Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Profielkeuze

Dovnload 166.25 Kb.

Profielkeuze



Pagina3/5
Datum04.04.2017
Grootte166.25 Kb.

Dovnload 166.25 Kb.
1   2   3   4   5

ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN ANW

ANW is een verplicht vak op het vwo. Het omvat 120 slu.

De onderwerpen komen uit de thema’s: “Leven”, “Biosfeer”, “Materie”, en “Zonnestelsel en Heelal”.
Erfelijkheidsonderzoek, het ontstaan van de aarde, duurzame ontwikkeling, de speurtocht naar een medicijn tegen aids. Kranten staan vol met artikelen die laten zien hoe snel de wereld om ons heen verandert en hoe opvattingen wijzigen. Ook worden artikelen geschreven die ingaan op vragen die mensen zich daarbij stellen, bijvoorbeeld over mogelijke gevolgen van nieuwe ontwikkelingen.
Algemene Natuurwetenschappen probeert een achtergrond te schetsen waardoor je dergelijke informatie beter kunt begrijpen. ANW houdt zich bezig met vragen als:


  • Hoe komen natuurwetenschappers aan hun kennis?

  • Hoe wordt die kennis gebruikt?

  • Hoe weet je dat het klopt wat ze beweren?

  • Mag alles wat kan?

In elke paragraaf van het boek staat een onderwerp dat als voorbeeld dient.

Zo’n voorbeeld helpt je te begrijpen hoe groot de invloed van natuurwetenschappen en techniek is en welke rol ze spelen in je eigen leven en in de maatschappij. Het zal je daarmee duidelijk zijn dat in dit vak de mens centraal staat.

BIOLOGIE

Biologie is een profielvak bij NG en NT.

Biologie bestudeert de bouw en werking van organismen en de verbanden die er zijn tussen organismen onderling en tussen organismen en hun milieu.

De onderwerpen die in de onderbouw aan de orde zijn geweest komen terug in uitgebreide vorm.

Verder komen er zaken als erfelijkheid (rekenen!), energiestromen, kringlopen (scheikunde), evolutie en DNA aan de orde.

BEELDENDE VORMGEVING, het KUNSTVAK

Het Kunstvak beeldende vormgeving is profielkeuzevak in het profiel CM. Het is keuze-examenvak bij alle profielen. Het vak bestaat uit een component kunst algemeen en de component kunst beeldende vormgeving. De studielast bedraagt 480 slu. Er wordt aandacht besteed aan het aanleren van informatie-, onderzoek- en presentatievaardigheden. Ook maken we veel gebruik van ICT. Het eindexamen van het kunstvak beeldende vormgeving bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen.


Kunst algemeen omvat de zogenaamde algemene theorie van kunstzinnige vakken. Het wordt afgesloten met toetsen en een centraal examen.

Kunst beeldende vormgeving bestaat uit vaktheorie en vakpraktijk van de beeldende vorming. Het wordt afgesloten met een schoolexamen waarbinnen vaktheorie en –praktijk worden getoetst.

Beide onderdelen, algemeen en beeldende vormgeving, tellen voor 50% mee in het eindcijfer dat op de cijferlijst van het examen komt te staan.
Kunst algemeen wordt behandeld aan de hand van thema’s uit 6 perioden. De stof wordt steeds vanuit meer dan een discipline bestudeerd, namelijk beeldende kunst en architectuur, toneel en film en ballet en muziek.
De thema’s in de 6 perioden zijn:

1. Cultuur van de kerk in de 11e t/m 14e eeuw

2. Hofcultuur in de 16e en 17e eeuw

3. Burgerlijke cultuur Nederland in de 17e eeuw

4. Cultuur van romantiek en realisme in de 19e eeuw

5. Cultuur van het moderne in de 1e helft 20e eeuw

6. Massacultuur in de 2e helft 20e eeuw
De 6 invalshoeken van deze thema’s zijn:

* kunst en religie

* kunst en esthetica

* kunst en opdrachtgever; politieke en economische macht

* kunst en vermaak

* kunst, wetenschap en techniek

* kunst intercultureel

De examenonderwerpen worden per jaar vastgesteld. Steeds omvat het examen 4 van de 6 thema’s. Altijd komen de 2 thema’s uit de 20e eeuw aan de orde en verder 2 thema’s uit de perioden daarvoor.


Het examenprogramma van de component kunst beeldende vormgeving bestaat uit de volgende domeinen:

Domein A : Vaktheorie

Domein B : Praktijk

Domein C : Oriëntatie op studie en beroep.

In de vaktheorie ga je dieper in op aspecten van de vorm en op de functie van de beelden en je leert beeldende kunst te plaatsen in tijd en samenleving.

In de praktijk leer je criteria en uitgangspunten waaraan het beeldend werk moet voldoen. Je leert ze door middel van opdrachten. Je gaat aan de slag met o.a. het ontwerpen en het maken van beeldend werk. Verder doe je onderzoek naar passend werk van andere kunstenaars/vormgevers.

Je houdt een uitgebreid procesverslag bij.

CULTURELE EN KUNSTZINNIGE VORMING
Culturele en kunstzinnige vorming is een verplicht vak voor alle leerlingen van het atheneum. De studielast bedraagt 160 slu.
Doel is dat iedereen actief en passief kennis maakt met kunst en cultuur. Je bezoekt voorstellingen (dans, drama, muziek) en exposities (beeldende kunst, foto, video, e.d.). Je leest verhalen en gedichten uit de (wereld)literatuur. Je vergelijkt een film met een roman, een schilderij met een gedicht, etc. Je onderneemt minimaal 8 culturele activiteiten.

Daarnaast leer je bewuste keuzen te maken door ervaringen en kennis op te doen met kunst en cultuur aan de hand van thema’s. Bovendien krijg je diverse praktische opdrachten die je ervaringen met kunst en cultuur ondersteunen.

Ten slotte moet je verslag doen van al je ervaringen en daarop reflecteren, d.w.z. dat je laat zien waarom je wel of niet anders bent gaan denken over diverse kunst- en cultuuruitingen.

Zoals uit het bovenstaande blijkt, is Culturele en Kunstzinnige Vorming vooral een ervaringsvak.


Het vak Culturele Kunstzinnige Vorming moet aandacht besteden aan vier domeinen:

Domein A: het bezoeken van voorstellingen en exposities

Domein B: het verwerven van kennis op het gebied van kunst en cultuur

Domein C: het verrichten van praktische activiteiten

Domein D: het verslag doen van de opgedane ervaringen in een kunstdossier.
Bij dit alles staat jouw persoonlijke ontwikkeling centraal, d.w.z. je moet jouw omgaan met cultuur en kunst kunnen verwoorden en beoordelen. Het klinkt misschien hoogdravend, maar het wordt een plezierig vak. Let maar op.


1   2   3   4   5

  • BIOLOGIE
  • BEELDENDE VORMGEVING, het KUNSTVAK

  • Dovnload 166.25 Kb.