Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie

Dovnload 1.98 Mb.

Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie



Pagina20/28
Datum04.04.2017
Grootte1.98 Mb.

Dovnload 1.98 Mb.
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   ...   28

Met je leerlingen: een begeleid proces
De SETOC opdrachten worden voornamelijk in de klas onder begeleiding van de leraar voorbereid en uitgevoerd. Zo kan de leerkracht het werk en het leerproces bijsturen en procesmatig evalueren. Via deze werkvorm van begeleid zelfstandig leren kan de leerling o.a. zijn werk efficiënter leren organiseren en ook leren reflecteren op zijn eigen leerproces.

Een begeleidend document voor de leerlingen met een duidelijke omschrijving van de opdracht, de doelstelling en de mogelijke werkwijze zal bij dergelijke opdrachten onontbeerlijk zijn.


De stappen van het onderzoek35
Onderzoeksopdrachten nemen een aantal lesuren in beslag en verlopen in verschillende fasen, zoals bijvoorbeeld in het OVUR-schema.


fase

onderzoeksstap

Oriënteren


STAP 1: Oriëntatie op het onderzoeksprobleem

  • Je kiest/ krijgt een concreet onderzoeksprobleem.

  • Je gaat na wat de doelstelling van het onderzoek is.

  • Je bakent het onderwerp van je onderzoek af.

  • Je gaat na of het onderzoeksprobleem te onderzoeken is.

  • Je inventariseert de gekende informatie.

STAP 2: Formuleren van onderzoeksvragen

  • Je formuleert hoofd- en deelvragen.

  • Je gaat na of de vragen eenduidig geformuleerd en concreet zijn.

  • Je legt de onderzoekseenheid vast.

  • Je kiest de dataverzamelingsmethode(s) die je voor je onderzoek zult gebruiken: interview, observatie, literatuuronderzoek, enquête, experiment …

Voorbereiden

STAP 3: Maken van een onderzoeksplan

  • Je bepaalt de structuur van je onderzoek: Wat zal je eerst doen, wanneer, welke hulpmiddelen heb je nodig, hoe pak je het onderwerp aan ....

  • Bij groepswerk, maak je een taakverdeling.

  • Indien gevraagd start je met een logboek.

Uitvoeren

STAP 4: Verwerven van informatie

  • Je verzamelt en ordent informatie : literatuuronderzoek, observatie, enquête, interview …

Verwerken

STAP 5: Verwerken van informatie

  • Je beoordeelt en verwerkt de verkregen data.

  • Je maakt een overzichtelijke voorstelling van deze data.

STAP 6: Beantwoorden van de onderzoeksvragen en formuleren

van conclusies

  • Je beantwoordt je hoofd- en deelvragen.

  • Je toetst je gevonden gegevens aan literatuur of een ander onderzoek.

  • Je trekt conclusies.

  • Je formuleert je eigen mening.

Rapporteren

STAP 7: Overdragen van informatie

  • Je schrijft zelf een tekst op basis van de gevonden informatie waarin je de bevindingen van het onderzoek neerschrijft of je brengt de onderzoeksresultaten in een mondelinge presentatie, een posterpresentatie met mondelinge toelichting, een tentoonstelling …

Reflecteren en bijsturen

STAP 8: Evaluatie van het onderzoeksproces

  • Je beoordeelt je eigen onderzoek en werkmethode (zelfevaluatie).

  • Je beoordeelt de samenwerking in groep (peerevaluatie).

  • Je reflecteert over de uitvoering van het onderzoeksplan.

Toelichting bij de stappen


STAP 1 Het is waarschijnlijk zinvol de onderzoeksvragen zo verscheiden mogelijk te maken: be- schrijvend, verklarend, evaluerend, adviserend, toepassingsgericht …


STAP 2 Volgende stappen kunnen helpen bij het formuleren van de onderzoeksvraag:
Faire formuler la question de recherche: un défi de taille!36
1 Tu sais maintenant dans quel domaine tu aimerais travailler.


  • Quelle question pourrais-tu te poser dans ce domaine ?

  • Cette question se situe-t-elle sur le plan linguistique ou sur le plan littéraire ?

  • Pose aussi des questions secondaires.

  • De quel corpus auras-tu donc besoin ? Comment vas-tu donc délimiter ta recherche ?

  • Dans quel sens ta recherche pourrait-elle être intéressante ?

2 Quel genre de recherche vas-tu faire ?

Lis bien les caractéristiques des différentes catégories et découvre le genre de recherche que tu vas faire.
(1) Décrire (niet voldoende voor de SETOC !)



beschrijven

Wat zijn de kenmerken? Welke eigenschappen heeft het? Hoe is het? Waaruit bestaat het? Wie of wat is erbij betrokken? Hoe ziet het eruit? Wat zijn de belangrijkste stappen? …

Par exemple: - Quels sont les différents types de mangas?



- Quels sont les mangas les plus lus en France ?
(2) Comparer


vergelijken

Wat zijn de verschillen? Wat zijn de gelijkenissen? Waar zijn ze anders? …


Par exemple: - Quelles sont les différences graphiques entre la BD traditionnelle et le manga ?

- Quelles sont les différences au niveau des personnages, des thèmes etc.

- Les mangas publiés en France et au Japon, sont-ils les mêmes ?



(3) Définir



definiëren

In welke klasse kan het ondergebracht worden? Wat is de plaats in het grotere geheel? Wat is de aard? Hoe kan het getypeerd worden? Waar is het een voorbeeld van? …


Par exemple: - Qui sont les lecteurs des différents genres de mangas ?
(4) Expliquer


verklaren

Waarom is dat zo? Hoe komt dat? Wat zijn de oorzaken? Waar is dit een gevolg van? Welke redenen zijn er? Wat zijn de achtergronden? Hoe kon dit gebeuren? …


Par exemple: - Comment peut-on expliquer le succès des mangas en France ?

- Comment le manga est-il devenu un phénomène de société en France ?
(5) Evaluer


evalueren

(beoordelen)



Wat is de waarde? Hoe goed werkt het? Wat zijn de positieve punten? Wat zijn de negatieve punten? Hoe geschikt is het? Hoe wenselijk is het? Wat zijn de voordelen? Wat zijn de nadelen? …


Par exemple: - Est-ce une bonne idée d’utiliser le manga dans les cours de français ?

- « Le manga littéraire français », un moyen intéressant pour découvrir la lit- térature française ?

- Le manga, comment est-il perçu en Belgique ?
(6) Conseiller, recommander, proposer un sujet


ontwerpen

(adviseren)



Wat kan eraan gedaan worden? Hoe kan het verbeterd worden? Hoe moet het? Wat zijn de geschikte maatregelen? Wat moet er gebeuren? Wat moet er niet gebeuren? …


Par exemple: - Comment pourrait-on stimuler la vente de mangas dans notre pays ?

- Comment pourrait-on utiliser le manga dans les cours de français ?
STAP 3 Zodra de onderzoeksvragen door de leraar zijn goedgekeurd, kunnen de leerlingen aan de

slag. Zij stellen dan een stappenplan op, zijn gaan na



  • over welke informatie zij al beschikken,

  • wat er al beschikbaar is aan informatie bij de leraren,

  • welk oriënterend opzoekwerk zij moeten verrichten ..


STAP 4 Informatie verwerven en verwerken, beantwoorden van vragen en formuleren van conclusies binnen de voorziene tijd. De leerlingen nemen zo weinig mogelijk tekst letterlijk over. Van elke geraadpleegde bron kunnen ze een informatiefiche opstellen. In hun notities zouden ze de geselecteerde informatie snel moeten terugvinden. De formulering dient daarom kernachtig te zijn, de bronverwijzing accuraat en de ordening van de fiches methodisch. Op basis van deze notities stellen ze de uiteindelijke tekst op.
STAP 8 Zie volgend punt
De evaluatie van het onderzoeksproces
De evaluatie maakt integraal deel uit van het onderzoeksproces. Ze dient zowel door de leerling (Stap 8) als door de leerkracht uitgevoerd te worden. Essentieel is hier dat het over een procesmatige evaluatie gaat, dat de verschillende fasen van het onderzoek geëvalueerd worden:


  • “Gericht informatie verzamelen, ordenen en bewerken;

  • de opdracht voorbereiden, uitvoeren en evalueren;

  • de resultaten en conclusies rapporteren en confronteren met andere standpunten.

Je hebt dus bijvoorbeeld aandacht voor:



  • het opstellen van het werkplan;

  • het proces dat leidt tot de formulering van de onderzoeksvraag en/of de deelvragen;

  • het verzamelen van de informatie;

  • de werkwijze bij het verwerken en interpreteren van de informatie;

  • het uitvoeren van een experiment … (onderwerpen, opstelling, verwerking resultaten);

  • het formuleren van een gemotiveerd antwoord en/of besluit;

  • het proces van het rapporteren en presenteren, de neerslag daarbij;

  • het proces van zelfevaluatie en reflectie.”37

Je gebruikt hiervoor best degelijke evaluatieschema’s die zowel de leerling als de leerkracht houvast geven bij de beoordeling.


ONDERZOEKSCOMPETENTIE: leidraad voor de leerling Duid aan wat voor jou geldt!




1

voor verbetering vatbaar

2

goed op weg

3

goed


Oriënteren

Duidelijkheid van de onderzoeksvraag

  • Mijn onderzoeksvraag geeft beperkt aan waar het onderzoek zich op richt.

  • Er zijn geen deelvragen.

  • Mijn onderzoeksvraag geeft globaal aan waar mijn onderzoek zich op richt.

  • Er zijn geen goede of te weinig deelvragen.

  • Mijn onderzoeksvraag is helder omschreven, geeft concreet aan waar mijn onderzoek zich op richt.

  • Mijn deelvragen sluiten aan bij mijn onderzoeksvraag.

Afbakening van de onderzoeksvraag

Mijn onderzoeksvraag is niet afgebakend.

Mijn onderzoeksvraag is weinig afgebakend (bv. enkel in de tijd, enkel in de ruimte, . . .)

Mijn onderzoeksvraag is zeer duidelijk afgebakend (bv. in de tijd én in de ruimte)

Haalbaarheid en niveau van het onderzoek

  • Ik kan mijn onderzoeksvraag niet of nauwelijks beantwoorden binnen de beschikbare tijd en met de beschikbare middelen.

  • Mijn onderzoek is vrij oppervlakkig.

  • Ik moet mijn onderzoeksvraag aanpassen zodat ze in de beschikbare tijd te beantwoorden is.

  • Mijn onderzoek moet grondiger zijn.

Ik kan mijn onderzoeksvraag beantwoorden binnen de beschikbare tijd.

Hypothese *

  • Ik heb geen hypothese opgesteld.

  • Mijn hypothese past niet goed bij de onderzoeksvraag.

Mijn hypothese past bij de onderzoeksvraag maar ze is niet voldoende onderbouwd.

Mijn hypothese sluit aan bij mijn onderzoeksvraag en ze is logisch onderbouwd.

Voorbereiden

Plan van aanpak

(onderzoeksplan)

Mijn onderzoeksplan:

- is niet uitvoerbaar

- is onduidelijk.


Mijn onderzoeksplan heeft een logische volgorde maar de timing is niet realistisch.

Mijn onderzoeksplan heeft een logische volgorde en de timing is realistisch.


Uitvoeren, verwerken, rapporteren

Informatie verzamelen

Ik heb onvoldoende bronnen gevonden.

Ik heb mijn informatie toevallig gevonden.



Ik heb geschikte informatiebronnen gevonden maar onvoldoende geraadpleegd.

Ik moet gerichter zoeken.



Ik heb meerdere en diverse, relevante informatiebronnen geraadpleegd.
Ik heb een goede zoekstrategie gebruikt en ze verschaft correcte en volledige informatie.

Informatie beoordelen, selecteren en ordenen

Ik heb kritiekloos de gevonden bronnen en informatie gebruikt.

Ik heb slechts een deel van de bronnen en informatie gebruikt.

Ik heb de meest relevante bronnen en informatie gebruikt.

Nauwkeurigheid bij het uitvoeren van het experiment*

Ik heb de waarden te slordig afgelezen en mijn proefopstelling is niet juist.

Mijn waarnemingen zijn niet volledig betrouwbaar.

Mijn waarnemingen zijn betrouwbaar, mijn opstelling is juist en ik heb de waarden nauwkeurig afgelezen.

Verwerking van de gegevens

Ik heb de verzamelde gegevens onvoldoende verwerkt, en ze leiden niet tot een antwoord op mijn onderzoeksvraag.

Ik heb de verzamelde gegevens verwerkt, maar ze leiden niet tot een duidelijk antwoord op de onderzoeksvraag.

Ik heb de gegevens overzichtelijk verwerkt, en ze leiden tot een duidelijk antwoord op de onderzoeksvraag.

Formuleren van besluiten en rapporteren

Mijn besluiten zijn:

Mijn besluiten zijn:

  • gebaseerd op de verwerkte resultaten

  • sluiten nog niet voldoende aan bij mijn hoofd- en deelvragen.

Mijn besluiten zijn:

  • gebaseerd op de verwerkte resultaten

  • sluiten aan bij mijn hoofd- en deelvragen

  • geven een goed antwoord op mijn onderzoeksvraag.


Reflecteren

Reflecteren en bijsturen tijdens het onderzoek

  • Ik heb dit document niet gebruikt.

  • Ik heb mijn onderzoek niet of te weinig bijgestuurd.

Ik heb mijn onderzoek gedeeltelijk bijgestuurd aan de hand van dit document.

Ik heb mijn onderzoek aan de hand van dit document bijgestuurd waar nodig.
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   ...   28


Dovnload 1.98 Mb.