Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Reactienota Vismigratierivier Afsluitdijk Ontwerp-Provinciaal Inpassings Plan (pip)

Dovnload 1.49 Mb.

Reactienota Vismigratierivier Afsluitdijk Ontwerp-Provinciaal Inpassings Plan (pip)



Pagina1/3
Datum28.12.2018
Grootte1.49 Mb.

Dovnload 1.49 Mb.
  1   2   3

Reactienota


Reactienota Vismigratierivier Afsluitdijk


  • Ontwerp-Provinciaal Inpassings Plan (PIP)

  • Milieueffectrapport (MER)

  • Ontwerp-Vergunning Natuurbeschermingswet 1998

  • Passende beoordeling

  • Ontwerp-Ontheffing Flora- & Faunawet

Colofon
Uitgegeven door Provincie Fryslân

Info tel. 058-2928724

Datum 23 februari 2016

Status Definitief, versie 11



Inhoud



  1. Procedures en besluitvorming project Vismigratierivier


  2. Adviezen

    2.1 Advies Commissie m.e.r.




  3. Zienswijzen

    3.1 Dhr. K. Helder


    3.2 Wetterskip Fryslân
    3.3 Dhr. M. van Malsen
    3.4 Dhr. A. Doedel
    3.5 Dhr. H. Poepjes
    3.6 Dhr. D. Wiersma
    3.7 Dhr. W. Draisma
    3.8 Nederlandse Vissersbond IJsselmeer


  4. Technische en tekstuele correcties




  1. Procedures en besluitvorming project Vismigratierivier

Deze nota bevat de reactie van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân op het advies en de zienswijzen die zijn ingebracht op het ontwerp-provinciaal inpassingplan, het plan- en project MER, de ontwerp-vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, de passende beoordeling en de ontwerp-ontheffing op grond van de Flora- en faunawet.


Er wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de achtergronden van het project, de gevolgde procedure en besluitvorming
1.1 Het project Vismigratierivier

De innovatieve Vismigratierivier (VMR) van circa 4 kilometer lengte biedt 24 uur per dag, 7 dagen per week een geleidelijke overgang voor miljoenen trekvissen van zout naar zoet water zonder dat zout water in het IJsselmeer terecht komt.

De VMR is gepland ten westen van de spuisluizen bij Kornwerderzand.
Nederland kan het eerste land in de wereld zijn dat een VMR aanlegt waarmee wij ons opnieuw in de spotlights van de wereldgemeenschap plaatsen als de innovatieve benchmark op het gebied van water. Dit biedt Nederland interessante economische kansen. Wereldwijd zijn er namelijk veel locaties waar het principe van de VMR een oplossing kan bieden.
De doelstellingen van het project zijn:


  1. herstel van de (estuariene) migratieroute voor trekvissen ten behoeve van gezonde vis-populaties in de Waddenzee, het IJsselmeer en het achterland;

  2. het creëren van basisvoorwaarden voor een duurzame visserij (sport en beroep);

  3. een impuls geven aan recreatie en toerisme, waarbij educatie en voorlichting over vismigratie en de zoet-zout overgangen een belangrijke nevenfunctie vormen.

De VMR is een afsluitbare voorziening met een brak tot zoet water getijdegebied. Kenmerkend is het natuurlijk karakter. Het ontwerp is zoveel mogelijk aangepast aan het natuurlijk gedrag van vissen. De voorziening beschikt over een brakwaterhabitat met een substantiële lengte,

oppervlakte en volume waar trekvissen de mogelijkheid hebben om zich aan te passen

aan de overgang van zout naar zoet water.

De VMR kan met technische voorzieningen voor een deel van de tijd worden gesloten.

De VMR wordt toegankelijk voor het publiek. De doorgang door de Afsluitdijk is te voet bereikbaar. Dat geldt ook voor het deel van de VMR aan de IJsselmeerzijde en de afsluiting van de VMR aan de IJsselmeerzijde. In het afsluitende kunstwerk is het mogelijk kennis te nemen van de wijze waarop monitoring van de VMR plaats vindt.



1.2 Procedure en besluitvorming

De provincie Fryslân is bevoegd gezag voor de vaststelling van het inpassingsplan. De provincie Fryslân en de Staatssecretaris van Economische Zaken zijn ieder voor zijn deel bevoegd gezag voor de vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998.


De Staatssecretaris van Economische Zaken is bevoegd gezag voor de ontheffing op grond van de Flora- en faunawet. Op de besluiten is de provinciale coördinatieregeling van toepassing. Dit houdt in dat de besluiten dezelfde procedure volgen.

Het ontwerp van het provinciaal inpassingsplan, het MER met de bijlagen, de ontwerp-vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 en de passende beoordeling zijn vanaf 22 juni tot en met 2 augustus 2015 ter visie gelegd.

De ontwerp-ontheffing op grond van de Flora- en faunawet is separaat ter visie gelegd van 2 november t/m 14 december 2015.

Daarnaast is de Commissie voor de m.e.r. gevraagd advies uit te brengen over het MER.


Gedeputeerde Staten van Fryslân en de Staatssecretaris van Economische zaken hebben de vergunning op basis van de Natuurbeschermingswet 1998 inmiddels verleend. De vergunning is op 10 november 2015 afgegeven.

De Staatssecretaris van Economische Zaken heeft de ontheffing op basis van de Flora- en faunawet verleend op 29 januari 2016.

De reactienota wordt ter inzage gelegd bij de bekendmaking van het vastgestelde provinciaal inpassingsplan en de verleende besluiten op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet.

1.3 Ingediende zienswijzen en advies

Op het provinciaal inpassingsplan en de overige ter inzage gelegde stukken zijn negen zienswijzen ingediend. Daarvan is één zienswijze niet ontvankelijk verklaard omdat deze buiten de termijn is ingediend.

De acht overige zienswijzen zijn in samengevatte vorm opgenomen in deze reactienota, met een reactie van het provinciaal bestuur. Daarbij is aangegeven of het ook tot een aanpassing heeft geleid in het definitieve inpassingsplan, dat aan Provinciale Staten is aangeboden ter besluitvorming.

Er zijn geen zienswijzen ingediend op de separate tervisielegging van de het ontwerp van de Flora-en faunawetontheffing.


Daarnaast zijn er ambtshalve aanpassingen gedaan in het definitieve inpassingsplan. Ook deze zijn in de reactienota weergegeven.
Van de Commissie m.e.r. is in augustus 2015 een voorlopig advies ontvangen. Op grond van een aanvullend advies op het MER van de provincie Fryslân heeft de Commissie m.e.r. een definitief advies uitgebracht.

De ingediende zienswijzen en het advies van de Commissie m.e.r. zijn in de hoofdstukken 2 en 3 samengevat en beantwoord.



1.4 Opbouw reactienota
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het definitief advies van de Commissie m.e.r.

In hoofdstuk 3 zijn de 8 zienswijzen samengevat. Iedere zienswijze is beantwoord. Voor zover zienswijzen hetzelfde onderwerp betreffen is naar één antwoord verwezen.

Voor zover een zienswijze tot een aanpassing van het provinciaal inpassingsplan heeft geleid is dit bij de zienswijze aangegeven.

In reactie op het voorlopig advies van de Commissie m.e.r. is een “Aanvulling op het MER” opgesteld. Dat stuk maakt ook deel uit van de vaststelling van het inpassingsplan door Provinciale Staten. Dat geldt ook voor de notitie: “Richtlijnen vogeleiland Vismigratierivier en advisering ten aanzien van het gebruik door aalscholvers”. Deze notitie is ingebracht bij de Commissie m.e.r. voordat het definitief advies van deze commissie is uitgebracht.


Tot slot geeft de Nota van Antwoord een aantal technische- en tekstuele correcties

aan die ambtshalve zijn doorgevoerd in de tekst van het inpassingsplan.




  1. Adviezen

    2.1 Advies Commissie voor de milieueffectrapportage

    De Commissie m.e.r. heeft in een voorlopig advies d.d. 4 augustus 2015 aangegeven op enkele onderdelen van het MER geen eenduidig advies te kunnen uitbrengen aan het bevoegd gezag. Daarop is door de provincie Fryslân een “Aanvulling op het MER” opgesteld en op 12 augustus 2015 aan de Commissie m.e.r. gezonden.
    Daarnaast is de notitie: “Richtlijnen vogeleiland Vismigratierivier en advisering ten aanzien van het gebruik door aalscholvers” aan de Commissie m.e.r. ter beschikking gesteld.
    De Commissie m.e.r. heeft op18 september 2015 haar definitief advies uitgebracht. Dit advies is onderstaand samengevat.

    Samenvatting advies
    In haar voorlopige advies constateerde de Commissie m.e.r. dat de VMR door het verbeteren van omstandigheden voor migratie zeker een positieve bijdrage kan leveren, maar om te kunnen beoordelen hoe groot de toegevoegde waarde is van de VMR miste de Commissie m.e.r. in het MER nog informatie. Die informatie is gegeven in de “Aanvulling op het MER”.

    Naar het oordeel van de Commissie m.e.r. is in het MER en de aanvulling op het MER tezamen, voldoende milieu-informatie aanwezig om een afgewogen besluit te kunnen nemen over de VMR. De aanvulling verschaft de gevraagde verbetering van het inzicht in de effectiviteit van de VMR ten opzichte van het huidige beheer en uitgebreid visvriendelijker sluisbeheer. Ook is inzicht gegeven in de positieve effecten die de VMR kan hebben op bepaalde vissoorten in het IJsselmeer. Dit inzicht is nog steeds met grote onzekerheden omgeven, maar dat is onvermijdelijk vanwege het innovatieve karakter van het initiatief. De Commissie m.e.r. acht daarom dat met deze aanvulling voldoende informatie beschikbaar is voor de besluitvorming.

    Effectiviteit en vispopulaties IJsselmeer
    De effecten van de VMR op het herstel van de migratieroute zijn in het MER positief beoordeeld ten opzichte van de autonome ontwikkeling.
    Het primaire doel van de VMR is om de zout/zoet migratie van getijdenmigranten en zwakke zwemmers die in de huidige situatie slecht is aanzienlijk te verbeteren. Uit de “Aanvulling op het MER” blijkt dat met visvriendelijk sluisbeheer al veel bereikt kan worden. De Commissie m.e.r. maakt uit de aanvulling op dat als de VMR daaraan wordt toegevoegd er een nog grotere efficiëntie wordt bereikt, met name voor de zwakkere zwemmers en de getijdenmigranten, en dat visvriendelijk sluisbeheer en de VMR zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin aanvullend zijn op elkaar.
    Op basis van de aanvulling concludeert de Commissie m.e.r. dat het meest effectieve alternatief bestaat uit het uitvoeren van beide maatregelen.
    Hoewel er aanwijzingen zijn dat de bijdrage van de VMR aanzienlijk kan zijn, staat dit niet bij voorbaat vast en blijft daarmee onzeker of met deze voorziening toegevoegd aan visvriendelijk sluisbeheer het beoogde doel van een passage van 70 % van het volledige aanbod van vis aan de Waddenzee zijde van de Afsluitdijk wordt gehaald. De onzekerheid over de effectiviteit werkt uiteraard door op de verwachting over de effecten op de visstand in het IJsselmeer. Deze onzekerheden zijn grotendeels te wijten aan het gebrek aan ervaring dat inherent is aan een innovatief project als de VMR.

    Aanbevelingen van de Commissie m.e.r.


    De Commissie m.e.r. wil met enkele aanbevelingen een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de verdere besluitvorming. De opmerkingen hebben geen betrekking op essentiële tekortkomingen.

    • De Commissie m.e.r. geeft het bevoegd gezag in overweging om een ‘effectboekhouding’ voor het IJsselmeer bij te gaan houden, waarmee kan worden ingespeeld op de risico's van cumulatieve effecten (en synergiemogelijkheden) van alle (toekomstige) plannen en projecten met potentiële effecten op dit gebied. Het ‘Kader Ecologie en Cumulatie (KEC)’ voor de Noordzee kan hiervoor als inspiratie dienen;

    • De Commissie m.e.r. geeft ter overweging om in overleg met andere partijen in en rond het IJsselmeer aanvullende maatregelen te onderzoeken die het rendement kunnen vergroten van zowel de VMR als het visvriendelijk spui- en sluisbeheer. De Commissie m.e.r. denkt hierbij aan:
      1) het instellen van een visverbod in de nabijheid van de VMR en de sluizen,
      2) het aanbrengen van zoutwaterhevels om ook in perioden met een lage rivierafvoer visvriendelijk sluisbeheer mogelijk te maken,
      3) het in en rond spuikommen en sluizen aanbrengen van materiaal op de bodem waardoor schuil- en rustplaatsen voor vis ontstaan,
      4) het nemen van maatregelen die predatie door vogels in en rond de migratierivier verminderen;

    • De Commissie m.e.r. adviseert predatie van vis door vogels nauwlettend te monitoren en mogelijke maatregelen te verkennen. De aanvulling maakt duidelijk dat de aanleg van een vogeleiland aan de Waddenzeekant van de VMR een meerwaarde oplevert voor de instandhoudingsdoelstelling van een aantal vogels en dat dit heeft bijgedragen aan bij de vergunbaarheid in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. De Commissie m.e.r. onderschrijft dat de relatie van een vogeleiland en een VMR aandacht vraagt;

    • De Commissie m.e.r. geeft ter overweging, met het oog op de communicatie over het voornemen, bij de nadere uitwerking visualisaties op ooghoogte bij te voegen;

    • De Commissie m.e.r. adviseert een belangrijk deel van de inspanningen op het gebied van monitoring te realiseren direct in en nabij de VMR. De Commissie m.e.r. heeft aanbevolen de vispassage bij (visvriendelijk) spui- en sluisbeheer mee te nemen, zodat de resultaten van de Vismigratierivier juist beoordeeld en gewogen kunnen worden;

    • De Commissie m.e.r. adviseert ongewenste sedimentatie in de luwtegebieden te monitoren en mogelijke maatregelen te verkennen om eventuele ongewenste sedimentatie tegen te gaan;

    • De Commissie m.e.r. adviseert bij de nadere uitwerking van het voornemen aandacht te schenken aan de vraag hoe veranderingen in de relatieve waterstand van het IJsselmeer ten opzichte van de Waddenzee de werking van de VMR beïnvloeden.


Standpunt provinciaal bestuur
De Commissie m.e.r. constateert dat de VMR door het verbeteren van omstandigheden voor migratie zeker een positieve bijdrage kan leveren. De effecten van de VMR op het herstel van de migratieroute zijn in het MER positief beoordeeld ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Het verheugt het provinciaal bestuur dat de Commissie m.e.r. tot dit oordeel komt.
De onzekerheden over de effectiviteit zijn grotendeels te wijten aan het gebrek aan ervaring dat inherent is aan een innovatief project als de Vismigratierivier. Dat betekent dat extra aandacht gegeven zal worden aan een uitgebreid programma van monitoring. Daarnaast wordt ingezet op een ontwerp van de VMR waarin tussentijdse aanpassingen mogelijk zijn en waarbij voortdurend op de resultaten van de monitoring kan worden ingespeeld.
In dat licht heeft het provinciaal bestuur de extra aanbevelingen beoordeeld die de Commissie m.e.r. aangeeft. Een groot deel van de aanbevelingen maakt overigens al deel uit van het ontwerp of monitoringsactiviteit.
Onderstaand wordt op de verschillende aanbevelingen ingegaan.

Effectboekhouding


Het provinciaal bestuur beraadt zich nog op het invoeren van een effectboekhouding. Dit hangt samen met een groot aantal ontwikkelingen op het IJsselmeer waarvan de reikwijdte nog onvoldoende in beeld is. In de loop van de komende jaren wordt hierover beslist.

Aanvullende maatregelen

De Commissie m.e.r. geeft enkele voorbeelden van aanvullende maatregelen om de effectiviteit van alle vismigratievoorzieningen nog verder te vergroten. Dit zijn veelal maatregelen die buiten het werkingsgebied van het provinciaal inpassingsplan liggen, maar inzet vragen om op bestuurlijk niveau maatregelen aan de orde te stellen.
Dit geldt bij voorbeeld voor het instellen van visverboden in de nabijheid van de VMR en van de sluizen. Maatregelen op dit gebied zijn m.n. een bevoegdheid van het Ministerie van Economische Zaken en Rijkswaterstaat. Het provinciaal bestuur zal deze aanbeveling van de Commissie m.e.r. doorgeven aan de betrokken overheden.
Voor het extra aanleggen van schuil- en rustplaatsen geldt dezelfde werkwijze.

Vogels en vissen


De Commissie m.e.r. vraagt aandacht voor de relatie van de VMR en het vogeleiland aan de buitenzijde van de VMR, in de Waddenzee. In het ontwerp van de VMR is hiermee terdege rekening gehouden. In de notitie: “Richtlijnen vogeleiland Vismigratierivier en advisering ten aanzien van het gebruik door aalscholvers” is uiteengezet hoe de optimale inrichting van het eiland er uit ziet. De notitie noemt concrete maatregelen waardoor kolonisatie door aalscholvers wordt voorkomen of beperkt.

Monitoring


Zowel het tegengaan van sedimentatie in de VMR en de klimaatbestendigheid van het systeem hebben een belangrijke relatie met de monitoring. In het plan wordt een uitgebreid programma van monitoring opgenomen. Dat vindt plaats in samenwerking met een aantal organisaties als Rijkswaterstaat, Waterschap Vechtstromen, Sportvisserij Nederland, Universiteit van Karlstad en Imares. Op verschillende locaties in de VMR wordt de vispassage gemeten. De instanties waarmee wordt samengewerkt meten ook vispassage in de aansluitende watersystemen (zoals Rijkswaterstaat en Waterschap Vechtstromen).
Bij het opstellen van het ontwerp van de VMR is reeds rekening gehouden met het functioneren van het systeem indien waterstanden in het IJsselmeer variëren. Tevens is het systeem zodanig opgezet dat ook stijging van de zeewaterspiegel kan worden opgevangen, mogelijk met aanvullende maatregelen in het IJsselmeer.

In overleg met de Waddenacademie en het Waddenfonds wordt onderzocht of de VMR kan dienen als testlocatie voor vismigratievoorzieningen en tevens of de VMR breder ingezet kan worden voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek.

Visualisaties
Het provinciaal bestuur neemt het advies over om visualisaties op ooghoogte op te stellen.


  1. Beantwoording zienswijzen



In dit hoofdstuk wordt inhoudelijk ingegaan op de ingekomen zienswijzen.
Van iedere zienswijze is het volgnummer aangegeven, de naam van de indiener en de datum waarop indiening heeft plaats gevonden.
De zienswijzen zijn samengevat en voorzien van het antwoord van het provinciaal bestuur van de provincie Fryslân.
Alle ingebrachte zienswijzen hebben betrekking op het ontwerp-inpassingsplan/MER, de ontwerp-vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 en/of de passende beoordeling.




Zienswijzen


Wie



Samenvatting zienswijze

Reactie Gedeputeerde Staten (GS)

Aanpassing PIP

1.
Dhr. K. Helder, vertegenwoordiger Friese IJsselmeervissers, Makkum (22 juni)

1A.
Indiener is vanaf het begin betrokken bij de mogelijkheid een vismigratie aan de Nieuwe Afsluitdijk te realiseren. Met genoegen ziet indiener nu het concept dat na de inspraak/zienswijze zal worden vastgesteld.

Op de locatie van de VMR en daarbij zijn in de huidige situatie goede visplekken voor de beroepsvissers. Er moet naar goede alternatieven voor de fuiken gekeken worden bij de nieuwe dijken van de VMR.

De visplekken zijn vastgesteld zodat precies te zien is welke vissers het “dupe” worden van de aanleg op deze plek en met hun fuiken moeten opschuiven. Volgens indiener gaat het met name om IJsselmeervissers uit Makkum.


De met de VMR te dienen belangen zijn dermate zwaarwegend dat die voorrang krijgen boven de belangen van de visserij.

Dit geldt binnen het plangebied van het inpassingsplan.


De VMR beoogt de visstand te verbeteren in zowel de Waddenzee als op het IJsselmeer en het achterliggende watersysteem van de Vecht en de IJssel en Rijn. De resultaten zullen in de loop van de tijd zichtbaar worden.

Het is van groot belang dat er bij de instroom- en uitstroomopeningen van de VMR zo min mogelijk gevist wordt om daarmee optimale kansen te bieden aan de vissen.


Vooral aan de IJsselmeerzijde is een groter gebied in het inpassingsplan gereserveerd voor de VMR dan alleen het feitelijke oppervlak binnen de aan te leggen dijken.
Voor dit gehele gebied is het van belang om de visserijactiviteiten te stoppen. Dit betreft een aantal fuiken van verschillende vissers. Daarnaast neemt de totale oppervlakte waarin de “gemene weide visserij” kan plaatsvinden af met maximaal 95 ha. Dat is ca. 0,9‰ van het IJsselmeer.

Uitgangspunt voor Gedeputeerde Staten is dat de vissers die hun fuiken binnen de begrenzing van het inpassingsplan kwijt raken in aanmerking komen voor een vergoeding in het kader van een subsidieregeling. De provincie Fryslân werkt hierin samen met het Ministerie van Economische Zaken die de vergunningverlener is.


De provincie Fryslân is voornemens een subsidieregeling open te stellen en zal z.s.m. op basis van die regeling in gesprek gaan met de betrokken vissers met vaste vistuigen in het plangebied.

Per bedrijf zal ten tijde van de vaststelling van het PIP ook helder zijn of er kan worden gemitigeerd en/of gecompenseerd (bijvoorbeeld door het aanbieden van vervangende vismogelijkheden).


Het kan echter in geen geval een toename van het aantal fuikenplaatsen per visser betekenen.

Geen aanpassing




1B.
Indiener wenst en hoopt dat de verwachte resultaten uitkomen en dat zij over een jaar of 7 de resultaten zien van een nieuw en gezonde visstand op het IJsselmeer.


Ter kennisname.

Geen aanpassing

2.
Wetterskip Fryslân (7 juli)

In het plan is onvoldoende weergegeven welke beheersmaatregelen er worden genomen bij tijdelijke verslechtering van het oppervlaktewater van het IJsselmeer. Aangezien waterkwaliteit in operationele zin van belang is, zou indiener dit alsnog in het plan terug willen zien.


Er is als gevolg van de VMR geen sprake van een verslechtering van het oppervlaktewater in het IJsselmeer.

Eén van de belangrijkste redenen voor de keuze voor een VMR(en daarmee ook een leidend ontwerpcriterium), is dat er wel vis, maar geen zout in het IJsselmeer ingelaten wordt.


Meerdere passages in de (bij het) ontwerp-inpassingsplan (ter inzage gelegde bijlagen) onderbouwen dit:

In bijlage 2 bij het MER zijn de ontwerpcriteria opgenomen (Deltares, 2014, p. 2). Een hard criterium voor het ontwerp is “Geen transport van zout (zoutlekkage) naar het IJsselmeer.”

In diverse modelleringen in 2015 en 2016 (Arcadis) is het ontwerp geoptimaliseerd op basis van onder andere dit criterium.

Het zoutgehalte van de rivier wordt ter hoogte van de uitstroom in het IJsselmeer constant bijgehouden.

Bij een nog nader te bepalen waarde van het zoutgehalte sluit het afsluitmiddel automatisch, waardoor het zeker is dat er geen zout in het IJsselmeer komt.


In een bijlage bij het inpassingsplan (bijlage 5) staan de technische uitgangspunten voor het ontwerp van de VMR. Deze uitgangspunten zijn geactualiseerd aan de hand van de laatste inzichten in het ontwerp. Het betreft verduidelijking van het ontwerp, geen inhoudelijke wijzigingen.
In hoofdstuk 3.3 van het inpassingsplan is een samenvatting van de ontwerpeisen toegevoegd.


3.
Dhr. M. van Malsen, Makkum (24 juli)

3A.
Indiener heeft een visserijbedrijf waar de inkomsten voor 90% worden gehaald uit het vissen in de spuikom te Kornwerderzand. Door de aanleg van de VMR zal een groot gedeelte van de vaste visplaatsen van indiener verdwijnen.
Indiener vraagt zich af of het na het voltooien van de VMR nog mogelijk om de overgebleven visvakken te bevissen (spiering en wolhandkrab).
Dit geldt ook voor de vrije gronden in de spuisluizen waar met krabbenkorven wordt gevist.



Zie ook beantwoording zienswijze 1

De met de VMR te dienen belangen zijn dermate zwaarwegend dat die voorrang krijgen boven de belangen van de visserij.

Dit geldt binnen het plangebied van het inpassingsplan.

Een klein gedeelte van de spuikom van Kornwerderzand is gelegen binnen het plangebied van het Inpassingsplan.

De betrokken visvakken in de spuikom aan de Waddenzeezijde liggen zeer dicht bij de geplande openingen in de strekdam voor de Vismigratierivier. Het belang van de werking van de VMR weegt hier zwaarder dan het belang van de visserij.
Indiener geeft aan dat 90 % van het inkomen op deze locatie wordt verkregen.
Hiervoor is de provincie Fryslân voornemens een subsidieregeling open te stellen. Wij werken hierin samen met het Ministerie van Economische Zaken die de vergunningverlener is.

Per bedrijf zal ten tijde van de vaststelling van het PIP ook helder zijn of er kan worden gemitigeerd en/of gecompenseerd (bijvoorbeeld door het aanbieden van vervangende vismogelijkheden)


De mate waarin de bedrijfsactiviteiten worden beïnvloed door de aanleg van de VMR zal door de provincie, samen met de betrokken vissers, worden geïnventariseerd. Met hen zal in overleg worden getreden om tot minnelijke overeenstemming te komen

Wij zullen z.s.m. na vaststelling van de reactienota met u in gesprek gaan.




Geen aanpassing




3B. Als het niet meer mogelijk is daar te vissen zal het familiebedrijf van indiener (opgericht in 1935) in financiële problemen komen en leiden tot bedrijfsbeëindiging.

Indiener vraagt zich af of hier een uitkoopregeling voor is.





Zie reactie op de eerste opmerking

Geen aanpassing

4.
Platform in oprichting Makkum & Dhr. A. Doedel, Makkum (1 augustus)

Logischerwijs zal volgens indieners met de realisatie van de VMR planologisch rekening moeten worden gehouden met de bouw van een windmolenpark in het IJsselmeer. De indieners hebben hiermee geen problemen. Dit verandert wanneer de partners van De Nieuwe Afsluitdijk naast een planologisch ook een financiële relatie aanbrengen tussen de realisatie van de VMR en een windturbinepark (mogelijk Windpark Fryslân).
De indieners zijn er op tegen dat de initiatiefnemers van een windmolenpark (mogelijk Windpark Fryslân) de VMR financieel ondersteunen om zo mogelijk te voldoen aan o.a. de m.e.r.-procedure. De indieners zijn van mening dat het onwenselijk is dat de initiatiefnemers van een windmolenpark (mogelijk Windpark Fryslân) de VMR financieel mogelijk maken/ ondersteunen om negatieve milieueffecten van het grootschalig opwekken van windenergie op de ecologie waaronder het IJsselmeergebied te compenseren.
De indieners constateren dat bovenstaande niet is te herleiden uit de documenten die de partners beschikbaar stellen. Toch verzoeken de indieners de partners van De Nieuwe Afsluitdijk dringend om kenbaar te maken of zij naast een planologisch component ook een financiële component (lees financieel inbreng initiatiefnemers windmolenpark/ Windpark Fryslân) willen inbrengen om de VMR mogelijk te maken.
Indieners zijn resoluut tegen een eventuele financiële inbreng van de initiatiefnemers van een windmolenpark/ Windpark Fryslân wanneer dit betekent dat de VMR de compenserende natuurfactor zal blijken te zijn bij een eventueel windmolenpark in/ bij het IJsselmeer.



De VMR zal worden gerealiseerd, ongeacht het wel of niet realiseren van een windpark in het IJsselmeer.

De VMR kent een zelfstandige exploitatie die niet afhankelijk is van enig ander project. De VMR betreft een autonome ontwikkeling waarmee in de (planologische) besluitvorming over Windpark Fryslân rekening moet worden gehouden.


Inhoudelijk is er geen verband tussen de doelen die de VMR dient (vissen) en de mitigatieverplichting die er vanuit het windpark zou ontstaan (vogels). Dus kan er via de VMR niet worden gemitigeerd voor het windpark.
In het voorontwerp-Rijksinpassingsplan voor Windpark Fryslân is als mitigatievoorziening een natuureiland gepland, aansluitend aan de locatie van de VMR.
De natuur kan netto profiteren van de realisatie van natuurmitigatie aansluitend op de VMR. De realisatie van de VMR is echter niet afhankelijk van de natuurmitigatie van het windpark, noch is de aanleg van het windpark afhankelijk van de realisatie van de VMR. Vandaar dat hier in de stukken ook niet op ingegaan is.

Geen aanpassing

5. Dhr. H.K. Poepjes, Makkum, (2 augustus)

5A.
De aanleg van de VMR beperkt indiener in de rendabele uitoefening van het visserijbedrijf. De firma A. en H.K. Poepjes heeft naast een "garnalenvisserijpoot" ook een "IJsselmeerpoot". Sinds de aanleg van de Afsluitdijk vist de familie Poepjes bij Kornwerderzand op paling. Het bedrijf doet dit sinds de jaren 60. Als de VMR wordt aangelegd dan gebeurt dit precies op hun visgronden. De aanleg van de VMR was niet voorzienbaar toen het bedrijf begon met palingvissen, immers pas sinds een twee jaar wordt over dit project gesproken. Dit, terwijl het bedrijf sinds de jaren 60 vist en indiener zelf in het jaar 2000 lid is geworden van de firma. Het project VMR schaadt indiener daarom buitenproportioneel.
In de huidige vergunning staat dat wanneer in de buurt van visgronden kunstwerken worden gerealiseerd, de visser vervangende adequate visgronden aangeboden moet krijgen. In het inpassingsplanmist indiener dergelijke aandacht voor visserijbelangen. Op geen enkele wijze wordt beschreven of geregeld hoe visserijbelangen worden gewaarborgd bij de bouw van de VMR. Hiermee is het inpassingsplan dus te mager onderbouwd.


Zie ook beantwoording zienswijze 1.

De eerste ontwerpen voor de Vismigratierivier dateren van 2011. De onderzoeken en planvorming die tot het huidige ontwerp hebben geleid hebben in 2013-2015 plaats gevonden.

GS achten het belang van de werking van de VMR zwaarder dan het belang van de visserij binnen het gebied van het Inpassingsplan. Er is geen sprake van een te magere onderbouwing van visserijbelangen bij de aanleg van de VMR. Voor de middellange tot lange termijn heeft de VMR juist tot doel om bij te dragen aan het natuurlijk trekgedrag van de vissen, en daarmee tot een betere visstand in zowel Waddenzee als IJsselmeer.


Indiener geeft aan dat het bedrijf buitenproportioneel geschaad wordt.

Naar de mening van het provinciaal bestuur zijn de met de VMR te dienen belangen dermate zwaarwegend dat die voorrang krijgen boven de belangen van de visserij.

Dit geldt binnen het plangebied van het inpassingsplan.


Per bedrijf zal ten tijde van de vaststelling van het PIP ook helder zijn of er kan worden gemitigeerd en/of gecompenseerd (bijvoorbeeld door het aanbieden van vervangende vismogelijkheden).
De mate waarin de bedrijfsactiviteiten worden beïnvloed door de aanleg van de VMR zal door de provincie, samen met de betrokken vissers, worden geïnventariseerd.

Met hen zal in overleg worden getreden om tot minnelijke overeenstemming te komen


Wij zijn terzake niet het bevoegd gezag, maar het Ministerie van Economische Zaken.

Er is ons geen bepaling bekend uit de publiekrechtelijke vergunningen die een verplichting zou geven tot aanbieding van vervangende visgronden bij realisatie van kunstwerken.



Geen aanpassing




5B.
Het Ministerie van Economische Zaken heeft sinds enkele jaren het vissen op paling tijdelijk opgeschort in de maanden augustus, september, oktober en november. Het Ministerie van Economische Zaken is echter duidelijk in de tijdelijkheid van deze maatregel. De leges voor de visrechten worden nog door het ministerie voor het volle pond in rekening gebracht aan indiener. De huidige, tijdelijke, situatie van een deels palingverbod kan dus niet als referentie situatie worden gezien wanneer de schade van indiener wordt berekend (nav de VMR).



Zoals aangegeven bij de beantwoording van zienswijze 1 is de provincie Fryslân voornemens een subsidieregeling open te stellen.
Wij werken hierin samen met het Ministerie van Economische Zaken die de vergunningverlener is.

Wij zullen z.s.m. na vaststelling van de reactienota met u in gesprek gaan.




Geen aanpassing




5C. Volgens indiener gaat de VMR niet werken zoals voorspeld in de plannen. De visstand in het IJsselmeer is niet gebaat bij deze maatregelen.

Bij een verminderd "ecologisch resultaat" wordt de verhouding "geïnvesteerd gemeenschapsgeld/maatschappelijk (ecologisch) resultaat" ook anders. De VMR is volgens indiener verspilling van gemeenschapsgeld.

Redenen zijn met name de predatie van vis door o.a. aalscholvers, het gegeven dat er weinig fosfaat in het IJsselmeer voorkomt en daarmee het water te schoon is als leefomgeving voor intrekkende vis. De visstand in het IJsselmeer kan verbeterd worden door aanpassing van het spuiregime bij Kornwerderzand. In de praktijk komt het er op neer dat als het waterpeil aan de Waddenzee kant hoger is dan de IJsselmeerkant, de spuisluizen iets eerder open moeten. Vis wordt zo op natuurlijk wijze gestimuleerd (of geleid) naar het IJsselmeer.

Indiener wijst er op dat de huidige plannen voor een diepere en bredere sluis bij Kornwerderzand ook positief zijn voor de visstand. De grotere kolk zorgt voor een reservoir aan vis dat eenvoudig "over wordt gezet" naar de IJsselmeerkant.

Indiener is een groot voorstander van het meer aandacht geven aan de ecologische belangen die spelen rondom de Waddenzee en het IJsselmeer. De afgelopen decennia hebben zowel particulieren als de overheid té weinig aandacht besteed aan de natuur. We kunnen ons, gelet op de generaties ná ons, niet veroorloven de natuur te veronachtzamen.
Het is dan ook zeer goed dat het doel van de VMR (meer aandacht ecologie, een betere visstand) onderdeel is van Rijks- en provinciaal beleid. Er zitten echter grote denkfouten in het ontwerp en indiener vindt het daarom ook verspilling van gemeenschapsgeld. Op een andere manier spuien van de huidige sluizen heeft eenzelfde resultaat en kost amper geld.


De vraag of gemeenschapsgeld goed besteed wordt, is door de betrokken overheidspartijen reeds eerder met “ja” beantwoord. Onder andere door Provinciale Staten van Fryslân en Noord-Holland.

Daarnaast zijn subsidies verstrekt of zijn aanvragen in voorbereiding dan wel ingediend.

Het is te verwachten dat aalscholvers in de rivier gaan vissen. Maar de migrerende vissen hoeven hier niet buitensporig veel last van te hebben. Aalscholvers zijn zichtjagers en jagen overdag, terwijl trekvissen voornamelijk ’s nachts migreren (mede om die reden). Er wordt bovendien rekening gehouden met de aanleg van voldoende schuilmogelijkheden voor de vissen die zich overdag in de rivier bevinden.
De spuikom ligt nu vol met vissen die wel willen maar niet kunnen migreren. De meeste predatie (het doden en als voedsel gebruiken van dieren) vindt plaats op plekken waar de vis ophoopt omdat ze niet verder kunnen; de spuikom vormt nu een ‘tafeltje dekje’ voor vogels.
Door een nieuwe doorgang te creëren kunnen de vissen verder zwemmen en zullen de kwetsbare grote concentraties verminderen.
Door het enorme volume van de VMR is de dichtheid aan vis relatief laag, en voor aalscholvers dus minder interessant.
Naast de VMR zijn inderdaad ook andere maatregelen nodig die van invloed zijn op de visstand, zoals een flexibel peilbeheer, land-waterovergangen en reductie van de visserij. Voor een optimaal resultaat is het gewenst zoveel mogelijk van deze maatregelen uit te voeren.
Bovendien is er een breder nut dan alleen de versterking van de vispopulatie in het IJsselmeer: de VMR geeft toegang tot het IJsselmeer, maar dat is geen geïsoleerd systeem. Voor sommige soorten is het (vooral) opgroeihabitat, voor andere vooral een trekroute naar andere systemen. De hoeveelheden vis die via de VMR het IJsselmeer kunnen bereiken zijn significant ten opzichte van de huidige populaties van belangrijke soorten als (glas-)Aal en Spiering. Ook de Stekelbaars zal enorm profiteren en vormt samen met de Spiering het stapelvoedsel van visetende vogels in het IJsselmeer. Soorten als de Zwarte Stern, Visdief, Fuut, Grote Zaagbek en het Nonnetje zijn aangewezen (Natura 2000) soorten voor het IJsselmeer en nemen op dit moment in aantal af door voedselgebrek.

Zeeforel en Atlantische Zalm zijn zeldzame soorten geworden. Maatregelen in het Rijnstroomgebied zijn gericht op herstel van de populaties, en de VMR zal samen met de maatregelen bij het Haringvliet (het “Kierbesluit”) de voordeuren weer openen.

Het belang van een goede migratievoorziening is breder dan alleen het bereiken van de paaiplaatsen. De populaties van de spiering in Waddenzee en IJsselmeer zijn in de huidige situatie van elkaar gescheiden. Door de VMR kan er weer genetische uitwisseling plaatsvinden tussen deze populaties, een belangrijke factor voor een gezond herstel. Door deze uitwisseling worden vispopulaties in zowel Waddenzee als IJsselmeer versterkt en neemt de draagkracht toe.
Parallel aan de voorbereidingen van de VMR werkt Rijkswaterstaat aan visvriendelijk sluisbeheer, met hetzelfde doel als de VMR: het doorlaten van trekvis en getijdemigranten vanuit de Waddenzee naar het IJsselmeer. Recentelijk zijn onderzoeksgegevens beschikbaar gekomen van het visvriendelijk spuibeheer. Deze nieuwe informatie stelt ons in staat om een beter inzicht te geven in zowel de huidige situatie als het toekomstige visvriendelijk sluisbeheer. Op basis hiervan is de effectiviteit en de meerwaarde van de VMR nog beter getalsmatig te onderbouwen. Deze aanvullende informatie (“Aanvulling op het MER”)is beschikbaar en is onderdeel van de besluitvorming over het inpassingsplan door Provinciale Staten. Zie ook het advies van de Commissie m.e.r. in paragraaf 2.1.
In algemene zin – dit is ook in het MER te lezen – hangt het herstel van de estuariene migratieroute af van de passeerbaarheid van de vispassage.
De passeerbaarheid hangt samen met de volgende punten:

- Duur van openstelling van de passage;

- Hoeveelheid zoutwater die bij vloed binnen de VMR richting het IJsselmeer stroomt;

- Grootte van de lokstroom (de “vindbaarheid”);

- De aanwezigheid van een overgangszone met natuurlijk habitat.
Vismigratie-experts geven aan dat wanneer de bovenstaande vier punten optimaal zijn, de passage voor alle soorten geschikt is, en de passage-efficiëntie maximaal. De VMR scoort op deze onderdelen zeer goed.
Uit de getalsmatige vergelijking blijkt onder andere dat de VMR zwakke zwemmers en de rest van de achtergebleven vissen van de sterke zwemmers en getijdenmigranten bedient (nadat een deel via visvriendelijk sluisbeheer binnenkomt).

De VMR werkt dag en nacht, nagenoeg jaarrond en biedt een geleidelijke zoet-zout overgang voor specifieke soorten die dit nodig hebben (elft en fint).

Met de VMR wordt beoogd de totale passage-efficiëntie van Kornwerderzand te verhogen naar 70% van het volledige aanbod. Op dit moment is de passage-efficiëntie voor de meeste soorten zeer laag. Het visvriendelijk sluisbeheer gaat bijdragen aan het verhogen van de passage-efficiëntie van getijdenmigranten, de VMR gaat daar een schep bovenop doen en de passage-efficiëntie van alle zwakke zwemmers verhogen. De maatregelen zijn zowel kwalitatief als kwantitatief aanvullend aan elkaar.



Geen aanpassing

6.
Dhr. D. Wiersma (10 juli)

Indiener is visser en vist op de Waddenzee, waaronder ook in de sluiskom van Kornwerderzand. Heeft dit project nog nadelige gevolgen voor hem als visser?



Vooralsnog hebben wij geen gegevens dat u met vaste vistuigen vist binnen de begrenzing van het Inpassingsplan.

Mocht dit wel het geval zijn gaan wij met u in overleg.



Geen aanpassing

7.

Dhr. W. Draisma, Makkum (17 juli)



Indiener stelt de wijze van de ter visie legging ter discussie. Hij woont op 20 km afstand van het dichtstbijzijnde inspraakpunt.

We vinden het spijtig dat de indiener zich niet serieus genomen voelt in deze procedure. We zijn van mening dat de procedure zorgvuldig en correct is geweest; de tervisielegging heeft conform de wettelijke eisen plaatsgevonden.

Wij verwijzen kortheidshalve naar de kennisgevingstekst.

De mogelijkheid om contact te zoeken via mail en/of telefoon is aanwezig geweest. Ook is het ontwerp-inpassingsplan digitaal te raadplegen (geweest) op www.ruimtelijkeplannen.nl.



Geen aanpassing

8. Coöperatieve Producentenorganisatie Nederlandse Vissersbond IJsselmeer U.A., Emmeloord (31 juli)

8A.
Indiener plaatst grote vraagtekens bij nut en noodzaak van het huidige plan voor de VMR, zoals dit uiteengezet wordt in het MER/VMR met bijlagen en het ontwerp-inpassingsplan VMR. Indiener is van mening dat het plan maar een beperkt en qua belang ondergeschikt onderdeel van de totale vismigratieproblematiek rond de Afsluitdijk adresseert (namelijk uitsluitend de visintrek vanuit de Waddenzee naar het IJsselmeer), terwijl een aantoonbaar significant onderdeel van de vismigratieproblematiek (namelijk de uitspoeling en sterfte van zoetwatervis) geheel ongemoeid wordt gelaten.
Het plan voor de VMR richt zich geheel en alleen op het verbeteren van de intrekmogelijkheden voor vissen vanuit de Waddenzee naar het IJsselmeer. Dit is opvallend, want er zijn volgens indiener geen harde bewijzen dat het sluizencomplex een onoverkomelijke barrière voor intrekkende vissen vormt. Sterker nog, er zijn vele bewijzen dat diverse vissoorten (zoals paling, bot, jonge haring, zeeforel) succesvol vanuit de Waddenzee intrekken via de bestaande sluizencomplexen. Paling en bot hebben ook lange tijd grote en vitale populaties gevormd in het IJsselmeer, hetgeen volgens indiener aantoont dat zelfs een omvangrijke intrek mogelijk is via de bestaande sluizencomplexen.

Daar komt nog bij dat Rijkswaterstaat werkt aan een verdere verbetering van de intrekmogelijkheden via de bestaande sluizencomplexen middels aanpassing van het beheer van de spuisluizen. Recent onderzoek toont aan dat dit heel goed werkt.


In tegenstelling tot de intrekmogelijkheden voor vissen vanuit de Waddenzee is de uitspoeling van zoetwatervissen vanuit het IJsselmeer naar de Waddenzee via de spuicomplexen wèl een aantoonbaar en omvangrijk probleem. Indiener verwijst hierbij naar een aantal rapporten.


Indiener vindt het zeer opvallend en onacceptabel dat de huidige VMR het aantoonbaar omvangrijke probleem van uitspoeling en sterfte van zoetwatervis geheel niet aanpakt.
Indiener hecht een groot belang aan het aanpakken van dit probleem, omdat de uitspoeling en sterfte van zoetwatervis een significante derving van inkomsten van de commerciële lJsselmeervisserij veroorzaakt.



Voor de beantwoording van vragen over nut en noodzaak wordt verwezen naar de beantwoording bij zienswijze 5C.

Het ontwerp van de VMR is primair gericht op het faciliteren van de trekvissen en de getijdemigranten.

Het is bekend (info Rijkswaterstaat) dat er in de huidige situatie al terugkeer van uitgespoelde zoetwatervis plaats vindt door de schutssluizen. Ook de VMR zal door de twee openingen i de strekdam van de spuikom aa de Waddenzeezijde een terugkeermogelijkheid bieden voor uitgespoelde zoetwatervis.

Het probleem van uitspoeling van zoetwatervis is inherent aan het spuien van zoet water van het IJsselmeer naar de Waddenzee.

Het is echter een knelpunt van een geheel andere orde en niet het primaire doel van de VMR.
In de “Aanvulling op het MER” is op pagina 18 de volgende tekst opgenomen:

Een heel ander effect van het spuibeheer op de IJsselmeerpopulaties is het onbedoeld uitspoelen van zoetwatervis. Door het volume en kracht van de spuistroom wordt jaarlijks een deel van de zoetwatervissen uitgespoeld. Dit betreft met name pos in de winter, schieraal en spiering in het najaar en (opmerkelijk) haring in het voorjaar, en kan oplopen tot 15% van de jaarlijkse aanwas. Uit monitoring tijdens het project Visvriendelijk Sluisbeheer Afsluitdijk en Houtribdijk is bekend dat een deel van deze vis zijn weg terug weet te vinden via de schutsluizen; de vissen tonen actief zoekgedrag om de weg terug te vinden. De VMR biedt een permanente terugkeermogelijkheid direct naast de spuisluizen. Met name dit permanente is van belang omdat zoetwatervissen maar tot enkele uren na uitspoeling te kans hebben terug te keren (Banning, 2014). Daarna wordt het zoutgehalte te hoog zodat de uitgespoelde zoetwatervis sterft.”










8B.
Indiener vindt de gekozen oplossing erg technisch van aard en qua effectiviteit voor de intrek van vis onzeker. Er is namelijk geen sprake van een vrije doorgang, maar van diverse compartimenten gescheiden door schuiven, die met de getijbeweging periodiek open en dicht gaan.



Binnen de randvoorwaarden van deze locatie (veiligheid en bescherming van het zoetwaterreservoir) is het de ontwerpfilosofie geweest om de natuurlijke situatie zo dicht mogelijk te benaderen. Daarmee wordt het natuurlijk gedrag van de vis zo goed mogelijk gefaciliteerd en zal de effectiviteit het hoogst zijn.

Er is geen sprake van compartimentering die de vrije doorgang van vis zou belemmeren.


De doorgang door de Afsluitdijk wordt alleen gesloten bij hoge waterstanden op de Waddenzee (mogelijk enkele keren per jaar).

De uitstroomopening in het IJsselmeer wordt alleen gesloten indien het zoutgehalte daar onaanvaardbaar toeneemt. De modellering van de VMR laat zien dat dit vrijwel nooit voorkomt.





Geen aanpassing




8C.
Indiener vindt het plan erg duur en is van mening dat er betere en goedkopere alternatieven zijn, die bovendien de totale vismigratieproblematiek adresseren in plaats van slechts een onderdeel.

Ten eerste juicht indiener de eenvoudige, goedkope en aantoonbaar effectieve aanpassing van het beheer toe die Rijkswaterstaat voornemens is door te voeren. Hiermee zuIlen de intrekmogelijkheden verder verbeterd worden.

Ten tweede wijst indiener op een alternatief voor de VMR dat technisch veel eenvoudiger is, dat een stuk goedkoper is én dat het probleem van uitspoeling van zoetwatervissen wèl aanpakt.

Voor de vraag of het plan te duur zou zijn wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 5.

Indiener wijst op een alternatief voor de VMR. Wij zijn bekend met dit alternatief. Onderdeel daarvan is dat er een aanzienlijke hoeveelheid zout water wordt ingelaten op het IJsselmeer.

Van belang daarbij is dat in de notitie Reikwijdte en Detailniveau (februari 2014) is aangegeven welke alternatieven uitgewerkt konden worden. Alternatieven waarbij grote hoeveelheid zout water in het IJsselmeer komen zijn als niet toelaatbaar beoordeeld.

Het alternatief waar de indiener op doelt is niet haalbaar omdat er geen sprake is van een gecontroleerde zout-zoet overgang en tegelijkertijd een aanzienlijk deel van het IJsselmeer zout tot brak wordt.

Indiener geeft aan dat dit alternatief een stuk goedkoper zou zijn. Dat is niet aantoonbaar gemaakt.










8D.

Indiener vindt dat een herbezinning op het plan nodig is (bezint eer ge begint) en vindt dat hier tijd en ruimte voor moet worden gecreëerd (hetgeen indiener ook goed mogelijk acht). In de afgelopen maanden heeft indiener dit ook gepoogd te bewerkstelligen middels overleg met diverse partijen (o.a. Waddenfonds, Commissie lJsselmeervisserij ovv Sharon Dijksma), maar tot op heden zonder resultaat. Hier maakt indiener zich grote zorgen over; het lijkt wel of het proces belangrijker is dan de inhoud.




Ten behoeve van de orde zijnde besluitvorming is op een zorgvuldige wijze onderzoek verricht, onder meer in de vorm van een MERt De onafhankelijke Commissie m.e.r. heeft in haar toetsingsadvies aangegeven dat daarmee alle essentiële informatie voor het bevoegd gezag aanwezig is om een weloverwogen besluit te kunnen nemen. Er is geen sprake van een onzorgvuldige voorbereiding van de besluitvorming. Alle relevante wettelijke en beleidsmatige toetsingskaders zijn in acht genomen. Voorts is op de daartoe geëigende momenten inspraak geboden en is op de binnengekomen reacties gereageerd. Dat alles neemt niet weg dat de VMR een project betreft met een hoog innovatief karakter waaraan bepaalde onzekerheidsmarges inherent zijn. Met dat gegeven is rekening gehouden in het ontwerp, terwijl er voorts een brede monitoring wordt opgezet (zie hierover onder het kopje “Tenslotte” aan het eind van de Aanvulling op het MER). Ook na de besluitvorming en na de aanleg van de VMR zal het functioneren van de VMR onderwerp van onderzoek blijven en zullen er zonodig aanpassingen worden doorgevoerd.

.



Geen aanpassing


  1   2   3

  • Procedures en besluitvorming project Vismigratierivier
  • 1.1 Het project Vismigratierivier
  • 1.2 Procedure en besluitvorming
  • 1.3 Ingediende zienswijzen en advies
  • Standpunt provinciaal bestuur
  • Beantwoording zienswijzen

  • Dovnload 1.49 Mb.