Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Preek over 2 Samuel 18: 33

Dovnload 103.17 Kb.

Preek over 2 Samuel 18: 33



Pagina1/2
Datum13.11.2017
Grootte103.17 Kb.

Dovnload 103.17 Kb.
  1   2




Preek over 2 Samuel 18:33


1. Votum


2. Groet

3. Psalm: 33 : 2

4. Wet des Heeren / Apost.gel.

5. Psalm: 51 : 9 / 106 : 26

6. Schriftlezing: 2 Samuel 18 : 24 - 33

7. Gebed


  1. Tekst( thema): Toen werd de koning zeer beroerd en ging op naar de opperzaal van de poort en weende; en in zijn gaan zeide hij alzo: Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Och, dat ik voor u gestorven ware, Absalom, mijn zoon, mijn zoon. 2 Samuel 18 : 33

Punten:

9. Inzameling der gaven

10. Psalm: 89 : 13, 14

11. Prediking

12. Psalm: 32 : 5 en 6

13 Dankgebed

14. Psalm: 2 : 1, 6 en 7

l5. Zegenbede




* * *

In heel de Bijbel treffen we – dunkt mij – geen ontroerender klacht aan van een vader over zijn kind dan die van David over Absalorn. Het is eenvoudig hartverscheurend wat David uitsnikt in de bovenkamer van het poortgebouw te Mahanaim: Absalom,mijn zoon, mijn zoon...!






David is diep geschokt Hoe kan het anders! Hoe lang heeft hij daar beneden nu al niet zitten wachten? De duizenden van Israël vechten met elkaar in de bossen van Efraim. Een broederoor- log.Een gevecht op leven en dood tussen een vader en een opstandige zoon. De rebelse Absalom heeft blijkbaar niets geleerd van zijn vijfjarige verbanning door David na zijn moord op zijn broer Amnon. Hij is kennelijk nog maar steeds de valse sluipmoordenaar die zijn eigen vader naar de kroon steekt en hem niet sparen zal. De vleier met zijn mooie haren en zijn prachtige ogen heeft het voor elkaar gekregen om honderden en duizenden op de been te brengen en met hen koning David, zijn vader te lijf te gaan.
Nu is dan de oorleg in het woud van Efraim ten einde. De zaak is beslecht. Davids leger keert zegevierend naar huis. Lang leve de koning.

En aan een oude eik in de donkere wouden van de bergen daarginds hangen de haarlokken van de op­standige zoon. Een steenhoop even verderop wijst de plaats aan, waar Davids legeroverste hem liet neersmijten, nadat hij hem eigenhandig gedood had.


Zo gaat de roem van de wereld voorbij. ‘Handel zachtjes met de jongeling’, had David gezegd, voordat de strijd begon. David had zijn kind, al was het dan een opstandeling, niet voor de ondergang over. Maar Joab, de man die eenmaal op Davids bevel Uria, de man van Bathséba in de vuurlinie van de oorlog de dood had ingejaagd, om David de gelegenheid te geven met Bathséba in overspel te leven, die man kende de zwakke plekken in Davids hart. Hij durfde het ook wel aan om de zoon van de koning een drietal pijlen in het hart te steken.

Wel, daarmee is dan de zaak ten einde. De opstandeling Absalom is niet meer. De oorlog is voorbij. Het recht heeft gezegevierd. Het volk juicht.



  1   2


Dovnload 103.17 Kb.