Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Preek van de week: zondag 21 augustus 2011 Predikant

Dovnload 9.89 Kb.

Preek van de week: zondag 21 augustus 2011 Predikant



Datum17.06.2017
Grootte9.89 Kb.

Dovnload 9.89 Kb.

Preek van de week: zondag 21 augustus 2011

Predikant: ds. Evert Jan Hefting

De Vredehorst www.pkndeweide.nl

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,


Vanmorgen dopen we Benthe en Elise. Aangezien ze nog niet voor zich kunnen spreken vragen we in hun plaats hun ouders of ze graag willen dat hun kind gedoopt wordt en of ze hen van Jezus willen vertellen. Het geloof van jullie als ouders gaat voorop en eigenlijk is ja zeggen op de doopvragen ook ja zeggen tegen Jezus, en ja tegen God, die al veel en veel eerder ja tegen jullie, ons, tegen de wereld heeft gezegd. Maar als je belooft je kind te vertellen van Jezus, wat zeg je dan. Wie zeggen de mensen, dat de zoon des mensen is, vraagt

Jezus zijn discipelen. De Zoon des mensen is de mens, die van Godswege komt, om diens heerschappij te vestigen. Dan zal de nieuwe eeuw aanbreken. De vraag is nog algemeen gesteld. Er komen klassieke antwoorden: Johannes de Doper of Elia, voorlopers van de Messias of Jeremia, die ook leed om het lot van zijn volk.

Maar dan ineens komt de toespitsing: nu gaat het om de discipelen. Maar Gij, wie zegt gij… wat vinden jullie ervan? Wie zeggen jullie dat Ik ben? Het is de vraag, die iedere generatie gesteld wordt: wie zeg jij dat Jezus is? Wie ben Ik voor jou? Hoe kijk je tegen mij aan. Jullie mogen aan je kinderen vertellen wie Jezus voor jullie is en later zullen ze daar zelf ook weer een antwoord op geven.

Petrus geeft het antwoord: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. Het lijkt in de roos. Jezus is de Messias, de Christus, de gezalfde, de van God gezondene, maar Hij is ook Zoon van God, dwz Hij lijkt op zijn Vader, in Hem kun je zien wie en hoe God is. Zo Vader, zo Zoon!

Petrus wordt geprezen, gelukkig ben je Petrus, want je bent dicht bij het Koninkrijk. Maar weet wel: de Vader heeft je dit geopenbaard.

Wil dat zeggen, dat geloven zo moeilijk is? Bovenmenselijk moeilijk? Kun je dat je kinderen wel aandoen? Of is het meer zo, dat geloof vaak zo haaks staat op met ons leven van vlees en bloed, dat het van zo’n andere orde lijkt dan de dingen, waarmee we ons bezig houden.

Het tweede deel van ons tweeluik laat een heel andere Petrus zien. Hij heeft weliswaar beleden dat Jezus is de Christus, maar hij realiseert zich niet wat de weg van de Christus, de Messias, is. De weg van deze Jezus moet naar Jeruzalem gaan, dat lijkt onontkoombaar. Weg uit het veilige Galilea, ver verwijderd van het religieuze centrum, Jeruzalem, waar bepaald wordt wat recht in de leer is of niet, waar geen plaats is voor wie afwijken, zeker niet voor mensen, die als messias gezien worden. De weg naar Jeruzalem is een weg van veel lijden door de Joodse geestelijkheid, betekent dood, betekent ook ten derde dage opstaan.

Wat betekent toch dat “moeten”. Jezus moet naar Jeruzalem, moet veel lijden, moet sterven en moet opstaan. Jezus zocht het lijden niet, maar hij begon steeds meer te begrijpen wat God van Hem vroeg. Wie konsekwent de weg van het koninkrijk gaat vindt de wereld tegen zich, die zal moeten lijden, niet als een onvermijdelijk lot, maar als een konsekwentie van de keus, die je maakt. Zo moet Jezus lijden en sterven, maar hij doet dat in het geloof, dat de levende God hem niet laat vallen. Door die weg te gaan wordt hij Zoon van God, mens naar Gods hart en God wekt deze rechtvaardige op. In de opwekking zegt God: deze mens ging echt de weg van het koninkrijk. Maar Petrus wil niet zo’n Heer, wil niet zo’n God. Wil niet dat zijn Heer zo lijden moet. Zoals hij net in de roos schoot, zo slaat hij nu de plank mis. Want in zijn Jezus willen volgen loopt hij Jezus voor de voeten, ja sterker nog hij speelt de satan in de kaart. Ga weg, achter mij, satan. Het zijn dezelfde woorden die Jezus sprak tegen de satan in de woestijn. De satan is de tegenwerker, die juist het tegendeel beoogt van wat Jezus wil. Petrus, net nog de hemel in geprezen, is nu in duivelskleren, volgt de duivel door Jezus van zijn weg af te willen brengen. Uit mijn ogen! Ga weg, zo kun je me niet volgen, zo kun je niet achter mij aangaan. Petrus zinkt als een rotsblok in zee. Hij wordt van medestander satan, tegenstander, ja zelfs verleider.

Lopen ook wij net als Petrus God niet vaak voor de voeten door bv de letter van de Bijbel boven de geest te stellen, door anderen af te wijzen, die anders denken, door Jezus in een bepaald hokje te plaatsen, zoals Petrus dat doet.

Wie achter mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar die zijn leven heeft verloren om Mijnentwil, zal het behouden. Wie wil nu zijn leven verliezen? Maar je leven verliezen om Jezus wil is je leven geven voor het koninkrijk, de weg van vergeven en verzoenen gaan, de weg van jezelf op de tweede plaats, is bedacht zijn op de dingen Gods. Dat is dopen, dat is de konsekwentie van geloven. Dat is de weg die Benthe en Elise, eerst aan jullie hand, gaan mogen. Het is ook jullie weg, de weg van ons allemaal.

Het gaat dus over de keuze die van mensen gevraagd wordt en soms slaan we met onze goed bedoelde keuze de plank mis.

Weet u wat ik nu het ontroerende aan het evangelie vindt, dat Petrus ondanks zijn grote mond, zijn haantje de voorste zijn, toch weer in dienst genomen wordt. Hij gaat de wereld in en zijn apostelschap kost hem lijden om Jezus wil, ja kost hem zijn leven. We mogen ons toch aan deze Petrus spiegelen. De Heer gaat met zulke Petrussen, ons Petrussen in zee.


Amen.


Dovnload 9.89 Kb.