Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Profielkeuze

Dovnload 166.25 Kb.

Profielkeuze



Pagina5/5
Datum04.04.2017
Grootte166.25 Kb.

Dovnload 166.25 Kb.
1   2   3   4   5

GESCHIEDENIS

Het vak geschiedenis is verplicht in de profielen CM en EM. De studielast bedraagt 480 slu.

Belangrijk is de “oriëntatiekennis”. Het gaat hier om algemene kennis van de hoofdlijnen van de geschiedenis, waarbij deze is ingedeeld in tien tijdvakken. Je moet van elk tijdvak een aantal kenmerkende aspecten kennen.
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen.

Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen:

Domein A Historisch besef

Domein B Oriëntatiekennis

Domein C Thema's

Domein D: Geschiedenis van de rechtsstaat en van de parlementaire democratie

Domein E Oriëntatie op studie en beroep.
Het centraal examen

Het centraal examen heeft betrekking op de domeinen A en B.



Het schoolexamen


Het schoolexamen heeft betrekking op de domeinen A, B, C en D.
Het profiel cultuur en maatschappij behandelt drie thema’s, het profiel economie en maatschappij twee.
De tien tijdvakken zijn:

- tijdvak 1: van jagers en boeren ( tot 3000 voor Christus) / Prehistorie;

- tijdvak 2: tijd van Grieken en Romeinen (3000 v.C.-500 n.C.) / Oudheid;

- tijdvak 3: tijd van monniken en ridders (500-1000) / vroege Middeleeuwen;

- tijdvak 4: tijd van steden en staten (1000-1500) / hoge en late Middeleeuwen;

- tijdvak 5: tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600) / Renaissancetijd / 16e eeuw;

- tijdvak 6: tijd van regenten en vorsten (1600-1700) / Gouden Eeuw / 17e eeuw;

- tijdvak 7: tijd van pruiken en revoluties (1700-1800) / eeuw van de Verlichting/ 18e eeuw;

- tijdvak 8: tijd van burgers en stoommachines (1800-1900) / industrialisatietijd / 19e eeuw;

- tijdvak 9: tijd van de wereldoorlogen (1900-1950) / eerste helft 20e eeuw;

- tijdvak 10: tijd van televisie en computer (vanaf 1950) / tweede helft 20e eeuw.


KLASSIEKE CULTURELE VORMING
Iedere gymnasiast volgt het vak KCV. Bij dit vak leer je meer over de cultuur van de Grieken en Romeinen en hoe die cultuur nog steeds invloed uitoefent op onze cultuur.

Het gaat hierbij om een theoretische kennismaking en om het in praktijk brengen van die theoretische kennis. Daarnaast wordt ook de vraag gesteld: wat vind jij ervan en wat kun je er mee?


De kernvraag bij KCV is: 'Wat hebben de opvattingen en prestaties van de Grieken en Romeinen ons nu nog te zeggen?'. De actualiteit van een verenigd Europa en van de multiculturele samenleving daarbinnen onderstreept het belang hiervan: relativering van eigen opvattingen en tolerantie tegenover het andere/vreemde.
Bij KCV wordt aandacht besteed aan in ieder geval vier van de volgende vijf domeinen:

  • het verhalengoed uit de Griekse/Romeinse mythologie en geschiedenis

  • Griekse/Romeinse toneelstukken

  • Griekse/Romeinse beeldende kunst

  • Griekse/Romeinse bouwkunst

  • antieke filosofie

Deze domeinen worden behandeld aan de hand van minimaal 2 thema's.

We beginnen met het thema ‘Rome, leven met het verleden'. Daarna besteden we onder andere aandacht aan een aantal sterke vrouwen uit de oudheid.


Daarnaast zullen we in ieder geval (een deel van) de Griekenlandreis voorbereiden.

Het meedoen aan het gymnasiumfestival valt ook deels onder de studielast van KCV.

Jullie besteden ook aandacht en tijd aan excursies, lezingen en/of theaterbezoeken, afhankelijk van het aanbod.


LATIJN

Elke leerling van het gymnasium maakt een keus uit Grieks of Latijn, dat gevolgd wordt in het gemeenschappelijk deel. Verder is LA profielkeuzevak in het profiel CM en keuze-examenvak naast alle profielen van het gymnasium. De studielast bedraagt 600 slu.


In de vierde klas ga je een begin maken met het lezen van “echt” Latijn. Hiervoor moet eerst de grammatica afgerond worden, aan de hand van Disco 2. Daarna komt het boek “Lego” aan bod, een verzamelboek van Latijnse teksten.
In de vierde en vijfde klas kunnen verschillende auteurs gelezen worden, zoals dichters als Catullus, Martialis en Vergilius, de schrijver van de Aeneis. Daarnaast zijn er ook nog Cicero, de staatsman en advocaat, en Plinius en Seneca, die beiden brieven schreven, Plinius over alles wat hij belangrijk vond en Seneca over filosofische kwesties. Voor de geschiedenis van de Romeinen is er Livius, een geschiedschrijver. Hij schreef 40 jaar lang aan zijn boek ab urbe condita, vanaf de stichting van de stad, waarbij die stad natuurlijk Rome is. De dichter Ovidius maakte wat lichtvoetiger werk, hij schreef bijvoorbeeld de Metamorfosen, waarbij hij mythologie bewerkte tot een mooi verhaal met veel veranderingen.
Het gaat bij het vertalen niet alleen om het in het Nederlands omzetten van een tekst, maar ook om het begrijpen van die tekst. Er wordt dus ook gekeken naar de inhoud en de achtergronden (wie was de auteur, wanneer en waar leefde hij, hoe was de politieke situatie in die tijd, waarom heeft hij dit werk geschreven etc.). Bovendien moet je latere vertalingen kritisch vergelijken met het origineel dat je hebt gelezen.
Ieder jaar heeft een eigen eindexamenauteur. Het hele jaar lees je teksten van en over die auteur en op je eindexamen krijg je vragen over de gelezen teksten en maak je een vertaling van een stuk tekst van die auteur dat je nog niet eerder vertaald hebt. Wie de eindexamenauteur in 2015 is, is op het moment van het schrijven van dit stuk nog niet bekend. In eerdere jaren zijn het Ovidius, Livius, Vergilius en Cicero geweest.

LICHAMELIJKE OPVOEDING
Lichamelijke opvoeding is verplicht vak en het omvat 160 slu. Het vak biedt kennis en vaardigheden die je nodig hebt om in de (sport)samenleving uit de voeten te kunnen.

Het LO-programma is onderverdeeld in zogenaamde domeinen. Deze domeinen zijn:

Domein A: Algemene vaardigheden

Domein B: Bewegen

Domein C: Bewegen en regelen

Domein D: Bewegen en gezondheid

Domein E: Bewegen en samenleving
Het programma is niet alleen gericht op de bewegingsvaardigheid en daarmee het vergroten van het vertrouwen in eigen kunnen, maar ook wordt er een accent gelegd op regelen en reflectie.
Een korte toelichting op de domeinen C, D en E:

Bewegen & Regelen is erop gericht dat je, al of niet in leidinggevende rollen, bewegingssituaties kunt inrichten, op gang houden en veranderen.

Je kunt hierbij denken aan: scheidsrechter zijn op een sportdag, taken vervullen bij het wedstrijdsecretariaat, onderlinge instructie geven (“lesgeven”) aan medeleerlingen, coachen van een team op de sportdag.



Bewegen & Gezondheid is er op gericht dat je leert inzien dat bewegen en inspanning invloed hebben op de gezondheid en fitheid.

Dit domein komt aan de orde tijdens de lessenserie “Coopertest”. Tijdens deze lessenserie zul je een persoonlijk trainingsschema moeten maken en hier zelfstandig mee aan de slag moeten gaan.



Bewegen & Samenleving is er onder andere op gericht dat je leert je persoonlijke vraag naar sport en bewegen af te stemmen op het aanbod (keuzevaardigheden).

Voorafgaand aan de keuzelessen die je zult krijgen, zul je een keuze moeten maken uit de verschillende sporten die er worden aangeboden.

Deze drie domeinen zullen zoveel mogelijk in samenhang met het domein “Bewegen” in praktijk gebracht moeten worden.
Lichamelijke opvoeding is een examenvak. Er wordt geen cijfer toegekend, het moet naar behoren afgesloten zijn. De examinator stelt aan de hand van een beoordeling van de activiteiten vast of LO genoegzaam afgesloten is. De waardering is dan “voldoende” of “goed”.

LOOPBAANORIENTATIE EN BEGELEIDING (LOB)
LOB is verplicht voor alle leerlingen. De studielast omvat 75 slu.

In de derde klas heeft de decaan de lessen keuzebegeleiding verzorgd voor de profielkeuze. In de bovenbouw gaat het proces van oriënteren en kiezen verder. Het is dan vooral gericht op “wat te doen na het eindexamen”. De meeste leerlingen volgen na het atheneum of het gymnasium een studie aan een hogeschool of aan een universiteit om zich voor te bereiden op een beroep. De mentor begeleidt dit proces in de mentorlessen. De decaan begeleidt de mentor en jou. In de loop van die drie jaar heb je op verzoek ook gesprekken met de decaan.

Het materiaal dat je gebruikt komt van de decaan. Naast veel materiaal van hogescholen, universiteiten en andere instellingen gebruiken we:


  • het LOB-examendossier van onze school

  • insulacollege.dedecaan.net

  • itslearning

Het proces van LOB maakt deel uit van het totale schoolexamen. In het schoolexamen is het een handelingsdeel dat “naar behoren” moet worden afgesloten. In het PTA staat aangegeven wat er gedaan moet worden in elk leerjaar en voor welke datum het dossier afgesloten moet zijn.


MAATSCHAPPIJLEER
Maatschappijleer is een verplicht vak in het gemeenschappelijk deel van elk van de 4 profielen. Het vak omvat 120 studielasturen.

De volgende thema’s komen aan bod:



  • Arbeid

  • Massamedia

  • Politiek

  • Criminaliteit

De manier van toetsen: je zal een aantal onderzoeksopdrachten over een maatschappelijk vraagstuk moeten uitvoeren, alleen of in kleine groepjes. Dit maakt 30% uit van het schoolexamen.
Voorbeelden van dergelijke praktische opdrachten zijn:

  • het verkennen, aanpakken en oplossen van een maatschappelijk vraagstuk;

  • het verrichten van een literatuurstudie;

  • het uitvoeren van een opdracht waarbij informatie- en communicatietechnologie (ICT) functioneel moet worden gebruikt.

Klassikale opgaven waarbij theoretische kennis en inzichten getoetst zullen worden zal 70% van het schoolexamen uitmaken.

Naast de thema’s Arbeid, Massamedia, Politiek en Criminaliteit zal er aandacht besteed worden aan het aanleren van vaardigheden zoals informatie- en onderzoeksvaardigheden. Ook dit is niet helemaal nieuw, want b.v. een hypothese opstellen en conclusies trekken doe je nu ook al bij het maken van praktische opdrachten.

Het gebruik van ICT is uiteraard van groot belang. Naast kennis opdoen over een bepaald onderwerp wordt het weten te vinden van informatie en het bepalen van de bruikbaarheid daarvan een belangrijke vaardigheid.

Ervaringen opdoen in de echte maatschappij zoals Rechtbankbezoek, het houden van interviews, politici “meemaken” en het sollicitatieproject ingebed in het ‘handelingsdeel’, zijn vaste onderdelen van het vak Maatschappijleer.



MANAGEMENT en ORGANISATIE
Management en organisatie is voor jullie een nieuw vak. In de onderbouw bestaat het vak niet. Wel heb je in het vak Economie kennis gemaakt met sommige onderwerpen die in Management en Organisatie aan de orde komen.
Je kunt het vak op twee manieren kiezen: als profielkeuzevak in het profiel EM of als keuze-examenvak bij de profielen EM, NG en NT. De studielast bedraagt 320 slu. Het vak wordt afgesloten met een centraal examen.
Het vak gaat over mensen, mensen die samenwerken. Ze werken samen, omdat ze een bepaald doel willen bereiken. Zo'n samenwerking heet "een organisatie". Vaak is dat doel: het maken van winst. Wereldberoemde Nederlandse voorbeelden van zulke organisaties zijn Unilever, Royal Dutch Shell, Philips, Akzo Nobel en Ahold. Andere doelen kunnen zijn: het behartigen van belangen (de ANWB, Natuurmonumenten, de Koninklijke Marine) of het streven naar een zinvolle of sportieve tijdsbesteding (Greenpeace, de kerk, Oranje Wit).
Geld speelt een belangrijke rol. Dat komt omdat geld een gemakkelijke manier is waarop je zaken met elkaar kunt vergelijken. En vergelijken gebeurt in het vak voortdurend. Managers nemen beslissingen. En daarvoor vergelijken ze dan ook voortdurend mogelijkheden met elkaar. In het vak management en organisatie maak je kennis met een aantal van die beslissingen op het gebied van:


  • kosten. Hoeveel kost een product? Hoe reageren kosten op veranderingen in de omgeving en op de afzet? Wanneer draai je quitte?

  • marketing. Wat zijn de behoeften van de klanten? Tegen welke prijs verkoop ik mijn producten? Moet ik reclame maken? Moet mijn product alleen in de supermarkt verkrijgbaar zijn of ook ergens anders?

  • financiering. Hoeveel geld heeft de organisatie nodig? En waar kan dat geld vandaan komen: van eigenaars of van banken? Wat is de beste manier om aan geld te komen?

  • externe verslaggeving en winstbepaling. Hoeveel winst heeft de organisatie gemaakt? Hoe stel ik anderen van die winst op de hoogte? Hoe rapporteer ik naar de eigenaars en anderen die een belang hebben bij de organisatie over de stand van zaken binnen de organisatie?

  • interne organisatie. Voor goede beslissingen heeft een manager informatie nodig. Hoe komt zulke informatie tot stand? Wie mag opdrachten geven? Hoe weet elke werknemer wat hij moet doen? Is het maken van plannen echt nuttig? Hoe trek je goed personeel aan, en hoe houd je dat personeel?

Wat kun je later doen met dit vak? Management en Organisatie heeft alles te maken met het vak bedrijfseconomie. Dus als je na de HAVO denkt in het HBO in de sector Economie te gaan studeren (accountancy, bedrijfseconomie, commerciële economie, small business, MER, business and languages) dan is Management en Organisatie echt wat voor jou. Ook als je interesse hebt in HBO-Rechten of als je naar het Hoger Hotelonderwijs wilt gaan is het handig om dit vak te kiezen. Als je denkt later een eigen zaak op te zetten is het een uitstekende keuze. Als je gewoon meer wilt ontdekken over bedrijfs- en verenigingsleven is het een interessant vak voor je.



NATUURKUNDE
Het vak natuurkunde is een verplicht vak in het profiel NT en een profielkeuzevak in het profiel NG. Ook is het een keuze-examenvak bij het profiel NG. De studielast bedraagt 480 slu.

Voor studies als geneeskunde is NAT een verplicht vak in het profiel NG om tot de loting voor deze studie te kunnen worden toegelaten.


Natuurkunde houdt zich bezig met het beschrijven van verschijnselen die zowel in de niet-levende als in de levende natuur voorkomen. Je moet dan denken aan zaken als licht, beweging, elektriciteit, warmte en krachten. Toepassingen van natuurkunde zijn niet weg te denken uit ons dagelijks leven. Denk alleen maar eens aan alle elektrische apparaten die we gebruiken.
De te behandelen onderwerpen staan hieronder in grote lijnen opgesomd naar domein.

Veel van deze onderwerpen zijn in klas 2 en 3 al oriënterend behandeld.


Domein B: Elektriciteit en magnetisme

Domein C: Mechanica (kracht, beweging, arbeid en energie)

Domein D: Warmteleer (thermische processen, gassen, vloeistoffen, druk)

Domein E: Trillingen, golven en straling

Domein F: Atoomfysica en kernfysica
Binnen deze domeinen is nog een verdere onderverdeling van de lesstof gemaakt in subdomeinen.
Bij natuurkunde verwerf je theoretische kennis en je verricht het nodige praktische werk in de vorm van experimenten en onderzoeken. Vaak kan dat binnen een regulier lesuur, maar sommige opdrachten kunnen een periode van enkele weken beslaan. Uit de natuurkunde kan ook het onderwerp van je profielwerkstuk komen.

NEDERLANDS
Het vak is verplicht voor alle leerlingen. De studielast bedraagt 480 slu.
Het schoolexamen bevat de onderdelen: schrijfvaardigheid, stijl en spelling, tekstbegrip, argumentatietechniek, spreekvaardigheid en letterkunde.


  • Schrijfvaardigheid:

Naast allerlei schrijfopdrachten in leerjaar 4 en 5 wordt in leerjaar 6 een schrijfdossier samengesteld dat de basis is voor het schoolexamen schrijfvaardigheid.

  • In leerjaar 4 en 5 worden repetities gegeven over de verschillende onderdelen van taalvaardigheid zoals: stijl, spelling, tekstopbouw, begrijpend lezen en argumentatietechniek.

  • Spreekvaardigheid: Je houdt verschillende mondelinge presentaties. Dit gebeurt zowel individueel (bijvoorbeeld: pleidooi) als in de vorm van groepspresentaties (bijvoorbeeld forumdiscussie en debat).

  • Letterkunde: In leerjaar 4 en 5 wordt je kennis van literaire termen en begrippen getoetst in verschillende repetities en tentamens. Daarbij is je vaardigheid in verhaalanalyse belangrijk. In leerjaar 4, 5 en 6 wordt een leesdossier samengesteld van ca. 16 gelezen boeken. In leerjaar 6 wordt zowel over dit dossier als over de kennis van literaire begrippen en de literatuurgeschiedenis mondeling examen afgenomen.

Het centraal eindexamen voor Nederlands richt zich op verschillende aspecten van leesvaardigheid waaronder herkennen van tekstdoel, hoofdgedachte, hoofd- en bijzaken, tekststructuur, argumentatie en je vermogen om de tekst in z'n kern weer te geven. 

Je krijgt een tweetal opgaven: een tekst met open en gesloten vragen en daarnaast een tekst die je op basis van een opdracht moet samenvatten. De teksten zijn informatieve, beschouwende of betogende artikelen van een forse moeilijkheidsgraad.

NLT (Natuur, Leven en Technologie)
NLT is een profielkeuzevak binnen de profielen NT (Natuur & Techniek) en NG (Natuur & Gezondheid). Het vak is bedoeld voor leerlingen die overwegen om door te stromen naar een exacte opleiding waarin natuurwetenschap (biologie, scheikunde, natuurkunde) en/of techniek een rol spelen.
De algemene doelstelling van NLT is het versterken van de samenhang tussen de verschillende bètavakken en beoogt daarbij:


  • verbreding en verdieping van het bèta onderwijs.

  • oriëntatie op een breed spectrum van vervolgstudies en beroepen

  • het belang laten ervaren van interdisciplinaire samenhang in de ontwikkeling

van wetenschap en technologie.

  • een betere aansluiting van bèta onderwijs op nieuwe ontwikkelingen in samenleving, wetenschap en technologie.

Naast het opbouwen van gedegen kennis omtrent actuele onderwerpen in wetenschap en technologie zijn de daar gebruikelijke vaardigheden zoals onderzoeken, ontwerpen en modelleren belangrijk voor NLT. Deze vaardigheden worden in gevarieerde werkvormen geoefend en toegepast. ICT is een belangrijk middel om leerlingen actief en zelfstandig te laten werken, om te modelleren en om beeldmateriaal te gebruiken. In veel modules is het gebruik van ICT onderdeel van de werkvormen. Een voorbeeld is het gebruik van Coach bij het verwerken van gegevens of metingen.


Onderwerpen en vakinhoud van modules zijn sterk beïnvloed door medewerkers van universiteiten, hogescholen, kennisinstituten en bedrijfsleven. NLT maakt gebruik van landelijk gecertificeerde modules. Meer informatie over NLT en voorbeelden van lesmodules, zijn te vinden via http://betavak-nlt.nl/
Onderwerpen die in de bovenbouw aan de orde komen zijn onder meer:


  • Forensisch Onderzoek

  • Medicijnen, van molecuul tot mens

  • Robotica

  • Biobrandstof

  • Hersenen en leren

  • CO2 opslag

  • Moleculaire gastronomie

  • Wat is entropie?

Bij NLT kan ook een profielwerkstuk gemaakt worden. Dit maakt onderwerpen mogelijk die niet onder één profielvak vallen, bijvoorbeeld doordat de probleemstelling zowel scheikundig, biologisch als technisch is.


NLT biedt tevens verdieping en extra oefening in de mono- profielvakken scheikunde, biologie en natuurkunde. Het geeft daarom extra voordelen deze drie vakken naast nlt in het vakkenpakket te hebben. Dit is echter geen voorwaarde, maar wordt aan de vrije keuze van de leerling overgelaten.

SCHEIKUNDE
Scheikunde is een verplicht vak in de profielen NG en NT. De studielast bedraagt 440 slu.
Met behulp van de leerstof krijg je inzicht in de achtergrond van veel dagelijkse zaken die nu voor jullie zo vanzelfsprekend zijn, zoals:

  • Wat zijn “kunststoffen” en in hoeverre zijn zij schadelijk voor het milieu?

  • Hoe kan het dat met aardolie zowel gas, benzine en smeerolie als nylon kleding gemaakt kan worden?

  • Welke mogelijkheden zijn er voor duurzame brandstoffen?

  • Waarom mengt olie niet met water?

  • Waardoor is melk ondoorzichtig?

  • Wat is de betekenis van de mededeling dat er rechtsdraaiend melkzuur in yoghurt zit?

  • Hoeveel doping is er aantoonbaar in urine?

Naast de tijd die besteed wordt aan de theoretische leerstof is er tijd voor praktische opdrachten. Deze zijn een voorbereiding op het doen van een eigen experimenteel onderzoek en op het maken van een profielwerkstuk in het examenjaar. In het geheel van praktische opdrachten en werkstukken heb je op onderdelen ook de mogelijkheid tot het kiezen van onderwerpen die aansluiten bij jouw interesse en bij wat jij kunt.




De vakinhoud is onderverdeeld in de volgende domeinen:
Domein B: Stoffen, structuur en binding

Waarom drijft ijs op water? Waarom hebben sommige stoffen een hoog kookpunt? Waarom drijft een koperen punaise op water, maar zinkt hij er na een duwtje of bij gebruik van zeep? Waarom geleiden metalen stroom? Waar komt radioactiviteit vandaan? Waarom is de formule van water H2O en niet H4O? Etc.

Domein C: Koolstofchemie

Wat is de overeenkomst tussen aardolie en DNA? Wat is het verschil tussen eiwit en vet? Hoe maakt men aspirine? Etc.

Domein D: Biochemie

Waaruit bestaat DNA? Wat zijn enzymen? Hoe helpen micro-organismen bij de bereiding van kaas en medicijnen? Etc.

Domein E: Kenmerken van reacties

Waarom vliegen sommige stoffen spontaan in brand en moeten andere op gang geholpen worden? Waarom kunnen sommige reacties nooit verlopen? Hoe wordt een zo groot mogelijke opbrengst verkregen? Hoe kun je weten welke stoffen ontstaan als je twee of meer stoffen samenvoegt? Etc.

Domein F: Chemische techniek

Hoe worden stoffen gemaakt in een chemische fabriek? Hoe kun je stoffen uit een mengsel halen? Hoe kun je stoffen aantonen? Etc.

Domein G: Zuren en basen

Hoe kan het dat wij niet “zuur” worden als we azijn consumeren? Waarom kan je met cola roest verwijderen? Waarom is zure regen schadelijk en hoe kunnen we zure regen voorkomen of de schade minimaliseren? Etc.

Domein H: Redox

Batterijen, chemische energie, brandstofcellen, etc.


Als je meer wilt weten van de onderwerpen vraag dan eens aan je docent scheikunde om een boek van de hogere klassen. Ook via het vak scheikunde op de schoolsite kun je meer te weten komen. Verder heb je inmiddels de site www.feelthechemistry.nl leren kennen. Daar vind je algemene info over scheikunde, dagelijkse onderwerpen, maar vooral ook veel info over studies en beroepen met een scheikundige achtergrond.

SPAANS
Elke leerling van het atheneum moet in het gemeenschappelijk deel kiezen voor SPTL, DUTL of FATL. Een van de talen is dus verplicht. De studielast van het vak SPTL bedraagt 480 slu.
In de bovenbouw verdiept en vergroot je spreek, -luister, lees- en schrijfvaardigheid. Er is veel aandacht voor teksten, films, muziek en de cultuur van de Spaanstalige landen. Verder maak je kennis met Spaanstalig literatuur. Dit alles vormt je schoolexamen. Het centraal eindexamen bestaat uit teksten waarbij de leesvaardigheid getoetst wordt aan de hand van multiple choice- en open vragen.

Onze school heeft contact gelegd met een school in het noorden van Spanje. Via e-mail, msn, Facebook, enz. leren leerlingen van beide scholen elkaar kennen. Elke twee jaar (in V4 of in V5) vindt een uitwisseling plaats. We ontvangen onze Spaanse gasten in Dordrecht en wederom logeren we in gastgezinnen in Pamplona.


Spaans, de tweede wereldtaal, wordt in Nederland steeds belangrijker. Het is een relatief gemakkelijke taal, ook voor dyslectici.

Of je nu later in het toerisme wilt gaan werken of in het bedrijfsleven, Spaans komt je zeker van pas. Veel bedrijven in Nederland hebben contacten met Spanje en Zuid-Amerika. Ook in tal van sectoren van onze multiculturele samenleving neemt de behoefte aan de beheersing van andere dan de traditionele moderne vreemde talen toe. In maatschappelijke, medische en andere dienstverlenende instellingen groeit de vraag naar mensen die de Spaanse taal beheersen.



WISKUNDE
Er zijn drie vakken te weten: WISA, WISB en WISC.
WISA, WISB en WISC worden afgesloten met een schoolexamen en een centraal examen.
Wiskunde A:

Dit vak bereidt voor op universitaire studierichtingen met een economisch en bedrijfskundig karakter. Daarnaast legt het ook de basis voor studierichtingen in de gezondheidswetenschappen.

Naast kennis van kansrekening en statistiek leer je reken- en formulevaardigheid en vaardigheid in het werken met grafieken en functies, daarbij inbegrepen exponentiële, logaritmische en goniometrische functies, alsmede de beheersing van de differentiaalrekening.


  • WISA is het profielvak wiskunde in de profielen EM en NG. Je mag in de profielen EM en NG kiezen voor WISB in plaats van WISA. WISB is aan te bevelen (of verplicht), wanneer je geïnteresseerd bent in de wiskundige kant van de economie of wanneer je de profielen NG en NT wilt combineren.


Wiskunde B:

Dit vak bereidt voor op technische of exacte universitaire studierichtingen. Het diepgaand ontwikkelen van reken- en formulevaardigheid, uitgebreide vaardigheid in het werken met grafieken en functies en beheersing van de differentiaal- en integraalrekening staan centraal.




  • WISB is verplicht in het profiel NT



Wiskunde C:

Dit vak bereidt voor op studierichtingen in de sociale wetenschappen. Naast kennis van kansrekening en statistiek leer je enige reken- en formulevaardigheid en vaardigheid in het werken met grafieken en functies, daarbij inbegrepen exponentiële en logaritmische functies.




  • WISC is verplicht in het profiel CM
1   2   3   4   5

  • Het schoolexamen
  • LATIJN

  • Dovnload 166.25 Kb.