Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Preek over 1 Samuel 18: 3 en 4

Dovnload 79.64 Kb.

Preek over 1 Samuel 18: 3 en 4



Datum05.12.2018
Grootte79.64 Kb.

Dovnload 79.64 Kb.

Preek over 1 Samuel 18:3 en 4

1. Votum


2. Groet

3. Psalm: 122 : 1 en 3

4. Wet des Heeren / Apost.gel.

5. Psalm: 51 : 1 / 62 :5

6. Schriftlezing: 1 Samuel 18 : 1 - 16

7. Gebed


8. Tekst( thema): Jónathan nu en David maakten een verbond, daar hij hem liefhad als zijn ziel. En Jónathan deed zijn mantel af, die hij aan had en gaf hem aan David, ook zijn klederen, ja tot zijn zwaard toe en tot zijn boog toe, en tot zijn gordel toe (1 Samuel 18 : 3 en 4).

Thema: Een liefdesverbond

Verdeling van de preek

1. Vrucht van de vreze des Heeren

2. Afspiegeling van de liefde van Christus

3. Toonbeeld van de gemeenschap van de Geest
9. Inzameling der gaven

10.Psalm: 42 : 2, 6 en 7

11.Prediking

12.Psalm: 133 : 2

13.Dankgebed

14.Psalm: 69 : 13

15. Zegenbede
* * *

Er zullen vanmorgen – denk ik - onder ons maar weinig mensen zijn, die helemaal geen vrienden hebben. De jongeren onder ons hebben meestal meer dan één vriend. En toch hebben zij er in de regel slechts één bij wie ze het meest over de vloer komen en aan wie ze hun hartsgeheimen kwijt kunnen. Een ware boezemvriend. Dat kan een vriendschap zijn vanaf de schoolbanken, of een vriendschap die ontstond, doordat we samen gedurende enige tijd op eenzelfde ziekenzaal van een ziekenhuis lagen.


Vriendschappen maken het leven aangenaam. ‘Twee zijn beter dan één’ (Pred.4 : 9a). Een eenzaam mens wordt gemakkelijk een kluizenaar of zelfs iemand die alleen maar aandacht heeft voor zichzelf.
In de Bijbel vinden we ook voorbeelden van vriendschap. Maar zelden van een vriendschap als die tussen David en Jónathan.

David is zojuist van het slagveld teruggekomen. In de kracht van zijn God heeft hij gestreden met Goliath. Als een geloofsheld, vaardig gemaakt door de Geest van de Heere om een vernietigingsoorlog waardoor Israël van de kaart zou worden geveegd, af te wenden. Door zijn toedoen hadden de Filistijnen flinke klappen gekregen. En dat door een jongeling, een herdersknaap, in een herderskiel, zo maar van achter de schapen weggelopen: David.


Nu, na die overwinning op Goliath is David natuurlijk de gevierde man. Hij wordt door iedereen bewonderd Met feestgejuich wordt hij straks binnengehaald in de steden van Israël door grote scharen vrouwen met trommels en muziekinstrumenten. ‘Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden’ (1 Sam.18 : 7b). Lang leve……….Vrienden in overvloed. De massa juicht. ‘Gans Israël en Juda had David lief’ (1 Sam.18 : 16a).
Maar we weten allemaal, dat vriendschappen ook wel eens van korte duur kunnen zijn. Soms zijn ze gebaseerd op persoonsverheerlijking. En dat houdt geen stand. In de verzen van onze tekst wordt ons echter verteld van een vriendschap die David ten deel valt van een kant waarvan hij het niet zal hebben verwacht. Een vriendschap die een bijzondere betekenis heeft gekregen in Davids leven. Het is Jónathan, de zoon van Saul die zich opeens op een wondere wijze aangetrokken gevoelt tot de herdersknaap uit Efrata. We lezen, dat zijn ziel verbonden werd aan Davids ziel en dat hij hem beminde al zichzelf (vgl. 1 Sam.18 : 1).
Er vallen banden tussen de koningszoon Jónathan en de herdersjongen David. En waar kwam die vriendschap uit voort? We behoeven er niet naar te gissen. Uit al de latere contacten tussen Jónathan en David blijkt, dat hun vriendschap er niet één was buiten God om.

Zonder twijfel heeft Jónathan in David het Godsvertrouwen en de geloofsmoed opgemerkt waarmee deze voor de eer van God had gestreden, met de inzet van zijn leven. Welnu, dat zal bij Jónathan niet alleen een diep respect, maar ook een tere liefde in het hart voor David hebben bewerkt. Zo’n Godsvertrouwen had Jónathan waarschijnlijk aan het hof van zijn vader nog nooit gezien, althans niet bij zijn vader zelf. Hij had er zelf ook wat van getoond, toen hij met zijn wapendrager met gevaar van zijn leven doorgedrongen was tot de bezetting van de Filistijnen in het geloof, dat ‘de Heere hen in de hand van Israël had gegeven’ (1 Sam.14 : 1 -15).


Wie kwam er eigenlijk meer in aanmerking om jaloers op David te zijn dan deze koningszoon? Waarom immers was Jónathan niet op reus Goliath afgegaan? Waarom was hij alleen maar bang geweest, net als zijn vader en alle soldaten van Israël? Jónathan had dus ook wel afgunstig kunnen worden op David. Hij had op zijn strepen kunnen gaan staan. Er was een groot standsverschil tussen die twee. Was Jónathan niet de zoon van een koning en David van een arme herder?
Maar de geschiedenis die we lazen over de vriendschap van die twee vertelt niet van afgunst of jaloezie. David wordt door Saul in de kring (de hofkring) opgenomen. En Jónathan is de eerste die op hem toeloopt en zegt: ‘Zullen wij vrienden zijn?’ Ze maken ook meteen de nodige afspraken.
1.Vrucht van de vreze des Heeren
Wonderlijke vriendschap. David zegt er later zelf van, dat Jónathans liefde hem wonderlijker was dan die van vrouwen. Wel, hoe rijk kan een man zich gevoelen met de liefde van een vrouw. Maar David heeft deze liefde blijkbaar van een man als Jónathan meer genoten dan van de kant van één van zijn vrouwen, ook van de kant van de zuster van Jónathan, Sauls dochter Michal, met wie David na zijn overwinning op Goliath mocht trouwen.
Laten we de vriendschap tussen David en Jónathan maar een vriendschap noemen, die voortkomt uit de vreze des Heeren. Er zijn banden die God legt. En wie kan die verbreken? We lezen in vers l van 1 Samuël 19: ‘Jónathan, Sauls zoon, had groot welgevallen aan David’. Nogmaals, die vriendschap moet geworteld zijn in zijn vroomheid en ten diepste in diezelfde God als op Wie David bouwde.
Zo was Jónathan dan ‘een vriend die te aller tijd lief heeft’ (Spr.17 : 17a). En dat was – zoals ook de naam Jónathan zegt – een waar Godsgeschenk voor David. Een druppel van Gods balsem in de wonden die David opliep aan Sauls hof, door de vijandschap en moordlust van een koning die God had verlaten en alleen aan zichzelf en eigen glorie dacht.
Wat een vriendschap! Hebt u er ook zo één? Het gaat er onder ons mensen lang niet altijd zo naar toe. Afgunst en nijd spelen in de relaties tussen mensen vaak een funeste rol. Niet zelden gunt de ene mens de ander het licht in de ogen niet. Wij mensen zien een ander dan als een middel om er zelf beter van te worden. Wij steken graag boven de ander uit in plaats van dat we die ander uitnemender achten dan onszelf. En dan zwijgen we nog maar over afrekeningen in het criminele circuit waardoor medemensen gruwelijk om het leven worden gebracht, omdat ze te veel van ons weten.
Echte vriendschap, zoals die van David en Jónathan is iets zeldzaams in de wereld waarin wij leven. Zeker, er zijn ook wel vriendschappen waardoor de samenleving wordt veraangenaamd. Er is een vriendschap die gebaseerd is op een gemeenschappelijke interesse. Er zijn hobbyvrienden, studievrienden, vrienden die we op een reis naar het buitenland opdoen.
Er zijn vriendschappen die gebaseerd zijn op een gemeenschappelijk belang. Er zijn zakenvrienden. Er zijn vriendschapsverdragen tussen volkeren van Oost en West. Er zijn internationale verdragen waarin de goede verstandhouding tussen de volkeren gepoogd wordt op te bouwen. Toch zijn dit in de regel vriendschappen waarin het eigen belang een hartig woordje blijft meespreken. Ook al gaat ze gepaard met grote cadeaus en schitterende diners. En soms zijn het zelfs vriendschappen die uitsluitend op het eigen belang zijn gericht.
Jarenlang is er in de Engels sprekende wereld een boek in gebruik geweest dat tot titel droeg: 'How to win friends and influence people' (hoe vrienden te winnen en mensen te be­ïnvloeden). In dit boek wordt aan zakenlieden ge­leerd, hoe men met be­leefd­heid en grote vriende­lijk­heid andere mensen zo manipuleren kan, dat men hen straks om de vinger kan winden en er alle kanten mee uit kan gaan. Van de schrijver van dit boek Dale Carnegie wordt verteld, dat hij als klein jongetje eens bij een groentekar begerig naar een kist met kersen stond te kijken. ‘Neem maar een handje’, zei de groenteman. ‘Ik heb liever, dat u ze mij geeft’, antwoordde Dale uiterst beleefd. Ja, want de groenteboer had grotere handen.
Nog iets mag niet ongenoemd blijven, als het over vriendschap gaat. Er zijn ook vriendschappen die gebaseerd zijn op een gemeenschappelijke zonde. Pilatus en Heródes waren bepaald geen huisvrienden van elkaar, maar ze hebben elkaar gevonden op de dag, dat zij beiden Jezus veroordeelden. Er zijn vrienden die elkaar vinden in dezelfde vijandschap tegen God en Zijn Christus.
Je kunt elkaar als vrienden hebben leren kennen op de dansvloer of in het café, of in een koffiebar waar je softdrugs kunt gebruiken, of in een seks-club.
Ik wil hier nog iets aan de orde stellen. Er zijn homo’s, mannen die alleen maar liefde kunnen koesteren voor de leden van het eigen geslacht. En hetzelfde geldt van lesbische vrouwen. Laten wij mensen met zo’n geaardheid niet minachtend voorbijgaan, maar hen veeleer met liefde omringen.

Wij weten echter ook allemaal, dat niet ieder die van zo’n andere geaardheid is, van mening is, dat zich dat niet mag uiten in seksuele contacten. Ja, in onze tijd gaat deze vriendschap zover, dat men naast het huwelijk tussen een man en een vrouw ook de verbintenis van twee mannen met elkaar of twee vrouwen met elkaar als een zogenaamde alternatieve relatie in de kerk ingezegend wil zien. Intussen moet ieder die de Bijbel kent, weten, dat God homoseksualiteit een groot kwaad noemt.Vgl. Lev.18 : 22; 20 : 13; Rom.1 : 26v.


Het mag wel duidelijk zijn, dat de vriendschap van David en Jónathan alleen gezien kan worden als een homo-relatie, als wij dit uitdrukkelijk in de Schrift willen inlezen. De Bijbel daarentegen is er heel duidelijk in. De vriendschap van David en Jónathan was gebaseerd op de vreze des Heeren. Ze vond haar wortels in God. J.Calvijn schrijft, dat ‘hun beider liefde geworteld was in de kracht en de vreze Gods’.
Mag ik u vragen, waarop uw vriendschap is gebaseerd. Mogen jullie, jonge vrienden het met hart en mond zeggen:
Ik ben een vriend, ik ben een metgezel

van allen die Uw naam ootmoedig vrezen?

(Ps.119:32a ber.)
Hoe rijk is het, als wij een vriendenkring om ons heen mogen hebben, waarin wij de geheimen van het geloof met elkaar kunnen delen. Er zijn immers ook echte en hechte vriendschappen waarin mensen zich van hart tot hart aan elkaar verbonden weten, omdat zij elk voor zich ook van harte met de Heere verbonden zijn.

Wij vallen wel met mensen om, aan wie wij onze hartsgeheimen toevertrouwden. Helaas, hoe vaak is dat het geval en moeten we leren om ons betrouwen te stellen op de Heere alleen. Maar dat moet ons er niet toe brengen te denken, dat er geen mens meer te vertrouwen is. Integendeel, Gods kinderen verstaan elkaar in hun diepste verlangens en gevoelens. Gemeenschap der heiligen, ja laat ons daarnaar staan.


Dat houdt ook in, dat wij vrienden verliezen, met wie wij in de dienst van de zonde en van de wereld verbonden waren. We moeten zondaren liefhebben, maar moeten tegelijk de zonde haten. Wij kunnen immers niet God en de wereld beide te vriend houden. En vergeet maar niet, dat we voor elke vriend in de zonde, een vriend in de genade terugkrijgen. Laat dat uw troost zijn. Jónathan zal aan het hof van zijn vader Saul ook wel vrienden zijn kwijtgeraakt. Kameraden die het niet begrepen, dat hij zoveel ophad met zo’n herdersjongen als David. Maar om gelukkig door het leven te gaan, is het niet nodig aan elke vinger tien vrienden te hebben. Eén hartsvriend(in) is soms al genoeg.
Maar nu lezen we nog iets van Jónathan in onze tekst. ‘Hij deed zijn mantel af en gaf hem aan David, ook zijn klederen, ja tot zijn zwaard toe en tot zijn boog toe en tot zijn gordel toe.’
Jónathans liefde was een mededeel­zame liefde. Hij had wellicht meer dan twee rokken. Eén ervan gaf hij aan David. Liefde wil zich uiten. Echte vriendschap kan wat missen. Dat was dus maar niet een vriendschap van een beetje geven en een beetje nemen. Jónathan gaf alles weg. Dat doet de liefde altijd. David had niet veel meer dan zijn herderspakje. Jónathan maakte van hem een koninklijke hoveling, een echte soldaat met een zwaard en een boog, van top tot teen toegerust voor de strijd. Iemand heeft eens gezegd: ‘David werd Jónathans tweede ‘ik’.’ Als je hem tegenkwam, zou je gezegd hebben: ‘Kijk, daar heb je Jónathan’. Ja, nog meer gaf Jónathan aan David. Aan die kleren die Jónathan aan David gaf, zat de warmte van zijn lichaam, of liever van zijn hart. En dat was voor David het grootste.
En dan is er nog iets dat niet aan onze aandacht mag ontgaan. Jónathan heeft ook zijn troon aan David afgestaan. En dat was niet gering. Kwam Jónathan er immers niet voor in aanmerking om straks Sauls troonopvolger te zijn? Wellicht heeft Jónathan het op dit moment nog niet geweten, dat David in de plaats van zijn vader tot koning over Israël was gezalfd. Later is dit hem in elk geval wel bekend geworden. Maar dat heeft zijn vriendschap met David er niet minder op gemaakt. Integendeel, toen Saul hem duidelijk maakte, dat hij met die vriendschap met David alleen maar zijn troon verspelen zou en hij David daarom op een gegeven moment met zijn

spies aan de wand wilde spitten, koos Jónathan met des te meer voorkeur voor David. Vgl. 1 Sam.18 : 11vv. Hij deed een paar beslissende stappen terug. Hij boog onder Gods weg met het huis van Saul. Hij boog onder Gods oordeel en bleef David van ganser harte liefhebben.

1 Sam.20:35vv: Zo riep Jónathan de jongen na en zeide: ‘Is niet de pijl

van u af en verder?’ M.a.w.: vlucht David (achter een hoop stenen verborgen); want mijn vader Saul zoekt u te doden.
2. Afspiegeling van de liefde van Christus
Na dit alles gezegd te hebben, wordt het tijd elkaar te herinneren aan een hartverwarmende liefde van hoge komaf, dieper nog dan de liefde van Jónathan aan David bewezen. Ik bedoel de liefde van Christus.
Welk een Vriend is deze Jezus. Uit onbaatzuchtige liefde is Hij naar de aarde gekomen. Hij deed afstand van Zijn hemelse troon, verliet de heerlijkheid van Zijn Vader om Zich voor zondaren op te offeren aan het vloekhout van het kruis. Hij deed de beslissende stap terug, tot ­in de helse Godsverlating om ruim baan te maken voor zondaren en hen in de gemeenschap met Zijn Vader terug te brengen. Werkelijk, Hij gaf alles weg om u en mij te kunnen redden van het eeuwig verderf.
‘Niemand heeft meerder liefde dan deze’, heeft Jezus eens gezegd, ‘dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden’ (Joh.15 : 13). Hij noemde de Zijnen niet meer dienstknechten. Want een dienstknecht weet niet wat zijn heer doet. Maar Hij noemde hen vrienden. Vgl. Joh.15 : 15. Hij openbaarde hen Zijn hartsgeheimen. En Hij zette Zijn leven voor hen. Hij gaf Zich helemaal voor hen over, opdat zij tot in eeuwigheid zouden kunnen leven.
Welk een vriend is onze Jezus,

Die in onze plaats wil staan!

Welk een voorrecht, dat ik door Hem

altijd vrij tot God mag gaan.

(Zangbundel Joh.de Heer, 150)
Nee, niet tot de hofkringen rondom de troon van Zijn Vader heeft Hij zich gewend om hen Zijn liefde aan te bieden. Hij wilde de Vriend van hoeren en tollenaren zijn. Hij droeg hun schuld. Hij gaf hen het smetteloos reine kleed van Zijn gerechtigheid.
Ook met u heeft Hij een verbond opgericht. Een verbond waarin de liefde van één kant, van Zijn kant komt. De heilige doop is er het teken van. Ook tot u is hij in de weg van dit verbond al zovaak gekomen met het aanbod van Zijn liefde. Wat dunkt u van deze liefdesverklaring?! Bent u ervan gediend? Is er hoger en dieper vriendschap denkbaar dan die tussen Christus en een zondaar? Ja, deze liefde is wonderlijker dan die tussen een man en een vrouw. Ze maakt het wonder waar, dat een verdoemelijke zondaar van een eeuwige dood wordt verlost en in Gods gemeenschap wordt opgenomen.
Een trouwe Vriend woont in de hemel,

zoals de wereld die niet biedt;

want onder al dit aards gewemel

bestaat er zulk een vriendschap niet.

Daarom, wie ook de wereld dient

Mijn Jezus is mijn beste Vriend.


Neen, wereld! ‘ k zeg uw vriendschap af.

Mijn Jezus is mijn steun en staf.



(Zangbundel Joh.de Heer, 56: 1 en 2c)
Gemeente, als wij nu eens met onze gruwelijke eigenliefde en ook met al de zachte vriendschapsverdragen met de mensen in de zonde, omvielen.
Zou dat zo erg zijn? Het was voor David iets geweldigs, dat hij een koningszoon als Jónathan zijn vriend mocht noemen. Groter echter is het voor een zondaar als u en ik Gods eigen en enige Zoon tot een Vriend mogen hebben. Hij geeft niet alleen Zijn kleed weg en bedekt met dat kleed (Zijn gerechtigheid) mijn arme zondaarsbestaan. Hij geeft Zichzelf weg.
Hij dingt naar uw hand in deze preek. Zeg het maar met de bruid uit het Hooglied: ‘Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Zulk een is mijn Liefste; ja zulk een is mijn Vriend…!’ (Hoogl.5 : 16).
3. Toonbeeld van de gemeenschap van de Geest
Maar nu is er tenslotte nog iets, waarop ik u wijzen mag. We hebben gezien, dat Jónathans vriendschap wortelde in de vreze des Heeren en dat ze totaal verschilde van vele aardse vriendschappen. Ook zagen we, dat deze liefde een zwakke afspiegeling is van de volmaakte liefde van Jezus Christus en dat wij onszelf aan deze hemelse Vriend mogen verliezen.
Maar dan moet ik er nu ook nog bij u op aandringen, dat u bij dit alles niet blijft staan. De verhouding tussen David en Jónathan laat ons zien, dat er soms op de verrassendste ogenblikken banden gelegd worden tussen mensen onderling, die nooit meer verbroken worden. Hun relatie was een toonbeeld van de gemeenschap van Gods Geest.
Als David straks het bericht hoort, dat Jónathan op de bergen van Gilbóa in de strijd tegen de Filistijnen is gesneuveld, heft hij een klaaglied aan: ‘Hoe zijn de helden gevallen in het midden van de strijd! Jónathan is verslagen op uw hoogten! Ik ben benauwd om uwentwil, mijn broeder Jónathan! Gij waart mij zeer liefelijk; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der vrouwen (2 Sam.1 : 25v). Die twee – David en Jónathan – hebben elkaar nooit bevochten om een aardse troon. Er was een verwantschap tussen hun zielen, meer dan die van bloedverwantschap. Zij bewezen elkaar tot in de dood, wat de liefde onder de mensen vermag.
Zulke geestelijke banden bestaan er gelukkig vandaag nog. In de gemeente van Christus mogen ze worden gelegd en versterkt: gemeenschapsbanden van Gods Geest. Hier vinden mensen elkaar in dezelfde noden, verdrietigheden en zorgen, maar ook in hetzelfde geloof, dat zwakken van de wereld maakt tot helden Gods. En waar deze geestelijke banden vallen, daar bloeit het gemeenteleven. Daar hebben voorganger en gemeente elkaar wederkerig lief om Godswil. Daar leven we, als het goed is, niet langs elkaar heen. Daar leven we met elkaar mee, in lief en leed. Daar gevoelen wij ons voor eeuwig aan elkaar verbonden.
Laat ons dan die liefde aan elkaar bevestigen. Vergeet niet, dat hier o zo gemakkelijk wat tussenin komt. Wij doen elkaar soms, zonder dat we het weten, zo gemakkelijk verdriet. De liefde is teer. Maar als wij in elkaar het werk van Gods Geest mogen opmerken, dan kan deze liefde ook wel tegen een stootje. Dan weten we ook van vergeven. Een gemeente is, als het goed is, een gemeenschap van echte zielenvrienden. Niemand mag zeggen: ‘Ik heb jou niet nodig’.
Er is een Fries gezegde dat luidt: ‘De weg naar een vriend is nooit te lang’. Daaraan kan worden toegevoegd: een lange weg gaan (om iemands vriendschap te verkrijgen), begint altijd met het doen van een eerste stap. Ook als dat een weg is naar een vader of moeder, broer of zus, met wie de relatie reeds lang verbroken is.

Echte vriendschap is een juweel in een wereld vol haat en geweld.


Maar als dat zo is, laat ons dan binnen de gemeente vooral zuinig zijn op onze vriendschappen. Wees vooral ook zuinig op de goede relatie met de minder bedeelden. Geef aan hen een mantel, een zwaard, een boog en een gordel. Dat heet praktisch christendom. Dan is het dus niet nodig om tien paar schoenen of vijf kostuums in de kast te hebben; allemaal voor eigen gebruik. Deel er a.u.b. wat van uit aan hen die gebrek hebben in Oost Europa.
Uw naaste zij uw tweede ‘ik’. ‘Draagt elkanders lasten en vervult alzo de wet van Christus’ (Gal.6 : 2).
Zo zij het onder ons. In ons gezin, op de jeugdvereniging, in de gesprekskring, ja in heel de gemeente.
Voor een ding moeten wij bijzonder op onze hoede zijn. Wees niet als koning Saul. Die man was precies het tegenovergestelde van wat we in zijn zoon Jónathan hebben ontdekt. Saul zou én David én Jónathan hebben vermoord om zelf maar op de troon te kunnen blijven. Bent u soms ook zo’n mens? Dan hebt u te vrezen, dat het slecht met u afloopt. Of hebt u er nooit over ingezeten, hoe u zich gevoelen zult, als u straks voor eeuwig in de plaats der pijniging zou zijn, in het gezelschap van hen die levenslang in zelfzucht leefden?
Vader Saul kreeg in David en Jónathan echter een leesbare brief van Christus onder ogen. En wij hebben die vanmorgen ook kunnen lezen. Gezegend die mens die, door het liefdesvuur van Christus aangestoken, ook zelf zo’n leesbare brief van Hem mag zijn.

De liefde vergaat nimmermeer. De liefde is de meeste (1 Kor.13 : 8a, 13b).


Die liefdegeur moet elk tot liefde nopen,

als d’ olie die van Arons hoofd gedropen,

zijn baard en klederzoom dooortrekt.

Z’ is als de dauw die Hermons kruin bedekt,

die Sions top met vruchtbaar vocht besproeit

en op zijn bergen nedervloeit.

(Ps.133 : 2 ber.)

Amen.






Dovnload 79.64 Kb.