Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie

Dovnload 1.98 Mb.

Pedagogisch-didactische wenken en bijkomende informatie



Pagina7/28
Datum04.04.2017
Grootte1.98 Mb.

Dovnload 1.98 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   28


Tips
De uitzending Karambolage uitgezonden op Arte biedt heel wat bruikbaar materiaal om deze SET te realiseren.

SET 15


Toelichting
Deze SET situeert zich op het vlak van de vergelijkende taalkunde. Leerlingen zetten de eerste stappen in het herkennen van verschillen en overeenkomsten tussen talen.
Suggesties


  • Je kan ingaan op het fenomeen van de leenwoorden: de wisselwerking op dit vlak tussen het Nederlands en het Frans of het Engels weerspiegelt de interculturele geschiedenis van deze taalgebieden. Interessant materiaal hieromtrent vind je in Honni soit qui mal y pense van Henriette Walter15.

  • Bij de voorbereiding van uitwisselingen met scholen uit landen met een Romaanse voertaal, laat je de leerlingen gerichte lexicale vergelijkingen (semantische of lexicale velden) maken tussen die taal en het Frans. Je kunt ook rond taalfuncties werken (Hoe zegt men in het Frans en in het Italiaans/het Spaans dat …?).

  • Je kunt ook dergelijke vergelijkende opdrachten geven, los van de voorbereiding van een uitwisseling, om die verwantschappen tussen Romaanse talen te laten ontdekken. Inspiratie kun je bv. putten in Le français dans tous les sens van Henriette Walter16.

  • Je kan de leerlingen gericht opdrachten laten uitvoeren rond de ‘faux amis’.


Tips
Het leerpakket “Junior college” (www.kuleuven.be/onderwijs/juniorcollege/Taal/themas) besteedt een volledige module aan dit onderwerp.
Uitgewerkte opdracht

¡Al ataque, mis bravos! In deze opdracht passen de leerlingen eenvoudige etymologische



referentiekaders toe.
Neem contact op met uw pedagogische begeleider.
2.2.2 Structurerend verwerkingsniveau


De leerlingen kunnen




de informatie in informatieve, prescriptieve, narratieve, argumentatieve en artistiek-literaire

teksten op overzichtelijke en persoonlijke manier ordenen (Lu 7/Le 7)



SET 16

OC


zich oriënteren op een onderzoeksprobleem door gericht informatie te

verzamelen, te ordenen en te bewerken.






SET 16

Toelichting
Deze SET betreft de onderzoekscompetentie. Hij wordt hier bij de receptieve vaardigheden afzonderlijk vermeld om een stapsgewijze aanpak van deze competentie te bevorderen. Leerlingen kunnen zich immers bij het beluisteren of lezen van documenten gedeeltelijk oriënteren op een onderzoeksprobleem.

Belangrijk hierbij is dat de leerlingen kennismaken en vertrouwd zijn met het concept ‘corpus’.

Opmerking: Zoals reeds vermeld in het leerplan, moeten de leerlingen in de loop van de 3de graad in het Frans en/of in het Engels de 3 SETOC minstens één maal in samenhang toegepast hebben.

Tips
Het leerpakket “Junior college” (www.kuleuven.be/onderwijs/juniorcollege/Taal/themas) besteedt een volledige module aan dit onderwerp.

2.2.3 Beoordelend verwerkingsniveau


De leerlingen kunnen




een oordeel vormen over informatieve, prescriptieve, narratieve, argumentatieve en

artistiek-literaire teksten (Lu 8/Le 8)



SET 4

T&Cu


stereotypen met betrekking tot eigen en andermans cultuur en cultuuruitingen

herkennen en nuanceren;



SET 3

T&Co


vergelijken hoe in de eigen cultuur en in andere culturen informatie gebracht

wordt bij interpersoonlijke, intergroeps- en massacommunicatie;



SET 8

T&Cu


elementen uit de literatuurgeschiedenis, zoals stromingen, aanwenden om

teksten in hun historische, politieke en sociale context te plaatsen;



SET 10

T-S


bij de studie van teksten grammaticale structuren en formele en inhoudelijke

kenmerken van tekstsoorten herkennen en beschrijven.



SET

13 & 14

T-S


taalvariatie17 en contextuele afhankelijkheid van een taaluiting herkennen en

illustreren.





SET 4


Toelichting
Om te kunnen uitwisselen tussen culturen, dienen de leerlingen uitgedaagd te worden het perspectief van de andere te leren kennen en hun eigen cultuurspecifieke kijk voor de ander te kunnen verduidelijken. “Om de dialoog met de andere cultuur te kunnen aangaan, is het dus van belang dat leerlingen enerzijds aspecten van hun eigen cultuur kunnen verduidelijken en anderzijds dat ze voldoende informatie aangereikt krijgen of verzamelen om zich in de positie van de persoon uit die andere cultuur te kunnen inleven.”18 Stereotypen herkennen is in dat opzicht een onderdeel van het ontwikkelen van interculturele communicatieve competentie.

Opnieuw is het hier belangrijk de nodige schema’s aan te leveren om de analyse van stereotiepe uitdrukkingen/houdingen diepgaand genoeg te laten verlopen.


Suggesties

  • In het werk van Lies Sercu19 worden een aantal lesactiviteiten voorgesteld. Zo leren leerlingen bv. misverstanden begrijpen die voortvloeien uit cultuurspecifieke opvattingen over tijd. De leerlingen krijgen een beschrijving van een cultureel misverstand. Ze formuleren hypothesen over de redenen voor dat misverstand en toetsen vervolgens hun hypothesen aan de hand van vier plausibele antwoorden waarvan slechts één het juiste blijkt te zijn. Er kan vervolgens ook gewerkt worden op schema’s uitgewerkt door Hall20 met kenmerken van polychrone en monochrone culturen.

  • De leerlingen stellen dossiers samen met uittreksels van stripverhalen, met reclameboodschappen, faits divers, uittreksels van novellen, romans, toneelstukken, enz. die stereotypen (clichés over vrouwen, nationaliteiten, rassen, religies, groepen in de maatschappij, enz.) illustreren. Per groepjes van 2 leerlingen kiezen ze een document, analyseren het in functie van de culturele stereotypen. Elk duo stelt kort de resultaten van zijn bevindingen voor.

  • Culturele stereotypen in L’Auberge espagnole, Cédric Klapisch: voor bespreking en uitwerking zie o.m. http://kultur-frankreich.de/cinefete/6/dossiers/aubergeespagnole.pdf


Uitgewerkte opdracht

Excuse my French


Neem contact op met uw pedagogische begeleider.


SET 3


Toelichting
Leerlingen moeten kunnen reflecteren op de manier waarop communicatie wordt overgebracht. Vanuit het vak moedertaal zijn ze vertrouwd met het communicatiemodel (zie ook SET 2). Leerlingen moeten zich vragen kunnen stellen over de zender en de ontvanger van de boodschap, over de bedoeling van de zender, over de door hem gebruikte kanalen en de wijze waarop hij zijn doel bereikt heeft. Hoe komt de boodschap over? Hoe wordt ze gebracht om het doel te bereiken? Zit er ruis op de boodschap (ruis omvat alle elementen die de communicatie tussen zenders en ontvanger negatief beïnvloeden: dat kan fysieke ruis zijn maar ook psychologische ruis die ontstaat door vooroordelen en stereotypieën die de communicatie belemmeren). In dat geval komen de referentiekaders van zender en ontvanger met elkaar in botsing.
Interpersoonlijke, intergroeps- en massacommunicatie betreffen verschillend bronmateriaal.

  • Voor interpersoonlijke communicatie kan je bv. werken op modellen van telefoongesprekken, mailberichten, … in verschillende talen.

  • Intergroepscommunicatie wordt bepaald door de culturele identiteiten die gesprekspartners aan elkaar toeschrijven tijdens de ontmoeting. “Dit brengt met zich mee dat ze vooral aan het begin van de ontmoeting, elkaar in termen van hun groepslidmaatschap zullen definiëren. Dat wil zeggen dat ze elkaar niet zozeer als autonome individuen benaderen, maar meer als vertegenwoordigers van de groepen waartoe ze elkaar rekenen met de daarbij behorende stereotypen en vooroordelen”21 Mogelijk bronmateriaal: krantenartikels met verschillende culturele identiteiten (bv. Vlaamse vs Franstalige krant, Nationale Franse pers vs regionale pers).

  • Bronnen voor massacommunicatie zijn reclame, nieuwsberichten, kranten (sensatie-, regionale of kwaliteitskrant).

Hier ook is het gebruik van kijkwijzers aan te bevelen om leerlingen vertrouwd te maken met de voorwaarden van een doeltreffende communicatie. Zo kan je bv. de 4 criteria22 voor een goede publiek- en doelgerichte communicatie gebruiken:
1 Begrijpelijkheid



Gesproken boodschap

Geschreven boodschap

  • De boodschap is logisch opgebouwd.

  • Er zijn voldoende structurele signalen ingebouwd.

  • De boodschap wordt regelmatig samengevat.

  • De lichaamstaal ondersteunt de boodschap.

  • Er wordt niet teveel vakjargon gebruikt.

  • De nodige accenten worden via de prosodie (tempo, volume, intonatie) gelegd.

  • Er wordt uitgegaan van voorkennis van het publiek.

  • De lay-out verduidelijkt de boodschap.

  • De boodschap is logisch opgebouwd.

  • Er zijn voldoende verbindings- en signaalwoorden gebruikt.






2 Gepastheid


Gesproken boodschap

Geschreven boodschap

  • Er wordt rekening gehouden met het publiek (voorkennis, leeftijd, sociale achtergrond, taalvaardigheidsniveau …)

  • De boodschap wordt met het nodige respect voor de ontvanger verwoord (eventueel wel assertief, maar zeker niet agressief)

  • Het gepaste taalregister wordt gebruikt.

  • De lichaamstaal is uitnodigend en ondersteunt de boodschap.

  • Prosodie (tempo, volume, intonatie) is passend.

  • De boodschap is afgestemd op haar doel.

  • Er wordt gelet op de gepaste gevoelswaarde van woorden en niemand wordt gebruuskeerd.




  • Er wordt rekening gehouden met het publiek (voorkennis, leeftijd, sociale achtergrond).

  • De lay-out wordt goed verzorgd.

  • Er wordt erop gelet dat de lay-out de boodschap ondersteunt.

  • De boodschap is afgestemd op haar doel.


3 Correctheid


Gesproken boodschap

Geschreven boodschap

Hier kan bv. de betrouwbaarheid van de bron in aanmerking komen.


4 Aantrekkelijkheid


Gesproken boodschap

Geschreven boodschap

Zowel geschreven als gesproken boodschappen winnen aan waarde als ze aantrekkelijk zijn. Het feit dat de boodschap aantrekkelijk verpakt is, is bovendien een teken van waardering voor de ontvanger;


Suggesties

  • De leerlingen verwoorden hoe omgangsnormen binnen bepaalde sociale groepen van de andere cultuur anders zijn dan in de eigen cultuur: ze verwoorden bv. hoe de francofone cultuur bij persoonlijke communicatie tussen jongeren anders is dan hun eigen cultuur.

  • De leerlingen vergelijken hoe feiten worden weergegeven in Franstalige (Belgische) pers en in Vlaamse pers. Welke stereotypen en vooroordelen verklaren verschillende interpretaties van feiten? Op welke manier wordt informatie verstrekt bij de overwinning van een Vlaamse of Waalse atleet, bij politieke rellen in bepaalde Franse regio’s (bv. Bretagne) in de regionale en in de nationale pers.

  • Bij een vergelijking van tabloids en kwaliteitskranten wordt dieper ingegaan op de talig verschillende manieren waarop eenzelfde boodschap wordt gebracht.
    Een boodschap in een kwaliteitskranten wordt op een andere manier gebracht dan in een tabloid: wat is de impact daarvan?

  • Als leerlingen een vraag richten aan leeftijdsgenoten zullen ze hun vraag anders formuleren dan wanneer ze zicht richten tot een officiële instantie.

  • Een gesprek tussen twee Franstaligen zal op een andere manier verlopen dan een gesprek tussen twee Nederlandstaligen.

  • Leerlingen hebben een boek gelezen en moeten dat boek aan het publiek aanbevelen of afraden. De medeleerlingen evalueren of de boodschap goed is overgekomen. Op basis van feedback gegeven door medeleerlingen sturen leerlingen hun taalgedrag bij.

Tips
Op TV5 Monde, vind je in de rubriek “Education aux médias” uitgewerkt lesmateriaal.
Uitgewerkte opdracht
Comparer des JT. Deze uitwerking bevat criteria om een grondige analyse van nieuwsberichten mogelijk te maken.
Neem contact op met uw pedagogische begeleider.



SET 8


Toelichting

Elementen uit de literatuurgeschiedenis zoals stromingen bieden aan leerlingen een referentiekader om het begrip van en het inzicht in artistiek-literaire. teksten te voeden en hun analyse te onderbouwen.



Tips


  • Je biedt best een overzicht met een beschrijving van historische, politieke en sociale feiten per periode aan. De kenmerken van stromingen zijn ook essentieel.

  • Vraag aan je leerlingen om een tijdslijn op te stellen waarop ze elementen van de literatuurgeschiedenis voor verschillende talen kunnen aanvullen.

  • Maak taaloverstijgende afspraken met je collega’s.


Uitgewerkte opdracht
Un « séjour découverte littéraire au XIXe siècle »
Neem contact op met uw pedagogische begeleider.



SET 10


Toelichting
Deze SET hangt ook samen met leerplandoel Sch 1323. Om de productietaak goed te kunnen uitvoeren is het onontbeerlijk dat de leerlingen eerst (receptief) formele en inhoudelijke tekstkenmerken kunnen analyseren. Nadien kunnen ze de kenmerken toepassen in een eigen geschreven tekst.

Leerlingen zijn vertrouwd vanuit het vak moedertaal met het concept van tekstsoorten en hun kenmerken. Een geheugensteuntje onder de vorm van tabellen met voorbeelden van tekstsoorten en hun kenmerken, kan echter welkom zijn, zeker als ze nadien een bepaalde tekstsoort zelf moeten produceren.


Suggesties


  • Je laat de leerlingen verschillende tekstsoorten door elkaar lezen. Zij moeten ze kunnen identificeren en, bijvoorbeeld, een aantal kenmerken aankruisen of zelf een aantal verschillen vinden tussen de verscheidene tekstsoorten.

  • Verschillende tekstsoorten door elkaar laten beluisteren/bekijken. De leerlingen moeten ze kunnen identificeren en, bijvoorbeeld, een aantal kenmerken kunnen aankruisen of zelf een aantal verschillen vinden tussen de verschillende tekstsoorten.

  • Uit een tekst vb. de adjectieven weghalen en zelf weer laten aanvullen door de leerlingen (Cf. Le Français dans le Monde n° 337).

  • De leerlingen vergelijken een literair werk met de verfilmde versie ervan.


Tips


  • Een zeer degelijk uitgewerkt referentiewerk i.v.m. omschrijving van kenmerken van tekstsoorten: Méthodes et pratiques du français au lycée. Voor uitgewerkte lesvoorbereidingen rond tekstsoorten kun je terecht op de website van de Franse gemeenschap: www.enseignons.be.

  • Voor kenmerken van tekstsoorten met visuele ondersteuning kun je terecht op de site van TV5.


Uitgewerkte opdracht
Infos pour tout le monde
Neem contact op met uw pedagogische begeleider.


SET 13 & SET 14


Toelichting
Voor SET 13 & 14 zetten de leerlingen hun eerste stappen in taalkundig onderzoek. Taal is voortdurend in beweging en in verandering: uitdrukkingen, constructies en betekenissen verschuiven historisch, geografisch en sociologisch. Taalgebruik is ook afhankelijk van de context waarin het gebruikt wordt.
Suggesties


  • De leerlingen beluisteren documenten uit verschillende taalgebieden van de francofonie (België, Zwitserland, Quebec, Afrika …) en herkennen de globale geografische bron.

  • Het werken op literaire teksten uit verschillende tijdperken biedt ook mogelijkheden voor herkenning van taalvariatie.

  • Ten slotte, houden le français argotique, le français branché ... ook elementen van taalvariatie in.


Tips
Het leerpakket “Junior college” (www.kuleuven.be/onderwijs/juniorcollege/Taal/themas) besteedt een aantal modules aan dit onderwerp.
2.3Spreken en gesprekken voeren

We behandelen de wenken spreken en gesprekken voeren samen omdat er veel raakpunten zijn. Toch zijn een aantal aspecten specifiek, daarom beantwoorden we eerst een aantal vragen voor spreken, daarna voor gesprekken voeren om af te sluiten met vragen die voor beide vaardigheden van toepassing zijn. Hieronder vind je op de volgende vragen een antwoord:



Spreken

2.3.1 Hoe implementeer je de taakgerichte benadering in spreekopdrachten?

2.3.2 Hoe laat je spreekvaardigheid inoefenen?

2.3.3 Welke verschillen zijn er tussen het basisleerplan en het leerplan met component Moderne talen?



Gesprekken voeren/Mondelinge interactie

2.3.4 Hoe implementeer je de taakgerichte benadering in gespreksopdrachten?

2.3.5 Hoe leer je leerlingen gesprekken voeren?

Spreken en gesprekken voeren/mondelinge interactie

2.3.6 Hoe garandeer je een efficiënt klasmanagement?

2.3.7 Hoe reduceer je stress bij mondelinge opdrachten?

2.3.8 Hoe belangrijk is vormcorrectheid?

2.3.9 Hoe integreer je kennis en vaardigheden?

2.3.10 Welke criteria kan/moet ik gebruiken bij de beoordeling van spreek- en gespreksvaardig-

heid?

2.3.11 In welke mate Frans spreken en laten gebruiken door de leerlingen?



2.3.12 Hoe kun je (minder taalsterke) leerlingen motiveren om Frans te spreken?

2.3.13 Hoe kun je op een gedifferentieerde manier spreek- en gespreksvaardigheid trainen?

2.3.14 Hoe kun je op een efficiënte manier spreek-/gespreksvaardigheid in een grote klas aan-

pakken?


2.3.15 Wat betekent «gefundeerd» spreken/gesprekken voeren?


Spreken
2.3.1 Hoe implementeer je de taakgerichte benadering in spreekopdrachten?
Bij het uitwerken van spreekopdrachten concretiseer je zoveel mogelijk de communicatiesituatie (Welke rol heeft de leerling? Tot wie richt hij zich?), zorg je ervoor dat de leerling een communicatief doel nastreeft (Waarom spreekt hij? Wat wil hij bereiken?) en dat de taaltaak eenvoudig te realiseren en voldoende uitdagend is.
Een voorbeeld:
De instructie «Explique pourquoi tu es pour/contre l'installation de casiers dans les couloirs de ton école» wordt in de taakgerichte benadering:
«A la demande du conseil des élèves la direction de ton école a décidé d'installer/enlever les casiers dans les couloirs. Tu fais partie du conseil des élèves et tu fais le tour de toutes les classes pour expliquer les raisons de cette décision.» (Spr 7)
In de taakgerichte benadering probeer je zo dicht mogelijk aan te sluiten bij reële gebruikssituaties. Probeer daarom opdrachten te voorzien die een beroep doen op verschillende vaardigheden.
Geïntegreerde taaltaken staan immers het dichtst bij de reële gebruikscontext. Je zorgt best voor een progressieve opbouw waarbij je de leerling begeleidt doorheen een reeks opdrachten. Hiervoor zal hij zijn kennis en de verschillende vaardigheden inzetten. In dat opzicht is het zeer handig om de context van de spreekopdracht reeds aan te reiken bij het begin van een dergelijke “didactische unit”. Zo kan de leerling eerst via contextuele reproductieve en transferoefeningen vertrouwd geraken met de taalstructuren en de woordenschat die hij nadien zelfstandig in de spreekopdracht zal gebruiken.

2.3.2 Hoe laat je spreekvaardigheid inoefenen?
Je voorziet best spreekopdrachten waarin volgende elementen aanwezig zijn.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   28


Dovnload 1.98 Mb.