Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Reflectieproduct minne groenstege

Dovnload 301.28 Kb.

Reflectieproduct minne groenstege



Pagina4/6
Datum04.04.2017
Grootte301.28 Kb.

Dovnload 301.28 Kb.
1   2   3   4   5   6

Ja, mogen we trots zijn op de Nederlandse sportjournalistiek?

Ja, dat denk ik wel. Op het gebied van journalistieke ethiek is er niks mis. De verhalen kloppen, alles wordt gecheckt, we hebben weinig te maken met belangen en spelletjes. Ik denk wel dat het allemaal nog wat diepgravender en unieker mag. Dat mensen na het lezen van een krant of tijdschrift echt iets moois hebben gelezen en tot nieuwe inzichten zijn gekomen. Daarvoor is ruimte nodig. Onze krant staat vaak al vol met sec het nieuws. Alleen in de zaterdagkrant gaan we vaak wat dieper in op de materie. Die reportages en mooie interviews vormen het bestaan van de sportjournalistiek. Het korte sportnieuws halen veel mensen wel van het internet of van televisie. Lezen doen mensen voor de achtergronden en mooie verhalen. Die moeten we blijven maken, ook al worden de financiële middelen steeds minimaler. Wees creatief, innovatief. Ook zonder veel geld zijn een hoop mooie ideeën te verzinnen.



Deelvraag 4:

Gelooft de Nederlandse sportjournalist in een dagelijkse sportkrant?

Gelooft de Nederlandse sportjournalist eigenlijk zelf wel in een dagelijkse sportkranten? Wat zijn de voordelen en nadelen van een dagelijkse sportkrant? Is Nederland wel sportgek genoeg? Waar moet zo’n sportkrant aan voldoen? In welke vorm geef je zo’n sportkrant dan uit, digitaal of op papier? Zeven gerenommeerde sportjournalisten geven antwoord op deze en nog meer vragen. De meningen zijn verdeeld. Vrijwel iedere sportjournalist zou het graag zien gebeuren, maar sommigen zijn somber gestemd over de mogelijkheden.



Interview met Edwin Winkels:

Telefonisch gesproken op dinsdag 22 januari 2013.

http://static0.volkskrant.nl/static/photo/2011/18/6/14/20111117155012/media_xl_1015739.jpg

NEE

In Nederland moet alles altijd neutraal zijn.”



Edwin Winkels (Utrecht, 1962) is freelance journalist en schrijver, sinds 1988 gevestigd in Spanje. Van 1991 tot 2012 was hij verslaggever van de krant El Periódico de Catalunya, eerst op de sportredactie en sinds 2000 als algemeen verslaggever en onderzoeksjournalist. Winkels is correspondent vanuit Spanje voor het Algemeen Dagblad en de sportredacties van de NOS. In 2013 verscheen zijn debuutroman ‘Welkom thuis’.

Hoe is het bestaan van de huidige sportkranten in Spanje te verklaren?

Het bestaan van de huidige sportkranten in Spanje is in de eerste plaats vooral te verklaren door ouderdom. De eerste sportkrant, El Mundo Deportivo, verscheen al iets van 130 jaar geleden. Het is dus een traditie, in de eerste plaats. Daarnaast is Spanje nooit echt een 'krantenlezend land' geweest. De leesdichtheid was in de beste tijd 1 op 10, terwijl die in Nederland 8 op 10 was. Veel mensen in Spanje hadden en hebben dus blijkbaar geen behoefte aan een krant. De oplage van de grootste algemene krant, El País, zit onder de 400.000. Dat is natuurlijk bijster weinig in een land met 45 miljoen inwoners. Wel bleek er behoefte aan 'gespecialiseerde' kranten, die sportkranten dus. Maar meer dan sport- zijn het voetbalkranten, geschreven rond de grote clubs. Eigenlijk zijn het meer clubblaadjes, Marca en AS voor Real Madrid, El Mundo Deportivo en Sport voor FC Barcelona. Buiten die twee steden heb je nog een paar kleinere sportkranten, zoals in La Coruña, Sevilla en Zaragoza. Er zijn in de loop der jaren ook nog een hoop sportkranten gesneuveld. Vroeger waren het er nog veel meer.



Eén van de oorzaken van het ontbreken van een dagelijkse sportkrant in Nederland zou zijn dat Nederland geen sportland is. Is de sportbeleving in Spanje echt zo anders als in Nederland? Zo ja, waar is dat aan te merken?

Ik vind dat de sportbeleving in Nederland juist ontzettend is gegroeid. Vroeger had je lang niet zoveel sport op televisie als nu en besteedden de kranten er minder aandacht aan. Ik heb altijd een markt gezien voor een dagelijkse sportkrant in Nederland. Het Algemeen Dagblad bewees ook dat het wel kon, maar de advertenties werkten toen niet mee. Het grootste probleem in Nederland is waarschijnlijk dat zo’n krant altijd maar 'neutraal' moet zijn, want een sportkrant uit Rotterdam wordt al snel als Feyenoord-krant gezien en een sportkrant uit Amsterdam een Ajax-krant. Dan loop je dus al bijna de helft van je lezers mis, want vrijwel iedere Nederlander heeft een voorkeur voor Ajax óf Feyenoord. Spanje is zoals gezegd vooral een voetballand. Dat komt natuurlijk ook door de fantastische prestaties van het FC Barcelona en het Spaanse nationale elftal sinds 2006. Basketbal is ook nog wel populair en met goede prestaties van bijvoorbeeld Alberto Contador, Rafa Nadal en Fernando Alonso is er ook wel aandacht voor wielrennen, tennis en Formule1, maar daarna komt er helemaal niks. Nederland is meer op de breedtesport gericht en heeft verhoudingsgewijs ook veel meer beoefenaars.



Dus, zou het kunnen werken in Nederland?

Het Algemeen Dagblad bewijst dat een heuse sportkrant met flink wat pagina’s best wel te maken is, maar de veertig tot zestig pagina’s die hier in Spanje dagelijks weer vol komen is voor Nederlandse sportkranten echt iets te hoog gegrepen, denk ik. De vraag is natuurlijk of dat ook echt nodig is, zoveel pagina’s. Nederlanders, zowel journalisten als het lezerspubliek, hebben toch een iets strengere selectie van wat daadwerkelijk belangrijk is om te weten. Daarnaast leven Nederland over het algemeen toch iets gehaaster dan Spanjaarden. Ze hebben of nemen minder tijd voor een krant, dus zo dik hoeft ‘ie ook niet te zijn. Als alle verhalen maar de moeite waard zijn. Maar ik denk dat de gemiddelde Nederlander breder wil worden geïnformeerd. Dus een krant met alles-in-één, al mag daar héél veel sport bijzitten. Nederland zijn gek op sport, maar ze zijn niet kortzichtig. Ze vinden sport leuk en belangrijk, maar kunnen het wel in perspectief plaatsen. ‘Voetbal is de belangrijkste bijzaak in het leven’, hoor je Nederlanders vaak zeggen. Met zo’n uitspraak moet je in Argentinië of Brazilië echt niet aankomen. Daar gaat voetbalen om leven en dood, soms zelfs letterlijk. Nu zijn Zuid-Europeanen, dus de Italianen en Spanjaarden, nog wel iets gematigder in die opvatting, maar ook weer niet zo gematigd als de Nederlander.



Gelooft u dan in een constructie zoals de Gazzetta dello Sport het doet, met op de laatste twee pagina’s algemeen nieuws?

Nee, dat lijkt mij ook niet ideaal. Als je voor sport gaat, moet je ook echt voor sport gaan. Al het overige nieuws kun je nooit op twee pagina’s kwijt, dus dat zou een halfslachtige oplossing zijn. Mensen kopen zo’n sportkrant toch voor de sport, dus dan kun je er beter voor zorgen dat daar alle energie en kwaliteit in gaat zitten. Het zijn sportbladen als VI en NUsport (inmiddels verdwenen, maar interview is van januari 2013, red.) die het moeilijk zouden hebben met de komst van een dagelijkse sportkrant.



Dus, gelooft u dat een dagelijkse sportkrant kans van slagen heeft in Nederland?

Ik zou graag ja zeggen, maar ik geloof er niet meer in. Tien jaar geleden nog wel, maar nu niet meer. Het internet is de laatste jaren te groot geworden. Dat is op zich helemaal geen probleem, maar het heeft er wel voor gezorgd dat kranten een beetje overbodig zijn geworden. De huidige kranten hebben in Nederland hebben nog wel wat jaren te gaan, maar het opzetten en lanceren van een nieuwe krant? Nee, dat zal heel lastig worden. Alleen met een heel goed startkapitaal en de juiste mensen kan het een succes worden. Ik zou het in ieder geval enorm toejuichen.



Interview met Süleyman Oztürk:

Telefonisch gesproken op woensdag 16 januari 2013.

http://i.fokzine.net/upload/12/04/120403_177644_suleymanozturk_450_339.jpghttps://pbs.twimg.com/profile_images/2694366792/84a5a41863c3df8da4cca45b3e278f3b.png

NEE

De Nederlandse topclubs zijn te klein.”



Süleyman Oztürk is sinds 2003 werkzaam bij Voetbal International. Sinds enkele jaren is Oztürk verslaggever van buitenlands voetbal voor VI. Om op de hoogte te blijven van alles wat zich buiten onze landsgrenzen afspeelt volgt hij de Europese topcompetities (Duitsland, Engeland, Frankrijk, Spanje) op de voet.

Op welke manier blijft u op de hoogte van het buitenlandse voetbal?

“Niet alleen via de televisie, maar ook via buitenlandse kranten en tijdschriften. Door de opkomst van het internet en sportzenders heeft de gemiddelde voetballiefhebber steeds meer kennis van het buitenlandse voetbal. Het was tien jaar geleden ondenkbaar dat mensen iets wisten over de linksback van Everton. Dan maakten onze lezers vaak kennis met zo’n speler door een stukje in de VI, maar nu moeten we echt met interessante informatie komen. Dat vereist van ons dat we iets dieper graven. We krijgen bij VI dagelijks een flinke stapel kranten afgeleverd. Ik lees vrijwel dagelijks L’Equipe, La Gazzetta, Der Kicker, de SportBild, de Marca, de AS en Mundo Deportivo. Nou ja, ik lees ze natuurlijk niet helemaal, want daar zou ik een dagtaak aan hebben. Ik blader ze door en zoek naar interessante verhalen of invalshoeken. De Turkse sportkranten las ik vroeger altijd voor mezelf, maar door de komst van Drogba en Sneijder naar Galatasaray en Kuijt naar Fenerbahce is die competitie ook voor de Nederlandse markt interessant geworden.



En het Engelse voetbalnieuws dan?

Dat houd ik in de gaten via het internet. Op sites van lokale- en regionale kranten als de Liverpool Echo, London Evening Standard en Newcastle Chronicle staan vaak mooie interviews. Verder bezoek ik de sites van The Guardian, The Independent en The Times regelmatig. Ook daar zijn vaak mooie achtergrondverhalen en interviews te lezen. The Sun neem ik niet serieus, dat is roddeljournalistiek.



Wat vindt u van het niveau van de sportkranten in het buitenland?

Wisselend, maar ik lees ze altijd met veel plezier. Wat wel een puntje is: ik weet als journalist vaak wel wat waar is en wat niet, maar veel lezers kunnen geruchten en echt nieuws niet van elkaar onderscheiden. Vooral jongeren hebben daar moeite mee, merk ik bijvoorbeeld op Twitter. Die nemen alles wat ze lezen serieus. De manier waarop voetbalnieuws soms rondgaat is echt te gek voor woorden. Ik zal een voorbeeldje geven. Afgelopen zomer schreef mijn gewaardeerde collega Vincent Okker een artikel over de opvolging van Victor Valdes, doelman van FC Barcelona. Daarin liet hij onder meer Frans Hoek (huidig keeperstrainer van Oranje en vroeger bij FC Barcelona, red.) aan het woord. Hij noemde een aantal namen, onder meer die van Ajax-doelman Kenneth Vermeer. Volgens Hoek zou Vermeer wel in het profiel van FC Barcelona passen. Deze quotes verschenen op onze site en werd door de Spaanse sportkranten opgepikt, maar op een verkeerde manier. Een dag later stonden er verhalen over Kenneth Vermeer in Diario Sport en Mundo Deportivo, de grootste sportkranten van Catalonië. Diezelfde dag nog stond op vrijwel alle voetbalsites in Nederland dat FC Barcelona verregaande interesse zou hebben in Kenneth Vermeer, aldus Spaanse media. Zelfs op televisie, bij Studio Voetbal en Voetbal International, hebben ze er over gesproken. Zie je nu hoe dat werkt? Ze checken niet waar nieuws vandaan komt. Ze denken dat die Spaanse sportkranten dicht op de clubs zitten en het dus wel bij het rechte eind hebben, maar dit nieuws was gewoon slecht overgenomen van VI.nl. Het nieuws dat wij produceren gaat dus eerst naar Spanje en komt als een soort boomerang weer terug naar Nederland, maar dan op totaal andere wijze.



Zijn er nog verschillen tussen bijvoorbeeld de Spaanse- en Turkse sportjournalistiek?

Nee, niet veel, al is in Turkije alles nog wel een stuk extremer. Afgelopen winter, met de transfers van Drogba en Sneijder naar Galatasaray, was het echt totale gekte. Dan staan er echt hele pagina’s vol over Yolanthe, de zoektocht naar een huis, zijn privéleven, zijn rugnummer. Daar hebben Nederlanders vaak geen behoefte aan, maar in Turkije is alles nieuws en vergroten ze alles uit. Het is ook allemaal de waan van de dag. De ene dag is Sneijder de ‘Koning van Istanbul’, maar een week later kan hij er volgens de kranten weer helemaal niks van. Het gaat in Turkije ook niet echt om nieuws of de waarheid, maar zien ze de sportkranten meer als een middel om discussies aan te wakkeren. De voetbalbeleving is in Turkije zo anders dan hier in Nederland, dat is heel lastig uit te leggen. Het voorbeschouwen- en nabeschouwen duurt hier bij topwedstrijden hooguit één of twee dagen, maar in Turkije gaat het echt altijd door. Het is een constant proces. Mensen kunnen altijd en overal over voetbal praten. De drie topclubs in Turkije (Besiktas, Fenerbahce, Galatasaray, red.) zijn ook veel groter dan de traditionele in Nederland (Ajax, Feyenoord, PSV, red.). Misschien niet qua prestaties, maar wel qua achterban en beleving. Discussies tussen deze supportersgroepen zijn zo ongekend fel. Met relativeren hebben Turken sowieso al snel problemen, maar in het voetbal bestaat dat helemaal niet.



U gelooft dus niet in een dagelijkse sportkrant op Nederlandse bodem?

Nee, niet echt. Er zijn bepaalde dagen of weken dat er genoeg over voetbal en andere sporten te schrijven valt, vooral tijdens de grote zomerevenementen. Maar over het algemeen, gewoon het reguliere sportseizoen, dat leeft niet écht in Nederland. Ik denk dat er maar weinig Nederlanders zijn bij wie hun hele leven draait om Ajax of Feyenoord. Ja, die zijn er wel, maar dat zijn geen type’s die dagelijks kranten gaan lezen. Je zou echt een sportkrant moeten maken voor de algemene sportliefhebber. Dus met goede interviews en reportages, leuke invalshoeken, mooie onderwerpen. Alleen denk ik dat zulke verhalen eerder geschikt zijn voor week- of maandbladen.



Interview met Jurriaan van Wessem:

Telefonisch gesproken op dinsdag 15 januari 2013.

juriaan van wessem

NEE

Het is nu te laat voor een sportkrant.”



Jurriaan van Wessem (1960) woont sinds 1994 in Monaco. Als correspondent schreef hij onder meer voor NRC, de Volkskrant, Gazzetta dello Sport, Elf en diverse GPD-bladen. Vanaf 1989 werkte Van Wessem onder meer als producing directoren commentator voor Eurosport in Parijs, waarvoor hij programma’s als Eurogoals en World Cup Legends van de grond tilde.

Hoe bent u in Monaco beland?

Voor de internationale sportzender Eurosport moest ik vaak in Frankrijk, Italië en Spanje zijn. Monaco was dus een ideale locatie om mij te vestigen. Van jongs af aan wilde ik al in de mediterrane wereld leven en heb daarom ook gestudeerd in Florence. Toen, zo’n dertig jaar geleden, was Italië nog een vrij onbekend land voor Nederlanders, ook op sportgebied. De Nederlandse media werd totaal verrast door de wereldtitel van Italië in 1982. Er ontstond vrij plotseling een behoefte aan informatie uit Zuid-Europa en daar ben ik in gesprongen. Vandaar dat het Zuid-Europese voetbal mijn specialiteit is geworden. Op dit moment is Monaco een fantastische plek om vanuit te werken. Ik ben binnen een paar uur in Rome, Milaan, Madrid, Barcelona, Parijs en Amsterdam.



Welke sportkranten leest u?

Geen ontbijt is voor mij compleet zonder La Gazzetta dello Sport. Verder lees ik vrijwel dagelijks de AS, Marca, El País, El Mundo Deportivo, Superdeporte (allen Spaans, red.) L’Équipe (Frans, red.), Corriere dello Sport, Tuttosport (Italiaans, red.) A Bola en Record (Portugees, red.). Natuurlijk lees ik niet al die kranten op papier, soms ook via hun sites. Dat doe ik deels voor mijn werk, maar vooral als liefhebber. Ik kan na dertig jaar nog altijd smullen van al die buitenlandse sportkranten.



Waarom is er in Nederland geen dagelijkse sportkrant, denkt u?

Ik denk dat de uitgevers van de dagbladen de komst van een sportkrant hebben tegengehouden, zoals ook gebeurde met de komst van een zondagskrant. Er zijn wel een paar pogingen gedaan, maar het uitbreiden van het sportkatern, zoals ook in Engeland gebeurde, leek een betere optie voor de dagbladen. In 1988 heb ik met enkele pioniers gesprekken gevoerd over een mogelijke sportkrant met de directie van PersUnie, maar na twee bijeenkomsten kwam er geen vervolg. Dat jaar was achteraf natuurlijk ideaal geweest voor de start van een sportkrant, met de Europa Cup-winst van PSV en de Europese titel van Oranje.



Zou het wel kunnen werken, denkt u? Waarom wel/waarom niet?

Mwah, lastig. Ik denk dat het best had gekund in Nederland, maar dat het nu te laat is. Elke krant heeft een enorme aanlooptijd nodig om voort te bestaan. In 1980 mislukte De Dag, omdat opeens het geld op was. Dat moest een soort Bild worden. Ik denk dat het nu te laat is vanwege de snelheid van internet, omdat alles nu direct moet aanslaan en omdat er geen traditie is opgebouwd op dit gebied. Een gratis sportkrant is misschien een optie, waarbij de krant ’s ochtends op stations wordt gedistribueerd als tegenhanger van Metro en Sp!ts. Nu zijn Telesport en AD Sportwereld natuurlijk wel verkapte sportkranten. Volgens mij kopen veel sportliefhebbers die kranten (Algemeen Dagblad en de Telegraaf, red.) puur voor de sport en verdwijnt de rest ongelezen in de prullenbak.



Zijn wij Nederlands te nuchter voor een dagelijkse sportkrant? Waarin verschilt onze sportbeleving met die van Fransen/Italianen/Spanjaarden?

Nederlanders zijn zeker niet nuchter als het op sport aankomt. Er zijn maar weinig landen zo nationalistisch als Nederland, maar dat is alleen als er echt iets te vieren valt. Tijdens EK’s, WK’s en Olympische Spelen is de Oranjegekte vaak enorm, maar dat enthousiasme gaat ook net zo snel weer liggen. Het werkt erg golfsgewijs, eerder nog schoksgewijs. Misschien overtreft alleen Engeland nog in dat opzicht, zeg ik met de Olympische Spelen van 2012 in gedachten. Ook voor Engeland geldt dat sport bij vlagen enorm belangrijk is, maar nooit 365 dagen per jaar. In Zuid-Europa is sport al decennialang een wezenlijk onderdeel van het dagelijks leven en dus is het normaal dat het veel aandacht krijgt in de media. Fransen en Italianen zijn ook wel chauvinistisch en nationalistisch, maar zijn meer algemene sportliefhebbers. Ze plaatsen grote sporters als Roger Federer, Michael Jordan, Michael Schumacher of Jonny Wilkinson echt op een voetstuk. Spanje liep op dat gebied misschien iets achter op Frankrijk en Italië, maar heeft dat door de eigen sportprestaties in het afgelopen decennium ruimschoots ingehaald. Met FC Barcelona, Real Madrid, het nationale team, Rafael Nadal en Fernando Alonso is er altijd nieuws.



Zijn sportkranten volgens u echt iets Zuid-Europees?

Blijkbaar, maar dat komt ook door de manier van kranten verkopen bij kiosken. Hoewel, in Engeland gaat de krantenverkoop ook via kiosken, maar zijn er weer geen sportkranten. Krantenabonnementen bestaan in Zuid-Europa wel, maar dan moet je hem wel gewoon zelf afhalen bij de kiosk. Distributie komt nog wel zeldzaam voor, maar dat gaat dan via de kiosken. Het heeft meer met cultuur en gewoontes te maken. De meeste sportkranten in Zuid-Europa bestaan al meer dan honderd jaar. De eerste Gazzetta dello Sport stamt al uit 1896. De Italiaanse kranten hebben een lange traditie. Net als L’Équipe ging het aanvankelijk vooral over autosport en wielrennen, maar uiteindelijk kreeg het voetbal steeds meer de overhand.



Vind u de sportjournalistiek in het zuiden van Europa beter dan in het noorden?

Sportjournalistiek in Zuid-Europa is anders, beter is een kwestie van smaak. Ik denk dat in Nederland vooral naar de Angelsaksische journalistiek wordt gekeken. El País en Repubblica zijn meer informatieve, mondiaal gerichte kranten dan The Times of The Guardian, naar mijn mening. De Angelsaksische wereld kijkt vooral eerst naar zichzelf, maar dat valt minder op. Dat er kwantitatief meer sportnieuws staat in La Gazzetta en L’Équipe dan in de Telesport en Sportwereld komt ook omdat er erg veel aandacht is voor de mondiale sport. Natuurlijk krijgen de eigen competities en sporthelden altijd voorrang, maar er wordt ook over de grens gekeken. Ik heb in Franse en Italiaanse sportkranten paginagrote artikelen gelezen over Marianne Vos, het zeilmeisje (Laura Dekker, red.), de grensrechter in Almere (Richard Nieuwenhuizen, red.), ga zo maar door. Ik zie dat omgekeerd niet zo snel gebeuren. In Nederland is iets vaak alleen nieuws als er een Nederlander bij betrokken is. Gazzetta is een hoogstaande krant met revolutionaire invalshoeken voor de journalistiek, die meestal later worden gekopieerd in het buitenland. Volgens mij zijn Nederlandse kranten ook nog teveel puur gefixeerd op nieuws. De journalistiek is de laatste jaren ontzettend veranderd, door de (op)komst van Facebook en Twitter. Ik loop al aardig jaartjes wat mee in de journalistiek, dus dan is het leuk om te zien hoe dat gaat. De opkomst van het internet zie ik als iets moois voor de journalistiek, maar je moet wel weten hoe je daar mee omgaat. In 1985 kocht ik op Schiphol een Gazzetta dello Sport van een dag eerder, met het nieuws dat Jan Peters naar Atalanta Bergamo ging. Dat nieuws had Nederland nog niet bereikt. Ik belde toen de redactie van AD en die krant bracht het vervolgens, dus twee dagen later, als groot nieuws. Dat zou nu echt niet meer kunnen.



Hoe zit het met de objectiviteit van sportjournalisten in Zuid-Europa? Wat is het gekste voorbeeld van partijdigheid dat u ooit in een van bovenstaande sportkranten heeft zien staan?

Kranten zijn producten die moeten worden verkocht, dus dat ze clubs of nationale ploegen op hun manier steunen vind ik niet vreemd. El Mundo Deportivo en Sport leven dankzij FC Barcelona; AS en Marca dankzij Real Madrid; Tuttosport dankzij Juventus. Partijdig zijn ze zeker, maar dat wordt ook nooit ontkent. Het is soms ook een kwestie van de competitie spannend willen houden, iets wat goed is voor de krantenverkoop. Als AC Milan vijf punten achterstand heeft op Internazionale, kiest Gazzetta partij voor Milan en zet het Inter extra onder druk, in de hoop dat de spanning tot de slotfase blijft. Toen het kleine Sampdoria kampioen van Italië dreigde te worden in 1991 werden alle mogelijke vuurpijlen gericht op die club door de media. Sampdoria, zeg ik objectief, is de mooiste kampioen aller tijden omdat het alle zes topwedstrijden tegen Milan, Inter en Napoli won. Maar voor het zover was, werd Vialli zwart gemaakt, was Boskov al eens ontslagen en zou Sampdoria toch instorten omdat de club in april altijd een fysieke dip had. Dat alles werd in de media beweerd. Elk middel om Sampdoria uit haar evenwicht te brengen werd ingezet. Pas toen de titel binnen was, draaide het sentiment om in volle bewondering voor zo’n sterke ploeg. Opeens verkocht Sampdoria ook kranten, vandaar.



Is alles wat er in Franse/Italiaanse/Spaanse sportkranten verschijnt echt relevant?

Niet alles, maar wel veel! Je leest een krant toch nooit helemaal, maar haalt er altijd een paar artikelen uit. Dat geldt ook voor sportkranten. Voor mijn werk is de informatie relevant, maar voor de liefhebber of supporter denk ik ook. Ik moet wel zeggen dat La Gazzetta een hoog intellectueel niveau aanslaat en met hetzelfde gemak Goethe citeert, zonder dat er moet worden uitgelegd wie Goethe was, maar dat heeft waarschijnlijk met het niveau van het Italiaanse onderwijs te maken. De krantenkoppen zijn in de meeste kranten dichterlijk, soms ook dubbelzinnig en humoristisch. Die cultuur mist Nederland. Nobelprijswinnaars, ministers, filmsterren en kunstenaars worden allemaal in de sportkranten geïnterviewd. Zo werd François Hollande (president van Frankrijk, red.) een week voor de verkiezingen door L’Équipe geïnterviewd over twee pagina’s, waarin hij onder meer vertelde dat hij als kind fanatiek supporter van AS Monaco was. Er wordt in Nederland vaak gedacht dat de Zuid-Europese sportkranten vooral met onzin worden gevuld, maar het tegenovergestelde is waar in mijn beleving. Wedstrijdverslagen in Italië zijn nog begrijpelijk als je die twintig jaar later leest. Statistieken zijn nu gemeengoed in het voetbal, maar die bestonden vijftig jaar geleden al in Italië en Spanje.


1   2   3   4   5   6

  • Deelvraag 4: Gelooft de Nederlandse sportjournalist in een dagelijkse sportkrant
  • Interview met Edwin Winkels: Telefonisch gesproken op dinsdag 22 januari 2013.
  • Hoe is het bestaan van de huidige sportkranten in Spanje te verklaren
  • Dus, zou het kunnen werken in Nederland
  • Gelooft u dan in een constructie zoals de Gazzetta dello Sport het doet, met op de laatste twee pagina’s algemeen nieuws
  • Dus, gelooft u dat een dagelijkse sportkrant kans van slagen heeft in Nederland
  • Interview met Süleyman Oztürk: Telefonisch gesproken op woensdag 16 januari 2013.
  • Op welke manier blijft u op de hoogte van het buitenlandse voetbal
  • En het Engelse voetbalnieuws dan
  • Wat vindt u van het niveau van de sportkranten in het buitenland
  • Zijn er nog verschillen tussen bijvoorbeeld de Spaanse- en Turkse sportjournalistiek
  • U gelooft dus niet in een dagelijkse sportkrant op Nederlandse bodem
  • Interview met Jurriaan van Wessem: Telefonisch gesproken op dinsdag 15 januari 2013.
  • Hoe bent u in Monaco beland
  • Welke sportkranten leest u
  • Waarom is er in Nederland geen dagelijkse sportkrant, denkt u
  • Zou het wel kunnen werken, denkt u Waarom wel/waarom niet
  • Zijn wij Nederlands te nuchter voor een dagelijkse sportkrant Waarin verschilt onze sportbeleving met die van Fransen/Italianen/Spanjaarden
  • Zijn sportkranten volgens u echt iets Zuid-Europees
  • Vind u de sportjournalistiek in het zuiden van Europa beter dan in het noorden
  • Hoe zit het met de objectiviteit van sportjournalisten in Zuid-Europa Wat is het gekste voorbeeld van partijdigheid dat u ooit in een van bovenstaande sportkranten heeft zien staan
  • Is alles wat er in Franse/Italiaanse/Spaanse sportkranten verschijnt echt relevant

  • Dovnload 301.28 Kb.