Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Procesrecht deel 5 blauw samenvatting Joke Staelens algemene beginselen

Dovnload 120.69 Kb.

Procesrecht deel 5 blauw samenvatting Joke Staelens algemene beginselen



Datum09.09.2018
Grootte120.69 Kb.

Dovnload 120.69 Kb.

PROCESRECHT DEEL 5 BLAUW samenvatting Joke Staelens


  1. ALGEMENE BEGINSELEN




  • rechtsmiddelen : middelen die de wet openstelt voor procespartijen of derden tot het bekomen van een nieuwe beslissing in een geding waarin een rechter reeds uitspraak heeft gedaan.

  • Gewone: art 21 ger wb: verzet en hoger beroep

  • staan enkel open voor de procespartijen

  • aan de toelaatbaarheid zijn geen beperkingen

  • het aanwenden ervan heeft een schorsende werking op de tenuitvoerlegging.

  • buitengewone : voorziening in cassatie, derdenverzet, herroeping van gewijsde, verhaal op de rechter en intrekking

  • in bepaalde gevallen staan ze open voor derden

  • enkel worden ingesteld in de bij de wet bepaalde gevallen

  • geen schorsende werking op het vlak van de tenuitvoerlegging.

  • rechtspleging na aanwending van het rechtsmiddel : art 700-1041 ger wb

  • termijnen zijn voorgeschreven op straffe van verval : art 860 en 862 ger wb, zijn ambtshalve door de rechter op te werpen.

  • Welke uitspraken zijn vatbaar voor aanwending van een rechtsmiddel? : alle rechterlijke uitspraken in de regel. Toch veel uitzonderingen. NIET vatbaar=

  • akkoordvonnissen : art 1043 ger wb : rechterlijke uitspraak waarin de rechter akte neemt van de overeenkomst die zij hebben gesloten ter oplossing van het geschil dat zij regelmatig bij hem aanhangig hadden gemaakt.

  • Uitspraken waarin berust werd, door afstand te doen van de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden.

  • Maatregelen van inwendige aard

  • Aantal onderzoeksmaatregelen.: beschikking tot plaatsopneming, bevel aan een derde om bepaalde stukken over te leggen.




  • mag je tegelijkertijd verzet en beroep instellen? Bewarend + subsidiair

  • inzake kort geding : uitdrukkelijk verbod van cumulatie : art 1039 ger wb

  • anders: samenloop toegelaten op voorwaarde dat het rechtsmiddel van hoger beroep een louter bewarend karakter heeft en in subsidiaire orde werd ingesteld. Er moet eerst uitspraak gedaan worden over het verzet en vervolgens, indien er geen afstand van gedaan werd en het niet zonder voorwerp viel, het hoger beroep. Wordt het verzet toelaatbaar verklaard, maar als ongegrond afgewezen, dan verkrijgt de eertijds bij verstek gewezen uitspraak een contradictoir karakter. Terecht besloten dat het hoger beroep tegen het op verzet gewezen vonnis automatisch ook het verstekvonnis treft: ingevolge de het als ongegrond afwijzen van het verzet onverkort is blijven bestaan.

  • de door de rechter aan zijn uitspraken gegeven kwalificatie primeert niet op de ware aard ervan die moet bepaald worden aan de hand van de bestanddelen zelf van de procedure.




  1. HET VERZET




  1. Begrip : door gerechtsdeurwaarderexploot




  • gewoon rechtsmiddel waarover een partij beschikt die bij verstek is veroordeeld, waardoor deze zaak door dezelfde rechter opnieuw wordt onderzocht.

  • Het wordt aanzien als een recht op verzet.

  • Om nodeloze vertragingen te vermijden, nam de wetgever wel en aantal maatregelen:

  • de mogelijkheid om tijdens de verstekprocedure art 751 ger wb toe te passen.

  • Zodra een partij verschenen is op de inleidingszitting en zij een conclusie heeft neergelegd ter griffie, verloopt de rechtspleging jegens haar op tegenspraak.

  • Gevorderd worden een uitspraak op tegenspraak te wijzen : art 747, 2; 748, 2; 750, 2 ger wb

  • Verplichting verzetsakte te motiveren

  • Verbod om verzet aan te tekenen na een tweede verstek : 1049 ger wb

  • Mogelijkheid om de voorlopige tenuitvoerbaarheid van het verstekvonnis toe te staan

  • Mogelijkheid om een bewarend beslag toe te staan.




  1. Voor verzet vatbare vonnissen




  • elk bij verstek gewezen vonnis, arrest, beschikking is vatbaar

  • een aantal uitzonderingen:

  • uitspraken gewezen als op tegenspraak

  • uitspraken op tegenspraak

  • vonnissen van de arrondissementsrb

  • arresten van het HvC

  • aantal uitspraken van de beslagrechter

  • beslissing inzake rechtsbijstand




  1. Rechtspleging – gevolgen art 1047




  1. Terminologie




  • de partij die verzet aantekent = eiser op verzet, verzetdoende partij of opposant

  • in de verzetsprocedure behouden de procespartijen echter hun oorspronkelijke hoedanigheid van eiser/verweerder.




  1. Wijze van rechtsingang




  • de gewone rechtsingang is de dagvaarding bij gerechtsdeurwaardersexploot.

  • Dagvaardingstermijn : art 707 ger wb – naleving art 860 j 862 ger wb. : 8 dagen

  • Met akkoord van alle betrokken partijen kan de formaliteit van de dagvaarding vervangen worden door een vrijwillige verschijning. Art 706 ger wb.

  • Tijdstip van de rolstelling is bepalend voor het tijdstip van de vatten van de rechter.

  • In een aantal gevallen heeft de wetgever het instellen van verzet dmv een verzoekschrift mogelijk gemaakt : art 1034 bis – sexies ger wb. (bv: art 1253 quater ger wb : beschikking over de rechter en plichten van echtgenoten en hun huwelijksvermogenstelsel OF 1343, 3 ger wb : om betaling te bevelen.)




  1. Bevoegde rechter : dezelfde rechter!




  • het verzet dient verplicht gebracht te worden voor de rechterlijke instantie die de uitspraak bij verstek gewezen heeft. Niet vereist dezelfde kamer of dezelfde magistraat.

  • = uitsluitende bevoegdheid, raakt de openbare orde




  1. Motiveringsplicht




  • op straffe van nietigheid : art 1047 ger wb




  1. Register van verzetsakten




  • de partij die het rechtsmiddel aanwendt die er alle belang bij heeft de vermelding (namen partijen en raadslieden en datum van de beslissing en verzet) in dit register te laten opnemen.




  1. Termijnen : art 1048




  • geen aanvangstermijn gesteld voor het aanwenden van verzet. Kan dus onmiddellijk na de uitspraak of zelfs voor de betekening van de uitspraak

  • er is wel een vervaltermijn bepaald : binnen 1 maand na de betekening van het verstekvonnis.

  • Die termijn kan verlengd worden : art 1048 ger wb

  • Wnr de verzetstermijn verstreken is zonder dat het rechtsmiddel van verzet werd aangewend, kan er desgevallend nog een voorziening in cassatie worden ingesteld : art 1076 ger wb.

  • Ex art 1048 ger wb : begint de vervaltermijn van 1 maand te lopen in de gevallen voorzien in art 792 , 2-3 ger wb, te lopen vanaf de kennisgeving. ( bij geschillen inzake de toekenning van kosteloze juridische tweedelijnsbijstand, aantal arbeidsrechtelijke geschillen en geschillen inzake sociale zekerheid.)

  • art 792, 2-3 ger wb voorziet in een kennisgeving bij gerechtsbrief aan de partijen + aantal kwaliteitscriteria.

  • Andere uitzondering: art 1675/9, 1 ger wb: kennisgeving bij gerechtsbrief : over de toelaatbaarheid van het verzoek tot het bekomen van een collectieve schuldenregeling.




  • de valstrik van art 57 ger wb! : tenzij de wet anders bepaalt, de termijn voor verzet, hoger beroep en cassatie begint te lopen bij de betekening van de beslissing aan persoon of woonplaats of vanaf de afgifte of het achterlaten van het afchrift. Maar dit artikel vereist geen uitdrukkelijke afwijkende bepaling! Afwijking kan worden afgeleid uit wettelijke bepalingen die van toepassing zijn.

  1. Gevolgen van het verzet




  • 3 gevolgen:

  • 1 schorsende werking

  • 2 devolutieve

  • 3 relatieve werking.

1


  • art 1397 ger wb: het verzet schorst in de regel het verzet tegen eindvonnissen de tenuitvoerlegging.

2


  • de rb die reeds bij verstek heeft geoordeeld, wordt opnieuw gevat om de zaak te beoordelen. : dezelfde rb

3


  • het verzet kan alleen voordelen opleveren voor de partij die dit rechtsmiddel aanwendt, omdat het instellen van dit rechtsmiddel niet toelaat de jegens haar uitgesproken veroordelingen te verzwaren.

  • Verhindert echter niet dat de oorspronkelijke eis nog kan worden gewijzigd of uitgebreid.




  1. De behandeling en het verloop van de procedure op verzet.




  • geschiedt op dezelfde wijze als een gewoon geding.



  1. HET HOGER BEROEP




  1. Het begrip




  • gewoon rechtsmiddel om een vonnis dat in 1e aanleg werd gewezen aan te vechten voor een hogere rechter teneinde de hervorming of vernietiging van het vonnis te bekomen.

  • Volledig opnieuw onderzoeken: zowel in feite als in rechte.

  • Het hoger beroep leidt een 2e aanleg in.

  • Is door de wetgever afhankelijk gesteld van de waarde van de vordering. Enkel vonnissen waarin uitspraak gedaan wordt over vorderingen waarvan het bedrag de wettelijk bepaalde grens overschrijdt, kunnen aangevochten worden in hoger beroep. = aanleggrens.

  • Vorderingen beneden deze aanleggrens worden beslecht in 1e en laatste aanleg.

  • Doel: vernietiging en hervorming vonnis

  • hervorming : herstel van inhoudelijke onjuistheden, te wijten aan nalatigheden/vergissingen of verkeerde toepassing van een rechtsnorm

  • vernietiging : zal het gevolg zijn van formele gebreken.




  1. Toelaatbaarheidsvereisten




  • raakt de openbare orde

  • hoger beroep kan enkel ingesteld worden:

  • tegen vonnis dat vatbaar is voor hoger beroep

  • geschil dat vatbaar is

  • door wie in eerste aanleg partij was en tegen wie in eerste aanleg partij was.

  • Binnen een wettelijke termijn

  • Als men belang heeft.




  1. Vonnissen vatbaar voor hoger beroep




  • art 616 ger wb : ieder vonnis tenzij de wet ander bepaalt.

  • Kan enkel tegen een in eerste aanleg gewezen beslissing. Er kan niet meteen naar beroepsrechter gegaan worden.

  • De aanleg wordt bepaald door de waarde van de vordering

  • Kan zowel tegen eindvonnissen als tegen tussenvonnissen. Aantal uitzonderingen:

  • maatregelen van inwendige aard : ook geen cassatie!

  • pv van minnelijke schikking

  • verdelingsincident inzake bevoegdheid

  • beslissing arrondissementsrb inzake bevoegdheid. Wel als de rechter zelf uitspraak doet




  • tegen een eindvonnis kan direct hoger beroep worden ingesteld.

  • Vonnissen alvorens recht te doen ook direct vatbaar voor hoger beroep.

  • Tegen vonnissen alvorens recht te doen kan, ook nog samen met het eindvonnis hoger beroep worden ingesteld. Art 1055 ger wb.




  1. Geschil vatbaar voor hoger beroep




  1. in geld uitgedrukte of waardeerbare vorderingen




  • art 1050 en art 616-621 ger wb.

  • Aanleggrens:

  • vonnissen vrederechters en politierechters : < 1240 euro : niet vatbaar voor beroep

  • vonnissen rb 1e aanleg en rb van koophandel : < 1860 euro : niet vatbaar voor beroep.

  • Vonnissen van de arbeidsrb zijn altijd vatbaar voor hoger beroep, ongeacht de waarde.




  • belangrijk : art 557 – 562 ger wb : dit is het bedrag die in de inleidende akte werd geëist. Werd de vordering in de loop van het geding aangepast, dan wordt de aanleg bepaald door de som die in de laatste conclusie werd geëist.

  • objectieve cumulatie : art 558 ger wb : vordering heeft verschillende punten

  • subjectieve cumulatie : art 560 ger wb. : 1 of meer eisers/verweerders




  • soms uitzonderingen: beschikkingen/vonnissen van echtgenoten betreffende wederzijdse rechten en verplichtingen en hun huwelijksvermogenstelsel : altijd vatbaar voor hoger beroep.




  1. niet in geld uitgedrukte of waardeerbare vorderingen




  • vorderingen die niet in geld zijn uitgedrukt zijn altijd vatbaar voor hoger beroep




  1. tussengeschillen : art 620-621




  • vonnissen op tussengeschil : bevatten definitieve beslissingen betreffende een incident dat ontstaat nav een aanhangig geding en dat daarmede samenhangt. Dergelijke vonnissen zijn, voor wat de aanleg betreft, verbonden met het lot van de uitspraak op de hoofdeis.

  • Onderzoeksvonnissen: is een uitspraak waarbij een gerechtsdeskundige wordt aangesteld, slechts als de waarde van de hoofdvordering de toepasselijke aanleggrens overschrijdt.

  • Op de regel bestaan 2 uitzonderingen : art 621 ger wb:

  • tegenvorderingen

  • vorderingen tot tussenkomst.

  • art 620 ger wb leert dat tegenvorderingen die ontstaan uit het contract of feit dat ten grondslag ligt, alsook de tegenvordering gesteund op het tergend en roekeloos karakter van de hoofdvordering, de aanleg bepaald wordt door het samenvoegen van het bedrag van de hoofdvordering met dat van de tegenvordering.

  • Voor wat de vordering tot tussenkomst betreft, strekkende tot het uitspreken van een veroordeling, eveneens in de cumulatie van het bedrag van de hoofdvordering met dat van de vordering tot tussenkomst strekkende tot een veroordeling, zo ze uit een zelfde oorzaak ontstaan.

  • Art 620 ger wb zet de deur open voor misbruiken door verweerders die via het formuleren van fictieve of overdreven tegeneisen/eisen in tussenkomst, bekomen dat het vonnis door hoger beroep kan aangevochten worden.

  • Kritiek pg 15 deel 5 lezen.




  1. uitspraken op bevoegdheidsincidenten : samen instellen




  • tussenvonnissen over bevoegdheidsexcepties: art 1050, 2 ger wb zegt dat tegen een beslissing inzake bevoegdheid slechts hoger beroep kan worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen eindvonnis.

  • Geldt alleen voor uitspraken over de bevoegdheid door de aangezochte bodemrechter zelf, maar niet voor bv zijn beslissing tot verwijzing van de zaak naar de arrondissementsrb, noch voor uitsprake van deze.




  1. partijen in hoger beroep




  • komt toe aan alleen die in eerste aanleg partij zijn geweest, hetzij verschenen en conclusies neerleggen, hetzij werden opgeroepen.

  • De door het vonnis benadeelde derde kan GEEN hoger beroep instellen. Alleen derdenverzet staat open voor hem. 1052 ger wb.

  • Geen verplichting tegen alle andere partijen die in de rechtspleging in 1e aanleg betrokken waren hoger beroep aan te tekenen. Bestaat alleen in geval van een onsplitsbaar geschil : art 1053 ger wb.

  • Onderscheid tussen incidenteel en hoofdberoep:

  • hoofdberoep : ingesteld door een partij tegen wie nog geen hoofdberoep werd ingesteld.

  • Incidenteel: gaat uit van iemand die reeds verweerder in beroep is. 1054 ger wb.

  • kenmerken van incidenteel hoger beroep zijn:

  • gaat uit van de verweerder op een principaal of een ander incidenteel beroep., maw van een geïntimeerde, dit is een partij jegens wie in hoger beroep gevraagd wordt een veroordeling uit te spreken.

  • Kan worden ingesteld tegen alle beschikkingen van de bestreden uitspraak

  • Kan ten allen tijde, tot aan de sluiting der debatten.

  • Kan worden ingesteld, ook al had de betrokken partij eerder berust in de tussengekomen uitspraak.




  • incidenteel hoger beroep is wel afhankelijk van het lot van het principaal hoger beroep. Is deze laatste nietig of laattijdig ingesteld, kan het incidenteel hoger beroep niet worden toegelaten.

  • Verder heeft de niet toelaatbaarheid van het hoofdberoep bij gebrek aan belang geen invloed op de toelaatbaarheid van het incidenteel hoger beroep.




  • gedaagden in hoger beroep of geïntimeerden = de verwerende partijen op principaal beroep die meer dan louter in de rechtspleging in hoger beroep worden betrokken, jegens wie iets wordt gevorderd.

  • partij in hoger beroep : de andere in hoger beroep.

  • ENKEL DE GEDAAGDE in hoger beroep kan ten allen tijde incidenteel beroep instellen.

  • Incidenteel beroep kan worden ingesteld tot aan de sluiting der debatten.




  • navolgend/nakomend hoger beroep = hogere beroepen die voor het verstrijken van de beroepstermijn ingesteld en uitgaande van een partij die niet voorafgaandelijk berustte, op het initiële hoofdberoep volgen, in die zin dat ze ingesteld worden in het kader van een reeds voor de rechter in hoger beroep hangend geding. = hogere beroepen die na een initieel hoofdberoep, maar voor het verstrijken van de beroepstermijn, worden ingesteld tussen partijen die al in het geding zijn voor de rechter.

  • tussenkomst in hoger beroep van een derde is mogelijk, maar kan ex art 812, 2 ger wb niet voor het eerste geschieden met het oog op een veroordeling.




  1. beroepstermijn




  • het hoger beroep kan onmiddellijk, na het vellen van de uitspraak worden ingesteld, tenzij het een tussenvonnis betreft inzake bevoegdheid.

  • Het vonnis hoeft dus niet voorafgaandelijk betekend te zijn.

  • De wettelijke beroepstermijn bedraagt 1 maand: art 1051 ger wb. Het aanvangspunt is de betekening van de uitspraak.

  • Beroepstermijn is een vervaltermijn en raakt de openbare orde. Het verval is ambtshalve door de rechter uit te spreken. Art 860, 2 ger wb.




  1. belang




  • slechts toelaatbaar als de appellant blijk geeft van belang.




  1. Rechtspleging




  • in de regel wordt de rechtspleging beheerst door de bepalingen betreffende het geding. Op de volgende punten wijkt de rechtspleging in hoger beroep evenwel af van deze in 1e aanleg:

  • de vorm, wijze van rechtsingang

  • inhoud

  • inschrijving en rolstelling

  • behandeling

  • uitspraak: vonnis en arrest




  1. Wijze van rechtsingang van het hoger beroep = vorm




  • de normale vorm = een verzoekschrift dat door de appellant ter griffie wordt neergelegd

  • de regelen van art 1034bis- 1034 sexies ger wb zijn op dit verzoekschrift niet van toepassing.

  • Bij de neerlegging ontvangt de tegenpartij bij gerechtsbrief, hiervan een eensluidend verklaard afschrift. : art 1056, 2 ger wb.

  • Tweede vorm : gerechtsdeurwaarderexploot art 1056, 1 ger wb.

  • Derde vorm : ter post aangetekende brief, enkel mogelijk in de gevallen die de wet aanduidt : tuchtzaken tegen advocaten en gerechtsdeurwaarders en in een aantal sociaalrechtelijke materies.

  • Vierde vorm : hoger beroep instellen bij conclusie.




  • de gewone termijn van verschijning in hoger beroep bedraagt 15 dagen : art 1062 ger wb.

  • is een wachttermijn

  • de datum waarop de verschijningsdatum in hoger beroep aanvangt, is normalerwijze deze van het toevertrouwen door de griffiediensten van de gerechtsbrief aan de postdiensten.

  • De verklaring van de verschijning van de geïntimeerde dient op de inleidingszitting te gebeuren.




  1. Inhoud van de akte hoger beroep




  • verwezen worden naar art 1057 ger wb, dat voorziet dat op straffe van nietigheid, de beroepsakte moet bevatten.

  • Wanneer het hoger beroep wordt ingesteld bij conclusie, zijn er formeel geen andere vormvereisten dan degene die voor een gewone conclusie gelden. Art 743-744 ger wb.




  1. De inschrijving van het hoger beroep en de rolstelling : art 1060




  • elke partij die hoger beroep aantekent, kan dit laten aantekenen in een register van de rb die het bestreden vonnis heeft geveld.

  • De akte van hoger beroep heeft geen gevolg indien de eiser in beroep de zaak niet heeft laten inschrijven op d erol voor de datum van verschijning die in de akte is vermeld.

  • Deze inschrijving gebeurt bij de neerlegging van het verzoekschrift ter griffie bij dagvaarding bij de afgifte van het betekende exploot.




  1. de behandeling van de zaak in hoger beroep: art 1066, 2




  • eenmaal de zaak aanhangig bij de rechter in hoger beroep, kan de zaak afgewikkeld worden.

  • Geschiedt op dezelfde wijze als in 1e aanleg

  • In de gevallen voorzien in art 1066, 2 ger wb moet de korte debattenrechtspleging worden gevolgd. Voor andere zaken dient het gevraagd te worden.

  • Wnr de partijen erom verzoeken, dienen de stukken nogmaals medegedeeld te worden.

  • De partijen concluderen conform de termijnen voorzien in art 1064 ger wb.

  • Partijen vragen een rechtsdag aan om te pleiten. De debatten worden gesloten.

  • Het OM geeft eventueel advies.

  • De regelen van verstek zijn eveneens van toepassing.




  1. de uitspraak




  • wordt het hoger beroep niet toelaatbaar verklaard dan wordt het afgewezen en blijft het eerste vonnis gelden.




  1. de gevolgen van het hoger beroep




  1. Schorsende werking




  • een schorsende werking op de mogelijkheid tot gedwongen tenuitvoerlegging.




  1. Gewone devolutieve werking




  • onderscheid tussen gewone en verruimde devolutieve werking

  • gewone: vereist dat de eerste rechter zich reeds ten gronde heeft uitgesproken over alle geschilpunten. Zo het gewoon rechtsmiddel wordt aangewend, blijft de taak van de appelrechter beperkt tot een controle op de reeds in 1e aanleg onderzochte en beslechte geschilpunten. Door hoger beroep aan te tekenen wordt het geschil onttrokken aan de rechter in 1e aanleg en overgeheveld naar de appelrechter. = devolutieve werking.

  • Voor de invoering van het ger wb : werden enkel de punten overgeheveld die reeds het voorwerp van een beslissing van de eerste rechter uitgemaakt hebben. De eerste rechter bleef bevoegd om de nog niet eerder door hem berechte punten te beslechten.

  • Art 1068 ger wb : bepaalt dat hoger beroep tegen een eindvonnis het geschil zelf aanhangig maakt bij de rechter in hoger beroep. Het hoger beroep hevelt het geschil, met alle feitelijke en rechtsvragen, over naar de appelrechter.

  • Deze gewone devolutieve werking kan begrensd worden. Partijen geven de perken aan waarbinnen hoger beroep kan worden ingesteld. = beschikkingsbeginsel in hoger beroep.

  • Samenvattend: de appelrechter kan in de regel alleen de bestreden uitspraak op die punten hervormen die werden aangevochten door het hoofd hoger beroep en het incidenteel hoger beroep.




  1. Verruimde devolutieve werking




  • art 1068, 1 ger wb.: maakt het hoger beroep tegen een vonnis alvorens recht te doen of tegen het eindvonnis op tussengeschil ook het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep.

  • Dit hoger beroep brengt met zich mee dat het gehele geding voor de rechter in 2e aanleg wordt gebracht, inclusief de geschilpunten die niet eerder werden onderzocht en/of berecht.

  • De regel is van dwingende aard.

  • Uitzonderingen:

  • het bevestigen, door de appelrechter, van de in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel. In dit geval moet de appelrechter de zaak terug verwijzen naar de 1e rechter. Geoordeeld dat de appelrechter de vordering zelf moet beslechten in zoverre de resultaten van de bevestigde onderzoeksmaatregel hiervoor niet dienend zijn. Terugverwijzing van het geschil door de appelrechter naar de 1e rechter is nu enkel nog verplicht wnr 2 voorwaarden cumulatief vervuld zijn: 1) moet de appelrechter een door de eerste rechter bevolen onderzoeksmaatregel, al is het gedeeltelijk, hebben bevestigd. (niet bij tenietdoen, hervorming of wijziging). 2) een onderzoeksmaatregel.

  • Vervat in art 1070 ger wb.




  1. Tergend of roekeloos hoger beroep




  • toekenning van een schadevergoeding : art 1072 bis ger wb.




  1. VOORZIENING IN CASSATIE




  1. begrip




  • buitengewoon rechtsmiddel

  • geen nieuwe beslissing

  • geen derde aanleg

  • schorst de tenuitvoerlegging niet




  1. tegen welke beslissingen kan cassatie worden aangetekend?




  • art 608 ger wb en 609-615 ger wb en 1088- 1089 ger wb.

  • Alle vonnissen en arresten in laatste aanleg gewezen wegens:

  • overtreding van de wet

  • schending van substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven pleegvormen.




  • meestal ingesteld tegen een eindbeslissing

  • ex art 1077 ger wb staat cassatie tegen beslissingen alvorens recht te doen open na het vellen van het eindvonnis in die zaak.

  • Maatregelen van inwendige aard zijn niet vatbaar voor cassatie.

  • Een tweede cassatievoorziening tegen dezelfde uitspraak door dezelfde partij is niet toelaatbaar.

  • Na de uitspraak op een vordering in cassatie staat tegen dezelfde beslissing geen nieuwe voorziening meer open voor de partij die haar heeft ingesteld, ook al beweert zij nieuwe middelen te kunnen aanvoeren.

  • Er worden nog een aantal andere akten aan het toezicht van het HvC onderworpen: arresten afdeling administratie RvSt, bepaalde arresten van het rekenhof, vonnissen in laatste aanleg gewezen door Belgische consuls in het buitenland, beslissingen van raden van beroep.




  1. welke partijen kunnen cassatie aantekenen?




  • enkel degenen die partij waren in de aangevochten beslissing.

  • Eiser in cassatie : degene die de voorziening instelt

  • Verweerder in cassatie

  • Er is geen incidenteel cassatieberoep mogelijk, dus kunnen beide partijen eiser en verweerder in cassatie zijn. Het hof voegt dan ambtshalve beide zaken samen.

  • De eiser moet belang hebben: hij moet door de feitenrechter veroordeeld zijn tav de verweerder.

  • Bij het instellen van de voorziening, moet de eiser in cassatie in leven zijn.

  • Cassatie wordt beschouwd als een nieuw geding en niet de voortzetting van een bestaand geding.

  • Wnr het geschil onsplitsbaar is, moet de voorziening gericht worden tegen alle bij de bestreden beslissing betrokken partijen wier belang strijdig is met dat van de eiser.

  • De procureur-generaal kan bij het hof van beroep ambtshalve cassatie aantekenen tegen:

  • beslissingen van de arrondissementsrb

  • beslissingen van de vz van de rb van 1e aanleg : kort geding

  • telkens de openbare orde zijn tussenkomst vergt. Art 138, 2 ger wb.




  • de procureur-generaal bij het HvC kan ambtshalve: art 1088-9

  • cassatie instellen in het belang van de wet: tegen elke beslissing, niet meer vatbaar voor cassatie, wnr zij strijdig is met de wet of procesvormen, wnr uit die beslissingen een blijvend verschil van interpretatie blijkt.

  • Op voorschrift van de minister van justitie, een vordering tot nietigverklaring instellen wegens machtsoverschrijding door rechters, leden van het OM en tuchtoverheden van ministriële ambtenaren of advocaten. Art 1091




  1. termijn




  • slechts mogelijk vanaf de einduitspraak

  • binnen de drie maand na de betekening van deze beslissing art 1073 ger wb.

  • Deze termijn kan geschorst en verlengd worden.

  • Deze termijn loopt enkel tav de partij aan wie de beslissing werd betekend

  • Een laattijdig ingestelde vordering wordt ambtshalve niet toelaatbaar verklaard.

  • Er zijn uitzonderingen mogelijk om in een kortere termijn cassatieberoep in te stellen.

  • De termijn vangt bij uitspraken gewezen op verstek pas aan vanaf de dag waarop het verzet niet meer toelaatbaar is. De partij tegen wie de uitspraak op tegenspraak werd gewezen, kan onmiddellijk een voorziening in cassatie instellen tav een partij tgo wie het vonnis bij verstek is gewezen.




  1. de procedure : art 1079




  1. Inleiding




  • vangt steeds aan met een tegensprekelijk verzoekschrift, dat betiteld wordt als : voorziening in cassatie

  • dit verzoekschrift moet in burgerlijke zaken, zowel op het afschrift als op het origineel ondertekend zijn door een advocaat bij het HvC

  • het moet alle punten bevatten waarvoor in cassatie wordt gegaan. Art 1080

  • Indien er een tegenpartij is, moet dit verzoekschrift vooraf bij gerechtsdeurwaarderexploot aan de tegenpartij worden betekend. Tussen de betekening en de neerlegging ter griffie mogen niet meer dan 15 dagen verlopen zijn, op straffe van niet ontvankelijkheid. Art 1079

  • Het instellen van de voorziening gebeurt door de neerlegging van het verzoekschrift ter griffie en niet door de betekening ervan.

  • De zaak wordt op de algemene rol ingeschreven.




  1. Behandeling




  • het is een schriftelijke rechtspleging

  • de pleidooien mogen alleen slaan op de rechtsvragen.

  • Het verzoekschrift van de eiser in cassatie bevat de uiteenzetting van één of meerdere middelen in cassatie.

  • Op nauwkeurige wijze moeten de wettelijke bepalingen vermeld worden.

  • Deze vereisten zijn ex art 1080 ger wb voorgeschreven op straffe van nietigheid.

  • Het bevat ook de uiteenzetting van de feiten en een toelichting bij de middelen.

  • De eiser kan binnen 15 dagen na de betekening ervan een memorie van toelichting overleggen : art 1087 ger wb

  • Binnen de 3 maand na de betekening van het verzoekschrift, moet de verweerder zijn memorie van antwoord ter griffie indienen. Moet ondertekend zijn door advocaat bij HvC, betekend worden aan de advocaat van de eiser.

  • De verweerder kan geen incidenteel cassatieberoep instellen, wel een tegenvordering instellen.

  • Slechts wnr door de verweerder een middel van niet ontvankelijkheid tegen de voorziening wordt opgeworpen, kan door de eiser nog een memorie van wederantwoord worden ingediend : art 1094 ger wb.

  • Wnr middel van niet ontvankelijkheid wordt opgeworpen door het OM verwittigt het daarvan bij gerechtsbrief de partijen die zonder advocaat zijn verschenen en bij gewone brief de advocaten van de partijen. Art 1097

  • Overtuigingsstukken dienen ter griffie worden neergelegd binnen de wettelijke termijn.

  • Slechts van de regelmatig ingediende stukken kan het HvC inzage nemen.

  • Nadat de termijnen voor het nemen van de memorie van antwoord/wederantwoord verstreken is, wordt het dossier door de griffie aan de eerste vz overgemaakt. Deze wijst een raadsheer-verslaggever aan: moet het cassatieberoep onderzoeken en voor elk middel een antwoord op te stellen = voorontwerp van arrest. Art 1104-7

  • Dan wordt het dossier door de procureur-generaal bij het HvC aan een advocaat-generaal van zijn parket meegedeeld : art 1105 ger wb. Deze onderzoekt het dossier en de beantwoording van de middelen. Met bijzondere aandacht voor het behoud van de eenheid in de uitlegging.

  • Dan wordt het dossier aan de kamervz bezorgd, die het ook nog eens onderzoekt en een oordeel vormt.

  • Wnr het voldoende onderzocht is, bepaalt hij een rechtsdag : 1106 ger wb.

  • Vanaf dat ogenblik wordt het lid van het OM niet meer betrokken bij het interne werk. Het enige wat nu nog kan gebeuren is het neerleggen van een schriftelijke conclusie ter griffie. Gebeurt ten laatste 15 dagen voor de terechtzitting.

  • Na het verslag van de raadsheer-verslaggever geeft het OM zijn conclusie. Dan wordt het woord verleend aan de partijen.

  • Wnr het OM schriftelijk conclusie nam, kunnen de partijen ten laatste op de zitting en uitsluitend in antwoord op de conclusie van het OM een noot neerleggen.

  • Op de mondelinge conclusie van het OM kunnen partijen meteen reageren en opmerkingen maken. Elke partij kan via een NOOT reageren op de conclusie van het OM. Deze noot moet niet worden meegedeeld aan het OM.




  1. Uitspraak : geen verzet of derdenverzet




  • 1 jan 2002: cassatie arresten in een nieuw kleedje. : in de directe rede gesteld.

  • Het hof doet recht, ongeacht of de advocaten en partijen tegenwoordig zijn of niet.

  • Verzet en derdenverzet zijn uitgesloten.

  • Door het uitsluiten van het verzet kan het recht van verdediging van de niet verschenen verweerder in het gedrang komen. Dus deze partij heeft de gelegenheid om de intrekking te vorderen van het arrest, wnr die partij wegens een onregelmatigheid in de betekening van de voorziening, niet de gelegenheid had hierop te antwoorden : art 1113-1114 ger wb.

  • Een arrest van het HvC kan de voorziening verwerpen. = aangevochten vonnis blijft dan verder bestaan.

  • Nieuwe cassatie is dan niet toelaatbaar.

  • De partij die is afgewezen, wordt veroordeeld in de kosten.

  • Bij gegrondverklaring, vernietigt het hof geheel/gedeeltelijk het bestreden arrest. Gevolgen:

  • het hof verzendt de zaak naar een rechtscollege van dezelfde rang als datgene dat de vernietigde beslissing heeft gewezen om opnieuw uitspraak te verlenen. Slechts in 1 geval heeft er geen verzending plaats: wnr HvC vonnis van arrondissementsrb vernietigt, dan verwijst het de zaak meteen naar de bevoegde rechter.

  • Het hof begroot de kosten. Art 1111




  1. gevolgen van de verwijzing.: moet betekend worden!




  • cassatiearresten kunnen enkel ten uitvoer worden gelegd na de betekening ervan aan de tegenpartij. Art 1115

  • De zaak moet bij het aangewezen gerecht worden aangebracht als een gewone zaak.

  • Het rechtscollege naar wie de zaak verwezen is, is niet gebonden door het cassatiearrest. Dit kan dus:

  • zienswijze bijtreden: dan tweede cassatie niet toelaatbaar

  • afwijken van de zienswijze HvC : tweede cassatie is geoorloofd. Het HvC zetelt dan met verenigde kamers. Wordt de beslissing teniet gedaan, dan wordt de zaak opnieuw verzonden, maar de rechter is dan gebonden door de beslissing van het HvC. En de minister van justitie wordt hiervan verwittigd: brengt verslag dan uit aan de wetgevende kamers : art 1121 ger wb.




  1. HET DERDENVERZET : via eenzijdig verzoekschrift niet schorsend  beroep, verzet




  1. Begrip




  • is een rechtsmiddel waarbij personen die niet in het geding waren, de vernietiging van een vonnis kunnen bekomen, dat hen nadeel toebrengt.

  • De niet uitoefening brengt geen verlies mee van de rechten.

  • Wordt ingesteld via een eenzijdig verzoekschrift.




  1. voorwaarden voor derdenverzet




  • dubbele cumulatieve voorwaarde: art 1122

  • men mag geen partij zijn geweest

  • er moet een beslissing zijn waardoor men nadeel lijdt. : het nadeel is niets anders dan het belang. Zowel uitspraken van burgerlijke als strafgerechten, zowel geveld in een tegensprekelijke of eenzijdige rechtspleging.

  • arresten van HvC zijn niet vatbaar voor derdenverzet. : art 1123




  1. termijn




  • het rechtsmiddel verjaart na 30 jaar : art 1128 ger wb.

  • Indien de termijn om het vonnis uit te voeren (= actio judicati) is verstreken, vervalt eveneens de mogelijkheid om derdenverzet in te stellen.

  • De actio judicati verjaart 10 jaar na datum van de uitspraak : art 2262bis bw.

  • Wordt het vonnis aan de derde betekend, dan moet deze het rechtsmiddel binnen de 3 maand na de betekening aanwenden.




  1. de procedure




  • kan als hoofdvordering worden ingesteld. In dit geval moet de derde al de partijen dagvaarden bij gerechtsdeurwaarderexploot voor de rechter die de bestreden beslissing heeft geveld.

  • Het kan ook incidenteel worden behandeld: impliceert dat er een vordering hangende is waarin de derde partij is en tegen hem het vonnis wordt ingeroepen waarbij hij geen partij was. Is slechts mogelijk mits:

  • de rechter voor wie het incident wordt aangebracht de gelijke of de meerdere is van de rechter die de uitspraak deed

  • indien alle partijen tussen wie de beslissing is gevallen in het geding zijn. Art 1125-6 ger wb.




  1. de gevolgen




  • heeft geen schorsende werking. (zoals cassatie)

  • Alleen het geval in art 1127 ger wb kan de beslagrechter op vordering de tenuitvoerlegging schorsen.

  • Zo het derdenverzet gegrond wordt verklaard, wordt de beslissing naar luid van art 1130, 1 ger wb, geheel/gedeeltelijk vernietigd maar alleen tav de derde. In feite wou de wetgever hiermee zeggen dat de uitspraak in dat geval niet langer aan de derde kan worden tegengeworpen.

  • De uitspraak zal tav alle partijen vernietigd worden, wnr de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing onverenigbaar is met de tenuitvoerlegging van de vernietigende beslissing. = onsplitsbare geschillen : art 1130, 2 ger wb.

  • Tegen de beslissing waarbij derdenverzet wordt toegekend of afgewezen, kunnen de gewone rechtsmiddelen (beroep, verzet) worden aangewend.




  1. HERROEPING VAN HET GEWIJSDE art 1133




  1. begrip




  • buitengewoon rechtsmiddel

  • waarbij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis wordt herroepen door de rechter die het gewezen heeft en waardoor een nieuw vonnis wordt geveld.




  1. de redenen die de herroeping van gewijsde verantwoorden.




  • opsomming van de gevallen in art 1133 ger wb.

  • Ze komen hierop neer: een beslissend element waarop de eerste rechter zich had gebaseerd, onjuist is.

  • De vordering moet ingesteld zijn binnen de 6 maand nadat de grond van herroeping ontdekt is. Art 1138 ger wb




  1. de procedure




  • de vordering wordt ingeleid bij verzoekschrift : tegenspraak

  • moet alle middelen bevatten waarop de vordering is gesteund.

  • Moet ondertekend zijn door 3 advocaten, waarvan 2 minstens 20 jaar baliepraktijk moeten hebben.

  • Dit verzoekschrift wordt bij gerechtsdeurwaarderexploot aan de tegenpartijen betekend : art 1134 ger wb.

  • Verder wordt de zaak als een gewone zaak ingeleid. Art 1139 ger wb.




  1. VERHAAL OP DE RECHTER : verzoekschrift




  • buitengewoon rechtsmiddel

  • gegrond op de fout van een magistraat, waarop een gerechtelijke uitspraak kan worden vernietigd.

  • De gronden staan in art 1140 ger wb (bv bedrog).

  • Is eveneens mogelijk tav de leden van het OM.

  • Het moet binnen een termijn van 30 dagen worden uitgeoefend.

  • Enkel het HvC is bevoegd om kennis te nemen van dit rechtsmiddel

  • Het wordt ingeleid bij verzoekschrift dat vooraf aan de betrokken magistraat is betekend.

  • Is de vordering gegrond, dan kan het HvC ofwel de magistraat tot schadevergoeding veroordelen ofwel het vonnis vernietigen en de zaak verwijzen naar een andere rechter.

  • Sinds het anca arrest : staats AS voor foutieve rechtspraak.




  1. INTREKKING




  1. begrip : bij dagvaarding!




  • het rechtsmiddel kan ter sprake komen wnr een rechter in een kracht van gewijsde gegane beslissing heeft geveld uit hoofde van een wet/decreet/ordonnantie, die naderhand door het A’hof wordt vernietigd.

  • Het geschiedt niet automatisch. Er moet een procedure worden ingeleid.




  1. procedure




  • kan slechts worden aangewend tegen een in kracht van gewijsde gegane beslissing. Ze kan gevorderd worden door elkeen die bij de bestreden beslissing partij was of behoorlijk werd opgeroepen.

  • De vordering wordt ingeleid bij dagvaarding en moet aan alle betrokken partijen worden betekend.

  • De vordering tot intrekking moet worden ingesteld binnen een termijn van 6 maand na de bekendmaking van het vernietigingsarrest van het A’hof in het belgisch staatsblad.




  1. bevoegde rechter




  • bij uitsluiting is bevoegd de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen.




  1. gevolgen




  • de intrekking zal slechts worden uitgesproken zo er geen andere grond of een juridische kwalificatie kan worden gevonden ter staving van de bestreden beslissing. Bij het zoeken naar die andere rechtsgrond mag de rechter geen nieuwe feiten in aanmerking nemen.

  • Het schorst de gebeurlijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet

  • De intrekking brengt de vernietiging, op retroactieve wijze mee en houdt meteen de verplichting in tot teruggave van wat de uitvoering mogelijks had opgeleverd.




Samenvatting Joke Staelens 2005-2006


Dovnload 120.69 Kb.