Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Rampen op Nederlands spoor Een onderzoek naar de berichtgeving over de treinrampen bij

Dovnload 158.39 Kb.

Rampen op Nederlands spoor Een onderzoek naar de berichtgeving over de treinrampen bij



Pagina1/8
Datum14.06.2017
Grootte158.39 Kb.

Dovnload 158.39 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8


Rampen op Nederlands spoor

Een onderzoek naar de berichtgeving over de treinrampen bij

Harmelen (1962) en Schiedam (1976)


Inleiding
Nederland kent al 162 jaar spoorwegen en al even zoveel jaren spoorwegongelukken. Van ontsporingen tot botsingen en van ingestorte spoordijken tot vernielde bovenleidingen. De ergste spoorwegongevallen in Nederland gebeurden bij Harmelen en bij Schiedam. Op 8 januari 1962 botsten twee treinen op elkaar bij Harmelen, waarbij 93 mensen om het leven kwamen. Op 4 mei 1976 botsten op het spoor bij Schiedam twee treinen op elkaar, waardoor 24 mensen omkwamen.1

In beide gevallen ging het om een treinramp die heel Nederland raakte. De ravage op de plek des onheils was enorm. Er kwamen bij beide rampen zeer veel mensen om het leven en de slachtoffers kwamen uit alle delen van het land. Dit maakte de ongelukken zeer aantrekkelijk voor de media, die de rampen en de nasleep daarvan dan ook uitgebreid verslagen hebben. De treinongelukken passen daarom goed in een onderzoek naar de wijze van berichtgeving door de media over rampen in Nederland in de twintigste eeuw. Landelijke en regionale kranten hebben uitgebreid bericht over de twee treinrampen. Iedere krant deed dat op zijn eigen wijze. Waarin verschilde de berichtgeving tussen regionale en landelijke dagbladen en in hoeverre is de berichtgeving over een grote treinramp in veertien jaar tijd veranderd? Kwam de schuldvraag aan bod of werd er slechts verslag gedaan van wat men zag? Dat zijn enkele vragen die aan de orde komen in het onderzoek naar de berichtgeving van een viertal kranten over de treinrampen bij Harmelen en Schiedam. Het onderzoek beslaat de berichtgeving van de eerste vijf dagen na de ramp in De Telegraaf, de Volkskrant, Het Rotterdams Nieuwsblad en Het Utrechts Nieuwsblad.

Allereerst geef ik een korte beschrijving van de opzet van het onderzoek. Vervolgens wordt de historie van de vier gekozen dagbladen beschreven, waarna het onderzoek en de resultaten uitgebreid aan de orde zullen komen. Voor beide rampen geef ik een aparte conclusie die in de eindconclusie samengevoegd en verklaard zullen worden.
De opzet van het onderzoek
De Nederlandse kranten hebben uitgebreid bericht over de treinongelukken bij Harmelen en Schiedam. Zowel de regionale als de landelijke dagbladen besteedden veel aandacht aan deze twee afschuwelijke ongelukken die zoveel mensen het leven hebben gekost. Iedere krant heeft een eigen manier van berichtgeving, maar in hoeverre is de berichtgeving in regionale bladen anders dan de berichtgeving in landelijke bladen? Deze vraag vormt een belangrijk onderdeel van het onderzoek naar de berichtgeving in vier dagbladen over de treinrampen bij Harmelen en Schiedam.

Voor het onderzoek heb ik de volgende dagbladen gekozen: het Rotterdams Nieuwsblad, De Telegraaf, het Utrechts Nieuwsblad en de Volkskrant. De onderzoeksvraag luidt:



Wat is het verschil in berichtgeving bij de treinrampen bij Harmelen en Schiedam in de regionale dagbladen en de landelijke kranten wat betreft de schuldvraag?

Centraal in mijn onderzoek staat het verschil tussen de regionale berichtgeving en de landelijke. Daarnaast vormen nog twee andere elementen een belangrijk onderdeel van het onderzoek. Allereerst bekijk ik naast de berichtgeving over de schuldvraag ook de berichtgeving over de slachtoffers. Verder zal ik kort ingaan op de mate waarin de berichtgeving over een treinramp in veertien jaar tijd is veranderd.

Verwacht kan worden dat regionale kranten door hun binding met de omgeving meer gericht zijn op de slachtoffers en de feiten en de landelijke kranten meer gericht zijn op de schuldvraag. De twee hypothesen die ik zal gebruiken bij het onderzoek luiden: regionale bladen besteden meer aandacht aan de slachtoffers dan landelijke kranten en landelijke kranten besteden meer aandacht aan de schuldvraag.

Zowel De Telegraaf als de Volkskrant zijn grote landelijke kranten met een uitgebreid lezerspubliek, verspreid over heel Nederland. Essentieel voor het onderzoek is dat de redacties van beide kranten niet naast de rampenplekken gevestigd zijn. Bij de regionale bladen is dat wel het geval. Ik heb hiervoor gekozen om het onderscheid tussen de regionale en landelijke berichtgeving zo zuiver mogelijk te houden.

De Telegraaf is een populaire krant. De Volkskrant kan worden bestempeld als een kwaliteitskrant. Dit heeft invloed op de wijze waarop de krant een treinramp verslaat. Te verwachten valt dat De Telegraaf veel sensationeler zal berichten dan de Volkskrant. De Volkskrant heeft van oorsprong een katholieke achtergrond. In 1962 zal dat in de berichtgeving nog duidelijk te zien zijn. In 1976 als Nederland ontzuild is, zal het katholieke element nauwelijks meer een rol spelen. Door de katholieke achtergrond is de berichtgeving in de Volkskrant wellicht heel anders dan de berichtgeving in De Telegraaf. Maar voor onderzoek vormt dat geen belemmering. Allereerst zijn zowel De Telegraaf als de Volkskrant grote landelijke dagbladen. Zij trekken een groot lezerspubliek aan dat verspreid is over heel Nederland. Regionale kranten hebben een kleiner publiek, dat geconcentreerd is rond de plaats waar de redactie zitting heeft. Regionale bladen worden grotendeels gelezen door mensen met binding met de regio. In dat opzicht hoeft er tussen de Volkskrant en De Telegraaf geen verschil te zijn in de berichtgeving over een ramp die niet vlakbij de vestigingsplaats gebeurt. Bovendien is de berichtgeving in iedere krant anders.

Daarnaast kijk ik ook naar de slachtoffers. Door deze twee geheel verschillende aspecten te bekijken, zal het totaalbeeld van de berichtgeving duidelijker zijn. Een dagblad zal aan een van beide aspecten de meeste aandacht zal besteden. Door twee aspecten te bekijken, wordt een eerlijker beeld van de berichtgeving gecreëerd. Uit dit totaalbeeld moet blijken hoe de berichtgeving in de twee landelijke kranten zich onderling verhoudt en hoe dat zit ten opzichte van de twee regionale dagbladen.

Als regionale kranten heb ik gekozen voor het Utrechts Nieuwsblad en het Rotterdams Nieuwsblad. Beide regionale kranten hebben in de jaren zestig en zeventig een redelijk groot lezersaantal. Ik heb voor deze kranten gekozen omdat Harmelen in het verspreidingsgebied van het Utrechts Nieuwsblad ligt en Schiedam in het verspreidingsgebied van het Rotterdams Nieuwsblad. Dit verhoogt de betrokkenheid bij de ramp, waardoor de berichtgeving waarschijnlijk zal verschillen van landelijke kranten. Regionale kranten hebben meer binding met de regio en de bewoners waardoor er wellicht meer over de slachtoffers wordt geschreven dan over het waarom van de rampen. In het onderzoek komt ook aan de orde hoe de regionale kranten over een treinramp schrijven die niet in hun verspreidingsgebied gebeurt. Daarvoor wordt voor het ongeluk bij Harmelen gekeken naar het Rotterdams Nieuwsblad en voor ramp bij Schiedam naar het Utrechts Nieuwsblad.

Van iedere krant wordt de berichtgeving van de eerste vijf dagen na de ramp onderzocht. Aan de orde komt de schuldvraag. Wordt de schuldvraag gesteld in de kranten en in welke mate? Wordt slechts kort aangestipt dat het de schuld van de machinist is of wordt er naar een onderliggende oorzaak gezocht. De schuldvraag kan bij beide rampen worden onderscheiden in een vijftal lagen. In het onderzoek zal naar voren komen in hoeverre de dagbladen berichten over de verschillende lagen en of alle facetten van de schuldvraag worden behandeld.

Ook het menselijk aspect komt aan de orde. Dat is een vage term waar veel onder kan vallen. Ik heb de berichtgeving over het menselijke aspect opgevat als berichtgeving over slachtoffers. Bij het onderzoek kijk ik naar wat er verteld wordt over de slachtoffers en of slachtoffers zelf ook aan het woord worden gelaten.

Voor het onderzoek heb ik gekeken naar verschillende facetten in de berichtgeving. Ik heb enkele elementen van het protocol voor de inhoudsanalyse, dat ontwikkeld is voor het Onderzoekscollege Journalistiek, gebruikt. Onderzocht is de redactionele ruimte, de lengte van de artikelen, de auteurs, wie wordt er aan het woord gelaten, hoe diep wordt ingegaan op de schuldvraag en wat voor soort artikelen gebruiken de kranten bij de berichtgeving over de rampen.


De dagbladjournalistiek in de jaren ‘60 en ‘70 in Nederland
De media kunnen niet los worden gezien van de maatschappij waarin zij functioneren. Om inzicht te krijgen in de werking van de media moet het karakter van de maatschappij waarin de journalisten werken, bekeken worden. Belangrijke kenmerken van een maatschappij, op bijvoorbeeld economisch, politiek en sociaal gebied, zijn bepalend voor de aard van de media. Verandering van deze fundamentele kenmerken vinden na verloop van tijd hun weerslag in de opvattingen van journalisten over de uitvoering van hun beroep.2

Het aanbieden van nieuws berust op een voorafgaande selectie. Deze selectie is nooit objectief, maar hangt af van de houding van de krant ten opzichte van de maatschappij en de mensen tot wie de krant zich richt.



  1   2   3   4   5   6   7   8

  • De opzet van het onderzoek
  • De dagbladjournalistiek in de jaren ‘60 en ‘70 in Nederland

  • Dovnload 158.39 Kb.