Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie

Dovnload 1.98 Mb.

Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie



Pagina24/28
Datum04.04.2017
Grootte1.98 Mb.

Dovnload 1.98 Mb.
1   ...   20   21   22   23   24   25   26   27   28

Afspreken met collega’s

Hoewel elk leerplan specifieke leerplandoelstellingen bevat, is het belangrijk om binnen de school een coherente evaluatiepraktijk uit te bouwen. Dit kan door je eigen praktijk van toetsen regelmatig te confronteren met die van andere collega’s.

4.10 Veel gestelde vragen in verband met evaluatie

Op de volgende vragen vind je hieronder een antwoord:

4.10.1 Hoe kunnen we als vakgroep de kwaliteit van onze toetsen en examens beoordelen?

4.10.2 Moet ik communicatieve vaardigheden ook toetsen voor dagelijks werk?

4.10.3 Moeten alle vaardigheden elk trimester getoetst worden?

4.10.4 Hoe beoordeel ik de schrijfproducten van dyslectische leerlingen?

4.10.5 Wat mag ik vragen op een proefwerk of een examen?

4.10.6 Mag ik spelfouten verrekenen in het examen leesvaardigheid of luistervaardigheid?

4.10.7 Wat is het belangrijkste: vlotheid of nauwkeurigheid?

4.10.8 Moeten de leerlingen alle woorden uit een tekst kennen?

Moeten ze de inhoud van een tekst kennen?

4.10.9 Hoe kan ik leerlingen tot meer reflectie aansporen? En kan dat wel in een gewone les?

4.10.10 Hoe kan ik attitudes evalueren?

4.10.11 Wat is procesevaluatie?

4.10.12 Waarop moet ik letten bij gespreide evaluatie?
4.10.1 Hoe kunnen we als vakgroep de kwaliteit van onze toetsen en examens beoordelen?
De volgende kijkwijzers49 helpen je misschien verder.


KIJKWIJZER

Toetsen en examenopdrachten
Evalueren de opdrachten in welke mate de leerplandoelstellingen bereikt werden?

De leerplandoelstellingen zijn geformuleerd in termen van taken of communicatieve opdrachten. Ze zeggen wat de leerlingen productief (spreken, gesprekken voeren, schrijven) en receptief (lezen en luisteren) moeten kunnen.


Algemeen


  • Zijn de leerplandoelstellingen herkenbaar in de toets?

  • Kan de leerling zijn taalvaardigheid aantonen door deze toets?

  • Is er een puntenverdeling? Zijn er evaluatiecriteria (evaluatieroosters)?

  • Staan de meeste punten op geïntegreerde taaltaken (authentieke, communicatieve vaardigheidsopdrachten, waarin de ingestudeerde kennis geïntegreerd is)?

  • Is de toets duidelijk en is de lay-out verzorgd?


De communicatieve vaardigheden


  1. De productieve vaardigheden

1.1 Aan welke leerplandoelstellingen beantwoorden de opdrachten voor …?



Productieve vaardigheden

Leerplandoelstelling(en)

spreken



gesprekken voeren



schrijven






    1. Is het een goede communicatieve opdracht (realistische opdracht, authentieke situatie, ruimte voor een open antwoord, gericht op het overbrengen van een boodschap, geen reproductie)?



    1. Zijn ze voldoende open? Is er ruimte voor persoonlijke inbreng van de leerlingen? Geef voorbeelden.

1.4 Sluiten de communicatieve opdrachten aan bij de behandelde kennis? M.a.w.
wordt kennis op een geïntegreerde manier geëvalueerd? Welke kennis hebben
de leerlingen nodig om de communicatieve opdrachten uit te voeren? Geef voorbeelden.

1.5 Welke middelen mogen de leerlingen gebruiken bij schrijven? Wat zeggen de


leerplannen hierover?
1.6 Welke beoordelingscriteria worden gebruikt?
2. De receptieve opdrachten (luisteren, lezen)
2.1 Aan welke leerplandoelstellingen beantwoorden de opdrachten voor …?
Geef:

- de tekstsoort (informatief, narratief, prescriptief, argumentatief,


artistiek-literair) aan;

- de luister- of leestaak (onderwerp bepalen, hoofdgedachte achterhalen,


relevante informatie selecteren, gedachtegang volgen, tekststructuur- en
samenhang herkennen …).


Receptieve vaardigheden

Leerplandoelstelling(en)

lezen



luisteren






    1. Bevatten de luister- en leesopdrachten verschillende teksten, tekstsoorten, teksten van verschillende moeilijkheidsgraad? Welke teksten?



    1. Moeten de leerlingen bij lezen en luisteren opdrachten van verschillende moeilijkheidsgraad uitvoeren (globaal tekstbegrip, detailbegrip, structureren en/of beoordelen van informatie)?

2.4 Is de opdracht zo authentiek mogelijk (realistische opdracht, authentieke situatie)?


2.5 Is de vraagstelling gevarieerd?

2.6 Zijn er opdrachten waarbij receptieve en productieve opdrachten op elkaar aansluiten


(reageren op een artikel, antwoorden op een brief …)?



  1. Afzonderlijk kennisgedeelte




    1. Worden bepaalde kenniselementen in afzonderlijke oefeningen geëvalueerd? Welke kenniselementen?

3.2 Zijn deze kenniselementen vooral in communicatieve opdrachten opgenomen


(in een context of situatie, open antwoord, gericht op het geven van een
boodschap of het overbrengen van informatie aan iemand en in een bepaalde
vorm of tekstsoort)?


  1. De resultaten van de leerlingen

4.1 Op welke onderdelen scoren de leerlingen goed/minder goed/slecht?


Waaraan is dit te wijten? Hoe kun je hieraan verhelpen?


    1. Kun je voor individuele leerlingen die moeite hebben met de taal op basis van dit
      examen aandachtspunten formuleren om hen te helpen?
      Wat kan de leerling doen om volgende keer een beter cijfer te halen?

Toetsvragen screenen

Klasseer de vragen van je toets of examen in de volgende roosters :



Taalkundige component: soorten vragen

Reproductie

Gesloten



Transfer

(halfopen)



Creatief-communicatieve

opdracht (open)50











Overwegen de transferopdrachten en de creatief-communicatieve opdrachten in het kennisgedeelte?

- de beste vragen : ___________________________________________

- te vervangen vraag/vragen ? _________________________________



Vaardigheden




Tekstsoort en/of taken

Lezen




Luisteren




Spreken




Gesprekken voeren




Schrijven




 Wegen de vaardigheden door in het geheel?

 Zijn de leerplandoelstellingen herkenbaar in de vaardigheidopdrachten?

 Weegt kennis door in de evaluatieroosters voor de productieve vaardigheden?

Hoe kan je de evaluatieroosters aanpassen?



Kijkwijzer om toetsvragen te beoordelen

De toetsvragen

voldoen




helemaal niet




helemaal

Validiteit




De vragen evalueren in conformiteit met

de leerplandoelstellingen.



1

2

3

4

De vragen evalueren de behandelde leerstof.

1

2

3

4

De vragen komen overeen met een goede verhouding kennis/inzicht/vaardigheden.

1

2

3

4

De vragen sluiten aan bij manier van lesgeven.

1

2

3

4

De vragen zijn evenwichtig verspreid over de behandelde onderwerpen.

1

2

3

4

De puntenverdeling komt overeen met de moeilijkheidsgraad van de vragen.

1

2

3

4




Betrouwbaarheid en transparantie




Er is een duidelijke paginering en een duidelijke nummering van vragen en van deelvragen.

1

2

3

4

Er is voldoende variatie in de vraagvormen.

1

2

3

4

De vragen zijn eenduidig gesteld en niet mis te verstaan.

1

2

3

4

Vragen met ontkenning werden vermeden.

1

2

3

4

De samengestelde vragen zijn opgesplitst in goed gestructureerde deelvragen.

1

2

3

4

De vragen over hetzelfde onderwerp zijn gegroepeerd.

1

2

3

4

Er zijn geen vragen die het antwoord verklappen van een andere vraag.

1

2

3

4

De vragen zijn taalkundig correct geformuleerd.

1

2

3

4

Er is een duidelijke puntenweging per vraag.

1

2

3

4

Er is een correctiemodel voorzien.

1

2

3

4

Er is voldoende antwoordruimte voorzien.

1

2

3

4

De nodige hulpmiddelen zijn duidelijk vermeld.

1

2

3

4

De nodige figuren, foto's, tekeningen, fotokopieën zijn duidelijk.

1

2

3

4




Haalbaarheid en efficiëntie




De toets kan met de beschikbare hulpmiddelen gerealiseerd worden.

1

2

3

4

De toets kan binnen de beschikbare tijd gerealiseerd worden.

1

2

3

4

De toets kan door de leraar binnen een redelijke tijd verbeterd worden.

1

2

3

4




Bekijk de scores. Besluit?

Weg ermee!

Aanpassen

Behouden


4.10.2 Moet ik communicatieve vaardigheden ook toetsen voor DW?
Ja.
Je geeft een vertekend beeld van de daadwerkelijke taalbeheersing van de leerling als je bij de formatieve evaluatie alleen maar eng kennisgericht en reproductief toetst. Als je daarentegen ook in de formatieve evaluatie oog hebt voor transfer en communicatieve opdrachten, peil je naar de daadwerkelijke beheersing van deze woordenschat of spraakkunst. Je geeft dan een vollediger beeld van het kennen en kunnen van de leerling.

Daarom is het goed om ook de vaardigheden tussentijds te toetsen en te rapporteren, dit alles binnen de grenzen van wat haalbaar is.


4.10.3 Moeten alle vaardigheden elk trimester getoetst worden?
De lessen Frans beogen de uiteindelijke communicatieve vaardigheid in de doeltaal van de leerling. Die taalvaardigheid wordt uitgedrukt in termen van spreken en gesprekken voeren, luisteren, lezen en schrijven. Met andere woorden: wat kan de leerling in de doeltaal, zowel receptief als productief?

Daarom moeten, over het hele schooljaar bekeken, alle vaardigheden worden getoetst. In de mate dat het haalbaar is, geldt dit ook voor elk trimester. Dit betekent evenwel niet dat alle vaardigheden bij elke evaluatiebeurt aan bod moeten komen. Over het aantal punten op elk onderdeel beslist de vakgroep en de vakleerkracht in kwestie. Normaal zal dit aantal bepaald worden door de tijd en aandacht die er effectief naar dat onderdeel ging in de loop van het trimester. Op jaarbasis dient er wel een zeker evenwicht gerespecteerd te worden tussen de verschillende vaardigheden.

Uiteraard toets je niet alleen vaardigheden, je besteedt ook ruim tijd aan het inoefenen ervan.

Toetsen volgt op een inoefenfase die zich over een bepaalde periode uitstrekt. Een leerling moet eerst gedurende enige tijd de gelegenheid gehad hebben om te oefenen op het vlak van de communicatieve vaardigheden en de taalkundige component. Pas daarna kan getoetst worden.

Zolang de oefenfase duurt, kan je inspanningen van de leerling observeren, begeleiden en bijsturen. Dit is procesbegeleiding. Productevaluatie heeft te maken met toetsing. Het resultaat ervan brengt het uiteindelijke leerresultaat in kaart, meestal onder de vorm van punten.


4.10.4 Hoe beoordeel je de schrijfproducten van dyslectische leerlingen?
Dyslectische leerlingen (met een attest) hebben recht op compenserende en dispenserende maatregelen. Die legt de school vast voor alle vakken en staan uitgeschreven in een handelingsplan.

Deze leerlingen ervaren niet alleen problemen met spelling, ook hun leestempo of hun leesbegrip in het algemeen verloopt moeilijker. Belangrijk is dat je evaluatie valide is en dat dyslectische leerlingen niet op alle toetsvragen, in dit geval alle schrijftaken, al te veel punten verliezen omdat hun spelling niet voldoet. De evaluatiecriteria voor dyslectische leerlingen kunnen zijn: input, variatie en uitgebreidheid van woordenschat en structuren, tekstopbouw … Eventueel ook spelling, zij het in beperktere mate dan voor de andere leerlingen.

Ter aanvulling van de schoolbrede maatregelen, kan de vakgroep ook zelf vastleggen welke hulpmiddelen ze een dyslectische leerling aanbiedt in welke graad.
4.10.5 Wat mag ik vragen op een proefwerk of een examen?
Een leerling moet elementaire vormen en regels kennen die leiden tot grotere correctheid. Deze regels en driloefeningen vormen slechts een tussenstadium op weg naar de toepassing in openere contexten en in talige situaties. Bij de summatieve evaluatie (de klassieke examens) toets je voornamelijk de toepassing, creatief-communicatieve opdrachten en vaardigheden.

Voor de kleine testen, ligt het even anders. Hier toets je net de verschillende tussenstadia in het proces naar beheersing van een bepaalde structuur of vorm. Daarom kun je hier wel - zij het in beperkte mate - opdrachten geven die op reproductie gericht zijn. Toch zou het een verkeerd signaal geven als we ons daartoe beperken. We geven een vollediger beeld van het kennen en kunnen van de leerling als we ook in de formatieve evaluatie regelmatig transfer en communicatieve opdrachten verwerken.


4.10.6 Mag ik spelfouten verrekenen in het examen leesvaardigheid of luistervaardigheid?
Neen.
Het begrip validiteit is een belangrijk gegeven in de evaluatie. Een toets is valide in de mate waarin het toetsresultaat datgene weerspiegelt wat je wenst te meten. Als je bijvoorbeeld wil nagaan of een leerling een tekst begrepen heeft, maar de score van de toets hangt ook af van spelfouten in het geschreven antwoord van de leerling, dan is het resultaat van de toets niet valide. Het resultaat zal immers geen weerspiegeling zijn van de leesvaardigheid van de leerling, maar mee bepaald worden door elementen van schrijfvaardigheid. Het is dus best om taalfouten niet te laten meetellen bij de score van een lees- of luistertoets. (Je kan ze desnoods apart verrekenen).

Je hebt andere middelen om te vermijden dat de taalbeheersing in het antwoord een rol speelt in de scorebepaling. Dit is het geval bij meerkeuzevragen, rangschikkingopdrachten, opdrachten waarbij leerlingen moeten combineren. Er is ook de mogelijkheid om vragen in het Nederlands te laten beantwoorden, wat de validiteit vaak verhoogt: je kunt immers eenduidiger het effectieve tekstbegrip nagaan.


4.10.7 Wat is het belangrijkste: vlotheid of nauwkeurigheid?
Vlotheid!
Het accent op het communicatieve en functionele betekent dat je je richt op het daadwerkelijke gebruik, dat je het gebruik ook echt inoefent in beperktere en in ruimere situaties. Dit betekent niet dat al de spraakkunst overbodig geworden is of dat leerlingen naar willekeur allerlei fouten mogen maken. Spraakkunst stelt ons in staat om accurater te zijn. In de 3de graad kun je een grotere accuraatheid verwachten dan in de 2de of de 1ste graad. Het betekent wel dat je je richt naar wat werkelijk belangrijk is i.p.v. naar mogelijke uitzonderingen. Het betekent ook dat je de leerlingen stimuleert en motiveert, dat ze spreek- en schrijfdurf ontwikkelen. Dat doen ze niet door voortdurend op elke fout gewezen te worden. Gerard Westhoff beklemtoont bovendien dat een beginnend taalgebruiker zo gericht is op de inhoud dat er in zijn brein amper ruimte is voor correctheid. De vlotheid is bij een beginnende leerder dus belangrijker dan de correctheid. De mate van de verwachte accuraatheid is ook een middel om te differentiëren. Het streven naar accuraatheid is dus een belangrijke attitude voor alle leerlingen, maar in verschillende mate naargelang het niveau en de studierichting.

Bovendien kan je een onderscheid maken tussen de vormcorrectheid van:



  • specifieke kenniselementen, taalhandelingen, chunks ... die ter voorbereiding werden aangebracht en ingeoefend, daar kun je de lat vrij hoog leggen;

  • die passages waar de leerlingen creatief met taal (moeten) proberen om te gaan en waar je uiteraard toleranter bent qua accuraatheid (je kunt hier ook een vorm van "prime au risque" invoeren).

1   ...   20   21   22   23   24   25   26   27   28

  • 4.10 Veel gestelde vragen in verband met evaluatie
  • 4.10.1 Hoe kunnen we als vakgroep de kwaliteit van onze toetsen en examens beoordelen
  • KIJKWIJZER Toetsen en examenopdrachten
  • De communicatieve vaardigheden De productieve vaardigheden
  • Productieve vaardigheden Leerplandoelstelling(en)
  • 2. De receptieve opdrachten
  • Receptieve vaardigheden Leerplandoelstelling(en)
  • Afzonderlijk kennisgedeelte
  • De resultaten van de leerlingen
  • Kijkwijzer om toetsvragen te beoordelen
  • Betrouwbaarheid en transparantie
  • Haalbaarheid en efficiëntie
  • Besluit Weg ermee! Aanpassen
  • 4.10.3 Moeten alle vaardigheden elk trimester getoetst worden
  • Daarom moeten, over het hele schooljaar bekeken, alle vaardigheden worden getoetst
  • 4.10.4 Hoe beoordeel je de schrijfproducten van dyslectische leerlingen
  • 4.10.5 Wat mag ik vragen op een proefwerk of een examen
  • 4.10.6 Mag ik spelfouten verrekenen in het examen leesvaardigheid of luistervaardigheid Neen. Het begrip validiteit
  • Het is dus best om taalfouten niet te laten meetellen bij de score van een lees- of luistertoets
  • 4.10.7 Wat is het belangrijkste: vlotheid of nauwkeurigheid

  • Dovnload 1.98 Mb.