boodschap

  • Ik heb taalfouten vermeden (foute verwijswoorden, getalfouten …).

  • Ik heb mijn zinnen correct opgebouwd.

  • Ik heb correct Frans gesproken.

  • Ik heb de inhoud gecheckt en gedubbelcheckt.

  • Ik heb waar nodig betrouwbare bronnen geraadpleegd.

  • Ik heb de correcte spelling gebruikt en bij twijfel de nodige bronnen geraadpleegd.

  • Ik heb de leestekens correct gebruikt.

  • Ik heb correcte voetnoten en een correcte bibliografie gebruikt.


4 Aantrekkelijkheid


Gesproken boodschap

Geschreven boodschap

  • Ik heb enthousiast gesproken.

  • Ik stond ontspannen en zelfverzekerd voor de groep.

  • Ik heb stopwoorden vermeden.

  • Ik heb visuele en auditieve ondersteuning gebruikt.

  • Ik heb een rijke, afwisselende taal gebruikt.

  • Ik heb op mijn stijl gelet.

  • Ik heb voor een leuke lay-out gezorgd (bv. pertinente illustraties).

  • Ik heb voor een gevarieerd woordgebruik gezorgd en herhalingen vermeden.


Suggesties
De leraar stelt een map met een keuze aan zakelijke en/of wetenschappelijke teksten ter beschikking van de leerlingen. Ze kiezen telkens een artikel, lezen het, stellen een schema of een samenvatting op van de tekst. Als de leerlingen enkele artikels gelezen hebben, organiseert men een activiteit waarbij elke leerling om beurt een korte mondelinge samenvatting brengt. Hij voorziet hierbij één of twee vragen om een korte discussie op gang te brengen. De bedoeling is om verschillende leerlingen tijdens één les aan bod te laten komen.
Tips
Domeinspecifieke Franse tijdschriften:

Humaan wetenschappelijk :



L’Histoire

Géo Histoire

Psychologies

Vulgariserend wetenschappelijk:

Science et Vie (Junior)

Comment ça marche?

ça m’intéresse

Maatschappelijk (jongeren 16+)

Phosphore

Maatschappelijk (volwassen)



Réponse à tout


Uitgewerkte opdracht
Le portfolio d’apprentissage
Neem contact op met uw pedagogische begeleider.



SET 9


Suggesties


  • De leerlingen maken van een gelezen boek (roman, toneelstuk) een reclamebrochure met een (korte) analyse van bepaalde aspecten (personages, inhoud, thema, decor, enz.)

  • Zij geven de inhoud van een roman of toneelstuk weer als gedicht, recept, affiches, collages, enz.

  • De leerlingen maken een digitaal ondersteunde presentatie, een originele leesportfolio, een collage of (her)schrijven een gedicht en stellen dit voor aan de klas.

  • Na het lezen van een narratieve of artistiek-literaire tekst, spelen de leerlingen een rollenspel waarin hetzelfde verhaal en/of dezelfde thematiek aan bod komen en dat ze zelf uitgewerkt hebben.

  • De leerlingen kruipen in de huid van een (bekend) auteur (van wie een aantal teksten gelezen werden en bv. ook de biografie) en één of meerdere leerlingen maken een interview over zijn werk en/of leven.

  • Na het lezen van een boek of een kortverhaal naar keuze, verzorgen de leerlingen een presentatie over het werk. Dat kan in een traditionele opstelling (spreekbeurtvorm). Een interessant alternatief is het doorschuifsysteem. De leerlingen zitten per vier (of per twee) aan tafeltjes. Twee leerlingen (of één) stellen hun boek voor. De andere twee leerlingen (of één) luisteren eerst naar de uitleg en stellen nadien kritische vragen. Deze oefening duurt ongeveer 5 à 6 minuten. Nadien schuiven de leerlingen die geluisterd hebben door naar een volgende tafel waar een andere presentatie begint. De volgende les worden de rollen omgewisseld: de leerlingen die geluisterd hebben presenteren dan hun boek.


Tips
Lees ook de suggesties om taakgericht te werken rond artistiek-literaire teksten in hoofdstuk 2.1.


SET 17 en 18

Lees hierover meer in hoofdstuk 3.3.




SET 2


Toelichting
Zoals reeds gezegd bij de interpretatie van SET 1 en SET 3 (in hoofdstuk 2.2) is het communicatiemodel gekend vanuit het vak moedertaal.

Leerlingen zijn vertrouwd met het verbale en non-verbale communicatieproces. Ze kunnen zich vragen stellen over de zender, de ontvanger en de boodschap (de tekst).

De zender hoeft niet altijd één persoon te zijn, maar kan ook een groep mensen zijn. Dat geldt ook voor de ontvanger. In dat geval spreken we van een publiek. Als de zender een bepaalde groep ontvangers op het oog heeft, dan spreekt men van een doelgroep. De zender moet zijn boodschap afstemmen op de ontvanger. Publiekgerichte communicatie moet begrijpelijk, aantrekkelijk, gepast en correct zijn (zie SET 1 en SET 3).

Leerlingen zijn ook vertrouwd met het concept ‘feedback’ in het communicatieproces.

Leerlingen kunnen doelen van zenders onderscheiden: informatief, instructief, overtuigend, activerend, diverterend en/of emotioneel. Ze weten dat verschillende communicatiedoelen gecombineerd kunnen zijn in één boodschap. Ook de ontvangers streven doelen na: geïnformeerd worden, instructie krijgen, een standpunt bepalen, beslissingen nemen, vermaakt worden.

Leerlingen kunnen vanuit het vak moedertaal tekstsoorten herkennen.



Ze zijn ook vertrouwd met de factoren die een communicatieve situatie beïnvloeden: de relatie tussen zender en ontvanger, de tekstvorm, het medium en het tekstdoel.
SET 2 betreft een productieve strategie die verder bouwt op spreek- schrijf- en gespreksstrategieën zoals ze in de leerplandoelen geformuleerd zijn (Spr 10, Gespr 4 en Schr 13). Om deze strategie doeltreffend in te zetten, moeten de leerlingen o.a. vertrouwd zijn met vormelijke en inhoudelijke kenmerken van verschillende mondelinge en schriftelijke producties. Het is dan ook aangewezen om kijkwijzers voor specifieke mondelinge en schriftelijke producties aan te reiken om de kritische reflectie van de leerlingen te voeden. We geven hier één voorbeeld per productieve vaardigheid.
Spreekvaardigheid


Pour présenter un point de vue construit et argumenté, je suis capable de/d’ :

  • introduire un débat, la réflexion

  • organiser clairement mon point de vue sur un problème

  • développer des arguments autour d’une question ou d’un axe de réflexion

  • donner des exemples appropriés pour illustrer mes arguments

  • nuancer, anticiper des objections possibles à mon point de vue

  • proposer une/des perspective(s) pour conclure et ouvrir le débat

  • conclure le débat, la réflexion


Gespreksvaardigheid


Pour participer à une conversation informelle, je suis capable de/d’ :

  • entamer et entretenir la conversation

  • participer activement :

exprimer et exposer mes opinions

et les défendre en fournissant des explications, arguments, commentaires

  • clore une conversation


Schrijfvaardigheid


Pour rédiger une lettre formelle, je suis capable de/d’ :

  • respecter la mise en page

  • choisir la bonne formule d’appel

  • expliciter le but de la lettre

  • impliquer le destinataire (cibler les arguments en fonction du destinataire)

  • conclure la lettre et choisir la bonne formule de politesse finale


Suggesties


  • Bij het oefenen van gesprek- en spreekvaardigheid kan men de leerlingen die de rol van luisteraars vervullen op dat ogenblik, gepaste opdrachten geven waarbij ze aan de hand van een kijkwijzer (Is de uiteenzetting duidelijk? Noteer een aantal vragen die je aan de spreker zou willen stellen: bv. was er voldoende visuele ondersteuning? …) gestimuleerd worden om de mondelinge productie kritisch te analyseren.

  • Over het algemeen tracht je de leerlingen van de richting Moderne Talen meer in contact te brengen met native speakers (een spreker uitnodigen in de klas die over een bepaald onderwerp, zijn beroep bijvoorbeeld, komt vertellen); de leerlingen leren hierbij opschrijven in het Frans en interageren met de spreker.

  • Na een gewone exploitatie van een luistertekst, kun je de transcriptie van een audio- of een videodocument of een deel ervan iets uitvoeriger laten bestuderen door de leerlingen om hen vertrouwd te maken met de kenmerken van de spreektaal (reductie van fonetische, morfologische en syntactische elementen, versprekingen, onafgemaakte zinnen, de wijze waarop Franstaligen tijd winnen om hun gedachten te ordenen bij het spreken, enz.).

  • Bij het bekijken van uitzendingen (het tv-journaal, informatieve programma’s, …) kan men na een inhoudelijke exploitatie van het document, de leerlingen laten nagaan op welke manier de programmamakers de interesse van de kijker proberen op te wekken en gaande te houden (van welke strategieën, afwisseling van interviews, beelden, ondertitels in het Frans, … maakt men gebruik om de aandacht van de kijkers te bewaren?).

Tips


  • Het leerpakket “Junior college” (www.kuleuven.be/onderwijs/juniorcollege/Taal/themas) besteedt een volledige module aan dit onderwerp.

  • Raadpleeg de reeks Le nouvel entraînez-vous DELF B1 en B2 uitgegeven bij Clé International. Deze werken bevatten heel wat leermiddelen en kijkwijzers om mondelinge en schriftelijke producties te analyseren.

  • Raadpleeg het pdf-document met als titel “Textes en tous genres”


Uitgewerkte opdrachten
Genres et types de textes – cartes mentales

Genres et types de textes (le document sonore)

Les sites web sociaux
Neem contact op met uw pedagogische begeleider.



SET 11


Toelichting
Zoals SET 10, bouwt SET 11 verder op spreek- schrijf- en gespreksstrategieën zoals ze in de leerplandoelen geformuleerd zijn (Spr 10, Gespr 4 en Schr 13). Om deze strategieën doeltreffend te ontwikkelen dienen de leerlingen vertrouwd te zijn met productie- compensatie- en leerstrategieën. Het is dan ook nuttig om deze strategieën te expliciteren. Dat kan via het aanreiken van kijkwijzers bij receptieve en productieve opdrachten. Het is pas als leerlingen dergelijke strategieën leren ontcijferen dat ze deze bewuster zullen toepassen.

Om leerlingen te laten groeien in taalautonomie, is het ook primordiaal dat ze doeltreffend de juiste hulpmiddelen leren gebruiken. Allerlei tools zoals woordenboeken, grammatica’s, spellingcontrole, tekstcorrectiesites … moeten bij receptieve en productieve taken efficiënt ingezet kunnen worden.


Suggesties


  • Laat strategieën ontcijferen in opnames van taalleerders die bepaalde taaltaken uitvoeren. Je vindt voorbeelden op de site www.ciep.fr/publi_evalcert/dvd-productions-orales-cecrl/index.php. Laat de taalproducties analyseren a.d.h.v. een kijkwijzer met strategieën. De leerlingen duiden aan welke toegepast werden.

  • De leerlingen maken per twee dictees en mogen gebruikmaken van hun grammatica en woordenboek.

  • De leerlingen maken individueel dictees die nadien door de andere leerlingen worden verbeterd aan de hand van grammatica, (elektronische) woordenboeken, handboek, enz.

  • Bij de verbeteringen van taken en toetsen kun je contrastief werken met het Nederlands en het Engels, vooral bij fouten tegen de spelling en de morfosyntaxis.

  • Je kan ook de leerlingen gericht opdrachten laten uitvoeren rond de ‘faux amis’.

Tips


  • Maak de leerlingen vertrouwd met betere online hulpmiddelen zoals bonpatron.com of mijnwoordenboek.nl.



SET 12
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   ...   28

  • SET 1
  • SET 9
  • SET 18 OC 
  • Algemeen
  • SET 1 Toelichting
  • Gesproken boodschap Geschreven boodschap
  • Gesproken boodschap Geschreven boodschap
  • Uitgewerkte opdracht Le portfolio d’apprentissage Neem contact op met uw pedagogische begeleider.
  • SET 2 Toelichting
  • un point de vue construit et argumenté
  • une conversation informelle
  • Neem contact op met uw pedagogische begeleider.

  • Dovnload 1.98 Mb.