Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Praktische opdracht, Erfelijkheid. Kruisen van fruitvlieg-mutanten. Algemene inleiding: Doel praktische opdracht

Dovnload 251.46 Kb.

Praktische opdracht, Erfelijkheid. Kruisen van fruitvlieg-mutanten. Algemene inleiding: Doel praktische opdracht



Pagina3/3
Datum25.10.2017
Grootte251.46 Kb.

Dovnload 251.46 Kb.
1   2   3

Opm. Het genotype van een wild-type vrouwtjes vlieg (dus met lange vleugels, rode ogen en een beige lichaamskleur) zou dan in dit verband AA XR XR EE zijn, maar bij een dihybride kruising worden maar twee van de drie letters genoteerd, afhankelijk van welke kruising je uitvoert.

De andere bekijk je niet, dus hoeft ook niet genoteerd te worden.

Voorbeeld: Een wit-ogige vrouwtjesvlieg met zwart lichaam wordt dan als volgt genoteerd:


Xr Xr ee


Werkwijze praktische opdracht.
Benodigdheden voor het practicum:
Per groep: een bakje met daarin: • een loep,

• een pincet,

• penselen,

• witte kaarten,

• een trechter,

• een etheriseerder

• een her-etheriseerder (ronde petrischaal met filtreerpapier)

een prop watten

• een fles alcohol

• wit papiertje

• kweekbuis met kant en klare voedingsbodem.
Voor algemeen gebruik: • een broedstoof {op 25°C afgesteld},

• een oliegraf {pot gevuld met olie}.


De vliegen en de buisjes met voedingsbodem worden tijdens het practicum verstrekt.

…………………….



1e practicum: oefenen {verdoven, seksen, analyseren enz.}. Gebeurt op



…………………….



2e practicum: inzetten P1-generatie. Datum: ………………(wordt door de T.O.A. nog door gegeven).


Tabel 2 Lijst van kruisingen die kunnen worden uitgevoerd.


Nr.

Dihybride

1

ebony x white

2

white x ebony

3

ebony x vestigial

4

vestigial x ebony

5

white x vestigial

6

vestigial x white


ZORG ERVOOR, dat je steeds de verschillende stencils bij je hebt!

ZORG ERVOOR, dat je tijdens het practicum weet watje doet!

ZORG ERVOOR, dat je tijdens het practicum netjes werkt!

ZORG ERVOOR, dat je altijd met z’n tweeën bent!
Kan zijn dat vestigial niet mee doet i.v.m. de slechte kweek.


4



Het verdoven en behandelen van de vliegen.
Het is nodig dat alle materiaal,dat gebruikt wordt, en het oppervlak, waarop gewerkt wordt, steeds eerst met alcohol wordt schoongemaakt (=steriliseren). Gebruik niet te veel alcohol, omdat anders de vliegen vastplakken aan de schone, maar wel natte voorwerpen.

Om de vliegen te kunnen bekijken en behandelen, is het nodig deze rappe dieren te verdoven. Dit houdt in, dat de dieren met een beetje ether tijdelijk bewusteloos gemaakt worden (het is niet de bedoeling ze op deze wijze te doden). Onderscheidt Alcohol van Ether !!!!!

Om deze verdoving goed te laten verlopen moet men op de volgende wijze te werk gaan: Zie ook figuur 1.

a. maak het witte kaartje en de penselen schoon met alcohol (denk eraan, alles moet droog zijn). Daarna een stukje van de tafel waar je op werkt



b. stop het witte, kleine papiertje in de nieuwe kweekbuis.

c. pak de etheriseerder , controleer of die droog is, haal de kurk er af en doe een paar druppels ether op de wattenprop in de kurk en plaats de kurk op de etheriseerder. Wacht 1 minuut.

d. haal de dop van de etheriseerder en plaats de trechter erop (zie figuur).

e. neem de buis met de te verdoven vliegen en tik deze een paar keer op het linoleumplaatje, zodat de vliegen onderin de buis komen. Haal direct daarna de wattenprop van de buis en plaats de buis met vliegen omgekeerd op de trechter. Nu kan er geen vlieg meer ontsnappen.

f. neem nu de hele combinatie in je handen (van 1 persoon) en tik een paar keer op het linoleumplaatje, zodat tenslotte alle vliegen in de etheriseerder beland zijn. Haal de vliegenbuis en trechter eraf en plaats de dop weer terug op de etheriseerder.

Wacht 1,5 minuut. Niet te lang, want de vleugels mogen niet omhoog steken (dan zijn ze dood)!



g. de vliegen worden vervolgens op het witte kaartje uitgeschud om uit te zoeken.

Een verdoofde vlieg beweegt soms zijn pootjes en monddelen nog. Is deze beweging niet te

zien en steken de vleugels onder een hoek van 45° omhoog, dan mag worden aangenomen, dat

deze vlieg dood is (plant zich dus niet voort !!). Deze vlieg wordt niet gebruikt voor verder

kweken!!! Je moet deze vlieg wel meetellen voor het F1 -resultaat!!!



Figuur. 1













buis met vliegen

.











Kweekbuis

papiertje


trechter







verdover










linoleumplaat







  1. Na verloop van tijd komen de verdoofde {dus niet de dode} vliegen weer bij. Om ze weer rustig te krijgen

moeten ze opnieuw worden verdoofd, met de her-etheriseerder. Hiertoe worden enkele druppels ether

op het filtreerpapier gebracht. Daarna wordt de her-etheriseerder over de te verdoven vliegen gezet.

Niet te lang want ook op deze wijze kunt je de vliegen naar het Hiernamaals sturen!!! Omdat de

vliegen niet bestand zijn tegen lichamelijk contact met de mens, mogen we ze enkel met een penseel

aanraken. Met een schoon penseel kunnen we de vliegen makkelijk sorteren, of in de buisjes schuiven.

Bij het inbrengen van verdoofde vliegen in de nieuwe kweekbuis, leg je deze buis horizontaal (plat) op de tafel en schuift de vliegen erin. Laat de buis verder met rust!!! Ze komen na een paar minuten langzaam bij en worden dan opgehaald

Vliegen die niet meer gebruikt worden, worden na bekeken te zijn in het oliegraf gedeponeerd. Het is namelijk niet de bedoeling om in school een plaag te veroorzaken.

Het inzetten van een kruising:
Een kruising begint steeds met het plaatsen van bepaalde vliegen in een buisje met verse voedingsbodem. Deze buisjes zijn zo steriel mogelijk bereid, om optreden van schimmel en bacteriën te voorkomen. Bij het inbrengen van de vliegen moet deze steriliteit bewaard blijven: dus de wattenprop zo kort mogelijk van de fles en deze wattenprop even niet op de grond gooien!!

In het algemeen wordt ernaar gestreefd per buisje 5 vrouwtjes en 5 mannetjes in te zetten. Bij het inzetten van de P1 zijn de vrouwtjes virginaal (onbevrucht). Het is de verdienste van de t.o.a. dat er voldoende van deze virginale vrouwtjes zijn. Het is daarom volkomen logisch, dat hij èn de docent ontstellend kwaad worden, als er iets met die vrouwtjes gebeurt, wat niet was afgesproken!!!!


Ongeveer 1 week na het inzetten van een kruising verwijder je (of de TOA) de ouder-vliegen (voordat ze zich aan hun jongen vergrijpen).

± 1 week later kun je de jongen (F1) gaan uitzoeken.

N.b. voor het doorkruisen van een nieuw ouderpaar uit de F1, gebruik je 5 (vitale) mannetjes en 5

5 (vitale) vrouwtjes.

Aangezien ze verdoofd in de nieuwe kweekbuis komen, moet je ervoor zorgen dat ze niet gelijk vastplakken aan de voedingsbodem (zie blz. 6 onderaan).

Op iedere buis komt een etiket met daarop de volgende gegevens:


Initialen NAAM groepsleden b.v. Jan G en Karin S.

NAAM klas of cluster b.v.: 4V.3.

Ingezette generatie b.v. P1.

Ingezette kruising b.v. wh x e (vrouwtjes X mannetjes).

DATUM inzet b.v. 25 october 2003.


Het etiket ziet er dan als volgt uit:

initialen J.G. - K.S. 4V.3 groep.


P1 ingezette

generatie.




06-02-07

ingezette

kruising. wh x e 10-11-’04 datum

WERK NETJES , WERK SNEL, WEET WAT JE DOET!

NOTEER ALLES DUIDELIJK !

LAAT ANDEREN MET RUST !


Tips voor de verslaglegging


  1. Zie voor algemene opzet van je verslag de website (natuurwetenschappelijke methode)

  2. Licht in je inleiding toe wat het doel is van je onderzoek en waarom je met dit proefdier werkt.

  3. Licht in het begin van de hypothese toe wat een opgeschreven genotype te maken heeft met genen op chromosomen. Licht het bijzondere toe van een gen op het X-chromosoom. Gebruik hiervoor de informatie op blz. 4 van dit stencil. In de hypothese verwerk je je theoretische verwachting (uit je werkplan).

  4. In de hypothese verwerk je je theoretische verwachting (uit je werkplan).

  5. Maak duidelijk onderscheid tussen de theoretische uitkomst en de gevonden resultaten. Onderscheid de telresultaten van jezelf en die van de gehele groep.

  6. Verwerk de resultaten in één tabel, waarin (naast de verwachte verhouding) ook de gevonden verhouding staat. Weer: van jezelf en van de gehele groep. Een staafdiagram met verwacht en gevonden is zeer illustratief!

  7. Licht toe hoe je je berekeningen gemaakt hebt.

  8. Trek een korte en duidelijke conclusie. Neem niet opnieuw tabellen op. Ga in ieder geval in op de gevonden verschillen van jezelf en van de gehele groep.

Resultaten F1 (P2).







Eigen resultaat

Klassikaal resultaat

Kruising:
























Fenotype:













Aantal:













Resultaten F2:








Eigen resultaat

Kruising





































Fenotype

























Aantal





























Klassikaal resultaat

Kruising


















Fenotype

Wild



Wild









Aantal

























8



Het maken van een verslag volgens de natuurwetenschappelijke methode, zoals gebruikelijk bij biologie.



1. Titelblad (met een titel die de lading dekt, dus niet “profielwerkstuk 5 Havo”)

2. Inhoudsopgave.

3. Voorwoord (alleen bij grote verslagen, bijv. profielwerkstuk)

Dit gedeelte schrijf je als allerlaatste, maar het staat vooraan in je verslag. Hier staat hoe je aan je onderwerp bent gekomen.


4. Inleiding (een korte omschrijving van je onderzoek)

Hierin maak je de lezer duidelijk waarin je geïnteresseerd bent. Daarnaast zeg je iets over het organisme (plant, dier of mens) waaraan je het onderzoek uitvoert. Meer informatie bij 4c.

4a. Verder formuleer je hier je probleemstelling/vraagstelling. Hierin formuleer je kort en krachtig wat je gaat onderzoeken. Een vraagstelling dient altijd te eindigen met een vraagteken. Denk erom: een lezer weet nog van niets, dus geen details opnemen in de vraagstelling, die een lezer nog niets zeggen!!

4b. Ook vermeld je de hypothese van je onderzoek. Hierin beschrijf je wat je denkt dat de conclusie van je onderzoek zal zijn. Deze wordt in principe niet verder toegelicht. Pas aan het einde van je onderzoek concludeer je of je hypothese goed of fout was. Ook voor de hypothese geldt dat je geen details opneemt die de lezer niet kent!!

4c. Theorie.

Hierin staat informatie over de planten- en/of dier soort en wat er over jouw onderzoek zoal bekend is.


5. Materiaal & Methode:

Deze wordt ook wel uitvoering genoemd. De materiaal en methode bestaat eigenlijk uit twee onderdelen.

5a.De benodigdheden; dus alles wat je tijdens het onderzoek aan materialen en stoffen hebt gebruikt.

5b. De werkwijze;

waarin je precies beschrijft hoe je het onderzoek gaat uitvoeren, al dan niet met een toelichting. Ook kun je hier schema’s en of tekeningen opnemen van je proefopstelling. Het moet zo duidelijk zijn dat iemand anders het experiment aan de hand van deze werkwijze opnieuw kan uitvoeren.
Het kan zijn dat je een blanco-proef gaat inzetten: een proef met de plant of het dier (of de mens), die niet te maken krijgt met de factor die je wilt onderzoeken. Ze dient als vergelijkingsmateriaal of als controle.

6. Resultaten:

Hier vermeldt je nu alleen wat je voor gegevens hebt gevonden en niet wat daaruit af te leiden valt. De resultaten bevatten vaak tabellen en grafieken. Het is de bedoeling dat deze wel worden toegelicht. Het is dus van belang dat een grafiek of tabel duidelijke bijschriften heeft. Denk bij een grafiek ook aan duidelijke bijschriften bij de assen.



7. Conclusie:

Hier vermeld je wat volgens de resultaten het antwoord is op de vraagstelling. Vervolgens trek je hieruit je conclusies en vergelijk je deze met de opgestelde hypothese en concludeert of die goed of fout was.



8. Discussie:

Hier geef je een toelichting over je gevonden resultaten en conclusies. Hier kun je ook allerlei andere opmerkingen over het onderzoek kwijt. Je kunt hier vermelden wat er tijdens het onderzoek mis is gegaan of eventueel anders had gemoeten. Dus schrijf hier geen onzinnige, niet ter zake doende opmerkingen neer!


9. Het nawoord

Hierin komt te staan wat je van het onderzoek vond, opm. en/of aanmerkingen over allerlei dingen die je bent tegen gekomen en niet echt met het onderzoek te maken hadden. In het nawoord bedank je personen etc.


10. Literatuur:

Hierin vermeld je al je gebruikte bronnen. Dit doe je als volgt:

Achternaam schrijver, voorletters, naam boek of artikel, uitgever, jaartal, druk.

Bij meerdere schrijvers alleen de eerste vermelden en achter de voorletters e.a. vermelden.



Bijv: Jansen, P.J. e.a., Het wonderbare leven, Wolters Noordhoff, 1995, 4e druk

Websites vermeld je met het adres (volledige URL) en indien bekend: maker, titel en wanneer je de website bezocht hebt.Bijv: http://biology.arizona.edu/D.Brown, Biology Site, okt 1997


11. Het logboek (geldt alleen voor profielwerkstukken).


1   2   3

  • ZORG ERVOOR, dat je steeds de verschillende stencils bij je hebt! ZORG ERVOOR, dat je tijdens het practicum weet watje doet!
  • Het etiket ziet er dan als volgt uit: initialen J.G. - K.S. 4V.3
  • Theorie.
  • Bijv

  • Dovnload 251.46 Kb.