Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Poeslief of brutaal als de beul?

Dovnload 30.88 Kb.

Poeslief of brutaal als de beul?



Datum18.06.2018
Grootte30.88 Kb.

Dovnload 30.88 Kb.

[Gepubliceerd in Onze Taal, mei 2007]
Om onze woorden kracht bij te zetten gebruiken we veel vergelijkingen. Dan zeggen we niet dat de appels hard zijn, maar we noemen ze ‘keihard’. En iemand die uitgerust wakker wordt, heeft geslapen ‘als een roos’. Simpel zat. Alhoewel … Hoe zit het dan met ‘keiharde muziek’? En hoe slaapt een roos eigenlijk? Versterkende vergelijkingen: zo interessant als wat!
Poeslief of brutaal als de beul?

Versterkende vergelijkingen in het Nederlands


Rik Schutz
Zo rood als een kalkoense haan, popmooi, zo klaar als glas. In deze drie voorbeelden worden de bijvoeglijke naamwoorden rood, mooi en klaar (‘helder’) versterkt door ze te vergelijken met respectievelijk de kleur van een kalkoense haan, de gaafheid van een pop en de doorschijnendheid van glas. Er wordt een ijkpunt gekozen: bijna niets is bijvoorbeeld zo doorschijnend als glas. Door iets anders te vergelijken met glas (dat dus heel erg helder is), wordt duidelijk dat dat tweede voorwerp niet zomaar helder is, maar net zo helder als het ijkpunt: héél erg helder dus. En zo gaat dat glas als ‘versterker’ werken.

Toch roepen die versterkingen ook vragen op. Neem nu die ‘kalkoense haan’: Zijn die kalkoenen echt zo rood? En een vergelijking met glas wordt ook vaak gemaakt als er in letterlijke zin helemaal geen sprake is van doorschijnendheid; ‘een glashelder betoog’ bijvoorbeeld. En ook: de drie genoemde vergelijkingen worden nooit meer gebruikt. Betekent dat dat de ijkpunten verschuiven? Kortom: hoe zit het precies met die versterkende vergelijkingen?



Vederlicht


De vorm waarin een versterkende vergelijking meestal voorkomt, is die van de als-vergelijking, al dan niet met het woordje zo. Gangbare voorbeelden zijn zo kaal als een biljartbal, zo gezond als een vis en zo stom als het achtereind van een varken. Menige als-vergelijking heeft de vorm van een samenstelling aangenomen, en soms duiken zelfs beide vormen op: naast moe als een hond, licht als een veer(tje) en glad als een aal komen voor: hondsmoe, vederlicht en aalglad. Soms komt uitsluitend de samenstelling voor, zoals poeslief en steenkoud. In al deze voorbeelden wordt de eigenschap waar het om gaat uitdrukkelijk genoemd, en uit de vorm wordt duidelijk dat een versterking ervan wordt bedoeld. Als er in de vergelijking een bijvoeglijk naamwoord voorkomt, is het niet nodig om precies te snappen op grond waarvan vergeleken wordt. Men snapt zo wel dat de versterker iets wil zeggen als ‘heel erg’.

Wanneer er géén bijvoeglijk naamwoord in de vergelijking voorkomt, is er meer wereldkennis nodig om te begrijpen wat er wordt bedoeld. In geld verdienen als water wordt, zonder het bijvoeglijk naamwoord veel te noemen, iets gezegd over de hoogte van iemands inkomen. Om dat te begrijpen moet je wel weten dat er in Nederland veel water voorkomt. In bergachtiger streken, waar water stroomt of valt, zou de vergelijking misschien eerder worden gebruikt om de snelheid waarmee geld wordt verdiend mee aan te duiden. Branden als een fakkel is voor de meesten van ons nog een sprekend beeld, maar geldt dat ook voor branden als een lier? Wie heeft ooit een lier zien branden? Door veranderingen in de samenleving is menige vergelijking minder duidelijk geworden dan die geweest is. In handen als kolenschoppen worden we geacht te weten dat een kolenschop groot is. Maar welke moedertaalspreker van onder de veertig heeft ooit een kolenschop gezien? In een samenleving die meer en meer verstedelijkt, waarin de meeste mensen niet meer vertrouwd zijn met scharrelend pluimvee en moestuin, verliezen vergelijkingen als er als de kippen bij zijn en groeien als kool aan transparantie. Wie kip en kool slechts gesneden en voorverpakt uit het schap van de supermarkt kent, zal uit het gebruik van de vergelijkingen moeten opmaken om welke kenmerken het gaat. Het is als met de kamelen en talenten uit de parabels van Jezus; ooit waren ze door hun alledaagsheid behulpzaam om dingen te verduidelijken, maar gaandeweg zijn ze door hun onbekendheid veranderd in obstakels voor snel en goed begrip.



Als ik weet niet wat


Meestal wordt een vergelijking gemaakt met iets dat heel specifieke, opvallende kenmerken heeft. Een oude kanonskogel heeft weinig andere eigenschappen dan zijn (bol)ronde vorm en daardoor was kogelrond een sprekend beeld. Hetzelfde geldt voor de rode kleur van een biet, de gladheid van een spiegel en de stilte van de dood, en daardoor zijn zo rood als een biet, spiegelglad en doodstil glasheldere vergelijkingen. Des te opmerkelijker dat er zo veel gangbare vergelijkingen zijn die, althans op het eerste gezicht, als een tang op een varken slaan: stoned als een garnaal, slapen als een roos, kloppen als een bus (zie het kader op de volgende bladzijde voor hoe dat zo gekomen kan zijn). In een enkel geval nodigt de versterker kennelijk uit tot een verbijzondering, misschien omdat hij niet zo erg sprekend is van zichzelf. Van zo gek als een deur komen bijvoorbeeld nogal wat varianten voor, zoals zo gek als een schuurdeur/achterdeur/schuifdeur/klapdeur/draaideur. (Deze voorbeelden, en meer, zijn met Google gemakkelijk te vinden.)

Versterkers die met bijna ieder woord te combineren zijn, zijn zeldzaam maar ze komen voor. Ooit zullen neten en ziekte misschien een referentiepunt zijn geweest voor een specifieke eigenschap, maar tegenwoordig kunnen ze vrijwel alles intensiveren. Een greep uit de bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden die voorkomen in (zo) ... als de neten: kwetsbaar, onbetrouwbaar, gierig, brutaal, tijdloos, opportunistisch, illegaal, fout, corrupt, hypocriet, bang, traag, stinken, swingen, tochten, jeuken en branden. Ook versterkers met de vorm van een voorvoegsel krijgen soms een heel ruim bereik. Het transparante bloedrood zal wel de oermoeder zijn van het aanmerkelijk minder logisch klinkende rijtje bloedmooi, bloedgeil, bloedlink, bloednerveus, bloedheet. Ook in zelfstandige naamwoorden heeft bloed- als voorvoegsel een niet-specifieke versterkende betekenis, getuige bloedhekel en (met een) bloedgang.

Versterkingen als te pletter, die vaak bij een werkwoord staan, hebben ook vaak een verrassend brede toepassing. Denk aan: zich een bult, het apelazarus, het apezuur, die voorkomen met de werkwoorden lachen, schrikken, ergeren, zoeken en vele andere. Ze geven het mogelijke gevolg aan van een bepaalde handeling.

Soms is de versterker nadrukkelijk niet-specifiek en in dat geval mag de fantasie van de toehoorder of lezer zelf iets indrukwekkends invullen. Dat geldt bijvoorbeeld voor: zo ... als iets, als wat, als ik weet niet wat, als maar zijn kan en een ... van heb ik jou daar.

Voorvoegsels met een brede toepassing, die toch niet helemaal uitwisselbaar zijn: aarts- (aartslui), oer- (oervervelend), over- (overduidelijk), super- (superzuinig) en het recente über- (übercool).

Keiharde muziek


Een enkele keer verschuift de betekenis van datgene waarmee wordt vergeleken van letterlijk naar figuurlijk en daardoor van sprekend naar schijnbaar onzinnig. Zo groen als gras is bijvoorbeeld van oorsprong een helder beeld, want iedereen kent de kleur van een grasveld. De vergelijking wordt echter vrijwel nooit gebruikt om een kleur mee aan te duiden. Als iemand ‘zo groen als gras’ wordt genoemd, dan gaat het om onervarenheid, een afgeleide, figuurlijke betekenis van het woord groen. Iets dergelijks doet zich voor bij zakken als een baksteen. Een baksteen zinkt in water, maar faalt niet voor een examen en dat is de betekenis waarin de vergelijking wordt gebruikt. Vergelijkbaar is een samenstelling als keihard als die wordt gebruikt in combinatie met muziek; een kei is hard, maar in een andere betekenis dan ‘luid’.

Het interessantste type is misschien wel de ironische vergelijking: datgene waarmee wordt vergeleken vertoont de bedoelde eigenschap juist helemaal niet. Voorbeelden zijn: zo helder als koffiedik en een geheugen als een zeef/vergiet. De vorm is dezelfde als die van de gewone vergelijking, maar de bedoeling is tegengesteld. In het eerste voorbeeld heeft het ‘versterkende’ koffiedik de eigenschap ‘helderheid’ helemaal niet. In het tweede wordt niet, zoals je verwacht, iets genoemd dat bij uitstek geschikt is om iets in te bewaren (bijvoorbeeld een ijzeren pot), maar iets dat daar helemaal niet voor kan dienen.



Rijm


De vergelijking lijkt soms mede te zijn bepaald door de vorm. Niet zelden is er sprake van rijm, zij het vaker in bijzondere rijmvormen als klinkerrijm en alliteratie, dan het gewone eindrijm, als in zat als een patat. Voorbeelden van beginrijm: brutaal als de beul, huizenhoog, stokstijf en het eerdergenoemde groen als gras. Fraai klinkerrijm vinden we in: schijten als een reiger, broodnodig en in het recent aan het Engels ontleende dood als een dodo.

Het laatste voorbeeld laat zien dat het bij intensiveringen om een dynamisch verschijnsel gaat. De eerste drie voorbeelden uit dit artikel leven nog voort in Van Dale, maar niet meer in de taal van vandaag. In mijn verzameling van ruim 1200 gangbare intensiverende vergelijkingen bevinden zich ook heel recente die nog niet in onze woordenboeken staan. Een prachtig voorbeeld van een aan de wielersport ontleende uitdrukking (iemand/zich het snot voor de ogen rijden) blijkt veel ineens heel veel te worden gebruikt.

Mochten er lezers van Onze Taal zijn die courante voorbeelden kennen van intensiverende uitdrukkingen die in Van Dale nog ontbreken, dan houd ik me aanbevolen.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx begin kader xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Ondoorzichtige intensiverende vergelijkingen
In de tekst worden enkele versterkers genoemd die we nu moeilijk meer kunnen doorzien. Waar komen ze vandaan?
zo rood als een kalkoense haan De kop van een mannetjeskalkoen is rijkelijk voorzien van helderrode lellen. Voor wie zo’n beest voor zich ziet, is de vergelijking dus duidelijk.
branden als een lier De suggestie dat de ‘lier’ in deze uitdrukking een naaldboom, de lariks, zou zijn is intussen verworpen. Vermoedelijk heeft als een lier zich losgezongen van een oudere uitdrukking gaan als een lier, waarin ‘lier’ de betekenis heeft van een (doorgaans soepel draaiende) windas. De combinatie met branden heeft vervolgens een nieuwe uitdrukking opgeleverd.
stoned als een garnaal Dit is een van de zeldzame gevallen waarvan de herkomst precies bekend is. Kees van Kooten en Wim de Bie hebben in 1975 de vergelijking geïntroduceerd in hun persiflage op een carnavalshit: “dus neem nog maar een haal, want stoned als een garnaal zijn we allemaal”.
slapen als een roos Een mooie, romantische verklaring is dat de uitdrukking zijn oorsprong vindt in ‘slapen met de kleur van een roos op de wangen’.
kloppen als een bus De oudere uitdrukking ‘sluiten als een bus’ is eenvoudig te doorzien. Een goed passend deksel op een bus waarborgt een goede afsluiting. Ook hier heeft het losgezongen deel ‘als een bus’ een nieuwe eenheid opgeleverd met ‘kloppen’ in de betekenis ‘in orde zijn’.
gek als een deur Het woord ‘deur’ in de hier bedoelde betekenis werd in het Middelnederlands geschreven als door en het hedendaagse, Duitse woord Tor (gek, zot, dwaas) gaat terug op dezelfde oervorm.
als de neten Wie ooit met luizen te maken heeft gehad weet dat ze vooral talrijk zijn, die eitjes, die ‘neten’ worden genoemd. De betekenisverschuiving van ‘veel’ naar ‘in hevige mate’ komt vaker voor.
als de ziekte Verschillende ernstige, besmettelijke ziekten, zoals de tyfus, de cholera en de pokken werden vroeger aangeduid als ‘de ziekte’. Ook in dit geval heeft de karakteristieke snelheid (waarmee epidemieën zich verspreidden) zich verbreed tot een bredere betekenis ‘in hevige mate’.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx einde kader xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx




pag. van

  • Vederlicht
  • Als ik weet niet wat
  • Keiharde muziek

  • Dovnload 30.88 Kb.