Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Rebekka als archetype van Tif'eret in Jetzira

Dovnload 46.11 Kb.

Rebekka als archetype van Tif'eret in Jetzira



Datum21.09.2017
Grootte46.11 Kb.

Dovnload 46.11 Kb.

REBEKKA als archetype van Tif'eret in Jetzira.

Aan het betekenisveld rond tif'eret voeg ik het archetype van Rebekka toe. De traditie, die Jacob met tif'eret verbindt, verander ik niet. Ik breid haar uit. Ik zie de bijbelse vrouwen niet alleen als aanvulling van de aartsvaders of als teken van de goddelijke aanwezigheid. De aartsmoeders staan op zichzelf en vertegenwoordigen elk een kwaliteit.

Ik hoop hiermee inzicht in het sefira te verdiepen, en de integratie van mannelijk en vrouwelijk in elk mens te bevorderen.

Rebekka's naam is afgeleid van het werkwoord verbinden.1 Rebekka verbindt verschillende aspecten. Zij vertegenwoordigt de kracht van verbinding die schoonheid aan het licht brengt. Ze is de boeiende, de wetende, die mensen naar hun bestemming leidt. Rebekka is de stem van tif'eret, van de ziel.

Wiens dochter ben je? Vertel me dat toch!2

Deze vraag stelt Eliëzer,aan de jonge vrouw die naar de bron komt om water te putten. Vlak na Sara’s dood stuurt Abraham zijn vertrouweling naar het land waar Sara en hij oorspronkelijk vandaan komen, om een bruid voor hun zoon Izaäk te zoeken. 3

Eliëzer gaat op weg. Een reis waar je normaal zeventien dagen over doet, legt hij volgens de legende in een dag af. Bij de waterbron bidt hij tot de God van Abraham en vraagt hij om een teken, Abraham (chesed)waardig: als hij om water vraagt en een vrouw biedt aan om ook de kamelen te drenken, dan zal zij de vrouw voor Izaäk zijn. Hij is nog niet uitgesproken en daar is ze al.4

Het meisje, de maagd Rebekka komt, ze is 'zeer goed om te zien'. Ze put water uit de bron. Eliëzer snelt haar tegemoet, vraagt om water, ze laat snel haar kruik op haar hand zakken en laat hem ruim drinken. Rap drenkt ze ook zijn tien kamelen. Eliëzer slaat het gade. Ze voldoet aan het teken waar hij om vroeg. Maar hij weet niet of ze familie is en of ze mee wil gaan. Nu moet de waarheid aan het licht komen.

Rebekka zegt: “De dochter van Bethuël ben ik, – de zoon van Milka...” Eliëzer dankt de God van Abraham. Rebekka rept zich naar huis en vertelt alles aan haar moeder. Rebekka's broer Laban spoedt zich naar de bron en nodigt hem uit. Eliëzer maakt zijn doel direct bekend. Hij vertelt wat zich afspeelde bij de bron, moeder en broer horen toe. Na het verhaal zeggen ze “van JHVH is dit woord uitgegaan! Wij zijn niet bij machte een woord tegen u uit te brengen......Zie hier, Rebekka voor uw aanschijn, neem haar mee en ga .” De volgende morgen wil Eliëzer vertrekken. De twee waren overrompeld. Maar nu de glans van het heilige weg is, komt het dagelijkse bewustzijn weer naar voren.5 Ze dringen aan op uitstel. ”Wacht nog een dag of tien...”. 6 “Ga je, met deze man?” vragen ze. Eliëzer had om chesed en emet, liefde en waarheid gevraagd. Zij zegt “Ja, ik ga mee”, 7 zeer zeker, uit mijzelf. Bij haar beklijft de glans van het gebeuren. Ze geeft chesed vorm, door mee te gaan en tif'eret, waarheid, door te staan voor de waarheid die ze kent, ondanks gewoontes en druk van familie.

Ontmoeting in het veld.

Izaäk komt terug van de bron Lachai Roi, “de Levende die mij ziet”, de bron waar Hagar haar zielenstrijd streed. Izaäk is tegen de avond het veld in gegaan en in diepe meditatie verzonken.8 9 In de beschrijving van de ontmoeting van Izaäk en Rebekka klinkt ‘tweestrijd’ op de achtergrond. Het beeld vult zich met de adem van een gewijde plek, een altaar, heilige bomen, inkeer.

De stilte van de avond daalt neer.

Op de voorgrond komt Rebekka, “zeer goed om te zien”, dat wil zeggen “vol goddelijke aanwezigheid. Rebekka ziet hem, ziet de diepte van de stilte, laat zich van de kameel afglijden. Een geladen scene vol spirituele passie, goede gloed. Rebekka vraagt wetend: 10 “Wie is gindse man?” Eliëzer bevestigt “Mijn heer”. Rebekka bedekt haar gezicht met een sluier. Izaäk brengt haar in de tent van Sara. Zij wordt hem tot vrouw en hij krijgt haar lief.
Het tempo in dit verhaal ligt hoog. Buiten- en binnenwereld vallen samen. Een alert bewustzijn en vóór-weten draagt de vorm van de handeling die er op volgt in zich. Dit illustreert de kwaliteit van Tif’eret. De Zohar noemt Rebekka het symbool van de driehoek van de ziel, de sefirot chesed, gevoera en tif'eret.11 Hier wordt ze vooral in de kwaliteit van tif'eret beschreven. Tif'eret, 'schoonheid',is het centrale punt in de psyche, het zelf. Op de Jacobsladder valt het samen met de malchoet van de geest, koninkrijk der hemelen. De deur gaat open waar verschillende bewustzijns niveau's in elkaar klikken door de verbinding tussen malchoet en keter in bri'ja. Malchoet bri'ja vertegenwoordigt de dringende roes die over een mens komt die de Geliefde begint te ontdekken. Het samenvallen van ziel en geest doet een glimp oplichten van achter de sluier. 12

Zij bedekt haar gezicht. Het licht dat ze is kan verblindend zijn als de zon. 13Zij wikkelt zich in ten behoeve van Izaäk. Ze ontmoeten elkaar tegen de avond, een toestand van sluimerend bewustzijn. De snelheid van geest haar eigen bedekt ze met een sluier. In haar Tif'eret kwaliteit past ze zich snel aan, ze ziet de waarheid van een situatie. Ze heeft niets te verliezen, ze handelt vanuit rust in zichzelf.

De tent.

“Dan doet Izaäk haar komen in de tent van Sara, zijn moeder: hij neemt Rebekka aan, zij wordt hem tot vrouw en hij krijgt haar lief; zo wordt Izaäk getroost na (de dood van) zijn moeder”. Een midrasj zegt: alle jaren van Sara’s leven hing er een wolk bij de ingang van haar tent; toen ze overleed, ging de wolk weg. Maar zodra Rebekka kwam, keerde de wolk terug. Toen Izaäk zag dat Rebekka deed als zijn moeder, bracht Izaäk haar in de tent van Sara, zijn moeder”.14

Rebekka is Izaäk tot troost omdat zij Sara weerspiegelt. Izaäk mist de kwaliteit van de moeder. Sinds haar dood is hij niet meer verbonden met de bron van licht. Zijn psyche stagneert in verdriet. “Zodra Rebekka binnen kwam, verscheen Sara's gezicht..niemand zag haar, behalve Izaäk, dus zo werd Izaäk getroost nadat zijn moeder zich manifesteerde”. 15 Izaäk herkent de geestelijke kwaliteit van Sara in Rebekka. Zij sluit hem weer aan op de bron van het leven, op Keter. Tif'eret trekt gevoera vlot, weekt verstarring los. Het objectieve zien van Tif'eret dat liefde is, bewerkstelligt verandering.

Rebekka is de echo van Sara.16 Het bestaan van tif'eret is gekozen en verborgen in keter, de bron.17


De sacrale rol van Rebekka.

Rebekka wordt maagd en jong meisje genoemd, ze wordt vrouw en moeder.

Het krijgen van kinderen behoorde niet tot haar primaire taak. Ze blijft maagd, ook al is ze bij een man, omdat ze de pure goddelijke gaafheid vertegenwoordigt.18 Het zorgen voor de vereniging van mannelijk en vrouwelijk op het juiste moment, het leven doorgang doen vinden is haar taak.
De geboorte van twee.
Als Rebekka na 20 jaar zwanger wordt is de zwangerschap zwaar. Er zijn twee kinderen in haar schoot die tegen elkaar aan botsen. Ze lijdt. “als het zo gaat, waarom ik, zo?” Haar existentiële vraag behelst het antwoord: “twee volkeren zijn in je schoot, twee stammen, uit elkaar al, de ene zal sterker zijn dan de andere, de oudste zal de jongste dienen”.19 Ze gaat in zichzelf bij JHVH te rade. Ze daalt in het midden dat ze zelf is, af. Een bemiddelaar is niet nodig.

Rebekka beklaagt zich niet. De pijn van binnen schreeuwt de roep om inzicht. De ziel zoekt de zin van het leven en de taak van de ziel. Wie ben ik? is een tif'eret-vraag. Het antwoord is de keerzijde van de spiegel. JHVH, het Leven zelf, hoort haar, de vraag draagt het antwoord al in zich. Ze weet dat de 'gewone' sociale orde op zijn kop gezet wordt, opdat het geestelijk leven voortgang vindt.


Tif’eret draagt een paradox in zich en is de zetel van de vrije wil. Het individu draagt verantwoordelijkheid voor keuzes en de consequenties ervan. Keuze sluit niet uit, maar geeft aandacht aan wat de ziel aan het licht brengt en glans geeft.

Het proces van bewustwording van het zelf is vaak pijnlijk. Rebekka roept haar vraag uit tijdens heftige pijnen. Het lijden van pijn kan deuren van inzicht openen. De innerlijke stem laat zich horen. Met Rebekka’s zwangerschap van twee worden de barensweeën beschreven van het groeiend bewustzijn van het zelf. Zij baart de dualiteit, die spanning veroorzaakt en groei mogelijk maakt.20

Het eerste kind is een rossige, harige jongen, hij gaat Esau, “ruigrok” heten 21. Het tweede kind is glad en houdt de hiel, de ekev, van het eerste kind vast bij de geboorte. Hij gaat Jacob heten, “hij houdt de hiel vast”. Esau heeft de zwakke achilleshiel. De verbinding tussen Jacob en Esau wordt treffend beschreven: Jacob laat Esau niet los, hij houdt hem in toom. Izaäk is gesteld op Esau, de actieve jager, die valstrikken uitzet en zich verstopt. Hij houdt van het wildbraad en de sterke verhalen die Esau op dist. Rebekka heeft affiniteit met Jacob, hij houdt van de rust bij de tenten. Jacob wordt een oprecht man genoemd, niet geplaagd door twijfel, een jong,niet getoetst zelf.

Esau wordt geplaatst op het sefira jesod, dat voor het ego staat: het vluchtige element. Het moment is de norm. Niet in de zin van ‘leven in het nu, maar van: het moment bepaalt.

Jacob wordt op het sefira Tif'eret geplaatst. Hij zit, verwerkt, zet van binnen om. Hij is gericht op het innerlijk, de innerlijke chochma, vader, en innerlijke moeder, bina.
Het korte verhaal over de rode linzensoep illustreert het verschil tussen Jacob en Esau, tussen zelf en ego. Een bestaande gewoonte, het (ver)kopen van het eerstgeboorterecht, wordt verbreed naar geestelijk erven.22

Jacob, het zelf, eigent zich toe wat hij tot nu toe aan Esau overliet.23 Jacob neemt het initiatief om de psyche te gaan leiden. Voor het zelf zijn de maskers van het ego onmisbaar. Esau heeft de capaciteit om de lichtdrager te ondersteunen, niet om de lichtdrager te zijn.

In een moralistische schriftuitleg heeft Rebekka het stempel gekregen van meedoen aan list en bedrog. Die exegese gooit het kind met het badwater weg:

Rebekka als krachtige aartsmoeder die opkomt voor de ziel.


De sacrale rol van Rebekka.
Izaäk is zestig jaar oud, ziet slecht en bereidt zich voor op de dood. Hij roept Esau om hem de zegen van de eerstgeborene te geven. Eerst wil hij van een jachtschotel genieten.24 Esau gaat direct op jacht.

Rebekka heeft Izaäk's woorden gehoord. Zij ziet wat Izaäk niet ziet en zegt tegen Jacob dat Izaäk Esau wil gaan zegenen “in de aanwezigheid van JHVH”. 25 Zij prent Jacob in dat het gaat om het doorgeven van de zegen van Abraham, door Izaäk, naar Jacob, om het behoud van de zielekwaliteiten. Jacob moet een door Rebekka bereidde schotel van twee geitenbokjes naar Izaäk brengen om de zegen te ontvangen. De integere Jacob stribbelt tegen. Hij wil geen vloek op zich laden.26 Hij wil zijn identiteit behouden, niet ontmaskerd worden. Rebekka zet door. Zijn je armen niet harig genoeg? De vacht van de geitebokjes voor je armen en nek! Als Izaäk het door heeft? Dan draag ik de vloek! Rebekka zegt drie keer “luister, hoor naar mijn stem””27.

Ze houdt aan, ze duwt Jacob de manifestatie in, trekt hem over de drempel heen.28 Jacob gaat de tent van Izaäk in, Izaäk vraagt wie het is. Jacob:‘Ik, Esau, uw eerstgeborene’. Izaäk voelt en luistert en zegt “de stem is de stem van Jacob, de hand is de hand van Esau”. Ze kussen elkaar. Izaäk herkent de geur van Abraham, van het veld, van de sjechina. Dat geeft bij Izaäk de doorslag: hij geeft de zegen van vermeerdering aan de stem, aan de ziel, aan tif'eret.29

Esau komt terug en zint op wraak, hij kan Jacob wel vermoorden. Izaäk is bang dat hij de bestaande strukturen geweld aan gedaan heeft.30 Hij is gerustgesteld zodra Esau vertelt dat Jacob het eerstgeboorterecht al had.

ZRebekka stuurt Jacob naar haar broer. De twee moeten nu uit elkaar. Tijd en afstand moeten Esau bekoelen en Jacob volwassen en objectief maken.
Blessing in disguise.

Waarom dit spel?

Een inwijdingsritueel ter ere van Azazel (Dionysus, Pan) is informatief. Twee deelnemers aan een ceremonie, gehuld in vermommingen van geitenvellen, staan bij een kokende ketel, waar de priesteres (Rebekka) over gaat. De een (Esau) heeft peil en boog, de ander (Jacob) wordt ingewijd in de mysteriën door de oude leider van de broederschap (Izaäk). De oude fluistert de geheime formule in zijn oor, zegent hem en geeft hem (in plaats van zelf te krijgen) een stuk geit te eten. Deze ceremonie behelsde waarschijnlijk een symbolische dood en opstanding van de inwijdeling. De twee bokjes kunnen verwijzen naar het twee maal tonen van hetzelfde bokje:eerst wordt het van de moeder weggehaald, dan wordt het in de kokende melk gedaan. Misschien is dit de achtergrond van het raadselachtige verbod in Deuteronomium 14, om een bokje in de melk van de moeder te koken. 31 Het ritueel maakte deel uit van de verering van Astarte, dus het verbod is in wezen een verbod tegen de verering van de moedergodin. 32

De episode over Rebekka als inspirator draagt sporen van deze verering.

Kabbalistische geduid:

In de dagelijkse werkelijkheid is jesod tastbaar en zichtbaar. De tif’eret kwaliteit gaat schuil achter maskers van het ego. Achter het tentdoek schuilt het zelf. Af en toe breekt de glans van de ziel door. Rebekka omhult Jacob om de zegen van Izaäk te krijgen. 33Izaäk heeft de vormkracht van geur van veld en wild nodig om de zegen door te geven. Gevoera kan gegevens aan Tif’eret doorgeven, maar tif’eret beslist. Als gevoera bepaalt, raakt de situatie uit balans. Rebekka hoorde wat Izaäk zei = tif'eret ontvangt de boodschap van gevoera bewust.


Rebekka draait de rollen om. Ze behoedt de voortzetting van de spirituele traditie in de lijn van de God van Sara en Abraham en Izaäk, de weg van de ziel. Ze maakt de weg vrij voor Jacob, die stamvader van twaalf geestelijke principes zal worden. Ze bekleedt hem met vitale ziel, de dierenhuid, maakt een verbinding met Izaäk, ze wijdt hem in. Ze kookt, ze werkt aan het metabolisme in de menselijke ziel. Ze stuurt hem weg om de traditie te behouden. Ze verbindt en scheidt waar nodig.

Jacob gaat in de tif’eret kwaliteit geestelijk vrucht dragen. Hij vult de zegen van Abraham en Izaäk aan opdat ze continu gedeeld kan worden. Zoals de zon onophoudelijk haar licht uitzendt en niet op raakt.

Als het ego even het veld heeft geruimd (niet dominant is)helpt Rebekka Jacob om in het animale deel van zijn psyche te stappen. De rijke geest in Jacob heeft armen en benen nodig om de strijd aan te gaan. Jacob incarneert dieper. Hij wordt complexer en gaat het leven aan.34

Rebekka's helende taak zit verborgen in de tekst. Ze wekt de mensen om haar heen tot leven en stimuleert het realiseren van geestelijk potentieel. De vraag naar de zin van haar leven beantwoordt ze met authentieke daden. Ze spreekt zodra de verwerkelijking van bestemming gevaar loopt. Ze speelt een sleutelrol in het doorzetten van de spirituele lijn. Zij opent de deur voor Jacob naar geestelijke volwassenheid. Ze zal hem niet meer zien. Dat is het offer dat zij brengt. Dergelijke offers worden door de ziel gebracht. Ze heeft de gave om in de waarheid van het moment te staan, ze is in contact met verleden en toekomst. Ze neemt de onuitgesproken vloek op zich in volle verantwoordelijkheid. Dit verwijst naar de last van het leven naar de geest dat door het dagelijks bewustzijn amper gezien en herkend wordt.

Rebekka is de beweging in de ziel. Zij is de vraag naar 'wie ben ik?' en het antwoord “ik ben” in haar daden. Zij is de stem van de ziel.35

Haar stem is het altaar van de juiste orde, afkomstig uit keter. Ze straalt als de zon. De stralen zijn te fel om in te kijken, je kan er blind van worden. De zon laat zich makkelijker indirect waarnemen in de vorm van schaduw.


Magda van der Ende.
In Warren Kenton herkende ik rond 1985 een authentieke leraar. Het pad van bewustwording kon ik onder begeleiding van hem gerust gaan. Hij bevrijdde me, met behoud van liefde voor de traditie, van de dwingende, confessionele hand der vaderen en hielp me liefdevol glimpen op te vangen van God's universele liefde. Het vertalen van zijn “Kabbala en Exodus” zette me op het spoor van kabbalistische bijbeluitleg. “You will write your own books”, zei hij jaren geleden. Nu werk ik aan een boek over tien bijbelse vrouwen en de tien sefirot. Een fragment ervan bied ik hierbij aan, uit respect en dankbaarheid voor het doen klinken van de stem van de ziel.
Magda van der Ende (1947) studeerde theologie in Utrecht en Roemenië. Vanaf begin jaren tachtig had ze belangstelling voor joodse mystiek en de ontmoeting met Warren Kenton verdiepte en bestendigde die weg. Na jarenlangedeelname aan de groep in Bilthoven begon ze met het geven van lezingen en cursussen van uit “De Expeditie” in Amersfoort. Daarnaast begeleidt ze mensen individueel in hun geestelijke zoektocht. Zie www.antenna.nl/expeditie
Gebruikte literatuur.
*Uit alle werken van Halevi put ik kennis over kabbala*.

Bereishis, Art Scroll Tanach series I (a en b), Mesorah Publications, 1995

Campbell, J., Occidental Mythology, Penguin Books, 1964.

Cordovero, M, Pardes Rimonim 1 – 4, vertaald door E. Getz. www.everburninglight.org

Frankiël, E. Sacred Therapy, Shambala, 2005.

Frankiel, T, The Voice of Sarah, Harper San Francisco,1990.

Gesenius, W, Hebräisches und Aramäisches Handwörterbuch, 17-de druk, Leipzig,1921.

Gottlieb Zornberg, A., The Beginning of Desire, Shocken, New York, 1995.

Graves, R., The White Goddess, Farrar, Straus and Giroux, New York, 1975.

Halevi, Z. The Work of the Kabbalist, Gatewaybooks, 1984.

Idel, M., Hasidism, State University of New York Press, 1995.

Kaplan, A., Meditation and The Bible, Samuel Weiser, 1968.

Zohar II, Pritzker edition, vertaald door Matt, D., deel II, Stanford, California, 2004.

Naardense bijbel, Pieter Oussoren, Skandalon, 2004

Oosterhuis, H., In den beginne, Het boek Genesis, Prometheus, 1990.

Ouspensky P.D., In search of the Miraculous, Harcourt, 1949 – 2001

Pahmeier, Joh.M., Het spiegelbeeld van God, Ankh-Hermes,1999.

Patai, R., Gates to the old city, Avon Publishers, 1980

Rashie's Pentateuch-commentaar, vertaald door A. S. Onderwijzer, I, 1895.

Schwartz, H., Tree of Souls, Oxford University Press, 2004.

Teubal,S. J., Sarah The Priestess, Swallow Press, 1984.

Tishby,I., The Wisdom of the Zohar III, Littman Library of Jewish Civilization, 1989




1Gesenius, onder Rivka.

2 De Rebekkacyclus is te vinden i n Genesis 24 – 28, vers 10. Vertaling: Naardense bijbel

3De historische overgang van het voortzetten van de familielijn via de moeder naar die van de vader en de overgang van erfrecht van het tweede kind (matrilineair) naar het eerste kind (patrilineair) geeft het verhaal extra spanning. Teubal.


4Zie Jesaja 65 : 24 “voordat ze roepen zal Ik antwoorden, als ze nog praten, zal Ik horen”. In Tishby III, 1054.

5Ze beleefden een moment van Tif'eret bewustzijn, dat toegang geeft tot Gadloet, een toestand van ruim bewustzijn. Nu leven ze weer in Katnoet, de toestand van dagelijks bewustzijn. Termen: zie Halevi, The Work of the Kabbalist, 84, 115, 182 en 65, 115.

6Rashi vertaalt : een jaar, of tien maanden. Zoveel tijd staat men een maagd toe om zich te voorzien van kleinodiën ….... Bij Genesis 24 : 56.

7Eileich, Genesis 24 : 58

8 Kaplan, Meditation and the Bible, 101 – 102.Het woord 'siyach' wordt gebruikt, dat innerlijk spreken met God

betekent en ook verwijst naar het zoeken van een toestand van verlichting en contact met de Heilige Geest.



9Bereishis, I, 959. Ibn Ezra vertaalt met 'bomen' . Dat verwijst naar mediteren bij heilige bomen.

10Bereishis I, 962, Ibn Ezra stelt voor de volgorde te veranderen; eerst vroeg ze wie het was en toen ze wist dat het Isaac was, liet ze zich van de kameel glijden. Deze uitleg verzwakt de innerlijke kracht van de scene en van de voorkennis van Rebekka.

11Matt, Zohar II, I – 136b.

12Tif'eret jetzira overlapt in assija keter, de kroon van de wereld van doen, maken, actie. In de loop van het verhaal is Rebekka ook in het materiële praktisch en snel. Immanent en transcendent zijn niet gescheiden. Hoog en laag, binnen en buiten, kan ze verbinden.

13De zon wordt op Tif'eret geplaatst.

14Bereishis I, 963

15Matt, Zohar II, 1 – 133a.

16Frankiel The voice of Sarah, 11

17Cordovero, M, Pardes Rimmonim, 135.

18Keter – chochma – bina: het maagdelijk goddelijke, nog niet gedifferentieerd.

19 Oosterhuis, In den Beginne, 99.

20Pahmeijer, Spiegelbeeld, 120 – 121: In mythologiën komt het thema 'tweeling' vaak voor; Sophia baarde de ruwe Jaldabaoth en de Verlosser . In Egypte waren er de tweelingzusters Nephtys (dood) en Isis (leven) en de tweelingbroers Seth (de boze ) en Osiris (de goede). Esau de jager en Jacob de herder zijn de joodse variant op dit archetypische thema.

21Naardense Bijbel, Genesis 25 : 25.

22Campbell, 120, Occidental mythology : Vanaf 1800 komen er volken uit het oosten, die zich vermengen met de Semitische stammen in Syrië en Palestina. De Hurrieten praktiseerden de gewoonte van het verkopen van het geboorterecht. 121: Van 1500 – 1250v.g.j. hadden ze een krachtig koninkrijk in het gebied waar Haran, de stad waar Abraham en Sara tijdelijk verbleven, onder valt (het huidige Kurdistan).

23Uit “In search of the miraculous “, Ouspensky, 38. “Hier schuilt niets onrechtvaardigs in, want zij die kennis ontvangen nemen niets dat een ander toebehoort, ze doen anderen niets tekort; ze nemen alleen wat anderen verworpen hebben als nutteloos en wat zonder meer verloren zou gaan als zij het niet zouden nemen”. Vertaling van mij.

24Bereishis I, 1125, Malbim. Als het lichaam 'een goed gevoel heeft', zal het niet opspelen en de bron van zegen storen. “Feed the animal”, zei Warren Kenton tijdens een workshop in Nederland.

25Bereishis I, 1121, Genesis 27 : 5; er wordt verondersteld dat ze Izaäk altijd afluisterde als hij met Esau sprak! Maar ook dat ze via haar profetische gaven wist wat zich afspeelde.

26Gottlieb Zornberg, “The Beginning of Desire”, 146 – 150.

27Genesis 27 : 13, 43.

28Tishby III, 1483, 1487. “De zielen van de rechtvaardigen worden op de proef gesteld door hen af te laten dalen naar “de andere kant”......om hun eminentie te laten zien”.

29Schwartz, 353. De Oegaritische verhalen over Aqhat de jager en Anat, die de erfenis probeert te stelen vertonen overeenkomst met deze Bijbelse episode.

30Rashi, Genesis 27 : 33.”daarom was ik angstig en verschrikt, dat ik misschien overschreden had de perken van het recht; nu..heb ik den eerstgeborene gezegend.... hij zal dan ook gezegend blijven”.

31Graves, The White Goddess, 218, 219.

32Idem, dit citeert Graves uit de Gids der verdwaalden van Maimonides, twaalfde eeuwse Spaans joodse leraar , n.2.

33Gates to the old city, Patai, 286. Adam en Eva ontvingen mantels van de Ene. Adam gaf de mantel door aan Seth en via Methusaelem , Noach, Sem, Abraham, Isaac kreeg Ezau de mantel. Rebekka bewaarde de mantel in haar tent. Jacob ging de tent in met de mantel om en Isaac snoof dezelfde geur op als die hij rook toen hij door Abraham op het altaar gebonden werd. (Het gaat hier om de spirituele traditie die in de vorm van een mantel doorgegeven wordt, interpretatie van mij).

Zohar 1: 142b : Jacob was net zo mooi als Adam, toen hij nog in de hof van Eden was. ...Pas toen Isaac de geur van schoonheid rook, wist hij dat de drager van de kleren de zegen waard was. Rebekka bewerkstelligde dat de geur van het paradijs terecht kwam bij degene die die de weg naar het paradijs kon gaan en weer openen.



34Sacred Therapy, Frankiël, E, 215.

35Idel, Hasidism, 216 : Waar keter de verheven mond is, is tif'eret de stem, en malchoet het spreken, M. Cordovero in Élimah Rabbati, fol. 132d. Noot 36.


Dovnload 46.11 Kb.