Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie

Dovnload 1.98 Mb.

Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie



Pagina4/28
Datum04.04.2017
Grootte1.98 Mb.

Dovnload 1.98 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   28

In de 3de graad antwoorden de leerlingen bij voorkeur in het Frans, maar wanneer dat nodig is, kan het antwoord ook in het Nederlands.

Bij luister- en leesopdrachten moeten leerlingen in de eerste plaats kunnen aantonen dat



  • ze hun taalkennis en strategieën kunnen inzetten om nieuw, onbekend tekstmateriaal te ontsluiten;

  • ze de boodschap van teksten in de vreemde taal begrepen hebben, dat ze relevante informatie kunnen terugvinden in de tekst …

Het vaardiger worden in luisteren en lezen is prioritair. Talige hindernissen in de vraagstelling kunnen worden vermeden door de vragen kort toe te lichten.
Wat zuiver tekstbegrip betreft, dient ook een verschil te worden gemaakt tussen een luisteroefening (de 'training') en een luistertoets (de 'match'). De eerste is echt bedoeld om de leerlingen luistervaardiger te laten worden; het kan om korte oefeningen gaan waarbij snel wordt nagegaan of de leerlingen welbepaalde aspecten hebben begrepen, en dat kan in het Nederlands. Bij de luistertoets wordt ook nagegaan in welke mate de leerlingen de tekst begrijpen, hun antwoorden geven meer informatie en zijn omslachtiger; in de 3de graad aso is dat bij voorkeur in het Frans.
Als de antwoorden in het Nederlands zijn, kun je nagaan of de leerling de tekst ook echt begrepen heeft. Vragen in het Frans waarvan de formulering vrij letterlijk de tekst herneemt, worden vermeden: de leerlingen vinden gemakkelijk het antwoord terug in de tekst maar je bent er niet zeker van dat dit gepaard gaat met correct tekstbegrip. De opdracht is dan niet valide (zie ook 4.9 Evaluatie – validiteit). Soms gebeurt het ook dat leerlingen zich aan een of twee herkende woorden vastklampen om hun antwoord te formuleren, en blijkt dan dat ze de vraag totaal verkeerd hebben begrepen.
Veel hangt af van de omstandigheden: als de luister- of leestekst nauw aansluit bij taalmateriaal dat al aan bod kwam en dat de leerling zou moeten beheersen, dan zijn zowel de vraag als het antwoord in het Frans, schriftelijk of mondeling. Bij de evaluatie kun je dan apart punten geven voor schrijf- of spreekvaardigheid. Is de voorkennis op vlak van woordenschat, grammatica, structuren … eerder beperkt, dan kunnen opgave en antwoorden in het Nederlands. Let wel: je spreekt dan vooraf duidelijk af wat je verwacht, ofwel antwoorden in het Frans ofwel antwoorden in het Nederlands. Een mengvorm geeft geen betrouwbare informatie over het tekstbegrip van de leerling: soms herkent hij een zin en liever dan in het Nederlands te antwoorden (want hij verstaat eigenlijk niet goed waarover het gaat?), neemt hij die zo goed en zo kwaad over in zijn antwoord, maar dat betekent niet dat hij effectief de tekst heeft begrepen.

Er bestaan ook verschillende tussenoplossingen, zoals bv. meerkeuzevragen, de leerlingen één of enkele kernwoorden uit de tekst in het Frans laten noteren die ze in het Nederlands toelichten, of in het Frans omschrijven.


2.1.6 Kan, mag je leerlingen al confronteren met niet-standaard accenten in luisterfragmenten en

niet-standaardtaal in leesteksten?
De leerplandoelstellingen geven aan dat teksten zowel voor luisteren als voor lezen ook met lichte afwijking van de standaardtaal kunnen zijn (zie tekstkenmerken luister- en leesvaardigheid). Daarbij is er ruimte voor informeel en formeel taalgebruik. Accenten horen bij levensecht taalgebruik, maar het accent mag niet te zwaar zijn of de verstaanbaarheid in het gedrang brengen.

2.1.7 Hoe kun je differentiëren en laten oefenen?
De bedoeling van differentiatie is tegemoet te komen aan verschillen tussen leerlingen op een pedagogisch en didactisch verantwoorde manier zodat zowel taalsterke als minder taalsterke leerlingen hun voordeel halen uit de les.

  1. Bij luisteroefeningen

Manieren om te differentiëren

  • Bij luisteren wordt het tempo bepaald door de spreker(s) en door de leraar die pauzes kan inlassen. Die zijn overigens soms onontbeerlijk om de leerlingen toe te laten het nodige te noteren.

  • Voor de sterkere leerlingen kun je altijd één (of meer) bijkomende opdracht(en) voorzien, of vragen dat ze de opdrachten maken die eigenlijk voor een volgende luisterbeurt voorzien waren. Je kunt hen ook uitdagen om uitgebreidere, gedetailleerde antwoorden te geven dan je eigenlijk verwacht of vragen dat ze ook focussen op bepaalde talige aspecten.

  • Voor de leerlingen die moeite hebben met luisteren, kun je meer ondersteuning aanbieden bij een opdracht, waarbij ze geleidelijk aan een bepaalde luistertaak leren beheersen. Zo zou je hen bv. voor Lu 7 (“de informatie op overzichtelijke wijze ordenen”) een beknopte structuur van een schema of een mindmap kunnen aanreiken die de grote lijnen aangeeft en die ze verder dienen aan te vullen.

  • Het aantal luisterbeurten kan eveneens een middel zijn om te differentiëren, ook bij het evalueren.

Individueel luistervaardigheid oefenen

Het is goed dat leerlingen, naast klassikale luisteroefeningen, ook individueel luistervaardigheid kunnen trainen. Ze bepalen dan zelf hoe vaak ze iets willen beluisteren, wanneer ze stoppen om een passage opnieuw te beluisteren. Leerlingen kunnen het materiaal van het leerboek gebruiken, maar hHet Internet biedt eveneens tal van mogelijkheden (bv. korte bijdragen op YouTube, over een onderwerp dat hen interesseert). Je kunt ook materiaal op het leerplatform zetten of in het leerplatform links naar geschikte websites aanmaken. Leerlingen die moeite hebben met het herkennen van betekenisvolle woorden en woordcombinaties kunnen op deze manier zonder tijdsdruk en in een veilige omgeving ervaren hoe ze de essentie van de boodschap kunnen leren begrijpen. Ook het oefenen met transcripties helpt deze leerlingen om vooruitgang te maken.


Frans spreken tijdens de les

Het constant gebruik van de doeltaal in de klas is ten slotte essentieel om alle leerlingen vertrouwd te maken met de gesproken taal.

Luisteren betekent dat een leerling uit de klankenstroom betekenisvolle woorden en woordcombinaties moet distilleren. Dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Het vraagt op de eerste plaats frequente blootstelling aan de taal.

Als je zelf constant Frans spreekt tijdens de les, met waar nodig compensatiestrategieën ten behoeve van de zwakkere luisteraars, oefen je hoe dan ook vrij intensief de luistervaardigheid van de leerlingen.


Reflecteren over de manier van luisteren

Ook dat is zinvol. Een eerste aandachtspunt is dat leerlingen luisteren naar de boodschap van de tekst in zijn geheel. Vaak denken leerlingen dat je elk woord moet kunnen onderscheiden om een tekst te begrijpen, dat je vervolgens de betekenis van elk woord moet kennen en die betekenis dan tot een geheel moet verbinden. Dat is echter een ontmoedigende aanpak: leerlingen focussen dan vaak te gedetailleerd op het begin van de tekst, haken af en kunnen dan niet meer volgen bij de rest van de tekst.




  1. Bij leesoefeningen


Manieren om te differentiëren

Sommige leerlingen lezen erg snel. Anderen hebben meer tijd nodig. Je kan tragere lezers op weg helpen door



  • de voorbereidende activiteiten waarbij de leerlingen nog niet veel moeten lezen (voorspellend lezen) en de opdrachten die betrekking hebben op globaal tekstbegrip (oriënterend lezen) per twee of in groepjes te laten maken;




  • de leesopdrachten samen door te nemen en, waar nodig, te (laten) toelichten;

  • bijkomende informatie te voorzien bij de opdracht zodat er meer ondersteuning is, bv. het aantal elementen dat je verwacht.

Voor leesopdrachten waarvoor de leerlingen de tekst grondig(er) moeten doornemen, kun je een onderscheid maken tussen opdrachten

  • die enerzijds peilen naar de essentie (tekstbegrip)

  • die anderzijds tekstbegrip evalueren en overstijgen d.m.v. de integratie van productieve vaardigheden: reageren op een tekst, een schema aanvullen in het Frans, samenvatten …


Individueel leesvaardigheid oefenen

“Kilometers maken” is de beste manier om niet alleen een vlotte lezer te worden, maar ook meer woordenschat en spraakkunst te verwerven en gevoeliger te worden voor taal. Leerlingen kunnen het materiaal van het leerboek gebruiken. Het Internet biedt eveneens tal van mogelijkheden. Je kunt ook materiaal op het leerplatform zetten of in het leerplatform links naar geschikte websites aanmaken. Kortverhalen, eventueel fragmenten uit de literatuur komen hier ongetwijfeld ook van pas.

Om de leerplandoelstellingen te realiseren, moeten alle leerlingen het eerste soort opdrachten (bv. Le 1 t.e.m. 5 en vervolgens Le 7 en Le 8) kunnen maken. Opdrachten die een beroep doen op productieve vaardigheden kun je facultatief aanbieden. De leerlingen werken op hun eigen tempo: ze lezen de tekst in stilte en werken de opdrachten af binnen een bepaald tijdsbestek.

Taalsterkere leerlingen en snelle lezers kunnen meer opdrachten, ook de productievere oefeningen, afwerken binnen de opgegeven tijd. Maar bij de bespreking per twee en later bij de klassikale synthese van het eerste soort opdrachten kunnen alle leerlingen hun bijdrage leveren.

Een andere manier om te differentiëren is ondersteuning aanbieden als tussenstap naar volledige autonomie (zie voorbeeld hieronder).


  1. Voorbeeld van een taaltaak met differentiatie (luister-, lees- en gespreksvaardigheid)



Doelstelling: in een discussie een gefundeerd standpunt naar voren brengen.


Leerplandoelen: Lu 1 t.e.m. 5, Lu 7 t.e.m. 11; Le 1 t.e.m. 5, Le 7 t.e.m. 9; Gespr 1 t.e.m. 4.

Verwerkingsniveaus: structurerend en beoordelend

Taaltaak
Vous avez tous lu ou entendu que Gérard Depardieu cherche à obtenir plusieurs nationalités. Quel est votre avis à ce sujet?


  • Est-ce justifié ou non? Pourquoi (pas)?

  • Que feriez-vous à sa place?

  • Que diriez-vous si vous étiez son voisin en Belgique?

  • Et en tant que contribuable français, qu'en pensez-vous (vous payez de lourdes charges alors que lui, il essaie d'y échapper)?




Verloop


  • EO (verkenning): Qui est G.Depardieu? Que savez-vous de lui? Dans quels films a-t-il joué? Pourquoi toute la presse a-t-elle parlé de lui?

  • CO: visionner un extrait du journal télévisé (interview avec ou au sujet de G.D.)

  • Taalkundige component:

  • vocabulaire et structures nécessaires pour formuler ses idées

  • exprimer son opinion (emploi des modes)

  • CO (éventuellement): 2ème visionnement + prise de notes

  • EO: organisation du débat: quelles fonctions sont présentes au débat, modérateur, rapporteur(s) + distribution des rôles

  • Réflexion seul ou à 2, en tant que citoyen contribuable: êtes-vous d'accord avec G.D., oui/non, pourquoi (pas)?

  • CE, EE, TICe: préparation du débat à domicile (quelques jours pour s'informer et se préparer à bien défendre ses idées au débat)

  • LE débat

  • Evaluation (zie hieronder)


Structurerend: de argumenten halen uit het Tv-journaal, de argumenten schikken in pro en contra of per functie.

Beoordelend: zelf nieuwe, gefundeerde argumenten aan de vorige toevoegen.
Stramien: 1. luister-/leesdocument

2. ondersteuning: woordenschat en structuren, “exprimer son opinion”

3. rol voorbereiden

4. debat met X personen die elk een rol hebben




Ondersteuning (kan door de leerling zelf worden opgesteld)


  • een kaartje met de nodige woordenschat

  • een kaartje met de nodige structuren

  • een kaartje met werkwoordelijke uitdrukkingen + gevraagde wijze (exprimer son opinion, son accord, son désaccord…)

  • een kaartje met de vorming van de subjonctif

  • een kaartje met les subjonctifs irréguliers

  • een kaartje met de connecteurs logiques nodig om argumenten in te leiden of een argumentatie op te bouwen

  • een kaartje met de verschillende manieren om te zeggen dat men akkoord gaat met iemand/dat men niet akkoord gaat met iemand

  • het Tv-journaal een 3de keer laten zien



Evaluatie


  • Tussentijdse evaluaties

Dit is nodig om oppervlakkigheid te voorkomen.

  • luistervaardigheid: het Tv-journaal

  • de deelname tijdens de voorbereiding in de klas

  • de thuisvoorbereiding van het debat (ideeën, argumenten)






  • Evaluatie door de medeleerlingen




Nom de l'élève:

Nom de l'évaluateur:




0-1

nul/largement insuffisant



2-3-4

insuffisant/ne répond pas aux attentes



6-7

suffisant/bien



8-9-10

très bien/excellent



Degré de

participation















Richesse des idées, des arguments













Prononciation, intonation, débit













Erreurs que j’ai entendues


Total: /30





  • Eindevaluatie door de leerkracht

Je kunt hetzelfde rooster gebruiken als de medeleerlingen, waaraan het criterium "extra ondersteuning" is toegevoegd, of een ander evaluatierooster. (zie verder 4.10.1 ).

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   28

  • 2.1.6 Kan, mag je leerlingen al confronteren met niet-standaard accenten in luisterfragmenten en niet-standaardtaal in leesteksten
  • 2.1.7 Hoe kun je differentiëren en laten oefenen
  • Het aantal luisterbeurten
  • Frans spreken tijdens de les
  • Doelstelling

  • Dovnload 1.98 Mb.