Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Reflectieverslag practicum

Dovnload 19.66 Kb.

Reflectieverslag practicum



Datum08.02.2019
Grootte19.66 Kb.

Dovnload 19.66 Kb.





Reflectieverslag practicum






Daphne Bot

Klas 2A1

Aletta de Raad

IND opdr 1 Reflectieverslag

10 Januari 2013




  1. Ziektebeeld

Het ziektebeeld dat de meeste indruk heeft achtergelaten op mij zijn de angststoornissen. Ik heb altijd het idee gehad dat dit een stuk minder ernstig is dan dat het daadwerkelijk is. Dit heb ik overigens wel bij meer ziektebeelden gehad, zoals schizofrenie en verslaving. Hierbij heb ik zelf toch wat last gehad van vooroordelen en stigma’s. Ik heb gekozen om angststoornissen als meest indrukwekkend te beschrijven omdat ik bij angst het ernstig vond dat er zoveel zaken bij kwamen kijken als bijvoorbeeld de agorafobie, maar ook dat mensen de paniek zo ernstig kunnen ervaren dat zij denken dat ze een hartaanval krijgen en er geen woorden zijn voor wat zij ervaren. Er zijn bij bijvoorbeeld de paniekstoornis (die van de angststoornis nog het meeste indruk heeft achtergelaten) veel lichamelijke klachten terwijl ik altijd dacht dat het “tussen je oren” zit.


  1. Dementie

Ze vraagt geen lastige vragen en dat is goed, verder wekt ze vertrouwen door geduldig te reageren op de waarschijnlijk onlogische verhalen van haar moeder. Maar bij de vraag: “wat is het” zou ik niet verder vragen, dit weet de moeder waarschijnlijk zelf ook niet wat ze bedoeld. Ik zou zeggen: “ uitstekend, en vindt u het leuk?” of “Uitstekend, en waar gaat u heen”. Hierbij moet je rekening houden met de validation techniek en vertrouwen wekken bij de moeder. Zacht en warm praten en ingaan op de behoeften van de moeder is belangrijk om vertrouwen te wekken. Terugbrengen bij de realiteit heeft geen zin meer en moet dus ook niet meer gedaan worden. Ik vind dat de dochter dit best wel goed doet eigenlijk.


  1. Schizofrenie

Een lage EE betekent respect voor de patiënt en beseffen dat zijn normen en waarden kunnen verschillen van de jouwe. Ook betekent het met een zekere afstand op emotioneel gebied van de patiënt blijven. Je zou dit kunnen doen tegen Arie dat het noodzakelijk is om te gaan douchen, het hem mededelen zodat het niet lijkt alsof jij graag wilt dat hij het moet doen. Ook ondersteunen we Arie met het badderen en opruimen van zijn kamer en moeten we hem niet veroordelen. We zeggen: “Arie, je kamer is een troep, hoe gaan we dit oplossen” en hem dan helpen met het opruimen van de kamer. Een lage EE betekent dat je bij de zorgvrager niet eisend is en wel ondersteunend.


  1. Stemmingsstoornissen

Empathie tonen kan bij lusteloos voelen (wat vervelend dat je je zo voelt), bij slapeloosheid (ik kan me goed voorstellen dat je zo moe bent), minder trek in eten (ik snap dat je geen trek hebt terwijl je je zo voelt)

Positieve etikettering kan bij: twijfels over zin van het leven (je denkt goed na over wat je wilt in het leven, je wilt blijven leven en dat is goed), het lezen van boekjes met de kinderen (je zorgt goed voor de kinderen, top), overal als een berg tegen opzien (maar je doet nog wel dingen, dat is juist goed), naar de huisarts gaan (naar de huisarts gaan is sterk, heel goed).

Als je een van de twee dingen alleen maar doet zal zij denken dat je of haar niet serieus neemt en niet begrijpt wat zij voelt (bij positieve etikettering) en bij alleen maar empathie tonen zal zij niet uit de situatie kunnen komen.


  1. Behandelmethode

Exposure in vivo bij angststoornissen. Ik heb voor deze therapie gekozen omdat ik cognitieve gedragstherapie heb gepresenteerd en deze toch telkens terug kwam en daarom ik graag een andere wilde kiezen. Bij exposure in vivo wordt iemand met een angststoornis in de situatie geplaatst waar hij of zij bang voor is. De kenmerken van deze behandeling: de angst opzoeken gebeurt in stappen en hij wordt pas uitgebreid op het moment dat de vorige stap helemaal goed gaat. Hierdoor leer je in mijn ogen op een goede manier steeds een stapje verder te gaan. We moesten in de les een schema opstellen en ik vond dat zo lastig om bij boodschappen doen, 10 stappen te bedenken en me dan voor te stellen dat het pakken van bijvoorbeeld boodschappentassen bij een angst voor boodschappen doen zo heftig kan zijn. Maar met deze wetenschap vind ik zoon hiërarchie maken van de angst in kleine stappen een hele goede oplossing om tot het gewenste resultaat te komen. Blootstelling aan de angst maar niet door in een keer heel erg ver te gaan.

  1. Vervangende opdracht

Lichttherapie
Dr. Ybe Meesters

PsychoPraktijk jaargang 2, nummer 6 p. 14-17



http://link.springer.com.ezproxy.hhs.nl:2048/content/pdf/10.1007%2Fs13170-010-0087-9
Lichttherapie is een therapievorm die bij vormen van depressie gebruikt wordt. Het lichaam heeft zich in de loop van jaren aangepast aan veranderingen door chronobiologische mechanismen. Hierdoor is men in staat om zich bij veranderingen zoals bijvoorbeeld bij seizoenen aan te passen. Het dag- en nachtritme is een periode van 24 uur en wordt het circadiaanritme genoemd. Deze ritmes zijn aangetoond in hormoonhuishouding, lichaamstemperatuur, cognitieve functies en de rust- en activiteitencyclus. Licht is een belangrijke prikkel voor dit systeem. Een verstoring in dit systeem kan tot klachten leiden.
Onderzoek naar lichttherapie werd oorspronkelijk alleen gedaan bij patiënten met een winterdepressie. De lichttherapie werd aan de rand van de dag gegeven. Nu is het gebruikelijker om de therapie in de ochtend toe te passen. Dit in verband met de biologische klok van de mensen. Ook is gebleken dat hoe hoger de intensiteit van het licht is, hoe korter de behandelingsduur. Dit betekend dat in de praktijk voornamelijk met een intensiteit van 10000 lux wordt gewerkt waardoor de behandeling 30 tot 45 minuten duurt gedurende 5 tot 14 dagen. Het licht dat wordt gebruikt is full-spectrum licht zonder UV. Dit omdat UV licht geen betekenis heeft voor de therapie. Wel heeft UV een schadelijk effect op het netvlies, terwijl voor de behandeling het licht via de ogen moet worden aangeboden.
Na het stoppen met de behandelingen is het effect nog enige tijd werkbaar. Een week na de therapie is bij 70-80% van de patiënten de klachten volledig verdwenen. Het is ook zo dat wanneer lichttherapie wordt gegeven in het beginstadia van de klachten, het gewenste effect langer standhoudt. Een lichttherapie in de herfst voordat de klachten er zijn kan een winterdepressie niet voorkomen.
Winterdepressie is een seizoensgebonden depressie. Hij komt in het najaar en de winter en verdwijnt in het voorjaar en de zomer. Deze depressie heeft een aantal aspecifieke kenmerken: toegenomen slaapbehoefte, toegenomen behoefte aan calorierijk voedsel, gewichtstoename, vreetbuien. Lichttherapie heeft de voorkeur bij winterdepressies of winterblues (lichte vorm van winterdepressie, waarbij vergrote slaapbehoefte een grote rol speelt)
Er wordt ook onderzoek gedaan naar lichttherapie bij niet seizoensgebonden stemmingstoornissen. De effecten van lichttherapie zijn te vergelijken met 4-16 weken antidepressiva. Ook is het zo dat het effect van lichttherapie eerder merkbaar is dan bij antidepressiva. Of een combinatie van lichttherapie met medicatie ook werkzaam is, is nog niet duidelijk. Lichttherapie blijkt geen kwaad te kunnen bij zwangerschap en is daarom ook een goed alternatief voor medicatie als psychofarmaca bij zwangerschap.
Bij bipolaire stoornissen is de depressieve episode soms moeizaam te behandelen. Lichttherapie bij deze patiënten heeft verschillende gevolgen. Bij toediening van licht in de ochtend kon soms een manische episode optreden waardoor de behandeling gestaakt werd. In de middag werd het wel effectief geacht en waren er geen negatieve reacties. Er is nog meer onderzoek nodig naar lichttherapie in combinaties met bipolaire stoornissen
Lichttherapie kan ook bij andere psychische klachten ingezet worden. Voorbeelden hiervan zijn een jetlag, bepaalde slaapstoornissen, burn out, MS, verbetering van symptomen van ADHD, betere concentratie bij ADD, verminderde eetklachten bij boulimie, verminderde nachtelijke onrust bij demente bejaarden in verpleegtehuizen en in een pilot met patiënten met Parkinson verbeterde de stemming en soms ook motorische verbetering. Ook kan er minder gebruik worden gemaakt van dopaminerge medicatie zonder extra klachten. Verder onderzoek naar deze zaken is gewenst.
Contra-indicaties van lichttherapie zijn er ook. Zo moet het licht via de ogen worden aangeboden waardoor de ogen aan relatief veel energie worden blootgesteld. Om oogschade te voorkomen mogen mensen met recente oogoperaties, diabetes, oogziektes of fotosensitiserende medicatie niet geïndiceerd bij de therapie. Door verbeteringen van de apparatuur kunnen mensen met epilepsie nu wel gebruik maken van de therapie omdat de flikkererende lichten verminderd zijn.

Bijwerkingen van lichttherapie zijn: geïrriteerde ogen, vermoeide ogen, misselijkheid, duizeligheid, en hoofdpijn. Therapie in de avond kan leiden tot inslaapproblemen en licht in de ochtend tot extra vroeg wakker worden. Zeldzame bijwerkingen zijn (hypo)manische klachten en suïcide voor mensen die daarvoor gevoelig zijn. Daarom is het gewenst om de eerste twee seizoenen de lichttherapie onder begeleiding van gespecialiseerde centra of hulpverleners plaats te laten vinden. Ook wordt bij mensen die daar erg gevoelig voor zijn de therapie niet toegepast.


Over de combinatie van medicatie en lichttherapie is geen eenduidige literatuur. Er is sprake van een interactie effect. Volgens studies kunnen ze elkaar tegen werken maar ook versterken. Er moet wel rekening gehouden worden met de implicatie voor het visuele systeem. Een combinatie van lichttherapie met bepaalde medicijnen kan tot gewichtsverlies en oogschade leiden. Het gaat hierbij om medicatie met een fotosensiterende werking zoals bepaalde antipsychotica, medicatie tegen reuma, bepaalde diuretica. Ook bij melatonine geldt hetzelfde maar kan wel gebruikt worden op een ander moment van de dag. Een combinatie van lithium en lichttherapie kan op korte termijn tot visusverlies (verlies van gezichtsverlies) leiden. Lithium is een stemmingsstabilisator.
De nieuwste ontwikkelingen zijn dat er behalve kegeltjes en staafjes ook een fotoreceptor in de ogen zit. Deze is gevoelig voor licht en donker, waardoor de biologische klok mede wordt aangestuurd. Deze receptor is het gevoeligst voor blauw licht en daarom is onderzocht dat een lichttherapie met blauw licht positief effect heeft ten opzichte van rood licht. Blauw licht kan hetzelfde effect bereiken als het reguliere licht, maar met een lagere intensiteit. Een hogere intensiteit heeft geen positief effect. Omdat blauw licht in het spectrum dichter bij UV-licht zit waarschuwen onderzoekers voor oogschade bij langdurige blootstelling.
Licht heeft een positieve werking voor iedereen. Kunstlicht hoeft niet perse gebruikt te worden. Ook daglicht heeft dit effect. Mensen met depressieve klachten hoeven minder lang opgenomen te worden bij verbeterd licht. Ook bleek dat bij de opgenomen mensen met een kamer waar in de ochtend het zonlicht op valt, korter worden opgenomen dan mensen waar dit pas in de middag gebeurde.

  • Schizofrenie
  • Stemmingsstoornissen
  • Behandelmethode
  • Vervangende opdracht Lichttherapie

  • Dovnload 19.66 Kb.