Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Preek over Psalm 70: 5

Dovnload 52.75 Kb.

Preek over Psalm 70: 5



Datum14.10.2017
Grootte52.75 Kb.

Dovnload 52.75 Kb.

Preek over Psalm 70:5


(voorbereiding heilig Avondmaal)
Orde van dienst
1. Votum en groet

2. Psalm: 65:1

3. Wet des Heeren /Apost.gel.

4. Psalm 130:2 / 84:2



  1. Schriftlezing: Psalm 70

  2. Gebed

Tekstlezing: Laat in U vrolijk en verblijd zijn allen die U zoeken; laat de liefhebbers van Uw heil gedurig zeggen: God zij groot gemaakt (Ps. 70:5)
Verdeling van de preek:
  1. Een lied bij het herinneringsoffer

  2. Over Godzoekers en liefhebbers van Jezus

  3. Zij mogen vrolijk zijn en blij


4. Zij maken God groot


  1. Inzameling der gaven

  2. Psalm 116:1, 2 en 3

  3. Prediking

  4. Psalm 70:2, 3

  5. Dankgebed

  6. Psalm 34:2

  7. Zegenbede

* * *


Maarten Luther heeft eens met het oog op het heilig Avondmaal het volgende gezegd:

  • ‘Zo u uzelf niet verstokt bevindt, maar uw zonden van harte voor God belijdt, laat het u dan ook van harte leed zijn en geloof, dat God ze u uit genade om Zijns Zoons Christus’ wil vergeven wil. Dan bent u recht geschikt en kunt vrijmoedig tot uw Heere Christus zeggen: Och, Heere, ik ben een arm zondaar, daarom kom ik tot Uw Avondmaal, opdat ik van U troost moge ontvangen.

Twijfel dan niet, u zult Hem een lieve welkome gast zijn: u moet niet vrezen, want voor zulke bedroefde, angstige harten is deze dis toebereid, opdat zij daar troost en verkwikking zouden vinden.’


  • Ik weet ervan te spreken wat het is, als men zich een tijdlang van het Avondmaal des Heeren onthoudt; ik ben ook in zulk een vuur van de duivel geweest; toen werd mij het Avondmaal des Heeren hoe langer hoe meer ongewoon, zodat ik hoe langer hoe minder ernaar toe ging. Wacht u vooral daar-voor en gewent u er dikwijls aan te gaan, vooral wanneer u er geschikt voor bent, dat is wanneer u bevindt, dat uw hart om uw zonden zwaar en schroomvallig is.’ 1

Het is goed om aan deze woorden te denken, wanneer wij ons in de komende week voorbereiden op de viering van het heilig Avondmaal des Heeren. De viering van het heilig Avondmaal is iets waar we vaak tegenop zien. Maar het is ook iets om naar uit te zien. Ik hoop van harte, dat de overdenking van onze tekstwoorden voor u een aansporing is om aanstaande zondag met een intens verlangen toe te treden tot de dis van Gods verbond: ‘Laat in U vrolijk en verblijd zijn allen die U zoeken; laat de liefhebbers van Uw heil gedurig zeggen: God zij groot gemaakt’ (Ps. 70:5).

1. Een lied bij het herinneringsoffer

Deze tekstwoorden zijn eigenlijk een gebed, een vraag aan God om verheugd in Hem te mogen zijn en om Hem te mogen loven. Deze woorden vormden vermoedelijk in de tempel een soort liturgie bij het brengen van een herinneringsoffer (een spijsoffer waarbij de offeraar de Heere looft, omdat Hij aan hem gedenkt; aldus de Joodse exegeten Rasji en Aben-Ezra). 2 Daaraan herinnert ook het andere deel van het opschrift: voor de opperzangmeester. 3


David 4 die volgens dit opschrift de dichter van dit lied is, is blijkbaar in nood. Men zoekt zijn ziel; men staat hem naar het leven. Men kan hem wel wegkijken. ‘Ha, ha’, roepen zijn tegenstanders triomfantelijk. En daarmee doen zij niet slechts een kind van God verdriet. Maar ze lasteren ook zijn God. Want met die smaadtaal zeggen ze eigenlijk: ‘God heeft hem toch maar niet geholpen’.
En wat doet David dan? Zet hij de tanden op elkaar? Denkt hij diep in zijn hart: ‘Ik zal ze wel krijgen?’ Nee, hij vraagt God om hulp. En hij vraagt zelfs, of de Heere er haast mee wil maken. Het is hoog tijd. Er is geen tijd te verliezen. Met die heilige aandrang nadert de dichter tot God, zijn Hulp en Bevrijder. Hij vraagt God, of zijn tegenstanders zich beschaamd zullen gevoelen en ontgoocheld worden. 5 David vraagt niet om hun vernietiging, zoals in Psalm 40. Hij zou wat graag zien, dat zij achteruit deinzen en hun ongelijk erkennen. Heeft David wellicht Psalm 70 ‘herschreven’, toen hij wat ouder en bedaarder was geworden? 6
En wat zal de Heere dan doen? David heeft in benauwde omstandigheden in het verleden wel vaker een beroep op God gedaan. En de Heere had hem ook vaak uitgered. Daarom kan hij Hem terecht zijn Hulp en Bevrijder noemen (vs.6). Maar in deze psalm vinden we niet direct een beroep op vroegere uitreddingen. Wel in Psalm 40, waar Psalm 70 (de verzen 14-18) nagenoeg letterlijk in voorkomt. 7

Psalm 40 wordt beheerst door de danktoon; het is een loflied op Gods machtige hulp in het verleden. Daarna volgt er een ootmoedig smeekgebed om hulp. Deze tweeslag vinden we wel meer in de psalmen. Bidden om genade vanuit de ondervinding van genade.


In Psalm 70 echter ligt het niet zo. Hier een smeken om hulp zonder die achtergrond van dankbare uitredding in het verleden. En onwillekeurig vragen wij ons dan af, wat de reden kan zijn geweest, waarom Psalm 70 een herhaling is van Psalm 40, maar dan zonder de danktoon van Psalm 40.
Zou het kunnen betekenen, dat een kind van God niet altijd in dezelfde gestalte van zijn hart bidt? Soms bidt een gelovige ook wel, terwijl de herinnering aan wat God aan hem deed in vroeger tijden niet zo meer leeft.
Zo zijn er vanmorgen wellicht mensen onder ons die roepen tot God uit de benauwdheden van hun hart, maar die er weinig van bekijken kunnen, dat God in het verleden voor hen goed is geweest. Dat laatste kunnen ze niet ontkennen. Maar op dit moment kunnen ze er weinig mee doen. Ze vrezen zelfs, dat ze zich tevoren bedrogen hebben. Daarom zwijgt het loflied op de achtergrond en blijft slechts het smeekgebed over vanuit ‘een zwaar en beschroomd hart’ (Luther).

Als u hier soms zo in de kerk zit, mag Psalm 70 uw voorbidder zijn. Bid met deze dichter mee vanuit uw tegenwoordige nood. 8 Als – om de woorden van Psalm 40 te gebruiken – ‘kwaden (onheilen) tot zonder getal toe, u hebben omgeven; als uw ongerechtigheden u aangegrepen hebben, dat u niet hebt kunnen zien; als zij menigvuldiger zijn dan de haren van uw hoofd en uw hart u heeft verlaten’ (Ps. 40:13).


Laat de dichter van Psalm 70 uw voorbidder zijn. Als binnenpraters u aantasten in uw vertrouwen op God. Laat uw moedeloosheden u niet doen geloven, dat uw grote nood op zich niet genoeg is voor God om u haastig hulp te bieden. 9
Want als de Heere helpt, dan doet Hij dat niet alleen, wanneer Hij u reeds heel vaak heeft geholpen. Hij staat ook gereed om u te helpen, die voor het eerst van uw leven om God verlegen bent geworden. Hoe lang heeft Hij al op u gewacht. En hoe graag helpt Hij hen die door het nulpunt heen zijn gegaan en geen uitkomst meer zien. Dan, juist dan maakt God haast om te verlossen. Hij laat niet lang op zich wachten. J.Calvijn schrijft in zijn verklaring van Ps.40:14 (70:2) over het gebed tot God om Zich te haasten: ‘Want al moeten wij, als God talmt, strijden tegen ons verdriet, toch vergunt Hij ons uit Zijn grote barmhartigheid deze manier van bidden, om Zich te

haasten aan onze wens te voldoen.’ 10


Kom aan Zijn tafel en ervaar het, hoe God Zijn gunst betoont aan hen die nederig naar Hem vragen.

David smeekt om hulp. Maar dat doet hij niet alleen voor zichzelf. Hij betrekt er ook anderen bij. Wij moeten in ons bidden immers niet alles om onszelf laten draaien. Als uw eeuwig heil u op het hart gebonden is, dan toch zeker ook dat van uw kinderen, van uw collega’s op het werk, van de buurman in hetzelfde apartementencomplex? En de Heere heeft toch immers ook meer dan één zegen.



2. Over Godzoekers en liefhebbers van Jezus

In Psalm 70 komt u Godzoekers tegen, de liefhebbers van Gods heil. David is er een van. Maar er zijn er gelukkig meer. Ik vraag u in Gods Naam: behoort u er ook bij?


Van nature zijn we zelfzoekers, liefhebbers van onszelf. En zou u het dan vandaag en morgen nog eens met woorden tegen de Heere willen zeggen, wat u zoekt en waar de liefde van uw hart naar uitgaat? Of verschilt u in niets van hen die als een stuk hout met de stroom meedrijven? Zij werken hard. Ze hebben een gelukkig gezinsleven. Ze geloven, dat God bestaat. Ze doen hun best om goed en vroom te leven.
Met dat alles moeten we een keer aan een eind komen. En als Gods Geest ons ontdekt aan de kwaal van ons bestaan, krijgen we voor altijd genoeg van dat eigenwillige en eigengerechtigde leven zonder God. We gaan zoeken. Want we zijn God kwijt.
Bl.Pascal heeft eens gezegd: ‘Er zijn maar twee soorten mensen die men verstandig kan noemen: zij die God met hun hele hart liefhebben, omdat zij Hem kennen en zij die God met hun hele hart zoeken, omdat zij Hem niet kennen.’
Nu, wie God zoekt, is vaak op de knieën. Zijn bedorven bestaan brengt hem niet tot zelfbeklag, wel tot zelfaanklacht.

Onze tekst spreekt over hen die God zoeken. Doet u dat ook? Nu, zij die God zoeken, zijn in Psalm 70 dezelfden als de liefhebbers van Gods heil. Zij zoeken niet in ‘t wilde weg. Zij hebben Gods heil lief gekregen. En wat is Gods heil?

Dat zou u onmiddellijk weten, wanneer u het Hebreeuwse woord zou lezen, dat hier voor heil wordt gebruikt. Daar zit de naam van Jezus in opgeborgen. Uw heil, dat is ‘jesjoea’.
Ware Godzoekers zijn liefhebbers van Jezus. Hier is dus geen sprake van mensen die op zoek zijn naar een god in de natuur. Hier is geen sprake van mensen die op zoek zijn naar een God in het diepst van hun gedachten (een spirituële godservaring in hun binnenste). Hier is geen sprake van mensen die een Opperwezen zoeken, een ‘onze lieve Heer’ in het grote heelal. Godzoekers zijn hier liefhebbers van Jezus. Die Jezus niet liefheeft, kan zeer godsdienstig zijn. Maar zijn godsdienst is geen zoektocht naar de God van de Bijbel.
Ware Godzoekers zoeken in het Woord, de Bijbel. Zij komen tot een ontmoeting met Hem in Wie de God van Israël Zich als een heilrijke God heeft geopenbaard: Jezus Christus. Om God te vinden moet u dus bij Hem zijn.
In Christus Jezus is God een God om lief te hebben. Buiten Hem om is Hij een verterend vuur. En ook zo hebben ware Godzoekers Hem lief. Maar door Jezus Christus is God een zeer beminnenswaardige God, omdat Hij een heilrijke God is. Omdat God in Zijn Zoon volkomen genoegdoening heeft gekregen. Jezus Christus heeft door Zijn kruisdood de straf die ons de vrede aanbrengt, gedragen en de weg naar Gods Vaderhart ontsloten. Dat is Gods heil.

Zou u Hem dan niet liefhebben? Dat is toch immers aanbiddelijk groot. En wie Jezus liefheeft, laat ook niet graag zijn plaats aan het heilig Avondmaal leeg. Want daar mag hij het immers ervaren, dat Jezus ons in de tekenen van brood en wijn Zijn eigen lichaam en bloed te eten en te drinken geeft. Daar verenigt Hij ons met Zichzelf. Daar kust Hij ons als Zijn bruid en stelt ons smetteloos rein aan Zijn Vader voor.



3. Zij mogen vrolijk zijn en blij

En waar vraagt de dichter van Psalm 70 dan ook om? Hij vraagt om met allen die God zoeken en Zijn heil liefhebben, vrolijk en verblijd te zijn. U voelt zich misschien vaak ellendig en behoeftig 11 (vs. 6). Soms kunt u ’t niet eens verklaren, waarom u er zo aan toe bent. U komt ook gewoon nooit verder. Maar zou u het dan nu maar eens bij de God van uw heil willen zoeken, ook aan Zijn tafel? Want u hoeft echt niet uw leven lang beneden uw stand te leven. 12


Het gaat er de Heere om, dat u recht vrolijk en blij wordt. 13 U kent misschien door grote zorgen weinig van die vrolijkheid en blijdschap. Maar wat vindt u er dan van, als de Heere u aan Zijn tafel het bewijs wil geven, dat Hij al uw zonden achter Zijn rug werpt om Christus’ wil? Wat vindt u ervan, dat de Heere u Zijn liefde zo op het hart wil binden, dat u nooit meer twijfelt aan Zijn gunst? En wil Hij niet juist dit aan de tafel van Zijn verbond aan u geven?
In de gelijkenis van de verloren zoon lezen we, dat zij begonnen vrolijk te zijn, toen die doodgewaande jongen weer thuiskwam. Zo kunt ook u vrolijk en blij zijn, wanneer u aan Zijn tafel Zijn liefde mag ondervinden. Daar kan al de vreugde van de wereld niet tegenop. Ook niet, als u er zeventig of tachtig jaar van zou kunnen genieten. Geef mij dan maar die paar minuten aan Gods tafel. En vergeet dan maar niet, dat het het liefste werk van de Heere is om u, als u ellendig en behoeftig bent, blij te maken.
4. Zij maken God groot
En dan nog het laatste. ‘Laat de liefhebbers van Gods heil gedurig zeggen: God zij groot gemaakt’. Wij hebben er soms jaren, ja zelfs ook wel een heel leven voor over om eigen grootheid na te jagen. En wat is het resultaat? ‘Het is de mensen gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel’ (Hebr.9:27). ‘Sic transit gloria mundi’ – zo vergaat de roem van de wereld. Dan zoek ik toch maar liever de eer van mijn Schepper hoog te houden. En u dan? Laten wij met al het onze, ook met al onze bevindingen, maar aan de grond blijven. En ‘laat de lof van onze grote God ten hemel rijzen. Hoe goed is ’t onze God te prijzen’ (Ps. 147:1a ber.). ‘Een van onze fouten is, dat we onszelf in het middelpunt plaatsen en niet in de eerste plaats letten op de zaak des Heeren’ (F. W. Grosheide). 14
‘De doxologie of lofverheffing: “De Naam des Heeren zij groot gemaakt” is oneindig meer verheffend en veredelend dan het hondengeblaf: Ha! Ha!’ (C. H. Spurgeon, a.w.,blz. 480),
Komt, maakt God met mij groot!

Verbreidt, verhoogt met hart en stem

de nooit volprezen naam van Hem,

Die ons behoedt in nood.

Ik zocht in mijn gebed

de Heer’ ootmoedig met geween.

Hij heeft mij in angstvalligheên

geantwoord, mij gered.

(Ps.34:2 ber.)
U weet, dat Moslims gedurig zeggen: ‘Allah is groot’. En zouden zij die de enige ware God hebben lief gekregen, dan niet gedurig zeggen: ‘De Heere is groot’? Groot, omdat Hij aan alles wat leeft de adem in de mond geeft. Groot, omdat Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf tot verzoening van de zonden. Allah heeft geen zoon. Maar Israëls God heeft een Zoon; Hij heeft er Een en wat voor een Zoon?
God zij groot gemaakt. U komt in het roemen van God alles tekort wellicht. Dat zal zo zijn. God is groot. En wij kunnen Hem nooit groter maken dan Hij is.
Doe het maar stamelend: God loven. Maar doe het wel gedurig. 15 Als het gedurig offer oudtijds in de tempel. ’s Morgens en ’s avonds. God grootmaken, dat is niet slechts iets van een gevoelvol ogenblik aan de tafel van Gods verbond. Dat is iets voor heel het leven, iets voor elke dag. En ook de eeuwigheid is niet te lang om dat te doen.

Laat ik het tenslotte zo mogen zeggen: de beste manier om anderen te winnen voor het Evangelie, is om God groot te maken. Of zoals het in Psalm 40 staat: de Heere zij grootgemaakt. De God van het verbond Die trouw blijft tot in eeuwigheid. Want Hem verheerlijken, dat werkt gunnend en wervend. In uw gezin, op kantoor, thuis en op straat.


Laat het daarom ook aan ’s Heeren tafel voor ons zijn, wat Joh. Hazer Czn dichtte:
Voel ik zo veel gebreken?

Hij Die mij roept, is trouw.

Die van geen schuld zal spreken,

zo ‘k Hem als Borg aanschouw.

Hij wil zo vaak vergeven,

als ik vergeving vraag;

Hij troost mij in dit leven,

wanneer ik treur en klaag.


Uit Petrus Immens: De godvruchtige avondmaalganger
Amen.



1 Uit C.den Boer (Sliedrecht), Beproeft uzelf’. Huizen 1962. De afbeelding (‘Christus’ Avondmaal met Zijn discipelen) is gekozen uit ‘Bij Brood en Beker’; red. Prof.dr. W. van ‘t Spijker, enz.; Goudriaan 1980; blz.25.

2 De Statenvertaling geeft dit weer met: om te doen gedenken (Hebr.’lehadzc’ir’). Over dit opschrift (ook in Psalm 38) schrijft J. J. P. Valeton: ‘Waarschijnlijk is bedoeld het brengen van de ‘adzcarah’ (Lev.2:2; 5:12), het zg. gedenk- of aandenkingsoffer. Zo J. J. P. Valeton Jr, De Psalmen; Eerste deel (Psalm 1-41), blz. 290 (noot 1) en Tweede deel (Psalm 42-89), blz.200 (noot 1); Nijmegen, 1902/ 1903.

3 ‘Voor de opperzangmeester’ (koorleider/ muziekmeester) in 55 psalmen (Hebr.’ lammenasseeach) kan ook (maar dan met andere klinkers, wel met dezelfde medeklinkers) weergegeven worden als: Voor de liturgische dienst. Zo Dr. Joh. de Groot, De Psalmen; verstaat gij wat gij leest? (BBB-serie); Baarn 1941, blz.46

4 Dr. Joh. de Groot (a.w., blz. 49) schrijft, dat ‘niet minder dan 73 psalmen blijkens het opschrift aan David worden toegekend (althans volgens de overgeleverde Hebreeuwse tekst)’. In de Griekse vertaling van het OT (LXX-Septuagint) is dit bij enkele psalmen anders.

5 Hebr. ‘jeeboosjoe’ (van het werkwoord ‘boosj’ – zich beschaamd gevoelen) en Hebr. ‘chapar’ = zich schamen, ontgoocheld worden.

6 J.Calvijn (CD-ROM, Calvijn Archief 1.0) schrijft, dat ‘deze wetenschap ons moet matigen en bedwingen, om zachtmoedig met onze naasten te handelen.’

7 In onze psalmbundel komt zo iets nog een keer voor. Met enkele kleine verschillen is Psalm 53 gelijk aan Psalm 14. Dr. Joh. de Groot (a.w., blz.74) gaat ervan uit, dat de tweede bundel van de psalmen (42-72) oorspronkelijk naast de eerste een onafhankelijk bestaan heeft geleid (vandaar de doubletten). C.H. Spurgeon schrijft bij Psalm 70: ‘Wij bezitten de woorden van deze Psalm tweemaal naar de letter, laten zij dan ook dubbel in ons hart zijn naar de geest’. Zo C. H. Spurgeon, De Psalmen Davids; met eenige ophelderende aanteekeningen van verschillende beroemde godgeleerden; vertaling uit het Engels door Elisabeth Freijstadt; tweede deel (van Psalm 42 tot 73); Amsterdam z.j.).

8 Psalm 70 wordt gerekend te behoren tot de strict individuele klaagzangen. Zo Dr. Joh. de Groot, a.w., blz.123.

9 ‘Vertoef niet’ is de kreet van iedere zondaar’. Aldus Dionysius Carthusianus (1471). Geciteerd door C. H. Spurgeon, a.w., blz. 485.

10 Uit Calvijn Archief 1.0 (CD-ROM).

11 Hebr. ‘aani’ en ‘èbjoon’ = arm/ lijdend en behoeftig/ ellendig (King James: poor and needy). J.Calvijn (a.w.) schrijft, dat we Ps.40:18a (70:6a) beter aldus kunnen vertalen: ‘Toen ik ellendig en nooddruftig was, heeft de Heere mijne moeite aangezien’.

12 ‘Bijna in elke psalm klinkt de verzekering en de ervaring, dat God aan de verdrukten denkt, dat Hij hun angstgeroep hoort, dat Hij hun gebeden verhoort, dat Hij hen verlost, uithelpt en kracht geeft, dat Hij hun recht doet en hun toevlucht wil zijn’ (zo Dr. Joh.de Groot, a.w., blz.160).

13 De Hebreeuwse werkwoorden zijn: ‘sa’as’ = zich verheugen en ‘saamach’ = vrolijk en verblijd zijn (Eng. ‘rejoice’). Vertaling: Laat in U jubelen en blij zijn….

14 Aldus Dr. F. W. Grosheide, De Psalmen, overdacht door..’.Eerste deel; Psalm 1-70. Kampen 1952; blz.192.

15 Hebr.’tami’d’ = onophoudelijk. Dit woord herinnert aan het ‘gedurig’ offer (morgen- en avondoffer) in de tempel.



  • Een lied bij het herinneringsoffer Over Godzoekers en liefhebbers van Jezus
  • 1. Een lied bij het herinneringsoffer
  • 2. Over Godzoekers en liefhebbers van Jezus
  • 3. Zij mogen vrolijk zijn en blij

  • Dovnload 52.75 Kb.