Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie

Dovnload 1.98 Mb.

Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie



Pagina28/28
Datum04.04.2017
Grootte1.98 Mb.

Dovnload 1.98 Mb.
1   ...   20   21   22   23   24   25   26   27   28
Enseignement d'une Matière par l'Intégration d'une Langue Etrangère of Enseignement d’une matière intégré à une langue étrangère.

Zie ook STROBBE L, SERCU L., STROBBE J., (2014) Je vak in een vreemde taal?, Wegwijzers voor de CLIL Onderwijspraktijk, Acco, Leuven.



Collocatie

Collocaties zijn woorden die samen een min of meer vaste uitdrukking vormen bv. porter un vêtement.



Communicatiemodel

Een communicatiemodel is handig om communicatieve situaties in kaart te brengen. De modellen hebben een aantal factoren gemeen: zender, spreker, schrijver, ontvanger, boodschap, code, kanaal/medium, context, ruis.



Compensatiestrategie

Bij compensatiestrategieën zal de leerling met diverse middelen proberen oplossingen te zoeken wanneer hij



  • een boodschap niet heeft begrepen, door bv. te vragen om te herhalen, trager te spreken, een woord te spellen, visuele ondersteuning te gebruiken, de betekenis af te leiden uit de context, maximaal informatie te halen uit de lay-out ...

  • een lacune of moeilijkheid wil omzeilen als hij zelf communiceert: een synoniem of omschrijving gebruiken als een woord hem ontsnapt, iets op een eenvoudigere manier formuleren, lichaamstaal gebruiken …

Competentie

Competenties worden ontwikkeld binnen een spanningsveld van kennis, vaardigheden en attitudes.

Interculturele competentie veronderstelt bijvoorbeeld een zekere kennis van begroetingen, aanspreekvormen, beleefdheidsconventies. De leerling moet na een zekere tijd in staat zijn om die kennis in een bepaalde situatie correct te gebruiken en dat vergt vaardigheid. Bij het vaardig omgaan met de kennis ontwikkelt hij bovendien een houding van respect tegenover de vreemde cultuur (attitude).

Contractwerk

De leraar stelt in overleg met de leerling een activiteitenpakket samen voor een beperkte periode (bv. enkele lesuren). Daarbij wordt afgesproken en in een contract vastgelegd wat van de leerling wordt verwacht en wat de inbreng van de leraar zal zijn. Het gaat om activiteiten waardoor de leerling op een zelfstandige manier leerinhouden verder kan inoefenen of beter verwerven. De leerling kan immers relatief zelfstandig beslissen hoe hij zich zal organiseren.



Descriptoren (kan-beschrijvingen/ can-do statements)

Het Europees Referentiekader omschrijft het niveau van de leerling in termen van wat die allemaal kan. Dit gebeurt aan de hand van ‘kan ik ...?’ -descriptoren. Wat de leerling moet kennen, is daarbij ondergeschikt aan wat hij moet kunnen.


bv. Lire A2 : Je peux lire des textes courts très simples. Je peux trouver une information particulière prévisible dans des documents courants comme les publicités, les prospectus, les menus et les horaires et je peux comprendre des lettres personnelles courtes et simples.

Differentiatie

Didactisch principe van verscheidenheid in oefenvormen, werkvormen en opdrachten waarbij diverse groepen en/of individuen een leertraject op maat kunnen volgen.



Eindtermen

Dit zijn de minimale leerdoelen die de Vlaamse regering oplegt. Zij dienen door elke leerling in een bepaalde richting te worden bereikt. Er zijn vakgebonden eindtermen voor het vak Frans en vakoverschrijdende eindtermen (VOET). In de 3de graad aso zijn er specifieke eindtermen (SET) voor studierichtingen met de pool moderne talen.

Binnen beroepsafdelingen dienen de leerlingen geen vakoverschrijdende eindtermen te halen. Daar spreken we over vakoverschrijdende ontwikkelingsdoelen (VOOD).

Elektronische leeromgeving of plate-forme électronique

Een ELO (elektronische leeromgeving) is een beschermde digitale omgeving waarin leerling en leraar leermateriaal kunnen doorgeven aan elkaar en kunnen communiceren. De ELO biedt de mogelijkheid om online te toetsen, waarbij de resultaten naar de leraar worden doorgestuurd.



ERK

Het Europees Referentiekader of Cadre Européen Commun de Référence (CECR) is een document dat poogt de competentieniveaus van de leerling te bepalen in termen van wat deze leerling allemaal in de vreemde taal kan. De schalen gaan van A1 (beginner) tot C2 (native speaker).



Europees taalportfolio

Een document van de Raad van Europa dat een leerling toelaat om zijn eigen taalniveaus vast te leggen via zelfbevraging. Op die manier kan de leerling een taalpaspoort ontwikkelen waarin zijn niveau voor elke taal en voor elke vaardigheid geregistreerd wordt. Met de descriptoren van het ERK kan de taalleerling zijn niveau zo beschrijven dat het ook in internationale context correct kan worden geduid.

Met een softwareprogramma kan de leerling zichzelf online toetsen. Dat kan bv. aan de hand van Dialang (http://www.lancs.ac.uk/researchenterprise/dialang/about.htm)

Formatieve evaluatie

Evaluatiecultuur waarbij de leraar feedback geeft en/of punten toekent in de loop van een bepaalde periode op basis van lesobservaties, kleine toetsen, ingediend werk en niet zozeer op een eindexamen. Het voordeel van formatieve evaluatie is dat een leerling snel rekening kan houden met de feedback die hij krijgt en dat het de leraar toelaat zijn onderwijsproces en/of het leerproces van de leerling bij te sturen.



Gespreide evaluatie

Evaluatievorm waarbij de klassieke examens of evaluatie van de vaardigheden worden opgesplitst en gespreid over een langere periode en dus in de loop van het schooljaar worden afgenomen.



Globale of holistische beoordeling

Beoordelen van het taalgedrag van een leerling op basis van een algemene indruk. Staat tegenover analytische beoordeling.



Individueel leerpad

Dit is een reeks van korte (of langere) teksten/documenten in of over de doeltaal en de cultuur van haar gebruikers, korte stukjes theorie, oefeningen, opdrachten en toetsen die in een bepaalde volgorde aangeboden worden, bv. op een elektronisch platform. Een leerling die een individueel probleem heeft met bv. een grammaticale regel kan een eigen traject volgen waarbij hij de regel herhaalt, oefeningen maakt en zichzelf kan testen.



Inductieve methode

Leermethode waarbij de leerling de regels zelfstandig en/of begeleid afleidt uit voorbeelden, uit een corpus of uit een tekst.



Instructietaal

Instructietaal is de taal die leraar en leerlingen in de klas gebruiken tijdens de les Frans om vragen te stellen of instructies te geven (bv. soyez attentifs, répète un peu la réponse).



Interactionele gesprekken

In tegenstelling tot transactionele gesprekken, zijn interactionele gesprekken niet eerst bedoeld om praktische informatie te delen. Ze hebben a priori geen finaliteit en volgen daarom geen voorspelbaar plan. Het zijn gesprekken waarin je kennismaakt, je naar nieuws vraagt, je een eigen ervaring vertelt … (zie ook transactionele gesprekken).



Interculturele component

De kennis van, het vaardig omgaan met interculturele inhouden en de ontwikkeling van een correcte houding tegenover de vreemde cultuur is vandaag belangrijker dan ooit. Interculturele kennis en training in omgangsvormen en ander sociaal gedrag, in interculturele context, moeten o.m. kortsluitingen in communicatie voorkomen of beperken.



Leerautonomie

Principe waarbij de leerling zelfstandig leert functioneren, taken uitvoert en uiteindelijk zijn leerproces in handen neemt. Leerautonomie wordt opgebouwd in modules van Begeleid Zelfstandig Werken en Begeleid Zelfstandig Leren.



Leerder

Het document over het Europees Referentiekader spreekt over leerder en niet over student of leerling. Dat komt omdat de auteurs ervan uitgaan dat een taal niet alleen in de klas wordt geleerd. Binnen tal van informele contexten kan de leerling de vreemde taal leren gebruiken. De onderwijswereld onderschat de invloed van die informele fora vaak. Wie bv. op televisie naar niet-gedubde programma’s kijkt, krijgt onbewust al heel wat uren immersie.



Morfologische en syntactische elementen

Morfologie betreft de samenstelling en opbouw van woorden (met hun voorvoegsels en uitgangen). De opbouw van woorden tot zinnen is het domein van syntaxis en cohesie slaat op de opbouw van grotere tekstgehelen.



OVUR (Oriënteren – Voorbereiden – Uitvoeren – Reflecteren)

Een leermethode waarbij stappen worden gezet om zelfstandig en planmatig te leren werken en studeren. Bovendien een onderwijsmethode die de leraar helpt om zijn/haar lessen te structureren.



Peer evaluation

Peer evaluation is een manier van evalueren waarin leerlingen (peers) feedback geven op het taalgedrag van hun medeleerlingen.



Permanente evaluatie

Vorm van formatieve evaluatie waarbij de leraar evalueert op basis van een aantal elementen, zoals (vooral) lesobservaties, kleine toetsen, ingediend werk en niet op basis van een eindexamen. Permanente evaluatie kan gecombineerd worden met gespreide en evt. ook met summatieve evaluatie.



Portfolio-leren

Een manier van zelfstandig leren waarbij de leerling werkt aan eigen werkpunten of taalbehoeftes binnen een individueel leertraject. Het resultaat van die werking wordt verzameld in een verzamelmap: het/de portfolio, waarin de leerling zelf vooruitgang en resultaat van dat leren exemplarisch documenteert en erover reflecteert.


Een portfolio kan besproken/geëvalueerd worden tijdens een assessment.

Procesevaluatie

Evaluatie van het leerproces, niet van het eindproduct. Er wordt vooral gefocust op de mogelijke vooruitgang. Als je een cijfer toekent, hoeft dat niet het gemiddelde te zijn van alle tussenscores, maar kunnen bv. de laatste twee cijfers volstaan, of krijgen de laatste cijfers meer gewicht.



Productieve vaardigheden

Spreken, gesprekken voeren/mondelinge interactie en schrijven.



Receptieve vaardigheden

Luisteren en lezen.



Scannen

Het (snel) doorlopen van een tekst op zoek naar een woord, een woordcombinatie of specifieke informatie.



Skimmen

Het (snel) doorlopen van een tekst om vrij algemeen te weten waarover die gaat. Skimmen is een strategie die wordt toegepast bij globaal luisteren en lezen.



Strategie

Strategieën zijn tactieken en methodes die de leerling toelaten om snel en efficiënt te leren en te communiceren. Bij een leesstrategie zal de lezer bijvoorbeeld rekening houden met doelgroep, afbeeldingen, tekstsoort, register, titels en ondertitels om op een goede manier te kunnen lezen. Onze leerlingen leren op welke manier ze efficiënt kunnen communiceren met communicatiestrategieën, hoe ze zaken snel kunnen opzoeken met zoekstrategieën en op welke manier ze het meest doelmatig kunnen leren met leerstrategieën.



Studiewijzer

Instructieplan waarmee de leerling weet hoe hij bepaalde onderdelen studeert. De wijzer bevat een reeks leertips waarmee de leerling efficiënt zijn zaken kan leren, het geleerde kan oefenen en verwerken.



Summatieve evaluatie

Toets op het einde van een langere periode, met name op het einde van een trimester, semester of schooljaar.



Taalgebruikssituatie

Situatie waarin taal wordt gebruikt. Die kan artificieel zijn, zoals bij driloefeningen, of (semi-)authentiek, zoals bij creatieve opdrachten waarin het werkelijke leven wordt gesimuleerd.



Taalleervaardigheden

Vaardigheden die een leerling in staat stellen om op een efficiënte manier taal te leren.



Taakgericht onderwijs (of task-based learning - approche actionnelle)

Het traditioneel onderwijs gaat uit van het ppp-principe: de leraar presenteert een bepaalde structuur, oefent die vervolgens in met de leerlingen (practise) die uiteindelijk die bepaalde structuur in minder of meer open contexten produceert. Task-based learning vertrekt vanuit een levensecht eindproduct dat de leerlingen moeten/willen realiseren. Om dat te kunnen, hebben ze nood aan bepaalde bouwstenen (woordenschat en structuren, strategieën). Die moeten ze beheersen om het eindproduct te realiseren. De leraar heeft een coachende rol. Op het einde reflecteren de leerlingen op hun proces en op het resultaat. Op basis van die reflectie onthouden de leerlingen een aantal werkpunten.



Taaltaak

In een goede taaltaak …



  • worden de taalleerlingen in concrete en realistische communicatiesituaties ondergedompeld;

  • moeten ze een communicatief doel bereiken;

  • integreren ze verschillende vaardigheden, strategieën, attitudes en/of kenniscomponenten en boeken daarbij leerwinst;

  • leren ze zelfstandig(er) functioneren in de doeltaal.


Transactionele gesprekken

Transactionele gesprekken zijn bedoeld om praktische informatie over te brengen: gesprek om inlichtingen te vragen, een bestelling te plaatsen, een klacht in te dienen enz. Dit soort gesprek heeft meestal een voorspelbaar verloop. (zie ook interactionele gesprekken)



Tekstsoort

Op grond van wat de spreken of schrijver met zijn tekst beoogt te bereiken, worden grote categorieën van tekstsoorten onderscheiden: informatieve, prescriptieve, argumentatieve, narratieve, artistiek-literaire.



Teksttype

Teksttypen worden opgevat als meer specifieke categorieën dan tekstsoorten (brief, gedicht, krantenartikel, advertentie …)



Transfer

Principe waarbij de geleerde kennis wordt toegepast in nieuwe authentieke of gesimuleerde contexten. Bv. de leerling begrijpt een nieuwe luister- of leestekst die qua thema, woordenschat en grammaticale structuren aansluit bij wat eerder werd aangereikt, hij kan met behulp van vroegere dialoogstructuren een nieuwe dialoog opbouwen; met behulp van modellen en bouwstenen kan hij nieuwe teksten schrijven.


De grote uitdaging van het talenonderwijs is de overgang te maken van het oefenen in een artificiële context in de klas naar het functioneren in het echte leven.

Validiteit

Volgens het principe van validiteit (geldigheid) zorgt de leraar ervoor dat de punten specifiek worden geplaatst op wat de leraar wil toetsen, bijvoorbeeld: leesvaardigheid. Als een leraar wil toetsen of de leerling een tekst heeft begrepen, dan zal hij/zij in de toets peilen naar het begripsvermogen en naar de leesvaardigheid van die leerling. Wanneer hij/zij punten aftrekt voor spelling op de antwoorden van de leerling, dan wordt de toets minder valide. Bij het beoordelen van toetsvragen wordt validiteit in de regel gekoppeld aan betrouwbaarheid, relevantie en representativiteit.



Verwerkingsniveaus

De verwerkingsniveaus formuleren we aan de hand van werkwoorden die handelingen uitdrukken.

Op het kopiërend niveau zal de leerling teksten of woorden letterlijk weergeven zonder verwerking;

Taken op kopiërend niveau


  • Spreken: woorden en zinnen nazeggen, teksten luidop voorlezen.

  • Schrijven: woorden en/of een tekst overschrijven, standaarduitdrukkingen en vaste frasen overnemen.

Op het beschrijvend niveau kan hij de informatie inhoudelijk opnemen of weergeven zonder die te wijzigen of te herstructureren;



Taken op beschrijvend niveau

  • Luisteren en lezen: het globale onderwerp bepalen, de hoofdgedachte achterhalen, een spontane mening/appreciatie vormen, de gedachtegang volgen, relevante informatie selecteren, tekststructuur -samenhang herkennen.

  • Spreken: informatie geven en vragen, navertellen, een spontane mening/appreciatie geven, beschrijven.

  • Schrijven: invullen, de inhoud globaal weergeven, een spontane mening/appreciatie geven, een mededeling schrijven, beschrijven.



Op het structurerend niveau kan de leerling informatie achterhalen en op persoonlijke en overzichtelijke wijze ordenen;

Taken op structurerend niveau

  • Luisteren en lezen: informatie op overzichtelijke en persoonlijke wijze ordenen.

  • Spreken: samenvatten, verslag uitbrengen.

  • Schrijven: samenvatten, verslag, schrijven, brief schrijven.


Op het beoordelend niveau kan de leerling informatie beoordelen op basis van informatie uit andere elementen uit die tekst, uit andere bronnen of op basis van de eigen voorkennis.

Taken op beoordelend niveau

  • Luisteren en lezen: informatie beoordelen.

  • Spreken en schrijven: argumenten formuleren

Het is niet de bedoeling dat de leerling zich bij het uitvoeren van taalhandelingen beperkt tot het kopiërend of beschrijvend niveau.


Visietekst

De tekst ‘Een visie op het onderwijs in moderne vreemde talen’ is een tekst van het VVKSO (2007) waarin een aantal nieuwe tendensen in het taalonderricht worden toegelicht.

Zoekstrategieën

Methodes om snel en efficiënt informatie te vinden in diverse databanken



1 Council of Europe (2001), Common European Framework of Reference for Languages: Learning, Teaching, Assessment, Cambridge University Press, 276 pp.
Voor de Nederlandse vertaling: http://taalunieversum.org/onderwijs/publicaties/gemeenschappelijk_europees_referentiekader/gemeenschappelijk_europees_referentiekader.pdf 26 09 2007

2
 Uitgangspunten bij de eindtermen en ontwikkelingsdoelen MVT lager en secundair onderwijs, Entiteit Curriculum RSO/EXT/DOC/066, p.12

http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/secundair-onderwijs/eerste-graad/vakgebonden/a-stroom/moderne-vreemde-talen-frans-engels/uitgangspunten.htm



3
 CHAUVET, A., (2008) Référentiel pour le Cadre Européen Commun A1 - A2 - B1 - B2 - C1 - C2, Paris, Alliance française & CLE International

4

Naar GOULLIER, F., (2005) Les outils du Conseil de l’Europe en classe de langue – Cadre européen commun et portfolio, Paris, Didier, p.72

5
 Naar ROSEN, E., (2006) Le point sur le Cadre européen commun de référence pour les langues, Paris, CLE International, p.116.

6
 Naargelang de situatie, de interesse van de leerlingen of de beschikbare documenten kan je aspecten van het schoolleven kiezen:

- tevredenheid of algemeen welbevinden op de eigen school;

- tevredenheid over de vakken van de opleiding, de voorbereiding op het hoger onderwijs, de voorbereiding op het beroepsleven;

- tevredenheid over het vak (didactiek, aanpak van de leraar);

- nood aan een algemene hervorming van het onderwijs;

- vergelijking met het onderwijssysteem in andere landen (Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, Finland … ) en bespreking van de voor- of nadelen;

- gemengde scholen (af en toe gaan er stemmen op om opnieuw aan jongens en meisjes apart les te geven);

- CLIL: vakken geven in andere talen;



- …

7
 We kiezen hier bijvoorbeeld een enquête over voor- en nadelen van onderwijssystemen in andere landen met het oog op een grote hervorming van de didactische aanpak binnen de school.

8
 Wie wordt ondervraagd? bv. mondelinge enquête bij leerlingen uit andere klassen in eigen school …

9
 Wat is de aanleiding voor de enquête? Bv. plannen voor een grote hervorming van de didactische aanpak binnen de school …

10
 Bv. De leerlingen ondervragen andere leerlingen over voor- en nadelen van onderwijssystemen in andere landen. Ze presenteren de resultaten van hun enquête. Ze vatten de belangrijkste conclusies schriftelijk samen als aanbevelingen aan de directie.

11
http://www.ciep.fr/ressources/ouvrages-cederoms-consacres-a-levaluation-certifications

12
 Naar Puren C. (2008), Explication de textes et perspective actionnelle: la littérature entre le dire scolaire et le faire social, dans Le langage et l’homme, vol. XXXXIII n°1, pp. 157-160.

13
 Sercu, L. (1999) Intercultureel vreemdetalenonderwijs, Cahiers voor Didactiek 5, Wolters Plantyn.

14
 Un référentiel, Niveau B2 pour le français, Conseil de l’Europe, Didier, Paris

15
 Walter H. (2003), Honni soit qui mal y pense, Le Livre de poche

16
 Walter H. (1988), Le français dans tous les sens, Le Livre de poche.

17
 van geografische, historische en/of socioculturele aard

18
 Sercu, L. (1990) Intercultureel vreemdetalenonderwijs, Cahiers voor Didactiek, Wolters Plantyn.

19
 id.

20
 Hall, E.T., Hall, M.R. (1990) Understanding cultural differences. Germans, French and Americans. Yarmouth (ME): Intercultural Presse.

21
 http://www.interculturelecommunicatie.com/download/competentie.html (gelezen op 3/12/13)

22
 Vandekerckhove J. e.a. (2009), Competent, een algemene didactiek in 101 lemma’s, Van In.

23
 Bij het uitvoeren van schrijftaken passen de leerlingen, waar nodig, de volgende strategieën toe (…): rekening houden met de belangrijkste conventies en de eigenheid van schrijftaal.

24
 Het leren opzoeken en hanteren van goede modellen kan bijdragen tot het ontwikkelen van compensatiestrategieën.

25
 http://bonpatron.com/

26
 Réussir le Delf (B2), Les éditions Didier, Paris, 2010.

27
 Vandekerckhove J. e.a. (2009), Competent, een algemene didactiek in 101 lemma’s, Van In.

28
 zie ook Boiron M., Thapliyal B., Zimmert E. (2014), Guide des applications pour tablettes en cours de français, Presses Universitaire de Grenoble (PUG), collection "Guides pratiques pour animer la classe".

29
 http://nico1-toutlefrancais.wikispaces.com/file/view/didactique%20du%20lexique.pdf/238631373/didactique%20du%20lexique.pdf (gelezen op 21 november 2013).

30
 Référentiel pour le Cadre européen commun, Alliance Française, CLE International, 2008, pp. 70, 74, 80, 85, 91.

31
 Mededeling M-VVKSO_2008-043 Onderzoekscompetentie in leerplannen van de derde graad aso.

32
 Mededeling M-VVKSO_2008-043 Onderzoekscompetentie in leerplannen van de derde graad aso.

33
 id.

34
 id.

35
 LAUREYS B., (2008), Stapstenen, onderzoek stap voor stap, De Boeck, p 7

36
 Arens C. (2013), Onderzoekscompetentie in MVT, Concrete voorbeelden en suggesties (Syllabus), Vakvergadering Engels en Frans SJKS, Sint Niklaas

37
 Mededeling M-VVKSO_2008-043 Onderzoekscompetentie in leerplannen van de derde graad aso

38

DOCHY, F., SCHELFOUT, W., JANSSENS, S. (Red.), Anders evalueren. Assessment in de onderwijspraktijk, Lannoo Campus, Heverlee, 2003.

39

DELBAERE, J., “Portfolio als leerstrategie en alternatieve vorm van evaluatie”, Artikel Didactische en Pedagogische Berichten 2006 2007, 7 juli 2009 (internet, www.sip.be/dpb/engels/index.htm ).

40
 Het is een hachelijke onderneming om vraagtypes of handelingswerkwoorden exclusief of soms zelfs eenduidig te koppelen aan één van de drie verwerkingsniveaus omdat de discussie over het verwerkingsniveau dat getoetst wordt niet abstract kan gevoerd worden maar alleen in functie van een concrete tekst met vragen erbij. Hetzelfde vraagtype bij een andere tekst kan onder een ander verwerkingsniveau vallen.

41
 LAMOTE, B., DESMET P., JANSSENS R., (2014) Frans in de balans, van peilingsonderzoek naar toetspraktijk, Garant, Apeldoorn-Antwerpen

42

VVKSO, Een Visie op het Onderwijs Moderne Vreemde Talen, 2007, p.14-17.

43



44

Onder eindevaluatie verstaan we de wijze waarop de school de afronding van de evaluatie organiseert: proefwerken, summatieve proeven.

45

Een taaltaak is best uitdagend: de leerling moet al zijn kennen en kunnen inzetten om de taak uit te voeren.

46
 Zie nascholing Evalueren om het leren te stimuleren, Leen Pil, Talendag DPB, Mechelen, 13 november 2013.

47

VAN THIENEN, K., Gewikt en gewogen, Leuven-Apeldoorn, 2000, p. 57-58.

48

VAN PETEGEM, P., VANHOOF, J., Evaluatie op de testbank, Mechelen, Wolters-Plantyn, 2002, p.85.

49
 Naar ULBURGHS,J., Beoordeling van examens, uit de syllabus bij de bijscholing Evaluatie mvt, schooljaar 2006-2007.

50
 Ter herinnering, creatief-communicatieve opdracht (of “taaltaak” ): een realistische taak in een zo authentiek mogelijke context. Het is een open situatie waarin de leerling zelfstandig kan functioneren. De opdracht is gericht op het geven van een boodschap, het overbrengen van informatie (wat?), aan iemand (voor wie?) en in een bepaalde vorm (de tekstsoort: hoe?)

51
 Uit APR 3 De delibererende klassenraad op het einde van het schooljaar , M-VVKSO-2003-033 - gewijzigd : 2012-06-07 - pp.19-20.

52
 zie SAM-schaal, Schaal voor meting van Attitudes en Vaardigheden - Antwerpen, juni 2005

53
 Vandekerckhove J., Cruysweegs B., Vandergraesen F., Sollie L., Competent – Een algemene didactiek in 101 lemma’s, Van In, 2009, p.128.

54
 BZL is hier niet zo maar één of andere werkvorm die af en toe toegepast wordt, maar een onderwijsmethode, een houding, een onderwijsfilosofie. Het is niet iets dat de leerlingen per definitie in hun eentje doen, in volledige stilte en slechts één of een paar uurtjes per jaar. Het is eerder een onderwijsmethode waarbij de leerkracht bewust afstapt van zijn allesbepalende rol in het leerproces en waarbij de verantwoordelijkheid voor het leren en de organisatie ervan zoveel mogelijk bij de leerling wordt gelegd.

55
 Geïnspireerd door Cahiers voor Didactiek 19 “Begeleid zelfstandig leren in het talenonderwijs” L. Sercu,…; “Begeleid zelfstandig leren via activerende werk-en toetsvormen”K.Struyven,.. “Begeleid zelfstandig leren:een kwestie van verantwoordelijkheid” Eddy Vennekens -Begeleid Zelfstandig leren ,Afl.19,mei 2008,33.


56
 Bogaert N., Van den Branden K., 2011, Handboek taalbeleid secundair onderwijs, Acco, p.13.

57
 http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/publicaties/voet/voet2010.pdf


1   ...   20   21   22   23   24   25   26   27   28


Dovnload 1.98 Mb.