Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie

Dovnload 1.98 Mb.

Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie



Pagina19/28
Datum04.04.2017
Grootte1.98 Mb.

Dovnload 1.98 Mb.
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   ...   28


Voorbeeld van een gesloten contextuele oefening


Complète la critique de film ci-dessous
Rien à déclarer

Synopsis


Francophobe de père en fils et douanier belge trop zélé, Ruben Vandevoorde (… le rôle est joué par Benoît Poelvoorde) apprend avec désespoir la signature de l’Acte unique en 1986 … autorise la libre circulation des marchandises et des personnes à travers les frontières entre les pays européens, … met fin aux formalités de la douane fixe … la douane volante remplace désormais.

Sept ans plus tard, en 1993, le traité de Maastricht entraîne la fermeture à la frontière des bureaux de contrôle … se trouvent l'un en face de l'autre et … occupent les collègues de Ruben et leurs homologues français. Ceux-ci apprennent la disparition prochaine de la douane fixe … leur petit poste se situe dans les communes fictives de Courquain en France et Koorkin en Belgique. Malgré sa francophobie, Ruben Vandervoorde se voit contraint et forcé d'inaugurer la première brigade mobile … compose un groupe mixte franco-belge.https://encrypted-tbn0.gstatic.com/images?q=tbn:and9gcrajul0onwhjdgfg60e-xg_e9ojsj1zm8txono39xivxraveapt

Son partenaire français sera Mathias Ducatel (Dany Boon), … Vandervoorde déteste depuis toujours, mais … surprend tout le monde en se portant volontaire pour devenir le coéquipier de Vandevoorde … il sillonnera les routes de campagne frontalières à bord d'une « 4L d'interception des douanes internationales ». Mathias espère ainsi amadouer son voisin de douane avant de lui avouer qu'il est amoureux de sa sœur … il fréquente clandestinement depuis un an.


D'après fr.wikipedia.org/wiki/Rien_à_déclarer (Consulté le 21 novembre 2013)



Voorbeeld van een eenvoudige halfgesloten oefening


Que dirais-tu du film Intouchables?
C'est un film qui …

auquel …

que …

dont …


grâce auquel …
http://fr.web.img1.acsta.net/medias/nmedia/18/82/69/17/19806656.jpg



Voorbeeld van een halfgesloten oefening


Le synopsis du film Supercondriaque n'est pas agréable à lire. Sais-tu pourquoi?

Remplace les répétitions par des pronoms relatifs.



Synopsis supercondriaque


Romain Faubert est un homme seul: Romain Faubert, à bientôt 40 ans, n’a ni femme ni enfant. Le métier, il exerce ce métier, photographe pour dictionnaire médical en ligne, n’arrange rien à une hypocondrie maladive, cette hypocondrie guide son style de vie depuis bien trop longtemps et fait de lui un peureux névropathe. Il a comme seul et véritable ami son médecin traitant, le Docteur Dimitri Zvenska, ce médecin dans un premier temps a le tort de le prendre en affection, il regrette aujourd’hui amèrement l'avoir pris en affection. Le malade imaginaire est difficilement gérable et Dimitri donnerait tout pour s’en débarrasser définitivement. Le docteur Zvenska pense avoir le remède, ce remède le débarrassera en douceur de Romain Faubert : l’aider à trouver la femme de sa vie. Il l’invite à des soirées chez lui, l’inscrit sur un site de rencontre, l’oblige à faire du sport, le coach même sur la manière de séduire et de se comporter avec les femmes. Mais découvrir la perle rare, cette perle sera capable de le supporter et cette perle par amour l’amènera à surmonter enfin son hypocondrie s’avère plus ardu que prévu...



Voorbeeld van een open creatief-communicatieve opdracht (taaltaak)
Zie hoger 'Voorbeeld van een taaltaak – Je cherche un kot!'
Een nieuwe taalgewoonte verwerf je door veelvuldig, doelgericht en betekenisvol gebruik. De opbouw van grammatica vanuit zinvolle communicatieve situaties wordt niet aan het toeval overgelaten: naarmate de taaltaken complexer worden, groeit ook de nood aan een steeds beter onderbouwde grammatica.

Het uiteindelijke doel is dat de leerlingen de behandelde en ingeoefende grammaticale items gebruiken in taaltaken en dat je daarbij evalueert in welke mate ze die geïntegreerd kunnen inzetten.


Internet

Zoals hoger al vermeld, zijn er op Internet tal van sites met oefeningen. Hieronder vind je enkele andere interessante sites:

www.verbuga.eu (een goede site om vervoegingen in te oefenen)

www.lepointdufle.net (allerhande oefeningen, over alle onderwerpen)


3.2.12 Wat is een goede spraakkunstregel?
Een goede spraakkunstregel is aangepast aan de mogelijkheden en noden van de leerlingen. Het spreekt voor zich dat hij de talige realiteit zo correct mogelijk weerspiegelt. Voorts moet hij duidelijk zijn en geen terminologie bevatten die voor de leerling verwarrend is of waarmee hij niet vertrouwd is. Voor leerlingen is het belangrijk dat je het simpel houdt: vermijd de behoefte om alle mogelijke vormen en uitzonderingen te willen behandelen. Vaak is een eenvoudige vuistregel voldoende voor leerlingen op een B1-niveau.

De communicatieve relevantie is hierbij een belangrijk criterium: leerlingen leren efficiënter als ze de functionaliteit van een regel inzien. De regel is best kernachtig, in de vorm van formules. De meeste leerlingen vinden baat bij de visualisering van een regel of bij een voorbeeld. Ze kunnen die dan beter onthouden. Theorie blijft beperkt.

Vermits regels een hulpmiddel zijn en geen doel op zich, worden ze niet als dusdanig opgevraagd bij toetsen of examens.

3.2.13 Waarom is een contrastieve benadering van de grammatica soms aangewezen?
Stapsgewijs ontdekken hoe de grammatica van een vreemde taal functioneert, maakt het mogelijk om duidelijk de gelijkenissen, maar vooral de verschillen met de grammatica van het Nederlands te markeren.

Als een leerling een vreemde taal begint te leren, beschikt hij over de grammatica die zijn eigen taalgebruik bepaalt. Bij het leren van een vreemde taal is hij doorgaans geneigd de vertrouwde wetmatigheden van de moedertaal over te dragen op de doeltaal. Waar de structuren van moedertaal en doeltaal overeenkomen, bestaat er normaliter geen leerprobleem. Met het oog op volledigheid, maakt beschrijvende grammatica soms complexe schema’s van gebruiksvoorwaarden die nauwelijks van de moedertaal verschillen. Het volstaat hier nochtans de kleine verschillen tussen het Nederlands en de vreemde taal te onderstrepen zonder een beroep te doen op die schema’s, bv. voor de vorming van de passé composé.



Waar een wetmatigheid in de doeltaal van die in de moedertaal verschilt, ontstaat wel een bijzondere situatie. De leerling moet dergelijke verschillen niet enkel kennen of inzien, maar – wat soms veel moeilijker is – hij moet diepgewortelde moedertaalgewoonten kunnen onderdrukken, wanneer hij de vreemde taal gebruikt. Hier biedt een contrastieve benadering ondersteuning.
3.3De onderzoekscompetentie (SETOC)


De leerlingen kunnen

16

OC

zich oriënteren op een onderzoeksprobleem door gericht informatie te verzamelen, te ordenen en te bewerken;

17

OC

een onderzoeksopdracht voorbereiden, uitvoeren en evalueren over een literair en/of linguïstisch vraagstuk;

18

OC

de onderzoeksresultaten en conclusies rapporteren en ze confronteren met andere standpunten.


Algemeen
Voorkennis van de leerlingen i.v.m. de onderzoekscompetentie
Een aantal deelvaardigheden van de onderzoekscompetentie komen reeds aan bod in bepaalde polen van de 2de graad.
In volgend schema lees je voor elke studierichting de betrokken pool/polen en vak/vakken. Bij de vakken in vetjes komt de SETOC in de 2de en 3de graad aan bod, bij de andere vermelde vakken enkel in de 3de graad.



Studierichtingen met 1 pool
Vakken waarin de SETOC moet gerealiseerd worden

humane wetenschappen


Cultuurwetenschappen en/of Gedragswetenschappen

sportwetenschappen

Lichamelijke opvoeding

Aardrijkskunde

Biologie, chemie, fysica



Studierichtingen met 2 polen


Vakken waarin de SETOC moet gerealiseerd worden

economie-moderne talen


Economie

Engels en/of Frans

economie-wiskunde

Economie

Wiskunde

grieks-latijn

Grieks

Latijn

grieks-moderne talen

Grieks

Engels en/of Frans

grieks-wetenschappen

Grieks

Biologie, Chemie, Fysica

grieks-wiskunde

Grieks

Wiskunde

latijn-moderne talen

Latijn

Engels en/of Frans

latijn-wetenschappen

Latijn

Aardrijkskunde

Biologie, chemie, fysica

latijn-wiskunde

Latijn

Wiskunde

moderne talen-wetenschappen

Engels en/of Frans

Aardrijkskunde

Biologie, chemie, fysica

moderne talen-wiskunde

Engels en/of Frans

Wiskunde

wetenschappen-wiskunde

Aardrijkskunde

Biologie, chemie, fysica




Wiskunde

Opmerking voor de pool wetenschappen: “De pool wetenschappen bestaat uit verschillende vakken: biologie, chemie, fysica in tweede en 3de graad, aangevuld met aardrijkskunde in de 3de graad. De doelen moeten worden behaald voor de pool. De school/vakgroep kan voor een geïntegreerd onderzoek kiezen voor een vakoverschrijdende aanpak ofwel kan ze werken in elk of in één van de natuurwetenschappelijke vakken. Omdat de leerplannen van elk van deze vakken de specifieke eindtermen onderzoekscompetentie hebben opgenomen dient erover gewaakt dat ook de individuele leerplannen worden gerealiseerd. Aldus dient er voor deze doelen in de afzonderlijke vakken aandacht te zijn tijdens de leerjaren 3,5,5 en 6 conform de leerplannen. Dit mondt uit in een zelfstandig eindonderzoek bijvoorbeeld in de tweede helft/aan het eind van het zesde jaar:

of voor één van de natuurwetenschappelijke vakken;

of veel elk natuurwetenschappelijk vak;

of vakoverschrijdend tussen de natuurwetenschappelijke vakken.

Om de taaklast te bewaken, is het te verkiezen om af te spreken, dat we dit integraal onderzoek tot één van de poolvakken beperken.”31

Een aantal deelvaardigheden bij de onderzoekscompetentie zouden al moeten verworven zijn op het einde van de 2e graad (bijvoorbeeld: informatie verwerven, probleemoplossend denken door inductieve methodes en taakgericht werken, leren leren enz.)
Ten slotte, sluit onderzoekscompetentie ook bij de vakoverschrijdende eindtermen waar een inspanningsverplichting voor geldt. De onderzoekscompetentie is a.h.w. het sluitstuk van de verticale leerlijn ‘leren leren’ zoals bv. voor de taak ‘informatieverwerving’.


Informatieverwerving

2de graad

3de graad

De leerlingen kunnen

  • diverse informatiebronnen en –kanalen kritisch kiezen en raadplegen met het oog op te bereiken doelen;

  • informatie kritisch analyseren en samenvatten.




De leerlingen kunnen

  • zelfstandig informatie kritisch analyseren en samenvatten;

  • verwerkte informatie functioneel toepassen in verschillende situaties;

  • een onderzoek of practicum voorbereiden, uitvoeren en de resultaten verantwoorden.


Minimumeisen voor SETOC


  • Het onderwerp is poolgebonden (in casu linguïstisch of literair). Er kan binnen het kader van de leerplaninhouden gewerkt worden.

  • Het onderzoek moet voldoende diepgang bevatten, weliswaar op niveau SO.

  • Het onderzoek verloopt stapsgewijs.

  • Er moet een onderzoeksvraag aanwezig zijn: de school bepaalt zelf of de leerlingen de vraag zelf formuleren of niet.


FAQ
1 Moeten de SETOC worden gerealiseerd in het 5de EN in het 6de jaar?

NEEN


De SETOC zijn graadgebonden eindtermen. Het volstaat de SETOC te realiseren hetzij in het 5de, hetzij in het 6de jaar.
2 Moeten de SETOC zowel binnen Engels als Frans?

NEEN


Een taaloverschrijdende aanpak kan; de vakgroepen beslissen hierover. Mits afspraken binnen de vakgroep Moderne talen kan het volstaan de SETOC voor Frans of voor Engels te doen. Duits en Nederlands mogen, maar moeten niet werken aan de SETOC. Aanvullend werken aan de onderzoekscompetentie in het vak Duits kan, uitsluitend in het vak Duits mag niet. Het vak Nederlands biedt vooral ondersteuning.
3 Moet er worden gewerkt aan een linguïstisch of literair onderwerp?

JA

Een algemeen cultureel onderwerp is niet pertinent voor de SETOC Moderne talen.


4 Kan er gebruikgemaakt worden van groepswerk?

JA

De vakgroepen beslissen hierover.


5 Kan een eindwerk dienen voor de realisatie van SETOC?

“De automatische associatie van “onderzoekscompetentie” met “eindwerk” is o.i. onterecht. Onderzoekscompetentie kan evenzeer ontwikkeld worden via minder grootschalige opdrachten, die veeleer kwalitatief (beheersingsniveau en inhoudelijke verdieping) dan kwantitatief (volume) de realisatie van de onderzoekscompetentie kunnen betekenen.”32


6 Moet er aan SETOC worden gewerkt binnen de lesuren, of thuis?

BEIDE


De leerlingen dienen procesmatig begeleid en geëvalueerd te worden bij het uitvoeren van de onderzoeksopdracht. Een belangrijk aspect hierbij is de metacognitieve ontwikkeling van de leerling: weet de leerling waar hij mee bezig is, met welke finaliteit; kan hij het onderzoek zelfstandig evalueren en bijsturen …?
7 Hoeveel lesuren kunnen/moeten er worden besteed aan SETOC?

6 (- 8 uur)


8 Moet er zowel een schriftelijk rapport als een mondelinge presentatie zijn?

NEEN


De vakgroep beslist hierover.
9 Hoe moet een onderzoeksopdracht geëvalueerd worden?

Procesmatig (zie verder over ‘De aanpak’) + product.


10 Mogen SET 16, 17 en 18 ook afzonderlijk gerealiseerd worden?

“Onderzoekscompetentie is een ondeelbaar geheel van kennis, vaardigheden en attitudes die je toepast in een bepaalde context. Het concept competentie draagt als het ware integratie in zich. Die integratie situeert zich bij het opbouwen van onderzoekscompetentie minimaal binnen het vak, waarbij je de kennis, vaardigheden en attitudes eigen aan het vakdomein inzet om onderzoeksopdrachten te (leren) vervullen. Behalve in de leerfase kunnen de drie SETOC op zich niet van elkaar losgekoppeld worden.“33


11 Wat wordt bedoeld met “De leerlingen kunnen de onderzoeksresultaten (…) confronteren met an-

dere standpunten (SET 18)?

Op het einde van het onderzoeksproces is het belangrijk dat leerlingen reflecteren op hun onderzoeksresultaat. Het proces wordt geëvalueerd d.m.v. evaluatieroosters (zie verder). Het is echter ook belangrijk dat ze reflecteren over de conclusie van hun onderzoek door deze te confronteren met een “ander standpunt”. Dit veronderstelt de inbreng van een ander perspectief. Mogelijke pistes om dat te realiseren, zijn:



  • bronnen die a priori niet geselecteerd werden in de 2de fase van het onderzoek terug lezen en de standpunten vergelijken;

  • leerlingen confronteren met een artikel over het onderwerp van hun onderzoek;

  • confrontatie met conclusies van peergroepen (indien het onderzoeksdomein identiek is);




hoe te werk gaan bij het plannen en uitwerken ervan ?
Met je collega’s: een leerlijn opstellen
Het is essentieel om bij het plannen van de SETOC en de SET te overleggen met de vakcollega’s MVT en Nederlands: werden of worden analoge opdrachten al aangeboden in andere vakken (men moet vermijden de leerlingen te confronteren met een herhaling van hetzelfde thema)? Onder welke vorm? Hoe worden ze geëvalueerd? Welke graad van autonomie hebben de leerlingen reeds ondervonden? Dit schema kan helpen bij het opstellen van de leerlijn.


Deelaspect onderzoekscompetentie

2e graad

5e jaar

6e jaar

Informatie verzamelen












Informatie kritisch evalueren












Informatie verwerken (citeren, parafraseren, …)












Bibliografie opstellen












….










De uitvoering van de opdracht plannen












Reflecteren












De leerlingen zouden ook het geleerde kunnen verzamelen in een portfolio die reeds in de 2de graad gestart wordt.


Meer over de noodzaak van en aanzet tot het schetsen van een leerlijn lees je in “Onderzoekscompetentie in leerplannen van de 3de graad aso.34
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   ...   28


Dovnload 1.98 Mb.