Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Plaagdieren: Herkenning Preventie Bestrijding Zutphen 2006, Gelders Erfgoed Colofon

Dovnload 396.53 Kb.

Plaagdieren: Herkenning Preventie Bestrijding Zutphen 2006, Gelders Erfgoed Colofon



Pagina1/11
Datum26.09.2017
Grootte396.53 Kb.

Dovnload 396.53 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


Plaagdieren: Herkenning - Preventie - Bestrijding










Zutphen 2006, Gelders Erfgoed

Colofon
Deze syllabus hoorde bij de cursus: ‘Plaagdieren: herkenning, preventie en bestrijding, 2002.

Herziene versie 2006


Samenstellers:

Hans Piena, materiaaldeskundige hout, Gelders Erfgoed

Marysa Otte, consulent behoud en beheer, Gelders Erfgoed
Gelders Erfgoed © 2006
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever

Afbeelding voorzijde: J.-Th. Franz, G. Masuch, K.-Ch. Bergmann, H. Müsken

Angewandte Biologie - Universität Paderborn

Allergie- und Asthmaklinik - Bad Lippspringe



Inhoudsopgave


Inleiding 5

I. Plaagdieren 7

1. Houtwormen 10

1.1 Gewone Houtworm 11

1.2 Doodskloppertje 13

1.3 Spinthoutkever 14

1.4 Huisboktor 16

2. Aan houtworm verwante kevers 17

2.1 Broodkever 17

2.2. Tabakskever 18

3. Tapijtkevers 20

3.1 Anthrenus 20

3.2 Driebandkever 22

3.3 Pelskever 23

3.4 Attagenus smirnovi Zhantiev, 1973 24

3.5 Spekkever 24

3.6 Dermestes haemorrhoidalis Küster, 1852 25

4. Motten 26

4.1 Kleermot 26

4.2 Pelsmot 27

4.3 Bruine zadenmot 28



5. Vochtminnende soorten 29

5.1 Boekenluis 29

5.2 Franjestaarten 30

6. Kakkerlakken 34

6.1 Duitse kakkerlak 34

6.2 Oosterse kakkerlak 36

7. Vliegen 37

7.1 Klustervlieg 37

7.2 Herfstvlieg 38

8. Knaagdieren 40

8.1 Huismuis 40

8.2 Ratten 41

9. Literatuurlijst plaagdieren 44

II. Geïntegreerde bestrijding 46

1. Vermijden: zorgen voor een onaantrekkelijk leefmilieu voor plaagdieren 48

1.1 Klimaat 48

1.2 Schoonhouden van het gebouw 48

2. Buitensluiten: binnenkomst van plaagdieren bemoeilijken 50

2.1 Gebouw 50

2.2 Controleren van binnenkomende voorwerpen 50

3. Detectie 54

3.1. Detecteren: wie, wat, hoe, waar, wanneer? 54

3.2 Gebruik van detectiemiddelen 57

3.3 Bijhouden van een logboek 60



4. Wat te doen bij ontdekking van plaagdieren in het museum 65

4.1 Determinatie 65

4.2 Isoleren en vervoeren 65

5. Bestrijding 67

5.1 Vriezen 67

5.2 Opwarmen 68

5.3 Behandeling met kooldioxide 68

5.4 Behandeling met een lage zuurstof concentratie/stikstofbehandeling 69

5.5 Gammastraling 69

5.6 Bestrijding met toxische gassen 69

5.7 Insecticiden 70

5.8 Huis-, tuin- en keukenmiddeltjes 71

5.9 Chemisch reinigen van textiel 71

5.10 Bestrijding met ultrasonore trillingen of electromagnetische golven 72

5.11 Bestrijding van kakkerlakken, muizen en ratten 72

5.12 Wering van vogels op en in het gebouw 72

5.13 Desinfecteren van de omgeving 72

5.14 Keuze van de bestrijdingsmethode 73

6. Evaluatie en overleg 73

7. Algemene literatuurlijst 75

8. Websites 78

9. Productinformatie, adressen en leveranciers 79

Inleiding

Mottenvraat aan historische tapijten, geheel door houtworm vermolmde spiegellijsten, tapijtkevers in het laken van een biljart, muizen die een rieten hoedje hebben gebruikt als nest, het zijn maar enkele voorbeelden van schade die in musea zijn aangericht door plaagdieren. Plaagdieren -ook wel ongedierte genoemd- kunnen op verschillende manieren schade of overlast bezorgen:


Schade aan de collectie:

De meeste schadelijke insecten in musea zijn van nature opruimers: in de natuur eten zij datgene wat al dood is. Ze kunnen door vraat ook schade aanrichten aan de collectie. Het gaat daarbij om voorwerpen die van organisch materiaal zijn gemaakt. De materialen zijn voornamelijk afkomstig van planten zoals het papier in boeken of het hout in meubels en van dieren zoals het paardenhaar in oude stoelzittingen, de wol in een uniform of bijvoorbeeld de gelatine op geglansd papier. Natuurlijk worden ook dieren en insecten zelf opgegeten zoals opgezette dieren en insecten in entomologische collecties.

De tweede belangrijke groep insecten in musea knagen niet aan voorwerpen, maar zorgen wel voor vervuiling van ruimten, collecties en materialen, zoals een vliegenplaag. Dit geldt ook voor kleine plaagdieren, die niet behoren tot de 'klasse der insecten', zoals spinnen, pissebedden en mijten. De vervuiling en de (dode) dieren zelf vormen een aantrekkelijke voedingsbron voor schimmels en voor sommige schadelijke insecten. Daarnaast kunnen muizen en ratten aan collecties knagen en het als nestmateriaal gebruiken.
Schade aan het gebouw

Diverse soorten houtwormen, mieren en wespen kunnen de houten constructie van gebouwen aantasten. Ook ratten en muizen, in hun zoektocht naar voedsel, en vogels door het bouwen van nesten, kunnen voor lekkages en schade zorgen.


Schade aan voorraden en overige materialen

Kakkerlakken, muizen en vele andere plaagdieren kunnen voorraden van bijvoorbeeld het museumrestaurant aantasten. Materialen die gebruikt zijn bij de inrichting kunnen ook ten prooi vallen, bijvoorbeeld motten in wollen tapijten.


Schade aan de gezondheid van medewerkers en bezoekers

Met name vliegen, kakkerlakken, muizen en ratten kunnen ziekten verspreiden.

Voldoende redenen om te zorgen dat plaagdieren in uw museum geen kans krijgen!
Hoe doe je dat?

Ten eerste door de vijand te leren kennen: plagen kunnen pas goed worden voorkomen als u op de hoogte bent van het gedrag, de favoriete maaltijden en de levenscycli van de verschillende schadelijke dieren. Het is belangrijk om te weten waardoor ze worden aangetrokken en hoe ze binnen komen.

Ten tweede door deze kennis te gebruiken in de dagelijkse routine in een museum.

U controleert op de juiste tijden vensterbanken op tapijtkevers en de objecten van iepen, noten en beuken op houtworm. De aanwezigheid van een aantal niet direct schadelijke insecten vertelt u dat de Relatieve Vochtigheid te hoog is of dat er openingen naar buiten zijn. U siert de haard niet meer op met haardblokken die rechtstreeks van buiten komen, maar u behandelt deze eerst. Kortom: in het museum past u een ‘geïntegreerd bestrijdingsprogramma’ toe: een pakket van preventieve maatregelen, om aantasting te voorkomen, zodat het gebruik van bestrijding tot een minimum beperkt kan worden.

Deze twee onderdelen komen aan bod in de cursus `Plaagdieren: Herkenning, Preventie, Bestrijding`.

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • Inhoudsopgave
  • Inleiding

  • Dovnload 396.53 Kb.