Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Profielkeuze

Dovnload 166.25 Kb.

Profielkeuze



Pagina4/5
Datum04.04.2017
Grootte166.25 Kb.

Dovnload 166.25 Kb.
1   2   3   4   5

DUITS

Elke leerling van het atheneum moet in het gemeenschappelijk deel kiezen voor DUTL, FATL of SPTL. Een van deze talen is dus verplicht. De studielast van het vak DUTL bedraagt 480 slu.

De Duitse taal is de meest gesproken moedertaal in Europa en speelt een grote rol in het toerisme en in de handel. Voor beroepen in deze beide sectoren is het goed beheersen van de Duitse taal vaak zeer gewenst. Vanwege de rijke cultuur is Duits ook een kleurrijk vak met veel facetten.
Gedurende de opleiding komen de volgende vaardigheden aan bod:

□ Lezen


□ Kijken en luisteren

□ Gesprekken voeren

□ Spreken

□ Schrijven

□ Kennis maken met de Duitse literatuur

Om deze vaardigheden te verwerven kijk je naar interessante reportages en lees je informatieve teksten. Je vergelijkt een boek met een verfilming en je luistert naar Duitse programma’s. Je leert de rijke Duitse literatuur kennen en je leert verworven informatie in het Duits te presenteren.

Je bent dus steeds actief bezig om je kennis van de Duitse taal op een zo hoog mogelijk niveau te brengen. Uiteindelijk ben je in staat om je zowel schriftelijk als mondeling in het Duits op adequate wijze uit te drukken.
Het centraal examen heeft betrekking op leesvaardigheid. Binnen drie jaar heb je geleerd onder andere de hoofdgedachte van een Duitse tekst aan te geven, conclusies te trekken en gevoelens en opvattingen van de auteur te begrijpen.
Het schoolexamen heeft betrekking op kijk- en luistervaardigheid, gespreksvaardigheid, schrijfvaardigheid en literatuur.


ECONOMIE

Dit vak geeft je inzicht in de economische aspecten van het leven, waarmee je op allerlei manieren in aanraking kunt komen. De invalshoek is steeds de maatschappelijke werkelijkheid waarin je leeft. Dat is de wereld van het gezin, je werk, de overheid en (de invloed van) het buitenland. De bedoelde aspecten hebben betrekking op zaken als schaarste, ruil, handel, belangentegenstelling, toekomstperspectief en geld. Die aspecten onderscheiden economie van andere maatschappelijke vakken. Bij het vak economie behandelen we stof in modulen. In onderstaand overzicht staan de modulen genoemd die aan de orde komen:


Arbeidsmarkt

 Internationale arbeidsverdeling

 Nederlandse betalingsbalans

 Wisselkoersen

 Consumeren en welvaart

 Produceren en welvaart

 Goederenmarkten

 Inkomensvorming

Inkomensverdeling

 Economische kringloop

 Markt, overheid en economische orde

 Sociale zekerheid

 Europese integratie
Economie is profielkeuzevak in het profiel CM.

Het is een verplicht vak in het profiel EM.

Bij de profielen NG en NT is het een keuze-examenvak.

De studielast bedraagt 480 slu.



ENGELS
Het vak is verplicht en het omvat 400 slu. In de bovenbouw houden wij ons bezig met het verder ontwikkelen van de “taalvaardigheden” en proberen wij zoveel mogelijk inzicht in de grammatica te geven ter ondersteuning van die vaardigheden. Het niveau van de algemene taalvaardigheid van de leerling wordt in het eerste schoolexamen in V6 getoetst. In V4 en in V5 wordt hier in de toetsen al naar toegewerkt.
Leesvaardigheid: Veel “leeskilometers” maken om te leren begrijpen welke structuur en bedoeling Engelse teksten hebben. Het vergroten van de woordenschat is hierbij belangrijk. Het centraal eindexamen bestaat uit teksten waarbij de leesvaardigheid getoetst wordt aan de hand van multiple choice- en open vragen.
Kijk- en luistervaardigheid worden regelmatig geoefend door middel van Cito-toetsen en andere opdrachten.
Spreekvaardigheid wordt in alle leerjaren regelmatig tijdens de les geoefend door middel van rollenspellen. Het onderdeel uitspraak komt geregeld aan de orde. In ieder leerjaar wordt toegewerkt naar een toets spreekvaardigheid.
Schrijfvaardigheid: In V4 en V5 worden regelmatig schrijfopdrachten gemaakt, soms als deel van vakoverstijgende opdrachten. In V5 wordt een begin gemaakt met essays schrijven, waarna er wordt toegewerkt naar het schrijven van een essay als schoolexamen in V6.
Leesdossier: In de onderbouw worden er ieder jaar naast de teksten in de methode ook boeken gelezen. Vanaf V4 werken we aan de boekenlijst, de boeken worden ofwel schriftelijk getoetst of er wordt een andere verwerkingsopdracht gegeven. Ieder jaar lees je een aantal Engelse boeken en maak je naar aanleiding daarvan leesverslagen.

FRANS

 

Elke leerling van het atheneum moet in het gemeenschappelijk deel kiezen voor FATL, DUTL of SPTL. Een van deze talen is dus verplicht. De studielast van het vak FATL bedraagt 480 slu.


Het programma voor het vak Frans in de bovenbouw bestaat voornamelijk uit het verdiepen en verbreden van spreekvaardigheid, luistervaardigheid, schrijfvaardigheid en leesvaardigheid, die je in de onderbouw hebt geleerd.

De methode D' Accord, die we ook in de bovenbouw gebruiken, legt behalve de nadruk op bovengenoemde vaardigheden ook de nadruk op het verwerven van kennis van geschiedenis en cultuur van Frankrijk. 

Naast de methode wordt gebruik gemaakt van Franse films, van opnames van TV5 programma's, van kranten en niet te vergeten van het internet. 

In de vijfde klas staat een dagexcursie naar Brussel op het programma. Hier kunnen de leerlingen hun vaardigheden testen, terwijl zij kennismaken met de mooie stad en hun e-mailcorrespondenten uit Charleroi. 

In de vijfde en zesde klas wordt er aandacht geschonken aan de Franse literatuur en literatuurgeschiedenis.

Frans is de gebruikstaal in de wereld van handel en diplomatie, op reis en bij culturele manifestaties. Daarom is kennis van het Frans onontbeerlijk voor een goede opleiding!



FILOSOFIE
Het woord ‘filosofie’ stamt van de oude Grieken en betekent letterlijk ‘liefde tot wijsheid’ of ‘wijsbegeerte’. Maar wat houdt dat in ‘liefde tot wijsheid’? De liefde voor wijsheid van de filosoof bestaat erin dat hij of zij nieuwsgierig is en gedreven is om vragen te stellen. In de filosofie probeert men deze vragen bovendien zo systematisch en scherp mogelijk te formuleren. Daarnaast wil de filosofie die vragen zo goed mogelijk beantwoorden. Dat wil zeggen dat we er naar streven antwoorden zo duidelijk en volledig mogelijk te beargumenteren.

De onderdelen van de filosofie


Nu is de grote vraag natuurlijk: waarover wordt er nagedacht in de filosofie? We beperken ons tot een uitleg van de onderdelen die op school worden behandeld – dit zijn de volgende vier:


  • kennisleer

  • wetenschapsfilosofie

  • ethiek

  • wijsgerige antropologie


Kennisleer

Sommige mensen twijfelen nooit ergens aan, anderen denken dat ze bijna niets zeker weten. De één beweert dat er objectieve kennis bestaat van goed en kwaad, de ander zegt dat alles een mening is. Onder verwijzing naar de film The Matrix beweren sommigen dat alles een illusie kan zijn, terwijl anderen zeggen dat dit allemaal flauwekul is. Wie heeft er nu gelijk, en hoe toon je dat aan? De filosofie wil graag een antwoord geven op dit soort vragen. Een centrale vraag is daarom: wat is eigenlijk echte kennis? Dit onderdeel van de filosofie houdt zich bezig met de vraag wat voor soorten kennis er bestaan, hoe kennis tot stand komt, en met begrippen als bewijs, redenering, argumentatie, zekerheid en waarheid.



Wetenschapsfilosofie

Griekse filosofen dachten na over zeer uiteenlopende onderwerpen, bijvoorbeeld: God, de kosmos, de natuur, wiskunde en taal. Tegenwoordig zijn theologie, astronomie, natuurkunde, scheikunde, biologie, wiskunde en taalwetenschap echter allemaal aparte vakgebieden – en kan één mens ze niet allemaal meer overzien! De filosofie heeft hierdoor een andere rol gekregen. Filosofie doet niet meer zozeer zelf wetenschappelijk onderzoek, maar denkt op een abstracter niveau na over wetenschap. Belangrijke vragen van de huidige wetenschapsfilosofie zijn: waarover kan je wetenschappelijke kennis verkrijgen? (is theologie bijvoorbeeld een wetenschap?), wat is goed wetenschappelijk onderzoek? (zijn astrologische voorspellingen bijvoorbeeld wetenschappelijk?) en hoe beïnvloeden wetenschap en samenleving elkaar? (moet wetenschap nuttig zijn? mag een wetenschapper alles onderzoeken wat hij of zij wil?)


Ethiek

Naast meer theoretische vragen zijn er ook belangrijke praktische vragen in de filosofie: vragen die te maken hebben met het menselijk handelen. Het onderdeel van de filosofie dat zich met deze vragen bezighoudt is de ethiek. De ethiek draait om de vraag: wat is goed? Concrete vragen van de ethiek zijn verder: wat zijn goede handelingen? wat is een goed mens? moet je autoriteiten gehoorzamen? hoe moeten mensen met elkaar samenleven? is de democratie de beste staatsvorm? mag je sommige partijen verbieden? wat is een rechtvaardige samenleving? zijn er grenzen aan de vrijheid van meningsuiting?


Wijsgerige antropologie

Als je het bovenstaande leest, valt er een paar keer het woordje ‘mens’. De wijsgerige antropologie stelt simpelweg de belangrijke vraag: wat is de mens? Het is niet zo vreemd dat deze vraag centraal staat: het is tenslotte de mens die kennis heeft, wetenschap bedrijft en zich afvraagt of hij goed leeft en handelt. Het is de mens die filosofeert! Wat is dat voor wezen dat kan denken? Wat is dat voor wezen dat de vrijheid heeft om te kiezen? Het soort onderwerpen dat aan de orde komt bij antropologie heeft veel te maken met psychologie, omdat we eigenlijk de vraag stellen: wat is de aard van de menselijke geest? Vragen die daar bij horen zijn: wat is het verband tussen het gedrag van mens en dier? kun je denken en voelen volledig materieel begrijpen? wat zijn emoties? heeft de mens een vrije wil?


Het vak filosofie in de klas
Materiaal

Voor het vak filosofie gebruiken we de methode Het oog in de storm. De belangrijkste onderwerpen worden verder behandeld uit een syllabus die is geschreven door de docent. In het eindexamenjaar wordt er gewerkt met een zogenaamd eindexamencahier dat nader ingaat op één van de vier onderdelen. Afgelopen jaren waren eindexamenonderwerpen deugdethiek en rede en religie; komende jaren is het onderwerp vrije wil.


Inhoud

De methode, de syllabus en het eindexamencahier zijn gericht op een systematische inleiding in de filosofie aan de hand van de vier onderdelen. Binnen de context van deze onderdelen zal vervolgens worden teruggegrepen op de geschiedenis van de filosofie en beroemde denkers als Plato, Descartes, Kant, Sartre en Wittgenstein.


Werkvormen en vaardigheden

In de lessen kom je afwisselende werkvormen tegen. Belangrijke werkvormen zijn het klassikale gesprek en de uitleg van de docent. Waar mogelijk wordt de stof opgebouwd door middel van vragen aan en van leerlingen. (Uiteraard vereist dit een grondige voorbereiding van de leerlingen.) In een aantal gevallen kan een klassikale discussie of een debat een vruchtbare benadering zijn van de stof. Het is echter een misvatting te denken dat het vak filosofie voornamelijk zou bestaan uit discussies, er moet namelijk een aanzienlijke hoeveelheid – complexe – stof worden behandeld!

Naast het verkrijgen van inhoudelijke kennis is het vak erop gericht de volgende vaardigheden eigen te maken: (1) (filosofische) problemen en vragen analyseren (2) zorgvuldig argumenteren (3) filosofische teksten lezen (4) debatteren en (5) een wijsgerig betoog schrijven.


Waarom het vak filosofie kiezen?

Zoals de naam al aangeeft, moet je filosofie op de eerste plaats kiezen omdat je er van houdt na te denken. Wie niet nieuwsgierig is en er geen vreugde in schept zijn ideeën aan te scherpen of kritisch te doordenken, zal het vak filosofie niet bekoren. Wie hier wel van houdt zal in de filosofie een mooi en leerzaam vak vinden dat het analytisch vermogen vormt, debatvaardigheden traint en kennis bijbrengt van de rijk geschakeerde wijsgerige traditie.

Bovendien zou je filosofie kunnen zien als steun- en verdiepingsvak; het heeft immers raakvlakken met veel andere schoolvakken. Voor een deel is de filosofie bijvoorbeeld gericht op de geschiedenis van ideeën en vormt zo een aanvulling op het vak geschiedenis. Voor leerlingen die Latijn en/of Grieks hebben vormt het vak een mogelijkheid nader kennis te maken met de filosofen uit de Oudheid en hun manier van denken. De thema’s die in de wijsgerige antropologie en ethiek worden behandeld, raken aan onderwerpen die ter sprake komen bij biologie, literatuur, godsdienst en maatschappijleer. De onderdelen kennisleer en wetenschapsfilosofie zijn nuttig voor leerlingen die interesse hebben voor de wetenschappelijke aspecten van de verschillende schoolvakken afzonderlijk, of de verhouding tussen de vakken onderling – bijvoorbeeld die tussen geschiedenis en economie (respectievelijk geestes- en sociale-wetenschappen) enerzijds en de exacte vakken (natuurwetenschappen) anderzijds.

Ten slotte is het zinvol op te merken het vak filosofie ook van belang kan zijn voor de vervolgopleiding. Elke leerling die een studie aan de universiteit gaat volgen, heeft baat bij het aanleren van analytische vaardigheden en het onderdeel wetenschapsfilosofie. Verder geldt dat sommige onderdelen nuttig zijn voor specifieke studies – bijvoorbeeld debattraining voor o.a. de studie rechten, het vak ethiek voor geneeskunde en de wijsgerige antropologie voor studies als psychologie, sociologie of pedagogiek.



GODSDIENST


In de bovenbouw is Godsdienst is een vak dat alle leerlingen volgen. De studielast bedraagt 120 slu. Het vak sluit je af met een schoolexamen.
Natuurlijk weet je al waar over het vak (handelt) gaat en over welke dingen zoal wordt nagedacht en gesproken. Toch zijn er wel dingen anders dan in de onderbouw. In de afgelopen jaren zijn we bezig geweest met de Bijbel (hoofdlijnen uit het oude en het nieuwe testament) en het Jodendom.
In de bovenbouw zullen we juist veel aandacht besteden aan:

  1. de andere grote wereldreligies, zoals de islam, het hindoeïsme en het boeddhisme.

  2. Het praktisch christendom: wat zie en merk je in je dagelijkse omgeving van het christendom.

  3. ethiek: het nadenken over het handelen. Wat is goed handelen in een bepaalde situatie?

  4. diverse levensbeschouwelijke thema’s, zoals leven, geloof en bijgeloof, toekomst

  5. de verhouding tussen geloof en wetenschap

  6. de interpretatie en uitleg van de Bijbel.

Het schoolexamencijfer is opgebouwd uit repetitiecijfers en cijfers voor Praktische Opdrachten. Je zult merken dat de kennis die je opdoet van de verschillende godsdiensten je zal helpen om de wereld om je heen beter te begrijpen. Het helpt je om de verschijnselen, die met godsdienst en levensbeschouwing te maken hebben, te herkennen op bijna alle terreinen van het leven.




GRIEKS
Elke leerling van het gymnasium maakt een keus uit Grieks of Latijn, dat gevolgd wordt in het gemeenschappelijk deel. Verder is GR profielkeuzevak in het profiel CM en keuze-examenvak naast alle profielen van het gymnasium. De studielast bedraagt 600 slu.
In de vierde klas ga je een begin maken met het lezen van “echt” Grieks. Hierbij rond je eerst de grammatica af, aan de hand van Kosmos 2. Daarna komt Pallas 3 aan bod, een verzamelboek van Griekse teksten. Uit al die Griekse teksten wordt een keus gemaakt.

Er zullen verschillende auteurs aan bod komen in de vierde en vijfde klas. Bijvoorbeeld Homeros, de schrijver van twee grote heldendichten over de Trojaanse Oorlog en over koning Odysseus die er tien avontuurlijke jaren over doet om na de oorlog thuis te komen. Herodotos, de eerste geschiedschrijver, die soms meer aardrijkskunde lijkt te geven en vooral verhalen erg fascinerend vond, kan gelezen worden, of Aisopos, de schrijver van de fabels. Ook het Nieuwe Testament is in het Grieks geschreven. Plato was een filosoof van wie veel diepzinnige maar ook humoristische teksten over zijn en er zijn natuurlijk de drie tragedieschrijvers, Sophokles, Euripides en Aischylos die toneelstukken geschreven hebben die zo de moeite waard zijn dat ze nog steeds opgevoerd worden.


Het gaat bij het vertalen niet alleen om het in het Nederlands omzetten van een tekst, maar ook om het begrijpen van die tekst. Er wordt dus ook gekeken naar de inhoud en de achtergronden (wie was de auteur, wanneer en waar leefde hij, hoe was de (politieke) situatie in die tijd, waarom heeft hij dit werk geschreven etc). Bovendien leer je latere vertalingen kritisch te vergelijken met het origineel dat je hebt gelezen.
Ieder jaar heeft een eigen eindexamenauteur. Het hele jaar lees je teksten van en over die auteur en op je eindexamen krijg je vragen over de gelezen teksten en maak je een vertaling van een stuk tekst van die auteur dat je nog niet eerder vertaald hebt. Wie de eindexamenauteur in 2015 is, is op het moment van het schrijven van dit stuk nog niet bekend. In eerdere jaren zijn het Herodotos, Homeros, Euripides en Plato geweest.

1   2   3   4   5

  • ECONOMIE
  • De onderdelen van de filosofie
  • GODSDIENST

  • Dovnload 166.25 Kb.