Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie

Dovnload 1.98 Mb.

Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie



Pagina6/28
Datum04.04.2017
Grootte1.98 Mb.

Dovnload 1.98 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   28

Om op de hoogte te blijven van hedendaagse Franse literatuur:

  • www.lire.fr

  • www.entreelivre.com

  • www.carnetdelecture.com

  • Podcast: La librairie francophone (France Inter)

  • TV: La Grande librairie (France 5)

Interessante sites voor didactische uitwerking:

  • www.leplaisirdapprendre.com

  • www.francparler.org


2.1.10 Welke verschillen zijn er tussen het basisleerplan en het leerplan met component Moderne talen?
De tekstkenmerken in het leerplan voor moderne talen tonen hier en daar een verschil met die van het basisleerplan. De exhaustieve leerlijnen voor luisteren (zie 2.7.1) en voor lezen (zie 2.7.2) tonen de verschillen met het basisleerplan.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillen wat de tekstkenmerken betreft.


Criteria

Tekstkenmerken in lp. moderne talen/in basisleerplan

inhoudelijke elementen

behandeld onderwerp

  • af en toe abstractie/af en toe enige abstractie voor luisteren

  • eigen leefwereld en dagelijks leven

  • ook onderwerpen van meer algemene aard, o.m. met betrekking tot de actualiteit

  • ook domeinspecifieke, zoals zakelijke en wetenschappelijke

taalgebruikssituatie

  • voor de leerlingen relevante taalgebruikssituaties

  • waarin af en toe digitale media geïntegreerd worden

  • met aandacht voor/ met af en toe socioculturele verschillen tussen de Franstalige wereld en de eigen wereld

visuele ondersteuning/ achtergrondgeluiden




  • met en zonder achtergrondgeluiden (luisteren)

  • met en zonder visuele ondersteuning

formele aspecten: structuur, samenhang en lengte

complexiteit van de zinnen

ook samengestelde zinnen met een zekere mate van complexiteit

tekststructuur

  • tekststructuur met een zekere mate van complexiteit (luisteren)

  • relatief complex gestructureerde informatieve, prescriptieve en narratieve teksten (lezen)

  • niet al te complex gestructureerde argumentatieve en artistiek-literaire teksten (lezen)

  • ook met redundante informatie (lezen)

lengte

af en toe relatief lange teksten (luisteren en lezen)/af en toe iets langere teksten voor luisteren

taalgebruik

uitspraak, articulatie en intonatie

  • heldere uitspraak

  • zorgvuldige articulatie

  • duidelijke, natuurlijke intonatie

  • vaker met lichte afwijking van de standaardtaal (luisteren en lezen)/ook met lichte afwijking van de standaardtaal voor luisteren

tempo en vlotheid

normaal tempo (luisteren)

woordenschat

  • overwegend frequente woorden

  • niet altijd eenduidig in de context (luisteren en lezen)/overwegend eenduidig in de context voor luisteren

taalvariëteit

  • vaker met lichte afwijking van de standaardtaal (luisteren en lezen)/ook met lichte afwijking van de standaardtaal voor luisteren

  • met aandacht voor taalvariëteit (lezen)

  • informeel en formeel

Per leerjaar lezen de leerlingen ten minste drie boeken als persoonlijke lectuur. Eén boek kan door een evenwaardig pakket teksten vervangen worden.


Via de realisatie van SET verdiepen en verbreden de leerlingen in de richtingen met moderne talen ook receptieve vaardigheden (zie 2.2.)

2.1.11 Is het lezen van luisterteksten door de leraar zinvol/wenselijk?
Bij het oefenen van luistervaardigheid is het onder meer de bedoeling dat de leerlingen vertrouwd worden met verschillende stemmen, de uitspraak en de intonatie van native speakers. Daarom zal je bij luisteroefeningen vrijwel uitsluitend authentieke audio-opnames en documenten met visuele ondersteuning gebruiken. Ze zijn vrij makkelijk te vinden op Internet en meestal eenvoudig op te slaan.

Visuele ondersteuning maakt authentiek luistermateriaal meestal veel toegankelijker. Leerlingen kunnen ook leren de visuele ondersteuning maximaal te benutten (Lu 11), bv. door lichaamstaal correct te leren interpreteren en zoveel mogelijk informatie te halen uit het beeldmateriaal. Vrij vaak wordt de tekststructuur ook expliciet visueel benadrukt, bv. met tussentitels. En, niet onbelangrijk, werken met authentiek videomateriaal is vaak stimulerend en motiverend.


2.1.12 Mag je leerlingen laten noteren tijdens het beluisteren van teksten?
Als we in de realiteit bij het luisteren concrete gegevens willen bekomen (namen, data, uren, wegbeschrijving, telefoonnummer, adres…), noteren we die onmiddellijk. Enerzijds om over de juiste informatie te beschikken, anderzijds om ons geheugen niet nodeloos te belasten. Bij selectief luisteren is het dus aangewezen om de relevante informatie te laten noteren tijdens het luisteren. Als we bij het luisteren geïnteresseerd zijn in de globale boodschap (nieuws, tv-uitzending …) nemen we geen notities en onthouden we wat we de moeite waard vinden.

De lessituatie is enigszins anders: zonder notities moeten de leerlingen alle informatie onthouden die ze nodig hebben om de opdracht te maken/de vragen te beantwoorden. Daarom geef je leerlingen de mogelijkheid om te noteren: het gaat hier immers niet om geheugenprestaties, wel om tekstbegrip.

Notities nemen tijdens het luisteren is een complexe vaardigheid: leerlingen beschouwen een luisteroefening vaak als een dictee en hebben de neiging om alles woordelijk te noteren waardoor ze al vlug de rode draad verliezen. Je kan de leerlingen helpen bij het bondig noteren tijdens luisteroefeningen door het zelf te doen en je notities te vergelijken met die van de leerlingen. Zo kun je aantonen dat een beperkt aantal kernwoorden volstaat als geheugensteun. Je kan ze ook een schema geven ter ondersteuning.



Kernwoorden laten noteren kan het strategisch luisteren ondersteunen: leerlingen zijn verplicht een onderscheid te maken tussen wat belangrijk is en de details, zich te richten op wat ze wel begrijpen … Relevante informatie noteren in kernwoorden is overigens een leerplandoelstelling (Lu 11).
2.1.13 Is hardop lezen van leesteksten door de leraar zinvol/wenselijk?
In de realiteit leest men teksten (brochures, kranten, boeken, studieteksten …) in stilte. Leesvaardigheid oefen je dus vooral door leerlingen de tekst in stilte te laten lezen. Je kan de tekst eventueel zelf als leraar voorlezen als leerlingen nood hebben aan een meer gestuurde vorm van lezen. Maar uiteindelijk is het wel de bedoeling dat leerlingen zelfstandig en dus in stilte leesteksten verwerken. Het voordeel is bovendien dat iedere leerling aan zijn eigen tempo kan lezen.

Het frequent (laten) voorlezen van teksten zou ook de indruk kunnen wekken dat een lineaire aanpak de standaard is, i.p.v. een concentrische die vertrekt vanuit het specifieke leesdoel en de daarbij horende leesstrategieën. Voor bepaalde teksten die bedoeld zijn om hardop gelezen te worden, zoals gedichten, kun je de tekst voorlezen om een beter tekstbegrip te stimuleren.


2.1.14 Is het zinvol om leerlingen zelf hardop teksten te laten lezen?
Hardop lezen van teksten door leerlingen doe je niet, tenzij je uitspraak of intonatie wilt oefenen. In het basisonderwijs en de 1ste graad is dit een doelstelling voor spreekvaardigheid.

Hardop lezen heeft enkel zin als de teksten zich daartoe lenen, zoals een dialoog of een gedicht. In zulke gevallen is het een goede oefening waarbij op uitspraak en intonatie gefocust wordt en waarbij minder sterke leerlingen hun angst om de vreemde taal te gebruiken, kunnen overwinnen.

Informatieve teksten bevatten vaak woordenschat die minder frequent is en die leerlingen alleen receptief moeten kennen. Het kan voor leerlingen zeer bedreigend zijn om een tekst vol struikelblokken op gebied van uitspraak voor de hele klas te moeten voorlezen. Trouwens: hoe vaak lees je in de realiteit een tekst hardop?

2.2Realisatie van SET bij receptieve vaardigheden
Inleiding
In dit leerplan worden de SET gekoppeld aan de leerplandoelen. Er is immers een duidelijke samenhang tussen de leerplandoelen en de specifieke vorming. De SET beogen een verbreding van de communicatieve vaardigheden en streven ook het bevorderen van het verdiepend studeren, beschouwen en het verwerken van taalfenomenen na.
Dit impliceert enerzijds het toepassen van theoretische modellen en referentiekaders eigen aan het wetenschapsdomein van de talen. Leerlingen in de richting Moderne talen kunnen bv. metataal hanteren bij het bestuderen van taalfenomenen, ze kunnen referentiekaders (bv. kenmerken van tekstsoorten, kijkwijzers (met criteria) bij specifieke taaltaken, kenmerken van literaire stromingen, …) toepassen bij de analyse. Anderzijds impliceren de SET een hoger verwerkingsniveau van opdrachten en oefeningen.
De samenhang tussen de leerplandoelen en de SET wordt weergegeven op basis van drie overzichtstabellen: één voor receptieve vaardigheden, één voor productieve vaardigheden en één voor de onderzoeks-competentie.

2.2.1 Beschrijvend verwerkingsniveau


De leerlingen kunnen




cultuuruitingen herkennen en opzoeken die specifiek zijn voor de francofone wereld

(Lu 6/Le 6/IC 2)



SET 6

T&Cu


cultuuruitingen verkennen die specifiek zijn voor de gebieden waar de doeltaal

als omgangstaal gebruikt wordt;



SET 7

T&Cu


cultuur verkennen door middel van visuele taal zoals film, toneel, dans,

reclame, videoclips, beeldend werk, websites …;



SET 5

T&Cu


misverstanden in de interculturele communicatie die ontstaan door

taalkundige of culturele verschillen herkennen en kunnen rechtzetten;



SET 15

T-S


gelijkenissen en verschillen tussen talen herkennen.




Algemeen
Deze 4 SET situeren zich op het vlak van intercultureel onderwijs.

“Intercultureel onderwijs gaat uit van een contact tussen culturen en verandering van culturen (culturen als proces). Het veronderstelt actief omgaan met culturen en culturen leren ontdekken. Het beoogt dialoog in plaats van monoloog. Het wil leerlingen niet alleen laten inzien dat culturen gelijkwaardig zijn (multiculturaliteit), maar ook dat interculturele contacten mensen nopen zichzelf voor een stukje in vraag te stellen. Het beoogt leerlingen te assisteren bij het verwerken van culturele kennis, maar ook van interculturele houdingen en vaardigheden.




Traditionele aanpak

Interculturele aanpak

Cultuur als product

Cultuur als proces, ontdekt door leerling

Monoloog:

presentatie van een vreemde cultuur; schijnbaar vaststaande betekenissen



Dialoog:

in de confrontatie tussen de eigen en de vreemde cultuur komen tot nieuwe betekenis



Georiënteerd op kennis verwerven over culturen

Georiënteerd op het leerproces: culturen leren kennen en aan elkaar relateren

Het model dat intercultureel onderwijs voor ogen heeft, is dat van de intercultureel competente spreker. Bij interculturele contacten zijn intercultureel competente sprekers alert voor mogelijke culturele verschillen in interpretatie die kunnen leiden tot misverstanden. Zij zijn zich bewust van de vele niveaus waarop taal-en-cultuur met elkaar verweven zijn en kunnen de vreemde taal op zo’n manier hanteren dat zij hun boodschap in die taal op een talige, maar ook cultureel adequate en voor hun gesprekspartner verstaanbare manier kunnen overbrengen. Ze kunnen die alertheid vertalen naar een interculturele houding, die respect voor alle culturen uitstraalt. Zij beschikken over de vaardigheid om culturen zelfstandig te exploreren, om hun eigen cultuur aan de vreemde te relateren en als bemiddelaar tussen mensen met verschillende culturele achtergronden op te treden.”13





SET 6 & SET 7


Toelichting
SET 6 & 7 verschillen niet fundamenteel van de leerplandoelen Lu 6, Le 6 en IC 2. Naast herkennen en opzoeken, ‘verkennen’ leerlingen ook cultuuruitingen. Het verkennen kan een eerste stap zijn bij het verzamelen van materiaal in functie van een presentatie, het afbakenen van een onderzoeksdomein. De leerlingen nemen hierbij initiatief en zijn zelfstandig.
SET 7 beoogt een verbreding t.o.v. het leerplandoel: er moet voldoende variatie zijn in het aanbod aan visueel taalmateriaal (films, toneel, dans …). Deze SET geeft de mogelijkheid om banden tussen verschillende kunstvormen te scheppen.

Suggesties SET 6


  • Voorzie opdrachten om leerlingen in contact te brengen met omgevingen rijk aan culturele uitingen zoals film, chanson, literatuur … die ze zelf autonoom kunnen verkennen a.d.h.v. een opdracht. Internetsites zijn hiervoor zeer dankbaar materiaal omdat ze het nodige kader bieden om het verkennen in goede banen te leiden.

  • Creëer in je lessen een krachtige leeromgeving die leerlingen bij hun verkennen kunnen benutten: voorzie tijdschriften, boeken, illustratiemateriaal.

  • Woon film-; toneelvoorstellingen met uw leerlingen bij; organiseer culturele uitstappen …


Tips

  • De site van TV5 Monde (http://enseigner.tv5monde.com) biedt heel wat materiaal aan om deze SET te realiseren: Une minute au Musée; Otto, le gardien de l’art contemporain.

  • Op de site van l’Institut national audiovisuel (www.ina.fr) vind je ook bruikbaar materiaal. Klik op INA + (> Fresques > L’Europe des cultures/Festival de Cannes/En scènes ...)

  • De site www.lehall.com biedt heel wat mogelijkheden voor het thematisch verkennen van het Franse chanson.

  • De site van le Centre d'apprentissage interculturel (http://www.international.gc.ca/cfsi-icse/cil-cai/index-fra.asp) bevat interessant materiaal om leerlingen zelfstandig te laten werken rond interculturele verschillen.

  • Voor concrete lesideeën: zie L'interculturel en classe, R-M. Chaves, L. Favier, S. Pélissier, PUG.


Suggesties SET 7


  • Meerdere websites waaronder de website van TV5 publiceren uitgewerkt didactisch materiaal dat gebruikt kan worden om een aantal vakoverschrijdende doelstellingen (geschiedenis, kunst en cultuur) te realiseren. De leerlingen leren hierbij omgaan met een multimediale omgeving (waaronder ook audio- en videomateriaal) om informatie op te doen over uiteenlopende cultuurverschijnselen.

  • De leerlingen kunnen de uitleg bij een begeleid bezoek aan een stad, een onderneming, een tentoonstelling, … in grote lijnen weergeven.

  • De leerlingen wonen toneelvoorstellingen bij of maken kennis met een aantal hedendaagse films die in de klas voorbereid en/of nabesproken worden.

  • De leerlingen vergelijken een literair werk met de verfilmde versie ervan.



Uitgewerkte opdracht
Zie SET - bijlage 1 : L’art, c’est ce qui fait vivre ...


SET 5


Toelichting
Misverstanden kunnen ontstaan door het zich onvoldoende bewust zijn van de mogelijke verschillen in culturele connotaties van woorden. Ze betreffen echter ook verschillen in verwachtingspatronen over het verloop van bepaalde types van gesprekken, over verschillen in conversatiestijlen, gebarentaal of intonatie. Interculturele misverstanden begrijpen en ze kunnen rechtzetten zijn een voorwaarde voor succesvol communiceren. Deze SET verdient dan ook onze aandacht.
Suggestie
Door taalkundige of culturele verschillen tussen het Frans en het Nederlands ontstaan vaak misverstanden. Via lectuur en behandeling van teksten of het bekijken van videofragmenten, leren de leerlingen deze stereotiepe misverstanden te ontmaskeren en correct te interpreteren. Zo kun je bv. criteria die de verbale beleefdheid in het Frans bepalen laten analyseren in een gesprek tussen een Franstalige en een anderstalige. Gebruik hiervoor de evaluatietabel uit Un Référentiel – Niveau B214 (p 339):
« La maîtrise de la politesse verbale, au niveau B2, implique de savoir utiliser de manière appropriée:


  • les actes indirects

s’enquérir de la possibilité – demander de faire : Est-ce que tu peux me passer l’eau ?

  • la modalisation

Tu pourrais, il faudrait, je voulais, j’aurais voulu ...

Il me semble que, à mon avis ...

  • l’hésitation

Je voulais, euh ... vous demander si …

Je suis désolé mais la réunion est pour demain et non pour le 25.

Le 25 ? Ah ! je croyais que c’était le 26.

  • l’effacement du destinataire

On n’entre pas.

Il ne faut pas parler trop fort.

  • les euphémismes

Ce n’est pas très bon.

Je ne peux pas dire que j’aime ça.

C’est presque parfait.

  • les formules rituelles

Merci, s’il vous plaît, il n’y a pas de quoi, je vous en prie ...

  • les énoncés préliminaires

Tu pourrais faire quelque chose pour moi ?

Je peux te demander quelque chose ?

Je regrette mais on ne peut pas stationner ici.

  • l’anticipation de la réaction

Je ne voudrais pas vous ennuyer, mais ...

Sans te commander, tu devrais ...

Je ne voudrais pas avoir l’air de me plaindre/ de faire le difficile/de trop demander mais ...

  • le recours à l’affectif

Sois sympa de ...

Tu pourrais avoir la bonté de ...

Tu serais un ange de ...

Je suis désolé, navré, confus de ...

  • la minimalisation

Je voulais seulement, simplement, juste ...

Tu pourrais me donner un petit coup de main encore 5 petites minutes ...

  • les échappatoires

Je ne peux pas car je suis très occupé cette semaine.

  • le silence

- Tu aimes ?

- ... »

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   28

  • 2.1.10 Welke verschillen zijn er tussen het basisleerplan en het leerplan met component Moderne talen De tekstkenmerken
  • Criteria Tekstkenmerken in lp. moderne talen/ in basisleerplan
  • 2.1.12 Mag je leerlingen laten noteren tijdens het beluisteren van teksten Als we in de realiteit
  • De lessituatie is enigszins anders
  • 2.1.13 Is hardop lezen van leesteksten door de leraar zinvol/wenselijk
  • 2.1.14 Is het zinvol om leerlingen zelf hardop teksten te laten lezen
  • 2.2Realisatie van SET bij receptieve vaardigheden Inleiding
  • 2.2.1 Beschrijvend verwerkingsniveau
  • SET 6
  • SET 7
  • SET 5
  • SET 15
  • Traditionele aanpak Interculturele aanpak
  • SET 6 SET 7 Toelichting
  • Uitgewerkte opdracht Zie SET - bijlage 1

  • Dovnload 1.98 Mb.