Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Persbericht: Onbekend maakt ‘niet’ onbemind – Wat als je een deel van je roots mist?

Dovnload 9.97 Kb.

Persbericht: Onbekend maakt ‘niet’ onbemind – Wat als je een deel van je roots mist?



Datum15.07.2017
Grootte9.97 Kb.

Dovnload 9.97 Kb.

Persbericht: Onbekend maakt ‘niet’ onbemind – Wat als je een deel van je roots mist?

Hoe is het als je niet weet wie je ouders zijn, of wie je vader of moeder is? Als je roots, of een deel ervan, onbekend zijn? Welke invloed heeft het op je leven, je zelfbeeld, je persoonlijkheid?

Psychotherapeute Birgit Homblé deed hierover onderzoek.

Vanwaar je fascinatie voor het onderwerp?

“Ik heb jarenlang als reporter en eindredactrice gewerkt voor het tv-programma Spoorloos: ik speurde wereldwijd naar mensen, vaak op vraag van kinderen die op zoek waren naar hun roots. Adoptiekinderen die hun biologische moeder zochten, onechte kinderen die wilden kennismaken met hun verwekker, oorlogskinderen die het product waren van een romance met een Amerikaanse, Canadese of Duitse soldaat, kinderen die na een vechtscheiding alle contact waren verloren met de andere ouder. Op het moment van de uiteindelijke hereniging gebeurde er dikwijls iets wat me enorm raakte en wat ik onmogelijk in woorden kan vatten. Alsof liefde ineens kan beginnen te stromen. Twee mensen ontmoeten elkaar voor het eerst, en alleen al het besef dat ze genetisch verwant zijn, zet iets in gang dat ongelooflijk intens is. Wat me ook opviel: die existentiële band is blijkbaar universeel, ongeacht de sociale, religieuze of culturele context. Hoe langer ik ermee bezig was, hoe intrigerender ik het vond en hoe meer ik me ging afvragen hoe dat mechanisme precies werkt. Het is voor mij zelfs de ultieme aanzet geweest om opnieuw te gaan studeren, voor psychotherapeute. En toen ik enkele jaren geleden een onderwerp voor mijn eindwerk moest kiezen, was het bijna evident dat ik dit wilde uitspitten.”



Kinderen die verwekt zijn met donorsperma weten ook niet wie hun biologische vader is. Ligt het voor hen anders?

“Blijkbaar wel. KID-kinderen blijken zelden of nooit in het ziekenhuis te gaan aankloppen met de vraag wie hun biologische vader is. Wellicht voelt het anders aan: van een spermadonor weet je dat hij in de eerste plaats sperma wilde geven, niet meer en niet minder. Dat is een stuk duidelijker en doet je ook minder worstelen met de vraag in hoeverre je gewenst was, wat wél de rode draad is in het leven van “A-kinderen”, zoals ik ze noem: Adoptiekinderen en Aanverwanten.”



Hoe leef je ermee dat je ooit bent afgestaan of achtergelaten?

“Het manifesteert zich als een soort rouwproces, met daar bovenop emoties als schuld, schaamte en angst. Schuldgevoelens omdat je jezelf voorhoudt dat het aan jou ligt, dat je niet goed genoeg was. Of bij een echtscheiding: dat jij aan de basis lag van de problemen tussen je vader en moeder. Schaamte omdat je blijkbaar niet gewenst was, of omdat je voor je vader niet de moeite waard was als hij na de scheiding alle banden met je heeft verbroken. Angst om opnieuw verlaten te worden: gaan mijn adoptieouders mij opnieuw niet moeten?

Wat ook kan doorwegen, is het feit dat je je anders voelt. Als adoptiekind vind je genetisch geen herkenning, niet bij je ouders, maar ook niet bij broers, zussen, grootouders of andere familieleden. Voor een onecht kind komt daar nog bij dat soms verzwegen wordt dat papa niet je echte papa is, en dat de waarheid vaak pas later aan het licht komt, terwijl je misschien altijd instinctief gevoeld hebt dat er iets niet klopte. Of dat je het op een dag via een neefje of buurmeisje te horen krijgt. Op dat moment valt je wereld aan diggelen. Je familie is niet wie je dacht dat ze was.”

Hebben alle A-kinderen de behoefte om ooit op zoek te gaan naar de ontbrekende ouder(s)?

“Nee, je ziet het vooral bij mensen die een gebrek aan identiteit ervaren. En het risico daarop vergroot naarmate het een taboe-onderwerp is waarover niet openlijk gecommuniceerd kan worden in het gezin. Als over de omstandigheden rond de adoptie niet mag gepraat worden en als vragen stelselmatig worden afgewimpeld. Of als de ontbrekende ouder wordt doodgezwegen of stilzwijgend veroordeeld. Jammer, want hoe je het ook draait of keert, het kind is op de wereld (mede) dankzij hem, haar, hen. En moet bijgevolg de kans krijgen om iets te doen met die zijnsloyauteit. Krijgt het die niet, dan merk je vaak dat een A-kind met vragen blijft worstelen, zich gaat terugtrekken op een eilandje en zich ook minder goed gaat hechten aan de adoptieouders of aanwezige ouder. Als er wél over gepraat kan worden, als die zijnsloyauteit wordt toegelaten, voelt een kind zich gezien en begrepen. Krijgt het ook een stukje bestaansrecht en identiteit, wat ook goed is voor de hechting met zijn ouder(s).”



En ook voor zijn emotionele ontwikkeling?

“Ja, want ook al kom je in een warm nest terecht, het is niét de normaalste zaak van de wereld dat je bent geadopteerd of achtergelaten door een ouder. Dat is een litteken dat moet helen. En het helingsproces zal vlotter verlopen als er voldoende openheid en betrokkenheid is. Als je bijvoorbeeld samen met je adoptieouders een rootsreis kunt maken naar je land van herkomst, om te kijken waar je vandaan komt, hoe jouw leven er zou hebben uitgezien als je daar was gebleven. De manier waarop je opgevangen wordt en een antwoord krijgt op je vragen, zal bepalen of je als A-kind je geschiedenis mettertijd kunt accepteren en een plaats geven, of dat het altijd een moeilijk thema zal blijven.”



Welke implicaties kan dat hebben op termijn?

“Een gebrek aan zelfvertrouwen, vooral. Faalangst ook: kan ik wel voldoen aan wat er allemaal van mij verwacht wordt? A-kinderen zijn vaak enorm perfectionistisch en leggen de lat voor zichzelf heel hoog. Ze denken dat ze perfect moeten zijn om geaccepteerd te worden. Ze studeren hard, zijn braaf en volgzaam, leven zo goed mogelijk volgens de verwachtingen van hun ouders. Dat lage zelfbeeld speelt hen soms ook parten als ze volwassen zijn en relaties aangaan: ze hebben veel bevestiging van hun partner nodig, willen horen dat hij of zij hen nog graag ziet. Dat legt veel druk op een relatie, en als die daardoor spaak loopt, zien ze daarin vooral een bevestiging: zie je wel dat ik niet de moeite waard ben? Of ze gaan zelfsaboterend gedrag vertonen, er op een onbewuste manier zelf voor zorgen dat relaties niet standhouden. Zodat hun innerlijke overtuiging blijft kloppen: als het erop aankomt, sta ik er alleen voor.”



Wat als biologische ouders spoorloos blijven of afwijzend reageren? Als adoptieouders niet open willen of kunnen communiceren? Betekent dit dat je er de rest van je leven mee blijft worstelen?

“Therapie kan heel belangrijk zijn en helpen om op een andere manier naar jezelf te leren kijken. Het biedt ondersteuning en kan opnieuw een brug zijn om vanuit onzekerheid, schuldgevoel, verwerping en gemis in het leven, terug meer vrede te nemen met jezelf en naar rust en vertrouwen te evolueren.



Zodat je milder wordt voor jezelf en meer vrede krijgt met wie je bent en waar je vandaan komt.”

U kunt psychotherapeute Birgit Homblé contacteren via 0475-45 64 02 of birgit.homble@telenet.be – http://users.telenet.be/psychotherapeut/


Dovnload 9.97 Kb.