Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Publiciteitsgrafiek derde graad bso

Dovnload 107.06 Kb.

Publiciteitsgrafiek derde graad bso



Datum01.08.2017
Grootte107.06 Kb.

Dovnload 107.06 Kb.


publiciteitsgrafiek

derde graad bso


LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS



September 2013

D/2013/0279/019




Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs

Guimardstraat 1, 1040 Brussel


Inhoud logo_midden_zw

1Inleiding en situering van het leerplan 3

1.1Lessentabellen 3

1.2Studierichtingsprofiel 3

2Beginsituatie en instroom 4

3Logisch studietraject 5

4Christelijk mensbeeld 6

5Opbouw en samenhang 7

6Doelstellingen 9

6.1Algemene doelstellingen 9

6.2Na te streven attitudes in Publiciteitsgrafiek 10

6.3Leerplandoelstellingen, leerinhouden en pedagogisch-didactische wenken 12

7Minimale materiële vereisten 26

7.1Algemeen 26

7.2Infrastructuur 26

7.3Uitrusting 26

8Pedagogisch-didactische wenken 28

8.1Algemeen 28

8.2Evaluatie 28

9De geïntegreerde proef 29

10Stage 30


1Inleiding en situering van het leerplan

1.1Lessentabellen

Zie www.vvkso.be → lessentabellen

1.2Studierichtingsprofiel

Zie www.vvkso.be →studierichtingsprofielen


De derde graad Publiciteitsgrafiek beoogt een brede vorming die in relatie staat met de beroepsgerichte component. Deze beroepsgerichte component situeert zich in het ontwerpen op basis van publicitaire opdrachten.

De leerlingen ontwikkelen de capaciteit om een creatief ontwerp te maken en te vertalen in een technisch uitvoerbaar ontwerp. De kennis, vaardigheden en attitudes worden via een praktische leerweg verworven. Hierbij ligt de klemtoon op ontwerp en presentatie met oog voor digitale uitvoering.


De derde graad publiciteitsgrafiek bouwt zowel inhoudelijk als wat betreft de leermethodiek verder op de tweede graad Publiciteit en etalage.

De leerling kan instromen uit andere tweede graden indien hij gemotiveerd kiest en indien de school voorziet in een gedifferentieerde aanpak.


2Beginsituatie en instroom

De leerlingen in de 3de graad "Publiciteitsgrafiek bso" komen uit de 2de graad Publiciteit en etalage bso, sommigen komen uit andere studierichtingen. Een aantal komt uit kso of tso. Zodoende kan de groep vrij heterogeen samengesteld zijn.

Deze heterogeniteit wordt nog vergroot door de zeer sterke gerichtheid op de eigen leefwereld en individualiteit van iedere leerling. De belangstelling voor de grafische wereld en de sterke gerichtheid op concreet en praktisch bezig zijn vormen dan weer een bindend element.
Leerlingen die in de 2de graad "Publiciteit en etalage" volgden, kunnen hun creativiteit en hun technische vaardigheden verder inoefenen. Diegenen die uit een andere richting of uit een andere onderwijsvorm komen, moeten de kansen krijgen om hun persoonlijke aanleg uit te bouwen, door middel van eventuele inhaallessen, door extra persoonlijke inzet en door individuele begeleiding.
Publiciteitsgrafiek richt zich tot creatief-artistiek denkende, maar ook technisch gerichte jongeren, met interesse voor sociale omgang en een flinke dosis esthetisch gevoel. Zij zijn trendbewust en bereid om de actualiteit van nabij te volgen. Van deze mensen wordt heel wat creativiteit verwacht om vragen van opdrachtgevers om te zetten in uitvoerbare projecten.

3Logisch studietraject






Studiegebied Decoratieve technieken bso

bsoSGGCM

SGGCM



















Tweede graad




Derde graad




Specialisatiejaar
















Publiciteit en etalage




Etalage en standendecoratie




Decor- en standenbouw




























Publiciteitsgrafiek




Publiciteit en illustratie


















Wanneer de leerling zijn studieloopbaan na deze derde graad Publiciteitsgrafiek wil verder zetten is een logische vervolgopleiding het specialisatiejaar Publiciteit en illustratie. Wie zijn opleiding nog meer vertaald wil zien in driedimensionale toepassingen kan zich het specialisatiejaar Decor- en standenbouw volgen waarbij de focus ligt op het ontwerp en de uitvoering van decors voor audiovisueel gebeuren en standenbouw.


De leerling kan er ook voor kiezen zijn studieloopbaan verder te zetten in een aantal specialisatiejaren die geen deel uitmaken van het studiegebied Decoratieve technieken. Wanneer hij deze keuze wil maken is het van belang dat hij zich goed informeert over het profiel en de beginsituatie van dit specialisatiejaar.
Ook het volwassenenonderwijs biedt tal van mogelijkheden tot verdere vervolmaking.
4Christelijk mensbeeld

Ons onderwijs streeft de vorming van de totale persoon na waarbij het christelijk mensbeeld centraal staat. Onderstaande waarden zijn dan ook altijd na te streven tijdens alle handelingen:



  • respect voor de medemens;

  • solidariteit;

  • zorg voor milieu en leven;

  • respectvol omgaan met eigen geloof, andersgelovigen en niet-gelovigen;

  • vanuit eigen spiritualiteit omgaan met ethische problemen (geneeskunde, milieu, wetenschap,
    economie …);

  • respectvol omgaan met eigen lichaam (seksualiteit, gezondheid, sport …).

5Opbouw en samenhang

Dit leerplan werd geschreven vanuit de component publiciteitsvormgeving. Hierbij komen de andere drie componenten ter ondersteuning aan bod: studie van de publiciteit, waarnemingstekenen en kunstinitiatie. Dit laatste wordt nu mee opgenomen in dit leerplan en is niet langer een apart leerplan.


Het is vanuit pedagogisch-didactisch standpunt noodzakelijk om samenhang te brengen tussen theoretische benaderingen en de praktische toepassingen en hun relatie met de praktijkrealiteit.

Een eerste stap om op dit vlak goede resultaten te bereiken is vertrekken vanuit een geïntegreerd leerplan. Een geïntegreerd leerplan houdt in dat de leerplandoelstellingen en leerinhouden van de verschillende toepassingsgebieden zodanig worden aangeboden dat ze als een geheel worden ervaren.

Het is dan ook interessanter om pakketten als geheel aan te bieden en geen versnippering te hebben in veel vakken. Door versnippering gaat immers de samenhang verloren en ontstaan er tal van overlappingen. Door de leerplandoelstellingen en leerinhouden te groeperen ontstaat een duidelijker referentiekader om doelgericht opdrachten uit te voeren of projectmatig te werken.



Relaties met andere vakken

Bepaalde doelstellingen hebben een vakoverschrijdend karakter, bijvoorbeeld '‘verbale en niet-verbale communicatievaardigheden ontwikkelen”. Dergelijke doelen kunnen ingeleid worden in een les van leraren met een andere vakspecialiteit,bijvoorbeeld tijdens de les Nederlands. Dit heeft als gevolg dat deze doelstellingen kwalitatief makkelijker worden bereikt.

De leraren van de vakken van de basisvorming kunnen ook medewerking verlenen bij de geïntegreerde proef zoals bij het samenstellen van het dossier of bij het maken van stageverslagen (indien van toepassing).

De in lichamelijke opvoeding aangeleerde technieken om op een ergonomische verantwoorde wijze werkzaamheden uit te voeren, toepassen.

6Doelstellingen

6.1Algemene doelstellingen

De focus bij het realiseren van onderstaande doelstellingen ligt bij het groeiproces.

De leerlingen:


passen de cyclus van analyseren, observeren, documenteren, synthetiseren, zorgvuldig uitvoeren en presenteren toe;

maken zich het handelen volgens bovenstaande cyclus eigen;

kunnen optimaal gebruikmaken van eigen en verworven uitdrukkingsmogelijkheden en ze gericht toepassen in publicitaire opdrachten;

ontwikkelen creativiteit in functie van de visuele verwerking van ideeën of opdrachten;

onderzoeken de beeldende en artistieke mogelijkheden van diverse technieken en materialen en passen ze toe in functie van vorm en inhoud van de opdracht;

documenteren zich doelgericht;

verwerken de verworven mogelijkheden van de beeldende middelen (twee- en/of driedimensionaal) in diverse opdrachten;

onderzoeken en evalueren mogelijke uitvoeringstechnieken;

gebruiken de geëigende vakterminologie;

ontwikkelen, in functie van de verantwoording van het eigen werk, verbale en niet-verbale communicatievaardigheden en overtuigingsvaardigheid.




PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

Een artistieke opleiding impliceert een voortdurend groeiproces. Het groeiproces zelf zal dus een belangrijke doelstelling vormen. In het kader hiervan is de confrontatie met de realiteit van het beroep, via bedrijfsbezoeken, projecten, lezingen of stage noodzakelijk. Elke productevaluatie blijft een momentopname binnen dit totale proces.

6.2Na te streven attitudes in Publiciteitsgrafiek

Het is belangrijk om attitudes bewust en expliciet op diverse momenten na te streven. Attitudes die bijzondere aandacht verdienen zijn:



    • zelfstandigheid en verantwoordelijkheidszin;

    • teamgeest;

    • overtuigingskracht;

    • doorzettingsvermogen;

    • leergierig zijn en een open geest houden;

    • kwaliteitsbewust zijn ;

    • organiseren;

    • planmatig werken;

    • veiligheidsbewustzijn;

    • oog hebben voor duurzame ontwikkeling.

PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

  • Al deze attitudes tegelijkertijd nastreven is uiteraard onmogelijk. Het is daarom aangewezen tijdens afgesproken periodes telkens één of enkele attitudes expliciet te benadrukken.

  • Verduidelijking bij bovenstaande attitudes:

    • zelfstandigheid en verantwoordelijkheidszin;
      Het belang van het eigen handelen inzien, plichtsbewust handelen en ethische principes toepassen.

    • teamgeest;
      De sterkte en de meerwaarde van samenwerking inzien en met tegenstrijdige belangen tussen medeleerlingen kunnen omgaan.

    • overtuigingskracht;
      Een eigen mening onderbouwen en verwoorden.

    • doorzettingsvermogen;
      Geconcentreerd aan het werk blijven en volhouden tot het beoogde resultaat wordt bereikt.

    • leergierig zijn en een open geest houden
      Een brede belangstelling ontwikkelen en een positief kritische houding aannemen ten opzichte van kunst en media, en daarbij onbevooroordeeld open staan voor nieuwe ideeën en argumenten.

    • kwaliteitsbewust zijn;
      In staat zijn om in te schatten aan welke vereisten de resultaten moeten voldoen, waardeoordelen kunnen vormen over eigen en andermans werk en die verwoorden.

    • Organiseren;
      Het eigen leerproces organiseren en sturen. Oog hebben voor nauwkeurigheid, orde, netheid en stiptheid.

    • planmatig werken;
      Structuur aanbrengen in tijd en ruimte. Prioriteiten leren leggen bij de aanpak en het verloop van de studie.

    • veiligheidsbewustzijn;
      Werken in een omgeving waar de kans op ongevallen en ziekteverzuim klein is. Aandacht hebben voor de sociale veiligheid die betrekking heeft op het gevoel van veiligheid (tegen agressie, geweld, discriminatie en seksuele intimidatie).

    • oog hebben voor duurzame ontwikkeling;
      Het bewust stellen van volgende drie vragen: ”Is het ecologisch verantwoord?”,” Is het sociaal rechtvaardig?” en “Is het economisch haalbaar?”

6.3Leerplandoelstellingen, leerinhouden en pedagogisch-didactische wenken

Waar in dit leerplan bij doelstellingen de term ‘zoals’ voorkomt, moet dit gelezen worden als ‘een keuze uit’.

U= uitbreiding



6.3.1Publiciteitsvormgeving

6.3.1.1Grafisch ontwerp

LEERPLANDOELSTELLINGEN

De leerlingen:




  1. Studie van de opdracht



  1. analyseren de opdracht;

  2. krijgen inzicht in de opdracht;

  3. kunnen via brainstorming, in groep of individueel, associëren rond de opdracht.

De leerlingen:

  1. Maken van voorontwerpen



  1. ontwerpen ideeschetsen waarin, op basis van de gegevens uit de opdracht, de gedachtegang gevisualiseerd wordt;

  2. kunnen, via synthese van ideeschetsen, tot één schets komen en houden rekening met de opdrachtvoorwaarden;

  3. gebruiken beeldende middelen (zoals dimensie en vorm, licht en kleur, materie…)inzichtelijk en functioneel;

  4. gaan verantwoord om met teken- en meetinstrumenten(zoals tekenpen en -stift, tekenmal, gradenboog, lat, passer, tekenplank, T-lat…) en kunnen die gepast inzetten en op de juiste wijze hanteren;

  5. lezen, begrijpen en passen juiste maataanduidingen en schaalbegrippen toe;

  6. kennen de belangrijkste technieken bij de bewerking van meetkundige basisconstructies (zoals vouwen, ritsen, perforeren, snijden …) en kunnen ze toepassen;

  7. passen de verworven kennis in verband met de basisconstructies toe in publicitaire opdrachten.

  8. komen via de roughs tot presentatieontwerpen;

  9. hanteren de computer als hulpmiddel bij het ontwerpen en komen via de verworven kennis en vaardigheden uit andere vakonderdelen tot de uiteindelijke uitvoeringsfase;

  10. passen de basisprincipes van lay-out toe in uiteenlopende publicitaire onderwerpen;

    • naar vorm;

    • naar kleur;

    • naar compositie;

    • andere vrij in te vullen voorbeelden (U).

De leerlingen:

  1. Uitvoering




  1. maken een drukklaar digitaal document in functie van ontwerp en uitvoering en kunnen hierbij:

    • de juiste pdf-profielen koppelen;

    • de juiste resolutie voor de beelden kiezen;

    • drukkerstekens (paskruisen, snij- en vouwlijnen…) aanbrengen;

    • elementen van flightcheckcontrole uitvoeren (U);



  1. houden rekening met verschillende druktechnieken (zoals offset, zeefdruk …) bij ontwerp in functie van uitvoering;

  2. presenteren én verantwoorden het eindresultaat.

PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

In “grafisch ontwerp” wordt bij de uitvoering bij voorkeur een evenwichtig gebruik van enerzijds manuele en anderzijds digitale technieken aanbevolen.

Leg de relatie leggen met andere onderdelen van publiciteitsvormgeving

Hou steeds rekening met de beschikbare en aanwezige materialen.



6.3.1.2Illustratie

LEERPLANDOELSTELLINGEN

De leerlingen:



  1. kunnen illustreren in functie van de inhoud;

    1. hij/zij kan informatieve illustraties maken waarbij de illustratie een objectief, analyserend en/of didactisch karakter heeft.

    2. hij/zij kan sfeerscheppende illustraties maken waarbij een beroep gedaan wordt op de fantasiewereld en het inlevingsvermogen van de waarnemer, en laat zich daarbij inspireren op bijvoorbeeld:

      • impressies van muziek en poëzie;

      • momentopnames uit een tekst.

  1. komen tot een weergave die kan variëren van realistisch tot expressief door gebruik te maken van verschillende illustratiestijlen zoals:

    • abstract;

    • realistisch;

    • expressief;

    • impressionistisch;

    • sprookjesachtig;

    • geschematiseerd;

    • gestileerd;




  1. kunnen illustratietechnieken toepassen zoals:

    • basistekentechnieken (potlood, kleurpotlood, pastel, waskrijt, aquarel, gouache ...);

    • grafische technieken (hoogdruk, vlakdruk, zeefdruk, diepdruk …);

    • gemengde technieken;

    • collages, montages …;

    • driedimensionale technieken;

    • digitale technieken;



PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

Via het verantwoord kiezen van de thema’s draagt illustratie in sterke mate bij tot de algemene vorming van de leerling.



Informatieve illustraties: thema’s hiervoor worden best gehaald uit de dagelijkse omgeving, handleidingen voor het monteren van objecten, een route uitdenken en aanduiden doorheen een luchthaven, een station …

Sfeerscheppende illustraties: inspiratiebronnen vinden we ondermeer in de literatuur, de muziek …

6.3.1.3Reproductietechnieken

Fotografie
LEERPLANDOELSTELLINGEN

De leerlingen:




  1. Algemeen




  1. zien het nut en het belang van fotografie in, in functie van de gegeven opdracht;

  2. situeren toepassingen van fotografie in de diverse kunstuitingen;

  3. verwerven inzicht in de basisprincipes van de digitale en/of analoge fotografische beeldvorming;



  1. Voorbereiding




  1. stellen gericht vragen bij de briefing met als doel een correcte formulering van de opdracht weer te geven;

  2. kunnen een moodboard samenstellen;

  3. kiezen doelgericht een locatie en rekwisieten;

  4. doen aan research in functie van de opdracht;




  1. Opname




  1. stellen een fototoestel (digitaal, eventueel analoog)in;

  2. kunnen de principes van compositie weergeven en toepassen (o.a. kadrering, positioneren, licht en kleur);

  1. Selectie




  1. selecteren de gepaste foto(’s) in functie van de opdracht;

  2. beoordelen de kwaliteit van de opname;

  3. passen bij de keuze van foto’s de wet rond de privacy en het portretrecht toe;



  1. Bewerking




  1. zorgen voor een optimalisatie van de geselecteerde beelden naar vorm, kleur…



  1. Archivering en beheer




  1. passen een correct, doelgericht en efficiënt digitaal bestandsbeheer toe;

  2. benutten in functie van de opdracht beeldbanken en handelt kostprijsbewust bij het aankopen en downloaden van die beelden;

  3. houden rekening met auteursrechten;

  4. maken gebruik van de digitale doka.

Zeefdruk
LEERPLANDOELSTELLINGEN
De leerlingen:


  1. omschrijven de oorsprong en het principe van zeefdruk;

  2. gebruiken de onderdelen, producten en machines doelmatig;

  3. kunnen hun eigen ontwerp kleurscheiden;

  4. gebruiken lijncliché en halftoonbeelden en tonen het verschil ertussen aan;

  5. drukken een ontwerp en sturen dit bij waar nodig.

PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

Het leerplan is een algemene leidraad. De praktische verwerking ervan binnen de school moet eigentijds en creatief gebeuren, aangepast aan de persoonlijkheid van leraar en leerlingen.

Reproductietechnieken bestaat enerzijds uit fotografie en anderzijds uit zeefdruk met daarin verwerkt enkele reprografische basistechnieken waar deze nodig zijn in functie van zeefdruk.

De leerinhouden ervan steunen minder op verworvenheden uit de 2de graad. Daar waar een beroep gedaan wordt op de leerinhouden met betrekking tot de beeldende middelen, de beeldtaal en het waarnemingstekenen dient rekening gehouden met de beginsituatie beschreven in het leerplan waarnemingstekenen.

Fotografie omvat verschillende methoden die te maken hebben met het visualiseren en bekendmaken van een product of een idee.

Fotografie beoogt de leerlingen een gevoeligheid voor compositie, creativiteitszin, handvaardigheid, vorm, schoonheid, contrast, ritme … bij te brengen die een ondersteuning vormt voor alle andere onderdelen zoals illustratie, publiciteitstekenen, waarneming, computer … Fotografie en ook zeefdruk zijn beeldende technieken bij uitstek om de zuivere compositie, vormverhoudingen en de waarde van het beeld aan te leren.

Het doel van zeefdruk is een kennismaking met deze techniek: dit wordt beperkt theoretisch benaderd en krijgt vooral een praktische toepassing.

Zeefdruk is een doordruktechniek die in de praktijk zeer intensief gebruikt wordt voor het reproduceren op grote schaal van publicitaire realisaties. Een thema wordt herleid tot zuivere vorm en compositie. Daarom is zeefdruk (zoals ook fotografie) een beeldende techniek bij uitstek om de zuivere compositie, vormverhouding en de waarde van het beeld aan te leren.

Naast fotografie en zeefdruk kunnen ook andere reproductietechnieken aan bod komen als extra mogelijkheid, als schakel tussen beide disciplines.

De verbinding tussen verschillende fasen in reproductietechnieken kan worden gevormd door een leidend thema dat als een rode draad door de verschillende opdrachten loopt.

Sommige leerinhouden kunnen extra aandacht krijgen in functie van de opdrachten binnen de andere kunstvakken.

We raden aan de leerlingen een persoonlijke documentatiemap te laten aanleggen voor fotografie én voor zeefdruk met daarin:



  • technische informatie (bv. betreffende materialen en technieken);

  • informatie en documentatie rond bekende fotografen, fototentoonstellingen, fotografie in de publiciteit …

  • informatie en documentatie rond bekende zeefdrukkunstenaars, grafiektentoonstellingen, zeefdruk in de publiciteit …

  • persoonlijk onderzoek naar en voorstudies/proefdrukken rond een bepaald thema.

In het beroepsonderwijs moet de praktische benadering centraal staan. De theoretische benadering wordt enkel gezien in functie van het praktische als ondersteuning en als informatie.

Laat opdrachten aansluiten bij de praktijkrealiteit. Zoek hierbij ook steeds een evenwicht tussen de creatieve inbreng en de technische uitvoering ervan.



Belettering en grootformaatprinten (U)

LEERPLANDOELSTELLINGEN

De leerlingen:



  1. gebruiken de onderdelen, producten en machines correct en doelmatig (U);

  2. kunnen eigen ontwerp plotklaar afleveren (U);

  3. printen een ontwerp en sturen bij waar nodig (U);

  4. kunnen de waarde van het gebruikte materiaal correct inschatten en handelen kostprijsbewust (U).

PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

Laat leerlingen vooral kennismaken met de techniek van het beletteren en met grootformaatprinten. Benader dit beperkt theoretisch en vooral via praktische toepassingen.



6.3.1.4Toegepast computergebruik

LEERPLANDOELSTELLINGEN

De leerlingen:



  1. Maken functioneel gebruik van de computer als medium om ontwerpen, opdrachten, ideeën … te realiseren;

  2. volgen de technologische evolutie binnen de grafische sector op vlak van soft- en hardware;

  3. gebruiken vakgerichte software in functie van de gegeven opdracht:

    • opmaakprogramma;

    • beeldverwerkingsprogramma;

    • vectorieel tekenprogramma;

    • uitvoerprogramma voor pdf;

    • bestandsbeheerprogramma;

  1. gebruiken randapparatuur milieubewust en efficiënt in functie van een gegeven opdracht;

  2. beheren en gebruiken de bestanden op een overzichtelijke en efficiënte manier;

  3. ontwerpen webpagina’s (U).

PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

Bij het aanbrengen van de leerinhouden “toegepast computergebruik” dient rekening gehouden te worden met het feit dat het gaat om een basiskennis en niet om het volledig doorgronden van alle mogelijkheden.



De opdrachten moeten in de mate van het mogelijke aanvullend en ondersteunend zijn voor andere deelvakken zoals grafisch ontwerp.

6.3.2Studie van de publiciteit

LEERPLANDOELSTELLINGEN

  1. Inleiding tot de publiciteit

De leerlingen:

  1. kaderen het ontstaan en het doel van reclame en publiciteit;

  2. schetsen de evolutie van de reclame: naar inhoud, vorm en volgens stijlkenmerken;

  3. kunnen soorten reclame opsommen;

  4. herkennen de toepassing van ethische principes in reclame en publiciteit en kunnen het eventuele ontbreken ervan verwoorden;

  5. kunnen de beroepsmogelijkheden binnen de grafische sector weergeven en voorbeelden van bedrijven opnoemen.



  1. Publiciteit en vormgeving

De leerlingen:

  1. kunnen verschillende bronnen zoals internet, boeken, tijdschriften…gebruiken om inzicht te verwerven in de mogelijkheden van publiciteit;

  2. kennen soorten publiciteitsvormen zoals gedrukte (advertentie, brochure, cataloog, folder, strooibrief…), multimediale (e-mail, bannerreclame, …), indoordisplay, promogadgets… ;

  3. analyseren de vormgeving van verschillende publiciteitsvormen in functie van doel, gebruik en techniek;

  4. kunnen een keuze maken uit verschillende publiciteitsvormen in functie van de productiekosten en doelgroepen;

  5. schematiseren de werkmethodiek bij verschillende publiciteitsvormen;

  6. geven de drukmogelijkheden voor verschillende publiciteitsvormen weer.



  1. Typografie

De leerlingen:

  1. kennen de soorten en stijlen van letters en kunnen die toepassen in functie van een gegeven opdracht;

  2. kennen gebruiksmogelijkheden van soorten en stijlen van letters en passen die ook toe in functie van een gegeven opdracht:

    1. stijl en vorm: delen van de letter, lettersoort, letterdikte, letterbreedte, letteras, corps…

    2. letterfamilie: lettertypen, letterfont, lettercatalogus …

    3. spatiëringen: af- en aanspatiëren, woordspatiëring, interlinie, witregel …



  1. Lay-out

De leerlingen:

  1. Onderzoeken mogelijkheden en beperkingen van lay-outsoorten en stijlen in functie van het maken van een keuze naar:

    • blad- en zetspiegel;

    • tekstopmaak en paginalay-out;

    • stramien;

    • tekstschikking;

    • leesbaarheid van een tekst;

    • lay-outstudies: advertentie, huisstijl, folder, magazine, brochure …

  1. Drukwerk

De leerlingen:

  1. kennen de verschillende facetten die te maken hebben met het drukken van een ontwerp zoals het onderscheid tussen impact en non-impactsystemen, papier- en papierformaten (en andere substraten)…

  2. verwerven inzicht in verschillende industriële drukprocedés met doel op latere uitvoering;

  3. vergelijken oude methodes van druktechnieken met moderne methodes;

  4. kunnen de eisen opnoemen die gesteld worden om een druktechnisch realiseerbaar ontwerp in functie van de gekozen techniek te maken;

  5. verwerven inzicht in:

    • drukproefsystemen;

    • prepress en impositie voor de praktische realisatie van hun ontwerp;

    • druktechnieken: zoals offset, digitaal, zeefdruk, flexodruk ...

    • afwerkingstechnieken in functie van de latere opdracht (zoals vouwen, snijden, nieten, binden …);

  1. Kleuren

De leerlingen:

  1. kennen verschillende kleursystemen zoals quadri, pantone, duotoon, irisdruk, vijf- of meerkleurendruk…

  2. testen verschillende kleursystemen en kleurmogelijkheden uit bij de uitvoer van een realisatie en stellen daarbij de mogelijkheden en beperkingen vast;

  3. gebruiken diverse kleurmodellen zoals RGB, CMYK, GRAYSCALE, geïndexeerde kleuren …

PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

  • Scholen kunnen dit onderdeel programmeren als een apart vak of ervoor kiezen de leerplandoelstellingen te bereiken door het aanbieden van de leerinhouden in de andere vakonderdelen zoals grafisch ontwerp of illustratie.

  • Maak de theorie zo aanschouwelijk mogelijk door gebruik te maken van documentatie, bedrijfsbezoeken, eenvoudige opdrachten, verwijzingen naar en samenwerking met andere vakken, eventueel stages …


6.3.3Waarnemingstekenen

LEERPLANDOELSTELLINGEN

De leerlingen:



  1. leren bewust en gericht kijken met het oog op het maken van een realistische tekening of een interpretatie ervan;

  2. oefenen verder op het waarnemen, het observeren, situeren en ordenen van de hen omringende wereld (organische en anorganische vormen);

  3. bouwen het waargenomene stapsgewijs op om tot een realistische tekening of een interpretatie ervan, te komen;

  4. doen verder onderzoek van die realiteit naar het herkennen, het waarderen en registreren van objecten en van hun inwendige structuur via de beeldende middelen:

    • punt, lijn, vlak, vorm…

    • beweging, ritme, spanning, contrast;

    • materie, structuur, textuur;

    • evenwicht, harmonie, compositie ...

  1. herleiden afzonderlijke objecten of een geheel van objecten tot de basisconstructievormen;

  2. verwerven ruimtelijk inzicht en kunnen 3D omzetten naar 2D en omgekeerd;

  3. zien, ontleden en stellen waargenomen kleuren opnieuw samen;

  4. bestuderen verschillende houdingen en sferen;

  5. verwerven inzicht in het functioneren van het menselijk lichaam omeen menselijke figuur globaal op te bouwen;

  6. plaatsen de menselijke figuur in relatie tot de omgeving en de ruimte rondom;

  7. gebruiken vorm, kleur en technieken in functie van persoonlijke expressie en in functie van de publicitaire boodschap.


PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

De thema's en inhouden van het vak Waarnemingstekenen worden zo gekozen dat ze een ondersteunende werking hebben naar de andere praktijkvakken toe en zo het creatief proces aanscherpen.

Interne klasdifferentiatie en eventuele inhaallessen in het 1ste leerjaar van de 3de graad komen tegemoet aan de leerlingen die nog geen ervaring hebben op het terrein van het waarnemingstekenen.

Afhankelijk van het thema, zoveel mogelijk naar het thema zelf toe gaan en de leerlingen de kans geven buitenschools te werken.

Ga ook hier zo geïntegreerd mogelijk te werk zodat de leerlingen de verworven vormbagage en tekenvaardigheden kunnen gebruiken, verwerken en toepassen in functie van de afdelingseigen praktijkvakken.

6.3.4Kunstinitiatie (KV Kunstinitiatie)



LEERPLANDOELSTELLINGEN

De leerlingen:



  1. ontdekken, reflecteren over en verwoorden inhoudelijke, zintuiglijke en aspecten materiële (middelen, materies en technieken) van kunst(werken): architectuur, beeldende kunst, dans, muziek…

  2. verwerven, vertrekkend vanuit de waarneming een inzicht in de chronologie en de stijlevolutie van kunst;

  3. gaan op een methodische manier te werk bij het analyseren van een kunstwerk;

  4. beschrijven de verbanden, tegenstellingen of gelijkenissen van verschillende kunstwerken via vergelijkende studie door waarnemen, ontdekken, vergelijken en verwoorden van kunstwerken en - stromingen;

  5. Nemen kennis van verschillende visies over kunst en beeldende kunst en stellen dit ter discussie;

  6. Verzamelen documentatie, informeren zich en reflecteren over actuele kunstzinnige thema’s en de leefomgeving/-wereld;

  7. Hanteren de componenten van de beeldtaal:

ARCHITECTUUR

    • functie en materiaal;

    • constructie en bouwprincipe;

    • grondplan (langsbouw - centraalbouw);

    • doorsnede (lengte- en dwarsdoorsnede);

    • opstand;

    • interieur (verhouding - ruimtewerking - kleur - lichtwerking - versiering ...);

    • exterieur (massa - kleur - lichtwerking - versiering);

    • inplanting en relatie tot de omgeving;

    • ...

BEELDHOUWKUNST

    • functie;

    • iconografie (thema - inhoud - symboliek);

    • materiaal en techniek en hun relatie tot de vorm;

    • grootte (kolossaal - levensgroot - klein);

    • vrijstaande sculptuur - reliëf – bouwsculptuur;

    • vorm (organisch/niet-organisch - ruimte innemend/ruimte omschrijvend - realistische - geïdealiseerde - expressieve - abstracte);

    • oppervlaktebehandeling (textuur - factuur);

    • kleur en beweging;

    • ...

SCHILDERKUNST

    • functie;

    • iconografie (thema - inhoud - symboliek);

    • materiaal en techniek;

    • vorm (organische/geometrische - vormopbouw van lineair tot plastisch - realistische - geïdealiseerde - expressieve - abstracte);

    • oppervlaktebehandeling (textuur - factuur - picturaliteit);

    • compositie (symmetrie/asymmetrie - statisch/dynamisch - richtingslijnen - verhoudingen - beeldbegrenzing - ruimte - indeling ...);

    • ruimtewerking (lineaire, kleur- en sferische perspectief - planwerking - volume);

    • kleur (kleurenindeling - kleurenharmonie - kleur als compositie-element - kleurexpressie - kleurbeperking - kleurensymboliek);

    • licht (kleur en licht - clair-obscur - licht en schaduw);

  1. confronteren het eigen werk en de eigen ideeën met de wereld van de actuele kunst en cultuur waarbij opdrachten en realisaties uit “publiciteitsgrafiek” inhoudelijk en vormelijk in een ruimer kader geplaatst worden.


PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

Elke methode om kunst te beschouwen kan in vraag gesteld worden en/of weerlegd worden. Bij de initiatie in de wereld van de kunst wordt vertrokken van de leerling als persoon. De leerling voelt zich aangesproken door een beroep te doen op zijn emotioneel vermogen (affectief), op zijn vermogen tot kennen (cognitief) en op zijn gevoeligheid voor zintuiglijke indrukken (sensitief). Via waarneming, reflectie en dialoog worden deze vermogens ontwikkeld.

Vertrekkend van de leerplandoelstellingen reikt de leraar de leerling een referentiekader aan. De leerling leert het eigen werk en de eigen ideeën in zijn omgeving confronteren met en plaatsen in de wereld van kunst en cultuur. Namen, data, algemene historische situering en stellingen zijn relevante hulpmiddelen, maar geen doelen op zich.

Overleg, thematisch/vakoverschrijdend werk en gezamenlijke initiatieven van de leraren vinden geregeld plaats. Via Kunstinitiatie worden verbanden gelegd tussen de algemene vorming en de kunstvakken, kunnen bruggen geslagen worden tussen “atelier” en “theorie”.

Het is van belang dat de leerling over een neerslag beschikt van de aan bod gekomen leerstof.

We bevelen studiereizen, bezoek aan musea, tentoonstellingen, manifestaties, beurzen … en het bijwonen van concerten, dans-, en filmvoorstellingen aan.

Bij kunstinitiatie kunnen de leerlingen in contact met kunst en cultuur via thema’s zoals:


    • het bloemstuk;

    • beweging;

    • het portret;

    • zelfportret;

    • compositieschema's;

    • materiaal en techniek in de schilderkunst en/of beeldhouwkunst in relatie tot vorm en inhoud;

    • het klassieke schoonheidsideaal (bouw - beeldhouwkunst - schilderkunst);

    • ruimtewerking (bouw - beeldhouwkunst - schilderkunst);

    • het genretafereel;

    • realisme;

    • toegepaste kunst (in relatie tot ‘Publiciteitsgrafiek’);

    • van reliëf tot rondsculptuur;

    • een religieus thema;

    • analyse van een gebouw (hedendaagse woning - functie - structuur - decoratie ...);

    • beeldcomponenten als inhoud van een kunstwerk;

    • het stilleven;

    • kleur en licht;

    • mythologie, allegorie en bijbelse taferelen;

    • collage en assemblage;

    • expressiviteit (vorm - compositie - kleur);

    • functionalisme decoratie;

    • canon, maatverhoudingen;

    • moeder en kind;

    • naakt;

    • landschap;

    • abstractie;

    • ...

Het accent ligt vooral op het leren omgaan met, praten over, wegnemen van vooroordelen over en vormen en formuleren van eigen inzichten over kunst en cultuur. Door middel van multimediale technieken, allerlei beelden, museum- en galeriebezoeken, het doorbladeren van kunsttijdschriften ... krijgen de leerlingen een ruim beeld van wat er zich vandaag in de wereld van de kunst voordoet.

Kunstinitiatie bestrijkt het volledige domein van de beeldcultuur. Leerlingen participeren via internet, tv, games, publiciteit, videoclips actief en passief aan de hedendaagse beeldcultuur. Kunstinitiatie moet oog hebben voor deze culturele en maatschappelijke realiteit.

Kunstinitiatie is ondersteunend voor het atelierwerk en voor de gip.

7Minimale materiële vereisten

7.1Algemeen

Om de leerplandoelstellingen bij de leerlingen te realiseren dient de school minimaal de hierna beschreven infrastructuur, materiële en didactische uitrusting ter beschikking te stellen, die beantwoordt aan de reglementaire eisen op het vlak van veiligheid, gezondheid, hygiëne, ergonomie en milieu.
Dit alles is daarnaast aangepast aan de visie op leren die de school hanteert.

7.2Infrastructuur

een ruim lokaal met de nodige nutsvoorzieningen dat dienst doet als computerzone;

een ruim lokaal met de nodige nutsvoorzieningen dat dienst doet als fotografisch atelier;

werkruimte die dienst doet als schetsruimte;

een ruim lokaal met de nodige nutsvoorzieningen dat dienst doet als zeefdrukatelier;

een bergruimte met de nodige nutsvoorzieningen om materiaal/grondstof te stapelen, leermiddelen op te bergen, materiaal op te bergen, gevaarlijke producten op te bergen, didactisch materiaal op te bergen en onderhoudsmateriaal op te bergen …

zone om het afval te sorteren en te stockeren.

7.3Uitrusting

In functie van het realiseren van de doelen is het van belang dat onderstaand materieel beschikbaar is in het lokaal dat dienst doet als computerzone:



    • LAN-netwerk;

    • 1 computer per leerling(Macintosh of Windows pc);

    • internetverbinding(browser);

    • projectiemogelijkheid;

    • scanner;

    • kleurenprinter op A3-formaat;

    • software:

      • paginaopmaakprogramma;

      • beeldbewerkingprogramma;

      • vectorieel tekenprogramma;

      • uitvoerprogramma voor pdf;

      • bestandsbeheerprogramma;

      • scanprogramma.

In functie van het realiseren van de doelen is het van belang dat onderstaand materieel beschikbaar is in het lokaal dat dienst doet als schetsruimte:

    • lichtbak;

    • snijmat;

    • teken- en meetinstrumenten (zoals tekenpen- en stift, tekenmal, gradenboog, lat, passer, T-lat…);

    • schetsplanken;

In functie van het realiseren van de doelen is het van belang dat onderstaand materieel beschikbaar is in het lokaal dat dienst doet als zeefdrukatelier:

    • zeefdrukpers (handdruktafel of halfautomaat), producten en toebehoren;

    • onderhoudsproducten voor het reinigen van het zeefdrukgaas;

    • water en spoelbak.

Er dient voldoende didactisch materiaal beschikbaar te zijn voor het bereiken van de doelstellingen. Omwille van de noodzaak van het werken met professionele en recente materialen en benodigdheden, pleiten we voor de beschikbaarheid van materialen en benodigdheden op de school eventueel tijdelijk door middel van huren of lenen of beschikbaarheid op de stageplaats, externe opleidingscentra ...

In functie van stage en/of werkplekleren verbinden de scholen er zich toe om zelf een

inventarislijst in overleg met de meewerkende bedrijven op te maken en ter beschikking te

stellen als daar door de inspectie naar gevraagd wordt. Deze lijst wordt jaarlijks aangepast

volgens de nieuwe noden en regelgeving.

8Pedagogisch-didactische wenken

8.1Algemeen

De bso-studierichting ‘Publiciteitsgrafiek’ vergt van de leraar niet alleen een up-to-date vakkennis en een eigen pedagogisch-didactische aanpak, doch ook en vooral een grote dosis enthousiasme, motivatie en geduld, gecombineerd met geloof in de mogelijkheden en het kunnen van deze leerlingen.

De leerlingen hebben het meest aan een efficiënte, overzichtelijke en stapsgewijze aanpak in duidelijk omschreven werkfasen, waarbij de nadruk gelegd wordt op het “DOEN”, het “DENKEN MET DE HANDEN”, op aangepast uitvoerend werk. Theorie en praktijk moeten op elkaar afgestemd zijn en in voortdurende wisselwerking staan. De keuze van de opdrachten staat steeds in functie van de evoluties en de heersende trends.

Op het einde van het 2de leerjaar van de 3de graad moeten de leerlingen op een zelfstandige manier kwalitatieve opdrachten kunnen uitvoeren. Men zal daarom aandacht moeten besteden aan het opbouwen van logische werkprocessen, aan diverse technische vaardigheden, aan attitudes als doorzettingsvermogen en aan het opbouwen van communicatieve vaardigheden die in de omgang met de latere opdrachtgever belangrijk kunnen zijn.

De eigenheid van het bso met kunstkarakter vraagt om een sterke individuele begeleiding in kleine groepen. De leerlingen vragen naast een concrete houvast en aanpak, ook om voldoende variatie en afwisseling in thematiek, onderwerpen, technieken …Vakken zoals waarnemingstekenen kan men zin geven door die te laten aansluiten bij concrete opdrachten.

Activiteiten zoals bedrijfsbezoek, beursbezoek, studiereis, uitnodigen van gastsprekers uit de industrie … zijn zinvol wanneer ze pedagogisch-didactisch in voldoende mate ondersteund worden (bv. via voorbespreking, opdrachtenpakket en nabespreking).


8.2Evaluatie
In de evaluatie is het van belang het groeiproces van de leerling voor ogen te houden. Elke productevaluatie blijft een momentopname binnen dit totale proces.
De evaluatie richt zich dan ook best op volgende facetten van dit groeiproces:

    • de relatie opdracht – werkproces van de leerling;

    • de technische vakbekwaamheid;

    • het artistiek-creatieve zelfbewustzijn;

    • de zelfstandigheid en het kunnen nemen van verantwoordelijkheid.


9De geïntegreerde proef

In het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs is de organisatie van een geïntegreerde proef reglementair verplicht. Het algemeen kader daarvoor wordt toegelicht in een VVKSO-Mededeling die u via de directie kunt bekomen.


De proef slaat voornamelijk op de vakken van het specifieke gedeelte. De integratie van andere vakken kan een meerwaarde vormen als die de gip ondersteunen.
De geïntegreerde proef wordt beoordeeld door interne en externe deskundigen en hun evaluatie zal deel uitmaken van het deliberatiedossier.

Het document met specifieke gegevens voor de studierichting is te raadplegen op de website www.vvkso.be via de ingang lessentabellen > 3de graad >bso> publiciteitsgrafiek.


10Stage

Naast vorming op school kan stage in deze studierichting deel uitmaken van de opleiding.

De leerling krijgt de mogelijkheid om de op school aangeleerde kennis, vaardigheden en attitudes op de stageplaats in te oefenen en/of uit te breiden.

De school beslist welke doelstellingen via de stage worden bereikt.

De school is verantwoordelijk voor de organisatie van de stage. De stage moet altijd gebeuren conform de omzendbrief betreffende leerlingenstages in het voltijds secundair onderwijs die geraadpleegd kan worden via www.ond.vlaanderen.be/edulex>omzendbrieven > secundair onderwijs > stages.

Leerplanwerking







Leerplannen van het VVKSO zijn het werk van leerplancommissies, waarin begeleiders, leraren en eventueel externe deskundigen samenwerken.



Op het voorliggende leerplan kunt u als leraar ook reageren en uw opmerkingen, zowel positief als negatief, aan de leerplancommissie meedelen via e-mail (leerplannen.vvkso@vsko.be).

Vergeet niet te vermelden over welk leerplan u schrijft: vak, studierichting, graad,nummer.

Langs dezelfde weg kunt u zich ook aanmelden om lid te worden van een leerplancommissie.

In beide gevallen zal de coördinatiecel leerplannen zo snel mogelijk op uw schrijven reageren.





Dovnload 107.06 Kb.