Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Persbericht om heeft verdediging welbewust buiten spel gezet Rechtbank moet Cees van der Hoeven buiten vervolging stellen

Dovnload 8.35 Kb.

Persbericht om heeft verdediging welbewust buiten spel gezet Rechtbank moet Cees van der Hoeven buiten vervolging stellen



Datum10.06.2018
Grootte8.35 Kb.

Dovnload 8.35 Kb.

Naar aanleiding van de bespreking achter gesloten deuren van het bezwaarschrift van Cees van der Hoeven sturen wij u hierbij namens hem en zijn raadslieden, het volgende persbericht.

Persinfo
Van Luyken Communicatie Adviseurs


PERSBERICHT


OM heeft verdediging welbewust buiten spel gezet

Rechtbank moet Cees van der Hoeven buiten vervolging stellen

Amsterdam, 13 oktober 2004 - De rechtbank moet Cees van der Hoeven buiten vervolging stellen of zij moet de zaak nader onderzoeken omdat het dossier waarop het openbaar ministerie zich baseert eenzijdig en incompleet is. Dit stellen de raadslieden Prof. mr. M. Wladimiroff en mr. W.F. Hendriksen in hun toelichting op het bezwaarschrift tegen de dagvaarding van Cees van der Hoeven, voormalig voorzitter van de Raad van Bestuur van Ahold.

Het openbaar ministerie heeft in haar vooronderzoek de verdediging van Cees van der Hoeven, welbewust buiten spel gezet. In het vooronderzoek zijn fundamentele rechten van de verdediging met voeten getreden. Zo is het OM niet akkoord gegaan met een gerechtelijk vooronderzoek waardoor de verdediging geen kans heeft gekregen haar kant van de zaak te onderzoeken. Dit heeft ertoe geleid dat Van der Hoeven is gedagvaard op basis van een eenzijdig en incompleet dossier. Dit is onbehoorlijk en ontoelaatbaar; in dit soort zaken heeft men heeft recht op tegenonderzoek voordat wordt gedagvaard.

Het OM heeft koste wat kost Van der Hoeven voor de rechter gedaagd. Nog voordat het OM de verhoren van Van der Hoeven had afgerond, is het overgegaan tot een dagvaarding. "Een en ander levert een ernstige schending op van beginselen van een goede procesorde waarbij door het openbaar ministerie doelbewust, dan wel met grove veronachtzaming van cliënt's belangen, te kort is gedaan aan diens rechten", zo lichten de raadslieden hun formele bezwaren tegen de dagvaarding toe.

Materiële bezwaren

Niet alleen op grond van deze formele bezwaren ook gegeven de materiële bezwaren tegen de dagvaarding moet Van der Hoeven niet worden vervolgd. Van de acht beschuldigingen tegen Van der Hoeven stoelen er zeven op het 'valselijk' opstellen van zogenaamde control letters, op grond waarvan Ahold ten onrechte haar joint ventures zou hebben geconsolideerd. Met andere woorden, aldus de verdediging, het draait om de vraag of Van der Hoeven betrokken was bij dit 'valselijk' opstellen en of hij opzettelijk heeft gehandeld.


Uit onderzoek van Justitie blijkt dat hij bij dit 'valselijk' opstellen niet was betrokken. Van der Hoeven heeft geen van de control letters opgemaakt of ondertekend. Ook was hij niet op de hoogte van de strekking of van het 'valselijk' dan wel misleidend gebruik van deze brieven. Toen Van der Hoeven in het najaar van 2002 hiervan op de hoogte werd gebracht, heeft hij, voorzover nodig, adequate maatregelen genomen.
Van der Hoeven heeft ook niet opzettelijk gehandeld, aldus de raadslieden. Op geen enkele manier heeft het OM bij Van der Hoeven opzet tot misleiding aangetoond.

De stelling van het OM dat Ahold met het consolideren van haar joint ventures valsheid in geschrifte heeft gepleegd, wordt niet door het onderzoek van het OM bewezen. Consolidatie, aldus de raadslieden, wordt niet beheerst door objectieve normen, maar is het resultaat van een afweging; verklaringen van deskundigen zijn in dit opzicht niet eenduidig. Vast staat echter wel dat Deloitte en Touche en ingeroepen deskundigen, ondanks hun kennis van de side letters, de voortgaande consolidatie van ICA uiteindelijk hebben ondersteund. Van der Hoeven mocht onder de gegeven omstandigheden aannemen dat consolidatie gerechtvaardigd was. In dit verband wijzen de raadslieden er nogmaals op dat volgens Nederlandse accounting maatstaven de feitelijke zeggenschap over een joint venture maatgevend is voor consolidatie; niet de juridische zeggenschap. Daarbij komt dat het al of niet consolideren van joint ventures geen enkele betekenis heeft voor de netto winst, de winst per aandeel, het eigen vermogen, laat staan de waarde van de onderneming.



De achtste en laatste beschuldiging richting Van der Hoeven heeft betrekking op een mondelinge afspraak. Deze zou zijn gemaakt na de opstelling van een overeenkomst met ICA over voortdurende consolidatie van deze joint venture. Deze beschuldiging, aldus de raadslieden, berust op een verkeerde lezing en interpretatie van deze overeenkomst door het OM.

 


Dovnload 8.35 Kb.