Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Reflectieproduct minne groenstege

Dovnload 301.28 Kb.

Reflectieproduct minne groenstege



Pagina5/6
Datum04.04.2017
Grootte301.28 Kb.

Dovnload 301.28 Kb.
1   2   3   4   5   6

Interview met Johan van Boven:

Telefonisch gesproken op dinsdag 17 december 2013.

http://denummertien.files.wordpress.com/2013/12/foto.jpg

NEE

De Nederlandse krantenlezer is nog niet klaar voor zo’n project.”



Johan van Boven (Rotterdam, 1980) is chef sport bij Sp!ts en Metro. Voor deze gratis kranten bezocht hij al meerdere eindtoernooien, zoals het WK 2010 en EK 2012.

Een dagelijkse sportkrant, heeft dat kans van slagen in Nederland?

Op papier: 0,1% kans van slagen. Digitaal, dus voor de iPad, geef ik zo’n project meer kans. De vraag is alleen of Nederland daar nu al klaar voor is. Ik denk dat daar nog wel zo’n vijf jaar over heen zal gaan. Maar goed, zonder iets proberen op te zetten, zal er nooit wat gebeuren op dat gebied. Daarbij denk ik dat juist sport uitermate geschikt is voor een digitaal platform.



Waar moet zo’n digitale sportkrant volgens jou aan voldoen?

Het moet echt een meerwaarde zijn ten opzichte van een gewone, papieren krant. Je moet dus meer bieden dan een paar plaatjes en tekst. Ik krijg op mijn iPad iedere vrijdagmiddag het Engelse ‘Sport Magazine’, daar kijk ik echt naar uit. Dat zit gewoon goed in elkaar. Niet alleen qua verhalen, maar de filmpjes en fotodia’s geven het echt iets extra’s. Over sport kun je mooie verhalen schrijven, maar zonder beeld (foto’s of video’s) blijft het vaak een abstracts iets. Zeker de jongere lezer zal echt geen genoegen meer nemen met een sportkrant die gewoon PDF’jes op de tablet uitgeeft. Daarnaast komt ‘Sport Magazine’ voorlopig maar eens in de week uit. De vrijdag is ook een uitstekend moment, zo net voor het weekend. Kun je mooi terugblikken op de doordeweekse sportwedstrijden en vooruitblikken op het komende weekend. Voor veel Engelsen staat het weekend echt in het teken van voetbal, dus is zo’n magazine op de vrijdagmiddag een heerlijk begin van het weekend. Als je zoiets als ‘Sport Magazine’ ook in Nederland kunt ontwikkelen, zie ik dat best wel slagen. Misschien is het wel een idee om eerst te beginnen met een wekelijks magazine en dat, als het aanslaat, steeds verder uit te bouwen. Voor een dagelijkse krant heb je natuurlijk een hoop mankrachten nodig. Ik vrees alleen dat het zomaar nog vijf jaar zal duren voordat er echt een doorbrak komt in journalistieke content op tablets. Op dat gebied is alleen het vrouwenblad Viva echt goed bezig, al sinds 2010. Kinderen van nu groeien op met een iPad in hun handen, dus kan de journalistiek niet stil blijven staan. Het blijft alleen zoeken naar een goed verdienmodel. Het blijft weggeven, vaak ten koste van een like of share. Maar ja, wat koop je daar nou voor? Een initiatief als Sportschrijvert komt nu ook heel moeizaam van de grond. Zolang je met exclusiviteit en kwaliteit komt, zijn mensen echt wel bereid om te betalen. Geen idee hoeveel precies, dat ligt ook aan hoe de economie zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Wel zou ik zo’n project eerst een tijdje gratis maken, zodat mensen er kennis mee kunnen maken. Als ze eenmaal zien dat ze kwaliteit krijgen voorgeschoteld, zullen ze het toch willen blijven lezen.



Is de sportbeleving in Nederland wel groot genoeg?

Daar ben ik ook niet helemaal zeker van. We houden van voetbal en velen ook wel van wielrennen en schaatsen, maar het is voor ons niet van levensbelang. Er barst af en toe wel wat Oranjegekte los, maar dat heeft bij 80% van de mensen niets met de sport zelf te maken. Die vinden het gewoon leuk om met een dronken en geschminkt hoofd naar een groot scherm te kijken en schreeuwen. Sport blijft voor ons een bijzaak, we kunnen het te goed relativeren. Kijk alleen maar naar de volksliederen. Bij het Nederlands elftal houdt de ene helft van de spelers zijn kaken stijf op elkaar en de andere helft mompelt twijfelachtig mee. Als je dan Italië of Portugal ziet, waar zelfs de wisselspelers uit volle borst mee te brullen, dan heb je het antwoord eigenlijk al. Als zelfs een prachtig blad als Sportweek/NUsport zich niet staande kan houden in Nederland, dan is er blijkbaar toch niet voldoende vraag naar mooie sportverhalen in Nederland. Dat blad voldeed, wat mij betreft, echt overal aan. In Nederland heb je alleen altijd te maken met een hele vreemde splitsing, daar kregen ze bij Sportweek/NUsport ook altijd klachten over. De ene helft van de lezers vond dat er teveel voetbal in het blad stond, de andere helft vond juist weer dat er teveel verhalen over ‘onbelangrijke sporten’ in het blad stonden. Daarom kozen ze een paar jaar terug maar voor een duidelijke splitsing: 50% voetbal, 50% overige sporten, maar ook dat bleek niet te werken. De algemene sportliefhebber lijkt bijna niet te bestaan in Nederland. Ik zou zo’n sportkrant of sportmagazine, op welke manier je het dan ook uitgeeft, zeker niet te groot maken. Maximaal tien pagina’s per dag, zou ik zeggen. Die dertig of veertig pagina’s die ze in Italië of Spanje vullen, dat gaat hier echt niet lukken. Journalisten willen zichzelf en hun vak nogal eens overschatten. Het is echt niet zo dat omdat wij iets interessant vinden, het publiek dat dan ook vindt. Mensen hebben een steeds kortere spanningsboog. Ieder verhaal moet raak zijn. Maar ik denk niet dat je direct met een dagelijkse sportkrant moet beginnen. In de weekenden is er genoeg sport, maar doordeweeks is het aanbod gewoon te karig. Begin eerst met een wekelijkse uitgave. Loopt dat goed, ga je naar twee keer per week, dan naar drie, etcetera. Ik zou de komst van een sportkrant enorm toejuichen, maar ik zie het somber in. Laten we hopen dat Nederland er over vijf jaar wel klaar voor is. Ja, ik zou er graag voor willen werken. Bezig zijn op een redactie vol sportgekken en dagelijks mooie verhalen willen maken, dat lijkt me heel gaaf.



Interview met Willem Vissers:

Telefonisch gesproken op vrijdag 13 december 2013.

willem vissers

JA

Een dagelijkse sportkrant is altijd een droom van mij geweest.”



Willem Vissers (Sittard, 1964) is chef voetbal bij de Volkskrant, waarvoor hij o.a. Ajax en Oranje volgt. Vissers is auteur van de boeken ‘De wereld is een bal’ en ‘Pingelaars & Pegels’. In 2010 won hij de Hard Gras-prijs voor de beste sportjournalistieke prestatie van het jaar 2010 voor zijn verslag van de WK-finale tussen Nederland en Spanje.

Willem, een dagelijkse sportkrant in Nederland, zou dat mogelijk zijn?

Laat ik vooropstellen dat ik de komst van zo’n krant enorm zou toejuichen. Vroeger, toen ik nog voor de GPD werkte, had ik het er vaak over met mijn collega en maatje Christiaan Ruesink (die van deelvraag 3, red.). Wij droomden daar hardop over, zo’n dagelijkse sportkrant. Wat dat betreft heeft hij dat nog wel enigszins kunnen waarmaken, met AD Sportwereld Pro in 2008. Waarom dat uiteindelijk maar een paar maanden heeft geduurd weet ik niet precies, maar volgens mij had die krant best kans van slagen. Het zag er gelikt uit en de inhoud was ook prima. Maar om antwoord te geven op je vraag: ja, ik denk dat het kan. De Nederlandse sportcultuur is groot genoeg. Er is genoeg belangstelling voor sport. Misschien niet zo veel als in Engeland en de Zuid-Europese landen, maar wel voldoende om zo’n krant te laten slagen. Ik geloof wel in gespecialiseerde kranten. Het grote probleem is denk ik om genoeg adverteerders te vinden. Daarom zou een goede investeerder, iemand als Marcel Boekhoorn, goed kunnen helpen.



Waar moet zo’n dagelijkse sportkrant in Nederland aan voldoen?

Inhoud en kwaliteit. Nederland kent momenteel al een echte sportkrant, want zo beschouw ik AD Sportwereld wel. Het is geen losse krant, maar ik vind het wel een volwaardige sportkrant. Het zou alleen nog veel beter en groter kunnen, want ik mis de mooie achtergrondverhalen en reportages. Het nieuws is prima verzorgd, maar met meer pagina’s kun je ook echt de diepte in. Nu staat er alleen op zaterdag soms een groot verhaal in de Sportwereld. Ik zou te werk gaan met een kernredactie van zo’n vier, vijf mensen. Echt goede journalisten met een herkenbare stijl. Mannen als Sjoerd Mossou. Ja, zelf zou ik er ook graag gaan zitten. Met vier of vijf man kun je natuurlijk nooit een hele krant maken, dus ben je afhankelijk van freelancers. Dat was een paar jaar terug een probleem geworden, maar in de huidige markt kan dat makkelijk. Er zijn genoeg ambitieuze sportjournalisten op zoek naar een mooi platform om hun verhalen kwijt te kunnen. Jonge gasten met een goede pen en een ongelooflijke knowhow van sport, maar dat nergens kwijt kunnen. Dan zou zo’n sportkrant natuurlijk een enorme uitkomst bieden. De Nederlandse sportjournalistiek is enorm gefixeerd op de Eredivisie, dat vind ik wel eens jammer. Ik zou graag meer schrijven over clubs uit de Eerste divisie, of over buitenlands voetbal. Daar gebeuren zoveel mooie dingen die nooit aan het licht komen. Het is in de loop der jaren steeds belangrijker geworden of er ook Nederlanders meedoen en hoe die presteren. Terwijl ik dat bij sport eigenlijk helemaal niet zo belangrijk vind, waar iemand vandaan komt. Het gaat om het wezen van de prestatie, de kunst van de sporter an sich. Verder moet je correspondenten hebben in Engeland en Spanje. Daar speelt het topvoetbal zich af, daar zijn de internationale topspelers. Het kan nooit veel kosten om daar jonge, enthousiaste journalisten onder te brengen, want er is iedere dag genoeg om over te schrijven. De Belgische kranten hebben nu ook drie sportjournalisten in Engeland zitten, waar bijna de hele nationale ploeg van België actief is. Dat is inspelen op de actualiteit en de vraag van het publiek. Dat vind ik een goede en mooie zaak, want met de Belgische kranten gaat het nog wel een stuk minder dan in Nederland. Jongetjes van deze tijd groeien niet meer op met Cruijff, Van Basten of Bergkamp als idool, maar met Ronaldo of Messi. Al het Europese voetbal is te zien in Nederland, maar in de kranten blijft het weg of heel goed verstopt. Als je jongere lezers wilt trekken, zul je daar dus slim op moeten inspelen. Voor andere sporten mag ook best meer aandacht komen. Tijdens de winter hebben we het schaatsen en in de zomer het wielrennen, maar er is zoveel meer. Iedere topsporter heeft een bijzonder verhaal, dus geef die bokser of roeier ook eens een podium.



Van hoeveel pagina’s zou u uitgaan?

Zelf zou ik uitgaan van twintig pagina’s over sport, aangevuld met nog vier pagina’s algemeen nieuws. Het aantal pagina’s moet altijd door vier gedeeld kunnen worden. Ik zou zo’n sportkrant, zeker in het begin, niet al te dik maken. Het moet wel interessant en relevant blijven, anders haakt de Nederlandse lezer snel af. De Nederlandse topclubs (Ajax, Feyenoord, PSV) verdienen hun dagelijkse aandacht, maar verder zou ik heel erg afwisselen en inspelen op de actualiteit. De ene week is er Champions League, dan kun je daar mee uitpakken. Maar er zijn ook wel eens weken waarin het doordeweeks akelig rustig is. Dat zou problemen kunnen opleveren voor een sportkrant, maar je kunt er ook uitdagingen inzien. Juist dan moet je met mooie interviews en reportages komen. Dat kan gaan over een geblesseerde skispringer of een voetbalschool in Ivoorkust, dat maakt allemaal niet uit.



U had het over vier pagina’s algemeen nieuws. Hoe ziet u dat voor zich?

Op de laatste vier pagina’s het belangrijkste nieuws van die dag, twee nationaal en twee internationaal. Duidelijk en overzichtelijk. Daar nemen de meeste sportliefhebbers toch wel genoeg mee, denk ik. Op die manier voorkom je ook dat mensen geneigd zijn om twee kranten te kopen of te moeten kiezen.



En, tot slot, hoe geef je zo’n krant uit: digitaal of op papier?

Dat is een lastige, maar ik denk allebei. Geef de mensen maar een keuze, dan zie je vanzelf wel hoe dat uitpakt. Niet iedere sportliefhebber zal direct een abonnement nemen, maar als ze horen of lezen dat er een goed verhaal in die sportkrant staat, dan worden ze toch benieuwd. Ze zullen ook best bereid zijn om die krant dan te kopen, maar ze gaan er niet voor naar de kiosk of boekhandel. Die tijden zijn voorbij, als die ooit al hebben bestaan in Nederland. Daarom moet je de krant ook op tablet of internet beschikbaar maken, voor één- of twee euro per krant. Ja, ik geloof dat het best kans van slagen heeft, maar dan moeten wel de goede mensen bij elkaar komen en eraan meewerken. Nederland kent genoeg goede en beschikbare sportjournalisten, dat is geen probleem. Sportliefhebbers zijn er ook meer dan zat, maar nu nog adverteerders en investeerders. Die zijn misschien wel het belangrijkste, want zonder budget kun je niet eens beginnen.



Interview met Sjoerd Mossou:

Persoonlijk gesproken op woensdag 11 december 2013.

http://static2.ad.nl/static/photo/2013/1/8/13/20131214091425/media_l_1997338.jpg

JA

De sportcultuur en krantencultuur zijn voldoende aanwezig.”



Sjoerd Mossou (Breda, 1978) is columnist en journalist voor AD Sportwereld. In 2011 ontving hij de Hard Gras-prijs voor de sportjournalistiek. Mossou werkte eerder voor BN/De Stem en Voetbal International en volgde voor het AD diverse WK's, EK's en de Olympische Spelen. Hij publiceerde onder meer in Hard Gras.

Sjoerd, een dagelijkse losse sportkrant in Nederland, zou dat kunnen werken?

“Oeh, heel moeilijk. Ik ben in 2008 als columnist en verslaggever natuurlijk nauw betrokken geweest bij AD Sportwereld Pro. Dat was een heel mooi project, maar duurde veel te kort. Achteraf denk ik dat we er daar echt vol voor hadden moeten gedaan. Nu zagen we het meer als een experiment en ontbrak de ambitie om AD Sportwereld Pro echt te laten slagen. De kennis en bemanning was wel aan boord, dus het had zeker kunnen slagen. Zo kijk ik er tegenaan. Probleem was wel dat het AD in die tijd financieel echt in heel zwaar zat. Het was echt een zinkend schip op dat moment. Wat ook niet meehielp was dat we bij AD Sportwereld Pro altijd nog rekening moesten houden met de reguliere Sportwereld, die gewoon nog in het Algemeen Dagblad zat. Die had zestien pagina’s, de ‘Pro’ had er 32. Er ging al zoveel energie en tijd zitten in het vergaderen over wat nou in de reguliere Sportwereld kwam en wat exclusief voor de Sportwereld Pro zou zijn. Dat was geen ideale werksituatie, zul je begrijpen. Sinds de overname van De Persgroep in 2009 gaat het met AD weer beter. In breder financieel perspectief was 2008 wel beter om een krant te lanceren dan nu. Het is de afgelopen jaren alleen maar moeilijker geworden, denk ik. Een krant heeft altijd een flinke aanlooptijd nodig, van minimaal een jaar. Mensen moeten eerst bekend worden met een krant of merk, voordat ze het dagelijks gaan lezen. Het geduld daarvoor ontbreekt alleen, omdat alles direct maar winstgevend moet zijn.



Zou u de komst van een sportkrant in Nederland toejuichen?

Ik zou de komst van een dagelijkse sportkrant in Nederland zeker toejuichen. Ik geloof wel in kranten met een bepaald specialisme. Het Financieel Dagblad houdt zich toch ook knap staande. Dan zou een dagelijkse sportkrant dat ook moeten lukken, denk ik. Nederland is een echt sportland en een echt krantenland, dus ik geloof zeker dat het een succes zou kunnen worden. Volgens mij zijn er in potentie negen miljoen krantenlezers in Nederland. Neem nu Portugal, daar wonen tien miljoen mensen. Daar verschijnen iedere dag drie grote sportkranten van zo’n 30 tot 40 pagina’s. Als het daar kan, waarom zou één zo’n krant in Nederland dan niet kunnen?



Waar moet zo’n sportkrant dan aan voldoen?

Je moet echt de diepte in met zo’n krant. Kwaliteit en inhoud, daar draait het om. Je moet bijna te werk gaan als een tijdschrift, maar dan een die op dagelijkse basis verschijnt. Veel mooie interviews, veel achtergrondverhalen en reportages, dat soort werk. Verder kijken dan het korte nieuws, dat als een constante stroom over Twitter en al die voetbalsites in Nederland rolt. Dat is geen journalistiek in mijn ogen. Die sites doen vrijwel allemaal hetzelfde, daar zie ik echt geen toegevoegde waarde in.



Dan nog iets, ook niet onbelangrijk: hoe lanceer je zo’n krant, digitaal of op papier?

Beide. Ja, ik geloof wel in een papieren sportkrant, maar er moet wel een heel verdienmodel achter zitten. Het woord ‘multimediaal’ horen we tot vermoeiens toe, maar het is wel waar. De vraag is nog altijd of mensen bereid zijn om te betalen voor online content. Wat wel in het voordeel zou kunnen werken is om als nieuw merk te beginnen, dus geen sportkrant onder de titel van AD of VI. Misschien dat als vanaf het begin duidelijk is dat iets geld kost, dat mensen het dan wel doen. Alleen, ze willen eerst weten of iets goed is, voor ze bereid zijn te betalen. Dat maakt het alweer lastig. Het enige wat je moet zien te vinden is iemand die bereid is om echt te investeren in zo’n project. Als het direct winstgevend moet zijn, dan ben je vrijwel kansloos.



Interview met Peter van Duyl:

Persoonlijk gesproken op maandag 9 december 2013.

een cadeau voor ad-journalist peter van duyl, die wielrennen gaat verslaan.

JA

We gooien altijd meer weg dan dat we in de krant zetten.”



Peter van Duyl (Maassluis, 1964) werkt sinds 2005 als sportverslaggever voor het Algemeen Dagblad. Sinds augustus 2012 is Van Duyl plaatsvervangend chef van AD Sportwereld. Eerder werkte hij voor de GPD en de Haagsche Courant.

Wat zijn uw ervaringen met de Zuid-Europese sportjournalistiek?

“Mijn hart ligt bij het voetbal, maar tussen 2005 en 2010 ben ik wielerverslaggever geweest. Dat is een stuk zwaarder, zeker in de zomer. In juni, juli en augustus reis je door Italië, Frankrijk en Spanje. Dat klinkt een stuk leuker dan het is, want je bent echt onderdeel van een rondreizend circus. In die jaren maakte ik ook kennis met journalisten uit andere Europese landen, want hoe verder je naar het zuiden gaat hoe gekker men is op wielrennen. De Belgen zijn al een echt wielervolk, maar in Frankrijk, Italië en Spanje is het nog een stuk gekker. Tijdens die grote wielerrondes zag ik sportjournalisten uit deze landen regelmatig hun aantekeningen en quotes uitwisselen. Na de finish is het vaak zo’n gekkenhuis, dat ze de wielrenners onderling verdelen en daarna met een clubje journalisten bij elkaar komen om alles uit te wisselen. Dat had ik in Nederland nog nooit gezien, zeker niet bij het voetbal. Ik heb wel altijd bewondering gehad voor de collega’s van die enorme sportkranten in Zuid-Europa, want ze leveren wel echt goed werk.”



Wat is de grote kracht van de Nederlandse sportjournalistiek in het algemeen en AD Sportwereld in het bijzonder?

“AD Sportwereld scoort bij onze lezers bijna 100% op tevredenheid, dat is belachelijk veel. Dat komt vooral door de betrouwbaarheid. Wij weten ook dat onze lezers daar waarde aan hechten, dus publiceren wij alleen als we iets echt zeker weten. De Telegraaf neemt soms al genoegen met tachtig- of negentig procent betrouwbaarheid of zekerheid. Daarom hebben ze soms een primeur, maar slaan ze ook wel eens de plank flink mis. Dat is een keuze. Wij hebben bij AD Sportwereld nu dagelijks twintig pagina’s, op zaterdag en maandag zijn het er 24. Als je net zoals de Zuid-Europese sportkranten naar minimaal veertig pagina’s per dag gaat, kom je in de problemen.



Wat voor problemen dan?

Het kan wel, die veertig pagina’s, maar zeker niet iedere dag. Als je zoveel pagina’s moet vullen, zul je ook wel eens een bericht moeten plaatsen dat niet honderd procent betrouwbaar of zeker is. Dat gaan dan dus ten koste van je betrouwbaarheid, wat onze lezers dus hoog in het vaandel hebben staan. Daarbij komt ook nog dat je met sport in Nederland heel afhankelijk bent van de actualiteit en het programma. Deze week speelt Ajax een belangrijke wedstrijd in de Champions League, daar kun je dan gerust mee uitpakken met vier, vijf pagina’s. Maar neem nu vorige week, toen was er doordeweeks helemaal niks; geen beker, geen competitie, geen Europees voetbal. Dan wordt het dus een stuk lastiger om een relevante krant te maken. Op zondagavond, als we hier met een flinke club bezig zijn met de krant van maandag, gooien we nog altijd meer weg dan dat we publiceren. Dat vind ik soms best zonde, want daar zitten genoeg interessante nieuwtjes en verhalen tussen. Sport draait toch voornamelijk om de weekenden, dus zou ik de komst van een zondagkrant enorm toejuichen. Dan kun je het veel meer verdelen. We hebben nu op maandag verslagen van zaterdagwedstrijden in de krant staan, dat werkt eigenlijk niet meer in 2014. Daarnaast heb je te maken met budget en mankracht, want meer pagina’s betekent meer journalisten betekent meer salaris. Nieuws, ook sportnieuws, is er altijd. Er is dus geen plafond, in mijn beleving. Wij kunnen veertig pagina’s maken, op sommige dagen zelfs gemakkelijk. De vraag is alleen; hoe laag leg je de lat? Wij, journalisten en lezers, vragen ons vaak (hardop) af of iets wel echt belangrijk, relevant is. In Spanje kennen ze die drempel helemaal niet. Tenminste, dat idee krijg ik als ik die kranten zie. “Nieuws is nieuws”, denken de journalisten daar, en of het interessant is of niet maken onze lezers zelf maar uit. Tijdens EK’s, WK’s, de Tour de France en de Olympische Spelen, daar ben ik van overtuigd. Mensen zijn dan helemaal in de ban van die evenementen, dus vinden ze vrijwel alles interessant. Daar moet je als krant op inspelen. Zeker in de zomer hebben mensen alle tijd voor een krant.”



Als ik het goed hoor gelooft u wel in een dagelijkse sportkrant in Nederland.

AD Sportwereld Pro had in de zomer van 2008 een oplage van meer dan 100.000. Daaruit blijkt dat er echt wel een markt voor is in Nederland. Ik vraag me alleen af of onze sportbeleving wel constant genoeg is. Voetbal gaat het hele jaar door, dat is geen probleem. Maar neem nu de Olympische Spelen. Dan is heel Nederland twee, drie weken helemaal in de ban van Epke Zonderland en Ranomi Kromowidjojo. Twee weken later, als Epke gewoon weer aan het werk is in het ziekenhuis, is de helft van Nederland alweer vergeten wie zij zijn. Dan kun je in de tussenliggende jaren wel verslaggevers meesturen naar EK’s en WK’s turnen en zwemmen, maar als daar dan een onbekende Rus wint gaat niemand dat verslag lezen. Of zo’n sportkrant ook in Nederland een succes kan worden is van veel dingen afhankelijk. Door als nieuw merk te beginnen ben je nog onbekend, maar kun je wel alles naar eigen idee inrichten.



Hoe geef je zo’n krant dan uit, digitaal of op papier?

Dat is dus een hele belangrijke, misschien wel de belangrijkste, vraag. Ik ben zelf een echte krantenman, maar ik neig er toch naar om te zeggen dat je zoiets nieuws dan maar meteen digitaal moet opgeven. Probleem is alleen dat we nog altijd niet precies weten hoe je daar winst uit kan halen. Met de opkomst van het internet zag iedereen een enorme geldbron voor de journalistiek voor zich, maar daar is anno 2013 nog altijd geen sprake van. Ik ben benieuwd hoe lang het nog gaat duren voor mensen echt bereid zullen zijn om te betalen voor online content. Ik geloof namelijk dat het van enorme toegevoegde waarde kan zijn, zeker in de sportjournalistiek. Sport draait namelijk om beweging. Natuurlijk kunnen journalisten alles mooi opschrijven, maar zeker de jeugd heeft vooral behoefte aan bewegende beelden. Dat kost natuurlijk ook geld, maar het zou een krant wel enorm veel extra cachet en inhoud geven. Daarnaast is het grote voordeel van digitaal werken natuurlijk dat je alles constant kan aanpassen en updaten. De vraag is alleen of je dat ook echt wilt. Je kunt er ook voor kiezen om een twee of drie keer per dag te verschijnen. Je moet uitkijken dat je niet op een website gaat lijken, met een constante stroom aan berichten. Daar is het internet al voor, daar hoef je geen digitale krant voor te maken. Inhoud en kwaliteit moeten altijd voorop staan. Ik denk dat een digitale krant zeker op jeugdige lezers, van 15 tot 30 jaar, een enorme aantrekkingskracht zou hebben. Die zijn daar wel geïnteresseerd in, dat weet ik zeker. De vraag is of je ook de sportliefhebbers van boven de 30 zo ver krijgt, maar volgens mij is dat nog slechts een kwestie van tijd. Die papieren krant gaat verdwijnen, daar kun je donder op zeggen. De vraag is of je gaat wachten op het einde, of dat je initiatief neemt en iets nieuws durft te lanceren. Als zo’n project een goede investeerder heeft en minimaal een jaar de tijd krijgt, kan dat zeker gaan lopen. De behoefte aan sportnieuws zal niet verdwijnen, dat is geen enkele zorg. Ik zou een hippe krant maken, gericht op jonge lezers. Zij bepalen toch altijd de trends, dan volgen de oudere krantenlezers vanzelf.


1   2   3   4   5   6

  • Waar moet zo’n digitale sportkrant volgens jou aan voldoen
  • Is de sportbeleving in Nederland wel groot genoeg
  • Interview met Willem Vissers: Telefonisch gesproken op vrijdag 13 december 2013.
  • Willem, een dagelijkse sportkrant in Nederland, zou dat mogelijk zijn
  • Waar moet zo’n dagelijkse sportkrant in Nederland aan voldoen
  • Van hoeveel pagina’s zou u uitgaan
  • U had het over vier pagina’s algemeen nieuws. Hoe ziet u dat voor zich
  • En, tot slot, hoe geef je zo’n krant uit: digitaal of op papier
  • Interview met Sjoerd Mossou: Persoonlijk gesproken op woensdag 11 december 2013.
  • Sjoerd, een dagelijkse losse sportkrant in Nederland, zou dat kunnen werken
  • Zou u de komst van een sportkrant in Nederland toejuichen
  • Waar moet zo’n sportkrant dan aan voldoen
  • Dan nog iets, ook niet onbelangrijk: hoe lanceer je zo’n krant, digitaal of op papier
  • Interview met Peter van Duyl: Persoonlijk gesproken op maandag 9 december 2013.
  • Wat zijn uw ervaringen met de Zuid-Europese sportjournalistiek
  • Wat is de grote kracht van de Nederlandse sportjournalistiek in het algemeen en AD Sportwereld in het bijzonder
  • Wat voor problemen dan
  • Als ik het goed hoor gelooft u wel in een dagelijkse sportkrant in Nederland.
  • Hoe geef je zo’n krant dan uit, digitaal of op papier

  • Dovnload 301.28 Kb.