Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Rechtbank 's-hertogenbosch sector Kanton, locatie 's-Hertogenbosch

Dovnload 18.09 Kb.

Rechtbank 's-hertogenbosch sector Kanton, locatie 's-Hertogenbosch



Datum05.04.2017
Grootte18.09 Kb.

Dovnload 18.09 Kb.

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH
Sector Kanton, locatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer : 770098


Rolnummer : 11-6358
Uitspraak : 19 januari 2012

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [adres],
eiser,
gemachtigde: mr. F.P.J. Schraa,

t e g e n :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HTRS Nederland B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. drs. J.C.H de Bruijn.

Partijen zullen verder worden aangeduid als '[eiser]' en 'HTRS Nederland'.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:


- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek,
- de antwoordakte na in geding gebrachte producties.

Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag.

De feiten

[eiser] is geboren op 30 januari 1970. Hij is op 1 augustus 2006 bij ACTS Nederland BV, thans genaamd HTRS Nederland, in dienst getreden. [eiser] is aanvankelijk als materiaalbeheerder werkzaam geweest. Vanaf 1 juni 2009 is hij aangesteld als fleetmanager, tegen een laatstelijk genoten salaris van € 3.727,00 bruto per maand. HTRS Nederland houdt zich bezig met vervoer per spoor. Als fleetmanager was [eiser] verantwoordelijk voor het beheer en het beschikbaar houden van voldoende locomotieven, wagons en containers voor HTRS en haar klanten.

Op 5 juli 2010 heeft HTRS Nederland [eiser] laten weten dat zijn werkzaamheden als fleetmanager komen te vervallen omdat het onderhoud van het materieel inclusief de planning en de overige werkzaamheden van de fleetmanager aan derden wordt overgedragen. [eiser] is vervolgens vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden.

Op 8 juli 2010 heeft HTRS Nederland bij UWV Werkbedrijf een ontslagvergunning aangevraagd wegens verval van de functie van [eiser]. [eiser] heeft uitvoerig verweer gevoerd tegen de ontslagaanvraag. Op 9 september 2010 heeft UWV Werkbedrijf toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst met [eiser] op te zeggen.

Op 27 september 2010 heeft HTRS Nederland de arbeidsovereenkomst met [eiser] met inachtneming van de geldende opzegtermijn opgezegd per 31 december 2010.

[eiser] heeft aansluitend ander werk gevonden.

Het geschil

[eiser] vordert:


1. voor recht te verklaren dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst door HTRS Nederland kennelijk onredelijk is,
2. HTRS Nederland te veroordelen tot betaling van:
* € 74.138,00 terzake schadevergoeding ex artikel 7:681 BW, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2011 tot de dag van volledige betaling,
* € 1.500,00 plus btw terzake buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,
* € 2.202,69 inclusief btw terzake de kosten van de deskundigen,
3. HTRS Nederland te veroordelen tot betaling van de proceskosten, te voldoen binnen
14 dagen na dagtekening van het vonnis, en voor het geval niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf bedoelde termijn voor voldoening en de kosten van betekening door de deurwaarder.

[eiser] acht de opzegging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk. Hij stelt dat is opgezegd onder opgave van een voorgewende of valse reden. HTRS Nederland heeft bij aanvraag van de ontslagvergunning aangegeven dat de functie van [eiser] is komen te vervallen. Gebleken is evenwel, aldus [eiser], dat de heer [X] vanaf oktober 2010 als fleetmanager werkzaam is voor HTRS Nederland. Volgens [eiser] is de reden van de opzegging gelegen in het feit dat hij het er niet mee eens was dat de leaseauto, waar hij op grond van zijn arbeidsovereenkomst recht op had, door HTRS Nederland is afbesteld.

[eiser] stelt schade te hebben geleden door de kennelijk onredelijke opzegging. Het betreft enerzijds pensioenschade van € 39.718,00 en anderzijds schade bestaande uit een hoger te betalen hypotheekrente van in totaal
€ 34.420,00 tot 1 juli 2027.
De pensioenschade bestaat volgens [eiser] uit het verschil tussen hetgeen opgebouwd zou kunnen worden vanaf 1 januari 2011 bij HTRS Nederland en de nieuwe werkgever over de periode van 1 januari 2011 tot aan 1 mei 2016. [eiser] stelt dat de pensioenregeling bij zijn nieuwe werkgever minder gunstig is dan bij HTRS Nederland. Daarbij gaat [eiser] er van uit dat hij zonder ontslag naar verwachting tot 1 mei 2016 in dienst zou zijn gebleven van HTRS Nederland omdat de vorige fleetmanager ook circa tien jaar werkzaam is geweest voor HTRS Nederland. Voor wat betreft de schade in verband met de hypotheek stelt [eiser] dat de rentevaste periode van de hypotheek op 1 december 2010 afliep. De rente was op dat moment laag en [eiser] wilde de hypotheek omzetten naar een hypotheek met nationale hypotheekgarantie. Ook wilde hij de rente vastzetten tot 2027. HTRS weigerde een werkgeversverklaring te overleggen zodat [eiser] geen nieuwe hypotheek kon afsluiten. [eiser] maakt verder aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en vergoeding van de kosten van de deskundigen die hij heeft ingeschakeld voor de berekening van de schade.

HTRS Nederland voert verweer. Zij stelt dat zij al vanaf 2008 in een zorgwekkende financiële situatie verkeerde. Daarom is gekeken naar bezuinigings- en versoberingsmaat-regelen. Dat heeft onder meer geleid tot het inleveren door medewerkers van hun leaseauto maar ook tot verval van functies. Omdat door de aanhoudende recessie sprake was van een teruglopende vraag naar diensten en HTRS Nederland zich voortaan alleen nog maar wilde richten op haar core business (het vervoer per spoor voor klanten) is het verrichten van service, beheer (waaronder het voeren van de administratie), onderhoud en reparatie aan het materieel per 1 juli 2010 overgedragen aan onder meer Shunter BV te Rotterdam en Railmotion AG te Zwitserland. Daarmee is de functie van [eiser] komen te vervallen. De kwestie met de leaseauto heeft, aldus HTRS Nederland, geen enkele rol gespeeld bij de ontslagaanvraag.

Het is volgens HTRS Nederland juist dat de heer [X] fleetmanager is. Het betreft een interim functie op opdrachtbasis voor de duur van 9 maanden, tot 1 juli 2011. Verder geldt dat de heer [X] niet werkzaam is bij HTRS Nederland maar bij Husa Railway Services BV (hierna: Husa), die 100 % aandeelhouder is van HTRS Nederland. De heer [X] heeft een lange loopbaan achter zich als interimmanager op zwa(a)r(der)e functies. Hij is als zelfstandig ondernemer ingehuurd om alle veranderingen binnen Husa en de dochterondernemingen te stroomlijnen tegen de achtergrond van de nog steeds zorgelijke bedrijfseconomische situatie, waarbij ook sprake is van financieel/juridisch ingewikkelde sale en lease back constructies waar [eiser] geen kennis van heeft. De functies zijn daarom ook niet onderling uitwisselbaar.

Voor wat betreft de gevorderde schade voert HTRS Nederland het volgende aan. [eiser] is per 1 januari 2011 in dienst getreden van Aerospace. Zij betwist daarom de gestelde pensioenschade. Bovendien wijst zij er op dat [eiser] per 1 januari 2011 aan de slag had gekund bij Shunter BV. Verder wijst zij er op dat het nemen van een hypotheek, het bepalen van een rentevaste periode en de verlenging daarvan een privé aangelegenheid is. Een werkgeversverklaring is daarvoor niet nodig. [eiser] had de rente niet tot 2027 hoeven te verlengen. Hij had de rente ook voor een jaar kunnen vastzetten. Tot slot wijst zij er op dat haar financiële situatie verre van rooskleurig is.

HTRS Nederland concludeert op basis van het voorgaande dat geen sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

[eiser] erkent dat het onderhoud van een klein deel van de treinen die HTRS Nederland in lease heeft door Shunter BV is overgenomen. Daaraan doet volgens hem evenwel niet af dat de technische beheertaken, dat wil zeggen de aansturing en planning van het onderhoud, op grond van Europese regelgeving door HTRS Nederland moet gebeuren. Dat geldt ook voor de treinen waarvan HTRS Nederland houder is en die zij van derden huurt of least. Verder stelt [eiser] dat HTRS Nederland nog steeds over een omvangrijke hoeveelheid eigen materieel beschikt, waarvan het beheer en onderhoud door de fleetmanager van HTRS Nederland uitgevoerd moet worden. Dat het beheer van de treinen deels overgenomen zou zijn door Railmotion AG acht [eiser] niet relevant omdat HTRS Nederland nog steeds op grond van Europese regelgeving verplicht is de taken uit te voeren die [eiser] voorheen uitvoerde. Volgens [eiser] verricht de heer [X] nog steeds feitelijk de werkzaamheden die hij ([eiser]) voorheen uitvoerde. Daaraan doet niet af dat hij betaald wordt door Husa.

HTRS Nederland betwist dat zij over eigen materieel beschikt. Verder stelt zij dat het gehele onderhoud van treinen niet langer in eigen beheer wordt gedaan, maar is uitbesteed aan derden (Shunter BV, Nedtrain en Rail Service Network te België), tesamen met de daarmee samenhangende coördinatie en planning. Het beheer (de feitelijke administratie) is overgegaan naar Railmotion AG te Zwitserland. HTRS Nederland voegt daaraan toe dat de Europese regelgeving weliswaar voorwaarden stelt aan onderhoud(seisen) maar dat dit de mogelijkheid onverlet laat om het onderhoud en de bijbehorende taken bij derden onder te brengen. HTRS Nederland heeft ervoor gekozen om dat onderhoud, inclusief de daarmee samenhangende taken, aan derden over te dragen, zowel voor de treinen die zij in gebruik heeft op grond van huur en lease, als voor de treinen die zij in eigendom heeft.

De beoordeling

De kantonrechter moet beoordelen of de door HTRS Nederland aangevoerde grond voor opzegging van de arbeidsovereenkomst, te weten verval van de functie van fleetmanager, gegrond was. Volgens [eiser] is dat niet het geval.

[eiser] stelt dat de werkelijke reden voor de opzegging is gelegen in het feit dat hij het niet eens was met het feit dat de leaseauto was afbesteld. Hij stelt dat hij onmiddellijk na zijn protest daartegen te horen kreeg dat zijn functie was vervallen. Dat is feitelijk onjuist. Uit de stukken blijkt dat hij in februari en maart 2010 heeft geprotesteerd tegen de afzegging van zijn leaseauto terwijl HTRS Nederland op 5 juli 2010 heeft laten weten dat de functie van [eiser] was komen te vervallen. Bovendien heeft HTRS Nederland onbetwist gesteld dat het recht op een leaseauto vanwege de financiële omstandigheden is ingetrokken en dat dit niet alleen voor [eiser] gold maar ook voor andere werknemers. Gelet op het voorgaande heeft [eiser] niet aangetoond dat de werkelijke reden van de opzegging is gelegen in het conflict over de leaseauto.

Ten aanzien van de door HTRS Nederland gestelde grond voor opzegging, te weten verval van de functie van [eiser], wordt het volgende overwogen. [eiser] stelt dat de planning met betrekking tot het onderhoud en het technisch beheer nog steeds wordt uitgevoerd binnen HTRS Nederland. Hij wijst in dat verband op Europese regelgeving die, volgens hem, voorschrijft dat deze werkzaamheden binnen HTRS Nederland moeten plaatsvinden. HTRS Nederland heeft dat gemotiveerd betwist. [eiser] heeft zijn stelling met de enkele verwijzing naar de betreffende Europese regelgeving, zonder verdere toelichting daarop, onvoldoende onderbouwd. Gelet daarop kan niet worden aangenomen dat deze regelgeving in de weg staat aan overdracht van genoemde taken aan derden.

[eiser] stelt verder dat zijn werkzaamheden nog steeds bestaan bij HTRS Nederland omdat de heer [X] die werkzaamheden nog steeds voor HTRS Nederland verricht. HTRS Nederland betwist dat. Uit de door HTRS Nederland overgelegde overeenkomst van opdracht (productie 8 bij conclusie van antwoord) blijkt dat de heer [X] vanaf


26 oktober 2010 voor de duur van 9 maanden als zelfstandige gedurende gemiddeld vijf dagen per week werkzaamheden in opdracht en voor rekening van Husa heeft verricht onder de titel van fleetmanager tegen een tarief van € 640,00 exclusief btw per dag. Gelet daarop zijn de werkzaamheden niet verricht in dienst van HTRS Nederland. HTRS Nederland heeft verder gesteld dat de werkzaamheden door de heer [X] zijn verricht als (tijdelijk) interimmanager en dat de heer [X] was ingehuurd om alle veranderingen binnen Husa en de dochterondernemingen te stroomlijnen tegen de achtergrond van de nog steeds zorgelijke bedrijfseconomische situatie, waarbij ook sprake was van financieel/juridisch ingewikkelde sale en lease back constructies waar [eiser] geen kennis van heeft. [eiser] heeft dat niet betwist. Gelet op het bedrag van € 13.920,00 exclusief btw dat de heer [X] maandelijks op grond van de overeenkomst van opdracht kon factureren (uitgaande van een gemiddelde van 21,75 werkbare dagen per maand), afgezet tegen het bruto maandsalaris van [eiser] van € 3.727,00, en gelet op de door HTRS Nederland genoemde - en niet betwiste - omschrijving van de werkzaamheden van de heer [X], kan niet worden aangenomen dat het werkzaamheden betreft die voorheen door [eiser] binnen HTRS Nederland werden uitgevoerd.

Gelet op het al voorgaande heeft [eiser] onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat sinds het vertrek van [eiser] binnen HTRS Nederland een fleetmanager werkzaam is die de werkzaamheden van [eiser] uitvoert. [eiser] heeft aldus onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat sprake is van een voorgewende of valse reden voor het ontslag. Daarom kan niet geoordeeld worden dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Dat betekent dat de vorderingen zullen worden afgewezen.

In de gewezen dienstbetrekking ziet de kantonrechter aanleiding de kosten van de procedure te compenseren, in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen.

Ter voorlichting van partijen merkt de kantonrechter ten overvloede nog het volgende op. Voor zover wel sprake zou zijn van een kennelijk onredelijk ontslag geldt dat de gestelde schade in verband met de hypotheek geacht moet worden het gevolg te zijn van een privékeuze van [eiser]. Gelet op de stellingen van [eiser] kan niet geoordeeld worden dat de gevorderde schade in voldoende mate als gevolg van het ontslag aan HTRS Nederland kan worden toegerekend. Voor wat betreft de pensioenschade geldt dat [eiser] uitgaat van een gemiddeld dienstverband van 10 jaar bij HTRS Nederland omdat de vorige fleetmanager ook 10 jaar werkzaam is geweest bij HTRS Nederland. Dat laatste rechtvaardigt nog niet dat uitgegaan wordt van een voortzetting van het dienstverband tot 2016. Het zou eerder in de rede liggen om uit te gaan van een gemiddeld dienstverband van 7 jaar. Dat zou betekenen dat de pensioenschade aanzienlijk lager zou uitvallen. Verder blijkt uit de door [eiser] overgelegde pensioenberekening dat hij bij zijn nieuwe werkgever (aansluitend aan zijn dienstverband met HTRS Nederland) een hoger salaris (al direct vanaf indiensttreding maar met name vanaf 1 januari 2012) is gaan verdienen. Mogelijk zou dit voordeel bij de berekening van de schade in aanmerking genomen moeten worden en verrekend moeten worden met de schade. Het is maar de vraag of daarmee enige schade zou resteren. Daarbij geldt dat ook nog bezien zou moeten worden of aanleiding bestaat de schade te matigen gelet op het beroep van HTRS Nederland op haar slechte financiële positie.

De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af,

compenseert de kosten van de procedure in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Weij, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 januari 2012.

Zaaknummer: 770098 blad 6



vonnis






Dovnload 18.09 Kb.